Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina13/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

CXLVI. Wij wensen ten zeerste dat een ieder van u een bron van alle goedheid moge worden voor de mensen en een voorbeeld van rechtschapenheid voor de mensheid. Hoedt u dat gij niet uzelf verkiest boven uw naasten. Vestigt uw blik op Hem die de Tempel Gods is onder de mensen. Hij, in waarheid, heeft Zijn leven geofferd als een losprijs voor de verlossing der wereld. Hij, waarlijk, is de Almilddadige, de Genadige, de Allerhoogste. Mochten zich geschillen onder u voordoen, ziet Mij dan voor u staan, en ziet elkaars fouten door de vingers terwille van Mijn naam en als een teken van uw liefde voor Mijn duidelijke en schitterende Zaak. Wij scheppen er behagen in u te allen tijde in vriendschap en eendracht met elkaar te zien omgaan in het paradijs van Mijn welbehagen, en van uw daden de geur te ademen van welwillendheid en eenheid, van liefdevolle bejegening en kameraadschap. Aldus raadt u de Alwetende, de Getrouwe. Wij zullen altijd met u zijn; als Wij de geur van uw kameraadschap inademen, zal Ons hart zich zekerlijk verblijden, want niets anders kan Ons tevredenstellen. Hiervan getuigt ieder mens met waarachtig begrip.
CXLVII. De Grootste Naam is Mij tot getuige ! Hoe bedroevend als in deze Dag enig mens zijn hart zou zetten op de vergankelijke dingen van deze wereld! Verheft u en klemt u stevig vast aan de Zaak Gods. Weest uitermate liefdevol jegens elkaar. Verteert geheel en al terwille van de Welbeminde de sluier van het zelf met de vlam van het eeuwige Vuur, en gaat met een verheugd en stralend gelaat met uw naaste om. Gij hebt in ieder opzicht het gedrag van Hem die het Woord der Waarheid is onder u goed gadegeslagen. Gij weet heel goed hoe moeilijk het is voor deze Jongeling om toe te laten dat, al was het slechts één nacht, het hart van een der geliefden Gods verdriet werd aangedaan door Hem.

Het Woord van God heeft het hart van de wereld doen ontbranden; hoe betreurenswaardig, als gij in gebreke blijft door haar vlam te worden ontstoken! Zo God wil, zult gij deze gezegende nacht beschouwen als de nacht van eenheid, zullen uw zielen zich verenigen, en zult gij besluiten u te tooien met het sieraad van een uitmuntend en prijzenswaardig karakter. Laat het uw voornaamste zorg zijn de gevallene te redden uit de poel van dreigende ondergang en hem te helpen het aloude Geloof Gods te omhelzen. Uw gedrag jegens uw naaste moet van dien aard zijn dat het duidelijk de tekenen openbaart van de ene ware God, want gij behoort tot de eersten onder de mensen die door Zijn Geest zijn herschapen, de eersten die Hem aanbidden en zich voor Hem buigen, de eersten die rond Zijn troon van heerlijkheid cirkelen. Ik zweer bij Hem Die Mij al wat Hem behaagde, deed openbaren! De bewoners van het Koninkrijk in den hoge kennen u beter dan gij uzelf kent. Denkt gij dat deze woorden nutteloos en nietszeggend zijn? Bezat gij slechts het vermogen de dingen te ontwaren die uw Heer, de Albarmhartige ziet - dingen die de voortreffelijkheid van uw staat bevestigen, die getuigen van de grootheid van uw waarde en de verhevenheid van uw rang verkondigen! God geve dat uw begeerten en onbeheerste hartstochten u niet zullen afhouden van hetgeen voor u is beschikt.


CXLVIII. O Salmán! Alles wat de wijzen en mystici hebben gezegd of geschreven, heeft de begrenzingen waaraan 's mensen beperkte verstand streng onderworpen is, nooit overschreden noch kunnen zij dit ooit verwachten. Tot welke hoogten ook het verstand van de meest verheven mens zich mag verheffen, hoe groot ook de diepten waarin het onthechte en begrijpende hart kan doordringen, een dergelijk verstand en hart kunnen nooit de vrucht van hun eigen opvattingen en denkbeelden te boven gaan. De bespiegelingen van de diepste denker, de gebeden van de heiligste heilige, de hoogste uitingen van lof van 's mensen pen of tong zijn slechts een afspiegeling van datgene wat in henzelf is geschapen door de openbaring van de Heer, hun God. Al wie deze waarheid in zijn hart overweegt, zal geredelijk toegeven dat er bepaalde grenzen zijn die een menselijk wezen onmogelijk kan overschrijden. Iedere poging die vanaf het begin dat geen begin heeft, is gedaan om zich God voor te stellen en te kennen wordt ingeperkt door de eisen van Zijn eigen schepping - een schepping die Hij door de werking van Zijn eigen Wil en voor geen ander doel dan voor Zichzelf in het leven riep. Onmetelijk verheven is Hij boven de inspanningen van het menselijk verstand om Zijn Essentie te begrijpen of van 's mensen tong om Zijn mysterie te beschrijven. Geen band van directe gemeenschap kan Hem ooit verbinden met de dingen die Hij heeft geschapen noch kunnen de meest vage en indirecte zinspelingen van Zijn schepselen Zijn wezen recht laten wedervaren. Hij heeft al het geschapene het aanzijn gegeven door Zijn alles doordringende Wil. Hij is en was immer verborgen in de aloude eeuwigheid van Zijn eigen verheven en ondeelbare Essentie en zal eeuwigdurend verborgen blijven in Zijn ongenaakbare majesteit en heerlijkheid. Alles in de hemel en alles op aarde is ontstaan op Zijn bevel en door Zijn Wil zijn allen uit het volkomen niets getreden in het rijk van het bestaan. Hoe kan derhalve het schepsel dat door het Woord Gods is gevormd de aard begrijpen van Hem Die de Aloude der Dagen is?
CXLIX. Zou enig mens in deze Dag opstaan en, volkomen onthecht van alles wat in de hemelen en alles wat op aarde is, zijn liefde richten op Hem die de Dageraad is van Gods heilige Openbaring, dan zal hem hiermede kracht gegeven worden al het geschapene te onderwerpen door de macht van één der Namen van de Heer, zijn God, de Alwetende, de Alwijze. Weest ervan overtuigd dat in deze Dag de Dagster der Waarheid een glans heeft uitgespreid over de wereld, zoals in vroeger eeuwen nog nooit is aanschouwd. O mensen, laat het licht van Zijn heerlijkheid op u schijnen en behoort niet tot de achtelozen.
CL. Wanneer de overwinning is gekomen, zal ieder mens zich een gelovige noemen en zich spoeden naar de beschutting van Gods Geloof. Gelukkig zij die in de dagen van wereldomvattende beproevingen getrouw bleven aan de Zaak en weigerden van de waarheid ervan af te wijken.
CLI. O nachtegalen van God, bevrijdt u van de distelen en doornen van rampzaligheid en ellende en wiekt omhoog naar de rozengaard van onvergankelijke pracht. O Mijn vrienden die op aarde verwijlen! Haast u naar uw hemelse woning. Verkondigt uzelf de vreugdevolle tijding: "Hij, de Meest Geliefde is gekomen! Hij heeft Zich gekroond met de heerlijkheid van Gods Openbaring en heeft voor het aangezicht der mensen de deuren van Zijn aloude Paradijs ontsloten". Laat aller oog zich verheugen en laat ieder oor verblijd zijn, want nu is de tijd gekomen om Zijn schoonheid te aanschouwen, nu is het de geschikte tijd om naar Zijn stem te luisteren. Verkondigt aan iedere hunkerende minnaar: "Zie, uw Welbeminde is onder de mensen gekomen" en geeft aan de boodschappers van de Monarch der liefde de tijding: "Ziet, de Aangebedene is in de volheid van Zijn heerlijkheid verschenen! "O gij die Zijn schoonheid liefhebt! Verandert de smart over uw scheiding van Hem in de vreugde van een eeuwige hereniging en laat de zoetheid van Zijn nabijheid de bitterheid van uw veraf-zijn van Zijn hof wegnemen.

Ziet, hoe de overvloedige genade van God, welke uit de wolken van goddelijke heerlijkheid stroomt, in deze tijd de wereld heeft omvat. Terwijl in vervlogen tijden iedere minnaar zijn Geliefde zocht en aanriep, is het nu de Geliefde Zelf die de minnenden roept en hen noodt Zijn nabijheid te bereiken. Geeft acht dat gij zulk een kostbare gunst niet verbeurt; hoedt u dat gij zulk een opmerkelijk teken van Zijn genade niet kleineert. Verzaakt niet de onvergankelijke weldaden en weest niet tevreden met hetgeen vergaat. Slaat de sluier op die u het zicht belemmert en verjaagt het duister waarin het is gehuld, zodat gij de volle schoonheid van het aangezicht van de Geliefde kunt aanschouwen, kunt zien wat geen oog heeft gezien en horen wat geen oor heeft gehoord.

Hoort naar Mij, gij sterfelijke vogels! In de Rozengaard van onveranderlijke pracht begon een Bloem te bloeien, waarmede vergeleken iedere andere bloem slechts een distel is, en voor Wiens stralende heerlijkheid zelfs de essentie van schoonheid moet verbleken en verwelken. Verheft u daarom en tracht met de volle geestdrift van uw hart, met al het verlangen van uw ziel, de volle ijver van uw wil en de op één doel gerichte inspanning van uw gehele wezen het paradijs van Zijn nabijheid te bereiken. Streeft ernaar de welriekende geur van de onvergankelijke Bloem in te ademen, de lieflijke reuk van heiligheid op te nemen en een deel van deze geuren van hemelse heerlijkheid te verkrijgen. Al wie deze raad opvolgt zal zijn ketenen afwerpen, de overgave van zielverrukkende liefde smaken, zijn hartsverlangen bereiken en zijn ziel in de hand van zijn Geliefde leggen. Hij zal uit zijn kooi breken en gelijk de vogel van de geest zijn vlucht nemen naar zijn heilige en eeuwige nest.

De dag heeft de nacht en de nacht heeft de dag opgevolgd, en de uren en minuten van uw leven kwamen en gingen, en toch heeft niemand van u toegelaten zich los te maken van hetgeen vergaat. Rept u, opdat de korte tijd die de uwe is, niet verspild wordt en verloren gaat. Uw dagen zullen snel als een bliksemschicht voorbijgaan en uw lichaam zal ter ruste worden gelegd en met aarde worden bedekt. Wat kunt gij dan nog bereiken? Hoe kunt gij uw vroegere mislukking goedmaken?

De eeuwige Kaars schijnt in haar onverhulde pracht. Ziet hoe ze iedere aardse sluier heeft verteerd. O gij, op motten gelijkende minnaars van Zijn licht! Trotseert elk gevaar en wijdt uw ziel aan zijn verterende vlam. O gij die naar Hem dorst! Ontdoet u van iedere aardse genegenheid en haast u uw Geliefde te omhelzen. Ga met ongeëvenaard élan snel voort om Hem te bereiken. De Bloem die tot nu toe was verborgen voor 's mensen oog is voor u ontsluierd. In de onverholen pracht van Zijn luister staat Hij voor u. Zijn stem roept alle godvruchtige en vergeestelijkte wezens op om tot Hem te komen en met Hem te worden verenigd. Gelukkig is degene die zich daarnaar toekeert; wel ga het hem die met gespannen aandacht het licht van zulk een wonderbaarlijke verschijning deelachtig werd.
CLII. Uw oog is Mijn pand, laat niet toe dat het stof van ijdele begeerten de luister ervan verduistert. Uw oor is een teken van Mijn milddadigheid, laat de beroering van onbetamelijke beweegredenen dit niet doen afwenden van Mijn Woord dat de gehele schepping omvat. Uw hart is Mijn schatkamer; laat niet toe dat het verraderlijke eigen ik u berooft van de parels die Ik daarin heb opgeborgen. Uw hand is een zinnebeeld van Mijn goedertierenheid, belet haar niet aan Mijn welbewaarde en verborgen Tafelen vast te houden.... Ongevraagd heb Ik Mijn genade over u uitgestort. Ongevraagd heb Ik uw wens vervuld. Niettegenstaande gij het niet verdient, heb Ik voor u Mijn overvloedigste, Mijn talloze gunsten bestemd.... O Mijn dienaren! Weest even berustend en onderdanig als de aarde, zodat uit de bodem van uw wezen de welriekende, heilige, veelkleurige hyacinten van Mijn kennis mogen opbloeien. Weest vol gloed, gelijk het vuur, opdat gij de sluiers van achteloosheid moogt wegbranden, en zet het verkilde en verdoolde hart in vuur en vlam met de bezielende geestkracht van de liefde Gods. Weest licht en onbelemmerd als de bries, opdat gij toegang moogt verkrijgen tot het gebied van Mijn hof, Mijn onschendbaar heiligdom.
CLIII. O trouwe vriend in ballingschap! Les de dorst van achteloosheid met de geheiligde wateren van Mijn genade, en verjaag de somberheid van veraf-zijn met het morgenlicht van Mijn goddelijke aanwezigheid. Duld niet dat de woning waarin Mijn onsterfelijke liefde voor u woont, wordt vernietigd door de tirannie van hebzuchtige begeerten, en verduister de schoonheid van de hemelse Jongeling niet met het stof van het ik en van hartstocht. Tooi u met het wezen van rechtschapenheid en laat uw hart voor niemand anders bevreesd zijn dan voor God. Sluit de stralende oorsprong van uw ziel niet af met de doornen en de distels van nutteloze en buitensporige genegenheden, en belemmer niet de levende wateren die voortvloeien uit de bron van uw hart. Vestig al uw hoop op God, en klem u onverzettelijk vast aan Zijn nimmerfalende barmhartigheid. Wie anders dan Hij kan de behoeftige verrijken en de gevallene bevrijden uit diens vernedering?

O, Mijn dienaren! Zoudt gij de verborgen, oneindige oceanen van Mijn onvergankelijke rijkdom ontdekken, dan zoudt gij voorzeker de wereld, ja zelfs de gehele schepping als niets beschouwen. Laat de vlam van het zoeken zo hevig branden in uw hart dat u hierdoor uw hoogste en verhevenste doel bereikt - de staat welke gij kunt naderen en waardoor gij met uw Meest Geliefde verenigd kunt worden ....

O Mijn dienaren! Laat niet toe dat uw ijdele verwachtingen en nutteloze verbeeldingen de grondslagen van uw geloof in de Alglorierijke God ondermijnen, aangezien dergelijke verbeeldingen volkomen nutteloos zijn voor de mensen en er niet toe hebben geleid hun schreden te richten naar het rechte Pad. O Mijn dienaren, denkt gij dat de Hand van Mijn alomvattende, Mijn overschaduwende en alles te boven gaande soevereiniteit geketend is, dat de stroom van Mijn aloude, Mijn ononderbroken en aldoordringende barmhartigheid tot stilstand is gebracht of dat de wolken van Mijn verheven en onovertroffen gunsten zijn opgehouden hun gaven te doen neerdalen over de mensen? Kunt gij u voorstellen dat de wonderbaarlijke werken die Mijn goddelijke en onweerstaanbare macht verkondigen, u worden onthouden of dat de kracht van Mijn wil en doel ervan wordt weerhouden de bestemming van de mensheid te leiden? Als dit niet zo zou zijn, waarom hebt gij er dan naar gestreefd te voorkomen dat de onsterfelijke Schoonheid van Mijn geheiligd en genadevol Aanschijn werd ontsluierd voor 's mensen oog? Waarom hebt gij u alle mogelijke moeite gegeven te verhinderen dat de Manifestatie van het Almachtige, Alglorierijke Wezen Zijn schitterende Openbaring verspreidde over de aarde? Zoudt gij rechtvaardig zijn in uw oordeel, dan zoudt gij geredelijk erkennen hoe de werkelijkheid van al het geschapene in vervoering gebracht is van vreugde over deze nieuwe, wonderbaarlijke Openbaring, hoe alle atomen op aarde zijn verlicht door de helderheid van haar luister. Nutteloos en jammerlijk is hetgeen gij u hebt ingebeeld en nog inbeeldt!

Keert op uw schreden terug, o Mijn dienaren, en neigt uw hart tot Hem Die de Oorsprong is van uw schepping. Bevrijdt u van uw slechte en verdorven neigingen en haast u het licht te omhelzen van het eeuwige Vuur dat straalt op de Sinaï van deze mysterieuze en alles te boven gaande Openbaring. Verminkt niet het heilige, het alomvattende en eerste Woord van God, en tracht de heiligheid ervan niet te ontwijden of de verheven aard ervan te onteren. O achtelozen! Ofschoon de wonderen van Mijn barmhartigheid al het geschapene, zichtbaar en onzichtbaar, heeft omvat en de openbaringen van Mijn genade en milddadigheid ieder atoom van het heelal hebben doordrongen, is niettemin de roede waarmee Ik de boosaardigen kan kastijden, afschuwelijk en de felheid van Mijn gramschap tegen hen verschrikkelijk. Luistert met oren die geheiligd zijn van grootspraak en wereldse begeerten naar de raadgevingen die Ik, in Mijn barmhartige goedheid, aan u heb geopenbaard, en bepeinst met uw geestelijk en stoffelijk oog de bewijzen van Mijn wonderbaarlijke Openbaring ....

O Mijn dienaren! Ontzegt uzelf niet het nimmertanende, schitterende Licht dat in de Lamp van Gods heerlijkheid schijnt. Laat de vlam van de liefde Gods helder branden in uw stralend hart. Voedt het met de olie van goddelijke leiding en beschut het in de schuilplaats van standvastigheid. Behoedt het in het lampenglas van vertrouwen en onthechting van alles buiten God, zodat het boze gefluister van de goddelozen het licht ervan niet kunnen doven. O Mijn dienaren! Mijn heilige en goddelijk beschikte Openbaring kan vergeleken worden met een oceaan in welks diepten ontelbare parels van grote waarde en weergaloze glans verborgen liggen. Het is de plicht van iedere zoeker zich op te maken om te trachten de kusten van deze oceaan te bereiken, zodat hij, in verhouding tot de geestdrift van zijn zoeken en de inspanningen die hij zich heeft getroost, deel kan hebben aan de weldaden die zijn voorbeschikt in Gods onherroepelijke, verborgen Tafelen. Als geen mens bereid zou zijn zijn schreden te richten naar de kusten van die oceaan, als iedereen in gebreke bleef op te staan om Hem te vinden, kan men zeggen dat zulk een falen deze oceaan beroofd heeft van zijn kracht of enigermate zijn schatten heeft doen afnemen? Hoe nutteloos, hoe verachtelijk zijn de verbeeldingen die uw hart verzon en nog verzint. O Mijn dienaren! De ene ware God is Mij tot getuige! Deze grootste, deze bodemloze en aanzwellende Oceaan is dichtbij, verbazingwekkend dichtbij. Ziet, hij is u nader dan uw levensader! Gij kunt slechts wensen in een oogwenk deze onvergankelijke gunst, deze Godsgenade, deze zuivere gave, deze machtigste en onuitsprekelijk glorieuze milddadigheid te bereiken en er deel aan te hebben.

O Mijn dienaren! Kon gij begrijpen welke wonderen van Mijn vrijgevige milddadigheid Ik uw ziel wilde toevertrouwen, dan zoudt gij u waarlijk bevrijden van gehechtheid aan al het geschapene, en ware kennis omtrent uzelf verwerven - een kennis die gelijk is aan het begrijpen van Mijn eigen Wezen. Gij zoudt u onafhankelijk weten van alles buiten Mij, en met uw geestelijk en stoffelijk oog even duidelijk als de openbaring van Mijn stralende naam de zeeën van Mijn goedertierenheid en milddadigheid zich in u zien bewegen. Laat niet uw hersenschimmen, uw boze hartstochten, uw onoprechtheid en blindheid des harten de luister van zulk een verheven staat doven of de heiligheid ervan bezoedelen. Gij zijt gelijk de vogel die, met de volle kracht van zijn machtige vleugels en met een volledig en vreugdevol vertrouwen door het uitspansel zweeft, totdat hij door de honger gedreven, vol verlangen naar het water en leem der aarde daaronder afdaalt en, verstrikt geraakt in de mazen van zijn begeerten, merkt dat hij onmachtig is zijn vlucht te hernemen naar de rijken waar hij vandaan kwam. Niet bij machte de last die op zijn bezoedelde vleugels drukt van zich af te schudden, is deze vogel die tot nu toe in de hogere sferen verbleef, nu gedwongen een behuizing te vinden in het stof. O Mijn dienaren, bezoedelt daarom uw vleugels niet met de klei van eigenzinnigheid en nutteloze begeerten en laat deze niet besmetten met het stof van afgunst en haat, opdat gij niet belemmerd wordt omhoog te wieken naar de hemelen van Mijn goddelijke kennis.

O Mijn dienaren! Door de macht van God en Zijn kracht en uit de schatkamer van Zijn kennis en wijsheid heb Ik de parels die verborgen lagen in de diepten van Zijn eeuwige oceaan voor u te voorschijn gebracht en onthuld. Ik heb de hemelse Maagden opgeroepen te voorschijn te komen van achter de sluier van verborgenheid en heb hen met deze, Mijn woorden bekleed - woorden van een volmaakte macht en wijsheid. Bovendien heb Ik, met de hand van goddelijke kracht, de uitgelezen wijn van Mijn Openbaring ontkurkt en zijn heilige, verborgen en naar muskus geurend aroma over al het geschapene doen zweven. Aan wie anders dan uzelf is de blaam, als gij verkoost niet te worden begiftigd met zo'n grote uitstorting van Gods alles te boven gaande en alomvattende genade, zo'n stralende openbaring van Zijn luisterrijke barmhartigheid....

O Mijn dienaren! In Mijn hart schijnt niets anders dan het onvergankelijke licht van de morgen van Gods leiding en uit Mijn mond komt niets dan het wezen van de waarheid die de Heer uw God heeft geopenbaard. Volgt derhalve niet uw aardse begeerten en schendt niet het Verbond van God, noch verbreekt uw gelofte jegens Hem. Keert u vastberaden met geheel uw hart en met de volle kracht van uw woorden naar Hem en bewandelt niet de wegen der dwazen. De wereld is slechts een schouwtoneel leeg en nietszeggend, een louter niets dat de schijn heeft van werkelijkheid. Zet er niet uw zinnen op. Verbreekt niet de band die u vereent met uw Schepper, en behoort niet tot hen die hebben gezondigd en zijn afgedwaald van Zijn wegen. Waarlijk, Ik zeg u dat de wereld gelijk de nevel is in de woestijn, waarvan de dorstende denkt dat het water is en zich uit alle macht inspant het te bereiken om, naderbij gekomen, te ontdekken dat het louter begoocheling is. Het kan bovendien vergeleken worden met het levenloze beeld van de geliefde naar wie de minnaar heeft gezocht en, na lang zoeken, tot zijn diepe smart uiteindelijk ontdekt dat het behoorde tot dezulken die "zijn honger niet kunnen stillen of hem verzadigen".

O Mijn dienaren! Treurt niet, wanneer in deze dagen op aarde door God dingen zijn beschikt en geopenbaard die niet met uw wensen stroken, want dagen van gelukzalige vreugde en hemelse verrukking staan u voorzeker te wachten. Heilige werelden vol geestelijke heerlijkheid zullen aan uw oog worden onthuld. Gij zijt door Hem bestemd in deze en in de andere wereld hun weldaden deelachtig te worden, hun vreugden te genieten en een deel van hun sterkende genade te verkrijgen. Gij zult dit alles ongetwijfeld bereiken.
CLIV. Waarschuw, o Salmán, de geliefden van de ene ware God niet te kritisch te kijken naar de gezegden en geschriften der mensen. Laten zij dergelijke gezegden en geschriften liever benaderen met een onbevooroordeelde geest en liefdevolle sympathie. Degenen, echter, die er zich in deze Dag toe hebben gezet om in hun opruiende geschriften de leringen van de Zaak Gods aan te vallen, moeten anders worden behandeld. Alle mensen zijn verplicht om, een ieder naar vermogen, de betogen van degenen die het Geloof Gods hebben aangevallen, te weerleggen. Aldus is bevolen door Hem Die de Almogende, de Almachtige is. Hij die de Zaak van de ene ware God wenst te bevorderen, laat hij dit veeleer doen met zijn pen en zijn tong dan zijn toevlucht te nemen tot het zwaard of tot geweld. Wij hebben dit uitdrukkelijk bevel bij een voorgaande gelegenheid geopenbaard, en Wij bekrachtigen het nu, indien gij behoort tot hen die begrijpen. Bij de rechtvaardigheid van Hem Die in deze Dag in de diepste kern van al het geschapene uitroept: "God, er is geen ander God buiten Mij!" Zou er iemand opstaan om in zijn geschriften de Zaak van God te verdedigen tegen de aanvallers ervan, dan zal zo iemand, hoe gering ook zijn aandeel, dermate worden geëerd in het hiernamaals dat de Schare in den hoge hem zijn glorie zal benijden. Geen pen kan de verhevenheid van zijn staat afschilderen noch enige tong de pracht ervan beschrijven. Want al wie sterk en standvastig staat in deze heilige, deze glorierijke en verheven Openbaring zal zulk een kracht worden gegeven dat hij in staat is alles wat in de hemel en op aarde is het hoofd te bieden en te weerstaan. Hiervan getuigt God Zelf.

O gij geliefden Gods! Rust niet op uw sponde, neen, maakt u op zodra gij uw Heer, de Schepper, erkent en luistert naar de dingen die Hem zijn overkomen, en snelt Hem te hulp. Maakt uw tong los en verkondigt Zijn Zaak ononderbroken. Dit zal beter voor u zijn dan alle schatten uit het verleden en van de toekomst, indien gij behoort tot hen die deze waarheid begrijpen.


CLV. De eerste plicht die God Zijn dienaren voorschrijft is de erkenning van Hem Die de Dageraad van Zijn Openbaring en de Bron van Zijn wetten is, Die het Opperwezen vertegenwoordigt in het Koninkrijk van Zijn Zaak alsmede in de wereld der schepping. Al wie deze plicht nakomt is tot al het goede gekomen, en al wie zich daaraan onttrekt heeft zich op dwaalwegen begeven, ook al handelt hij nog zo rechtvaardig. Het betaamt een ieder die deze zeer verheven staat, deze hoogste top van alles te boven gaande heerlijkheid bereikt, elk gebod van Hem Die het Verlangen der wereld is in acht te nemen. Deze twee plichten zijn niet van elkaar te scheiden. De ene is niet aanvaardbaar zonder de andere. Aldus is bevolen door Hem Die de Bron van goddelijke inspiratie is.

Zij die door God met inzicht zijn begiftigd zullen geredelijk erkennen dat de door God bepaalde voorschriften het hoogste middel vormen voor de handhaving van orde in de wereld en de veiligheid van haar volkeren. Wie zich daarvan afwendt wordt tot de verachtelijken en dwazen gerekend. Wij hebben u waarlijk geboden niet te zwichten voor de ingevingen van uw boze hartstochten en verdorven begeerten, en de grenzen die de Pen van de Allerhoogste heeft vastgesteld niet te overschrijden, want deze vormen de levensadem voor al het geschapene. De zeeën van goddelijke wijsheid en goddelijke woorden zijn gerezen onder de ijle ademtocht van de Albarmhartige. Haast u om met volle teugen te drinken, o mensen met begrip! Zij die het Verbond van God hebben geschonden door Zijn gebod te overtreden, en zich er geheel van hebben afgekeerd, hebben in de ogen van God, de Albezittende, de Allerhoogste, smartelijk gedwaald.

O gij volkeren der wereld! Weet voorzeker, dat Mijn geboden de lampen zijn van Mijn liefderijke voorzienigheid te midden van Mijn dienaren en de sleutels van Mijn barmhartigheid voor Mijn schepselen. Aldus is het neergezonden vanuit de hemel van de Wil van uw Heer, de Heer van Openbaring. Mocht iemand de zoetheid proeven van de woorden welke de mond van de Albarmhartige wenste uit te spreken, dan zou hij, al bezat hij de schatten der aarde, daar zonder uitzondering afstand van doen, opdat hij de waarheid zou kunnen aantonen van ook maar één van Zijn geboden, stralend boven de Dageraad van Zijn milddadige zorg en goedertierenheid.

Zeg: Uit Mijn wetten kunt gij de welriekende geur van Mijn kleed inademen en met behulp daarvan zullen de vaandels der overwinning op de hoogste toppen worden geplant. De Tong van Mijn gezag heeft, vanuit de hemel van Mijn almachtige heerlijkheid, deze woorden tot Mijn schepping gericht: "Neemt Mijn geboden in acht uit liefde voor Mijn schoonheid." Gelukkig de minnaar die de goddelijke geur van zijn Meest Geliefde heeft ingeademd uit deze woorden, doortrokken van het parfum van een gratie die geen tong kan beschrijven. Bij Mijn leven! Hij die uit de handen van Mijn overvloedige genegenheid de uitgelezen wijn van rechtvaardigheid heeft gedronken, zal cirkelen om Mijn geboden die boven de Dageraad van Mijn schepping stralen.

Denkt niet dat Wij u slechts een verzameling wetten hebben geopenbaard. Neen, veeleer hebben Wij met de vingers van macht en kracht het zegel van de uitgelezen Wijn verbroken. Hiervan getuigt hetgeen de Pen van Openbaring heeft onthuld. Overdenkt dit, o mensen met inzicht…

Telkens wanneer Mijn wetten verschijnen gelijk de zon aan de hemel van Mijn woorden, moeten allen er getrouw aan gehoorzamen, ook al zou Mijn gebod zodanig zijn dat daardoor de hemel van iedere religie uiteen splijt. Hij doet naar Zijn behagen. Hij kiest, en niemand mag Zijn keuze in twijfel trekken. Al wat Hij, de Welbeminde, beschikt, dàt is waarlijk geliefd. Hiervan is Hij Die de Heer van de gehele schepping is Mij tot getuige. Een ieder die de zoete geur van de Albarmhartige heeft ingeademd en de Bron van deze woorden heeft erkend, zal met eigen ogen de pijlen van de vijand begroeten, opdat hij de waarheid van de wetten Gods onder de mensen kan vestigen. Wel gaat het hem die zich daartoe heeft gekeerd, en de betekenis van Zijn absolute bevel heeft begrepen.

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


Dovnload 0.66 Mb.