Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage 2: Vogels, ruimtelijke ingrepen en de Flora- en faunawet

Dovnload 42.6 Kb.

Bijlage 2: Vogels, ruimtelijke ingrepen en de Flora- en faunawet



Datum08.11.2018
Grootte42.6 Kb.

Dovnload 42.6 Kb.


Bijlage 2: Vogels, ruimtelijke ingrepen en de Flora- en faunawet

Als maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen en de verblijfplaats niet aangetast wordt, hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet aangevraagd te worden. Aantasting van een verblijfplaats moet voorkomen worden door buiten het broedseizoen te werken. Wanneer dit niet mogelijk is, omdat het een jaarrond beschermde verblijfplaats betreft, moeten nog steeds maatregelen genomen worden om de functionaliteit van de voort-plantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen én is een ontheffing nodig voor het verstoren van het nest, op grond van een wettelijk belang uit artikel 2 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten.

Deze belangen zijn:


  • Bescherming van flora en fauna (b)

  • Veiligheid van het luchtverkeer (c)

  • Volksgezondheid of openbare veiligheid (d)

  • Dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten (e)

  • Uitvoering werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling (j)

Als geen maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplan-tings- en/of rust- en verblijfplaats te garanderen, dient een ontheffing aangevraagd te worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. Dit kan niet op grond van belang j (Uitvoering werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwik-keling).


De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten:

  • In welke mate wordt de functionaliteit van de vaste voortplantings-, rust- en/of verblijf-plaats aangetast door de activiteiten?

  • Is er een wettelijk belang?

  • Is er een bevredigende oplossing?

  • Komt de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar?


Bescherming van vogelnesten

Artikel 11 van de Flora- en faunawet luidt:

Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te ver-nielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren”.
Tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen van vogels. De Flora- en faunawet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat er om of er sprake is van een broedgeval. De meeste vogels maken elk broed-seizoen een nieuw nest, of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen tijdens het broedseizoen (grofweg half maart-half juli) onder de bescherming van artikel 11 van de Flora- en faunawet. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig voor werkzaamheden buiten het broedseizoen en ook niet als maatregelen worden getroffen die voorkomen dat deze soorten zich op de bouwplaats vestigen tijdens het broedseizoen.

Een (beperkt) aantal soorten bewoont het nest echter permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Verblijfplaatsen van deze vogelsoorten zijn jaarrond beschermd:


Nesten die het hele jaar door zijn beschermd

Voor de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Flora- en faunawet het gehele seizoen:



  1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil).

  2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus).

  3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschik-baar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk).

  4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwe-lijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil).



Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd

  1. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Categorie 5-soorten vragen extra onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd; deze soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten die momenteel door het ministerie van Economische Zaken (EZ) wordt gehanteerd:



Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn:

Boomvalk Falco subbuteo

Buizerd Buteo buteo

Gierzwaluw Apus apus

Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea

Havik Accipiter gentilis



Huismus Passer domesticus

Kerkuil Tyto alba

Oehoe Bubo bubo




Vervolg tabel
Ooievaar Ciconia ciconia

Ransuil Asio otus

Roek Corvus frugilegus

Slechtvalk Falco peregrinus

Sperwer Accipiter nisus

Steenuil Athene noctua

Wespendief Pernis apivorus

Zwarte wouw Milvus migrans




Nesten van de volgende soorten (categorie 5-soorten) zijn niet jaarrond beschermd, tenzij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen
Blauwe reiger Ardea cinerea

Boerenzwaluw Hirundo rustica

Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca

Boomklever Sitta europaea

Boomkruiper Certhia brachydactyla

Bosuil Strix aluco

Brilduiker Bucephala clangula

Draaihals Jynx torquilla

Eider Somateria mollissima

Ekster Pica pica

Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus

Glanskop Parus palustris

Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata

Groene specht Picus viridis

Grote bonte specht Dendrocopos major

Hop Upupa epops

Huiszwaluw Delichon urbica

IJsvogel Alcedo atthis

Kleine bonte specht Dendrocopos minor

Kleine vliegenvanger Ficedula parva

Koolmees Parus major

Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla

Oeverzwaluw Riparia riparia

Pimpelmees Parus caeruleus

Raaf Corvus corax

Ruigpootuil Aegolius funereus

Spreeuw Sturnus vulgaris

Tapuit Oenanthe oenanthe



Vervolg tabel
Torenvalk Falco tinnunculus

Zeearend Haliaeëtus albicilla

Zwarte kraai Corvus corone

Zwarte mees Parus ater

Zwarte roodstaart Phoenicurus ochruros

Zwarte specht Dryocopus martius





  • Bescherming van vogelnesten
  • Nesten die het hele jaar door zijn beschermd
  • Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd

  • Dovnload 42.6 Kb.