Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bijzondere bepalingen voor passagiersschepen

Dovnload 11.39 Kb.

Bijzondere bepalingen voor passagiersschepen



Datum05.04.2017
Grootte11.39 Kb.

Dovnload 11.39 Kb.

Voor vrachtschepen zijn geen specifieke eisen in het ROSR t.a.v. van brandwerendheid voor de te gebruiken materialen in verblijven vastgelegd. Voor passagierschepen wel in Hoofdstuk 15; Bijzondere bepalingen voor passagiersschepen.
Ook voor tankers is in het ROSR niets vastgelegd, de reglementen van brandwerendheid voor de te gebruiken materialen in verblijven voor tankers staan in het ADNR, deel 9 Constructievoorschriften. Zie het kopje “ADNR” hiernaast.
Hieronder ROSR richtlijn 6.

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR)
Richtlijn 6
BRANDWERENDE EIGENSCHAPPEN VAN MATERIALEN EN ONDERDELEN

(artikel 1.01 - definities 79, 80, 81)


Richtlijn nr.6 aan de Commissies van deskundigen ingevolge artikel 1.07 ROSR 1995
1. Algemeen

De brandwerende eigenschappen van materialen en onderdelen moet worden vastgesteld door een erkende keuringsinstantie.


2. Testprocedure en eisen
2.1 Brandbaarheid

2.1.1 Overeenkomstig artikel 1.01, definitie 79 (Zie betekenis uitdrukkingen), is een materiaal onbrandbaar wanneer het niet kan branden en geen ontvlambare gassen ontwikkelt in zodanige hoeveelheden dat deze bij verhitting tot ongeveer 750°C tot zelfontbranding overgaan.

Als testprocedures voor het vaststellen van de Onbrandbaarheid van materialen worden aanvaard:

— SOLAS/IMO resolutie A.472 (XII);

gelijkwaardige voorschriften van één der Rijnoeverstaten of van België.

2.1.2 Overeenkomstig artikel 1.01, definitie 80 (Zie betekenis uitdrukkingen), is een materiaal moeilijk ontvlambaar wanneer het zelf, of waarvan tenminste het oppervlak moeilijk tot ontsteking gebracht kan worden en wanneer het materiaal het uitbreiden van een brand op adequate wijze beperkt.

Als testprocedures voor het vaststellen van het Moeilijk ontvlambaar zijn van materialen worden aanvaard:

2.1.2.1 algemeen

— SOLAS/IMO resolutie A.653 (16);

— gelijkwaardige voorschriften van een der Rijnoeverstaten of van België;

2.1.2.2 voor elektrische kabels en installatiemateriaal 

IEC 332;

— gelijkwaardige voorschriften van één der Rijnoeverstaten of van België.
2.2 Brandwerendheid (brandvertragend)
2.2.1 Overeenkomstig artikel 1.01, definitie 81 (Zie betekenis uitdrukkingen), zijn constructiedelen of inrichtingen brandvertragend wanneer ze voldoen aan bepaalde eisen met betrekking tot brandwerendheid.

Als testprocedures voor het vaststellen van Brandwerendheid worden aanvaard:

Standaard brandproef volgens SOLAS/IMO resoluties A.517 (13) en A.74 (18), scheidingsvak van het type B15;

— gelijkwaardige voorschriften van één der Rijnoeverstaten of van België.


2.2.2 Constructiedelen met brandwerende scheidingsvlakken moeten bestaan uit goedgekeurde onbrandbare materialen, zodat het doorslaan van vuur voorkomen wordt (scheidingsvlak van het type B15); evenwel kan in combinatie met deze materialen moeilijk ontvlambare bekleding worden toegestaan, mits het bestand zijn tegen hitte hiervan ten hoogste 45 MJ/m² in relatie tot de toegepaste dikte bedraagt.

De brandwerende scheidingsvlakken moeten zo zijn ontworpen dat ze in een normale toestand het doordringen van rook gedurende tenminste 30 minuten verhinderen.

  • Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR) Richtlijn 6 BRANDWERENDE EIGENSCHAPPEN VAN MATERIALEN EN ONDERDELEN
  • 1. Algemeen
  • Onbrandbaarheid
  • Moeilijk ontvlambaar zijn
  • Brandwerendheid

  • Dovnload 11.39 Kb.