Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage bij Diagnostiek, Medisch technisch: pathologie

Dovnload 14.1 Kb.

Bijlage bij Diagnostiek, Medisch technisch: pathologie



Datum17.04.2018
Grootte14.1 Kb.

Dovnload 14.1 Kb.

Bijlage bij Diagnostiek, Medisch technisch: pathologie



Pathologie/bioptie

Omdat de klinische diagnose PCC vaak moeilijk is en de differentiële diagnostiek uitgebreid (onder meer keratoacanthoom, pseudo-epitheliomateuze hyperpla­sie, verrucae), is altijd histo-pathologisch onderzoek noodzakelijk. De biopsie moet voldoende diep zijn, omdat een te oppervlakkige biopsie geen beoordeling toelaat van de diepte van de invasieve ingroei noch van perineurale of angio-invasieve groei. Voor biopsieën met stans of haptang is meestal lokale anesthesie nodig. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van oppervlakte- of geleidingsanesthesie, infiltratie-anesthesie op 3-5 cm afstand van de tumor ('field block'). Door infiltratie-anesthesie in het gebied van de tumor kan als gevolg van de lokale drukverhoging verspreiding van tumorcellen optreden; daarom is deze vorm van verdoving af te raden.

Pathologisch onderzoek

Plaveiselcelcarcinomen gaan meestal uit van de epidermis, het slijmvlies van de genitaliën, het wangslijmvlies en zelden van huidadnexa. Plaveiselcelcarcinomen zijn opgebouwd uit keratinocyten die meer of minder gedifferentieerd zijn. Afhankelijk van het percentage gedifferentieerde keratinocyten vindt gradering van de tumor plaats (zie ook addendum). Een graad I, carcinoom is hoog gedifferentieerd en bestaat voor meer dan 75% uit gedifferentieerde cellen, waarbij tevens hoornparelvorming optreedt. Een graad IV is een slecht gedifferentieerd carcinoom waarbij minder dan 25% van de tumorcellen is gedifferentieerd. In zijn meest extreme vorm kan het carcinoom dan geheel uit spoelvormige cellen bestaan, waardoor onderscheid van een sarcoom of melanoom moeilijk kan zijn.

 

Premaligne en in situ varianten:



 

-Keratosis solaris (keratosis actinica).

Histologische worden vijf types van keratosis solaris onderscheiden:

-hypertrofische;

-atrofische;

-Bowenoïde;

-acantholytische;

-lichenoïde.

Overgangen tussen en combinaties van deze types komen voor. In het algemeen toont de dermis uitgebreide basofiele degeneratie (elastose) en bevat deze een niet specifiek chronisch ontstekingsinfiltraat

 

-Late effecten van röntgenbestraling.

De late effecten van röntgenbestraling op de huid kunnen eenzelfde beeld te zien geven zoals bij actinische keratosen. Het corium-cutis bevat enig ontstekingsinfiltraat en toont zwelling van collageen, bizarre fibroblasten en teleangiëctatisch verwijdde bloedvaten. In de diep e delen van de dermis worden vaten gezien met obliteratieve veranderingen en soms thrombose. De epidermis is vaak atrofisch, soms hypertrofisch. De plaveiselepitheelcellen tonen veranderingen welke soms heel moeilijk te onderscheiden zijn van cellen van het plaveiselcelcarcinoom. In het gebied met een röntgendermatitis kan zich een plaveiselcelcarcinoom ontwikkelen, dat, in tegenstelling tot het gebruikelijke plaveiselcelcarcinoom, wel neigt tot metastasering.

 

-Morbus Bowen.

Dit is een carcinoma in situ dat tot de epidermis beperkt is. Histologisch toont de epidermis desorganisatie van het epitheel met duidelijk atypie waarbij monsterkernen voorkomen. Mitosen zijn tot hoog in de epitheellaag aanwezig. In de epidermis komen dyskeratotische cellen voor, de hoornlaag toont atypische parakeratose. In een klein percentage gaat Morbus Bowen over in een infiltrerende plaveiselcelcarcinoom

 

-Erythroplasie van Queyrat.

Dit toont dezelfde histologische verandering welke bij Morbus Bowen gezien worden.

 

Varianten van plaveiselcelcarcinoom zijn:



-Adenoïde plaveiselcelcarcinoom of acantholytische plaveiselcelcarcinoom

-Dit is een carcinoom met histologisch een glandulair patroon met plaatselijk squameuze differentiatie. Acantholyse is de oorzaak van het ontstaan van buisvormige en alveolaire structuren. De tumor staat ook bekend als adenoacanthoom of pseudoglandulair carcinoom. Deze variant komt vrijwel uitsluitend voor op de door de zon beschadigde huiddelen (gelaat, oren).



-Verruceus carcinoom

-Dit is een hoog gedifferentieerd, dus laaggradig plaveiselcelcarcinoom waaraan drie subvarianten te

onderscheiden zijn:

-a.verruceuze carcinoom van de mond- en neusholte (synoniem orale papillomatosis);

-b.verruceuze carcinoom van de anogenitale regio (synoniem reuzen condyloma accuminatum van Buschke-Loewenstein);

-c.verruceuze carcinoom van de voetzool (epithelioma cuniculatum).



Histologisch is het verruceuze carcinoom gekenmerkt door hyperkeratose, parakera­tose en acanthose van het oppervlakkig deel, terwijl het diepe deel zich kenmerkt door een expansieve groei waarbij epitheelvelden in breed in het stroma ingroeiende kolven en strengen het stroma uiteendrukt in plaats van infiltreert en destrueert. De cellen zijn goed gedifferentieerd en tonen slechts weinig atypie.

  • Pathologisch onderzoek

  • Dovnload 14.1 Kb.