Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Betreft: informatiebrief over uitfaseren pensioen in eigen beheer1

Dovnload 25.6 Kb.

Betreft: informatiebrief over uitfaseren pensioen in eigen beheer1



Datum05.12.2018
Grootte25.6 Kb.

Dovnload 25.6 Kb.

Naam


Adres

Postcode + plaats


Ref.: 


Plaats, datum

Betreft: informatiebrief over uitfaseren pensioen in eigen beheer1

Geachte heer en mevrouw ……….,


U heeft in uw besloten vennootschap pensioen in eigen beheer (hierna: PEB) opgebouwd. Met ingang van 1 april 2017 wijzigen de regels voor het PEB. Deze brief is bedoeld om u te informeren over deze wijzigingen. U zult namelijk een keuze moeten maken. In het onderstaande zullen wij allereerst in hoofdlijnen toelichten wat er verandert. Vervolgens zullen wij aangeven wat het gevolg is van iedere keuze die u kunt maken. Tot slot zullen wij aangeven wat er noodzakelijk is om een keuze te maken.

1. Wijzigingen per 1 april 2017


Met ingang van 1 april 2017 zal het pensioen in eigen beheer uitgefaseerd worden. Eenvoudig gezegd wijzigt het volgende. De opbouw van pensioen bij de eigen BV over toekomstige dienstjaren mag met ingang van 2017 niet meer. U krijgt de keuze om:

  1. niets te doen. In feite wordt dan gekozen voor behoud van het pensioenregime. U blijft het recht op uitkering van een levenslang pensioen behouden en de BV is gebonden aan complexe regels voor de reservering en uitvoering daarvan;

  2. de pensioenvoorziening om te vormen in een eenvoudige spaarpot voor de oude dag. Deze spaarpot mag bij een bank of verzekeraar worden afgestort voor een lijfrente. Maar de BV mag de spaarpot ook zelf gaan uitkeren. Dit moet uiterlijk bij het bereiken van de AOW leeftijd gebeuren en de uitkering moet dan in 20 jaar plaatsvinden.

de pensioenvoorziening af te kopen tegen een lager belastingtarief dan normaliter.

2. Keuze tussen Oudedagsverplichting (ODV) of afkoop

2.1 Overzicht keuzemogelijkheden


U heeft dus drie mogelijkheden:

  1. doorgaan met het pensioen tot u tot nu toe heeft opgebouwd (PEB);

  2. overstappen op de meer eenvoudige oudedagsverplichting (ODV) of;

  3. afrekenen en uw pensioengeld naar privé halen (afkoop).

Doorgaan met PEB is vaak niet aantrekkelijk vanwege de complexiteit en de relatief hoge jaarlijkse kosten. In feite betekent dit dat u kunt kiezen tussen de ODV of afkoop.
Voor het maken van deze keuze is een overgangsperiode van drie jaar ingesteld. De keuze voor de ODV of afkoop moet voor 2020 gemaakt worden. Echter, een snelle keuze wordt beloond. Tussen 1 april 2017 en 31 december 2017 betaalt u namelijk maximaal 34,06% belasting over de afkoop, terwijl dat in 2018 al 39% en in 2019 zelfs 41,86% is.
Conclusie:

In feite moet u een keuze maken tussen de ODV of afkoop. Dat mag u doen in 2017, 2018 of 2019. Omdat afkoop in 2017 aantrekkelijker is dan afkoop in 2018 of 2019 raden wij u aan om de keuze toch al in 2017 te maken. Deze keuze is mogelijk vanaf 1 april 2017.



2.2 Oudedagsverplichting (ODV)


Wellicht is bij u bekend dat er complexe (fiscale) regels zijn voor de waardering van een pensioenvoorziening in eigen beheer. Bij het bepalen van de voorziening wordt rekening gehouden met de levensverwachting. Immers, een pensioenuitkering is levenslang. De BV moet de toekomstige pensioenverplichting om fiscale redenen lager waarderen dan verzekeraars dat doen. In werkelijkheid is de verplichting dus groter dan de fiscale voorziening doet vermoeden. Dit legt vaak ongemerkt een fors beslag op het eigen vermogen van uw BV, waardoor in veel gevallen een dividenduitkering niet meer mogelijk is.
De overstap van een pensioenverplichting naar een ODV is een sterke vereenvoudiging. De fiscale pensioenvoorziening wordt omgevormd in een spaarpot bij de BV.2 Die spaarpot wordt jaarlijks verhoogd met de marktrente. En uiterlijk bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd moeten er uitkeringen op gang komen. Deze uitkeringen zijn belast, net zoals pensioenuitkeringen dat zijn.
De BV mag de uitkeringen zelf doen. In dat geval wordt de spaarpot in 20 jaar aan u uitgekeerd. Het eerste jaar 1/20e deel, het tweede jaar 1/19e deel, het derde jaar 1/18e deel, enzovoorts. Als u eerder komt te overlijden, dan worden de resterende termijnen aan uw erfgenamen uitgekeerd. Hierdoor is er geen complexe berekening meer nodig. Dit is een voordeel van de ODV, het is eenvoudig.
De keerzijde is dat de uitkeringen uit een ODV lager kunnen zijn dan de uitkeringen uit een pensioenvoorziening. Dat nadeel is echter betrekkelijk. De omvorming van een pensioenvoor-ziening in een ODV heeft namelijk geen gevolgen voor het saldo op de bankrekening van de BV. De beschikbare pot geld blijft gelijk, zodat de lagere uitkeringen uit een ODV eventueel aangevuld kunnen worden met dividenduitkeringen. Dit kan ook fiscaal aantrekkelijker zijn dan een hogere pensioenuitkering.
Conclusie:

De ODV is zeer eenvoudig. U heeft de keuze om de spaarpot bij de BV te laten, maar banksparen is ook mogelijk (lijfrente). In dat geval kunt u eventueel de BV opheffen. De uitkering zal altijd lager zijn dan bij voortzetting van het pensioenregime, maar het wordt eenvoudiger om uw inkomsten aan te vullen met dividend.


2.3 Afkoopregeling


Afkoop van het pensioen betekent dat de pensioenpot ineens aan u wordt uitgekeerd en dat de BV wordt bevrijd van haar verplichting jegens u. U ontvangt dan een afkoopsom van de BV en met die afkoopsom kunt u doen en laten wat u wilt. U kunt een eventuele schuld bij de BV aflossen, u kunt het vermogen in privé aanhouden (box 3) of juist uitgeven, of u heeft de mogelijkheid om het geld (om fiscale redenen) weer als kapitaal terug te storten in uw BV. Uiteraard bestaat ook de mogelijkheid om de BV op te heffen als dat uw voorkeur heeft.3
Normaliter wordt afkoop van een pensioenvoorziening zwaar belast. Er is maximaal 52% inkomstenbelasting verschuldigd en bovendien wordt er 20% revisierente geheven. Dit is een soort boete. De maximale heffing over afkoop van pensioen is derhalve 72%.
In 2017 (tussen 1 april en 31 december), 2018 en 2019 mag het pensioen in eigen beheer tegen de fiscale waarde worden afgekocht zonder boete. Bovendien wordt een deel van de afkoopsom vrijgesteld. De BV keert de netto-afkoopsom uit en draagt de verschuldigde loonheffing af aan de Belastingdienst. Om anticipatie effecten te voorkomen is de vrijstelling alleen van toepassing op de stand van de fiscale pensioenvoorziening per eind 2015. Door deze vrijstelling is er in feite sprake van een tijdelijk lager belastingtarief op de afkoopsom, zodat het grootste deel van de afkoopsom:

  • in 2017 wordt belast tegen maximaal 34,06%;

  • in 2018 wordt belast tegen maximaal 39,00%;

  • in 2019 wordt belast tegen maximaal 41,86%.


Conclusie:

Vanuit fiscaal oogpunt is afkoop van de pensioenvoorziening dus het meest aantrekkelijk in 2017 (na 1 april). De loonheffing blijft dan beperkt tot maximaal 34,06%. De netto afkoopsom is vrij besteedbaar vermogen. De keerzijde van deze flexibiliteit is dat uw oudedagsvoorziening wegvalt.



2.4 Keuze tussen ODV of afkoop


Bij het maken van een keuze tussen de ODV of afkoop van de oudedagsvoorziening spelen diverse factoren een rol. In financiële zin is de ODV in veel gevallen aantrekkelijker dan afkoop. Zelfs als afkoop in 2017 zou plaatsvinden tegen maximaal 34,06%. De toekomst is niet te voorspellen, maar op dit moment is een pensioenuitkering belast tegen ongeveer 28,5% als het inkomen lager is dan circa € 19.500 en 34% tot aan circa € 33.000. Door te kiezen voor afkoop in plaats van een ODV bestaat de kans dat er meer belasting is verschuldigd, dat deze belasting eerder is verschuldigd en dat de netto afkoopsom bovendien jaarlijks als vermogen wordt belast. Er zijn echter ook gevallen waarin juist een afkoop aantrekkelijker is, bijvoorbeeld als u een hoge schuld aan uw BV heeft. Tot slot kunnen ook andere motieven een rol spelen, bijvoorbeeld de sterke wens om de BV op te heffen.
Conclusie:

De keuze voor afkoop of ODV is afhankelijk van veel factoren. Wij hebben uw concrete situatie nog niet beoordeeld. Zonder overleg met u is dat immers niet mogelijk. Wij nodigen u daarom graag uit voor een gesprek over deze keuze.



3. Noodzakelijk voor keuze


Het is noodzakelijk om de Belastingdienst te informeren over uw keuze voor de ODV of de afkoopvariant. Binnen één maand na omzetting of afkoop dient er een formulier ingezonden te worden waarmee informatie wordt verstrekt over de omzetting in een ODV of de afkoop. Zonder dit formulier wordt de wijziging van de pensioenrechten aangemerkt als een reguliere afkoop (heffing 72%). Ook uw partner moet dit formulier ondertekenen. Dat is noodzakelijk omdat niet alleen u, maar ook uw partner rechten prijsgeeft.
Waar doet u afstand van: Zowel bij omzetting van uw pensioen in een ODV als bij afkoop van het pensioen doet u afstand van het recht op een levenslang ouderdomspensioen.
Waar doet uw partner afstand van: Uw partner heeft meestal recht op een nabestaandenpen-sioen als u komt te overlijden.

Uw partner heeft bij echtscheiding bovendien recht op de helft van uw ouderdomspensioen als dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.


U krijgt in ruil voor het levenslang ouderdomspensioen een hoger vermogen, zowel bij afkoop als bij omzetting in ODV. De aandelen van uw BV stijgen immers in waarde. Bovendien heeft u bij omzetting in een ODV een toekomstige aanspraak op uitkeringen en ontvangt u bij afkoop de afkoopsom. Het is afhankelijk van uw huwelijkse situatie of uw partner hier wel of niet in meedeelt. Indien uw partner hier niet of onvoldoende in meedeelt, dan dient de partner gecompenseerd te worden. Het is mogelijk om af te spreken dat die compensatie pas definitief wordt berekend als het daadwerkelijk tot een echtscheiding (of overlijden) komt.
De Belastingdienst wil nagaan of partners daadwerkelijk afspreken dat compensatie plaats zal vinden. Dit voor het geval het huwelijk ooit mocht eindigen door echtscheiding. Vandaar dat de partner het informatieformulier mede moet ondertekenen. Als de partner dit weigert, dan blijft er nog maar één keuze over. Namelijk niets doen, zodat het pensioen dat tot nu toe is opgebouwd in stand blijft.
Conclusie:

Zowel in de situatie van afkoop als omzetting naar ODV is een akkoord van de partner vereist. De Belastingdienst wil controleren of de partner gecompenseerd wordt voor het inleveren van het recht op nabestaandenpensioen en het recht op pensioenverevening bij echtscheiding.

Wij verzoeken u vriendelijk om contact met ons op te nemen naar aanleiding van het bovenstaande.

In afwachting van uw reactie, tekenen wij,



Met vriendelijke groet,

1 Deze voorbeeldbrief is bedoeld voor situaties waarin het pensioen reeds premievrij is gemaakt, waarbij er geen pensioen extern verzekerd is en waarin de DGA een partner heeft (niet gescheiden en geen ex-partners). De brief is bewust zo eenvoudig mogelijk gehouden, om te voorkomen dat cliënten overspoeld worden met informatie. Zo is de gehele stap van afstempeling van het pensioen niet opgenomen, omdat dit voor de afweging ODV of afkoop minder relevant is.

2 Het is ook mogelijk om de spaarpot over te dragen aan een bank of verzekeraar voor een lijfrenteproduct. Dat mag uiterlijk tot 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd. Maar het mag ook direct na omvorming tot ODV, als u bijvoorbeeld de BV zou willen opheffen. Let wel, opheffen van uw BV kan betekenen dat u 25% inkomstenbelasting wordt verschuldigd over het vermogen dat in de BV is opgebouwd.

3 Een waarschuwing daarbij: opheffen van uw BV kan betekenen dat u 25% inkomstenbelasting wordt verschuldigd over het vermogen dat in de BV is opgebouwd.

  • 1. Wijzigingen per 1 april 2017
  • 2. Keuze tussen Oudedagsverplichting (ODV) of afkoop
  • 2.2 Oudedagsverplichting (ODV)
  • 2.3 Afkoopregeling
  • 2.4 Keuze tussen ODV of afkoop
  • 3. Noodzakelijk voor keuze

  • Dovnload 25.6 Kb.