Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Beste lezers

Dovnload 0.64 Mb.

Beste lezers



Pagina7/23
Datum25.04.2019
Grootte0.64 Mb.

Dovnload 0.64 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   23

Programmapunten



1. Werk en werktijden

a. De (belasting)wetgeving en subsidieregelingen worden gebaseerd op een werkweek van 32 uur. Vooral grote deeltijdbanen worden gestimuleerd door aanpassingen in het belastingstelsel. Bij de huidige gesubsidieerde banen worden geen restricties gesteld aan het te werken aantal uren.

b. De arbeidstijdenwet wordt strikter gehandhaafd. Daartoe krijgt de Arbeidsinspectie extra

budget.


c. Iedere werknemer heeft het wettelijk recht op een rookvrije werkplek. Er wordt tevens een sanctiebeleid opgezet voor overtreders van het rookverbod in openbare gebouwen.
2. Bijzondere groepen op de arbeidsmarkt

a. Er komen twee typen gesubsidieerde banen voor mensen die lang uit het arbeidsproces zijn geweest: werkplekken en leerplekken. Werkplekken zijn vaste banen, met aanpassingen op de werkvloer afgestemd op de capaciteiten van de werknemer. De rechts- en inkomenspositie van ‘werkplekkers’ worden verbeterd. De leerplekken hebben een tijdelijk karakter met veel aandacht voor scholing en persoonlijke begeleiding. Uitstroom naar een gewone baan is daarbij het doel.

b.Van de bestaande gesubsidieerde banen wordt een deel omgezet in reguliere banen.

c. Asielzoekers krijgen ruimere mogelijkheden voor het volgen van scholing en het verrichten van betaalde arbeid tegen normale betaling(zie paragraaf 4.2asielbeleid).

d. De sollicitatieplicht wordt opgeschort voor mensen met een uitkering, die gedurende minimaal 3 dagen per week erkend vrijwilligerswerk verrichten.

e. Een deel van het geld dat is bestemd voor arbeidsreïntegratie wordt aangewend voor nieuwe vormen van begeleiding en werk voor kwetsbare groepen als daklozen, verslaafden, psychiatrisch patiënten.

f. De werkgeversaftrek van kosten van scholing wordt gericht op werknemers met een opleiding tot en met mbo-niveau en op oudere werknemers.

g. Een inventarisatie van arbeidsdeelname van bijzondere groepen (wet SAMEN) en mensen met een handicap (REA) wordt jaarlijks in het sociaal jaarverslag verantwoord zowel bij overheidsinstellingen als

bedrijven.

h. Er komen extra maatregelen voor loopaanbegleiding en scholing voor herintredende vrouwen.

i. De erkenning van buitenlandse diploma's wordt verbeterd.

j. De uitvoering van de arbeidsongeschikheidskeuring moet drastisch verbeterd worden, zodat bij ziektes en handicaps over heel Nederland in gelijke gevallen een gelijke behandeling wordt gewaarborgd.

k. Leeftijdsdiscriminatie wordt in Nederland bij wet verboden in het arbeidsrecht. De regering zet zich in voor een leeftijdsdiscriminatieverbod in EU verband.

l. Aansluitend op de nieuwe prostitutiewet worden maatregelen genomen om de rechtspositie van prostitue(e)s te verbeteren. Gemeenten worden verplicht om beleid te ontwikkelen om te voorkomen dat mensen in de prostitutie terechtkomen en om mensen die de prostitutie willen verlaten te ondersteunen.



3. Rechtsbescherming werknemer

a. Het aanstaande wettelijk recht voor werknemers om af te zien van werken op zondag wordt verruimd naar andere dagen, tenzij de werkgever daartegen dwingende redenen kan aanvoeren.

b. Er komt rechtsbescherming voor gewetensbezwaarde werknemers die om principiële redenen bepaald werk weigeren.

c. In een nieuw duaal ontslagbeschermingssysteem komt een preventieve ontslagtoets en de mogelijkheid van hoger beroep. De kosten van rechtsbijstand bij arbeidsconflicten worden aftrekbaar van de belastingen.


4. Ziekteverzuim en WAO
a. Ook werknemers die niet kunnen voldoen aan de productiviteitseisen, krijgen binnen de wet REA een wettelijk recht op aanpassing van het werk. Dit recht op werkaanpassing beperkt zich niet tot de eigen werkgever. Werknemers kunnen er ook een beroep op doen wanneer zij solliciteren bij een andere werkgever.

b. Er komt een wettelijke plicht tot uniforme verzuimregistratie. Deze gegevens worden aan de ondernemingsraad van het bedrijf en aan het UWV verstrekt met inachtneming

van privacywaarborgen.

c. Er komt een wettelijke norm voor het pakket van arbo-zorg in bedrijven.

d. Bedrijven met een verhoogde WAO-instroom worden gecontroleerd door de Arbeidsinspectie en het UWV. Zij geven het bedrijf aanwijzingen om arbeidsomstandigheden, verzuimbeleid en reïntegratie te verbeteren en leggen zonodig boetes op. Ze letten hierbij extra op de genderaspecten van het ziekteverzuim en gebruik van de WAO en geven aanwijzingen om het ziekteverzuim van vrouwen en de instroom van vrouwen in de WAO terug te dringen/hun uitstroom uit de WAO naar (gezond) werk te bevorderen.

e. De loondoorbetaling bij ziekte wordt met een jaar verlengd naar twee jaar. Voor het midden- en klein bedrijf wordt de verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte verkort. Deze bedrijven kunnen worden toegelaten tot de publieke ziektewet, die geldt vanaf 13 weken ziekte.

f. Een werkgever moet, indien een van zijn werknemers toch in de WAO belandt, kunnen aantonen dat hij voldoende geïnvesteerd heeft in arbeidsomstandigheden

en preventief ziekteverzuimbeleid om instroom in de WAO te voorkomen. Bij verwijtbaar gedrag wordt de WAO-uitkering verhaald op de individuele werkgever, zoals thans in de wet PEMBA is vastgelegd.

g. Mensen waarvan duidelijk is dat zij voor jaren volledig arbeidsongeschikt zullen zijn, worden eerder gekeurd. GroenLinks streeft naar een verhoging van de WAOuitkering voor deze groep.

h. Persoonsgebonden reïntegratiebudgetten worden landelijk ingevoerd.Vanuit op te richten regionale steunpunten wordt begeleiding en advies gegeven voor de toepassing van de persoonsgebonden budgetten. Daarnaast komt er voor ex-WAO-ers een no-risk polis bij de overstap naar een nieuwe werkgever, in de vorm van een rugzakje met opgebouwde sociale zekerheidsrechten en inkomensgarantie. Wanneer de overstap naar een andere functie toch niet goed blijkt te zijn, telt voor een eventuele uitkering het oorspronkelijke inkomen.

3.2 Werken en zorgen
Slechts 4 procent van de tweeverdieners blijkt een min of meer gelijke taakverdeling te kennen. Van de werkende moeders met kinderen onder de twaalf jaar bereikt 80 procent geen economische zelfstandigheid. De arbeidsparticipatie onder hoogopgeleide vrouwen neemt nog steeds toe, maar stagneert onder laagopgeleide moeders. Als er kinderen geboren worden, gaan vrouwen vaak minder werken, hun mannen juist meer.
Zorgen en werken is in Nederland nog steeds moeilijk te combineren. Voor velen is het een kwestie van permanent kunst- en vliegwerk, met alle stress van dien. Onze samenleving is nog te veel ingericht op basis van het idee dat kostwinners naar hun werk gaan en dat de thuisblijvende vrouwen alle andere bezigheden verzorgen. Dat wringt. Te vaak zien mensen geen andere weg dan zich bij de hardnekkigheid van dat traditionele denken neer te leggen. GroenLinks vindt dat niet de mensen zich moeten aanpassen aan de oude gewoonten, maar dat de oude gewoonten zich moeten aanpassen aan de nieuwe aspiraties van mensen. Dat betekent dat mensen de mogelijkheden moeten krijgen om voor zichzelf een goede balans tussen arbeid, zorg en vrije tijd te vinden. Dat kan ondermeer door deeltijdwerk goed te belonen en fiscaal te stimuleren, en een scala aan betaalbare zorgvoorzieningen te bieden. Daar is nog een wereld te winnen.

Recht op zorgen


Maar net zo belangrijk is dat nu eindelijk eens goed geregeld wordt dat mensen, als het nodig is, ook echt voor elkaar kunnen zorgen. Als je partner, vader, moeder of andere dierbare zorg behoeft, moet je kunnen kiezen of je die zorg zelf op je neemt of uitbesteedt. Voor een dergelijke keuze ben je nu nog afhankelijk van de toestemming van je werkgever, de uitkeringsinstantie, de wachtlijsten. Wat in één sector kan, is in de andere CAO onmogelijk, om nog maar te zwijgen over de honderdduizenden werknemers die niet onder een CAO vallen en daardoor afhankelijk zijn van de welwillendheid van individuele werkgevers.

GroenLinks wil af van dat geschipper. Zorg geven is een recht, en een volksverzekering voor langdurig zorgverlof moet dit recht voor iedereen in de praktijk ook inhoud geven. Vrijwel iedereen krijgt op enig moment in zijn leven te maken met situaties waarin een klemmend beroep op hem/haar wordt gedaan om zorg te bieden. Het is een kwestie van solidariteit om dat ook mogelijk te maken door een collectieve regeling, waaraan iedereen naar draagkracht betaalt.


Kinderopvang

De afgelopen jaren zijn er heel wat extra kinderopvangvoorzieningen bijgekomen. Maar de wachtlijsten bleven lang – het aanbod loopt ver achter op de vraag. Tegelijkertijd is de realisering en financiering steeds meer op het bordje beland van de sociale partners; kinderopvang is onderdeel geworden van de CAO-onderhandelingen. Dat is geen goede ontwikkeling. Kinderopvang wordt hierdoor te sterk afhankelijk van welwillendheid van werkgevers, terwijl kinderopvang een basisvoorziening hoort te zijn.


Tussenschoolse en naschoolse opvang

Dagelijks blijven 750.000 kinderen tussen de middag over op school. Ouders betalen dat zelf. Voor lagere inkomensgroepen is dat vaak een probleem. De kwaliteit van de tussenschoolse opvang is zeer wisselend. Als de begeleiding gebrekkig is, dan staat het overblijfuur garant voor pestgedrag. Met de naschoolse opvang is het vaak nog treuriger gesteld. Op scholen wordt het, bij gebrek aan vrijwilligers, nauwelijks aangeboden. En als naschoolse opvang commercieel wordt aangeboden, is het slechts voor de hogere inkomens op te brengen.

GroenLinks pleit voor een keten van voorzieningen waar kinderen van acht tot acht terechtkunnen. Het gaat er niet om kinderen vijf dagen lang 12 uur per dag op te vangen. Dat wil niemand. Wel dat er een betrouwbare en betaalbare infrastructuur komt waar ouders en kinderen op kunnen rekenen als men de zorg voor kinderen niet zelf heeft. Een combinatie van sport, huiswerkbegeleiding, creatief bezig zijn – het zou gekoppeld kunnen worden aan de school, maar ook aan een wijkcentrum en waarom niet aan een bejaardenhuis?


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   23

  • Recht op zorgen

  • Dovnload 0.64 Mb.