Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijgewerkt t/m nr. 5 (NvV d d. 4 december 2013)

Dovnload 187.29 Kb.

Bijgewerkt t/m nr. 5 (NvV d d. 4 december 2013)



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte187.29 Kb.

Dovnload 187.29 Kb.
1   2   3

Artikel 3.16
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2027 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 570 en worden de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 3.17
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2028 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 565 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 3.18
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2029 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 560 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 3.19
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2030 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 545 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 3.20
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2031 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 505 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 3.21
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2032 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.
Artikel 3.22
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2033 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.
Artikel 3.23
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2034 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.

Artikel 3.24
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2035 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 3.25
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2036 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 3.26
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2037 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 3.27
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2038 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 3.28
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2039 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,3%-punt.
Artikel 3.29
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2040 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.
Artikel 3.30
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2041 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.
Artikel 3.31
In de Wet inkomstenbelasting 2001 worden met ingang van 1 januari 2042 in de in artikel 2.10, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 2.10a, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.
Artikel 3.32
In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2044 na artikel 10a.11 een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 10a.12 Overgangsrecht startersleningen
Voor leningen als bedoeld in artikel 10bis.1, tweede lid, onderdeel f, zoals dat luidde op 31 december 2043, blijft hoofdstuk 10bis, zoals dat luidde op 31 december 2043, van toepassing.
Artikel 3.33
In de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt artikel 10a.12 met ingang van 1 januari 2047.

HOOFDSTUK 4. WIJZIGINGEN IN DE INVOERINGSWET WET INKOMSTENBELASTING 2001
Artikel 4.1
In de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 wordt in hoofdstuk 2, artikel I, onderdeel AKb, “artikel 10bis.10, tweede lid” vervangen door: artikel 10bis.10, eerste lid.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGEN IN DE WET OP DE LOONBELASTING 1964
Artikel 5.1
De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:
1. In de in het eerste lid opgenomen tabel wordt het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 540.
2. In het tweede lid wordt “artikel 2.10” vervangen door: artikel 2.10, eerste lid,.
B
Artikel 20b wordt als volgt gewijzigd:
1. In de in het eerste lid opgenomen tabel wordt het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 540.
2. In het tweede lid wordt “artikel 2.10a” vervangen door: artikel 2.10a, eerste lid,.
Artikel 5.2
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2015 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 540.
Artikel 5.3
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2016 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 540.
Artikel 5.4
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2017 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 540.
Artikel 5.5
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2018 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 580 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.6
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2019 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 580 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.7
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2020 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 580 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.8
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2021 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 580 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.9
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2022 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 575 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.10
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2023 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 575 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.11
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2024 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 575 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.12
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2025 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 575 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.13
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2026 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 570 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,05%-punt.
Artikel 5.14
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2027 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 570 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 5.15
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2028 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 565 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 5.16
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2029 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 560 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 5.17
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2030 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 545 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 5.18
In de Wet op de loonbelasting 1964 wordt met ingang van 1 januari 2031 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel het in de eerste en tweede kolom laatstvermelde bedrag verhoogd met € 505 en worden de in de laatste kolom van die tabel als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,1%-punt.
Artikel 5.19
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2032 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.
Artikel 5.20
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2033 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.
Artikel 5.21
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2034 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,15%-punt.
Artikel 5.22
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2035 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 5.23
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2036 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 5.24
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2037 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 5.25
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2038 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,2%-punt.
Artikel 5.26
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2039 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede, derde en vierde vermelde percentages verlaagd met 0,3%-punt.
Artikel 5.27
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2040 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.
Artikel 5.28
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2041 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.
Artikel 5.29
In de Wet op de loonbelasting 1964 worden met ingang van 1 januari 2042 in de in artikel 20a, eerste lid, opgenomen tabel en in de in artikel 20b, eerste lid, opgenomen tabel de in de laatste kolom als tweede en derde vermelde percentages verlaagd met 0,5%-punt.

HOOFDSTUK 6 WIJZIGINGEN IN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN
Artikel 6.1
In de Wet financiering sociale verzekeringen wordt in artikel 8, derde lid “artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001” vervangen door “artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001” en wordt “artikel 2.10a van de Wet inkomstenbelasting 2001” vervangen door: artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

HOOFDSTUK 7 WIJZIGINGEN IN DE WET BEVORDERING EIGENWONINGBEZIT
Artikel 7.1
In de Wet bevordering eigenwoningbezit wordt in artikel 27, eerste lid, onderdelen a tot en met d, “artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001” vervangen door: artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.

HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN
Artikel 8.1
Indien artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt toegepast, worden met overeenkomstige toepassing van dat artikel bij ministeriële regeling gewijzigd:

a. bij het begin van het kalenderjaar 2015: de in de artikelen 3.5 tot en met 3.20 en de artikelen 5.3 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

b. bij het begin van het kalenderjaar 2016: de in de artikelen 3.6 tot en met 3.20 en de artikelen 5.4 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

c. bij het begin van het kalenderjaar 2017: de in de artikelen 3.7 tot en met 3.20 en de artikelen 5.5 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

d. bij het begin van het kalenderjaar 2018: de in de artikelen 3.8 tot en met 3.20 en de artikelen 5.6 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

e. bij het begin van het kalenderjaar 2019: de in de artikelen 3.9 tot en met 3.20 en de artikelen 5.7 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

f. bij het begin van het kalenderjaar 2020: de in de artikelen 3.10 tot en met 3.20 en de artikelen 5.8 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

g. bij het begin van het kalenderjaar 2021: de in de artikelen 3.11 tot en met 3.20 en de artikelen 5.9 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

h. bij het begin van het kalenderjaar 2022: de in de artikelen 3.12 tot en met 3.20 en de artikelen 5.10 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

i. bij het begin van het kalenderjaar 2023: de in de artikelen 3.13 tot en met 3.20 en de artikelen 5.11 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

j. bij het begin van het kalenderjaar 2024: de in de artikelen 3.14 tot en met 3.20 en de artikelen 5.12 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

k. bij het begin van het kalenderjaar 2025: de in de artikelen 3.15 tot en met 3.20 en de artikelen 5.13 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

l. bij het begin van het kalenderjaar 2026: de in de artikelen 3.16 tot en met 3.20 en de artikelen 5.14 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

m. bij het begin van het kalenderjaar 2027: de in de artikelen 3.17 tot en met 3.20 en de artikelen 5.15 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

n. bij het begin van het kalenderjaar 2028: de in de artikelen 3.18 tot en met 3.20 en de artikelen 5.16 tot en met 5.18 vermelde bedragen;

o. bij het begin van het kalenderjaar 2029: de in de artikelen 3.19, 3.20, 5.17 en 5.18 vermelde bedragen;

p. bij het begin van het kalenderjaar 2030: het in de artikelen 3.20 en 5.18 vermelde bedrag.
Artikel 8.2
Na toepassing van de artikelen 3.2, 3.4 tot en met 3.31 of 5.1 tot en met 5.29 worden de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij ministeriële regeling gewijzigd in de bedragen die na toepassing van die artikelen voortvloeien uit de aan het begin van de betreffende jaren in de kolommen I en II van die tabel vermelde bedragen en de in kolom IV van die tabel vermelde percentages. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 2.10a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 en op de bedragen in kolom III van de tabel in artikel 20b, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 8.2a
Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van hoofdstuk 1 van deze wet in de praktijk.
Artikel 8.3
1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2014, met dien verstande dat:

a. de artikelen 3.1 en 4.1 terugwerken tot en met 1 januari 2013;

b. artikel 3.1, onderdeel A, eerst toepassing vindt nadat artikel I van het Belastingplan 2014 en artikel I van Overige fiscale maatregelen 2014 zijn toegepast;

c. artikel 3.2, onderdeel A, eerst toepassing vindt nadat artikel I van het Belastingplan 2014 is toegepast.

2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 3.3 in werking op het tijdstip waarop, nadat het bij koninklijke boodschap van 14 mei 2013 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten (Wijzigingswet financiële markten 2014) (Kamerstukken 33 632) tot wet is verheven, die wet in werking treedt.
Artikel 8.4
Deze wet wordt aangehaald als: Wet maatregelen woningmarkt 2014 II.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.


Gegeven

De Minister voor Wonen en Rijksdienst



De Staatssecretaris van Financiën


1   2   3

  • Artikel 3.32 In de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt met ingang van 1 januari 2044 na artikel 10a.11 een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 10a.12 Overgangsrecht startersleningen
  • Artikel 3.33 In de Wet inkomstenbelasting 2001 vervalt artikel 10a.12 met ingang van 1 januari 2047. HOOFDSTUK 4. WIJZIGINGEN IN DE INVOERINGSWET WET INKOMSTENBELASTING 2001
  • HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGEN IN DE WET OP DE LOONBELASTING 1964 Artikel 5.1
  • HOOFDSTUK 6 WIJZIGINGEN IN DE WET FINANCIERING SOCIALE VERZEKERINGEN Artikel 6.1
  • HOOFDSTUK 7 WIJZIGINGEN IN DE WET BEVORDERING EIGENWONINGBEZIT Artikel 7.1
  • HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN Artikel 8.1

  • Dovnload 187.29 Kb.