Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina12/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

CXXXVII. Sommigen achtten het gerechtvaardigd inbreuk te maken op het onschendbare bezit van hun naaste, en hebben het uitdrukkelijke bevel van God zoals dit beschreven is in Zijn Boek, onbelangrijk geacht. Dat onheil over hen moge komen en de kastijding Gods, de Almogende, de Almachtige, hen moge treffen! Bij Hem Die schijnt boven de Dageraad van heiligheid! Zou de ganse aarde worden omgezet in zilver en goud, dan zou geen mens van wie gezegd kan worden dat hij werkelijk omhoog is gestegen in de hemel van geloof en zekerheid, zich verwaardigen ernaar te kijken, laat staan het te grijpen en te behouden. Van dit onderwerp hebben Wij voorheen melding gemaakt op plaatsen, geopenbaard in het Arabisch, een taal van uitzonderlijke schoonheid. God is Onze getuige! Al wie de zoetheid van die woorden heeft gesmaakt, zal nooit gedogen de grenzen te overschrijden die God heeft gesteld en evenmin zal hij zijn blik richten op iemand anders dan zijn Welbeminde. Met zijn innerlijk oog zal zo iemand geredelijk onderkennen dat de dingen van deze wereld geheel ijdel en voorbijgaand zijn, en zal hij Zijn zinnen zetten op de dingen hierboven.

Zeg: O gij die u de geliefden noemt van de Aloude Schoonheid, schaamt u! Weest gewaarschuwd door de rampspoed die Hij heeft ondergaan, door de smartelijke last die Hij heeft gedragen ter wille van God. Opent uw ogen. Voor welk doel heeft Hij zich ingespannen, als de menigvuldige beproevingen die Hij heeft ondergaan tenslotte uitlopen op zulke verachtelijke betuigingen en zo'n erbarmelijk gedrag?

Iedere dief, iedere bedrijver van ongerechtigheden heeft in de dagen die voorafgingen aan Mijn Openbaring dezelfde woorden gesproken en dezelfde daden verricht.

Voorwaar, Ik zeg u: Neigt uw oor naar Mijn lieflijke stem en heiligt u van de bezoedeling van uw boze hartstochten en verdorven begeerten. Zij die in het Tabernakel Gods verblijven en gevestigd zijn op de zetels van eeuwigdurende heerlijkheid zullen, ook al sterven zij van de honger, weigeren hun hand uit te strekken om het eigendom van hun naaste onrechtmatig in beslag te nemen, hoe verachtelijk en nietswaardig deze ook moge zijn.

Het doel van de ene ware God met Zich te openbaren is om de gehele mensheid op te roepen tot waarheidsliefde en oprechtheid, tot godsvrucht, betrouwbaarheid, tot overgave en onderwerping aan de Wil van God, tot verdraagzaamheid en welwillendheid, tot rechtschapenheid en wijsheid. Zijn oogmerk is ieder mens uit te rusten met de mantel van een godvruchtig karakter en hem te tooien met het sieraad van toegewijde en voortreffelijke daden.

Zeg: Weest uzelf en uw medemensen genadig en laat de Zaak Gods een Zaak die onmetelijk verheven is boven het diepste wezen van heiligheid - niet worden bezoedeld met de smetten van uw hersenschimmen, uw onbetamelijke en verdorven inbeeldingen.


CXXXVIII. Gij ziet, o God van Barmhartigheid - Gij Wiens kracht al het geschapene doordringt - deze, Uw dienaren, Uw knechten die, overeenkomstig het welbehagen van Uw Wil, overdag de door U voorgeschreven vasten nakomen, die bij het aanbreken van de dag opstaan om van Uw Naam te gewagen en Uw lof te verkondigen, in de verwachting hun deel te verkrijgen van de voortreffelijkheden die bewaard liggen in de schatkamers van Uw genadegiften. Ik smeek U, o Gij, Die in Uw handen de teugels van de gehele schepping houdt en in Wiens greep het ganse koninkrijk van Uw namen en Uw hoedanigheden ligt om in Uw Dag Uw dienaren niet verstoken te doen zijn van de stromen die neerdalen uit de wolken van Uw barmhartigheid noch hen te beletten hun deel te nemen van de oceaan van Uw welbehagen.

Alle atomen op aarde getuigen, o mijn Heer, van de grootheid van Uw kracht en Uw heerschappij; en alle tekenen van het heelal bevestigen de heerlijkheid van Uw majesteit en Uw macht. O Gij, Die de opperste Heer zijt van allen, Die de Koning van onvergankelijke dagen zijt en Heerser over alle natiën, wees deze Uw dienaren genadig die zich hebben vastgeklemd aan het koord van Uw geboden, die het hoofd hebben gebogen voor de openbaringen van Uw wetten welke zijn neer gezonden uit de hemel van Uw Wil.

Zie, o mijn Heer, hoe hun ogen zich opheffen naar de dageraadsplaats van Uw goedertierenheid, hoe hun hart gericht is op de oceanen van Uw gunsten, hoe hun stem zachter wordt bij de klanken van Uw lieflijkste Stem die, vanuit de verhevenste Plaats, in Uw naam de Alglorierijke roept. Help Uw geliefden. O mijn Heer, zij die van alles afstand hebben gedaan, opdat zij de dingen mogen verkrijgen die Gij bezit, die door tegenspoed en beproevingen zijn omringd, omdat zij de wereld hebben verzaakt en hun liefde hebben gericht op Uw rijk van heerlijkheid. Ik smeek U, o mijn Heer, bescherm hen tegen de aanvallen van hun boze hartstochten en begeerten, en help hen de dingen te verwerven die hun ten goede zullen komen in deze wereld en in de volgende.

Ik smeek U, o mijn Heer, bij Uw verborgen, Uw onschatbare Naam die luide roept in het scheppingsrijk, en alle volkeren oproept tot de Boom waaraan het voorbijgaan niet mogelijk is, de zetel van een alles te boven gaande heerlijkheid, op ons en op Uw dienaren de overvloedige regen van Uw barmhartigheid te doen neerdalen, opdat deze ons moge reinigen van het gedenken van alles buiten U en ons nader brengen tot de kusten van de oceaan van Uw genade. O Heer, beschik door Uw meest verheven Pen hetgeen onze ziel onsterfelijk zal maken in het Rijk van heerlijkheid, onze naam zal bestendigen in Uw koninkrijk, en behoed ons leven in de schatkamers van uw bescherming en ons lichaam in de vesting van Uw onschendbaar bolwerk. Machtig zijt Gij over alle dingen in verleden en toekomst. Geen God is er dan Gij, de almachtige Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande.

Gij ziet, o Heer, hoe onze handen zich in smeking opheffen naar de hemel van Uw genadegiften. Geef dat ze gevuld mogen worden met de schatten van Uw weldadigheid en milddadige gunst. Vergeef ons, en onze vaders, en onze moeders en vervul al onze wensen uit de oceaan van Uw genade en goddelijke edelmoedigheid. Aanvaard, o Geliefde van ons hart, al onze werken in Uw pad. Gij zijt waarlijk de Krachtigste, de Verhevenste, de Onvergelijkelijke, de Ene, de Vergevende, de Genadige.
CXXXIX. Luister aandachtig, o Nabil-i-A'zam, naar de Stem van de Aloude der Dagen die u toeroept vanuit het Koninkrijk van Zijn alglorierijke Naam. Vanuit de rijken in den hoge en in het diepste wezen van al het geschapene verkondigt Hij thans: "Ik ben waarlijk God, er is geen ander God buiten Mij. Ik ben Degene Die vanaf het begin der tijden de Bron was van alle soevereiniteit en macht, Hij Die tot in alle eeuwigheid Zijn koningschap zal blijven uitoefenen en Zijn bescherming zal blijven verlenen aan al het geschapene. Mijn bewijs is de grootheid van Mijn macht en Mijn soevereiniteit die de gehele schepping omvat"....

Gezegend zijt gij, o Mijn naam, aangezien gij Mijn Ark zijt binnengegaan en u voortspoedt op de oceaan van grootheid door de kracht van Mijn soevereine en verhevenste macht, en wordt gerekend tot Mijn begunstigden wier namen de Vinger Gods heeft opgetekend. Gij hebt volop gedronken uit de kelk die het ware leven is, uit de handen van deze Jongeling waaromheen de Manifestaties van de Alglorierijke wentelen, en Wiens stralende aanwezigheid dag en nacht wordt verheerlijkt door Hen die de Dageraden van Barmhartigheid zijn.

Zijn glorie zij met u, aangezien gij u van God naar God hebt begeven en de grenzen van de Hof van onvergankelijke pracht zijt ingegaan - de Plek welke de sterfelijke mens nooit kan beschrijven. De ademtocht van heiligheid, bezwangerd met de liefde van uw Heer, heeft daar uw geest beroerd en de wateren van begrip hebben de smetten van verwijderd-zijn en goddeloosheid van u afgewist. Gij hebt toegang verkregen tot het Paradijs van Gods Gedachtenis door uw erkenning van Hem die de Belichaming is van die Gedachtenis onder de mensen.

Wees daarom dankbaar jegens God dat Hij u kracht gaf om Zijn Zaak te helpen en de bloemen van kennis en begrip deed opkomen in de tuin van uw hart. Aldus heeft Zijn genade u omvat en de gehele schepping omvat. Wees op uw hoede, dat gij u niet door wat dan ook laat bedroeven. Ontdoe u van elke gehechtheid aan de nutteloze zinspelingen der mensen en werp van u de doelloze en spitsvondige woordentwisten van hen die blind zijn voor God. Verkondig daarop datgene wat de Grootste Geest u zal ingeven te verwoorden in dienst van de Zaak van uw Heer, opdat gij de ziel aller mensen moogt doen ontwaken en hun hart moogt neigen tot deze meest gezegende en alglorierijke Hof ....

Weet dat Wij de heerschappij van het zwaard hebben ingetrokken als hulp voor Onze Zaak en deze vervingen door de kracht, geboren uit de woorden der mensen. Aldus hebben Wij onherroepelijk bevolen krachtens Onze genade. Zeg: O mensen! Zaait niet het zaad van tweespalt onder de mensen, en onthoudt u van twisten met uw naaste, want uw Heer heeft de wereld en haar steden toevertrouwd aan de zorg van de koningen der aarde en hen tot het zinnebeeld van Zijn eigen macht gemaakt krachtens de soevereiniteit die Hij verkoos hun te verlenen. Hij weigerde ook maar iets van de heerschappij van deze wereld aan Zichzelf voor te behouden. Hiervan zal Hij Die de Eeuwige Waarheid is getuigen. De dingen die Hij voor Zichzelf heeft bestemd zijn de steden van 's mensen hart, zodat Hij deze kan zuiveren van alle aardse bezoedelingen en in staat kan stellen de heilige Plek te naderen, welke de handen der ongelovigen nooit kunnen ontwijden. Opent, o mensen, de stad van het mensenhart met de sleutel van uw woorden. Aldus hebben Wij, overeenkomstig een voorbeschikte maat, u uw plicht voorgeschreven.

Bij de rechtvaardigheid Gods! De wereld en haar ijdelheden en haar glorie en wat voor geneugten deze ook kan bieden, zijn in de ogen van God even nietswaardig als, ja zelfs verachtelijker dan, stof en as. O, hoe wenste Ik dat de harten der mensen het maar konden begrijpen! O volk van Bahá, reinigt u grondig van de bezoedeling der wereld en van alles wat daartoe behoort. God Zelf is Mij tot getuige. De dingen der aarde passen u slecht. Werpt ze weg naar hen die ze begeren en vestigt uw ogen op deze heiligste en stralende Verschijning.

Hetgeen u betaamt is de liefde tot God en de liefde voor Hem die de Manifestatie is van Zijn Wezen, evenals de inachtneming van alles wat Hij verkiest u voor te schrijven, wist gij het slechts.

Zeg: Laat waarheidsliefde en hoffelijkheid uw tooi zijn. Gedoogt niet dat u het gewaad van verdraagzaamheid en gerechtigheid wordt onthouden, opdat de zoete geuren van heiligheid uit uw hart mogen zweven over al het geschapene. Zeg: Hoedt u, o volk van Bahá, dat gij niet de wegen bewandelt van hen wier woorden verschillen van hun daden. Spant u in dat gij in staat moogt zijn de tekenen Gods bekend te maken aan de volkeren der aarde, en Zijn geboden te weerspiegelen. Laat uw daden een richtsnoer zijn voor de gehele mensheid, want de betuigingen van de meesten, hoog of laag, verschillen van hun gedrag. Door uw daden kunt gij u onderscheiden van anderen. Door uw daden kan de helderheid van uw licht over de gehele aarde worden uitgegoten. Gelukkig is de mens die Mijn raad ter harte neemt, en zich houdt aan de leringen die zijn voorgeschreven door Hem Die de Alwetende, de Alwijze is.


CXL. O Muhammad-'Alí! Groot is de gelukzaligheid die u wacht, aangezien gij uw hart hebt getooid met het sieraad van de liefde voor uw Heer, de Alglorierijke, de Alomgeprezene. Aan hem die in deze dag deze staat heeft bereikt, zal al het goede ten deel vallen.

Sla geen acht op de vernederingen waaraan in deze Dag de geliefden Gods zijn onderworpen. Deze vernedering is de trots en glorie van alle wereldlijke eer en wereldse verheffing. Welk een groter eer kan men zich voorstellen dan de eer, verleend door de Tong van de Aloude der Dagen, als Hij in Zijn Allergrootste Gevangenis Zijn beminden gedenkt? De dag nadert dat de tussenliggende wolken volkomen zijn verdreven, dat het licht van de woorden "Alle eer behoort aan God en aan hen die Hem liefhebben" even duidelijk als de zon zal verschijnen boven de horizont van de Wil van de Almachtige.

Alle mensen, hoog en laag, hebben getracht zo'n grote eer te verkrijgen, en doen dit nog. Allen zijn echter, zodra de Zon der Waarheid zijn stralen uitgoot over de wereld, verstoken gebleven van zijn weldaden en als door een sluier buitengesloten van zijn heerlijkheid, behalve zij die zich hebben vastgeklemd aan het koord van de nimmerfalende voorzienigheid van de ene ware God, en hun gelaat met volkomen onthechting aan alles buiten Hem hebben gekeerd naar Zijn heilige hof.

Betuig dank aan Hem Die het Verlangen aller werelden is dat Hij u met zo'n hoge eer heeft bekleed. Eerlang zal de wereld en al wat zich daar bevindt tot de vergetelheid behoren, en zal alle eer toekomen aan de geliefden van uw Heer, de Alglorierijke, de Milddadigste.



CXLI. Een Boek is waarlijk neergezonden tot mensen met inzicht! Het gebiedt de mensen gerechtigheid in acht te nemen en rechtvaardigheid te betrachten en verbiedt hen hun verdorven neigingen en vleselijke begeerten te volgen, indien de mensenkinderen mogelijkerwijze uit hun sluimer ontwaken.

Zeg: O mensen, leeft na wat u is voorgeschreven in Onze Tafelen en houdt u niet op met de waandenkbeelden van de tweedrachtzaaiers, zij die ondeugden begaan en deze toeschrijven aan God, de Heiligste, de Alglorierijke, de Verhevenste. Zeg: Wij hebben aanvaard door rampspoeden en moeilijkheden te worden bezocht, opdat gij u kunt zuiveren van alle aardse bezoedelingen. Waarom weigert gij dan Ons Doel in uw hart te overwegen? Bij de rechtvaardigheid Gods! Al wie na wil denken over het leed dat Wij hebben geleden, diens ziel zal voorzeker wegsmelten van verdriet. De Heer Zelf getuigt van de waarheid van Mijn woorden. Wij hebben de last van alle rampspoeden gedragen teneinde u van alle aardse verdorvenheid te zuiveren, en toch blijft gij onverschillig.

Zeg: Het betaamt een ieder die zich vasthoudt aan de zoom van Onze Mantel niet bezoedeld te zijn door iets waarvan de Schare in den hoge afkerig kan zijn. Aldus is bevolen door uw Heer, de Alglorierijke in deze duidelijke Tafel. Zeg: Gaat gij aan Mijn liefde voorbij, en bedrijft hetgeen Mijn hart bedroeft? Wat belemmert u te begrijpen hetgeen u is geopenbaard door Hem Die de Alwetende, de Alwijze is?

Wij zien waarlijk uw daden. Als Wij het zoetgeurende aroma van zuiverheid en godsvrucht ervan bespeuren, zullen Wij u zeer zeker zegenen. Daarop zal de tong der bewoners van het Paradijs uw lof verkondigen en uw naam verheerlijken onder hen die God nabij zijn.

Klemt u vast aan de zoom van de Mantel Gods en houdt Zijn Koord stevig vast - een Koord dat geen mens kan doorsnijden. Weest op uw hoede dat het getier van hen die deze Allerhoogste Aankondiging hebben verloochend, u niet zal weerhouden uw doel te bereiken. Maakt bekend wat u is voorgeschreven in deze Tafel, al zouden alle volkeren opstaan en zich tegen u verzetten. Uw Heer is waarlijk de Onweerstaanbare, de Onfeilbare Beschermer.

Mijn glorie zij met u en met diegenen van Mijn geliefden die met u verkeren. Deze behoren met recht tot hen die het goed zal gaan.


CXLII. Ik zweer bij de schoonheid van de Welbeminde! Dit is het Erbarmen dat de gehele schepping heeft omvat, de Dag waarin de genade Gods alle dingen heeft doordrongen en doortrokken. De levende wateren van Mijn barmhartigheid, o 'Alí, komen in stromen neder, en Mijn hart smelt van de gloed van Mijn tederheid en liefde. Nimmer was Ik bij machte Mij te verzoenen met de ellende die Mijn geliefden overkwam of met enig verdriet dat de vreugde van hun hart zou kunnen verduisteren.

Iedere keer dat aan Mijn naam "De Albarmhartige" werd verteld, dat één van Mijn geliefden een woord had gefluisterd dat indruist tegen Mijn wens, begaf deze zich diepbedroefd en ontroostbaar naar zijn verblijf; en steeds wanneer Mijn naam "de Verheler" ontdekte dat één van Mijn volgelingen zijn naaste te schande had gemaakt of had vernederd, keerde deze eveneens verdroten en bedroefd terug naar zijn wijkplaats van glorie, en weende en weeklaagde daar bitter. En telkens wanneer Mijn naam "de Immervergevende" ontwaarde dat één van Mijn vrienden een overtreding had begaan, schreeuwde deze het uit van smart, viel door zielsverdriet overmand in het stof en werd door een schare onzichtbare engelen weggedragen naar zijn woning in de rijken in den hoge.

Bij Mijzelf, de Ware, o 'Alí! Het vuur dat het hart van Bahá deed ontvlammen is feller dan het vuur dat brandt in uw hart, en Zijn klaaglied luider dan uw klaaglied. Telkenmale wanneer in het Hof van Zijn Tegenwoordigheid gewag werd gemaakt van de zonde door één hunner begaan, maakte dit de Aloude Schoonheid zo zeer beschaamd dat Hij de luister van Zijn aangezicht zou willen verbergen voor de ogen van alle mensen, want Hij heeft te allen tijde Zijn blik gericht op hun trouw, en de essentiële vereisten ervan waargenomen.

De woorden die gij schreef hebben, zodra ze in Mijn Tegenwoordigheid gelezen werden, de oceaan van trouw in Mij doen aanzwellen en de bries van Mijn vergiffenis over uw ziel doen strijken, en de boom Mijner goedertierenheid u doen overschaduwen, en de wolken Mijner milddadigheid hun gaven doen neerregenen op u. Ik zweer bij de Dagster die schijnt boven de horizont van eeuwigheid, dat Ik bedroefd ben over uw leed en met u weeklaag in uw tegenspoed …Ik getuig van de diensten die gij Mij hebt bewezen en van de verschillende moeilijkheden die gij hebt verdragen om Mijnentwille. Alle atomen der aarde verklaren Mijn liefde voor u.

De roep die gij aanhief, o 'Alí, is hogelijk aanvaardbaar in Mijn ogen. Verkondig Mijn Zaak zowel met uw pen als met uw tong. Roep de mensen luide op tot Hem Die de soevereine Heer aller werelden is, met zulk een vurige ijver en bezieling dat door u alle mensen in vuur en vlam zullen geraken.

Zeg: O mijn Heer, mijn Meest Geliefde, de Eerste Oorzaak van mijn daden, de Leidstar van mijn ziel, de Stem die roept in mijn diepste wezen, het Voorwerp van aanbidding van mijn hart! Geprezen zijt Gij dat Gij mij in staat hebt gesteld mijn gelaat tot U te keren, dat Gij mijn ziel in vuur en vlam hebt gezet door het U gedenken, dat Gij mij hebt geholpen Uw Naam te verkondigen en Uw lof te bezingen.

Mijn God, mijn God! Hoe kan het banier van Uw barmhartigheid worden ontplooid of het vaandel van Uw milddadige gunst worden geheven, als er niemand zou worden gevonden die afdwaalt van Uw pad? Hoe kunt Gij worden uitgeroepen tot de Verheler van 's mensen zonden, de Immervergevende, de Alwetende, de Alwijze, als er geen ongerechtigheid zou worden bedreven? Moge mijn ziel een offer zijn voor de overtredingen van hen die tegen U zondigen, want over dergelijke overtredingen zweven de lieflijke geuren van de genade van Uw Naam, de Meedogende, de Albarmhartige. Moge ik mijn leven geven voor de overtredingen van hen die tegen U zondigen, want door hen wordt de ademtocht van Uw genade en de welriekendheid van Uw goedertierenheid onder de mensen bekend gemaakt en verspreid. Moge mijn diepste wezen worden geofferd voor de zonden van hen die hebben gezondigd tegen U, want het is tengevolge van dergelijke zonden dat de Dagster van Uw menigvuldige gunsten zich openbaart boven de horizont van Uw milddadigheid, en de wolken van Uw nimmerfalende voorzienigheid hun gaven neerregenen op de werkelijkheden van al het geschapene.

Ik ben het, o mijn Heer, die zijn vele wandaden aan U heeft bekend, die erkent wat geen mens heeft erkend. Ik heb mij gehaast de oceaan van Uw vergiffenis te bereiken en heb beschutting gezocht onder de schaduw van Uw genadigste gunst. Ik smeek U, o Gij Die de Eeuwigdurende Koning en de Soevereine Beschermer aller mensen zijt, te geven dat ik in staat moge worden gesteld datgene te openbaren dat hart en ziel der mensen zal verheffen in de grenzeloze oneindigheid van Uw liefde en zich in gebed te wenden tot Uw Geest. Sterk mij met de kracht van Uw soevereiniteit, opdat ik al het geschapene moge richten op de Dageraad van Uw Manifestatie en de Bron van Uw Openbaring. Help mij, o mijn Heer, mij geheel en al te onderwerpen aan Uw Wil en op te staan om U te dienen, want ik heb dit aardse leven met geen ander doel lief dan om het Tabernakel van Uw Openbaring en de Zetel van Uw Heerlijkheid te verkrijgen. Gij ziet mij, o mijn God, onthecht aan alles buiten U, en nederig en ondergeschikt aan Uw Wil. Bejegen mij gelijk het U betaamt en Uw verhevenheid en grote glorie past.

O 'Alí! De milddadigheid van Hem Die de Heer is aller werelden werd, is en wordt nog steeds aan u verleend. Wapent u met Zijn kracht en macht en verheft u om Zijn Zaak te helpen en Zijn heilige naam te verheerlijken. Laat uw onbekendheid met menselijke geleerdheid en uw onvermogen tot lezen of schrijven uw hart niet bedroeven. De poorten van Zijn menigvuldige genade zijn binnen het machtige bereik van het gezag van de ene ware God. Hij heeft ze geopend voor het oog van allen die Hem dienen en zal dit blijven doen. Ik zou graag willen zien dat deze bries van Gods lieflijkheid te allen tijde vanuit de weide van uw hart over de gehele wereld bleef waaien, op een wijze dat de uitwerking ervan zichtbaar zal worden in ieder land. Hij heeft de macht over alle dingen, Hij, waarlijk, is de Krachtigste, de Alglorierijke, de Almachtige.
CXLIII. Gezegend zijt gij, o Mijn dienaar, aangezien gij de Waarheid hebt erkend, en u hebt teruggetrokken van hem die de Almilddadige verloochende en tot een goddeloze werd veroordeeld in de Moedertafel. Wandel standvastig in de liefde Gods, blijf voortgaan op het rechte pad in Zijn Geloof en sta Hem bij met de kracht van uw woorden. Aldus gebiedt u de Albarmhartige die gevangenschap ondergaat door Zijn onderdrukkers.

Als tegenspoed u mocht treffen om Mijnentwil, roep u dan Mijn rampspoeden en moeilijkheden in het geheugen, en herinner u Mijn verbanning en gevangenschap. Aldus dragen Wij u over hetgeen op Ons is neergedaald van Hem Die de Alglorierijke, de Alwijze is.

Bij Mijzelf! De dag nadert dat Wij de wereld en al wat er op is zullen hebben opgerold en een nieuwe orde in haar plaats hebben uitgespreid. Hij waarlijk is machtig over alle dingen.

Heilig uw hart, opdat gij Mij moogt gedenken; en louter uw oor, opdat gij moogt luisteren naar Mijn woorden. Richt dan uw gelaat naar de Plek waar de troon van uw Heer, de God van Barmhartigheid is gevestigd en zeg: Geprezen zijt gij, o mijn Heer, dat Gij mij in staat hebt gesteld de Manifestatie van Uw eigen Wezen te erkennen, en mij hebt bijgestaan mijn hart onwankelbaar te richten naar de hof van Uw tegenwoordigheid, het doel van de aanbidding van mijn ziel. Ik smeek U, bij Uw naam die de hemelen en de aarde vaneen deed scheuren, voor mij te beschikken hetgeen Gij hebt beschikt voor hen die zich hebben afgekeerd van alles buiten U, en zich vastberaden op U verlaten. Geef dat ik in Uw tegenwoordigheid mag zetelen op de zetel van waarheid binnen het Tabernakel van Heerlijkheid. machtig zijt Gij te doen naar Uw behagen. Er is geen ander God dan Gij, de Alglorierijke, de Alwijze.


CXLIV. De Pen van de Allerhoogste heeft bevolen deze Zaak te onderrichten en een ieder de verplichting hiertoe opgelegd.... God zal zonder twijfel elkeen die zich onthecht van alles buiten Hem bezielen en de zuivere wateren van wijsheid en uiting overvloedig uit zijn hart doen stromen. Waarlijk, uw Heer, de Albarmhartige, is machtig te doen wat Hij wil en verordineert al wat Hem behaagt.

Zoudt gij deze wereld aandachtig bezien en beseffen hoe vergankelijk de dingen zijn die ertoe behoren, dan zoudt gij geen andere weg willen bewandelen dan de weg van dienstbaarheid aan de Zaak van uw Heer. Geen mens zou bij machte zijn u te weerhouden Zijn lof te verkondigen, al zouden alle mensen opstaan om u te bestrijden.



Ga hiermee voort en volhard in dienstbaarheid aan Hem. Zeg: O mensen! De Dag, u beloofd in alle Geschriften, is nu aangebroken. Vreest God en onttrekt u niet aan de erkenning van Een Die het Doel is van uw schepping. Haast u tot Hem. Dit is beter voor u dan de wereld en alles wat daarin is. Kon gij het slechts bevatten!
CXLV. Als gij de vernederden of de vertrapten ontmoet, keert u dan niet minachtend van hen af, want de Koning van Heerlijkheid waakt immer over hen en omringt hen met zoveel liefde als geen mens kan doorgronden, behalve zij die hun wensen en verlangens deden opgaan in de Wil van uw Heer, de Genadige, de Alwijze. O gij rijken der aarde! Ontvlucht niet de arme mens die in het stof ligt, nee beschermt hem veeleer en laat hem uitvoerig vertellen van de ellende waarmee Gods ondoorgrondelijk Bevel hem deed bezoeken. Bij de rechtvaardigheid Gods! Terwijl gij met hem omgaat, zal de Schare in den hoge op u toekijken, uw voorspraak zijn, uw namen prijzen en uw daad verheerlijken. Gezegend zijn de geleerden die zich niet op hun kennis laten voorstaan; en wel gaat het de rechtvaardigen die de zondaars niet bespotten, maar veeleer hun wandaden verhullen, opdat hun eigen tekortkomingen voor de mensen verborgen blijven.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


Dovnload 0.66 Mb.