Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beste lezers

Dovnload 0.64 Mb.

Beste lezers



Pagina3/23
Datum25.04.2019
Grootte0.64 Mb.

Dovnload 0.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   23

Programmapunten



1. Prijs- en belastingbeleid

a. De komende kabinetsperiode wordt een naar plaats, tijd, soort auto en brandstofgebruik gedifferentieerde kilometerheffing ingevoerd. Voor het vrachtvervoer wordt deze heffing zo snel mogelijk ingevoerd, daarna gaat deze heffing ook voor het personenverkeer gelden.

b. De accijnsvrijstelling voor dieselgebruik in de binnenvaart en de landbouw wordt afgeschaft.

c. Om te voorkomen dat gemeenten elkaar beconcurreren met parkeertarieven en parkeernormen komt er een landelijke Parkeerwet met duidelijke spelregels.

d. Belastingvoordelen voor de lease-auto worden afgeschaft.

e. Het gebruik van een deelauto wordt fiscaal bevorderd.


2. Infrastructuur

a. Waar mogelijk wordt geplande weginfrastructuur geschrapt. Dat geldt zeker voor de plannen om de A6 en de A9 te verbinden, die een ernstige bedreiging vormen voor het natuurgebied rondom het Naardermeer, de A4 Midden Delfland en de geplande A73 op de oostelijke Maasoever in Limburg. Er komt geen IJzeren Rijn over het historisch tracé door Noord-Brabant en Limburg.

b. Er wordt afgezien van het verbreden van snelwegen met extra rijstroken, behoudens voor die plaatsen waar vanuit het oogpunt van milieu, landschap of leefbaarheid een aantoonbare winst te boeken is.

c. De bestaande infrastructuur van de spoorwegen wordt zodanig verbeterd, dat frequentie, betrouwbaarheid en capaciteit van het treinverkeer aanmerkelijk wordt vergroot. Het Rondje Randstad komt tot stand door verbetering van de bestaande spoorinfrastructuur en er wordt een snellere intercity-verbinding met het noorden gerealiseerd.

d. Er komen extra middelen voor infrastructuur voor het stadsgewestelijk openbaar vervoer in regio’s en steden, o.a. voor de aanleg van vrije busbanen en lightrailsystemen.

e. Er komt extra geld voor de aanleg van (snel-)fietspaden en voor de uitbreiding en modernisering van fietsenstallingen en fietsparkeervoorzieningen.

f. Een waterweg-investeringsprogramma moet de groei van het vrachtvervoer over water verder stimuleren.

g. Er komt een investeringsprogramma in nieuwe systemen van ondergronds transport en stadsdistributie.

h. Bij belangrijke politieke beslissingen over grote infrastructurele projecten worden diverse organisaties in staat gesteld om hun alternatieven uit te werken en door te rekenen, zodat de politiek haar keuzen beter kan maken.

i. De weginfrastructuur op en rond Schiphol en andere vliegvelden wordt niet uitgebreid.


3. Milieunormen

a. Er komen milieunormen voor het treinverkeer en de binnenscheepvaart, die de aanschaf van milieuvriendelijk materieel moeten stimuleren en de emissie van CO2-uitstoot aan banden legt.

b. Voor alle vervoer komen emissievoorschriften, zodat het verkeer en vervoer bij gaan dragen aan het verminderen van broeikasgassen.
4. Openbaar vervoer

a. De NS is een publieke voorziening. De overheid stelt eisen aan de capaciteit en intensiteit van het treinverkeer. Met de NS wordt daar een prestatiecontract over afgesloten. Goed, betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer is een verantwoordelijkheid van de overheid.

b. De mogelijkheden voor het gebruik van fiets in combinatie met het reizen per bus of trein worden vergroot; het meenemen van de vouwfiets in het openbaar vervoer blijft gratis.

c. De positie van de reiziger en reizigersorganisatie wordt versterkt. De NS moeten door de overheid en door reizigers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor ondermaats vervoer.

d. Er komt geen verdere concurrentie op het spoor voor het personenvervoer.

e. Het aandelenpakket van de NS blijft in handen van de staat.

f. Openbaarvervoerbedrijven mogen geen winstoogmerk dragen: voorzieningen om te investeren in personeel, materieel en infrastructuur kunnen in de gewone begroting worden opgenomen.

g. Daar waar geen aparte busstrook is, worden vluchtstroken opengesteld voor openbaar busvervoer.

h. Er komt een onafhankelijke toezichthouder voor het openbaar vervoer, die rechtstreeks rapporteert aan het parlement en toeziet op de vraag of de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van het openbaar

vervoer voldoende gegarandeerd blijft.

i. De Wet Personenvervoer 2000 wordt zodanig aangepast dat er garanties worden ingebouwd die recht doen aan de sociale functie van het lokale en regionale openbaar vervoer. Het opheffen van lijnen door de te strenge norm voor de kostendekkingsgraad moet worden doorbroken door deze norm te versoepelen.

j. Zolang en voorzover het gewone openbaar vervoer niet zelfstandig te gebruiken is moet het speciale vervoer voor gehandicapten en ouderen bereikbaar en betaalbaar zijn. De prijzen mogen niet hoger zijn dan die van het reguliere vervoer, de wachttijden moeten korter.

k. In de aanbesteding van openbaar vervoertrajecten is toegankelijkheid voor gehandicapten een belangrijk criterium. Er komt een investeringsprogramma voor de aanpassing van het openbaar vervoer aan gehandicapten.
5. Snelheidsreductie en veiligheidsbevordering

a. De maximumsnelheid op snelwegen wordt teruggebracht tot 100 km per uur.

b. Voor filegevoelige trajecten geldt in de spits een maximumsnelheid van 70 kilometer per uur.

c. In woonwijken wordt de snelheid beperkt tot 30 km per uur, het programma Duurzaam Veilig wordt daartoe geïntensiveerd.

d. Gemeentelijke wegen worden uitgerust met een systeem dat automatische begrenzing van de snelheid mogelijk maakt. Voor personenauto’s komt er een regeling waarin de aanschaf van een snelheidsbegrenzer wordt ‘terugverdiend’ door een lagere motorrijtuigenbelasting.

e. Er komt een uitbreiding van het inhaalverbod voor vrachtwagens.

f. Er komt een (straf)puntensysteem voor rijbewijshouders, waardoor herhaalde overtredingen als consequentie hebben dat het rijbewijs (tijdelijk) wordt ingetrokken.

g. Grootschalige transporten van gevaarlijke stoffen per spoor worden verboden.


6. Rust

a. Stedelijke gebieden worden gestimuleerd om een vaste autovrije zondag in de maand uit te roepen.

b. Gemeenten krijgen in het kader van de Wegen- en Verkeerwet meer mogelijkheden om straten en stadsdelen tijdelijk af te sluiten voor verkeer.

c. Voor natuurgebieden gaan, net als bij woongebieden, strenge geluidsnormen gelden. De geluidsnormen voor bestaande infrastructuur worden strenger.


7. Duurzame investeringen

a. Nederland zet zich in voor een Europees vervoersbeleid met als inzet transportpreventie. Dit beleid dient door betere beprijzing de groei van goederenstromen door Nederland en Europa te reduceren. Niet alle goederen voor heel Europa hoeven via Nederland vervoerd te worden. Nederland dient te investeren in de omschakeling van distributieland naar kennisland.


8. Luchtvaart en Schiphol

a. Het vliegverkeer wordt verplicht te voldoen aan strenge emissie- en geluidsvoorschriften, waardoor de meest vervuilende en zwaar lawaai producerende vliegtuigen kunnen worden geweerd.

b. Schiphol zal strikt gehouden worden aan milieunormen die een gelijkwaardige vertaling zijn van de Planologische Kernbeslissing 1995. Er worden geen extra landingsbanen aangelegd.

c. Nederland maakt zich in Europees verband sterk voor een heffing van BTW op vliegtickets en accijnzen op kerosine. Zolang internationale afspraken daarover uitblijven, komt er een heffing op stoelen van vliegtuigen die in Nederland opstijgen.

d. Binnenlandse vluchten worden niet langer toegestaan, voor reizigers bestaan er voldoende alternatieven.

e. Voor afhandeling en verdeling van vliegverkeer moeten er Europese afspraken worden gemaakt en dienen vliegvelden in Noordwest Europa samenwerkingsverbanden aan te gaan.

f. Schiphol wordt niet geprivatiseerd. Alle aandelen blijven volledig in handen van de overheid.

g. Er komt een verbod op reclamevluchten.

h. Nederland wordt optimaal aangesloten op het Europese netwerk van hogesnelheidslijnen, teneinde een volwaardig alternatief te bieden voor korte vluchten.

i. De ontwikkeling en het gebruik van luchtschepen voor personen en goederenvervoer worden gestimuleerd, vooral ter vervanging van vliegtuigen.

2.4 Ruimtelijke inrichting
In 1999 werd zo’n 1600 hectare aan bedrijfsterreinen uitgegeven. Ruim honderd hectare méér dan het jaar ervoor: een verschil van zo’n 150 voetbalvelden. Dat is een groei die nu al jaren aanhoudt. Een gemeente die mee wil tellen heeft bedrijfsterreinen in de aanbieding. Liefst ruimer en goedkoper dan andere gemeenten. In het volgepropte Nederland wordt nergens zo met ruimte geknoeid als op bedrijfsterreinen. En dan zwijgen we nog maar over de lelijkheid ervan.
Het aanzien van ons land is er de laatste jaren bepaald niet fraaier op geworden. Nieuwe wegen, bedrijfsgebouwen die als schoenendozen in een weiland worden gedumpt, oprukkende woonwijken. De ruimteclaims zijn zo groot dat we met gemak een extra provincie ter grootte van Zuid-Holland kunnen volbouwen. Dat is niet wat we willen.

In een duurzaam ruimtelijk ordeningsbeleid wordt het water het nieuwe ordenend principe, en krijgt water de ruimte die het de komende eeuw nodig heeft. Tegelijkertijd zullen we alle denkkracht en verbeelding nodig hebben om esthetische en landschappelijke cultuurwaarden te combineren met recreatie, natuurontwikkeling, agrarische bedrijvigheid en – als onderdeel van een afgewogen visie – bewoning.

De Vijfde Nota had een impuls moeten geven aan een heel andere manier van denken over het Nederlandse landschap. Doordat deze nota echter nauwelijks keuzes maakt, is de kans groot dat de verrommeling van het landschap onverminderd door gaat.
Bestuurlijke uitdaging

Het is aan de landelijke overheid om er consequent op toe te zien dat publieke waarden als rust en stilte, ruimte voor milieu en natuur, en de cultuurhistorische betekenis van landschappen, in de ruimtelijke inrichting van Nederland tot hun recht komen. Dat kan niet worden overgelaten aan projectontwikkelaars en grote financiële consortia, die nu eenmaal geen natuurlijk belang hebben bij deze publieke waarden. De kunst van de komende jaren zal zijn om een bestuurlijk proces op gang te brengen, waarbij enerzijds belanghebbenden worden verleid om in onderling overleg met creatieve en stimulerende plannen te komen, en waarbij anderzijds hogere overheden waken over de kwaliteit van deze plannen.

De ruimtelijke inrichting van Nederland is bij uitstek een terrein waar een politiek van publieke betrokkenheid mensen kan mobiliseren. De politiek benoemt de publieke waarden die in het geding zijn en burgers, hun organisaties en gemeentelijke overheden geven aan hoe zij daaraan ruimtelijke invulling willen geven. De overheid, met de provincie in een vooraanstaande rol, toetst of in de uitkomst van dat proces voldoende recht is gedaan aan waarden die bescherming behoeven. Alleen zo kan voorkomen worden dat bijvoorbeeld gemeenten los van elkaar industrieterreinen blijven aanleggen.

Het rijk vraagt aan gemeenten en regio’s om gezamenlijk streek- en structuurplannen op te stellen. De rijksoverheid toetst deze plannen aan het nationale ruimtelijke beleid en stelt voor de uitvoering daarvan een investeringsfonds ter beschikking. Het handhaven van deze structuurplannen krijgt een grote prioriteit.


Openruimteheffing

Om tot een evenwichtige inrichting van Nederland te komen is het onvermijdelijk dat publieke waarden die in de gangbare economie niet in geld worden uitgedrukt, worden voorzien van een prijskaartje. Daarom pleit Groen- Links voor een openruimteheffing op de verkoop van ‘groene grond’, waardoor bouwen in het buitenstedelijke gebied niet langer goedkoper is dan binnenstedelijk bouwen. GroenLinks is voorstander van compacte steden en een vitaal platteland. Groei van de steden moet zoveel mogelijk binnen de bestaande grenzen plaats vinden; om die reden moeten er zo snel mogelijk glasheldere rode contouren om de bestaande bebouwde gebieden getrokken worden. Gecombineerd met een openruimteheffing leidt die helderheid tot binnenstedelijke innovatie. Multifunctioneel ruimtegebruik, nieuwe combinaties van wonen en werken, intelligente vormen van herstructureren van woongebieden, creatieve architectuur en vernieuwend bouwen (bijvoorbeeld als overkapping van infrastructuur) vormen de intellectuele en politieke opgave voor de komende jaren. We moeten anders naar Nederland gaan kijken: strenger (zo gauw de logica van de verrommeling zich weer opdringt) maar ook gedurfd en creatief om nieuwe kwaliteiten te realiseren.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   23

  • 2. Infrastructuur
  • 3. Milieunormen
  • 4. Openbaar vervoer
  • 5. Snelheidsreductie en veiligheidsbevordering
  • 7. Duurzame investeringen
  • 8. Luchtvaart en Schiphol
  • Bestuurlijke uitdaging
  • Openruimteheffing

  • Dovnload 0.64 Mb.