Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina4/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

XXXV. Denkt een wijle diep na. Wat bracht in iedere Godsbeschikking de volkeren der aarde ertoe de Manifestatie van de Albarmhartige te schuwen? Wat zou hen ertoe hebben aangezet om zich van Hem af te keren en Zijn gezag te betwisten? Zouden de mensen deze woorden die uit de Pen van de goddelijke Bestierder zijn gevloeid overdenken, dan zouden zij, allen zonder uitzondering, zich haasten de waarheid van deze door God gegeven en immerdurende Openbaring aan te nemen, en getuigenis afleggen van datgene wat Hijzelf plechtig heeft bevestigd. Het is de sluier van nutteloze inbeelding die, in de dagen der Manifestaties van de Eenheid Gods en de Dageraden van Zijn eeuwigdurende heerlijkheid, tussen hen en de overige mensheid is gekomen en zal blijven komen. Want in die dagen openbaart Hij Die de Eeuwige Waarheid is, Zich in overeenstemming met datgene wat Hij Zelf heeft beoogd en niet volgens de wensen en verwachtingen der mensen. Evenals Hij heeft geopenbaard: "Steeds wanneer dan een Apostel tot u komt met dat wat uw ziel niet begeert, zwelt gij van trots en behandelt sommigen als bedriegers en doodt anderen".

Er kan geen enkele twijfel over bestaan dat indien deze Apostelen in vervlogen tijden waren verschenen in overeenstemming met de onnutte voorstelling welke de harten der mensen hadden gemaakt, niemand de waarheid van deze geheiligde Wezens zou hebben verworpen. Ofschoon zulke mensen dag en nacht bezig waren de ene ware God te gedenken, en zich vroom bezighielden met het verrichten van hun godsdienstoefeningen, faalden zij uiteindelijk de Dageraden van de tekenen Gods en de Manifestaties van Zijn onweerlegbare bewijzen te erkennen, en deel te hebben aan hun genade. Hiervan getuigen de heilige Geschriften. Gij hebt ongetwijfeld hiervan gehoord.

Beschouwt de Godsbeschikking van Jezus Christus. Ziet, hoe alle geleerden van die generatie, ofschoon zij vurig verlangden naar de Beloofde, Hem niettemin hebben verloochend. Zowel Annas, de meest geleerde onder de geestelijken van zijn tijd, als Kajafas, de hogepriester, klaagden Hem aan en spraken Zijn doodvonnis uit.

Evenzo, toen Muhammad, de Profeet Gods - mogen alle mensen Hem ten offer zijn - verscheen, stonden in de eerste dagen van Zijn Openbaring de geleerden uit Mecca en Medina tegen Hem op en verwierpen Zijn Boodschap, terwijl degenen die van alle kennis verstoken waren Zijn geloof hebben erkend en omhelsd. Denkt een wijle diep na. Beschouwt hoe Balál, de Etiopiër, ongeletterd als hij was, opsteeg tot de hemel van geloof en zekerheid, terwijl 'Abdu'lláh Ubayy, een leider onder de geleerden, zich boosaardig inspande om Hem te bestrijden. Ziet hoe een eenvoudige herder zo werd meegesleept door de geestvervoerende woorden van God dat hij in staat was toegang te verkrijgen tot de woonplaats van zijn Welbeminde en verenigd werd met Hem Die de Heer der Mensheid is, terwijl zij die zich beroemden op hun kennis en wijsheid ver zijn afgedwaald van Zijn pad en verstoken bleven van Zijn genade. Juist daarom heeft Hij geschreven: "Wie onder u wordt verhoogd, zal worden verlaagd en wie wordt verlaagd, zal worden verhoogd". Verwijzingen naar dit onderwerp zijn in de meeste heilige Boeken te vinden, evenals in de uitspraken van de Profeten en Boodschappers van God.

Voorwaar Ik zeg u, dusdanig is de grootheid van deze Zaak dat de vader zijn zoon ontvliedt en de zoon zijn vader ontvliedt. Herinnert u zich het verhaal van Noach en Kanaän. God geve dat gij uzelf in deze dagen van hemelse verrukking, de zoete geuren van de Alglorierijke God niet zult onthouden, en in deze geestelijke Lente deel moogt hebben aan de uitstortingen van Zijn genade. Staat op in de naam van Hem Die de belichaming van alle kennis is, verheft uw stem en verkondigt Zijn Zaak met volkomen onthechting aan de geleerdheid der mensen. Ik zweer bij de Dagster van goddelijke Openbaring! Op hetzelfde ogenblik dat gij opstaat, zult gij er getuige van zijn hoe een vloed van goddelijke kennis uit uw hart zal stromen, en zult gij de wonderen van Zijn hemelse wijsheid aanschouwen, zoals deze voor u zijn geopenbaard in al hun heerlijkheid. Zoudt gij de zoetheid der Woorden van de Albarmhartige proeven, dan zoudt gij zonder aarzelen uzelf verzaken en uw leven geven voor de Welbeminde.

Wie kan ooit geloven dat deze Dienaar van God ook maar een enkel ogenblik in Zijn hart de wens heeft gekoesterd naar enige aardse eer of voordeel? De Zaak die is verbonden met Zijn Naam, gaat de vergankelijke dingen van deze wereld ver te boven. Aanschouwt Hem, een banneling, een slachtoffer van tirannie, in deze Allergrootste Gevangenis. Zijn vijanden hebben Hem van alle kanten aangevallen, en zullen voortgaan dit te doen tot aan het einde van Zijn leven. Al wat Hij derhalve tot u zegt is geheel ter wille van God, opdat wellicht de volkeren der aarde hun hart zullen reinigen van de smet van slechte begeerten, de sluier ervan uiteen mogen scheuren en de kennis van de ene ware God mogen bereiken - de meest verheven staat waar een mens naar streven kan. Hun geloof of ongeloof in Mijn Zaak kan Mij baten, noch schaden. Wij roepen hen op geheel ter wille van God. Hij kan het Zich waarlijk veroorloven het buiten alle schepselen te stellen.


XXXVI. Weet, dat toen de Zoon des Mensen Zijn geest overgaf aan God, de gehele schepping weende met groot geween. Door Zichzelf te offeren werd al het geschapene met nieuwe kracht bezield. De bewijzen hiervoor zijn in alle volkeren der aarde zichtbaar en liggen nu duidelijk voor u. De diepste wijsheid welke de wijzen hebben geuit, de hoogste geleerdheid die enig verstand ontvouwde, de kunstwerken welke de bekwaamste handen hebben gewrocht, de invloed door de machtigste heerser uitgeoefend, zijn slechts manifestaties van de bezielende kracht, vrijgekomen door Zijn alles overtreffende, Zijn aldoordringende en luisterrijke Geest.

Wij getuigen dat toen Hij in de wereld kwam, Hij de pracht van Zijn heerlijkheid over al het geschapene verspreidde. Door Hem herstelde de melaatse van de melaatsheid van verdorvenheid en onwetendheid. Door Hem werden de onreinen en eigenzinnigen genezen. Door Zijn macht, uit de Almachtige God geboren, werden de ogen der blinden geopend en de ziel van de zondaar geheiligd.

Onder melaatsheid moet worden verstaan iedere sluier die ligt tussen de mens en de erkenning van de Heer, zijn God. Al wie toelaat dat hij wordt afgehouden van Hem is waarlijk een melaatse die niet in het Koninkrijk van God, de Machtige, de Alomgeprezene zal worden vermeld. Wij getuigen dat door de Kracht van het woord Gods iedere melaatse werd gereinigd, iedere ziekte werd genezen en alle menselijke zwakheid werd verdreven. Hij is het Die de wereld gezuiverd heeft. Gezegend zij de mens die zich met stralend gelaat naar Hem heeft gekeerd.
XXXVII. Gezegend is de mens die zijn geloof in God en in Zijn tekenen heeft beleden, en heeft ingezien dat "Hem niet naar Zijn handelen zal worden gevraagd". Zulk een inzicht is door God gemaakt tot het sieraad van ieder geloof en de ware grondslag ervan. Hiervan moet de aanvaarding van iedere voortreffelijke daad afhangen. Houdt uw blik hierop gericht, dat wellicht de inblazingen van de opstandigen u niet zullen doen uitglijden.

Zou Hij beschikken dat datgene geoorloofd is wat sinds onheuglijke tijden verboden was en verbieden wat te allen tijde als geoorloofd was beschouwd, dan heeft niemand het recht Zijn gezag in twijfel te trekken. Al wie weifelt, al is het korter dan een ogenblik, moet als een overtreder worden beschouwd.



Al wie deze verheven en fundamentele waarheid niet heeft erkend en deze allerhoogste staat niet heeft bereikt, zal door de stormen van twijfel worden verontrust, en zijn ziel zal door de uitspraken van de ongelovigen in verwarring worden gebracht. Hij die dit beginsel heeft erkend zal met de volmaaktste standvastigheid worden begiftigd. Alle eer zij aan deze glorierijke staat, welks vermelding iedere verheven Tafel siert. Aldus luidt de lering die God u schenkt, een lering die iedere vorm van twijfel en verwarring bij u zal wegnemen, en u in staat zal stellen in deze wereld en in de volgende verlossing deelachtig te worden. Hij is waarlijk de Immer Vergevende, de Milddadigste. Hij is het Die de Boodschappers heeft uitgezonden, en de Boeken heeft neergezonden om te verkondigen "Er is geen ander God dan Ik, de Almachtige, de Alwijze".
XXXVIII. Weet voorzeker dat in iedere Godsbeschikking het licht van goddelijke Openbaring aan de mensen werd gegeven in rechtstreekse verhouding tot hun geestelijke vermogens. Beschouwt de zon. Hoe zwak zijn zijn stralen op het ogenblik dat hij boven de horizon verrijst. Hoe geleidelijk nemen zijn warmte en kracht toe naarmate hij het zenit nadert, middelerwijl al het geschapene in staat stellend om zich aan te passen aan de toenemende sterkte van zijn licht. Hoe gestadig verminderen zij tot hij het punt bereikt waarop hij ondergaat. Zou hij plotseling alle krachten die in hem verborgen zijn onthullen, dan zou hij ongetwijfeld al het geschapene schade toebrengen.... Als de Zon der waarheid, in het beginstadium van zijn openbaring, de vermogens welke de voorzienigheid van de Almachtige hem hebben verleend, plotseling in zijn geheel zou openbaren, zou op dezelfde wijze de aarde van menselijk verstand verwoest en vernietigd worden; want 's mensen hart zou noch de sterkte van zijn openbaring kunnen verdragen, noch zou het in staat zijn de glans van zijn licht te weerspiegelen. Ontzet en overweldigd zou het ophouden te bestaan.
XXXIX. Geprezen zijt Gij, O Heer Mijn God, voor de wondere openbaringen van Uw ondoorgrondelijk gebod en de menigvuldige rampen die Gij voor Mij hebt bestemd. Eens hebt Gij Mij in de handen van Nimrod overgeleverd; een andere keer stond Gij toe dat Farao's roede Mij vervolgde. Alleen Gij kunt, door Uw alomvattende kennis en de werking van Uw wil, de ontelbare beproevingen welke Ik door hun toedoen heb ondergaan, schatten. Eens hebt Gij Mij in de gevangeniscel van de goddelozen geworpen, om geen andere reden dan dat Mij werd ingegeven in de oren van de uitverkoren bewoners van Uw Koninkrijk een aanduiding te fluisteren van de visie, waarmede Gij Mij door Uw kennis inspireerde, en door de kracht van Uw macht de betekenis ervan aan Mij openbaarde. Een andere keer hebt Gij Mij geboden dat Ik onthoofd zou worden door het zwaard van de ongelovigen. Daarna werd Ik gekruisigd omdat Ik de verborgen juwelen van Uw glorierijke eenheid voor de ogen der mensen ontsluierde, daar Ik hun de wondere tekenen van Uw soevereine en eeuwigdurende macht openbaarde. Hoe bitter waren in een volgend tijdperk de vernederingen, waarmede Ik overstelpt werd in de vlakte van Karbilá! Hoe eenzaam voelde Ik mij onder Uw volk! Tot welk een staat van hulpeloosheid werd Ik gebracht in dat land! Niet tevreden met zulk een onwaardige behandeling, hebben Mijn vervolgers Mij onthoofd, en Mijn hoofd hoog meegedragen van land tot land, hebben zij het met openlijk vertoon de starende ongelovige menigte laten zien en hebben het geplaatst op de zetel der verdorvenen en ongelovigen. In een later tijdperk werd Ik opgehangen en werd Mijn borst tot doelwit der pijlen van boosaardige wreedheid van Mijn vijanden gemaakt. Mijn ledematen werden doorzeefd met kogels en Mijn lichaam werd in stukken gescheurd. Ten slotte, ziet hoe in deze Dag Mijn verraderlijke vijanden tegen Mij hebben samengespannen en voortdurend samenzweren om het vergif van haat en boosaardigheid in de zielen van Mijn dienaren te laten indringen. Uit alle macht beramen zij plannen om hun doel te bereiken... Hoe smartelijk Mijn toestand ook is, O God, Mijn Welbeminde, Ik betuig U Mijn dank, en Mijn geest is dankbaar voor al wat Mij is overkomen op het pad van Uw welbehagen. Ik ben overgelukkig met datgene wat Gij voor Mij hebt beschikt en Ik verwelkom, hoe rampzalig het ook zij, het leed en de smart die Ik moet ondergaan.
XL. O Mijn Welbeminde! Gij hebt Uw adem in Mij geblazen en hebt Mij gescheiden van Mijzelf. Gij hebt vervolgens bevolen dat niet meer dan een vaag spiegelbeeld, een louter zinnebeeld van Uw Werkelijkheid in Mij onder de verdorvenen en de afgunstigen moet worden achtergelaten. Zie, hoe door dit zinnebeeld misleid, zij tegen Mij zijn opgestaan en Mij met hun loocheningen hebben overstelpt! Onthul daarom Uw Wezen, O Mijn Meest Geliefde, en verlos Mij uit deze toestand.

Daarop antwoordde een Stem: "Ik bemin, Ik heb dit zinnebeeld innig lief. Hoe kan Ik toestaan dat alleen Mijn ogen dit zinnebeeld aanschouwen en dat geen enkel hart, behalve het Mijne, het erkent? Bij Mijn Schoonheid, welke dezelfde is als Uw Schoonheid! Het is Mijn wens voor Mijn eigen ogen U te verbergen; hoeveel te meer nog voor de ogen van de mensen!"



Ik bereidde Mij voor om antwoord te geven, toen, zie, de Tafel plotseling werd beëindigd, Mijn onderwerp onvoltooid latend, en de parel van Mijn uitspraak bleef onafgeregen.
XLI. God is Mij tot getuige, O mensen! Ik lag in slaap op Mijn legerstede, toen zie, de Bries van God over Mij heen streek en Mij uit Mijn sluimer deed ontwaken. Zijn bezielende Geest deed Mij herleven en Mijn tong werd losgemaakt om Zijn Roep te verkondigen. Beschuldigt Mij niet tegen God te hebben gezondigd. Aanschouwt Mij, niet met uw ogen, maar met de Mijne. Aldus waarschuwt Hij Die de Genadige, de Alwetende is. Denkt gij, o mensen, dat Ik de macht over Gods hoogste Wil en Doel in Mijn handen houd? Het zij verre van Mij om zulk een aanspraak te maken. Hiervan getuig Ik voor God, de Almachtige, de Verhevene, de Alwetende, de Alwijze. Zo Ik de uiteindelijke bestemming van Gods Geloof in Mijn handen had gehad, dan zou Ik nooit, al ware het één ogenblik, hebben toegestaan Mij aan u te openbaren, en evenmin zou Ik Mij hebben veroorloofd één woord over Mijn lippen te laten komen. Hiervan is God Zelf Mij, waarlijk, tot getuige.
XLII. O ZOON VAN RECHTVAARDIGHEID! In het diepst van de nacht begaf zich de schoonheid van het onsterfelijk Wezen van de smaragden hoogte van trouw naar de Sadratu'l-Muntahá en weende zo bitter dat de hemelse scharen en de bewoners van de rijken in den hoge weeklaagden over Zijn wenen. Daarop werd er gevraagd: Waarom dit wenen en klagen? Hij antwoordde: zoals geboden wachtte Ik hoopvol op de heuvel van trouw, doch ademde niet de geur van trouw in van hen die op aarde verwijlen. Dan tot terugkeer gemaand zag Ik plotseling dat enige duiven van heiligheid het zwaar te verduren hadden in de klauwen van aardse honden. Waarop de hemelse Maagd ongesluierd en stralend uit Haar mystieke woning snelde en naar hun namen vroeg, en alle werden genoemd op één na. Na aandringen werd de eerste letter ervan gezegd, waarop de bewoners van de hemelse verblijven uit hun woning van heerlijkheid toesnelden. En toen de tweede letter werd uitgesproken, vielen zij allen neer in het stof. Op dat moment weerklonk een stem uit het binnenste van het heiligdom: "Tot hiertoe en niet verder." Waarlijk, wij getuigen van hetgeen zij hebben gedaan en nu nog doen.

XLIII. O Afnán, O gij die zijt voortgesproten uit Mijn oude Stam! Mijn heerlijkheid en Mijn goedertierenheid ruste op u. Hoe onmetelijk is het tabernakel van de Zaak Gods! Het overschaduwt alle volkeren en geslachten op aarde en zal eerlang de gehele mensheid onder zijn beschutting bijeenbrengen. Uw dag van dienen is nu aangebroken. Ontelbare Tafelen getuigen van de gaven die u rijkelijk werden geschonken. Verheft u voor de triomf van Mijn Zaak en wint door de kracht van uw woorden het hart der mensen. Gij moet aantonen wat de vrede en het welzijn van de armzaligen en vertrapten zal verzekeren. Omgordt de lendenen van uw streven, opdat gij de gevangene kunt verlossen van zijn ketenen en hem in staat kunt stellen ware vrijheid te bereiken.

Gerechtigheid betreurt in deze tijd haar jammerlijke staat en billijkheid kreunt onder het juk van verdrukking. De zware wolken van tirannie verduisteren de aarde en omsluiten haar volkeren. Door de beweging van Onze Pen van heerlijkheid hebben Wij in opdracht van de almachtige Beschikker ieder menselijk omhulsel nieuw leven ingeblazen en ieder woord met nieuwe kracht begiftigd. Al het geschapene toont de bewijzen van deze wereldomvattende vernieuwing. Dit is de grootste, de meest vreugdevolle tijding die door de Pen van deze Verguisde aan de mensheid is gegeven. Waarvoor vreest gij, o Mijn geliefden? Wie kan u ontmoedigen? Een weinig vocht is voldoende om de hard geworden klei waaruit deze eigenzinnige generatie is gevormd, op te lossen. Alleen reeds het feit van uw samenkomen is voldoende om de strijdkrachten van deze ijdele en nietswaardige mensen te verstrooien…

Ieder weldenkend mens zal in deze tijd geredelijk toegeven dat de raad die de Pen van de Verguisde heeft geopenbaard, de hoogste bezielende kracht is voor de vooruitgang van de wereld en de verheffing van haar volkeren. Verheft u, o mensen, en besluit door de kracht van Gods macht de overwinning op uzelf te behalen, zodat de gehele mensheid kan worden bevrijd en gelouterd van haar knechtschap aan de goden van haar ijdele verbeelding - goden die haar zulk een schade berokkenen en verantwoordelijk zijn voor de ellende van hun rampzalige aanbidders. Deze afgoden vormen de hindernis die de mens belemmert in zijn pogingen tot vooruitgang op de weg naar volmaaktheid. Wij koesteren de hoop dat de Hand der goddelijke macht de mensheid bijstaat en haar verlost uit haar staat van jammerlijke vernedering.

In een van de Tafelen zijn deze woorden geopenbaard: O volk Gods! Houdt u niet bezig met uw eigen belangen; laat uw denken gericht zijn op hetgeen de mensheid geluk en welzijn brengt, en hart en ziel der mensen heiligt. Dit kan het beste worden bereikt door zuivere en heilige daden, door een deugdzaam leven en een goed gedrag. Dappere daden zullen de triomf van deze Zaak verzekeren en een godvruchtig karakter zal haar kracht versterken. Houdt u aan rechtvaardigheid, o volk van Bahá. Dit waarlijk is het gebod dat deze Verguisde u geeft, en het eerste dat Zijn onbeperkte Wil voor een ieder van u uitkoos.

O vrienden! Het betaamt u uw ziel te verkwikken en te verlevendigen door de genadige gunsten die in deze goddelijke, deze zielvervoerende Lente over u worden uitgestort. De Dagster van Zijn verheven heerlijkheid spreidt haar licht over u uit en de wolken van Zijn onbegrensde genade beschutten u. Hoe groot is de beloning voor hem die zich een zo grote milddadigheid niet onthoudt, noch faalt de schoonheid van Zijn Meest Geliefde in Zijn nieuwe gewaad te herkennen. Waakt over uzelf want de Boze ligt op de loer, klaar om u te verstrikken. Staalt u tegen zijn snode listen en ontvlucht, geleid door het licht van de naam van de alziende God, de u omringende duisternis. Laat uw blik veeleer de wereld omvatten in plaats van beperkt te blijven tot uw eigen ik. De Boze is hij die de vooruitgang tegenhoudt en de geestelijke ontwikkeling van de mensenkinderen belemmert.

In deze Dag is het de plicht van ieder mens zich te houden aan al hetgeen het belang van alle naties en rechtvaardige regeringen bevordert en hun staat verhoogt. Door ieder vers dat de Pen van de Allerhoogste heeft geopenbaard, zijn de deuren van liefde en eenheid ontsloten en wijd voor het gezicht der mensen geopend. Wij hebben eertijds verklaard - en Ons Woord is de waarheid - "Verkeert met de volgelingen van alle religies in een geest van vriendelijkheid en kameraadschap". Al wat de mensenkinderen ertoe heeft gebracht elkander te mijden en onenigheid en verdeeldheid onder hen heeft veroorzaakt, is door de openbaring van deze woorden nietig verklaard en afgeschaft. Met het doel de wereld van het bestaan te veredelen en 's mensen geest en ziel te verheffen, is uit de hemel van Gods Wil neergezonden hetgeen het doeltreffendste middel is voor de opvoeding van de gehele mensheid. De diepste zin en volmaaktste uitdrukking van al hetgeen de volkeren eertijds hebben gezegd of geschreven, is door middel van deze machtigste Openbaring neergezonden uit de hemel van de Wil van de Albezittende, de eeuwige God. Vroeger is geopenbaard: "Liefde voor het vaderland is een bestanddeel van het Godsgeloof". De Tong van verhevenheid heeft echter ten tijde van Zijn manifestatie verkondigd: "Men beroeme zich er niet op zijn vaderland lief te hebben, doch stelle er een eer in de wereld lief te hebben". Door de kracht die door deze verheven woorden vrijkwam, heeft Hij aan de vogels der mensenharten een frisse impuls en een nieuwe richting gegeven en ieder spoor van voorbehoud en beperking uit Gods Heilig Boek gewist...

O volk van Gerechtigheid! Weest zo stralend als het licht en zo schitterend als het vuur dat in de Braamstruik brandde. De helderheid van het vuur van uw liefde zal zonder twijfel de strijdende volkeren en geslachten op aarde samensmeden en verenigen, terwijl de felheid van de vlam van vijandschap en haat slechts strijd en vernietiging kan teweegbrengen Wij smeken God, Zijn schepselen te beschermen tegen de snode plannen van Zijn vijanden. Voorwaar, Hij heeft macht over alle dingen.

Eer en lof zij de ene ware God - verheven zij Zijn glorie - daar Hij door de Pen van de Allerhoogste de deur van 's mensen hart heeft geopend. Ieder vers dat deze Pen heeft geopenbaard, is een helder stralende poort die de heerlijkheden ontsluit van een heilig en godvruchtig leven, van zuivere en onbevlekte daden. De oproep en boodschap die Wij gaven, waren nooit bedoeld om slechts één land of één volk te bereiken of te bevoordelen. De mensheid in haar geheel moet zich vastberaden houden aan al hetgeen haar werd geopenbaard en geschonken. Dan, slechts dan zal zij ware vrijheid erlangen. De gehele aarde is verlicht met de stralende heerlijkheid van Gods Openbaring. In het jaar zestig stond Hij die het licht van goddelijke Leiding aankondigde - moge de gehele schepping Hem ten offer zijn - op om een nieuwe openbaring van de goddelijke Geest te verkondigen, en Hij werd, twintig jaar later, opgevolgd door Hem door wiens komst de wereld tot ontvanger van deze beloofde heerlijkheid, deze wonderbaarlijke gunst werd gemaakt. Ziet hoe het merendeel van de mensheid werd begiftigd met het vermogen om te luisteren naar Gods meest verheven Woord - het Woord waarvan het verzamelen en de geestelijke opstanding van alle mensen moet afhangen…

Neigt uw hart, o volk van God, naar de raadgevingen van uw ware, uw onvergelijkelijke Vriend. Het Woord Gods kan worden vergeleken met een jong boompje, waarvan de wortels in de harten der mensen werden geplant. Het is uw plicht de groei ervan te bevorderen met de levende wateren van wijsheid, van gewijde en heilige woorden, opdat zijn wortel zich stevig in de aarde moge vasthechten en zijn takken zich hemelhoog en nog verder zullen uitstrekken.

O gij die op aarde woont! Het onderscheidende kenmerk dat het bijzondere karakter van deze meest voortreffelijke Openbaring tekent, bestaat hieruit dat Wij, enerzijds, al datgene wat de oorzaak is geweest van strijd en onheil onder de mensenkinderen, uit de bladzijden van Gods heilig Boek hebben uitgewist, en anderzijds de essentiële vereisten voor eendracht, begrip en voor volledige en blijvende eenheid hebben neergelegd. Wel gaat het hen die Mijn wetten nakomen.

Herhaaldelijk hebben Wij Onze geliefden aangespoord alles, wat dan ook, waaraan een zweem van tweedracht te bespeuren valt niet alleen te vermijden, ja zelfs te ontvluchten. De wereld is in grote beroering, en de gemoederen van de mensen zijn in een toestand van volslagen verbijstering. Wij smeken de Almachtige dat Hij hen genadiglijk moge verlichten met de glorie van Zijn Gerechtigheid, en hen in staat moge stellen om datgene te ontdekken wat voor hen te allen tijde en onder alle omstandigheden heilzaam zal zijn. Hij is waarlijk de Albezitter, de Hoogste.
XLIV. Zet de vreze Gods niet terzijde, O gij geleerden der wereld, en oordeelt rechtvaardig over de Zaak van deze Ongeletterde van Wie alle Boeken van God, de Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande, hebben getuigd. ...Zal de vrees voor het misnoegen van God, de vrees voor Hem Die zijns gelijke of weerga niet heeft, u niet doen ontwaken? Hij Die door de wereld werd verguisd, had nimmer omgang met u, heeft nooit uw boeken bestudeerd en aan geen van uw woordentwisten deelgenomen. Het gewaad dat Hij draagt, Zijn golvende lokken, Zijn hoofdtooi getuigen van de waarheid van Zijn woorden. Hoe lang zult gij volharden in uw onrechtvaardigheid? Aanschouwt de verblijfplaats waarin Hij, die de belichaming is der gerechtigheid, gedwongen is te wonen. Opent uw ogen en Zijn treurige toestand ziende, denkt diep na over hetgeen uw handen hebben teweeggebracht, opdat gij wellicht niet verstoken moogt blijven van het licht van Zijn goddelijke uitspraken, noch van uw aandeel uit de oceaan van Zijn kennis.

Bepaalde mensen, zowel onder de gewone burgers als onder de adel, hebben de tegenwerping gemaakt dat deze Verguisde noch een lid is van de geestelijke orde, noch een afstammeling is van de Profeet. Zeg: O gij die beweert rechtvaardig te zijn! Denkt een wijle na, en gij zult erkennen hoe oneindig verheven Zijn huidige staat is boven de rang welke gij beweert dat Hij zou moeten bezitten. De Wil van de Almachtige heeft beschikt dat Zijn Zaak zou voortkomen en geopenbaard worden uit een huis, geheel verstoken van alles wat de geestelijkheid, de godgeleerden, de wijsgeren en geleerden gewoonlijk bezitten.

De Ademtocht van de goddelijke Geest deed Hem ontwaken en gebood Hem op te staan en Zijn openbaring te verkondigen. Nauwelijks was Hij uit Zijn sluimer ontwaakt, of Hij verhief Zijn stem en riep de gehele mensheid op tot God, de Heer aller werelden. Wij werden bewogen deze woorden te openbaren met het oog op de geestelijke zwakheid en broosheid der mensen, overigens is de Zaak die Wij hebben verkondigd van dien aard dat geen pen haar ooit kan beschrijven, noch enig verstand de grootheid ervan bevatten. Hiervan getuigt Hij bij Wie het Moederboek berust.

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


Dovnload 0.66 Mb.