Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina6/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14

Deel III: De ziel en haar onsterfelijkheid



LXX. Het evenwicht in de wereld is verstoord door de vibrerende invloed van deze grootste, deze nieuwe Wereldorde. In het geregelde leven van de mensheid is een ommekeer teweeggebracht door de werking van dit unieke, dit wonderbaarlijke Stelsel - welks gelijke het oog der stervelingen nimmer heeft aanschouwd.

Dompelt u in de oceaan van Mijn woorden, opdat gij de geheimen ervan moogt ontrafelen en alle parelen van wijsheid die in de diepten daarvan verborgen liggen, moogt ontdekken. Hoedt u dat gij niet weifelt in uw besluit de waarheid van deze Zaak te omhelzen - een Zaak waardoor de mogelijkheden van Gods macht zijn geopenbaard en Zijn soevereiniteit is gevestigd. Haast u tot Hem met een van vreugde stralend gelaat. Dit is het onveranderlijke Geloof van God, eeuwig in het verleden, eeuwig in de toekomst. Laat de zoekende het bereiken; en wat betreft degene die geweigerd heeft het te zoeken - waarlijk, God is de Onafhankelijke en heeft Zijn schepselen geenszins van node.

Zeg: Dit is de nimmer falende Waag in de Hand van God waarop allen die in de hemelen en allen die op aarde zijn worden gewogen, en waarmee hun lot wordt bepaald, zo gij behoort tot hen die geloven en deze waarheid erkennen. Zeg: Dit is het Allergrootste Getuigenis, waardoor de geldigheid van ieder bewijs door de eeuwen heen is vastgesteld, hoe wenste Ik dat gij hiervan verzekerd waart. Zeg: Hierdoor zijn de armen verrijkt, de geleerden verlicht en de zoekenden in staat gesteld op te stijgen naar Gods tegenwoordigheid. Hoedt u dat gij het niet tot oorzaak van tweedracht onder u maakt. Weest even standvastig als de onwrikbare berg in de Zaak van uw Heer, de Machtige, de Liefderijke.
LXXI. Weest niet ontmoedigd, o volkeren der aarde, wanneer de dagster van Mijn schoonheid is ondergegaan en de hemel van Mijn aardse tempel aan uw oog is onttrokken. Verheft u om Mijn Zaak te bevorderen en Mijn Woord onder de mensen te verheerlijken. Wij zijn te allen tijde met u en zullen u sterken door de kracht van de waarheid. Wij zijn waarlijk almachtig. Al wie Mij heeft erkend, zal opstaan en Mij met zulk een vastberadenheid dienen dat de krachten van hemel en aarde hem niet van zijn doel zullen kunnen afhouden.

De volkeren der aarde zijn in diepe slaap verzonken. Zouden zij uit hun sluimer ontwaken, dan zouden zij zich geestdriftig spoeden naar God, de Alwetende, de Alwijze. Zij zouden zich ontdoen van alles wat zij bezitten, ook al zouden dit alle schatten der aarde zijn, opdat hun Heer hen moge gedenken al was het door slechts één woord tot hen te richten. Aldus luidt de opdracht u gegeven door Hem Die de kennis der verborgen dingen bezit, in een Tafel welke door het oog der schepping niet is aanschouwd en welke aan niemand is geopenbaard dan aan Hemzelf, de almachtige Beschermer aller werelden. Zij zijn in de roes van hun kwade begeerten zozeer van hun zinnen beroofd, dat zij niet bij machte zijn de Heer van alle bestaan te erkennen, Wiens stem luide uit iedere richting roept: "Er is geen ander God dan Ik, de Machtige, de Alwijze."

Zeg: Verheugt u niet over de dingen die gij bezit; vanavond zijn ze nog van u, morgen zullen anderen ze bezitten. Aldus waarschuwt u de Alwetende, Hij Die van alles op de hoogte is. Zeg: Kunt gij beweren dat hetgeen gij bezit blijvend of zeker is? Neen! Bij Mijzelf, de Albarmhartige, dat kunt gij niet indien gij behoort tot hen die eerlijk oordelen. De dagen van uw leven vlieden heen als een zuchtje wind, en al uw pracht en praal zal voorbijgaan gelijk de pracht en praal van hen die u zijn voorgegaan. Overdenkt, o mensen! Wat is er geworden van uw vervlogen dagen, uw vergane eeuwen? Zalig de dagen die zijn gewijd aan het gedenken van God, en gezegend de uren die zijn doorgebracht met het loven van Hem Die de Alwijze is. Bij Mijn leven! Noch de praal van de machtigen, noch de overvloed van de rijken, en zelfs niet het overwicht van de goddelozen zal duurzaam zijn. Alles zal vergaan na een woord van Hem. Hij is waarlijk de Almogende, de Algebiedende, de Almachtige. Welk voordeel schuilt er in de aardse dingen die de mensen bezitten? Hetgeen hun zal baten hebben zij volkomen veronachtzaamd. Eerlang zullen zij uit hun sluimer ontwaken en ontdekken dat zij niet kunnen verwerven wat hun is ontgaan in de dagen van hun Heer, de Almachtige, de Algeprezene. Wisten zij dit slechts, dan zouden zij van alles afstand doen, opdat hun naam voor Zijn troon genoemd moge worden. Zij worden waarlijk tot de doden gerekend.
LXXII. Laat uw hart niet worden verontrust, o mensen, wanneer de glorie van Mijn Tegenwoordigheid is weggeëbd en de oceaan van Mijn woorden is verstild. In Mijn aanwezigheid in uw midden ligt een wijsheid, en in Mijn afwezigheid ligt een andere wijsheid, die onnaspeurlijk is voor allen buiten God, de Onvergelijkelijke, de Alwetende. Waarlijk, Wij aanschouwen u vanuit Ons rijk van heerlijkheid en zullen een ieder die zich inzet voor de zege van Onze Zaak bijstaan met de Heirscharen in den hoge en een stoet van Onze begunstigde engelen.

O volkeren der aarde! God, de Eeuwige Waarheid, is Mijn getuige dat beken fris en kabbelend water uit de rotsen stromen door de zoetheid van de woorden die zijn geuit door uw Heer, de Onbeperkte; en nog sluimert gij. Ontdoet u van uw bezittingen en verheft u op de wieken van onthechting hoog boven al het geschapene uit. Aldus gebiedt u de Heer der schepping, Die met een streek van Zijn Pen een ommekeer in de ziel der mensheid teweeg heeft gebracht.

Weet gij vanuit welke hoogten uw Heer, de Alglorierijke, roept? Denkt gij dat gij de Pen hebt herkend waarmede uw Heer, de Heer aller namen, u gebiedt? Neen, bij Mijn leven! Wist gij het slechts, dan zoudt gij de wereld verzaken en u met volle overgave naar de tegenwoordigheid van de Welbeminde spoeden. Uw geest zou door Zijn Woord zo in vervoering geraken dat dit in de Hogere Wereld hevige opschudding zou veroorzaken - hoeveel te meer in deze kleine en onbeduidende wereld! Aldus zijn de regens van Mijn milddadigheid in stromen uit de hemel van Mijn goedertierenheid op u neergedaald als een teken van Mijn genade, opdat gij tot de dankbaren moogt behoren…

Hoedt u dat vleselijke begeerten en verdorven neigingen geen verdeeldheid onder u veroorzaken. Weest als de vingers van één hand en de ledematen van één lichaam. Deze raad geeft u de Pen van Openbaring, zo gij behoort tot hen die geloven.



Overdenkt de barmhartigheid van God en Zijn gaven. Hij schrijft u voor hetgeen heilzaam voor u is, ofschoon Hij het Zelf zeer goed zonder enig schepsel kan stellen. Uw wandaden kunnen Ons nimmer deren, evenmin kunnen uw goede werken Ons baten. Geheel omwille van God roepen Wij u op. Hiervan zal ieder verstandig en begrijpend mens getuigen.
LXXIII. Het is zonneklaar dat, wanneer de sluiers die de werkelijkheid verbergen van de manifestaties der Namen en Hoedanigheden van God, ja, van al het geschapene - zichtbaar en onzichtbaar - vaneen zijn gescheurd, niets dan het Teken Gods zal blijven - een teken dat Hijzelf in deze werkelijkheden heeft gesteld. Dit teken zal zolang voortduren als de wens is van de Heer uw God. de Heer der hemelen en der aarde. Wanneer de zegeningen die verleend zijn aan al het geschapene zo groot zijn, hoe verheven moet dan wel de bestemming zijn van de ware gelovige wiens bestaan en leven moet worden beschouwd als het primaire doel der gehele schepping. Evenals het begrip geloof bestaat vanaf het begin dat geen begin heeft en zal voortduren tot het einde dat geen einde heeft, zo zal de ware gelovige eeuwig leven en blijven bestaan. Zijn geest zal zich eeuwigdurend bewegen rondom de Wil van God. Hij zal blijven bestaan zolang God Zelf blijft bestaan. Hij is onthuld door de Openbaring van God, en is verborgen op Zijn bevel. Het is duidelijk dat de meest verheven woningen in het Rijk van Onsterfelijkheid zijn bestemd tot verblijfplaats van hen die waarlijk geloven in God en in Zijn Tekenen. De dood kan nimmer binnendringen in die heilige zetel. Aldus hebben Wij u de tekenen van uw Heer toevertrouwd, opdat gij moogt volharden in uw liefde voor Hem en moogt behoren tot hen die deze waarheid begrijpen.
LXXIV. Ieder woord dat uit Gods mond komt, is met zulk een kracht geladen dat het elk menselijk lichaam met nieuw leven kan bezielen, indien gij behoort tot hen die deze waarheid begrijpen. Al de wondere werken die gij in deze wereld aanschouwt, zijn zichtbaar geworden door de werking van Zijn hoogste en meest verheven Wil, Zijn wonderbaarlijk en onveranderlijk Plan. Alleen al door de openbaring van het woord "Vormer", dat van Zijn lippen stroomde en Zijn hoedanigheden aan de mensheid verkondigde, is zo'n kracht vrijgekomen, dat vele eeuwen achtereen de veelsoortige werken die mensenhanden voortbrengen, konden ontstaan. Dit, waarlijk, is een ontwijfelbare waarheid. Nauwelijks is dit schitterende woord uitgesproken of de bezielende kracht ervan, die in al het geschapene bestaat, roept de middelen en werktuigen in het leven waarmee dergelijke werken kunnen worden voortgebracht en vervolmaakt. Alle wonderbaarlijke werken waarvan gij nu getuige zijt, zijn de rechtstreekse uitwerking van de Openbaring van deze Naam. In de komende tijd zult gij voorzeker dingen zien, waarvan gij voordien nimmer hebt gehoord. Aldus is bevolen in de Tafelen Gods, en geen mens kan dit begrijpen behalve degenen met een scherpe blik. Evenzo zal - op het moment dat het woord, hetwelk Mijn hoedanigheid "de Alwetende" uitdrukt, uit Mijn mond klinkt - ieder geschapen ding overeenkomstig zijn capaciteit en beperkingen, worden bekleed met het vermogen om de kennis van de meest wonderbaarlijke wetenschappen open te leggen, en in staat worden gesteld deze in de loop van de tijd openbaar te maken op bevel van Hem Die de Almachtige, de Alwetende is. Weet voorzeker dat de Openbaring van iedere andere Naam gepaard gaat met een gelijksoortige onthulling van Gods macht. Iedere letter op zichzelf, die voortkomt uit de mond Gods is met recht een moederletter, en ieder woord dat wordt geuit door Hem, Die de Bron is van goddelijke openbaring, is een moederwoord en Zijn Tafel een Moedertafel. Wel ga het hen die deze waarheid verstaan.
LXXV. Scheurt in Mijn naam de sluiers vaneen die u het zien ernstig belemmeren en verjaagt door de kracht, ontsproten uit uw geloof in de eenheid Gods, de afgoden van uw ijdele verbeelding. Betreedt dan het gewijde Paradijs van het welbehagen van de Algenadige. Heiligt uw ziel van al hetgeen niet van God is en smaakt de zoetheid der rust in de schoot van Zijn onmetelijke en machtige Openbaring en onder de schaduw van Zijn oppermachtig en onfeilbaar gezag. Laat u niet in de dichte sluiers van zelfzuchtige begeerten wikkelen, aangezien Ik in een ieder van u Mijn schepping heb volmaakt, opdat de voortreffelijkheid van Mijn werk volledig aan de mensen kan worden geopenbaard. Hieruit volgt dat ieder mens in staat is en in staat zal zijn, zelf de Schoonheid van God, de Verheerlijkte, naar waarde te schatten. Ware hij niet met dit vermogen begiftigd, hoe zou hij dan voor zijn falen ter verantwoording kunnen worden geroepen? Indien in de Dag dat alle volkeren der aarde verzameld worden, aan een mens die voor God staat, wordt gevraagd: "Waarom hebt gij niet in Mijn Schoonheid geloofd en u van Mij afgekeerd?" en hij antwoordt: "Omdat alle mensen hebben gedwaald en niemand geneigd was zijn gelaat naar de waarheid te keren, heb ook ik, hun voorbeeld volgend, jammerlijk gefaald de Schoonheid van de Eeuwige te erkennen", zal zulk een verontschuldiging voorzeker worden afgewezen. Want het geloof van een mens kan slechts door hemzelf worden bepaald.

Dit is een van de waarheden die in Mijn Openbaring liggen besloten een waarheid die Ik heb geopenbaard in alle hemelse Boeken die Ik de Tong van Grootheid deed uitspreken, en de Pen van Macht deed neerschrijven. Denk hierover een wijle na, opdat gij met zowel uw innerlijk als uiterlijk oog de subtiliteiten van Gods wijsheid moogt waarnemen en de juwelen van hemelse kennis ontdekken die Ik in heldere en indrukwekkende taal heb geopenbaard in deze verheven, onaantastbare Tafel opdat gij niet ver zult afdwalen van de allerhoogste Troon, van de Boom waaraan geen voorbijgaan mogelijk is, van de Verblijfplaats van eeuwigdurende macht en heerlijkheid.

De tekenen Gods schijnen even duidelijk en stralend als de zon in de werken van Zijn schepselen. Al wat van Hem uitgaat is uniek en zal zich immer onderscheiden van menselijke vindingen. Uit de Bron van Zijn kennis zijn talloze Hemellichten van geleerdheid en wijsheid opgekomen, en uit het Paradijs van Zijn Pen heeft de ademtocht van de Albarmhartige onophoudelijk over 's mensen hart en ziel gezweefd. Gelukzalig zijn zij die deze waarheid hebben erkend.
LXXVI. Luister, o Mijn dienaar, naar hetgeen tot u is neergezonden vanuit de Troon van uw Heer, de Ongenaakbare, de Grootste. Er is geen ander God dan Hij. Hij heeft Zijn schepselen in het aanzijn geroepen, opdat zij Hem Die de Meedogende, de Albarmhartige is, zullen kennen. Naar de steden van alle landen heeft Hij Zijn Boodschappers gezonden met de opdracht de mensen de boodschap te verkondigen van het Paradijs van Zijn welbehagen en hen nader te brengen tot de Haven van duurzame veiligheid, de Zetel van onvergankelijke heiligheid en alles te boven gaande heerlijkheid.

Sommigen werden geleid door het Licht van God, verkregen toegang tot het hof van Zijn tegenwoordigheid, waar zij volop dronken van het water van eeuwigdurend leven uit de hand van overgave, en werden gerekend tot hen die Hem waarlijk hebben erkend en in Hem hebben geloofd. Anderen kwamen tegen Hem in opstand en verwierpen de tekenen van God, de Almogende, de Almachtige, de Alwijze.

Eeuwen gingen voorbij vooraleer hun de vervulling hiervan deelachtig werd in de Heer der dagen, de Dag waarin de Dagster van de Bayán zichtbaar werd boven de horizont van genade, de Dag waarin de Schoonheid van de Alglorierijke straalde in de verheven persoon van 'Alí-Muhammad, de Báb. Nauwelijks had Hij zich geopenbaard of alle mensen stonden tegen Hem op. Sommigen klaagden Hem aan als iemand die lasteringen had gesproken jegens God, de Almachtige, de Aloude der Dagen. Anderen beschouwden Hem als iemand die krankzinnig was geworden, een aantijging die Ik Zelf heb gehoord van de lippen van een der godgeleerden. Weer anderen betwistten Zijn aanspraak de Spreekbuis van God te zijn, en brandmerkten Hem als één die zich de woorden van de Almachtige had toegeëigend, de betekenis ervan had verdraaid en ze had vermengd met zijn eigen woorden. Het Oog van Grootheid weent bitter om de dingen die zij hebben gezegd, terwijl zij op hun zetels blijven triomferen.

Hij zeide: "God is Mij tot getuige, o mensen! Ik ben tot u gekomen met een Openbaring van de Heer, uw God, de Heer uwer vaderen van weleer. Kijkt niet, o mensen, naar de dingen die gij bezit. Kijkt veeleer naar datgene wat God tot u heeft neergezonden. Dit, waarlijk, is beter voor u dan al het geschapene, ontwaardet gij het slechts. Blijft goed kijken, o mensen, en overweegt het getuigenis van God en Zijn bewijs welke in uw bezit zijn en vergelijkt deze met de Openbaring die in deze Dag tot u is neergezonden, zodat de waarheid, de onfeilbare waarheid u zekerlijk duidelijk zal worden. Volgt niet, o mensen, de voetstappen van de Boze; volgt het Geloof van de Albarmhartige, en behoort tot hen die waarlijk geloven. Wat zou het de mens baten, wanneer hij faalde de Openbaring Gods te erkennen? Hiervan zal Mijn eigen Zelf, de Almogende, de Alwetende, de Alwijze getuigenis afleggen".

Hoe meer Hij hen vermaande, des te groter werd hun vijandschap, totdat zij Hem tenslotte op de wreedste wijze ter dood brachten. Gods vloek ruste op de onderdrukkers'.

Enkelen hebben in Hem geloofd; weinig van Onze dienaren behoren tot de dankbaren. Hij heeft hen in al Zijn Tafelen - ja in iedere passage van Zijn wondere Geschriften - aangespoord zich in de Dag van de beloofde Openbaring, al ware het in de hemel of op aarde, aan niets anders te wijden. Hij zeide: "O, mensen, Ik heb Mij geopenbaard voor Zijn Manifestatie en heb Mijn Boek, de Bayán, op u doen neerdalen met geen ander doel dan om de waarheid van Zijn Zaak vast te stellen. Vreest God en strijdt niet met Hem, zoals het volk van de Qur'án met Mij heeft gestreden. Op welk tijdstip gij ook van Hem hoort, haast u tot Hem en blijft trouw aan al wat Hij u zal openbaren. Niets anders buiten Hem kan u ooit baten, neen, al zoudt gij van het begin tot het einde de getuigenissen overleggen van al degenen die voor u waren".

En toen na verloop van enkele jaren de hemel van Gods bevel werd doorkliefd en de Schoonheid van de Báb verscheen in de wolken van de namen van God en getooid met een nieuw gewaad, stond ditzelfde volk boosaardig op tegen Hem, Wiens licht al het geschapene heeft omvat. Zij verbraken Zijn Verbond, verwierpen Zijn waarheid, twistten met Hem, vitten op Zijn tekenen, bestempelden Zijn getuigenis als leugen, en schaarden zich bij het gezelschap der ongelovigen. Tenslotte besloten zij Hem van het leven te beroven. Zodanig is de staat van hen die in verregaande dwaling verkeren!

En toen zij zich bewust werden van hun onvermogen hun doel te bereiken, stonden zij op om tegen Hem samen te spannen. Ziet hoe zij ieder ogenblik een nieuwe list bedenken om Hem schade toe te brengen, teneinde de Zaak Gods te kunnen benadelen en onteren. Zeg: Wee u! Bij God! Uw kuiperijen overladen u met schande. Uw Heer, de God van barmhartigheid, kan het zeer goed stellen zonder Zijn schepselen. Niets, wat dan ook, kan hetgeen Hij bezit, vermeerderen of verminderen. Zo gij gelooft, zal dit u allen ten goede komen en zo gij niet gelooft, zult gij zelf lijden. Nimmer kan de hand van de ongelovige de zoom van Zijn Mantel ontheiligen.

O, Mijn dienaar die in God gelooft! Bij de rechtvaardigheid van de Almachtige! Zou Ik u verhalen van de dingen die Mij zijn overkomen, dan zouden ziel en verstand der mensen niet in staat zijn de last ervan te dragen. God Zelf is Mij tot getuige. Waak over uzelf en volg niet de voetstappen van die mensen. Denk onverflauwd na over de Zaak van uw Heer. Span u in Hem te kennen door Hemzelf en niet door anderen. Want niemand buiten Hem kan u ooit van nut zijn. Hiervan zal al het geschapene getuigen, kon gij het slechts gewaarworden.

Kom vanachter de sluier tevoorschijn met het welnemen van uw Heer de Alglorierijke, de Almogende, en grijp voor de ogen van hen die in de hemelen en hen die op aarde zijn, de Kelk van Onsterfelijkheid, in de naam van uw Heer, de Ongenaakbare, de Allerhoogste, en drink volop en behoor niet tot hen die dralen. Ik zweer bij God! Op het moment dat gij de Kelk aanraakt met uw lippen zal de Schare in den Hoge u juichend toeroepen: "Drink met gezonde teugen, o mens die waarlijk in God gelooft", en de bewoners van de Steden van Onsterfelijkheid zullen uitroepen: "Vreugde over u, o gij die de Kelk van Zijn liefde hebt geledigd!" en de Tong van Grootheid zal u begroeten met de woorden

"Groot is de gelukzaligheid die u wacht, o Mijn dienaar, want gij hebt datgene bereikt wat niemand heeft bereikt, uitgezonderd zij die zich hebben onthecht van al hetgeen is in de hemelen en op aarde, en de zinnebeelden zijn van ware onthechting".
LXXVII. En nu wat uw vraag over de schepping van de mens betreft. Weet dat alle mensen zijn geschapen in de door God, de Behoeder, de Bij-Zich-Bestaande, beschikte aard. Een ieder is met voorbestemde mogelijkheden en talenten begiftigd, zoals in Gods machtige en welbehoede Tafelen is bepaald. Al hetgeen gij potentieel bezit kan echter slechts als een gevolg van uw eigen wil zichtbaar worden. Uw eigen daden getuigen van deze waarheid. Overweeg b.v. datgene wat in de Bayán aan de mensen is verboden. God heeft in dat Boek verordend en op Zijn bevel al wat Hem behaagde als wettig vastgesteld, en Hij heeft door de kracht van Zijn soevereine macht, verboden al wat Hij verkoos te verbieden. Hiervan getuigt de tekst van dat Boek. Wilt gij hier niet van getuigen? De mensen hebben echter willens en wetens Zijn wet verbroken. Is een dergelijk gedrag aan God toe te schrijven of aan henzelf? Wees eerlijk in uw oordeel. Al het goede is van God en al het kwade komt uit uzelf. Wilt gij het niet begrijpen? Deze waarheid werd in alle Geschriften geopenbaard, indien gij behoort tot hen die verstaan. Iedere daad waarover gij nadenkt is even duidelijk voor Hem als ware deze reeds volbracht. Er is geen ander God dan Hij. Hem behoort de gehele schepping en de heerschappij erover. Alles is Hem bekend, alles is opgetekend in Zijn heilige en verborgen Tafelen. Deze voorkennis van God moet echter niet worden gezien als zijnde de oorzaak van 's mensen daden, evenmin als uw eigen voorgevoelens dat een bepaalde gebeurtenis gaat plaatsvinden of uw wens dat het zal gebeuren, nooit en te nimmer de oorzaak is van het plaatsvinden ervan.
LXXVIII. Wat betreft uw vraag over de oorsprong van de schepping. Weet voorzeker dat Gods schepping eeuwig heeft bestaan en eeuwig zal blijven bestaan. Haar begin had geen begin en haar einde kent geen einde. Zijn naam, de Schepper, vooronderstelt een schepping evenals in Zijn titel, de Heer der mensen, het bestaan van een dienaar besloten ligt.

Wat betreft de, aan de Profeten van weleer toegeschreven, uitspraken als: "In den beginne was God", en "De Heer was alleen; er was geen schepsel om Hem te kennen", is de betekenis van deze en soortgelijke uitspraken overduidelijk en mag nooit worden misverstaan. Van dezelfde waarheid getuigen deze woorden welke Hij heeft geopenbaard: "God was alleen, er was niemand buiten Hem. Hij zal altijd blijven wat Hij steeds is geweest". Ieder scherpziend oog zal geredelijk bemerken dat de Heer nu kenbaar is; toch is er geen mens om Zijn heerlijkheid te herkennen. Hiermee wordt bedoeld dat de plaats waarin het Goddelijke Wezen zich bevindt ver boven het begrip en de gezichtskring is van iemand anders buiten Hem. Alles wat in de vergankelijke wereld kan worden uitgedrukt of begrepen, kan nooit de grenzen overschrijden die haar van nature zijn opgelegd. God alleen overschrijdt zulke begrenzingen. Hij, waarlijk, is de Eeuwige. Niemand kan ooit Zijns gelijke zijn of worden. Geen naam kan met Zijn naam worden vergeleken. Geen pen kan Zijn wezen beschrijven noch enige tong Zijn heerlijkheid afschilderen. Hij zal eeuwigdurend onmetelijk verheven blijven boven een ieder behalve Hem Zelf.



Overdenk de stonde waarop de verheven Manifestatie van God zich aan de mensen openbaart. Aleer dat uur aanbreekt, is het Aloude Wezen dat nog onbekend is aan enig mens en het Woord van God nog niet heeft gesproken, de Alwetende in een wereld waarin geen mens Hem kende. Hij is met recht de Schepper zonder een schepping. Want juist op het ogenblik dat voorafgaat aan Zijn Openbaring zal al het geschapene zijn ziel aan God moeten geven. Dit is voorzeker de Dag waarvan is geschreven: "Aan wie zal in deze Dag het Koninkrijk zijn?" En er is geen mens bereid hierop te antwoorden.
LXXIX. Wat betreft uw vraag over de werelden van God. Weet met zekerheid dat de werelden van God talloos zijn en onbegrensd. Geen mens kan ze tellen of bevatten, behalve God, de Alwetende, de Alwijze. Overweegt uw toestand wanneer ge slaapt. Voorwaar, Ik zeg u dat dit verschijnsel het meest geheimzinnige is van de tekenen Gods onder de mensen, zouden zij het in hun hart overwegen. Zie hoe hetgeen gij in uw droom hebt gezien na lange tijd geheel verwerkelijkt wordt. Zou de wereld, waarin gij u bevond in uw droom dezelfde zijn als de wereld waarin gij leeft, dan zou het voorval in die droom zich op hetzelfde ogenblik hebben moeten afspelen in deze wereld. Als dit waar was, dan zou u er zelf getuige van zijn geweest. Daar dit evenwel niet het geval is volgt hieruit dat de wereld waarin gij leeft anders is en los staat van de wereld die gij in uw droom hebt ervaren. Laatstgenoemde wereld heeft begin noch einde. Het zou juist zijn, als gij zoudt beweren dat deze wereld zich - gelijk bevolen door de Alglorierijke en Almachtige God in uzelf bevindt en daarin opgesloten ligt. Het zou evenzeer waar zijn vol te houden dat het uw geest, na de beperkingen van de slaap te hebben overschreden, en zich van elke aardse gehechtheid te hebben ontdaan mogelijk werd door toedoen van God een rijk te doorkruisen dat verborgen ligt in de diepste werkelijkheid van deze wereld. Voorwaar, Ik zeg u dat de schepping Gods werelden omvat naast deze wereld, en schepselen anders dan deze schepselen. In elk dezer werelden heeft Hij dingen beschikt die niemand kan doorvorsen behalve Hij, de Aldoorvorsende, de Alwijze. Denk diep na over hetgeen Wij u hebben geopenbaard, opdat gij het oogmerk van God, uw Heer en de Heer aller werelden moogt ontdekken. In deze woorden liggen de mysteries van goddelijke Wijsheid bewaard. Wij onthielden Ons ervan bij dit onderwerp stil te staan als gevolg van het leed dat Ons heeft omsloten door de daden van hen die door Onze woorden geschapen zijn, indien gij behoort tot hen die willen luisteren naar Onze Stem.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   14


Dovnload 0.66 Mb.