Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina11/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

CXXIX. O reiziger in het Pad van God! Neem uw deel van de oceaan van Zijn genade, en onthoud u de dingen niet die in haar diepten verborgen liggen. Behoor tot hen die deel hebben aan haar rijkdommen. Eén dauwdroppel uit deze oceaan, indien uitgegoten over allen die in de hemelen en allen die op aarde zijn, zou voldoende zijn om hen te verrijken met de milddadigheid van God, de Almachtige, de Alwetende, de Alwijze. Haal het met de handen van zelfverloochening te voorschijn uit haar levenschenkende wateren en besprenkel daarmee al het geschapene, opdat zij mogen worden gezuiverd van alle door de mensen gemaakte beperkingen en de machtige zetel van God, deze gewijde en luisterrijke Plek, mogen naderen.

Wees niet bedroefd als gij het alleen moet volbrengen. Laat God de altoereikende zijn voor u. Bid innig tot Zijn Geest en behoor tot de dankbaren. Verkondig de Zaak van Uw Heer aan allen die in de hemelen en op aarde zijn. Mocht er iemand zijn die gehoor geeft aan uw roep, toon hem dan de parelen der wijsheid van uw Heer, uw God Die Zijn Geest tot u heeft neergezonden, en behoor tot hen die waarlijk geloven. En mocht iemand uw aanbod verwerpen, keer u dan van hem af en stel uw hoop en vertrouwen in de Heer, uw God, de Heer aller werelden.

Bij de rechtvaardigheid Gods! Al wie in deze Dag zijn mond opent en melding maakt van de naam van zijn Heer, op hem zullen de heerscharen van goddelijke inspiratie neerdalen vanuit de hemel van Mijn Naam, de Alwetende, de Alwijze. Op hem zal de Schare uit den hoge neerdalen waarbij elkeen een kelk uit zuiver licht omhoog houdt. Aldus is voorbeschikt in het rijk van Gods Openbaring op bevel van Hem Die de Alglorierijke, de Machtige is.

Een schare van Zijn uitverkorenen, verborgen achter de heilige sluier en gereed voor de dienst van God, zal bekend worden gemaakt aan de mensen, een schare die Zijn Zaak zal helpen en voor niemand bevreesd zal zijn al zou de gehele mensheid tegen haar opstaan en haar bestrijden. Het zijn deze uitverkorenen die voor de ogen van de bewoners der aarde en des hemels zullen opstaan, en de naam van de Almachtige luide zullen toejuichen en de mensenkinderen zullen oproepen tot het pad van God, de Alglorierijke, de Alomgeprezene. Bewandel hun weg en laat niemand u ontmoedigen. Behoor tot hen die het rumoer van de wereld nooit kan bedroeven, en wier doel nooit zal worden verijdeld door de afkeuring van de beschuldiger, hoezeer het hen ook moge verstoren in het pad van hun Schepper.

Ga uit met de Tafel van God en Zijn tekenen en herenig hen die in Mij hebben geloofd, en maak hun het nieuws van Ons heiligste Paradijs bekend. Waarschuw dan degenen die zich met Hem hebben gelijk gesteld. Zeg: Ik ben tot u gekomen, o mensen, van de Troon van heerlijkheid met een aankondiging van God, de Krachtigste, de Verhevenste, de Grootste. In mijn hand draag Ik het getuigenis van God, uw Heer en de Heer uwer vaderen van weleer. Weeg het met de rechtvaardige Waag die gij in bezit hebt, de Waag van het getuigenis der Profeten en Boodschappers van God. Als gij meent dat het naar waarheid is ingelegd, als gij gelooft dat het van God is, hoedt u er dan voor dat gij er niet op vit, uw werken nutteloos worden en gij tot de ongelovigen wordt gerekend. Het is waarlijk het teken Gods dat is neergezonden door de kracht der waarheid, waardoor de geldigheid van Zijn Zaak is aangetoond aan Zijn schepselen, en de vaandels van zuiverheid zijn geheven tussen hemel en aarde.

Zeg: Dit is de verzegelde, mystieke Rol, de schatkamer van Gods onherroepelijk Bevel, de woorden dragend die de Vinger van Heiligheid heeft geschetst, wat gewikkeld lag in de sluier van ondoorgrondelijk mysterie en nu is neergezonden als een teken van genade van Hem Die de Almachtige, de Aloude der Dagen is. Wij hebben er de bestemming van alle bewoners der aarde en die der hemelen - in - verordend en er de kennis van alle dingen, van het eerste tot het laatste, op neergeschreven. Niets kan Hem ontgaan of hinderen of het nu geschapen is in het verleden of geschapen wordt in de toekomst, zo gij het slechts kon bevatten.

Zeg: De Openbaring die God heeft neergezonden is zeer zeker herhaald en de uitgestrekte Hand van Onze macht heeft allen die in de hemelen en allen die op de aarde zijn overschaduwd. Wij hebben door de kracht der waarheid, de zuivere waarheid, een oneindig kleine glimp van Ons ondoorgrondelijk Mysterie geopenbaard, en ziet, zij die de stralende pracht hebben onderkend van de Sinaï bliezen de laatste adem uit, toen zij een bliksemflits opvingen van dit Karmozijnrode Licht dat de Sinaï van Onze Openbaring omgeeft. Aldus is Hij die de Schoonheid is van de Albarmhartige neergedaald in de wolken van Zijn getuigenis en heeft het decreet volbracht krachtens de Wil van God, de Alglorierijke, de Alwijze.

Zeg: Treed uit uw heilige kamer, o Maagd des Hemels, bewoonster van het Verheven Paradijs! Hul u naar verkiezen in het zijden Gewaad van onsterfelijkheid en bekleed u, in naam van de Alglorierijke, met de rijk bestikte Mantel van licht. Luister dan naar de lieflijke, wonderbaarlijke klank van de Stem die komt van de Troon van Uw Heer, de Ongenaakbare, de Hoogste. Ontsluier Uw gelaat en maak de schoonheid van de zwartogige Jonkvrouwe openbaar, en laat de dienaren van God niet verstoken blijven van het licht van Uw stralend aangezicht. Treur niet als Gij de zuchten van de bewoners op aarde hoort, of het geluid van het weeklagen der bewoners van de hemel. Laat hen vergaan in het stof van ondergang. Laat hen tot niets worden, aangezien de vlam van haat in hun borst is ontbrand. Hef dan met hoogst welluidende stem voor de ogen der volkeren van hemel en aarde de lofzang aan, ter gedachtenis aan Hem die de Koning is van de namen en hoedanigheden van God. Aldus hebben Wij uw bestemming verordineerd. Wij kunnen zeer wel Ons doel bereiken.

Gij die de Essentie van zuiverheid zijt, wees op uw hoede dat gij u niet ontdoet van uw gewaad van stralende heerlijkheid. Ja, verrijk u steeds meer met de zuivere gewaden van uw God in het koninkrijk van schepping, opdat door u het schone beeld van de Almachtige moge weerspiegeld worden in al het geschapene, en de gehele schepping worden doordrongen met de genade van uw Heer, in de volheid van haar kracht.

Zo gij bij enig mens de geur ruikt van de liefde voor Uw Heer, offer U dan op voor hem, want juist om die reden hebben Wij u geschapen en met u een verbond gesloten sinds onheuglijke tijden, in tegenwoordigheid van de gemeenschap van Onze welbegunstigden. Wees niet ongeduldig als de blinden van hart de pijlen van hun ijdele waan op u doen neerkomen. Laat hen aan henzelf over, want zij volgen de inblazingen van de kwaadwilligen.

Roep uit voor de ogen der bewoners van hemel en aarde: Ik ben de Maagd des Hemels, de Telg die is voortgebracht door de Geest van Bahá. Mijn woning is het Huis van Zijn Naam, de Alglorierijke. In tegenwoordigheid van de Schare in den hoge werd Ik getooid met het sieraad van Zijn namen werd Ik gewikkeld in de sluier van onschendbare veiligheid en lag verborgen voor 's mensen oog. Mij dunkt dat Ik een Stem hoorde van goddelijke en weergaloze lieflijkheid die voortkwam vanuit de rechterhand van de God van Barmhartigheid, en ziet, het gehele Paradijs roerde zich en beefde voor Mij, in zijn verlangen de klanken ervan te horen en de schoonheid van Hem die ze uitte, te aanschouwen. Aldus hebben Wij in deze stralende Tafel, in de lieflijkste taal, de verzen geopenbaard welke de Tong van Eeuwigheid in de Qayyúm-'i-Asmá verwoordde.

Zeg: Hij beschikt naar Zijn behagen krachtens Zijn soevereiniteit, en doet al wat Hij wil op Zijn bevel. Hem zal niet worden gevraagd naar de dingen die het Hem behaagt te beschikken. Hij, in waarheid, is de Onbeperkte, de Almogende, de Alwijze.

Zij die niet in God hebben geloofd en in opstand kwamen tegen Zijn soevereiniteit, zijn de hulpeloze slachtoffers van hun verdorven neigingen en begeerten. Deze mensen zullen terugkeren naar hun verblijf in het hellevuur; erbarmelijk is de verblijfplaats der loochenaars!
CXXX. Weest vrijgevig in voorspoed en dankbaar in tegenspoed. Weest het vertrouwen van uw naaste waardig en beziet hem met een stralend en liefdevol gelaat. Weest een schat voor de arme, een vermaner voor de rijke. Beantwoordt de roep van de behoeftige, houdt u aan de heiligheid van uw belofte. Weest rechtvaardig in uw oordeel en behoedzaam in uw spreken. Behandelt niemand onrechtvaardig en weest zachtmoedig jegens alle mensen. Weest gelijk een lamp voor hen die in duisternis dwalen, een vreugde voor de bedroefden, een bron voor de dorstigen, een haven voor hen die in nood verkeren, een steun en verdediger voor het slachtoffer van verdrukking. Laat eerlijkheid en oprechtheid al uw daden kenmerken. Weest een tehuis voor de vreemdeling, een balsem voor de lijdende, een toevlucht voor de vluchteling. Weest het oog voor de blinde en een lichtbaken voor de dwalende. Weest een sieraad voor het aangezicht der waarheid, een kroon op het hoofd van trouw, een zuil van de tempel van rechtschapenheid, een levensadem voor het lichaam der mensheid, een vaandel van de heerscharen der gerechtigheid, een ster boven de horizon van deugd, dauw voor de bodem van het menselijk hart, een ark op de zee van kennis, een zon aan de hemel van milddadigheid, een juweel in de diadeem van wijsheid, een stralend licht aan het firmament van uw generatie en een vrucht aan de boom van nederigheid.
CXXXI. De Pen van de Aloude Koning is nooit opgehouden met het gedenken van de geliefden Gods. De ene keer vloeiden er rivieren van barmhartigheid uit Zijn Pen, een andermaal is door haar beweging Gods duidelijke Boek geopenbaard. Hij is Degeen met wie niemand zich kan vergelijken, Wiens uitspraak geen sterfelijk mens ooit kan overtreffen; Hij is het Die eeuwigdurend is gevestigd op de zetel van overwicht en macht, Hij van Wiens lippen raadgevingen zijn uitgegaan die de noden der gehele mensheid kunnen lenigen, benevens waarschuwingen die hun ten goede kunnen komen.

De ene ware God is Mijn getuige - en Zijn schepselen zullen het bevestigen - dat Ik Mijzelf geen ogenblik toestond voor het oog der mensen verborgen te zijn, noch inwilligde Mijn persoon tegen hun onrecht te beschermen. Voor het aangezicht van alle mensen verhief Ik Mij en gebood hun te doen hetgeen Mij welgevallig is. Mijn doel is geen ander dan de wereld te verbeteren en haar volkeren rust te geven. Het welzijn der mensheid, haar vrede en veiligheid zijn onbereikbaar, tenzij en totdat haar eenheid blijvend tot stand is gebracht. Deze eenheid kan nooit worden verwezenlijkt, zolang aan de raad die de Pen van de Allerhoogste heeft geopenbaard, achteloos wordt voorbijgegaan.

Door de kracht van de door Hem geuite woorden kan het gehele menselijke ras worden verlicht met het licht van eenheid, en het gedenken van Zijn Naam is in staat het hart van alle mensen te doen ontvlammen en de sluiers te verbranden die hen van Zijn heerlijkheid scheiden. Eén rechtvaardige daad is met een kracht begiftigd die het stof zo hoog kan verheffen dat het boven de hemel der hemelen uitstijgt. Zo'n daad kan elke keten verbreken en heeft het vermogen om de verbruikte en verdwenen kracht te herstellen.....

Weest zuiver, o volk Gods, weest zuiver; weest rechtschapen, weest rechtschapen. Zeg: O volk Gods! Hetgeen de overwinning kan waarborgen van Hem Die de eeuwige waarheid is, Zijn heerscharen en helpers op aarde, is opgetekend in de heilige Boeken en Geschriften, en even helder en duidelijk als de zon. Deze heerscharen zijn die rechtvaardige daden, dat gedrag en dat karakter, welke in Zijn ogen aanvaardbaar zijn. Al wie in deze Dag opstaat om Onze Zaak te helpen, en de heerscharen van een prijzenswaardig karakter en een rechtschapen gedrag te hulp roept, zal de gehele wereld voorzeker doordrenken met de invloed die van zulk een daad uitgaat.


CXXXII. Het Doel van de ene ware God - verheven zij Zijn glorie - wanneer Hij Zich aan de mensen openbaart, is de juwelen bloot te leggen die in de mijn van hun ware en diepste wezen verborgen liggen. Dat het de verschillende gemeenschappen op aarde en de talrijke godsdienstige stelsels nooit mag worden toegestaan vijandige gevoelens onder de mensen aan te kweken, behoort in deze Dag tot het wezen van het Geloof in God en Zijn religie. Deze beginselen en wetten, deze stevig verankerde en machtige stelsels zijn uit één Bron voortgekomen en zijn de stralen van één Licht. Dat zij onderling verschillen, is toe te schrijven aan de gewijzigde behoeften van het tijdperk waarin zij werden verkondigd.

Omgordt de lendenen van uw streven, o volk van Bahá, opdat het tumult van godsdienstige onenigheid en strijd dat de volkeren op aarde in beroering brengt, gestild en ieder spoor volledig uitgewist kan worden. Verheft u uit Liefde voor God en voor hen die Hem dienen, om deze verhevenste en belangrijkste Openbaring bij te staan. Fanatieke godsdienstijver en haat zijn een wereldverslindend vuur waarvan niemand het geweld kan blussen. Slechts de Hand van goddelijke Macht kan de mensheid van deze vernietigende ramp bevrijden.....

Hetgeen God heeft geuit, is een lamp waarvan het licht bestaat uit deze woorden: Gij zijt de vruchten van één boom en de bladeren van één tak. Verkeert met elkander in de grootste liefde en eendracht, als ware vrienden en kameraden. Hij, de Dagster der Waarheid, is Mijn getuige! Zo krachtig is het licht van eenheid dat het de gehele aarde kan verlichten. De ene ware God, Hij die alle dingen kent, getuigt van de waarheid van deze woorden.

Spant u in om deze allesovertreffende en hoogste staat te bereiken, een staat welke de bescherming en veiligheid van de gehele mensheid kan verzekeren. Dit doel overtreft ieder ander doel en dit streven gaat alle streven te boven. Zolang echter de zware wolken van verdrukking die de dagster van gerechtigheid verduisteren niet zijn verjaagd, zal het moeilijk zijn de heerlijkheid van deze staat aan 's mensen oog te onthullen.....

O volk van Bahá, ga met alle mensen om in een geest van vriendelijkheid en kameraadschap. Als gij u bewust zijt van een bepaalde waarheid, als gij een kleinood bezit dat anderen nog niet bezitten, laat hen er dan in delen in de vriendelijkste, welwillendste bewoordingen. Als het aanvaard wordt, als het aan zijn doel beantwoordt, dan is uw oogmerk bereikt. Zou iemand het afwijzen, laat hem dan aan zichzelf over, en smeek God hem te leiden. Hoedt u ervoor hem onvriendelijk te bejegenen. Een aangename spraak is de magneet van 's mensen hart. Ze is het brood van de geest, ze geeft betekenis aan de woorden, zij is de bron van het licht van wijsheid en begrip.....
CXXXIII. De voorschriften Gods zijn uit de hemel van Zijn verhevenste Openbaring neergezonden. Allen moeten deze met onverflauwde ijver naleven. Des mensen hoogste onderscheiding, zijn werkelijke vooruitgang en zijn uiteindelijke overwinning waren steeds hiervan afhankelijk en zullen hiervan afhankelijk blijven. Al wie de geboden van God nakomt, zal eeuwige gelukzaligheid bereiken.

Een tweevoudige verplichting rust op een ieder die de Dageraad van de eenheid Gods heeft erkend en de waarheid van Hem die de Manifestatie is van Zijn één-zijn, heeft aanvaard. De eerste plicht is standvastigheid in Zijn liefde. Zulk een standvastigheid dat noch het getier van de vijand noch de aanspraken van de nietswaardige veinzer hem ervan kunnen afschrikken, Hem die de eeuwige Waarheid is, aan te hangen een standvastigheid die daaraan zelfs geen aandacht schenkt. De tweede is strikte naleving van de door Hem voorgeschreven wetten - wetten die Hij steeds heeft ingesteld en zal blijven instellen voor de mensen, zodat daardoor de waarheid kan worden onderscheiden van de leugen.


CXXXIV. De allereerste plicht die is voorgeschreven aan de mensen, naast de erkenning van Hem Die de eeuwige Waarheid is, is de plicht standvastig te zijn in Zijn Zaak. Houdt u daaraan vast en behoort tot hen wier denken hecht is verankerd en geworteld in God. Geen enkele daad, hoe verdienstelijk ook, was en is hiermee ooit te vergelijken. Het is de koning aller daden, en hiervan zal uw Heer, de Allerhoogste, de Krachtigste getuigen ....

De deugden en hoedanigheden die eigen zijn aan God, zijn alle overduidelijk, en zijn genoemd en beschreven in alle heilige Boeken. Hiertoe behoren betrouwbaarheid, oprechtheid, zuiverheid van hart tijdens het bidden tot God, verdraagzaamheid, overgave aan al wat de Almachtige heeft bevolen, tevredenheid met de dingen waarin Zijn Wil heeft voorzien, geduld, ja zelfs dankbaarheid bij tegenspoed en onder alle omstandigheden volledig vertrouwen op Hem. Volgens het oordeel Gods behoren deze tot de hoogste en meest lofwaardige aller daden. Alle andere daden zijn hieraan ondergeschikt en bijkomend, en zullen dit altijd blijven ....

De geest die het mensenhart bezielt, is de kennis van God, en de meest waarachtige tooi hiervan de erkenning van de waarheid dat "Hij doet al wat Hij wil, en verordineert hetgeen Hem behaagt". De vreze Gods is het kleed ervan en standvastigheid in Zijn Geloof zijn vervolmaking. Aldus onderricht God een ieder die Hem zoekt. Hij, waarlijk, bemint degene die zich tot Hem keert. Er is geen ander God dan Hij, de Vergevende, de Milddadigste. Alle lof zij God, de Heer aller werelden.
CXXXV. O Letter van de Levende! Het oor van God heeft uw kreet gehoord en Zijn ogen hebben uw schriftelijke smeekbede gezien. Vanuit Zijn zetel van heerlijkheid roept Hij u en openbaart u de verzen die zijn neergezonden door Hem Die de Helper-in-Nood, de Bij-Zich-Bestaande is.

Gezegend zijt gij dat gij de afgod van het ik en van ijdele waan volkomen hebt vernietigd en de sluier van nutteloze verbeelding vaneen hebt gescheurd door de kracht van de macht van uw Heer, de Opperste Beschermer, de Almachtige, de enige Geliefde. Gij moet met recht worden gerekend tot die Letters welke iedere andere Letter hebben overtroffen. Deshalve heeft God u uitgekozen door de tong van uw Heer, de Báb, wiens stralend aanschijn de gehele schepping heeft omhuld, en zal blijven omhullen. Betuig de Almachtige uw dank, en verheerlijk Zijn naam, aangezien Hij u heeft geholpen een Zaak te erkennen welke het hart der bewoners der hemelen en van de aarde deed beven, maakte dat de bewoners der Koninkrijken van schepping en van openbaring luide deed roepen en waardoor de verborgen geheimen van 's mensen hart zijn uitgevorst en getoetst.

Uw Heer, de Allerhoogste, (de Báb) richt zich tot u vanuit Zijn Rijk van heerlijkheid met de volgende woorden: Groot is de gelukzaligheid die u wacht, o Letter van de Levende, want gij hebt waarlijk in Mij geloofd, hebt geweigerd Mij te schande te maken voor de Scharen in den hoge, gij hebt uw gelofte stand gedaan, de sluier van nutteloze inbeelding weggeworpen en uw blik gericht op de Heer, uw God, de Heer van het zichtbare en het onzichtbare, de Heer van het Bezochte Huis. Gij zijt Mij zeer welgevallig, aangezien Ik uw gezicht zag stralen van licht in de Dag dat de gezichten naargeestig en somber werden.

Zeg: O volk van de Bayán! Hebben Wij u niet gemaand in al Onze Tafelen en in al Onze verborgen Geschriften om niet uw boze hartstochten en verdorven neigingen te volgen, maar uw ogen gericht te houden op de aanblik van alovertreffende glorie op de Dag waarin de Machtigste Waag zal worden ingesteld, de Dag waarin de lieflijke melodieën van de Geest Gods worden neergezonden vanuit de rechterhand van de troon van uw Heer, de almachtige Beschermer, de Almogende, de Heilige der Heiligen. Hebben Wij u niet verboden vast te houden aan de dingen die u zouden buitensluiten van de Manifestatie van Onze Schoonheid in haar volgende Openbaring, of ze nu de belichamingen zijn van de namen van God en hun glorie dan wel de onthullers van Zijn hoedanigheden en hun heerschappij? Zodra Ik Mij openbaarde, zie, hoe gij Mijn waarheid hebt verworpen en u hebt afgekeerd van Mij en behoorde tot hen die de tekenen van God als een spel en tijdverdrijf hebt beschouwd.

Bij Mijn Schoonheid! Niets zal in deze Dag van u worden aanvaard, al gaat gij voort God in de eeuwigheid van Zijn heerschappij te aanbidden en u ootmoedig voor Hem te buigen. Want alle dingen zijn van Zijn Wil afhankelijk en de waarde van alle daden wordt door Zijn aanvaarding en welbehagen bepaald. Het ganse heelal is slechts een handvol klei in Zijn hand. Alleen wanneer een mens God erkent en Hem liefheeft, zal zijn roepen in deze Dag door God worden gehoord. Dit behoort tot het wezen van Zijn Geloof, wist gij het slechts.

Stelt gij u tevreden met hetgeen gelijk is aan de damp boven een vlakte, en zijt gij bereid afstand te doen van de Oceaan welks wateren krachtens de Wil van God de zielen der mensen verkwikken? Wee u, dat gij de milddadigheid Gods met zoiets zinloos en verachtelijks hebt vergolden. Gij behoort met recht tot hen die Mij hebben verworpen in Mijn voorgaande Openbaring. Kon uw hart het slechts bevatten!

Sta op en doe voor het oog van God boete voor uw plichtsverzuim jegens Hem. Dit is Mijn gebod aan u, zo gij het oor wilt neigen naar Mijn gebod. Bij Mijzelf! Noch het volk van de Qur'án, noch de volgelingen van de Thora en het Evangelie, en evenmin de volgelingen van enig ander Boek, hebben begaan hetgeen uw handen hebben bedreven. Ikzelf heb Mijn gehele leven gewijd aan de verdediging van de waarheid van dit Geloof. Ikzelf heb in al Mijn Tafelen de komst van Zijn Openbaring aangekondigd. En toch, nauwelijks manifesteerde Hij zich in Zijn volgende Openbaring, bekleed met de heerlijkheid van Bahá en getooid met het gewaad van Zijn grootheid, of gij kwaamt in opstand tegen Hem Die de opperste Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande is. Hoedt u, o mensen! Schaamt u over hetgeen Mij in het pad van God is overkomen door uw handen. Zorgt ervoor dat gij niet behoort tot hen die verworpen hebben hetgeen tot hen is neergezonden vanuit de Hemel van Gods alovertreffende heerlijkheid.

Deze, o Letter van de Levende, zijn de woorden die uw Heer heeft gesproken en tot u heeft gericht vanuit de rijken in den hoge. Verkondig de woorden van uw Heer aan Zijn dienaren, opdat zij uit hun sluimer mogen ontwaken, en vergiffenis vragen aan God Die hen heeft geschapen en gevormd, en deze stralendste, deze allerheiligste en duidelijke Openbaring van Zijn Schoonheid tot hen heeft neergezonden.


CXXXVI. Zeg: Bevrijdt uw ziel, o mensen, van de ketenen van het eigen ik, en zuivert haar van iedere gehechtheid aan iets buiten Mij. Het Mij gedenken zuivert alle dingen van ontwijding, kon gij het slechts begrijpen. Zeg: Zou al het geschapene geheel zijn ontdaan van de sluier van wereldse ijdelheid en begeerte, dan zou, in deze Dag, de Hand van God hen allen kleden met het gewaad: "Hij doet al wat Hij wil in het koninkrijk van schepping", zodat daardoor het teken van Zijn heerschappij zichtbaar zou zijn in alle dingen. Verheven daarom zij Hij, de Soevereine Heer van allen, de Almachtige, de Opperste Beschermer, de Alglorierijke, de Krachtigste.

Zing, o Mijn dienaar, de verzen Gods welke gij hebt ontvangen, gelijk door hen aangeheven die Hem nabij zijn, opdat de zoetheid van uw melodie uw eigen ziel mag doen ontbranden en het hart aller mensen aantrekken. De rondwarende engelen van de Almachtige zullen alom de geur verspreiden van de woorden, geuit door al wie zo in de stilte van zijn kamer de door God geopenbaarde verzen zegt, en zullen het hart van ieder rechtvaardig mens doen kloppen. Ofschoon deze uitwerking hem eerst onbewust mag blijven, zal de kracht van de hem geschonken genade vroeg of laat haar invloed op zijn ziel doen gelden. Aldus zijn de geheimen der Openbaring Gods krachtens de wil van Hem, Die de bron is van macht en wijsheid, vastgesteld.

O Khalíl! God is Mij tot getuige. Of schoon Mijn Pen zich nog beweegt op Mijn Tafel, weent ze niettemin in het diepst van haar hart en is diep bedroefd. De lamp die voor de Troon brandt, weent en kreunt eveneens, vanwege de dingen die de Aloude Schoonheid heeft geleden door de handen van hen die slechts een schepping zijn van Zijn Wil. God Zelf kent en getuigt van de waarheid van Mijn woorden. Geen mens die zijn oor heeft gezuiverd van het luidruchtige getier der ongelovigen en het geneigd heeft naar al het geschapene, kan falen het geluid te horen van hun weeklagen en geween over het leed dat Ons overkomen is door diegenen Onzer dienaren die niet geloofden en in opstand kwamen tegen Ons. Aldus hebben Wij u een glimp onthuld van de rampen die Ons overvielen, opdat gij u bewust moogt worden van Ons lijden, en uw verdriet geduldig moogt dragen.

Sta op om uw Heer te allen tijde en onder alle omstandigheden te helpen, en weest gij één van Zijn helpers. Spoor dan de mensen aan gehoor te geven aan de woorden die de Geest Gods heeft verwoord in deze stralende, luisterrijke Tafel. Zeg: O mensen, zaait geen tweedracht onder de mensen en twist niet met uw naaste. Weest onder alle omstandigheden geduldig en stelt uw volle vertrouwen en geloof in God. Staat uw Heer bij met het zwaard van wijsheid en woorden. Dit betaamt met recht de staat van de mens. Hiervan af te wijken zou God onwaardig zijn, de Soevereine Heer van allen, de Verheerlijkte. De mensen zijn echter op een dwaalspoor gebracht, en zij behoren waarlijk tot de achtelozen.

Ontsluit, o mensen, de deuren van 's mensen hart met de sleutels van het gedenken van Hem die het Gedenken Gods is en de Bron van wijsheid onder u. Uit de gehele wereld heeft Hij de harten van Zijn dienaren verkozen, en elk ervan tot een zetel gemaakt voor de openbaring van Zijn heerlijkheid. Heiligt ze daarom van iedere bezoedeling, zodat de dingen waarvoor ze werden geschapen erop gegrift kunnen worden. Dit waarlijk is een teken van Gods milddadige gunst.

O mensen, siert uw tong met oprechtheid en tooit uw ziel met het kleinood van eerlijkheid. Hoedt u, o mensen, dat gij niemand verraadt. Weest de vertrouwde dienaren van God onder Zijn schepselen en het symbool van Zijn edelmoedigheid onder Zijn volk. Zij die hun begeerten en verkeerde neigingen volgen, dwalen en verspillen hun krachten. Zij behoren inderdaad tot de verlorenen. Beijvert u, o mensen, dat uw oog gericht is op de Barmhartigheid van God, dat uw hart afgestemd is op Zijn wonderbare gedachtenis, dat uw ziel vol vertrouwen rust op Zijn genade en milddadigheid en dat uw voet de weg van Zijn welbehagen gaat. Dit is de raad die Ik u nalaat. Moogt gij Mijn raad opvolgen.

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


Dovnload 0.66 Mb.