Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage 7: Antwoorsleutel casuistiek Vraag 1

Dovnload 36.94 Kb.

Bijlage 7: Antwoorsleutel casuistiek Vraag 1



Datum23.11.2018
Grootte36.94 Kb.

Dovnload 36.94 Kb.

Bijlage 7: Antwoorsleutel casuistiek
Vraag 1: Wat zijn uw conclusies ten aanzien van bruto energy cost tijdens het lopen ten opzichte van de referentiewaarden?
Antwoord: Paul zijn bruto energy cost tijdens het lopen is 4,5 J/kg/m, hiermee scoort hij ten opzichte van gezonde kinderen van zijn leeftijd op het 75e percentiel. Dit betekent dat zijn energy cost tijdens het lopen niet verhoogd is.

Concluderd: zijn energieverbruik per afgelegde meter is niet verhoogd en zijn energieverbruik per afgelegde meter is dan ook geen oorzaak van zijn hulpvragen.



Vraag 2: Wat zijn uw conclusies ten aanzien van de aerobe capaciteit ten opzichte van de referentiewaarden?
Antwoord: Paul zijn VO2piek is 31,33 ml/kg/min en hiermee scoort hij onder het 10e percentiel. Dit betekent dat zijn aerobe capaciteit verlaagd is ten opzichte van gezonde kinderen van zijn leeftijd. Conclusie: Zijn conditie is verlaagd en dit kan een verklaring zijn voor zijn hulpvragen.

Vraag 3: Wat houdt de relatieve belasting tijdens het lopen in (in het artikel wordt dit benoemd als physical strain)?
Antwoord: De relatieve belasting is de hoeveelheid van de totale beschikbare aerobe capaciteit die gebruikt wordt tijdens het lopen. Dit wordt uitgedrukt in percentages. De relatieve belasting wordt uitgedrukt in een percentage en geeft weer hoeveel van de totale beschikbare aerobe capaciteit gebruikt wordt tijdens het lopen.

Vraag 4: Wat betekent de relatieve belasting tijdens het lopen van deze jongen (65%) in vergelijking met gezonde leeftijdsgenoten (25%)?
Antwoord: Paul zijn relatieve belasting tijdens het lopen is 65%. Gezonde kinderen van zijn leeftijd hebben tijdens het lopen een relatieve belasting van 25%. In vergelijking met gezonde kinderen van zijn leeftijd is zijn relatieve belasting tijdens het lopen dus fors verhoogd. Deze forse verhoging wordt bij hem alleen veroorzaakt door zijn verlaagde conditie (aerobe capaciteit) en niet door zijn energieverbruik tijdens het lopen (energy cost), want deze is niet verhoogd.

Vraag 5: Hoe kunnen wij als kinderfysiotherapeuten zijn relatieve belasting tijdens het lopen beinvloeden?
Antwoord: De relatieve belasting tijdens het lopen wordt beinvloed worden door de conditie (aerobe capaciteit) en door het energieverbruik tijdens het lopen (energy cost). De relatieve belasting tijdens het lopen kan verbeterd worden door de conditie te verbeteren en het energieverbruik tijdens het lopen te verminderen. Bij deze casus is het energieverbruik tijdens het lopen niet verhoogd dus hier hoeft geen interventie op ingezet te worden. Zijn aerobe conditie is wel duidelijk verlaagd dus de relatieve belasting tijdens het lopen van deze jongen kan verminderd worden door zijn conditie te verbeteren.


Vraag 6: Hoe zou uw behandelplan eruit zien bij deze jongen, wanneer u kijkt naar de hulpvragen en de resultaten van de inspanningstesten?
Antwoord: Er zijn natuurlijk meerdere antwoorden mogelijk bij deze casus daarom laten we u het trainingsprogramma zien wat Paul gedurende 3 maanden onder begeleiding van een kinderfysiotherapeut heeft gevolgd (2 keer per week). Zijn programma bestond uit zowel een anaeroob als een aeroob gedeelte. Hiervoor is gekozen omdat zijn hulpvragen zijn gericht op zowel zijn aerobe (lopen, fietsen en voetballen) als anaerobe capaciteit (voetballen). Daarnaast verbetert zijn aerobe capaciteit ook wanneer er anaeroob getraind wordt en vinden kinderen deze vorm van trainen vaak leuker dan een aerobe training. Dee specifieke trainingsrichtlijnen die de kinderfysiotherapeut heeft meegekregen zijn onderaan dit document toegevoegd. Tijdens deze trainingsperiode is hij gestart met het fietsen naar school zonder trapondersteuning en het zoeken van een geschikte voetbalclub.

Trainen aerobe fitheid bij het oudere kind / jongvolwassene
De aerobe fitheid is vooral van belang bij (intensievere) inspanning die langer dan 2 tot 3 minuten duurt.

Tabel 1. Trainingsrichtlijnen voor trainen aerobe fitheid

Frequentie

2 - 3 keer per week

Intensiteit

65 - 90 % van de maximale hartfrequentie

Tijd

20 - 60 minuten

Type (soort activiteit)

Duur activiteiten: lopen, fietsen, steppen, intensieve spelletjes, sportactiviteiten die patiënt wil gaan beoefenen

Extra

Hartslagmeter



Belangrijk

Voor de aerobe training is het van belang dat uw patiënt op den duur minimaal 10 minuten aaneengesloten traint. In het begin van de training kan deze duur natuurlijk opgebouwd worden. Naarmate de training vordert is het belangrijk de intensiteit of duur van de oefeningen te vergroten (zie tabel 2). Met de hartslagmeter kan de intensiteit van de training gecontroleerd worden.



Tabel 2. Trainingsopbouw aerobe oefeningen

Week

Doel

Minimale aantal oefeningen

Minimale duur per oefening

Intensiteit

% Hfmax

1

Vertrouwd raken met de oefeningen en uitleg over het doel van de training

2

10 min

65-70%

2-4

Opbouwen van het trainingsvolume door vergroten duur oefeningen

2

10 min

65-70%

5-8

Vergroten aeroob uithoudingsvermogen door verhogen intensiteit

2

10 min

70-80%

9-12

Vergroten aeroob uithoudingsvermogen door verhogen intensiteit

2

10 min

70-85%

13-16

Op peil houden aeroob uithoudingsvermogen

2

10 min

70-85%

Hfmax: maximale hartfrequentie.

Oefeningen

Voor voorbeelden van oefeningen voor de trainingen verwijzen wij naar het protocol van Olaf Verschuren: http://www.dehoogstraat.nl/images/products/209/8%20mnd%20trainingsprogramma%20fitness%202008%20versie%203.pdf

PETE; Pediatric Exercise TEsting in rehabilitation. Opgesteld door Eline Bolster, Astrid Balemans en Annet Dallmeijer. VU Medisch centrum, afdeling revalidatiegeneeskunde. 7 jan 2014

Trainen anaerobe fitheid bij het oudere kind / jongvolwassene
Tabel 1. Trainingsrichtlijnen voor trainen anaerobe fitheid


Frequentie

2 - 3 keer per week

Intensiteit

Maximaal

Tijd

30 minuten

Type (soort activiteit)

Explosieve, intensieve oefeningen



Belangrijk

De anaerobe fitheid is van belang voor het leveren van korte, hoog intensieve inspanning. Bij een anaerobe training is het daarom van belang dat er korte, intensieve oefeningen worden uitgevoerd door het kind. De rustperioden tussen de oefeningen worden korter naarmate de training vordert. Het is belangrijk dat de kinderen tot het uiterste gaan tijdens de oefening. Aanmoediging is daarom HEEL belangrijk. Wanneer het kind klaar is met 15-20 seconden inspanning moet het in de rust blijven bewegen (NIET zitten of liggen!). Zie tabel 2 voor de trainingsopbouw van de anaerobe oefeningen.



Tabel 2. Trainingsopbouw anaerobe oefeningen

Week

Doel

Aantal oefeningen

Aantal herhalingen

Duur van de inspanning

Intensiteit


Rust

1

Vertrouwd raken met de oefeningen

Uitleg over het doel van de training



3

5

15-30 s

Maximaal

75 s

2-3

Opbouwen van het trainingsvolume door verlagen arbeids:rust ratio

3

5

15-30 s

Maximaal

60 s

4-6

Vergroten (an)aeroob uithoudingsvermogen door vergroten van de herhalingsduur

3

5

20-45 s

Maximaal

80 s

7-8

Vergroten (an)aeroob uithoudingsvermogen door verlagen arbeids:rust ratio

3

5

20-45 s

Maximaal

60 s

9-16

Op peil houden (an)aeroob uithoudingsvermogen

3

5

20-45 s

Maximaal

60 s



Oefeningen

Voor voorbeelden van oefeningen voor de trainingen verwijzen wij naar het protocol van Olaf Verschuren: http://www.dehoogstraat.nl/images/products/209/8%20mnd%20trainingsprogramma%20fitness%202008%20versie%203.pdf




PETE; Pediatric Exercise TEsting in rehabilitation. Opgesteld door Eline Bolster, Astrid Balemans en Annet Dallmeijer. VU Medisch centrum, afdeling revalidatiegeneeskunde. 7 jan 2014

  • Trainen aerobe fitheid bij het oudere kind / jongvolwassene
  • Frequentie 2 - 3 keer per week Intensiteit
  • Extra Hartslagmeter Belangrijk
  • Tabel 2. Trainingsopbouw aerobe oefeningen
  • Minimale duur per oefening Intensiteit % Hf
  • Trainen anaerobe fitheid bij het oudere kind / jongvolwassene Tabel 1.
  • Tabel 2. Trainingsopbouw anaerobe oefeningen
  • Aantal herhalingen Duur van de inspanning Intensiteit

  • Dovnload 36.94 Kb.