Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage 2: opdrachtomschrijving sint-romboutstoren – ontsluiting en invulling

Dovnload 38.85 Kb.

Bijlage 2: opdrachtomschrijving sint-romboutstoren – ontsluiting en invulling



Datum05.12.2018
Grootte38.85 Kb.

Dovnload 38.85 Kb.

Bijlage 2:

OPDRACHTOMSCHRIJVING SINT-ROMBOUTSTOREN – ontsluiting en invulling
Inhoudelijke aandachtspunten
Het inhoudelijke verhaal is gebaseerd op een klassiek torenverhaal (bouwgeschiedenis, geschiedenis van de beiaard), maar wil toch zoveel mogelijk linken leggen met de (hedendaagse) stad Mechelen. Het is een gedachtenoefening die verder dient ontwikkeld te worden. Niet alles wat in deze nota behandeld wordt, moet in de uiteindelijke presentatie opgenomen worden. Het staat de ontwerpers vrij om de elementen in deze bijlage vrij te verwerken in functie van hun concept.

1449 (?) start funderingswerken toren: slechts 2,5 m diep (varianten 2,8 m, 3 m en 3,5 m volgens andere peilingen) en een uitsprong van 46 cm ; overlevering van bouw op ossenvellen

ter vergelijking: de Brugse belfortoren zou op een fundering van 9,8 m diep staan en de Sint-Lievensmonstertoren
op 1 februari 1451 verleende paus Nicolaas V een aflaat aan Mechelen (die jubelaflaat was eerst geldig gedurende 4 maanden, snel werd dit met 2 maanden verlengd) (bul Inter Cunctas en bul Pastores aeterni) ; de giften van de pelgrims die naar Mechelen kwamen om de aflaat te verkrijgen, droegen bij tot het bekostigen van de bouw van de toren. De regels voor het verkrijgen van de aflaat waren nauwgezet bepaald in de bul: nadat men gebiecht had, moest men, gedurende 15 dagen (voor de Mechelaars) / gedurende 8 dagen (voor vreemdelingen), minstens eenmaal per dag de zeven kerken van Mechelen bezoeken en er telkens een aalmoes schenken. De helft van die opbrengsten waren voor de H.Stoel de andere helft moest gebruikt worden voor de bouw, het herstel en het behoud van de zeven Mechelse kerken. In een brief van 16 november 1451 maakte Filips de Goede dit nog eens nadrukkelijk duidelijk aan de Mechelse stadsmagistratuur.
op 1 april verleende paus Nicolaas V een nieuwe aflaat, ditmaal enkel aan de Sint-Romboutskerk en de opbrengsten waren uitsluiend voor Sint-Rombouts bestemd. De daaropvolgende jaren zullen er telkens nieuwe aflaten verleend worden.

aanvankelijk brachten de aflaten voldoende geld op, maar naar het einde van de jaren 1450 minderden de inkomsten sterk =» stad betaald stenen (1458-1459) + schenking lakenmakersambacht in 1460 van 2 ponden groten Brabants “tot Sine Rombouts nieuwen torre”. Op 22 mei 1478 verplicht het stadsbestuur de dat visverkopers van buiten Mechelen die in de stad vis verkochten een bijdrage moesten leveren voor de torenbouw = torengeld. Ook nieuwe burgers en nieuwe meesters die opgenomen werden in een ambacht moesten torengeld betalen. Mechelse wijnhandelaars en caféhouders dienden op elke “aeme” wijn een bijdrage te betalen “genoemt Toren-gelt, om daer mede op te metsen ende onderhouden de Torens van S.Rombouts en te Onser Lieve Vrouwe Kercken”.


22 mei 1452: eerste steenlegging

Communiemeester Jan Van Muysen plaatste in naam en ter ere van de stad twee gulden onder die steen. In 1883 werd bij herstellingswerken een doosje met twee gulden gevonden onder de eerste trede van de zuidelijke wenteltrap (waarschijnlijk die van de eerstesteenlegging).


Afbraak oude Sint-Romboutstoren gebeurde pas in 1481-1482. Moen de grachtmaker werd betaald voor het afnemen van het dak toen de toren werd afgebroken. Gielis Boydens voerde schalies en houten constructie naar de Sint-Janskerk, waar het dak herbouwd werd op de nieuwe Sint-Janstoren. Mechelse stadsbestuur had dit materiaal immers aan de Sint-Janskerk geschonken. Vermoedelijk werd de nieuwe toren rond de oude gebouwd, zodat die kon blijven functioneren als kerktoren (klokken, uurwerkman, uitkijk voor de torenwachters). Mogelijk lagen de bouwwerken stil tijdens de afbraak van de oude toren (rond 1482). Dit kan een verklaring zijn voor de verandering in stijl (gotiek was verder geëvolueerd en na de herneming van de werken werd een vernieuwde stijl gebruikt: sobere, archaïsche decoratie onderaan, meer en fijnere ornamenten bovenaan). Een gebrek aan financiële middelen kan ook aan de grondslag voor het opschorten van de werken gelegen hebben. Door de invoering van het torengeld zal men rond 1482 voldoende fondsen verzameld hebben om verder te bouwen.

In 1491-1492 zat men ter hoogte van de klokkenkamer.


Op 11 mei 1498 brand het op de toren waarbij de klokkenstoelen en de klokken volledig vernield werden.

oudste klokken: grote klok, werkklok, stormklok en diefklok (ze hebben “echte” namen, maar meestal worden ze met de vorige termen omschreven in de stadsrekeningen)


In 1513 werd het gewelf onder de toren (inkomportaal van de kerk) gesloten (cfr. opschrift dat toen aangebracht werd op boog aan de westzijde)
In 1527-1528 wordt het uurwerk op de toren geplaatst, m.a.w. op dat ogenblik zit men zeker ter hoogte van de uurwerkkamer.
werken zijn definitief gestaakt op een hoogte van 350 Mechelsen voet (97,30 m)

513 treden. Stadszichten van Mechelen van 1550 tonen de toren op zijn huidige hoogte, m.a.w. dan moet de bouw zeker stilliggen (wanneer precies gestopt werd is niet bekend). Oorzaak stopzetting bouw: financiële problemen + “problemen” met andersdenkenden (vanaf 1529). Volgens de overlvering werden de stenen die klaar lagen voor de spits door de Staatsen onder Willem van Oranje meegenomen om er de vesting Willemstad in Zeeland mee te bouwen.

Een van de stellingen dat de bouw gestaakt werd 1520 is moeilijk te rijmen met financiële problemen. Op dat ogenblik beleeft Mechelen immers gouden tijden onder Margareta van Oostenrijk. Misschien speelden er andere gebeurtenissen mee, nl. het instorten rond die tijd van diverse andere gelijkaardige torens (Bourges, 1506 ; Sevilla, 1511 ; Leiden, 1512 ; Haarlem, 1514). Zeer veel gotische torens werden in de 19e eeuw voltooid (Ulm, Keulen). De werken stopten vaak bij het voltooien van de onderbouw (Antwerpen heeft ook maar een van zijn twee torens).
geschiedenis van de wijzerplaten: op 29 december 2005 besliste het stadsbesuur om vier wijzerplaten te laten bevestigen aan de toren ; op 30 sept. 1706 werd die opdracht toevertrouwd aan Jacob Willmore ; een model opgehangen aan te toren stelde de stadsmagistraat teleur (te klein), daarom uitbreiding opdracht (grotere wijzerplaten) ; die werden geïnstalleerd ; uurwerk zwaar beschadigd tijdens WOI ; laatste restanten verwijderd in 1963 bij het begin van de restauratie van de toren
opm.: volgens Van Langendock is de kerkfabriek toch opdrachtgever voor de bouw van de toren (de Stad komt immers maar twee keer tussen in de bouwkosten) ; de stad is wel (financieel) verantwoordelijk voor de torenwachters en alle kosten verbonden aan de uitoefening van hun beroep.
berekening totaalgewicht van de toren (door stadsarchitect Ph. Van Boxmeer): 31.404.960 kg metselwerk ; met klokken en houtwerk en alles inbegrepen: 420.547.138 kg (berekening gemaakt door Ivo Verlaeckt in het kader van zijn thesis industrieel ingenieur bij De Naeyer) ; bij de voltooiing zou er volgens Van Boxmeer nog 8.382 ton bijgekomen zijn (indien spits uitgevoerd in beton zou dat volgens Verlaeckt beperkt zijn tot 3.440 ton)
indien voltooid, wordt geopperd dat het de hoogste gebouw van de wereld zou geweest zijn (in die tijd wel te verstaan)
beroemde torenbestijgers: Lodewijk XV (12 mei 1746 ; een (onleesbare) herdenkingssteen in de askelder herinnert aan dit bezoek ; Lodewijk XV kwam vanop de toren de opstelling van zijn legers buiten de stad inspecteren), Gustaaf III van Zweden (september 1780), Jacques-Louis David (2 november 1781), Victor Hugo (19 augustus 1837), koning Albert (25 augustus 1914 ; beklom de toren om dezelfde reden als Louis XV, nl. inspectie opstelling troepen in functie van de naderende Pruisische legers)
hoogtes van de verschillende niveaus:

kraankamer ligt op 27,40 m

smiskamer op 40,15 m

klokkenkamer op 55,35 m

uurwerkkamer op 66,25 m

beiaardkamer op 71,48 m

askelder op 85,11 m

platform op 90,71 m


verhaal van de Mechelse beiaard (geen verhaal vertellen over hoe een klok gegoten werd) ; wel is het interessant om een link te leggen met de Mechelse brosgieterij, die klokken gemaakt heeft voor de ganse Europese markt
op 26 september 1658 krijgt Gedeon Stroobanyt het werk toegewezen om een houten klokkenstoel te bouwen waarin zes klokken werden gehangen:

  1. Salvator: deze klok werd driemaal gegoten, een eerste maal in 1498 door de Mechelse bronsgieter Simon Waghevens ; de klok barstte tijdens de 1e helft van de 17e eeuw ; op 23 juli 1638 werd ze uit de toren gehaald en hergoten bij Mechelaar Peeter Van den Gheyn (voor de betaling van dit werk werd een gelinzameling gehouden onder de Mechelaars) ; op zondag 27 april 1828 barstte Salvator een tweede maal ; men poogde de klok te herstellen, maar zonder succes ; daarom was het nodig de klok opnieuw te hergieten (in 1844, deze maal bij Van Aerschodt in Leuven vermits er geen bronsgieterij meer bestond in Mechelen) ; gewicht van de klok: 8.146 kg

  2. Karel (een hulde aan Keizer Karel): ca. 6.000 kg

  3. Rombout: 4.235 kg

  4. Sint-Jan Berchmans of de Bevrijdingsklok: ca. 3.000 kg (klok werd in 1947 gegoten door Marcel Michiels jr. ter vervanging van de Mariaklok die hoger werd gehangen)

  5. Magdalena: 2.145 kg

  6. Libertus: 1.850 kg

opm.: hier kan een link gelegd worden tussen de naam van de klok en Mechelen
in 1674 werd de beiaard uitgebreid met 32 klokken, gegoten in amsterdam door Peter Hemony (27 hangen er nog in de toren)
het klavier van de historische beiaard dateert van 1945 en werd door de Mechelse bevolking geschonken aan Staf Nees ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum als stadsbeiaardier
De Mechelse (oude) beiaard stond bekend als een modelbeiaard omwille van de ideale hoogte van ophanging in een ideal toren met wijde galmgaten ; de afstand tussen de galmgaten en de klokken van ca. 3,5 m ; de regelmatige ophanging van de klokken in de juiste volgorde, waardoor een volkomen samenklank en klankverdeling langs de galmgaten werd bekomen ; een ideaal klavier met uiterst oordeelkundige en soepele verbindingen en een geperfectioneerd mechanisme (cfr. Staf Nees).
bouw nieuwe beiaard

in 1968 begint het verhaal: een brief van Piet Van den Broek, stadsbeiaardier, waarin de gebreken aan de oude beiaard worden opgesomd (naar aanleiding van restauratie toren ook grondige restauratie beiaard) ; vanaf 1972 wordt gevraagd een volledig nieuwe beiaard te plaatsen, omdat de oude beiaard zo versleten is dat een restauratie geen oplossing meer biedt ; de gemeenteraad van 7 september 1978 keurt de ganse operatie goed: verplaatsen van de oude klokken naar de klokkenkamer en installatie van een nieuwe beiaard ; op 4 juni 1981 worden de nieuwe klokken d.m.v. een reuzenkraan via het dak in de toren gehesen ; op 17 september 1981 had de plechtige inhuldiging van de nieuwe beiaard plaats in aanwezigheid van het Belgisch koningspaar en de aartsbisschop

in 1981 werd de oude beiaard lager geplaatst, op een nieuwe betonnen tussenvloer net boven de zware luidklokken (onder de uurwerkkamer)

de nieuwe beiaard werd gemaakt door de firma Eysbouts uit Asten (Nederland)



bekende beiaardiers: Jef Denyn, Staf Nees, Piet Van den Broek en Jo Haazen
in 1510 krijgt Vrancke Wauters de opdracht voor het maken van een uurwerk (geplaatst in 1527) (dit zou een ouder uurwerk vervangen hebben, mogelijk uit 1385) ; op 18 januari 1557 werd reeds een nieuw uurwerk, met kleine trommel met voorspel voor 18 klokjes, besteld bij Pieter Engels (geplaatst op 16 november 1560 door Jan Engels, Pieters zoon of broer)
ideeën voor de (interactieve) presentatie:

  • omgekeerde “tijdsmachine” (vertrekkende in het heden en terugkeren tot de dag van de eerste steenlegging) o.a. aan de hand van andere spraakmakende bouwprojecten (Huis van de Mechelaar, Nekkerhal, watertoren, Gasthuis, Dossinkazerne, ’t Schipke, Hanswijkkerk, Hof van Busleyden, …)

  • werken met het gegeven dat het ooit het hoogste gebouw ter wereld had kunnen zijn en vergelijken met hedendaagse torens

  • interactieve torendatabank: iedereen kan thuis een foto (met enkele praktische gegevens zoals plaats, hoogte, bouwjaar) op een website plaatsen ; de verzamelde gegevens komen in een databank zodat bezoekers aan de Sint-Romboutstoren op zoek kunnen gaan naar een toren uit hun buurt en hem vergelijken met onze toren

  • permanente (web)link met torens uit de andere Vlaamse kunststeden (Antwerpen, Brugge, Gent en Leuven)

  • opstelling rond het Unesco-werelderfgoed waartoe de Sint-Romboutstoren behoort (net als de aanzet tot belforttoren in het huidige stadhuis, het Begijnhof en de reuzen uit de Mechelse Ommegang)

  • de Sint-Romboutstoren als symbool voor Mechelen (mag niet te simplistisch uitgewerkt worden!!!)

  • ontwerp je eigen torenspits (alles wat er over die spits gezegd en geschreven is, berust immers op speculatie en veronderstellingen)

  • ontwerp je eigen merkteken (zie tabel)

  • spelen met het idee van de tijd die men nodig heeft om de toren te beklimmen (tijd die de geoefende beiaardiers erover doen, de sneltreintijd van het Nederlands Himalayateam)

  • opstelling om de werking van de houdten loopkraan uit te leggen (principe katrol, aantal omwentelingen – hoe snel kon een last omhoog gehesen worden ,…) ; verwijzen naar een tweede gelijkaadige kraan die in de beiaardkamer heeft gestaan ; vergelijking maken met verdwenen Kraan aan de Kraanbrug

  • “geluidloos” beiaardklavier (enkel de bespeler en eventueel de directe omgeving hoort de “zwevende” beiaardklanken)

  • vergelijkingen maken tussen het gewicht van de klokken of het totale gewicht van de toren en moderne voorwerpen (vliegtuigen, treinen, auto, wasmachine, …)

  • iedereen kan zelf een melodie componeren voor de rammel (pinnetjes in een trommel steken en laten afspelen)

  • opstelling i.v.m. stabiliteit (uitleggen van het nut van de 36 ijzeren ankers en trekkers die in 1837 aangebracht werden om verdere uitbolling of uitzetting van de toren te voorkomen)

  • opstelling i.v.m. het panoramische uitzicht dat men heeft over de ruime omgeving (bij goed weer van de bollen van het Atomium tot de O.L.V.-toren van Antwerpen en de kerncentrale van Doel)

  • spelen met teksten waarin de lof van de Sint-Romboutstoren bezongen wordt

    • Daar rijst voor mijn oog, in ’t verre land
      Een reus van graniet, op de Dijlekant
      Hij steekt er vol trotsheid zijn ruigen kop
      omhoog met een krone van eeuwen d’r op
      Hij schijnt er een schildwacht die overbleef
      te log en te loom en tot steen versteef
      en immer nog roerloos, moede en mat
      doch trouwevast waakt op zijn bisschopsstad
      Nu dreunend dan suizende galmt zijn lied
      Zijn weerga en vindt gij in Vlaanderen niet
      (J. Muyledermans, Oorlogsrijmen)

    • Het schoonste punt der aarde is de Grote Markt te Mechelen, als de schemering gulden achter dien sublieme titan staat
      (Felix Timmermans)

    • ’t Eerste dat ge nodig hebt voor een goede beiaard, dat is een toren. Best een toren lijk die van Mechelen, geen flauw pitsig spitsje van een toren lijk die van Antwerpen, maar zo een machtige schoft lijk een zwaar, hoog man met brede schouders die door de avond naar huis gaat
      (E.P. Fleeraeckers, Opinies van Proke Plebs)

    • Noordwaarts ligt Mechelen, en daar rijst onze reuzetoren waarin Vlaanderens hrtstocht, zijn torenbouwers, zijn hoogtepunt bereikt. Heeft men in Mechelen, waar men ook staat, de toren van ed kathedraal in ’t oog gevat, dan verdwijnen huizen en straten en de kathedraal zelf. De toren staat zo machtig in de ruimte, dat hij ze heel beheerst. Hij is zo gevaartig en zo rijzig, zo naakt met alle zwaartekracht, een omhoogwillen en streven. Deze toren “torent”, hij rijst, hij doet niets anders: massa’s stapelen op massa’s, al zijn lijnen in de hoogte uittrekken, ze immer hoger in immer opnieuw spannen opbeuren en uitlopen, immer opnieuw rijzen en reiken, krachtbundels opstuwen en onverminded bewaren (enz., enz.).
      (Cyriel verschaeve, Vlaenderen, dagh en nacht denc ik aen U, 1944.)

    • This is the most important singing tower in carillon art and many think it is the most imposing in the world
      (William Gorham Rice, ‘Singing towers of Holland an d Belgium’, The National Geographic Magazine, 1925.)

    • Cette tour de Saint-Rombaut
      Se dressant dans la plaine flamande
      Comme un flambeau!

      La tour de Saint-Rombaut […] règne sur l’immense pays plat du petit Brabant.
      (Emiel Verhaeren, Toute la Flandre)

    • La tour terrifié, j’y suis monté. Trois cent soixante-dix-sept pieds de haut, cinq cent cinquante-quatres marches! Presque le double des tours de Notre-Dame. Cette oeuvre monstrueuse est inachevée. Elle devait être surmontée d’une flèche […], ce qui lui eût fait passer de plus de cent pieds la grande pyramide de Giséh.
      (Victor Hugo, Les rayons et les ombres)

    • De Sint-Romboutstoren is het achtste wereldwonder
      Vauban

    • Ik hou van Mechelen om haar toren […]. Haar toren, het is geen toren. Hij fonteint niet op, lijk die van Antwerpen, hij hangt den dandy of nieuwen rijke niet uit, lijkdie van Brussel, hij schreit niet lijk die van Brugge, maar hij staat daar, lijk een rots, uit graniet gehouwen. Hij staat daar, onroerbaar, onwrikbaar, groot en zwaar. Hij zegt: “Wees man!”
      (Robert van Passen, Het gelaat der Vlaamsche steden)


Bibliografie:

  • Beschryving van het binnenwerk van de Mechelschen toren, s.l., ca. 1830.

  • B.Raymaekers en F.E. Delafaille, Geschiedkundige wandeling op St Rumoldustoren, te Mechelen, Mechelen, 1863.

  • F.Steurs, De toren van Sint-Rombautskerk te Mechelen, Mechelen, 1877.

  • Louis Stroobant, ‘Compte-rendu du l’Excursion du Cercle Archéologique de Malines du 9 juin 1896’, Bulletin Cercle Archéologique, dl.6, Mechelen, 1895-1896, 332-339.

  • ‘Etude d’un projet d’achèvement de la Tour St-Rombaut à Malines. Compte rendu des discussions des séances du Cercle Archéologique de Malines, des 11 et 25 février 1898’, Bulletin Cercle Archéologique, dl.8, Mechelen, 1898, 39-68.

  • L.S. (Louis Stroobant ?), ‘À propos de l’ascension de la tour de St-Rombaut par Louis XV, en 1746’, Bulletin du Cercle Archéologique, littéraire & artistique de Malines, dl. 11, 1901, 289-290.

  • G.Van Doorslaer, Y-a-t-il des raisons pour ne pas considérer Gauthier Coolman comme l’ayteur du plan de la tour St-Rombaut, Mechelen, 1904.

  • Pol Van der Poel, ‘Vijfhonderd jaar Sint-Romboutstoren’, De toerist, jg. ?, nr. 19, 1 okt. 1952, 527-531.

  • R.De Roo, ‘De herdenkingsfeesten rond de St-Romboutstoren te Mechelen’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunsten van Mechelen, dl. 56, Mechelen, 1953, 17-23.

  • Linda Van Langendonck, De St-Romboutstoren te Mechelen. Kritiek van de bronnen – beschrijving – bouwgeschiedenis – bouwmeesters – vergelijking met andere torens uit dezelfde periode, onuitg. lic. verhandeling, 2 dln., KULeuven, 1984.

  • Jozef Van Balberghe, Help, de toren brandt! en andere dappere daden…, Bonheiden, 1986.

  • Linda Van Langendonck, ‘De Sint-Romboutstoren te Mechelen en zijn plaats in de laatgotische architectuur’, Keldermans. Een architectonisch netwerk in de Nederlanden, red. H.Janse, R.Meischke, e.a., ’s Gravenhage – Bergen op Zoom, 1987, 27-59.

  • Frans Vermoortel, Mechelen, Sint-Romboutstoren en zijn beiaarden, Brugge, 1987.

  • Linda Van Langendonck, Marcel Cocken, Jos Roosemont e.a., De Sint-Romboutstoren van Mechelen. Restauratie 1963-1993, Mechelen, 1994.

Zeer veel beeldmateriaal kan gevonden worden op www.beeldbankmechelen.be met de zoekterm Romboutstoren (zowel van de buiten-als van de binnenkant, van de beiaarden, van beiaardiers, …).

Bart Stroobants

conservator Stedelijke Musea Mechelen



2 april 2007



  • Afbraak oude Sint-Romboutstoren

  • Dovnload 38.85 Kb.