Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijlage [V – K. B. 10-5-96 – B. S. 20-6; W

Dovnload 215.45 Kb.

Bijlage [V – K. B. 10-5-96 – B. S. 20-6; W



Pagina2/3
Datum05.12.2018
Grootte215.45 Kb.

Dovnload 215.45 Kb.
1   2   3
§ 2. De tegemoetkoming wordt geweigerd voor de toestellen die zijn geleverd langer dan drie maanden voor de datum waarop de aanvraag tot tegemoetkoming door de adviserend geneesheer is ontvangen.

[I – K.B. 10-5-96 – B.S. 20-6](°°)

HOOFDSTUK IV.

VERSTREKKINGEN VOOR REVALIDATIE VAN HARTPATIENTEN

[W – K.B. 11-12-01 – B.S. 22-12 – ed. 2](°°°)

- 771201


Individuele plurisdisciplinaire revalidatiezitting met minimale duur van 30 minuten. Deze zitting is maximaal 30 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma voor een gehospitaliseerde patiënt.....35,35 EUR.

771212 - 771223

Collectieve pluridisciplinaire revalidatiezitting met minimale duur van 60 minuten, volgend op een individueel revalidatieprogramma en, voor wat het aspect fysieke hertraining betreft, zich richtend tot een groep van maximaal acht personen.

Deze collectieve zitting is maximaal 45 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma.

Evenwel, in het geval van revalidatie volgend op een hart- en/of longtransplantatie is deze collectieve zitting maximaal 90 keer vergoedbaar in de loop van een revalidatieprogramma.

[W – K.B. 11-12-01 – B.S. 22-12 – ed. 2](°°°°)

Per zitting en per rechthebbende.....25,46 EUR.

De honoraria vastgesteld voor de revalidatiezittingen onder 771201, 771212 - 771223 omvatten ook het opstellen door de geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, van een pluridisciplinaire evaluatie van de revalidatie met prognose en advies inzake revalidatieprogramma. De eerste evaluatie dient te gebeuren voor het einde van de hospitalisatie en ten laatste voor de vijftiende dag ervan.

Deze evaluatie omvat een beoordeling door ten minste 2 van de volgende tussenkomende personen: een psycholoog, een sociaal assistent, een diëtist, een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandicapten. Zij omvat ook een afzonderlijk aanrekenbaar cardiologisch onderzoek, eventueel met inspanningsproef (E.C.G. minstens 4 afleidingen).

De uitvoering van het revalidatieprogramma onder toezicht van de geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, omvat, behalve voor het opmaken van voornoemde evaluatie, ook daarbuiten nog de tussenkomst van minstens twee van de volgende personen: een kinesitherapeut, een psycholoog, een sociaal assistent, een diëtist, een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandicapten.

A. De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn slechts vergoedbaar na één der navolgende cardiale pathologieën die een ziekenhuisopname heeft verantwoord:

1° acuut myocardinfarct,

2° kransslagaderchirurgie,

3° therapeutische percutane endovasculaire ingreep op het hart en/of de kransslagaders onder controle door medische beeldvorming,

4° heelkundige ingreep wegens aangeboren of verworven misvorming van het hart of wegens klepletsel,

5° hart- en/of longtransplantatie,



Opgeheven door: K.B. 20-7-05 - B.S. 29-7 - ed. 2 (°)

7° cardiomyopathie met dysfunctie van de linker hartkamer.

De laatste twee indicaties moeten worden gespecifieerd door een omstandige anamnese, antecedenten, technische onderzoeken, die de pluridisciplinaire revalidatie verantwoorden.

De verstrekking 771212 - 771223 is slechts vergoedbaar wanneer ze verleend wordt aan patiënten tijdens deze ziekenhuisopname en gedurende een periode van 6 maanden onmiddellijk na het einde daarvan. Evenwel, na hart- en/of longtransplantatie bedraagt deze periode die onmiddellijk volgt op het einde van de ziekenhuisopname 10 maanden.



B. De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn slechts vergoedbaar wanneer ze verricht worden in een dienst voor cardiale revalidatie waaraan minimaal verbonden zijn: een geneesheer tegelijk erkend als geneesheer specialist in de cardiologische revalidatie en als geneesheer specialist, ofwel in de cardiologie, ofwel in de interne geneeskunde, ofwel in de pediatrie, ofwel in de fysische geneeskunde, en tevens een kinesitherapeut en een psycholoog en een sociaal assistent. In geval de geneesheer een specialist is in de fysische geneeskunde, moet daarenboven aan de dienst een geneesheer specialist in de cardiologie, in de inwendige geneeskunde of in de pediatrie verbonden zijn.

Deze personen moeten ten belope van minstens een halftijdse betrekking effectief aan de dienst verbonden zijn.

Bovendien moet de dienst, op basis van een schriftelijke overeenkomst die is ondertekend door een verantwoordelijke die het ziekenhuis verbindt, door de geneesheer die verantwoordelijk is voor de dienst en door de betrokken therapeut, ook beroep kunnen doen op een diëtist en op een ergotherapeut of een ergoloog gevormd inzake sociale en professionele integratie van gehandicapten.

De dienst moet zelf beschikken over een voldoende ruim oefenlokaal uitgerust met voldoende oefentoestellen, apparatuur voor continue monitoring en reanimatiemateriaal, evenals over een van het oefenlokaal gescheiden gespreksruimte.

Een dienst voor cardiale revalidatie moet aan het College van geneesheren-directeurs alle inlichtingen overmaken op basis waarvan het College oordeelt of, en vanaf welke datum, een dienst beantwoordt aan hierboven opgesomde voorwaarden inzake personeel, lokalen en uitrusting. Het College maakt de lijst op van de diensten die aan deze voorwaarden beantwoorden en het bepaalt voor elk ervan de periode gedurende dewelke de verstrekkingen voor revalidatie van hartpatiënten dan verricht, kunnen worden aangerekend. Voor een dienst kan deze periode niet langer zijn dan 21 opeenvolgende maanden en eindigt zij op 31 december van een jaar, met het oog op een verlenging ervan moeten de hierboven bedoelde inlichtingen door de dienst aan het College overgemaakt worden vóór de eerste november van het jaar waarin zijn lopende periode eindigt.

C. Maximum één verstrekking 771201, 771212 - 771223 is vergoedbaar dezelfde dag. De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn niet onderling cumuleerbaar dezelfde dag.

De verstrekking 771212 - 771223 is niet cumuleerbaar dezelfde dag met de verstrekkingen 102034, 102071 en 102093 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

De verstrekkingen 771201 en 771223 zijn niet cumuleerbaar voor de gehospitaliseerde rechthebbende, noch dezelfde dag, noch afwisselend, met de verstrekkingen vermeld in artikel 7, § 1, de verstrekkingen 477116 - 477120, 477455 - 477466, 477470 - 477481, 477492 - 477503, 477514 - 477525 en 477536 - 477540 vermeld in artikel 20, f), en de verstrekkingen vermeld in artikel 22 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984.

De verstrekking 771212 - 771223 is dezelfde dag voor de ambulant behandelde rechthebbende niet cumuleerbaar met de verstrekkingen vermeld in artikel 7, § 1, en in artikel 22, II, van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984.

De verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 zijn ook niet cumuleerbaar met de verstrekkingen verricht in het kader van de overeenkomsten bedoeld bij artikel 22, 6°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Het toezicht op de cardio-respiratoire functie, dat samengaat met de revalidatiezittingen, mag niet worden aangerekend volgens artikel 20, § 1, e, van de bijlage bij het voornoemde koninklijk besluit van 14 september 1984, de dag waarvoor één der verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 wordt aangerekend.

De tegemoetkoming voor de verstrekkingen 771201, 771212 - 771223 is afhankelijk van het akkoord van de adviserend geneesheer, die zijn beslissing treft op basis van een aanvraag met vermelding van de begindatum van de revalidatie, van de voorziene periode en de frekwentie der zittingen, en op basis van een kopie van de opgestelde pluridisciplinaire evaluatie van de revalidatie.

De aanvraag om tegemoetkoming, opgemaakt op een formulier waarvan het model is goedgekeurd door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, moet onverwijld door de rechthebbende worden ingediend bij de adviserend geneesheer van zijn ziekenfonds, van zijn gewestelijke dienst of van de Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. De tegemoetkoming wordt geweigerd voor de behandelingen die zijn verricht langer dan dertig dagen voor de datum waarop de aanvraag door de adviserend geneesheer is ontvangen.

In afwijking van artikel 148, § 2, eerste lid, en artikel 150, § 1, van het koninklijk besluit van 4 november 1963 tot uitvoering van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en voor zover het individueel geval beantwoordt aan de hierboven vermelde criteria, en de verstrekkingen verricht worden door een dienst opgenomen in de hierboven vermelde lijst, en in de hierboven voorziene omstandigheden, wordt de adviserend geneesheer geacht zijn akkoord te verlenen indien hij binnen de twee weken na ontvangst van voornoemde documenten geen weigeringsbeslissing heeft getekend.

Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd.



[I – K.B. 22-10-10 – B.S. 6-12 – art. 10](°)

[HOOFDSTUK V

VERSTREKKINGEN INZAKE EDUCATIE VAN DIABETESPATIENTEN

A. Beoogde populatie

De verstrekkingen inzake educatie van diabetespatiënten zijn bestemd voor de rechthebbenden met type 2-diabetes die een zorgtraject-contract (zoals bedoeld in artikel 5, § 1 van het bovenvermelde Besluit van 21 januari 2009) hebben gesloten dat nog geldig is.



B. Vergoedbare verstrekkingen en vergoedingsvoorwaarden

B.1. 794054 R 19,71

Individuele verstrekkingen inzake opstarteducatie en inzake de instelling van een behandeling met insuline of door middel van incretinemimetica, met een minimumduur van 30 minuten (“opstarteducatie”).

De verstrekking 794054 mag worden voorgeschreven voor de volgende rechthebbenden die een programma voor diabeteszelfregulatie met een regelmatige glycemiecontrole (gemiddeld 25 metingen per maand) volgen of gaan volgen:



● een rechthebbende die start met het hierboven vermelde programma voor diabeteszelfregulatie

● of een rechthebbende die, vooraleer een zorgtraject-contract te hebben ondertekend, een programma met beperkte glycemiecontrole heeft gevolgd (zoals bedoeld in hoofdstuk VI, B van onderhavige nomenclatuur), maar die overstapt op het hierboven vermelde programma voor diabeteszelfregulatie

● of een rechthebbende die al met insuline of door middel van incretinemimetica wordt behandeld maar die nooit diabeteseducatie in het kader van de diabetesovereenkomst heeft genoten en die nooit de verstrekking 423150 (educatie tot zelfzorg van de diabetespatiënt) heeft ontvangen die is bepaald in artikel 8 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.

De verstrekking 794054 kan ten hoogste 10 keer per rechthebbende worden geattesteerd; het aantal verstrekkingen wordt bepaald door de huisarts die het zorgtraject-contract met de rechthebbende heeft gesloten.

Alle verstrekkingen 794054 moeten uiterlijk in het jaar dat volgt op de eerste verstrekking worden verricht.

Tijdens eenzelfde dag mogen er maximaal drie verstrekkingen 794054 worden verricht.

Een verzekeringstegemoetkoming in de verstrekking 794054 mag worden verleend op voorwaarde dat de verstrekking voorgeschreven wordt door de huisarts die het zorgtraject-contract met de betrokken rechthebbende heeft gesloten en die op een specifieke manier de precieze doelstellingen van de educatie kan bepalen. De verstrekking wordt door de huisarts van het zorgtraject globaal voorgeschreven voor de eerste vijf prestaties. Voor de bijkomende verstrekkingen is een nieuw voorschrift vereist waarop het aantal verstrekkingen wordt vermeld; dat aantal wordt bepaald door de huisarts nadat deze kennis heeft genomen van het rapport van de educator.

De educator rapporteert aan de huisarts zodra de eerste 5 verstrekkingen 794054 zijn gerealiseerd. Als er meer dan 5 verstrekkingen worden verleend, zal een nieuw rapport aan de huisarts worden opgesteld zodra ook het voorgeschreven bijkomende aantal van dit type verstrekkingen is verleend.

De verstrekking 794054 mag nooit worden vergoed:

- indien de rechthebbende al minstens 5 keer de verstrekking “opstarteducatie” heeft genoten en de eerste verstrekking van dit type meer dan een jaar geleden werd verricht;

- indien de rechthebbende al minstens 5 keer de verstrekking “opstarteducatie” heeft genoten die werd verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator en de eerste verstrekking van dit type meer dan een jaar geleden werd verricht;

- indien de patiënt in het kader van een revalidatieovereenkomst inzake zelfregulatie van diabetes mellituspatiënten die tussen het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en bepaalde ziekenhuizen is gesloten (deze overeenkomst wordt hierna de “diabetesovereenkomst” genoemd) een programma van diabeteszelfregulatie geniet of heeft genoten dat de educatie van diabetespatiënten omvat;

- indien de patiënt reeds minstens één prestatie 794076 of 794091 heeft genoten zoals bedoeld in de punten B.2 en B.3 hieronder of minstens één prestatie “opvolgeducatie” of “educatie bij problemen” die werd verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator.

Het totaal van de verstrekkingen “opstarteducatie” die in het kader van deze nomenclatuur worden verricht of die worden verricht door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator, mag nooit het aantal van 10 verstrekkingen overschrijden.



B.2. 794076 R 19,71

Individuele verstrekking inzake diabeteseducatie voor de opvolging van de diabetespatiënt die wordt behandeld met insuline of door middel van incretinemimetica, met een minimumduur van 30 minuten (“opvolgeducatie”).

De verstrekking 794076 mag worden voorgeschreven voor een rechthebbende die met insuline of door middel van incretinemimetica wordt behandeld en die al een programma voor diabeteszelfregulatie met regelmatige glycemiecontrole volgt, indien de verstrekking 794076 aangewezen is voor de rechthebbende om zijn kennis van de principes betreffende zijn zelfregulatie up-tu-date te houden.

De verstrekking 794076 mag ten hoogste twee keer per patiënt en per kalenderjaar worden geattesteerd.

Een verzekeringstegemoetkoming in de verstrekking 794076 mag worden verleend op voorwaarde dat:

- de verstrekking voorgeschreven wordt door de huisarts die het zorgtraject-contract met de betrokken rechthebbende heeft gesloten en die de precieze doelstellingen van de opvolgeducatie kan bepalen. Het voorschrift moet het aantal voorgeschreven verstrekkingen vermelden;

- de verstrekking niet werd verricht gedurende het kalenderjaar waarin een eerste verstrekking “opstarteducatie” werd gerealiseerd, of het nu gaat om de verstrekking 794054 die is verricht in het kader van deze nomenclatuur, dan wel om een verstrekking “opstarteducatie” die is verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator.

De educator rapporteert, na de realisatie van de voorgeschreven verstrekkingen 794076, de resultaten van die verstrekkingen aan de huisarts.

De verstrekking 794076 mag nooit worden vergoed:

- indien de rechthebbende tijdens het lopende kalenderjaar al twee verstrekkingen “opvolgeducatie” heeft genoten die zijn verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator;

- tijdens de periode waarin de patiënt, in het kader van de diabetesovereenkomst, een programma voor diabeteszelfregulatie geniet dat de educatie van diabetespatiënten omvat.

Het totaal van de verstrekkingen “opvolgeducatie” die in het kader van deze nomenclatuur worden verricht of die worden verricht door een verpleegkundige die als educator in de diabetologie is erkend, mag nooit het aantal van 2 verstrekkingen per kalenderjaar overschrijden.



B.3. 794091 R 19,71

Individuele verstrekkingen voor de extra educatie bij problemen, met een minimumduur van 30 minuten (“educatie bij problemen”).

De verstrekking 794091 mag worden voorgeschreven voor een rechthebbende die met insuline of door middel van incretinemimetica wordt behandeld en die al een programma voor diabeteszelfregulatie met regelmatige glycemiecontrole volgt, en dit in elke situatie waarbij de huisarts vindt dat de verstrekking 794091 aangewezen is.

De verstrekking 794091 mag ten hoogste 4 keer per patiënt en per kalenderjaar worden geattesteerd.

Een verzekeringstegemoetkoming in de verstrekking 794091 mag worden verleend op voorwaarde dat:

- de verstrekking voorgeschreven wordt door de huisarts die het zorgtraject-contract met de betrokken rechthebbende heeft gesloten en die de precieze doelstellingen van de educatie kan bepalen. Het voorschrift moet het aantal voorgeschreven verstrekkingen vermelden;

- de verstrekking niet werd verricht gedurende het kalenderjaar waarin een eerste verstrekking “opstarteducatie” werd verricht, of het nu gaat om de verstrekking 794054 die wordt verricht in het kader van deze nomenclatuur, dan wel om een verstrekking “opstarteducatie” die wordt verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator.

De educator rapporteert, na de realisatie van de voorgeschreven verstrekkingen 794091, de resultaten van die verstrekkingen aan de huisarts.

De verstrekking 794091 mag nooit worden vergoed:

- wanneer de rechthebbende tijdens het lopende kalenderjaar al 4 keer de verstrekking “educatie bij problemen” heeft genoten die is verleend door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator;

- tijdens de periode waarin de patiënt, in het kader van de diabetesovereenkomst, een programma voor diabeteszelfregulatie geniet dat de educatie van diabetespatiënten omvat.

Het totaal van verstrekkingen “educatie bij problemen” die in het kader van deze nomenclatuur worden verricht of die worden verricht door een verpleegkundige met een specifiek registratienummer van diabeteseducator, mag nooit het aantal van 4 verstrekkingen per kalenderjaar overschrijden.



C. Gemeenschappelijke toepassingsregels voor de verstrekkingen 794054, 794076 en 794091

[V – K.B. 27-5-14 – B.S. 19-6 – art. 1] (°)

[- De verstrekkingen worden verleend bij de rechthebbende thuis of in de praktijkkamer van de huisarts of in de praktijkkamer van de educator of in een regiohuis van een door de verzekering voor geneeskundige verzorging gesubsidieerd lokaal multidisciplinair netwerk.

Indien een deel of het geheel van de verstrekkingen 794054 in de praktijkkamer van de educator verleend worden, moeten de volgende voorwaarden nageleefd worden :

o Vooraleer de educator verstrekkingen 794054 in zijn praktijkkamer mag verrichten, moeten minstens twee verstrekkingen 794054 bij de rechthebbende thuis verleend zijn en,

o mag het totaal aantal verstrekkingen 794054 die in de praktijkkamer van de educator verleend worden, op geen enkel ogenblik het aantal verstrekkingen 794054 die bij de rechthebbende thuis verleend worden, overschrijden.

De educator moet erop toezien dat de voormelde voorwaarden nageleefd worden indien verstrekkingen 794054 in zijn praktijkkamer verleend worden.]

- De verstrekkingen kunnen ook worden voorgeschreven door een andere huisarts die toegang heeft tot het globaal medisch dossier van de rechthebbende.

- De educator kan alleen verstrekkingen verrichten waarvan de inhoud tot zijn wettelijke bevoegdheden behoort. Hieruit volgt dat de educator – die niet over een diploma van verpleegkundige beschikt – niet bevoegd is om een diabetespatiënt aan te leren zichzelf insuline te injecteren. In geval dat de patiënt wordt aangeleerd om zichzelf te injecteren, moet dit gebeuren door de geneesheer of door een verpleegkundige die over een specifiek registratienummer van diabeteseducator beschikt.



[W – K.B. 27-5-14 – B.S. 19-6 – art. 2] (°°)

- De educator houdt voor elke patiënt een dossier met betrekking tot de diabeteseducatie bij waarin gegevens zijn opgenomen over de overeengekomen therapeutische doelstellingen en de inhoud van de gerealiseerde educatie[, inclusief de plaats waar de verstrekkingen verleend zijn]. Het voorschrift van de huisarts wordt in dat dossier bewaard. De educator bewaart alle elementen van het dossier gedurende minstens 5 jaar.

- De educator werkt samen met alle zorgverleners die betrokken zijn bij de zorg voor de diabetespatiënt: de huisarts en de geneesheerspecialist die het zorgtraject-contract met de patiënt hebben gesloten, de leveranciers van het materiaal en de paramedici.

- De in onderhavig besluit voorziene diabeteseducatieverstrekkingen, komen enkel in aanmerking voor een verzekeringstegemoetkoming indien ze werden verleend door een erkende zorgverlener die een samenwerkingsovereenkomst met een geconventioneerd diabetesteam (dat in het kader van de diabetesovereenkomst werkzaam is) heeft gesloten.

- Zodra een lokaal multidisciplinair netwerk wordt gesubsidieerd door de verzekering voor geneeskundige verzorging, moet de educator in dat netwerk worden opgenomen en zich inschakelen in de globale initiatieven inzake aanvullende opleiding die in het lokaal multidisciplinair netwerk rond diabetes worden openomen.

- Het Verzekeringscomité kan, op advies van het College van geneesheren-directeurs, richtlijnen uitvaardigen met betrekking tot de inhoud van de educatie, de inhoud van de rapporten en de inhoud van het educatiedossier.

- de verstrekking 794076 en de verstrekking 794091 mogen niet op dezelfde dag worden verricht.

- Een rechthebbende mag de in dit hoofdstuk voorziene diabeteseducatieverstrekkingen nooit cumuleren met de forfaitaire honoraria van de verstrekkingen die aan diabetespatiënten worden verleend en die zijn bepaald in artikel 8 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en dit gedurende de hele geldigheidsperiode van het zorgtraject-contract.



D. Erkenning, herkenningsaanvraag

De zorgverleners die de verstrekkingen bedoeld in hoofdstuk V van onderhavig besluit mogen verrichten zijn de podologen, de diëtisten en de kinesitherapeuten die naast hun basisopleiding allemaal een aanvullende opleiding van diabeteseducator hebben gevolgd. Die aanvullende opleiding moet het mogelijk maken om 20 studiepunten te verwerven of minstens 150 opleidingsuren omvatten; iedere opleiding moet ten minste 100 uren theoretisch onderwijs omvatten en leiden tot de uitreiking van een getuigschrift door een opleidingsinstituut dat is erkend door de overheid die onderwijs tot haar bevoegdheid heeft.

De in onderhavig besluit voorziene diabeteseducatieverstrekkingen komen enkel in aanmerking voor een verzekeringstegemoetkoming indien ze werden verleend door een zorgverlener die is erkend als diabeteseducator door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.

Om als diabeteseducator te worden erkend, moeten de kandidaten een aanvraag richten aan de leidend ambtenaar van de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering met daarin:

1° Voor de podologen: een afschrift van het diploma dat een opleiding bekroont, overeenstemmend met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van het voltijds hoger onderwijs met een leerprogramma zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 15 oktober 2001 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van podoloog en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de podoloog door een arts kan worden belast, alsook een afschrift van het getuigschrift van de met vrucht doorlopen aanvullende opleiding van diabeteseducator dat door het opleidingsinstituut is uitgereikt.

Voor de diëtisten: een afschrift van het diploma dat een opleiding bekroont, overeenstemmend met een opleiding van minstens drie jaar in het kader van het voltijds hoger onderwijs in de voedings- en dieetleer met een leerprogramma zoals bepaald in het Koninklijk Besluit van 19 februari 1997 betreffende de beroepstitel en de kwaliteitsvereisten voor de uitoefening van het beroep van diëtist en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de diëtist door een arts kan worden belast, alsook een afschrift van het getuigschrift van de met vrucht doorlopen aanvullende opleiding van diabeteseducator dat door het opleidingsinstituut is uitgereikt.

Voor de kinesitherapeuten: het bewijs dat ze door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid erkend zijn als kinesitherapeut, alsook een afschrift van het getuigschrift van de met vrucht doorlopen aanvullende opleiding van educator in de diabetologie dat door het opleidingsinstituut is uitgereikt.

De personen die een erkenning in het buitenland hebben behaald, kunnen enkel voor een erkenning in aanmerking komen als ze het bewijs kunnen leveren van de officiële gelijkstelling van het diploma;

2° De verbintenis zich op straffe van terugbetaling te houden aan de hoger vermelde voorwaarden om de in onderhavig koninklijk besluit voorziene diabeteseducatieverstrekkingen te attesteren;

3° De verbintenis zich, voor de in onderhavig koninklijk besluit voorziene verstrekkingen, te houden aan de voorziene honoraria;

4° Een getuigschrift van het door de verzekering voor geneeskundige verzorging gesubsidieerde lokale multidisciplinaire netwerk (als dat netwerk bestaat) waarin wordt vermeld dat de educator in dat netwerk is opgenomen.

De Dienst voor geneeskundige verzorging maakt de lijst op van de erkende educatoren in de diabetologie en wijst hun een erkenningsnummer toe.

Wie erkend is, is verplicht om elk kalenderjaar 15 uur bijscholing te volgen. Het Verzekeringscomité kan, op voordracht van het College van geneesheren-directeurs, richtlijnen opstellen met betrekking tot de inhoud van de bijscholing van de educatoren. De erkenning van een erkende educator die, op verzoek van het RIZIV, niet kan aantonen dat hij aan die voorwaarde van bijscholing voldoet, kan worden ingetrokken.

Het Verzekeringscomité kan, op voordracht van het College van geneesheren-directeurs, vanaf een bepaalde datum een minimum qua activiteitsvolume opleggen dat uitsluitend aan de diabeteseducatieverstrekkingen moet worden besteed. De erkenning van een erkende educator die, op verzoek van het RIZIV, niet kan aantonen dat hij permanent aan die voorwaarde voldoet, kan worden ingetrokken.]



[I – K.B. 22-10-10 – B.S. 6-12 – art. 11] (°)

[HOOFDSTUK VI

TERUGBETAALBAAR ZELFZORGMATERIAAL

A. [Opgeheven door: K.B. 11-2-13 – B.S. 13-3 – ed. 2 – art. 4] (°°)

B. [Opgeheven door: K.B. 11-2-13 – B.S. 13-3 – ed. 2 – art. 4] (°°°)

1   2   3


Dovnload 215.45 Kb.