Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina2/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

Deel II: De manifestatie van God; zijn betekenis in het vertegenwoordigen van de hoedanigheden van God.



XIX. Voor ieder scherpziend en verlicht hart is het duidelijk dat God, de onkenbare Essentie, het goddelijk Wezen, onmetelijk verheven is boven iedere menselijke eigenschap, zoals lichamelijk bestaan, stijgen en neerdalen, vooruitgang en teruggang. Verre zij het van Zijn heerlijkheid dat de menselijke tong Zijn lof naar behoren kan verkondigen of het mensenhart Zijn onpeilbaar mysterie bevatten. Hij is en was altijd verborgen in de aloude eeuwigheid van Zijn wezen en zal eeuwigdurend in Zijn Werkelijkheid verborgen blijven voor het menselijk oog. "Geen blik ontwaart Hem, doch Hij ontwaart alles. Hij is de Onnaspeurlijke, de Aldoorziende."8....

Daar de deur tot de kennis van de Aloude der Dagen aldus voor alle wezens is gesloten, deed de Bron van oneindige genade, overeenkomstig Zijn gezegde: "Zijn genade gaat alle dingen te boven; Mijn genade heeft hen alle omvat", deze stralende Juwelen van Heiligheid uit het rijk van de geest verschijnen in de edele vorm van de menselijke tempel en zich aan alle mensen openbaren, opdat zij aan de wereld de geheimen van het onveranderlijke Wezen kunnen meedelen en vertellen van de subtiliteiten van Zijn onvergankelijke Essentie.

Deze geheiligde Spiegels, deze Dageraden van aloude glorie, zijn allen de Belichaming op aarde van Hem Die de centrale Lichtbol is van het heelal, Zijn Essentie en uiteindelijke Doel. Uit Hem komt hun kennis en kracht; uit Hem spruit hun soevereiniteit voort. De schoonheid van hun aangezicht is slechts een weerspiegeling van Zijn beeld en hun openbaring een teken van Zijn onsterfelijke glorie. Zij zijn de Schatkamers van goddelijke kennis en de Bewaarplaatsen van hemelse wijsheid. Door hen wordt een genade overgebracht die oneindig is en door hen wordt het licht dat nimmer kan verflauwen geopenbaard.... Deze Tabernakels van heiligheid, deze eerste Spiegels die het licht van onvergankelijke glorie weerkaatsen, zijn slechts uitdrukkingen van Hem Die de Onzichtbare der Onzichtbaren is. Door de openbaring van deze juwelen van goddelijke deugd zijn alle namen en attributen van God, zoals kennis en macht, soevereiniteit en heerschappij, barmhartigheid en wijsheid, glorie, milddadigheid en genade kenbaar gemaakt.

Deze attributen van God zijn niet en werden nooit aan bepaalde Profeten in het bijzonder verleend en aan andere onthouden. Neen, alle Profeten van God, Zijn welbegunstigden, Zijn heilige en uitverkoren Boodschappers, zijn, zonder uitzondering, de dragers van Zijn namen en de belichamingen van Zijn attributen. Zij verschillen alleen in de intensiteit van hun openbaring en de meer of minder sterke kracht van hun licht. Zoals Hij heeft geopenbaard: "Sommigen van de Apostelen hebben Wij doen uitblinken boven de anderen."9



Het is daarom zonneklaar, dat in de tabernakels van deze Profeten en Uitverkorenen van God het licht van Zijn oneindige namen en verheven attributen weerkaatst, zelfs al is het mogelijk dat het licht van sommige van deze attributen al dan niet vanuit deze heldere Tempels uiterlijk zichtbaar was voor het menselijk oog. Dat een zeker attribuut van God niet uiterlijk aan het licht kwam door deze Kernen van Onthechting sluit niet in dat Zij die de Dageraden van Gods attributen zijn en de Schatkamers van Zijn heilige namen, dit niet werkelijk bezaten. Daarom zijn deze verlichte Zielen, deze verheven Wezens, ieder voor zich begiftigd met alle attributen van God, zoals soevereiniteit, heerschappij en dergelijke, zelfs al zijn zij, uiterlijk bezien, verstoken van alle aardse majesteit....

XX. Weet voorzeker, dat de Ongeziene Zijn Essentie op generlei wijze vlees kan doen worden en deze evenmin voor de mens zichtbaar kan maken. Hij is en was steeds onmetelijk verheven boven al wat beschreven of waargenomen kan worden. Vanuit Zijn verblijf van heerlijkheid roept Zijn stem steeds: "Waarlijk, Ik ben God; er is geen ander God buiten Mij, de Alwetende, de Alwijze. Ik heb Mijzelf aan de mensen geopenbaard, en heb Hem neergezonden die de Dageraad is van de tekenen Mijner openbaring. Door middel van Hem heb Ik de gehele schepping doen getuigen dat er geen ander God is dan Hij, de Onvergelijkelijke, de Albezielde, de Alwijze". Hij Die voor de ogen van de mens eeuwig verborgen blijft, kan nimmer gekend worden behalve door Zijn Manifestatie, en Zijn Manifestatie kan geen groter bewijs van de waarheid van zijn zending aanvoeren dan het bewijs van Zijn eigen persoon.
XXI. O Salmán! De deur tot de kennis van het Aloude Wezen is altijd en zal altijd gesloten blijven voor het aangezicht der mensen. Geen menselijk verstand zal ooit tot Zijn heilige hof toegang verkrijgen. Als teken van Zijn barmhartigheid en als bewijs van Zijn goedertierenheid heeft Hij evenwel de Dagsterren van Zijn goddelijke leiding, de Zinnebeelden van Zijn goddelijke eenheid geopenbaard en bepaald dat de kennis van deze heilige Wezens identiek is aan de kennis van Zijn eigen Wezen. Al wie Hen herkent, heeft God erkend. En al wie gehoor geeft aan Hun roepstem, heeft gehoor gegeven aan de Stem van God, en al wie getuigt van de waarheid van Hun openbaring, heeft getuigd van de waarheid van God Zelf. Al wie zich van Hen afwendt, heeft zich van God afgewend, en al wie niet in Hen gelooft, heeft niet aan God geloofd. Ieder van Hen is de weg tot God welke deze wereld verbindt met de rijken in den hoge, en de Maatstaf van Zijn waarheid voor een ieder in de koninkrijken van hemel en aarde. Zij zijn de Manifestaties van God onder de mensen, de bewijzen van Zijn waarheid en de tekenen van Zijn heerlijkheid.
XXII. De Dragers van het vertrouwen Gods worden aan de volkeren der aarde bekendgemaakt als de Exponenten van een nieuwe Zaak en de Onthullers van een nieuwe Boodschap. Aangezien deze Vogels van de hemelse Troon allen zijn neergezonden uit de hemel van Gods Wil, en aangezien zij allen opstaan om Zijn onweerstaanbaar Geloof te verkondigen, daarom zijn zij allen te beschouwen als één ziel en één en dezelfde persoon. Want zij drinken allen uit de ene Beker van Gods liefde en allen hebben deel aan de vruchten van dezelfde Boom van Eenheid.

Ieder van deze Manifestaties van God heeft een tweevoudige rang. De ene is de rang van louter vergeestelijking en wezenlijke eenheid. In dit opzicht wijkt gij niet af van de waarheid, indien gij hen allen bij één naam noemt en aan hen allen dezelfde attributen toeschrijft. Zoals Hij heeft geopenbaard: "Niet maken Wij onderscheid tussen één van Zijn Boodschappers!"10 Want zij allen roepen de volkeren der aarde op tot erkenning van de Eenheid van God en zij kondigen hun de Kawthar aan van oneindige genade en milddadigheid. Zij zijn allen bekleed met het gewaad van Profeet en geerd met de mantel van heerlijkheid. Zo heeft Muhammad, de Punt van de Qur'án, geopenbaard: "Ik ben alle Profeten". Eveneens zegt Hij: "Ik ben de eerste Adam, Noach, Mozes en Jezus". Soortgelijke verklaringen werden afgelegd door 'Alí. Uitspraken als deze, die de wezenlijke eenheid van deze Exponenten van Eenheid aanduiden, zijn ook voortgevloeid uit de kanalen van Gods onsterfelijke uiting en de Schatkamers der juwelen van goddelijke kennis, en zijn opgetekend in de Schriften. Deze Verschijningen zijn de ontvangers van het goddelijke Gebod en de dageraden van Zijn Openbaring. Deze Openbaring is verheven boven de sluiers van meervoudigheid en de begrenzingen van aantal. Zo zegt Hij: "Onze Zaak is één en dezelfde".11 Aangezien de Zaak één en dezelfde is, zijn de Exponenten hiervan vanzelfsprekend ook één en dezelfde. Zoals de Imams van het islamitische Geloof, die lampen van zekerheid, hebben gezegd: "Muhammad is onze eerste, Muhammad is onze laatste, Muhammad ons alles."

Het is u overduidelijk dat alle Profeten de Tempels zijn van Gods Zaak, verschenen in verschillende stoffelijke omhulsels. Indien gij met scherpziende blik wilt waarnemen, dan zult gij zien dat zij allen verblijven in dezelfde tabernakel, zich verheffen in dezelfde hemel, gezeten zijn op dezelfde troon, dezelfde taal spreken en hetzelfde Geloof verkondigen. Van dien aard is de eenheid van deze Essenties van bestaan, deze Hemellichten van oneindige en onmetelijke luister. Zou daarom één van de Manifestaties van heiligheid verkondigen: "Ik ben de weerkeer van alle Profeten", dan spreekt hij waarlijk de waarheid. Evenzo is in iedere volgende Openbaring de terugkeer van de voorafgaande Openbaring een feit. Deze waarheid staat vast....

De andere rang is de rang van het onderscheid en behoort tot de wereld van de schepping en haar beperkingen. In dit opzicht bezit iedere Manifestatie van God een onderscheiden persoonlijkheid, heeft een duidelijk voorgeschreven opdracht, een voorbeschikte Openbaring en speciaal afgebakende beperkingen. Een ieder van hen wordt onder een andere naam gekend, wordt gekenmerkt door een speciale hoedanigheid, vervult een bepaalde Zending en is een eigen Openbaring toevertrouwd. Evenals Hij zegt: "Van de Apostelen hebben wij enkelen boven de anderen doen uitmunten. Met enkelen sprak God, enkelen verhief Hij tot een hoge rang en Jezus, zoon van Maria, schonken Wij duidelijke tekenen en Wij sterkten Hem met de Heilige Geest."12

Door dit verschil in rang en zending komt het, dat de woorden en uitspraken die voortvloeien uit deze Bronnen van goddelijke kennis, schijnbaar uiteenlopen en verschillen. Anderzijds zijn in de ogen van hen die zijn ingewijd in de mysteries van goddelijke wijsheid, al hun uitingen in werkelijkheid slechts de uitdrukking van één Waarheid. Daar de meeste mensen deze rangen, waarnaar Wij hebben verwezen, niet naar waarde hebben geschat, voelen zij zich verward en ontmoedigd door de uiteenlopende uitspraken die zijn verkondigd door de Manifestaties, uitspraken die in wezen dezelfde betekenis hebben.

Het is altijd duidelijk geweest dat al deze afwijkende uitingen toe te schrijven zijn aan verschil in rang. Zo zijn, bezien uit het standpunt van hun eenheid en verheven onthechting, de attributen Godheid, Goddelijkheid, Allerhoogste Eenheid en Innerlijke Essentie, toepasselijk geweest en nog van toepassing op deze Essenties van het zijn, aangezien zij allen verblijven op de troon van de goddelijke Openbaring en zijn gevestigd op de zetel van goddelijke Verborgenheid. Door hun verschijning wordt de Openbaring van God kenbaar gemaakt, en door hun aanschijn wordt de Schoonheid van God geopenbaard. Aldus heeft men de woorden van God Zelf door deze Manifestaties van het goddelijke Wezen horen uiten.

Bezien in het licht van hun tweede rang - de rang van het onderscheid, verscheidenheid, aardse beperkingen en maatstaven - manifesteren zij volkomen dienstbaarheid, uiterste armoede en volledige zelfuitwissing. Zoals Hij zegt: "Ik ben de dienaar van God. Ik ben slechts een mens zoals gij."…

Zou één der alomvattende Manifestaties van God verklaren: "Ik ben God", dan spreekt Hij voorwaar de waarheid, en dit leidt geen twijfel. Want het is herhaaldelijk aangetoond dat door hun Openbaring, hun attributen en namen, de Openbaring van God, Zijn naam en Zijn attributen kenbaar worden gemaakt aan de wereld. Zo heeft Hij geopenbaard: "Die pijlen waren van God, niet de Uwe".13 En ook zegt Hij: "Waarlijk, zij die U trouw zweren, zweren werkelijk trouw aan God".14 En zou één hunner verklaren: "Ik ben de Boodschapper van God", dan spreekt Hij eveneens de waarheid, de ontwijfelbare waarheid. Evenals Hij zegt: "Muhammad is niet de vader van één uwer, doch Hij is de Boodschapper van God". In dit licht bezien zijn zij allen slechts Boodschappers van die volmaakte Koning, de onveranderlijke Essentie. En zouden zij allen verkondigen: "Ik ben het Zegel der Profeten", dan spreken zij slechts de waarheid, zonder een zweem van twijfel. Want zij allen zijn slechts één persoon, één ziel, één geest, één wezen, één openbaring. Zij zijn allen de manifestaties van het "Begin" en het "Einde", de "Eerste" en de "Laatste", de "Kenbare" en de "Verborgene" - dit alles behoort tot Hem Die de innerlijke Geest der Geesten is en de eeuwige Essentie der Essenties. En zouden zij zeggen: "Wij zijn de dienaren Gods",15 dan is dit eveneens een duidelijk en onbetwistbaar feit. Want zij zijn geopenbaard in de uiterste staat van dienstbaarheid, een dienstbaarheid zoals geen mens ooit kan bereiken. Zo hielden deze Essenties van bestaan, in ogenblikken dat zij diep ondergedompeld waren in de oceanen van aloude en eeuwige heiligheid of wanneer zij omhoog wiekten naar de meest verheven toppen van goddelijke verborgenheden, staande dat hun uitspraken de goddelijke Stem, de Roepstem van God Zelf waren.

Zou het oog des onderscheids worden geopend, dan zou het erkennen dat zij juist in deze staat zichzelve beschouwden als volkomen in de schaduw gesteld en niet-bestaand tegenover Hem Die de Aldoordringende, de Onvergankelijke is. Mij dunkt dat zij zichzelf beschouwden als volkomen niets en hun vermelding in die Hof achtten als een daad van heiligschennis. Want het minste gefluister van het ik is in zulk een Hof een teken van aanmatiging en onafhankelijk bestaan. In de ogen van hen die deze Hof bereikt hebben is zo'n ingeving alleen al een ernstige overtreding. Hoeveel ernstiger zou het zijn, indien er in die Tegenwoordigheid van iets anders gewag zou worden gemaakt, indien iemands hart, tong, verstand of ziel zich zou bezighouden met iets anders dan de Welbeminde, indien zijn ogen een ander aangezicht zouden aanschouwen dan Zijn Schoonheid, of indien zijn oor zou luisteren naar enig andere melodie dan Zijn Stem en zijn voeten een andere weg dan Zijn weg zouden betreden....

Krachtens deze rang hebben zij voor zichzelf er aanspraak op gemaakt de Stem der Godheid te zijn en wat daarmee overeenkomt, terwijl zij krachtens hun rang van Boodschappers zich tot de Boodschappers van God hebben verklaard. Bij iedere gelegenheid hebben zij een uitspraak gedaan die in overeenstemming was met de vereisten van de aangelegenheid en al deze uitspraken komen uit Henzelf voort, uitspraken die alle gebieden bestrijken van het rijk van goddelijke Openbaring tot het rijk der schepping en van het domein van goddelijkheid tot zelfs het domein van het aardse bestaan. Zo komt het dat wat zij ook zeggen, of het nu betrekking heeft op het rijk van goddelijkheid, heerschappij, van de Profeten en Boodschappers, Behoeders, Apostelen of Dienaren, alles zonder een zweem van twijfel waar is. Daarom moeten deze gezegden welke Wij ter ondersteuning van Onze bewijsvoering hebben aangehaald aandachtig worden overwogen, opdat de uiteenlopende uitspraken van de Manifestaties van de Ongeziene en de Dageraden van heiligheid niet langer de ziel verontrusten en het verstand in verwarring brengen.


XXIII. Denk aan de vroegere generaties. Zie hoe iedere keer wanneer de Dagster van goddelijke Milddadigheid het licht van Zijn Openbaring over de wereld verspreidde, de mensen van Zijn Dag tegen Hem opstonden en Zijn waarheid verloochenden. Zij die beschouwd werden als de leiders der mensen hebben zonder uitzondering gepoogd hun volgelingen te beletten zich tot Hem Die de Oceaan van Gods onbegrensde milddadigheid is te keren.

Zie hoe de mensen, tengevolge van het oordeel uitgesproken door de godgeleerden van Zijn tijd, Abraham, de Vriend van God, hebben verworpen; hoe Mozes, Hij die met de Almachtige sprak, openlijk werd veroordeeld als een leugenaar en een lasteraar. Bedenk hoe Jezus, de Geest van God, ondanks Zijn buitengewone zachtmoedigheid en volkomen teerhartigheid, door Zijn vijanden werd behandeld. Zo meedogenloos was het verzet waar Hij, de Essentie van het Bestaan en Heer van het zichtbare en onzichtbare, tegenover stond, dat Hij nergens Zijn hoofd kon neerleggen. Hij zwierf voortdurend van de ene plaats naar de andere, verstoken van een vaste woonplaats. Overweeg datgene wat Muhammad overkwam, het Zegel der Profeten, moge het leven van alle anderen aan Hem worden opgeofferd. Hoe zwaar waren de rampspoeden die de leiders van bet joodse volk en de afgodendienaren lieten neerdalen op Hem, die de Opperheer van allen is, tengevolge van Zijn verkondiging van de eenheid van God en van de waarheid van Zijn Boodschap! Bij de gerechtigheid van Mijn Zaak! Mijn Pen kreunt en al het geschapene weent met luide weeklacht, tengevolge van de kwellingen die Hij onderging door toedoen van hen die het Verbond Gods hebben verbroken, Zijn testament ontwijd, Zijn bewijzen verworpen, en Zijn tekenen betwist. Aldus verhalen Wij u de geschiedenis van dat wat gebeurde in vervlogen tijden, opdat gij het misschien kunt begrijpen.

Gij hebt gezien hoe zwaar Gods Profeten, Zijn Boodschappers en Uitverkorenen werden gekweld. Overpeins een wijle de beweegredenen en de oorzaken die tot zulk een vervolging gevoerd hebben. Nimmer, in geen enkele Godsbeschikking, zijn de Profeten Gods ontkomen aan de godslastering van hun vijanden, de wreedheid van hun onderdrukkers, de veroordeling van de geleerden van hun tijd, die verschenen onder het mom van rechtschapenheid en vroomheid. Dag en nacht maakten Zij een zielesmart door die door niemand ooit gepeild kan worden, behalve door de kennis van de ene ware God, verheven zij Zijn glorie.

Beschouw deze Verguisde. Alhoewel de duidelijkste bewijzen de waarheid van Zijn Zaak bevestigen, alhoewel de voorspellingen die Hij in onmiskenbare taal heeft gedaan in vervulling zijn gegaan, alhoewel en ondanks het feit dat Hij niet onder de geleerden gerekend werd, ongeschoold was en onervaren in de woordenstrijd, gangbaar onder de godgeleerden, heeft Hij de vloed van Zijn menigvuldige en goddelijk bezielde kennis over de mensen uitgestort; doch, zie hoe deze generatie Zijn gezag heeft verworpen en tegen Hem in opstand is gekomen! Hij werd gedurende het grootste deel van Zijn leven zwaar beproefd in de klauwen van Zijn vijanden. Zijn lijden heeft nu het hoogtepunt bereikt in deze kwellende Gevangenis, waarin Zijn onderdrukkers Hem zo onrechtvaardig hebben geworpen. God geve dat gij met een scherpzinnige blik en stralend hart de dingen moogt waarnemen die zich hebben voorgedaan en die nu gebeuren en terwijl gij deze in uw hart overweegt, moogt erkennen wat de meeste mensen in deze Dag niet hebben bemerkt. Het behage God u in staat te stellen de welriekendheid van Zijn Dag te mogen inademen, deel te hebben aan de onbeperkte uitstortingen van Zijn genade, u volop te laven door middel van Zijn goedgunstige genade uit de allergrootste Oceaan die in deze Dag in naam van de Aloude Koning opwelt, en standvastig en onwrikbaar als een berg te blijven in Zijn Zaak.



Zeg: Ere zij U Die alle heiligen hun hulpeloosheid deed bekennen tegenover de menigvuldige openbaringen van Uw macht en iedere Profeet zijn nietszijn deed erkennen bij de glans van Uw durende heerlijkheid. Ik smeek U, bij Uw Naam welke de poorten des hemels ontsloot en de Schare in den hoge met verrukking vervulde, mij in staat te stellen U te dienen in deze Dag en mij te sterken om hetgeen Gij voorschreef in Uw Boek na te komen. Gij weet, o mijn Heer, hetgeen is in mij, doch ik weet niet hetgeen is in U. Gij zijt de Alwetende, de Albezielde.

XXIV. Hoedt u, o gelovigen in de Eenheid van God, dat gij niet in de verleiding komt enig onderscheid te maken tussen welke ook van de Manifestaties van Zijn Zaak of tussen de tekenen die hun Openbaring hebben begeleid en aangeduid. Dit is werkelijk de ware betekenis van goddelijke Eenheid, als gij behoort tot hen die deze waarheid verstaan en erin geloven. Weest bovendien verzekerd dat de werken en handelingen van elk van de Manifestaties Gods - ja zelfs al hetgeen tot hen behoort en al hetgeen zij in de toekomst mogen openbaren door God werden beschikt en een weerspiegeling zijn van Zijn Wil en Plan. Al wie het geringste onderscheid maakt tussen hun persoon, hun woorden, hun boodschap, hun daden en wijze van handelen, heeft in feite niet in God geloofd, heeft Zijn tekenen verworpen en de Zaak van Zijn Boodschap- pers verraden.
XXV. Het is duidelijk dat ieder tijdperk, waarin een Manifestatie van God heeft geleefd, goddelijk werd beschikt, en in zekere zin gekenmerkt kan worden als de door God bestemde Dag. Deze Dag, evenwel, is ongeëvenaard en moet onderscheiden worden van de dagen die zijn voorafgegaan aan deze. De aanduiding "Zegel der Profeten" onthult ten volle de hoge rang ervan. De profetische Cyclus is, voorwaar, geëindigd. De eeuwige Waarheid is nu gekomen. Hij heeft het Vaandel van Macht geheven en stort thans de onverduisterde pracht van Zijn Openbaring uit over de wereld.
XXVI. Geprezen zij God, de Albezitter, de Koning van onvergelijkelijke heerlijkheid, een lof die het verstand van al het geschapene onmetelijk ver te boven gaat en verheven is boven het bevattingsvermogen van 's mensen verstand. Niemand buiten Hem is ooit in staat geweest Zijn lof naar behoren te bezingen, en evenmin zal enig mens er ooit in slagen Zijn heerlijkheid ten volle te beschrijven. Wie is er die er aanspraak op kan maken de hoogten van Zijn verheven Essentie te hebben bereikt, en welke geest kan de diepten van Zijn ondoorgrondelijk mysterie peilen? Van iedere openbaring, voortstromende uit de Bron van Zijn heerlijkheid, zijn heilige en oneindige bewijzen van onvoorstelbare pracht verschenen, en vanuit iedere manifestatie van Zijn onoverwinnelijke macht zijn oceanen van eeuwig licht gestroomd. Hoe oneindig verheven zijn de wonderbaarlijke bewijzen van Zijn machtige soevereiniteit, welke allen die in de hemelen en op aarde zijn geheel zou vernietigen, zo zij hiervan slechts een glimp zouden opvangen! Hoe onbeschrijfelijk verheven zijn de bewijzen van Zijn volmaakte macht, waarvan een enkel teken, hoe onbetekenend ook, het begrip van al wat in het leven werd geroepen sedert het begin dat geen begin heeft, of in de toekomst geschapen zal worden tot het einde dat geen einde heeft, te boven moet gaan. Alle Belichamingen van Zijn Namen zwerven in de wildernis van het zoeken, dorstend en verlangend om Zijn Essentie te ontdekken, en alle Manifestaties van Zijn hoedanigheden smeken Hem, vanuit de Sinaï van Heiligheid, Zijn Mysterie op te helderen.

Een druppel van de golvende oceaan van Zijn oneindige barmhartigheid heeft de gehele schepping getooid met het sieraad van het bestaan en een ademtocht, geademd vanuit Zijn weergaloos Paradijs, heeft alle wezens bekleed met het gewaad van Zijn heiligheid en heerlijkheid. Een sprenkeltje uit de peilloze diepte van Zijn oppermachtige en allesdoordringende Wil heeft, vanuit het volslagen niets een oneindig uitgestrekte en eeuwigdurende schepping doen ontstaan. Aan de wonderen van Zijn milddadigheid kan geen einde komen en de stroom van Zijn barmhartige genade kan nooit tot staan worden gebracht. De voortgang van Zijn schepping had geen begin en kan geen einde hebben.

In ieder tijdperk en cyclus heeft Hij door middel van het schitterende licht, uitgestraald door de Manifestaties van Zijn wonderbaarlijke Essentie, alle dingen herschapen, opdat al wat in de hemelen en op aarde de tekenen van Zijn heerlijkheid weerspiegelt, de uitstortingen van Zijn barmhartigheid niet onthouden zal worden, noch wanhoopt aan de stroom van Zijn gunsten. Hoe alomvattend zijn de wonderen van Zijn grenzeloze genade! Ziet hoe zij de gehele schepping hebben doordrongen. Zodanig is hun kracht, dat geen enkel atoom in het gehele universum gevonden kan worden dat de bewijzen van Zijn macht niet verkondigt, dat Zijn heilige Naam niet verheerlijkt of dat niet de uitdrukking is van Zijn eenheid. Zo volmaakt en veelomvattend is Zijn schepping dat noch verstand noch hart, hoe scherp en zuiver ook, ooit de aard van het meest onbeduidende van Zijn schepselen kan begrijpen; nog minder het mysterie van Hem Die de Dagster van waarheid, Die de onzichtbare en onkenbare Essentie is, kan doorgronden. De voorstellingen van de vroomsten onder de mystici, de kundigheden van de meest talentvolle onder de mensen, de hoogste lof die de menselijke tong of pen kan betuigen, zijn allen het resultaat van de begrensde geest der mensen en worden bepaald door diens beperkingen. Tienduizend Profeten, ieder van hen een Mozes, zijn als door de bliksem getroffen op de Sinaï van hun vorsen, door Zijn onverbiddelijke stem: "Gij zult Mij nimmer aanschouwen!", terwijl talloze Boodschappers, ieder even voornaam als Jezus, terneergeslagen zijn op hum hemelse troon door het verbod: "Mijn Essentie zult gij nimmer begrijpen!" Sedert onheuglijke tijden bleef Hij verborgen in de onuitsprekelijke heiligheid van Zijn verheven Zelf en zal eeuwigdurend gehuld blijven in het ondoorgrondelijke mysterie van Zijn onkenbaar Wezen. Iedere poging om zich een begrip te vormen van Zijn ongenaakbare Werkelijkheid is op volslagen verbijstering uitgelopen, en iedere inspanning om Zijn verheven Zelf nader te kennen en Zijn Essentie te aanschouwen, is tot vertwijfeling en mislukking gedoemd.

Hoe verbijsterend is voor mij, onbeduidend als ik ben, de poging om de heilige diepten van Uw kennis te peilen! Hoe nutteloos zijn mijn inspanningen om mij de grootte van de macht, eigen aan het werk Uwer handen - de openbaring van Uw scheppende kracht - voor te stellen! Hoe kan mijn oog dat niet in staat is zichzelf waar te nemen, er aanspraak op maken Uw Essentie te hebben waargenomen, en hoe kan mijn hart dat niet eens bij machte is de betekenis van zijn eigen vermogens te bevatten, zich aanmatigen Uw aard te hebben begrepen? Hoe kan ik er aanspraak op maken U te kennen, terwijl de gehele schepping verbijsterd is door Uw mysterie, en hoe kan ik getuigen U niet te hebben gekend, terwijl toch het hele universum Uw Tegenwoordigheid verkondigt en van Uw waarheid getuigt? De poorten van Uw genade hebben in alle eeuwigheid opengestaan en de wegen van toegang tot Uw Tegenwoordigheid werden gebaand voor al het geschapene, en de openbaringen van Uw onvergelijkelijke Schoonheid werden te allen tijde op de werkelijkheid aller wezens, zichtbaar en onzichtbaar, gestempeld. Toch voel ik mij gedrongen om, ondanks deze meest genadige gunst, deze voortreffelijke en volmaakte gave, te getuigen dat Uw hof van heiligheid en heerlijkheid onmetelijk verheven is boven de kennis van alles buiten U, en het mysterie van Uw Tegenwoordigheid ondoorgrondelijk is voor iedere geest, behalve de Uwe. Geen ander dan Gij kan het geheim van Uw aard ontrafelen en niets anders behalve Uw bovenzinnelijke Essentie kan de werkelijkheid van Uw onnaspeurlijke wezen begrijpen. Hoe immens groot is het aantal hemelse en alglorierijke wezens die in de wildernis van het gescheiden-zijn van U, al de dagen van hun leven hebben gezworven en uiteindelijk faalden U te vinden! Hoe groot is de menigte gewijde en onsterfelijke zielen die verloren en verbijsterd waren bij het zoeken in de woestijn van het vorsen om Uw aangezicht te aanschouwen! Ontelbaar zijn Uw vurige minnaars die de verterende vlam van het veraf-zijn van U heeft doen bezwijken en vergaan, en talloos zijn de trouwe zielen die vrijwillig hun leven hebben gegeven in de hoop het licht van Uw aangezicht te aanschouwen. Het zuchten en kreunen van deze hunkerende harten die vurig naar U verlangen, kan Uw heilig hof nooit bereiken en evenmin kunnen de weeklachten van de reizigers die ernaar dorsten om voor Uw aangezicht te verschijnen, Uw zetel van heerlijkheid bereiken.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


Dovnload 0.66 Mb.