Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage, behorende bij het raadsvoorstel ter vaststelling van het bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2011”

Dovnload 95.81 Kb.

Bijlage, behorende bij het raadsvoorstel ter vaststelling van het bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2011”



Pagina1/3
Datum01.08.2017
Grootte95.81 Kb.

Dovnload 95.81 Kb.
  1   2   3


Bijlage, behorende bij het raadsvoorstel ter vaststelling van het bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2011”
Het bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2011” heeft van 4 november 2010 t/m 15 december 2010 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn twaalf zienswijzen ingediend. In een vertrouwelijke annex zijn de namen en adresgegevens van de indieners van de zienswijzen opgenomen.
Op 11 januari 2011 is door de “Hoorcommissie zienswijzen bestemmingsplannen” een hoorzitting gehouden waarbij de indieners van zienswijzen in de gelegenheid zijn gesteld een mondelinge toelichting te geven. Hiervan is een verslag gemaakt.
Hieronder volgt steeds een puntsgewijze samenvatting per zienswijze, gevolgd door overwegingen/reacties en een voorstel t.a.v. de zienswijze.

Indiener 1
Zienswijze

In de zienswijze wordt, als herhaling van de reactie gegeven in het kader van het overleg ingevolge artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening nogmaals aandacht gevraagd voor de verbindingsweg/de aansluiting van de Sloeweg (N62) op de zuidbaan van de A58. In overweging wordt gegeven om reeds nu planologisch rekening te houden met een verbindingsweg/aansluiting van de Sloeweg met twee rijstroken op de zuidbaan van de A58.


Overwegingen/reacties

Ter onderbouwing van de overweging verwijst de indiener van de zienswijze naar een door DHV B.V., in opdracht van de gemeente Goes, opgesteld rapport “Goes beter bereikbaar”, april 2010. Wij zijn bekend met dit rapport.


In het rapport wordt m.b.t. groeimogelijkheden na 2020 op de A58 tijdens de avondspits gesteld dat, uitgaande van het worst-case scenario (zowel WCT als VCT en Cobelfret zijn volledig tot ontwikkeling gekomen in 2020), er maatregelen nodig zijn op het zuidelijke deel van de A58 tussen de knooppunten Sloeweg en De Poel. Bij dit worst-case scenario kan het verkeer nog ongeveer 2-3 jaar groeien voordat deze maatregelen nodig zijn.
Ten aanzien van dit scenario het volgende.

Het is op dit moment volstrekt niet helder of dit scenario zich (zowel qua aantal ontwikkelingen als qua tempo) zal voltrekken zoals beschreven in het rapport. Het is dan ook te prematuur om in onderhavig bestemmingsplan rekening te houden met dit mogelijke scenario.

Daarnaast is in de Wet ruimtelijke ordening neergelegd dat binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum vaststelling van het bestemmingsplan, de bestemming van gronden telkens opnieuw wordt vastgesteld. Onderhavig bestemmingsplan wordt vastgesteld in de raadsvergadering van 3 maart 2011.

Indien het door DHV geschetste worst-case scenario werkelijkheid wordt, dan zijn er maatregelen nodig 2-3 jaar na 2020. Dit scenario ligt dus buiten de looptijd van onderhavig bestemmingsplan. Ook om die reden kan in dit bestemmingsplan planologisch nog geen rekening gehouden worden met dit scenario. Overigens is het wel zo dat de genoemde verbindingsweg/aansluiting uitgevoerd gaat worden als tweestrooksweg tot voor het puntstuk van de invoegstrook op de bestaande A58. Bij een eventuele toekomstige uitbreiding van de A58 naar 2x3 stroken, kan de verbindingsweg/aansluiting volledig tweestrooks aansluiten op de 3 strooks zuidbaan van de A58.


Voorstel

Er is geen aanleiding om, als gevolg van de zienswijze, te komen tot een aanpassing van het plan. Aan uw raad wordt dan ook voorgesteld niet tegemoet te komen aan de zienswijze.



Indiener 2
Zienswijze

De zienswijze is een herhaling van de inspraakreactie, die per brief van 6 april 2010 tegen het voorontwerp bestemmingsplan is ingediend.

Samengevat houdt de zienswijze het volgende in:

1. Voorbij wordt gegaan aan de situatie op recreatiegebied Stelleplas. Uit een eerder geluidplan blijkt dat met name grote delen van camping Stelleplas in de hogere geluidsbelasting vallen. De verdubbeling van de Sloeweg met daarbij de oprit naar de A58 die vlak naast de camping zal komen te liggen zal daarbij ontegenzeggelijk nog tot een toename van de geluidsoverlast leiden.

Ook zal de verdubbeling bijdragen aan een toename van de zogenaamde “zichtvervuiling”.

Er wordt pas akkoord gegaan met het bestemmingsplan als er adequate maatregelen gerealiseerd gaan worden om de geluidsoverlast en zichtvervuiling terug te dringen op Stelleplas.

2. Indien geen adequate maatregelen genomen worden, wordt overwogen om te zijner tijd een claim ten gevolge van planschade in te dienen. Er wordt namelijk een aanzienlijke waardevermindering van de kavels en het wegblijven van toeristen voorzien bij doorgang van het voorliggende plan.
Overwegingen/reacties

In het inspraakrapport, opgenomen in het bijlagenboek behorende bij het bestemmingsplan, is ingegaan op de inspraakreactie. Hierbij is het volgende antwoord gegeven (citaat).

“1. Wat betreft de ligging van de nieuw geprojecteerde Sloeweg ten opzicht van camping Stelleplas zij opgemerkt dat in de MER-Sloeweg de geluidsbelasting ter hoogte van de camping niet was bepaald. Dit is overigens in lijn met hetgeen hierover in de Wet geluidhinder is bepaald, maar niet in overeenstemming met het omgevingsbeleid zoals dat is opgesteld door de provincie Zeeland. In het “Akoestisch onderzoek verbreding Sloeweg Uitwerking Alternatief 1-A concept besluit MER N62” is de geluidbelasting op de camping berekend. Er kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde zoals dit is opgenomen in het Omgevingsplan 2006-2012. Het treffen van maatregelen ter hoogte van de camping is niet nodig. Zie voorts de punten 1 en 2 onder de Algemene opmerkingen.

2. Als gevolg van een herziening van de vigerende planologische regelingen (lees: onder meer bestemmingsplannen), bestaat er de mogelijkheid dat er zogenaamde ‘planschade’ wordt geleden. Artikel 6.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening voorziet, kort gezegd, in een regeling voor degene die in de vorm van een inkomstenderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een bepaling van een bestemmingsplan. Op aanvraag kan een tegemoetkoming in deze schade worden toegekend, voor zover deze schade niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. Een aanvraag kan pas worden ingediend c.q. in behandeling worden genomen nadat het herziene planologische regime in rechte onherroepelijk is geworden. De voorgestelde verdubbeling van de Sloeweg, zoals deze is opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2010” past binnen het wettelijke kader van “een goede ruimtelijke ordening”. Additionele ‘adequate maatregelen’ hoeven derhalve niet genomen te worden.”


Zoals reeds aangegeven heeft de indiener zich in de zienswijze beperkt tot een herhaling van de inhoud van de eerder ingediende inspraakreactie. In de zienswijze zijn geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de inspraakreactie onjuist of onvolledig zou zijn.
Ten aanzien van het aspect “toename zichtvervuiling” het volgende.

Het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende initiatief voorziet in het uitbouwen (verdubbelen) en efficiënt inrichten van bestaande infrastructuur in verband met een toename van de intensiteit op deze infrastructuur. Ter hoogte van de nieuwe aansluiting N62 op de A58 vindt er een geringe verschuiving plaats richting het recreatieterrein Stelleplas ten opzichte van de bestaande infrastructuur.

In de antwoordnota op de individuele zienswijzen op de MER Sloeweg is ten aanzien van de landschappelijke inpassing aangegeven dat deze voorziet in opgaande beplanting op de taluds. Aangezien ook de aansluiting N62 op de A58 ter hoogte van het recreatieterrein een talud kent zal hierop ook opgaande beplanting worden aangebracht.

Inmiddels heeft de uitwerking van dit antwoord zijn beslag gekregen in het door de initiatiefnemer opgestelde activiteitenplan ontheffing Flora&Faunawet, d.d. 3 november 2010 met betrekking tot dit project.

Op basis van het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012 zal bij de verdubbeling van de Sloeweg aan landschappelijke inpassing, mitigatie en fysieke compensatie invulling worden gegeven.

Op pagina 28 van het rapport is (wederom) aangegeven dat de taluds van nieuwe op- en afritten met struiken worden beplant. In figuur 22 in het rapport is het netwerk van opgaande beplanting na realisatie verdubbeling Sloeweg opgenomen. In dit netwerk is ook het talud/de aansluiting N62 op de A58 ter hoogte van het recreatieterrein voorzien van opgaande beplanting.

Van een toename van zichtvervuiling ter hoogte van het recreatieterrein Stelleplas zal dan ook geen sprake zijn.
Aanvullend wordt daarbij nog opgemerkt dat voor het recreatieterrein Stelleplas onlangs een algehele herziening van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden. Hierin is neergelegd dat het van belang is om de bestaande beplantingssingel, welke het gehele recreatieterrein omsluit, in stand gehouden of zelfs versterkt wordt. Dit om de beslotenheid op het park te kunnen blijven garanderen en zorg te kunnen blijven dragen voor een goede landschappelijke inpassing in het polderlandschap.

Weliswaar is de betekenis die aan de beplantingssingel toegesneden op het recreatieterrein. Maar dit laat onverlet dat hiervan ook een externe (afschermende) werking uitgaat richting de voorgestane uitbouw van de bestaande infrastructuur/aansluiting N62/A58 ter hoogte van Stelleplas.


Voorstel

Er is geen aanleiding om, als gevolg van de zienswijze, te komen tot een aanpassing van het plan. Aan uw raad wordt dan ook voorgesteld niet tegemoet te komen aan de zienswijze.



Indiener 3
Zienswijze

De zienswijze is een herhaling van een aspect dat per brief van 12 april 2010 als inspraakreactie is ingediend tegen het voorontwerp bestemmingsplan.

Het betreft het gegeven dat het bestemmingsplan geen inzicht geeft in de bereikbaarheid/aansluiting van het perceel Schippersweg 26 te Nieuwdorp op de te reconstrueren kruising Schippersweg/Stoofweg. Gezien de voorgestane vormgeving van deze kruising kan de huidige ontsluiting van het perceel op de Schippersweg niet gehandhaafd blijven. Hoe wordt de bereikbaarheid/aansluiting gegarandeerd/vormgegeven?
Overwegingen/reacties

Het betreffende perceel grenst aan het plangebied. In het plangebied zijn de gronden tot aan het perceel van de indiener van de zienswijze bestemd voor “Verkeer”.

Het is mogelijk dat door de reconstructie van de kruising Schippersweg/Stoofweg de huidige aansluiting/dam tot het betreffende perceel op de Schippersweg anders vorm gegeven gaat worden. Evenzeer is het denkbaar dat de huidige aansluiting/dam gehandhaafd blijft. Op dit moment is dat nog niet helder.

Een nadere detaillering van het ontwerp van de kruising aldaar zal meer duidelijkheid verschaffen of een nieuwe aansluiting/dam nodig is, dan wel of de huidige aansluiting/dam gehandhaafd kan blijven. Bestemmingsplanmatig is er ruimte om de bestaande bereikbaarheid/aansluiting voort te laten bestaan, maar ook om te komen tot een nieuwe aansluiting van het perceel op de Schippersweg.

Wel kan gesteld worden dat de bereikbaarheid gegarandeerd blijft. De initiatiefnemer heeft immers de plicht om, bij realisering van de bestemming de bereikbaarheid van het perceel te garanderen.
Voorstel

Er is geen aanleiding om, als gevolg van de zienswijze, te komen tot een aanpassing van het plan. Aan uw raad wordt dan ook voorgesteld niet tegemoet te komen aan de zienswijze.



Indiener 4
Zienswijze

1. Verzoek om de nieuw te graven afwateringssloot, gezien vanaf de schuur, iets later te laten beginnen, zodat er voldoende ruimte is om om de schuur heen te kunnen manoeuvreren.

2. Wil bevestigd hebben dat de geluidwerende voorziening ter plaatse van het adres Vleugelhofweg 1 komt te bestaan uit een aarden wal met een lengte van 80 meter, gevolgd door een geluidscherm met een lengte van 90 meter.

3. Verzoek om, in plaats van de bovenaangehaalde aarden wal, ook een geluidscherm aan te brengen. Met andere woorden het geluidscherm van 90 meter te verlengen op de plaats waar de aarden wal gedacht is.


Overwegingen/reacties

De zienswijze overziend kan gesteld worden dat deze niet gericht is tegen de ruimtelijke ingreep die wordt voorgestaan met het bestemmingsplan, zijnde een verdubbeling van de enkelbaansweg autoweg N62 (de Sloeweg) tussen de aansluiting Westerscheldetunnelweg/Bernhardweg West en de A58 én het realiseren van een op-/afrit op de zuidbaan van de A58 ter hoogte van Heinkenszand.

Deze zienswijze heeft betrekking op het uitvoeren van het werk in het veld ter plaatse van de boerderij Vleugelhofweg 1 te ‘s-Heerenhoek.

1. Dit aspect heeft betrekking op de technische uitwerking én de uitvoering van de voorgestane ruimtelijke ingreep. De uitwerking en uitvoering zijn in handen van de initiatiefnemer van het project, zijnde de provincie Zeeland.

Het is het college bekend dat de initiatiefnemer al geruime tijd geleden in overleg is getreden met de indiener van de zienswijze over onder meer de vormgeving en het ruimtebeslag van de benodigde geluidwerende voorziening ter plaatse (zie onder 2. hierna) in relatie tot de vrije ligging/bruikbaarheid van de aanwezige schuur.

Nu dit verzoek zich niet richt tegen het bestemmingsplan, maar betrekking heeft op het uitvoeren van het werk in het veld, waarover reeds overleg gaande is tussen de indiener van de zienswijze en de initiatiefnemer van het project hebben wij dit verzoek ter verdere afhandeling doorgezonden naar de initiatiefnemer. De provincie Zeeland heeft naar aanleiding van dit doorzenden al laten weten dat:

- de sloot in ieder geval niet op het kadastrale eigendom van de indiener van de zienswijze komt te liggen,

- het doorzichtige geluidscherm (zie hieronder onder 2.) al 10 meter voorbij de hoek van de schuur loopt,

- er nog een onderhoudsberm voorzien wordt tussen de sloot en dit geluidscherm.

Het bovenstaande brengt met zich dat bij de uitvoering van het project de sloot op een afstand van meer dan 10 meter uit de schuur aangelegd gaat worden. Deze afstandsmaat laat naar verwachting meer dan voldoende manoeuvreerruimte tussen de schuur en de nieuw aan te leggen sloot.

2. Het bestemmingsplan voorziet erin dat op de bestemming Verkeer” geluidwerende voorzieningen kunnen worden opgericht, daar waar nodig. Het bestemmingsplan schrijft de vormgeving van de benodigde geluidwerende voorziening niet voor.

In de MER-Sloeweg is een globaal akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de onderzochte alternatieven. In het rapport “Akoestisch onderzoek verbreding Sloeweg Uitwerking Alternatief 1-A concept besluit MER N62” van januari 2010 (opgenomen onder bijalge 4 van het bijlagenboek behorende bij het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan) is het gekozen alternatief gedetailleerd uitgewerkt en getoetst aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Zo ook voor de toekomstige geluidsituatie van de Sloeweg ter hoogte van de Vleugelhofweg. Uit dit onderzoek volgt dat, om te kunnen voldoen aan de eisen die volgen uit de Wet geluidhinder, er ter plaatse een afgeknotte geluidwal met scherm (lengte 70 meter en hoogte 4 meter) en een geluidwal (lengte 95 meter en hoogte 4 meter) nodig is. De totale lengte van de benodigde afscherming bedraagt dus 165 meter; de hoogte van deze afscherming is 4 meter. Van de zijde van de initiatiefnemer is richting de indieners van de zienswijze bestuurlijk toegezegd dat er ter plaatse van de schuur een scherm geplaatst gaat worden met een lengte van circa 20 meter. Dit om een akoestisch hiaat tussen de schuur en de afscherming te voorkomen. Hiermee komt de totale lengte van de afscherming op 185 meter

In reactie op de voorgestelde maatregelen hebben de indieners van de zienswijze aangedrongen om te komen tot een afscherming met minder ruimtegebruik, bijvoorbeeld een geluidwerende voorziening in de vorm van een steenkorf. Diverse aanpassingen zijn vervolgens besproken tussen de provincie Zeeland en de indieners van de zienswijzen, waaronder een aarden wal met een lengte van 80 meter en 4 meter hoog met direct daar aansluitend een doorzichtig 4 meter hoog geluidscherm met een lengte van 90 meter, zoals opgenomen in het inspraakrapport als antwoord op de inspraakreactie van de indiener van de zienswijze (zie bijlage 2 van het bijlagenboek behorende bij dit bestemmingsplan).

Om ruimte te winnen voor het erf is er door de initiatiefnemer, na dit gecommuniceerd te hebben met de indieners van de zienswijze, uiteindelijk voor gekozen en bestuurlijk toegezegd om bij doorgang van het project ter plaatse te voorzien in een aarden wal met een lengte van 70 meter en 4 meter hoog met direct daar aansluitend een doorzichtig 4 meter hoog geluidscherm met een lengte van ongeveer 115 meter. In totaal dus een geluidwerende voorziening van 185 meter; 20 meter langer dan op grond van het akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Omdat een scherm dichter bij de bron kan worden gesitueerd dan een aarden wal én de voorziening 20 meter langer wordt dan nodig, is het effect van de op te richten geluidwerende voorziening beter dan berekend/nodig is op grond van bovengenoemd akoestisch onderzoek.

Ons hebben geen signalen bereikt dat de geluidwerende voorziening anders uitgevoerd zal gaan worden dan is toegezegd (een 185 meter lange geluidwerende voorziening met een hoogte van 4 meter, bestaande uit een aarden wal van 70 meter en een direct aansluitend doorzichtig geluidscherm). In de, door de initiatiefnemer, nog op te stellen technische tekeningen/bestektekeningen zal de geluidwerende voorziening gedetailleerd worden vormgegeven zoals hierboven beschreven.

3. Zoals hierboven is aangegeven voorziet het bestemmingsplan erin dat op de bestemming “Verkeer” geluidwerende voorzieningen kunnen worden opgericht, daar waar nodig. Het bestemmingsplan schrijft de vormgeving van de benodigde geluidwerende voorziening niet voor. Het is aan de initiatiefnemer hoe de geluidwerende voorzieningen vorm te geven.

Het wegontwerp en de landschappelijke inpassing hiervan kent zijn basis in het op 9 oktober 2007 door gedeputeerde staten van Zeeland vastgestelde beleidsdocument “Vensters op Zeeland”. In dit document is ten aanzien van de N62 opgenomen dat, waar nodig, geluidsweringen als groende dijken worden uitgevoerd. Het ter plaatse van de boerderij Vleugelhofweg 1 gekozen doorzichtig geluidscherm vormt een uitzondering op deze algemene regel. Een uitzondering die niet is ingegeven vanuit landschappelijk oogpunt, maar vanuit ruimtegebrek.

Vanuit een oogpunt van geluidreductie is het niet nodig de totale geluidwerende voorziening uit te voeren middels een geluidscherm. De combinatie aarden wal/geluidscherm maakt dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder, zeker nu de totale lengte van deze voorziening ongeveer 20 meter langer wordt dan benodigd op basis van het akoestisch onderzoek.

Ook met betrekking tot de bereikbaarheid van het perceel is het niet nodig de aarden wal te vervangen door een doorzichtig geluidscherm.

Aan de vormgeving van de geluidwerende voorziening is door initiatiefnemer al de nodige zorg besteed. Toch hebben wij het verzoek van de indiener van de zienswijze doorgeleid naar de provincie Zeeland om te bezien of er alsnog een bereidheid/basis is om tegemoet te komen aan het verzoek. Dit doorleiden staat echter los van de besluitvorming over het ontwerp bestemmingsplan. Dit betreft een technische uitvoering in het veld.


Voorstel

Er is geen aanleiding om, als gevolg van de zienswijze, te komen tot een aanpassing van het plan. Aan uw raad wordt dan ook voorgesteld niet tegemoet te komen aan de zienswijze.



Indiener 5
Zienswijze

Met uitzondering van hetgeen hier onder 1. is opgenomen is de zienswijze een herhaling van de inspraakreactie, die per brief van 9 april 2010 tegen het voorontwerp bestemmingsplan is ingediend. Samengevat houdt de zienswijze het volgende in:

1. Het is in strijd met de wet om tijdens de termijn van terinzagelegging aanvullende relevante stukken en gegevens over het plan ter inzage te leggen.

2. Indiener van de zienswijze is fel gekant tegen de gekozen variant, nu dit voor betekent dat er pal voor het perceel/object Schippersweg 30 een nieuwe weg wordt aangelegd, parallel aan de huidige Schippersweg, die een rechtstreekse aansluiting gaat vormen met de te verdubbelen Sloeweg. Dit betekent dat al het lokale verkeer van en naar de Sloeweg via de Schippersweg gaat lopen.

3. De milieubelasting van het nu gepresenteerde tracé wordt gebagatelliseerd.

De luchtkwaliteit ter plaatse van de nieuwe aansluiting ter hoogte van de Molendijk met de afwikkeling van deze verkeerstromen op het lokale wegennet zal aanzienlijk verslechteren.

Tevens zal het project een toename van geluidhinder en lichthinder als gevolg van het wegverkeer alsmede een vermindering van uitzicht voor de bewoners van de woning Schippersweg 30 met zich meebrengen.

Daarbij komt ook nog het transport van gevaarlijke stoffen op te korte afstand van de woning.

Juist ter plaatse van de woning Schippersweg 30 zijn de gevolgen desastreus.

4. De nieuwe Sloeweg heeft hinder en overlast tot gevolg (transformatie van een rustige, landelijke en veilige woonomgeving naar een drukke, milieubelastende omgeving), met een negatieve invloed op het woon- en leefklimaat. Een forse waardedaling van het perceel/object Schippersweg 30 wordt voorzien. Indiener van de zienswijze is dan ook van plan een planschadeclaim in te dienen. Een voor de indiener van de zienswijze minder ongunstig alternatief tracé zal leiden tot minder tot geen planschade.


Overwegingen/reacties

1. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In artikel 3:14 van deze afdeling is neergelegd dat het bestuursorgaan de ter inzage gelegde stukken aanvult met nieuwe relevante stukken en gegevens.

De door indiener van de zienswijze gesuggereerde strijdigheid met de wet wordt dan ook niet ingezien.

2. Het lokale verkeer van en naar de Sloeweg zal niet via de bestaande Schippersweg gaan. Dit gaat via een nieuwe weg die parallel, ten zuiden van de bestaande Schippersweg aangelegd gaat worden. De huidige Schippersweg blijft gehandhaafd als ontsluitingsweg voor de aanwonenden, bestemmingsverkeer en fietsverkeer. Het overige verkeer zal van de nieuwe rijbaan gebruik dienen te maken.

3. Als antwoord op de inspraakreactie is (in het inspraakrapport, opgenomen onder bijlage 2 van het bijlagenboek) niet tegengesproken dat door de verdubbeling van de Sloeweg de situatie ter plaatse van het perceel/object Schippersweg 30 zal gaan veranderen. Geantwoord is dat de effecten van deze verandering binnen de wettelijke normen/ grenswaarden van de in het geding zijnde milieuaspecten blijven. Hierbij is verwezen naar het studietraject dat vanaf medio 2001 gevolgd is voor de voor de voorgenomen verdubbeling van Sloeweg, waarbij voor een overzicht van dat studietraject verwezen is naar paragraaf 1.1 van het bestemmingsplan “Verdubbeling Sloeweg 2010”.

In dit studietraject is de MER-Sloeweg opgenomen. In de MER-Sloeweg zijn onder meer diverse technische deelrapporten opgenomen aangaande: geluid, landschap en cultuur, lucht, bodem en water, externe veiligheid en ecologie. Daarnaast is er op sommige deelaspecten nader onderzoek gedaan. Vergelijk in dit kader de “Natuurtoets Sloeweg” d.d. 12 december 2008 en het “Akoestisch onderzoek verbreding Sloeweg Uitwerking Alternatief 1-A concept besluit MER N62” van januari 2010 en de aanvulling hierop van 19 oktober 2010. Kortom alle milieueffecten zijn in de “MER-Sloeweg” dan wel door het uitvoeren van nader onderzoek, in kaart gebracht. Conclusie van al deze studies is dat alle milieueffecten, gezien de voormelde onderzoeken, onder de wettelijke norm/binnen de wettelijke grenswaarde die voor elk deelaspect geldt, blijven.

In de zienswijze wordt slechts herhaald dat de milieubelasting ten gevolge van het gepresenteerde tracé ter plaatse van de woning Schippersweg 30 desastreus is. Een nadere onderbouwing van deze herhaalde stelling, met daarbij aangegeven waarom de beantwoording in het inspraakrapport niet deugdelijk is, wordt niet aangereikt.

  1   2   3


Dovnload 95.81 Kb.