Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh

Dovnload 0.66 Mb.

Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá'u'lláh



Pagina7/14
Datum05.12.2018
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14

LXXX. Gij hebt Mij gevraagd of de mens - afgezien van de Profeten van God en Zijn uitverkorenen - na zijn lichamelijke dood dezelfde individualiteit, persoonlijkheid, hetzelfde bewustzijn en begripsvermogen zal behouden die zijn leven in deze wereld kenmerken. Gij hebt opgemerkt hoe het, zo dit het geval is, dan komt dat, aangezien lichte kwetsuren van zijn geestvermogens als flauwtes en ernstige ziektes hem van zijn begripsvermogen en bewustzijn beroven, zijn dood - die het uiteenvallen van zijn lichaam en de ontbinding ervan tot elementen met zich meebrengt - niet bij machte is dat begripsvermogen en het bewustzijn te vernietigen. Hoe kan iemand zich indenken dat 's mensen bewustzijn en eigenschappen behouden zullen blijven, wanneer de essentiële werktuigen, nodig voor het bestaan en functioneren ervan, volkomen uiteen zijn gevallen?

Weet dat de ziel van de mens verheven is boven en onafhankelijk is van alle gebreken van lichaam of geest. Dat een ziek mens tekenen van zwakte vertoont, is te wijten aan de belemmeringen die zich tussen zijn ziel en lichaam plaatsen, want de ziel zelf blijft onaangetast door lichamelijke storing. Beschouw het licht van de lamp. Ofschoon een voorwerp haar stralen kan onderscheppen, blijft toch het licht zelf met onverminderde sterkte schijnen. Evenzo is iedere ziekte die het lichaam van de mens aantast, een belemmering voor de ziel om haar innerlijke kracht en macht te manifesteren. Wanneer de ziel het lichaam verlaat, zal zij echter een kracht uitstralen en een invloed uitoefenen die geen macht op aarde kan evenaren. Iedere zuivere, iedere gelouterde en geheiligde ziel zal met geweldige kracht worden begiftigd en zal zich met uitbundige blijdschap verheugen.

Beschouw de lamp die onder een korenmaat is gezet. Hoewel haar licht schijnt, is toch de glans ervan voor de mensen verborgen. Let evenzo op de zon die door de wolken is verduisterd. Neem waar, hoe zijn pracht schijnt te zijn afgenomen, terwijl in werkelijkheid de bron van dat licht onveranderd bleef. De ziel van de mens moet met deze zon worden vergeleken, en alle dingen op aarde als zijn lichaam worden beschouwd. Zolang er geen uiterlijk beletsel tussen komt, zal het lichaam in zijn geheel het licht van de ziel blijven weerkaatsen en door de kracht ervan worden geschraagd. Zodra evenwel een sluier tussen hen komt, lijkt de helderheid van dat licht af te nemen.

Bezie de zon nog eens wanneer hij geheel schuil gaat achter de wolken. Of schoon de aarde nog verlicht wordt door zijn licht, is toch de mate van licht aanzienlijk verminderd. Eerst wanneer de wolken zijn opgelost kan de zon weer in volle luister schijnen. Noch de aanwezigheid van wolken noch de afwezigheid ervan kan in enig opzicht de inherente pracht van de zon aantasten. De ziel van de mens is de zon waardoor zijn lichaam wordt verlicht en waarvan het zijn voedsel krijgt, en moet als zodanig worden beschouwd.



Bedenk bovendien dat de vrucht voordat ze zich vormt, potentieel aanwezig is in de boom. Werd de boom in stukken gehakt, dan zou men geen enkel spoor van de vrucht, hoe klein ook, kunnen ontdekken. Wanneer deze echter verschijnt, dan vertoont ze zich - zoals gij hebt gezien - in verbazingwekkende schoonheid en prachtige volkomenheid. Bepaalde vruchten komen inderdaad pas tot volle ontwikkeling nadat ze van de boom zijn verwijderd.
LXXXI. En nu wat betreft uw vraag over de ziel van de mens en haar voortbestaan na de dood. Weet waarlijk dat de ziel na gescheiden te zijn van het lichaam zich verder ontwikkelt tot zij de nabijheid van God bereikt, in een staat en toestand die noch het verloop van jaren en eeuwen noch de veranderingen en wisselvalligheden van deze wereld kunnen wijzigen. De ziel zal voortbestaan zolang als het Koninkrijk van God, Zijn soevereiniteit, Zijn heerschappij en macht duren. Zij zal de tekenen en eigenschappen van God manifesteren en Zijn goedertierenheid en milddadigheid openbaren. De beweging van Mijn Pen stokt, wanneer zij tracht een passende beschrijving te geven van de verhevenheid en heerlijkheid van zulk een hoge staat. De eer waarmede de Hand van Genade de ziel zal bekleden, kan geen tong passend schilderen noch enig ander aards middel weergeven. Gezegend de ziel die op het uur van scheiding van het lichaam bevrijd is van de ijdele verbeeldingen der wereldse mensen. Zulk een ziel beweegt en leeft naar de Wil van haar Schepper en gaat het allerhoogste Paradijs binnen. De Maagden des Hemels, de bewoners van de verhevenste verblijven, zullen zich rondom haar bewegen, en de Profeten Gods en Zijn uitverkorenen zullen haar gezelschap zoeken. Met hen zal die ziel zich vrijelijk onderhouden en zal hun verhalen van hetgeen zij had te verduren in het pad van God, de Heer aller werelden. Zou aan enig mens worden verteld wat voor zo'n ziel is beschikt in de werelden van God, de Heer van de troon in den hoge en hier op aarde, dan zou zijn hele wezen onmiddellijk in vuur en vlam raken in het grote verlangen die verhevenste, geheiligde en schitterende staat deelachtig te worden.... De gesteldheid van de ziel na de dood kan nooit worden beschreven, en evenmin is het gepast of geoorloofd haar gehele wezen aan 's mensen oog te onthullen. De Profeten en Boodschappers van God zijn neergezonden met het enige doel de mensheid te leiden naar het rechte Pad der Waarheid. Het doel dat aan hun openbaring ten grondslag ligt, is alle mensen op te voeden, zodat zij in het stervensuur in de uiterste zuiverheid en heiligheid en volkomen onthecht op kunnen stijgen naar de troon van de Allerhoogste. Het licht dat deze zielen uitstralen veroorzaakt de vooruitgang van de wereld en de ontwikkeling van haar volkeren. Zij zijn als de zuurdesem dat de wereld van het bestaan doortrekt en zij vormen de bezielende kracht waardoor alle kunst en wonderen van de wereld zichtbaar werden. Door hen doen de wolken hun milddadige regen neerdalen op de mensen, en brengt de aarde vruchten voort. Alles moet een oorzaak, een stuwende kracht, een bezielend beginsel hebben. Deze zielen en zinnebeelden van onthechting zijn en zullen de voornaamste stuwkracht blijven in de bestaanswereld. Het hiernamaals verschilt evenveel van deze wereld als deze wereld verschilt van die van het kind dat nog in de moederschoot is. Wanneer de ziel de tegenwoordigheid Gods bereikt, zal zij de vorm aannemen welke het beste past bij haar onsterfelijkheid, en haar hemelse verblijf waardig is. Zulk een bestaan is voorbijgaand en niet absoluut, aangezien het eerste wordt voorafgegaan door een oorzaak, terwijl laatstgenoemde daar onafhankelijk van is. Het absolute bestaan is uitsluitend aan God, verheven zij Zijn heerlijkheid. Wel gaat het hem die deze waarheid verstaat. Zoudt gij in uw hart het gedrag overwegen van de Profeten Gods, dan zoudt gij voorzeker geredelijk betuigen dat er beslist andere werelden dan deze wereld moeten zijn. De meerderheid van de waarlijk wijzen en geleerden heeft - gelijk vermeld door de Pen van Heerlijkheid in de Tafel van Wijsheid getuigenis afgelegd van de waarheid van hetgeen de heilige Schrift van God heeft geopenbaard. Zelfs de materialisten hebben in hun boeken getuigd van de wijsheid van deze door God aangewezen Boodschappers, en hebben de verwijzingen van de Profeten naar het Paradijs, het hellevuur, naar toekomstige beloning en straf beschouwd als zijnde ingegeven door de wens 's mensen ziel op te voeden en te verheffen. Overdenkt derhalve hoe het merendeel van de mensheid, wat hun geloof of denkbeelden ook mogen zijn, de voortreffelijkheid en de superioriteit van deze Profeten Gods heeft erkend en toegegeven. Deze Juwelen van Onthechting worden door sommigen toegejuicht als de belichamingen van wijsheid, terwijl anderen geloven dat zij de spreekbuis zijn van God Zelf. Hoe konden zulke Zielen hebben ingestemd zich over te leveren aan hun vijanden, wanneer zij hadden geloofd dat alle werelden van God beperkt waren tot dit aardse leven? Zouden zij zulke bezoekingen en kwellingen bereidwillig hebben ondergaan als geen mens ooit heeft ervaren of gezien?
LXXXII. Gij hebt Mij over de aard van de ziel gevraagd. Weet waarlijk dat de ziel een teken Gods is, een hemels juweel, waarvan de geleerdsten onder de mensen niet in staat zijn de realiteit te begrijpen en welks mysterie geen verstand, hoe scherpzinnig ook, ooit zal kunnen ontrafelen. De ziel is de eerste onder al het geschapene die de voortreffelijkheid van zijn Schepper kenbaar maakt, de eerste die Zijn heerlijkheid erkent, Zijn waarheid aanhangt en zich voor Hem in aanbidding neerbuigt. Is ze trouw jegens God, dan zal ze Zijn licht weerspiegelen en uiteindelijk tot Hem wederkeren. Schiet ze evenwel tekort in haar trouw jegens de Schepper, dan zal ze het slachtoffer worden van het ik en hartstocht, en op den duur in de diepten daarvan verzinken.

Al wie in deze Dag niet toestond zich door de twijfels en inbeeldingen der mensen te laten afkeren van Hem Die de eeuwige Waarheid is, en zich door het tumult dat de kerkelijke en wereldlijke gezagsdragers uitlokten niet liet weerhouden Zijn Boodschap te erkennen, zulk een mens zal door God, de Heer aller mensen, worden beschouwd als een van Zijn machtige tekenen en zal worden gerekend tot hen wier namen de Pen van de Allerhoogste heeft opgetekend in Zijn Boek. Gezegend is hij die de ware grootheid en staat van zulk een ziel heeft erkend, en haar deugden heeft ontdekt.

In de boeken van weleer is veel geschreven over de diverse stadia in de ontwikkeling van de mens, zoals wellust, drift, inspiratie, welwillendheid, tevredenheid, Gods welbehagen en dergelijke; de Pen van de Allerhoogste is echter niet genegen hierover uit te weiden. Ieder mens die in deze Dag een godvruchtig leven leidt en Hem trouw blijft, zal zich bekleed zien met de eer en glorie van alle uitmuntende namen en rangen.

Wanneer een mens slaapt kan men geenszins zeggen dat zijn ziel op enige wijze van buitenaf wordt beïnvloed. De ziel is niet gevoelig voor enige verandering van haar oorspronkelijke staat of aard. Iedere afwijking van haar functies moet worden toegeschreven aan oorzaken van buitenaf. Aan deze invloeden van buitenaf moeten alle veranderingen van haar omgeving, haar begrip en waarneming worden toegeschreven.

Denk aan het menselijk oog. Ofschoon dit het vermogen bezit alle geschapen dingen waar te nemen, kan niettemin het geringste obstakel het gezicht dermate belemmeren dat geen enkel voorwerp meer kan worden waargenomen. Verheerlijkt zij de naam van Hem Die deze oorzaken heeft geschapen en er de Oorzaak van is, Die heeft beschikt dat iedere verandering en variëteit in de bestaanswereld hiervan afhankelijk moet worden gemaakt. Ieder geschapen ding in het heelal is slechts een deur die naar Zijn kennis leidt, een teken van Zijn soevereiniteit, een openbaring van Zijn namen, een zinnebeeld van Zijn majesteit, een teken van Zijn kracht, een middel tot toelating op Zijn rechte Pad ....

Waarlijk, Ik zeg u dat de ziel van de mens in wezen een van de tekenen van God, een mysterie onder Zijn mysteriën is. Het is een der grootste tekenen van de Almachtige, de aankondiger die de werkelijkheid van alle werelden van God aankondigt. Erin verborgen ligt hetgeen de wereld van vandaag onmogelijk kan begrijpen. Overdenk in uw hart de openbaring van de Ziel van God welke al Zijn wetten doordringt en stel dit tegenover de lage, begerige geaardheid die tegen Hem in opstand is gekomen, die de mensen verbiedt zich te keren tot de Heer van Namen en hen dwingt hun lusten en hun verdorvenheid te volgen. Zulk een ziel is, in waarheid, verdoold op het pad van dwaling ....

Gij hebt Mij bovendien gevraagd aangaande de toestand van de ziel na haar scheiding van het lichaam. Weet waarlijk dat, indien de mensenziel een godvruchtig leven leidt, deze voorzeker terug zal keren en worden vergaderd tot de heerlijkheid van de Beminde. Bij de rechtvaardigheid Gods! Zij zal zo'n hoge staat bereiken als geen pen kan beschrijven en geen tong kan weergeven. De mens die trouw bleef aan de Zaak van God en onwrikbaar vast stond in Zijn Pad, zal na zijn verscheiden zulk een kracht bezitten dat alle werelden die de Almachtige heeft geschapen door hem vooruit kunnen komen. Zulk een ziel verschaft - op bevel van de volmaakte Koning en goddelijke Opvoeder - de zuivere zuurdesem die de bestaanswereld doortrekt en van het vermogen voorziet waardoor de kunsten en de wonderen der wereld zichtbaar worden. Bedenk dat meel zuurdesem nodig heeft om te rijzen. De zielen die de zinnebeelden van onthechting zijn, vormen de zuurdesem van de wereld. Denk hierover na en behoor tot de dankbaren.

In verschillende van Onze Tafelen hebben Wij melding gemaakt van dit onderwerp en de diverse stadia in de ontwikkeling der ziel uiteengezet. Waarlijk, Ik zeg u dat de ziel van de mens verheven is boven alle gaan en komen. Zij is in rust, en toch wiekt ze omhoog; zij beweegt zich en toch is ze in rust. Zij is als zodanig een bewijs dat zowel getuigt van het bestaan van een vergankelijke wereld als van de realiteit van een wereld die begin noch einde kent. Zie hoe de droom die gij had zich na verloop van vele jaren weer voor uw ogen afspeelt. Bedenk hoe vreemd de wereld is die in uw droom verschijnt. Overpeins in uw hart de onnaspeurlijke wijsheid van God, en denk diep na over de veelvuldige openbaringen hiervan....

Zie de wonderbaarlijke bewijzen van Gods werken en overdenk omvang en aard hiervan. Hij die het Zegel der Profeten is, heeft gezegd: "Vergroot mijn verwondering en verbazing over u, o God!"

Wat betreft uw vraag of de materiële wereld aan beperkingen onderworpen is, weet dat het begrip aangaande deze kwestie afhangt van de waarnemer zelf. Enerzijds is deze beperkt, anderzijds boven alle beperkingen verheven. De ene ware God heeft eeuwigdurend bestaan en zal eeuwigdurend blijven bestaan. Zijn schepping had eveneens geen begin en zal geen einde hebben. Aan al het geschapene is echter een oorzaak voorafgegaan. Dit feit als zodanig bevestigt zonder een zweem van twijfel de eenheid van de Schepper.

Gij hebt Mij bovendien gevraagd aangaande de aard van de hemellichamen. Teneinde de aard ervan te begrijpen, zou het nodig zijn een onderzoek te doen naar de betekenis van de zinspelingen die in de Boeken van weleer zijn gemaakt op de hemellichamen en de hemelen, en de aard van hun verwantschap met deze materiële wereld en de invloed die ze erop uitoefenen. Ieder hart is vol verbazing over zo'n verbijsterend onderwerp en ieder verstand verslagen door het mysterie ervan. God alleen kan het belang ervan doorgronden. De geleerden die gedurende vele duizenden jaren het leven van deze aarde hebben vastgelegd, zijn er in de lange periodes van waarneming niet in geslaagd het aantal en de ouderdom van de andere planeten vast te stellen. Let bovendien op de talrijke verschillen van opvatting als gevolg van de theorieën die deze mensen te berde hebben gebracht. Weet dat iedere vaste ster haar eigen planeten heeft en iedere planeet haar eigen schepselen wier aantal geen mens kan berekenen.

O, gij die uw ogen op Mijn aangezicht hebt gevestigd! De Dageraad van glorie heeft in deze Dag haar luister geopenbaard en de Stem van de Allerhoogste roept. Wij hebben vroeger de volgende woorden geuit: "Dit is voor geen mens de dag zijn Heer te ondervragen. Het betaamt een ieder die heeft geluisterd naar de Roepstem van God, gelijk uitgesproken door Hem die de Dageraad van glorie is, op te staan en uit te roepen: "Hier ben ik, hier ben ik, o Heer aller Namen; hier ben ik, hier ben ik, o Maker der hemelen! Ik getuig dat door Uw openbaring de dingen, verborgen in de Boeken Gods, zijn geopenbaard en dat al hetgeen in de heilige Geschriften is opgetekend door Uw Boodschappers in vervulling is gegaan".


LXXXIII. Overdenk de gave van het verstand waarmee God het wezen van de mens heeft begiftigd. Onderzoek uzelf en zie hoe uw beweging en onbeweeglijkheid, uw wil en doel, uw gezicht en gehoor, uw reukzin en spraakvermogen en al het andere dat met uw zintuigen of geestelijk waarnemingsvermogen verband houdt of te boven gaat, alle voortkomen uit deze gave en hun bestaan daaraan danken. Zo nauw zijn ze ermee verbonden dat, wanneer in minder dan een oogwenk haar verbinding met het menselijk lichaam verbroken zou worden, elk van deze zintuigen onmiddellijk zou ophouden te functioneren en beroofd zou zijn van het vermogen om de bewijzen van haar werkzaamheid te tonen. Het is zonder enige twijfel overduidelijk dat elk van deze voornoemde werktuigen voor een juist functioneren afhankelijk is en dit altijd zal blijven, van de gave van het verstand welke moet worden beschouwd als een teken van de openbaring van Hem Die de soevereine Heer is van allen. Door de openbaring ervan zijn al deze namen en attributen onthuld, en door het ophouden van haar werking worden ze allemaal vernietigd, en gaan verloren.

Het zou volkomen onwaar zijn te beweren dat deze gave dezelfde is als het gezichtsvermogen, aangezien het zien daaruit voortspruit en geheel afhankelijk ervan werkt. Het zou eveneens nutteloos zijn te beweren dat deze gave kan worden gelijkgesteld met het horen, aangezien het gehoor de vereiste energie voor het verrichten van haar functies van de gave van het verstand ontvangt.

Dezelfde verhouding verbindt dit vermogen met alles wat de ontvanger is van deze namen en eigenschappen in de menselijke tempel. Deze verschillende namen en geopenbaarde eigenschappen zijn ontstaan door bemiddeling van dit teken Gods. Onmetelijk verheven is dit teken in essentie en werkelijkheid - boven al dergelijke namen en eigenschappen. Neen, al het andere zal, wanneer met de luister daarvan vergeleken, volkomen in het niet verdwijnen en in vergetelheid raken.

Zoudt gij van nu af tot het einde dat geen einde heeft en met al het geconcentreerde denkvermogen en begrip dat de grootste geesten hebben bereikt of nog zullen bereiken, deze goddelijk beschikte, onnaspeurlijke Realiteit, dit teken van de openbaring van de Immerverblijvende, Alglorierijke God, in uw hart overwegen, dan zoudt gij er niet in slagen het mysterie ervan te begrijpen of de verdienste ervan ook maar te schatten. Bij erkenning van uw machteloosheid om te komen tot een toereikend begrip van die Werkelijkheid welke in u woont, zult gij het nutteloze van zulke, door u ondernomen, pogingen om het mysterie van de levende God, de Dagster van nimmervervagende luister, de Aloude der eeuwigdurende dagen te doorgronden, geredelijk toegeven. Het belijden van hulpeloosheid, waartoe ieder verstand na aandachtige bespiegeling uiteindelijk wordt gedwongen, is als zodanig het hoogtepunt van menselijk begrip en kenmerkt het hoogtepunt van 's mensen ontwikkeling.


LXXXIV. Beschouw de ene, ware God als Eén, Die afzonderlijk is van, en onmetelijk verheven boven al het geschapene. Het gehele heelal weerspiegelt Zijn heerlijkheid, terwijl Hij Zelf onafhankelijk is van Zijn schepselen en hen verre te boven gaat. Dit is de ware betekenis van goddelijke Eenheid. Hij Die de eeuwige Waarheid is, is de enige Macht Die onbetwiste soevereiniteit uitoefent over de bestaanswereld, Wiens beeltenis wordt weerkaatst in de spiegel van de gehele schepping. Alle bestaan is van Hem afhankelijk en uit Hem ontspringt de bron van het bestaan aller dingen. Dit wordt bedoeld met goddelijke Eenheid; dit is het wezenlijk beginsel ervan.

Sommigen, misleid door hun ijdele waan, zien al het geschapene als deelgenoot van God en beelden zich in drager te zijn van Zijn eenheid. Bij Hem Die de ene ware God is! Dergelijke mensen waren het slachtoffer van blinde navolging en zullen dit blijven. Zij moeten worden gerekend tot hen die het begrip over God sterk hebben beperkt.

Diegene is een waar gelovige in Gods eenheid die, verre van dualisme te verwarren met eenheid, enig denkbeeld van veelheid afwijst om zijn opvatting over enig-zijn van God te verduisteren, en die het goddelijk wezen zal beschouwen als Eén Die, juist door Zijn aard, de beperking van getallen te boven gaat.

De kern van geloof in goddelijke eenheid bestaat hierin, dat men Hem die de Manifestatie is van God en Hem Die de onzichtbare, de ongenaakbare, de onkenbare Essentie is, als één en dezelfde beschouwt. Hiermee wordt bedoeld dat al hetgeen betrekking heeft op eerstgenoemde, al Zijn daden en handelingen en al hetgeen Hij gebiedt of verbiedt, in elk opzicht en onder alle omstandigheden en zonder enig voorbehoud, als identiek moet worden beschouwd met de Wil van God Zelf. Dit is de meest verheven staat die een waar gelovige in de eenheid Gods ooit kan bereiken. Gezegend de mens die deze staat bereikt en tot hen behoort die standvastig zijn in hun geloof.


LXXXV. O Mijn dienaren! Het betaamt u uw ziel te verkwikken en te verlevendigen door de genadige gunsten die in deze goddelijke, deze zielvervoerende Lente over u worden uitgestort. De Dagster van Zijn verheven heerlijkheid spreidt haar licht over u uit en de wolken van Zijn onbegrensde genade beschutten u. Hoe groot is de beloning voor hem die zich een zo grote milddadigheid niet onthoudt, noch faalt de schoonheid van zijn Meest Geliefde in Zijn nieuwe gewaad te erkennen.

Zeg: O mensen! De Lamp Gods brandt; neemt u in acht dat de felle winden van uw ongehoorzaamheid haar licht niet doven. Nu is de tijd gekomen om de heer, uw God, te verheerlijken. Streeft niet naar lichamelijk gemak en houdt uw hart smetteloos zuiver. De Boze ligt op de loer, klaar om u te verstrikken. Staalt u tegen zijn snode listen en bevrijdt u, geleid door het licht van de naam van de ene ware God, uit de u omringende duisternis. Maakt de Welbeminde het middelpunt van uw gedachten en niet uw eigen ik.

Zeg: O, gij die zijt afgedwaald en verdwaald! De goddelijke Boodschapper die niets anders dan de waarheid spreekt, heeft u de komst van de Welbeminde aangekondigd. Ziet, Hij is nu gekomen. Waarom zijt gij ontmoedigd en terneergeslagen? Waarom blijft gij wanhopen, wanneer de Zuivere en Verborgene voor uw ogen is verschenen? Hij Die zowel het Begin is als het Einde, Hij Die zowel Rust is als Beweging, is nu geopenbaard. Ziet hoe in deze Dag het Begin wordt weerspiegeld in het Einde en hoe uit Rust Beweging is opgewekt. Deze beweging is opgewekt door de krachtige werking die de woorden van de Almachtige hebben vrijgemaakt in de gehele schepping. Al wie door haar levengevende kracht is bezield, zal zich gedreven voelen de hof van de Beminde te bereiken; en al wie zich dit heeft ontzegd, zal in de diepste wanhoop verzinken. Hij is waarlijk wijs die door de wereld en al wat daarin is niet wordt weerhouden het licht van deze Dag te erkennen en die niet zal toestaan dat 's mensen beuzelpraat hem doet afdwalen van de weg van rechtschapenheid. Hij is met recht gelijk een dode die bij het wondere gloren van deze Openbaring in gebreke bleef door haar zielroerende ademtocht tot leven te worden gewekt. Hij is met recht een gevangene die de Allerhoogste Verlosser niet heeft erkend, doch zijn ziel benard en hulpeloos liet kluisteren in de ketenen van zijn begeerten.

O, Mijn dienaren! Al wie uit deze Bron heeft geproefd, verkrijgt het eeuwige leven en al wie weigerde daaruit te drinken is gelijk een dode. Zeg: O, gij bewerkers van ongerechtigheid! Hebzucht heeft u belet het oor te lenen aan de zoete stem van Hem Die de Altoereikende is. Wist het uit uw hart, opdat Zijn goddelijk geheim u kan worden bekend gemaakt. Aanschouwt Hem, zichtbaar en schitterend als de zon in al zijn luister.

Zeg: O, gij die verstoken zijt van begrip! Een zware beproeving achtervolgt u en zal u onverwacht overvallen. Maakt u op, opdat deze misschien niet zal plaatsvinden en u niet zal schaden. Erkent het verheven karakter van de naam des Heren, uw God, Die tot u is gekomen in de grootheid van Zijn heerlijkheid. Hij, waarlijk, is de Alwetende, de Albezitter, de Allerhoogste Beschermer.
LXXXVI. En nu betreffende uw vraag of de menselijke zielen zich ook na de scheiding van het lichaam van elkaar bewust blijven. Weet dat de zielen van het volk van Bahá die de Karmozijnrode Ark zijn binnengegaan en daarin verblijven, gemeenzaam en vertrouwelijk met elkander zullen omgaan en zo hecht verbonden zullen zijn in hun leven, hun streven, hun doeleinden en inspanningen als waren zij één ziel. Zij zijn inderdaad goed onderricht, scherpzinnig en begiftigd met begrip en inzicht. Aldus is door Hem beschikt, Die de Alwetende is, de Alwijze.

Het volk van Bahá die de bewoners zijn van de Ark van God, zijn zich allen welbewust van elkanders staat en toestand en zijn in een vertrouwelijke en kameraadschappelijke omgang verenigd. Een dergelijke staat moet evenwel afhangen van hun geloof en hun gedrag. Zij die op gelijk niveau staan, zijn zich ten volle bewust van elkaars capaciteiten, karakter, verworvenheden en verdiensten. Zij die op een lager niveau staan zijn echter niet bij machte de staat van degenen die boven hen staan voldoende te begrijpen of hun verdiensten naar waarde te schatten. Een ieder zal zijn deel ontvangen van uw Heer. Gezegend is de mens die zijn gelaat tot God heeft gekeerd en standvastig in Zijn liefde wandelt, totdat zijn ziel omhoog is gewiekt tot God, de soevereine Heer van allen, de Krachtigste, de Immervergevende, de Albarmhartige.

De zielen der ongelovigen zullen echter - en dit getuig Ik - wanneer zij hun laatste adem uitblazen, zich bewust worden van de goede dingen die hun zijn ontgaan en zij zullen hun toestand bejammeren en zich verootmoedigen voor God. Nadat hun ziel is gescheiden van het lichaam zullen zij hiermee voortgaan.

Het is overduidelijk dat alle mensen na hun lichamelijke dood de waarde van hun daden zullen afwegen en alles wat zij teweeg hebben gebracht zullen beseffen. Ik zweer bij de Dagster die boven de horizont van Gods macht schijnt! Zij die de volgelingen zijn van de ene ware God zullen, op het moment dat zij dit aardse leven verlaten, zulk een vreugde en blijdschap ervaren dat de beschrijving ervan onmogelijk is, terwijl daarentegen zij die in dwaling leven door zo'n angst en beven zullen worden aangegrepen en zodanig in ontsteltenis zullen geraken, dat niets dit kan overtreffen. Wel ga het hem die volop heeft gedronken van de uitgelezen en onvergankelijke wijn van geloof door de genadige gunsten en de veelvuldige milddadigheden van Hem Die de Heer aller Geloven is....

Dit is de Dag waarin de geliefden van God hun ogen gericht moeten houden op Zijn Manifestatie en op al hetgeen deze Manifestatie zal openbaren naar Zijn behagen. Bepaalde tradities uit voorbije tijden berusten op geen enkele grond, terwijl de denkbeelden waarmee vroegere generaties zich bezighielden en die zij in hun boeken hebben vermeld, merendeels waren beïnvloed door de begeerten van een verdorven geneigdheid. Gij zijt er getuige van dat de meeste commentaren en uitleggingen van de woorden Gods, zoals deze nu gangbaar zijn onder de mensen, verstoken zijn van de waarheid. De onwaarachtigheid ervan is in sommige gevallen aan het licht gebracht, toen de tussenhangende sluiers vaneen werden gescheurd. Zij hebben zelf hun onvermogen erkend de betekenis van ook maar enig woord van God te hebben begrepen.

Ons doel is aan te tonen dat, wanneer de geliefden Gods hun hart en hun oren zouden heiligen van de nutteloze uitspraken die vroeger werden gedaan, en zich tot in het diepst van hun ziel keren tot Hem die de Dageraad is van Zijn Openbaring en tot al hetgeen Hij heeft geopenbaard, zulk een gedrag in de ogen van God als hoogst verdienstelijk zou worden beschouwd....

Verheerlijkt Zijn Naam en behoort tot de dankbaren. Brengt Mijn groeten over aan Mijn geliefden die God heeft bestemd voor Zijn liefde en hen hun doel liet bereiken. Alle glorie zij God, de Heer aller werelden.
LXXXVII. En nu wat betreft uw vraag: "Hoe komt het dat er geen vermeldingen zijn aangaande de Profeten die Adam, de Vader der Mensheid, zijn voorgegaan, of over de koningen die ten tijde van die Profeten hebben geleefd?" Weet dat de afwezigheid van enige verwijzing naar hen nog geen bewijs is dat zij niet werkelijk hebben bestaan. Dat er geen annalen beschikbaar zijn over hen moet zowel worden toegeschreven aan het feit dat zij in het verre verleden hebben geleefd als aan de enorme veranderingen die de aarde sindsdien heeft ondergaan.

Bovendien kenden de generaties voor Adam geen geschreven taal, zoals nu gebruikelijk is onder de mensen. Er was zelfs een tijd dat de mensen volkomen onbekend waren met de schrijfkunst, en een systeem toepasten dat volkomen verschillend was van wat zij nu gebruiken. Voor een juiste uiteenzetting hiervan zou een uitgebreide uitleg nodig zijn.

Overdenk de verschillen die zich sedert de dagen van Adam hebben voorgedaan. De vele wijd en zijd bekende talen die de mensen op aarde nu spreken, waren oorspronkelijk onbekend, evenals de verscheidenheid van gedragsregels en gebruiken die nu onder hen heersen. De mensen uit die tijd spraken een taal die anders was dan de talen die nu bekend zijn. Een verscheidenheid aan talen ontstond in een later tijdperk in een land, bekend onder de naam Babel. Het kreeg deze naam omdat het woord betekent: "de plaats waar de spraakverwarring is ontstaan".

Daarna kwam het Syrisch op de voorgrond tussen de bestaande talen. De heilige Geschriften van vroeger tijden werden in die taal geopenbaard. Later verscheen Abraham, de Vriend van God en stortte het licht van goddelijke openbaring uit over de wereld. De taal die Hij sprak bij het oversteken van de Jordaan, werd bekend als het Hebreeuws ('Ibrání), wat betekent: "de taal van de overtocht". De Boeken Gods en de heilige Geschriften werden toen in die taal geopenbaard en eerst na een aanzienlijk tijdsverloop werd Arabisch de taal van de Openbaring....

Zie dus hoe talrijk en verreikend de veranderingen in taal, spraak en schrift waren sedert de dagen van Adam. Hoeveel te groter moeten de veranderingen vóór Hem zijn geweest!

Ons doel met het openbaren van deze woorden is om aan te tonen dat de ene ware God, in Zijn allerhoogste en alles te boven gaande staat, immer verheven was boven de lof en het bevattingsvermogen van allen buiten Hem, en dit eeuwigdurend zal blijven. Zijn schepping heeft altijd bestaan, en de Manifestaties van Gods heerlijkheid en de Dageraden van eeuwige heiligheid zijn sinds onheuglijke tijden neergezonden, en gemachtigd de mensheid op te roepen tot de ene, ware God. Dat de namen van sommige hunner zijn vergeten en de vermeldingen over hun leven verloren zijn gegaan, moet worden toegeschreven aan de beroeringen en veranderingen die de wereld heeft ondergaan.

In bepaalde boeken wordt melding gemaakt van een zondvloed die er de oorzaak van was dat al het bestaande op aarde, zowel historische documenten als andere dingen, werden vernietigd. Bovendien hebben vele grote rampen plaatsgevonden die de sporen van veel gebeurtenissen hebben uitgewist. Daarenboven blijken er verschillen te bestaan tussen de huidige geschiedkundige verslagen, en de verschillende volkeren van de wereld hebben ieder hun eigen berekening van de ouderdom der aarde en van haar geschiedenis. Sommigen voeren hun geschiedenis tot acht duizend jaar terug, anderen tot twaalf duizend jaar. Voor een ieder die het boek van Juk heeft gelezen is het zonneklaar hoe zeer de verhalen die de verschillende boeken geven, uiteenlopen.

God geve dat gij uw ogen zult richten op de Grootste Openbaring en deze tegenstrijdige verhalen en tradities volkomen zult negeren.


LXXXVIII. Weet waarlijk dat de kern van gerechtigheid en de bron ervan beide belichaamd zijn in de verordeningen, voorgeschreven door Hem die de Manifestatie is van het Wezen van God onder de mensen, indien gij behoort tot hen die deze waarheid erkennen. Hij waarlijk belichaamt de hoogste, de onfeilbare maatstaf van gerechtigheid voor de gehele schepping. Zou Zijn wet van dien aard zijn, dat de harten van allen die in de hemelen en op aarde zijn, met schrik worden vervuld, dan is die wet niets dan onmiskenbare gerechtigheid. De angst en opwinding die de openbaring van deze wet veroorzaken in 's mensen hart behoren met recht vergeleken te worden met het huilen van de zuigeling die gespeend is van de melk van zijn moeder, indien gij behoort tot hen die begrijpen. Zouden de mensen de machtige beweegredenen van Gods Openbaring ontdekken, dan zouden zij zich zekerlijk van hun angsten ontdoen en, met een hart vol dankbaarheid, zich grotelijks verblijden.
LXXXIX. Weet voorzeker dat, evenals gij vast gelooft dat het Woord van God - verheven zij Zijn Glorie - eeuwig voortduurt, gij eveneens met onwankelbaar vertrouwen moet geloven dat de betekenis ervan nooit uitgeput kan raken. Zij die de aangewezen vertolkers hiervan zijn, zij wier hart de schatkamer is van de geheimen ervan, zijn evenwel de enigen die de veelvoudige wijsheid hiervan kunnen begrijpen. Al wie bij het lezen van de heilige Geschriften in de verleiding komt daaruit al datgene te kiezen wat hem aanstaat om het gezag van de Vertegenwoordiger van God onder de mensen te betwisten, is met recht gelijk een dode, hoewel hij ogenschijnlijk loopt en praat met zijn medemensen en spijs en drank met hen deelt.

O, hoe wenste Ik dat de wereld Mij kon geloven! Zou alles wat in het hart van Bahá bewaard ligt en hetgeen de Heer, Zijn God, de Heer aller Namen Hem heeft geleerd, worden onthuld aan de mensheid, dan zou ieder mens op aarde met stomheid zijn geslagen.

Hoe ontzagwekkend is het grote aantal waarheden welke geen woordenschat ooit kan bevatten! Hoe oneindig is het aantal van die waarheden waar geen passende woorden voor kunnen worden gevonden, waarvan de betekenis nooit kan worden onthuld en waarop zelfs in de verste verte niet kan worden gezinspeeld! Hoe menigvuldig zijn de waarheden die onuitgesproken moeten blijven, totdat de hiervoor bestemde tijd is aangebroken! Evenals er is gezegd: "Niet alles wat een mens weet kan worden onthuld, evenmin kan alles wat hij kan onthullen worden gezien als te juister tijd bekend gemaakt, zoals ook niet iedere op de juiste tijd gedane uitspraak beschouwd kan worden als geschikt voor het bevattingsvermogen van hen die het horen."

Enkele van deze waarheden kunnen alleen worden geopenbaard naar de mate van het vermogen der schatkamers van het licht van Onze kennis en de ontvangers van Onze verborgen genade. Wij smeken God, u met Zijn kracht te sterken en u in staat te stellen Hem te erkennen die de Bron is van alle kennis, zodat gij u kunt losmaken van menselijke geleerdheid, want "wat zou het enig mens baten naar geleerdheid te streven als hij reeds Hem die het Doel is van alle kennis, heeft gevonden en erkend?" Klem u vast aan de Wortel van Kennis en aan Hem die de Bron ervan is, zodat gij u onafhankelijk weet van allen die beweren goed doorkneed te zijn in menselijke geleerdheid, maar wier bewering noch door een duidelijk bewijs noch door de getuigenis van enig verlicht boek kan worden geschraagd.


XC. Ja, al wat is in de hemelen en op aarde, is een direct getuigenis van de openbaring der attributen en namen van God, aangezien in ieder atoom, als in een heiligdom, de tekenen worden bewaard die welsprekend getuigen van de openbaring van dat grootste Licht. Mij dunkt dat zonder de kracht van die openbaring geen wezen ooit zou kunnen bestaan. Hoe glansrijk zijn de lichten van kennis die in een atoom schitteren en hoe uitgestrekt de oceanen van wijsheid die in een druppel golven! Tot de hoogste graad is dit waar voor de mens die te midden van al het geschapene bekleed is met het gewaad van zulke gaven en is uitgekozen voor de glorie van zulk een onderscheiding. Want in hem zijn alle attributen en namen van God latent geopenbaard in een mate die geen ander geschapen wezen heeft overtroffen. Al deze namen en attributen zijn op hem toepasselijk. Zoals Hij heeft gezegd: "De mens is Mijn mysterie en Ik ben zijn Mysterie". Veelvuldig zijn de op dit meest subtiele en verheven onderwerp betrekking hebbende verzen, die in alle hemelse Boeken en heilige Schriften bij herhaling zijn geopenbaard. Evenals Hij geopenbaard heeft: "Wij zullen hun voorzeker Onze tekenen tonen in de wereld en in henzelf".17 Nogmaals zegt Hij: "En ook in uzelf: Zult gij dan de tekenen Gods niet zien?"18 En wederom openbaart Hij: "En weest niet als zij die God vergeten hebben, zodat Hij hen zichzelf doet vergeten".19 In dit verband heeft Hij Die de eeuwige Koning is - mogen de zielen van allen die binnen de mystieke Tabernakel verblijven een offer aan Hem zijn - gesproken: "Hij die zichzelf kent, kent God."

.... Uit hetgeen gezegd is wordt duidelijk dat alle dingen, in hun innerlijkste realiteit, in zich getuigenis afleggen van de openbaring van de namen en attributen van God. Alles vertoont naar eigen vermogen de kennis van God en geeft er uitdrukking aan. Zo machtig en universeel is deze openbaring dat zij alle dingen, zichtbaar en onzichtbaar, omvat. Aldus heeft Hij geopenbaard: "Heeft iets anders buiten U een openbaringskracht die Gij niet bezit, zodat het U kenbaar kon hebben gemaakt? Blind is het oog dat U niet waarneemt." Eveneens heeft de eeuwige Koning gesproken: "Niets heb Ik waargenomen of Ik zag God er in, God er voor en God er na." Ook staat in de overlevering van Kumayl geschreven: "Zie, een licht heeft geschenen vanuit de Morgenstond van eeuwigheid, en kijk, zijn golven hebben de innerlijke werkelijkheid van alle mensen doordrongen." De mens, het edelste en meest volmaakte van al het geschapene, overtreft hen allen in de kracht van deze openbaring en hij is een meer volledige uitdrukking van de glorie ervan. En van alle mensen zijn de Manifestaties van de Zon der Waarheid het meest volmaakt, het meest onderscheiden en het meest uitmuntend. Wat meer is, al het andere buiten deze Manifestaties leeft door de werking van hun Wil en beweegt en bestaat door de uitstortingen van hun genade.


XCI. Onder de bewijzen die de waarheid van deze Openbaring aantonen is deze: dat in ieder tijdperk en iedere Beschikking, telkens wanneer de onzichtbare Essentie werd geopenbaard in de personen van Zijn Manifestatie, bepaalde mensen, onbekend en vrij van alle wereldse verwikkelingen, verlichting zochten bij de Zon der Profeten en de Maan van goddelijke leiding, en de goddelijke Tegenwoordigheid bereikten. Om deze reden werden deze mensen beschimpt en bespot door de godgeleerden van die tijd en door de rijkaards. Evenals Hij heeft geopenbaard betreffende hen die dwaalden: "Toen zeiden de aanzienlijken van Zijn volk, die niet geloofden: 'Wij zien in U slechts een mens als wijzelf; en wij zien niemand U volgen behalve de verachtelijksten met een onbezonnen oordeel, en ook zien wij U in niets uitmunten boven ons; ja, wij beschouwen U als leugenaar.'"20 Zij vitten op die heilige Manifestaties en protesteerden: "Niemand heeft u gevolgd behalve de verachtelijken onder ons, diegenen die geen aandacht waard zijn." Hun doel was aan te tonen dat niemand onder de geleerden, de rijken en de beroemden in hen geloofde. Door deze en soortgelijke bewijzen trachtten zij het bedrog aan te tonen van Hem die niets dan de waarheid spreekt.

Gedurende deze meest luisterrijke Beschikking, deze meest machtige Soevereiniteit, hebben evenwel een aantal verlichte godgeleerden, mannen van grote geleerdheid en geleerden met een rijp verstand, Zijn Hof bereikt, uit de beker van Zijn goddelijke Tegenwoordigheid gedronken en zijn met de eer van Zijn grootste gunst bekleed. Zij hebben terwille van de Geliefde de wereld en al wat daarin is, verzaakt....

Zij allen werden door het licht van die Zon van goddelijke Openbaring geleid, en bekenden en erkenden Zijn waarheid. Zo groot was hun geloof dat de meesten van hen hun bezit en verwanten opgaven en trouw bleven aan het welbehagen van de Alglorierijke. Zij offerden hun leven voor hun Welbeminde en deden afstand van alles in Zijn Pad. Hun borst werd tot mikpunt voor de pijlen van de vijand en hun hoofden prijkten op de speren der ongelovigen. Geen stuk grond bleef er over dat niet werd gedrenkt met het bloed van deze belichamingen van onthechting en geen zwaard dat niet hun nek kneusde. Hun daden alleen al getuigen van de waarheid van hun woorden. Is voor de mensen van deze tijd niet het getuigenis voldoende van deze heilige zielen die zo glorierijk zijn opgestaan om hun leven te offeren voor hun Geliefde, zodat de hele wereld zich verbaasde over de wijze van hun opoffering? Getuigt dit niet voldoende tegen de trouweloosheid van hen die voor een kleinigheid hun geloof verraadden en die onsterfelijkheid hebben verkwanseld voor dat wat vergaat; die de Kawthar van de Goddelijke Tegenwoordigheid opgaven voor zilte bronnen en wier enig doel in het leven is zich het eigendom van anderen wederrechtelijk toe te eigenen? Evenals gij er getuige van zijt hoe zij allen zich hebben beziggehouden met de ijdelheden der wereld, en ver zijn afgedwaald van Hem Die de Heer, de Allerhoogste is.

Wees eerlijk: Is het getuigenis aannemelijk en de aandacht waard van ken wier daden overeenstemmen met hun woorden en wier uiterlijk gedrag in overeenstemming is met hun innerlijk leven? Het verstand raakt verbijsterd door hun daden en de ziel verwondert zich over hun geestkracht en lichamelijk uithoudingsvermogen. Of is het getuigenis aannemelijk van de trouwelozen, die niets dan de lucht van zelfzuchtige begeerte ademen en gevangen liggen in de kooi van hun ijdele verbeeldingen? Evenals de vleermuizen der duisternis lichten zij het hoofd alleen op van hun sponde om de vergankelijke dingen der wereld na te jagen en vinden zij 's nachts alleen rust wanneer zij werken aan het bevorderen van hun lage levensdoel. Geheel opgaand in hun zelfzuchtige plannen, vergeten zij het goddelijke Gebod. Overdag spannen zij zich tot het uiterste in teneinde wereldse voordelen te behalen en 's nachts is hun enige bezigheid de bevrediging van hun zinnelijke begeerten. Aan de hand van welke wet of maatstaf zouden de mensen zich kunnen rechtvaardigen, als zij vasthouden aan de ontkenningen van dergelijke kleingeestige zielen en het geloof negeren van hen, die terwille van Gods welbehagen, afstand hebben gedaan van hun leven, hun bezit, hun roem en bekendheid, hun goede naam en eer? ....

Met welk een liefde en toewijding, uitbundige vreugde en heilige vervoering offerden zij hun leven op het pad van de Alglorierijke! Van de waarheid hiervan getuigen allen. En hoe kunnen zij niettemin deze Openbaring kleineren? Is men in enig tijdperk getuige geweest van zulke gewichtige voorvallen? Indien deze metgezellen geen ware strevers naar God waren geweest, wie anders zou er dan zo genoemd kunnen worden? Hebben deze metgezellen macht of roem gezocht? Hebben zij ooit naar rijkdommen verlangd? Hebben zij enige andere wens gekoesterd dan Gods welbehagen? Indien deze metgezellen met al hun verbazingwekkende getuigenissen en wondere werken onwaar zouden zijn, wie is er dan waardig om voor zichzelf aanspraak te maken op de waarheid? Ik zweer bij God! Hun daden zijn juist een voldoende getuigenis en een onbetwistbaar bewijs voor alle volkeren op aarde, zouden de mensen in hun hart de mysteries van goddelijke Openbaring overdenken. "En spoedig zullen zij die onrecht doen, weten welk lot hen wacht."21

Denk eens na over deze volkomen oprechte martelaren van wier waarheidlievendheid de duidelijke tekst van het Boek getuigt en die allen, zoals gij gezien hebt, hun leven, hun bezit, hun vrouw, hun kinderen, hun alles hebben opgeofferd en naar de hoogste verblijven van het Paradijs zijn opgestegen. Is het eerlijk om het getuigenis van deze onthechte en verheven wezens van de waarheid van deze voortreffelijke en heerlijke Openbaring af te wijzen, en de aanklachten als aannemelijk te beschouwen welke tegen dit glansrijke licht zijn geuit door deze trouweloze mensen die voor goud hun geloof hebben verzaakt en terwille van leiderschap Hem hebben verloochend Die de Eerste Leider der gehele mensheid is? Dit, alhoewel hun karakter nu bekend is gemaakt aan alle mensen die hen erkend hebben als degenen die onder geen voorwaarde een tittel of jota van hun tijdelijk gezag willen opgeven terwille van Gods heilige Geloof, hoeveel te minder hun leven, bezit en dergelijke.


XCII. Het Boek van God ligt wijd open en Zijn Woord roept de mensheid tot Hem op. Niet meer dan een handvol is evenwel bereid gevonden Zijn Zaak aan te hangen of tot werktuig te worden voor de verspreiding ervan. Deze enkelingen werden begiftigd met het goddelijke Elixer, het enige dat de droesem van de wereld kan omzetten in het zuiverste goud, en zij werden in staat gesteld het feilloze geneesmiddel toe te dienen voor alle kwalen die de mensenkinderen bezoeken. Geen mens kan het eeuwige leven erlangen, tenzij hij de waarheid van deze onschatbare, deze wonderbaarlijke en verheven Openbaring omarmt.

O vrienden van God, neigt uw oor naar de stem van Hem, Wien de wereld onrecht heeft aangedaan, en houdt vast aan alles wat Zijn Zaak zal verheffen. Hij, waarlijk, leidt al wie het Hem behaagt naar Zijn rechte Pad. Dit is een Openbaring die de zwakken met kracht bezielt en de behoeftigen met rijkdom tooit.

Overlegt met elkaar in de grootst mogelijke vriendschap en in een geest van volmaakte kameraadschap, en wijdt de kostbare dagen van uw leven aan de verbetering van de wereld en de verspreiding van de Zaak van Hem, Die de aloude en soevereine Heer is van allen. Hij, waarlijk, draagt alle mensen op wat juist is en verbiedt al wat hun staat verlaagt.
XCIII. Weet dat ieder geschapen ding een teken is van de openbaring Gods. Elk ervan is, naar zijn vermogen, een teken van de Almachtige en zal dit immer blijven. Aangezien Hij, de soevereine Heer van allen, Zijn soevereiniteit wilde openbaren in het Koninkrijk van namen en hoedanigheden, is elk geschapen ding door de daad van de goddelijke Wil tot een teken van Zijn heerlijkheid gemaakt. Zo doordringend en alomvattend is deze openbaring dat volkomen niets kan worden ontdekt in het heelal, dat niet Zijn luister weerspiegelt. Onder dergelijke omstandigheden wordt iedere beschouwing over nabij zijn en veraf zijn weggevaagd.... Zou de Hand van Gods macht afstand doen van deze hoge gave, dan zou al het geschapene en het gehele heelal troosteloos en leeg worden.

Ziet, hoe onmetelijk verheven de Heer uw God is boven al het geschapene! Aanschouwt de majesteit van Zijn soevereiniteit, Zijn verheven kracht en oppermacht. Als de dingen die door Hem zijn geschapen - verheerlijkt zij Zijn glorie - en beschikt om de openbaringen te zijn van Zijn namen en hoedanigheden, verheven staan boven nabij zijn en veraf zijn krachtens de genade waarmee zij zijn begiftigd, hoeveel verhevener moet dan de goddelijke Essentie zijn die hun het aanzijn gaf? ....

Denkt diep na over hetgeen de dichter schreef: "Verwonder u niet als mijn meest Geliefde mij nader zou zijn dan mijn eigen ik; verwonder u veeleer dat ik, ondanks dit nabijzijn, nog zo ver van Hem verwijderd ben."... Overwegend hetgeen God heeft geopenbaard, en wel dat "Wij de mens meer nabij zijn dan zijn levensader", heeft de dichter, met een zinspeling op dit vers, verklaard dat, hoewel de openbaring van mijn meest Geliefde mijn wezen zo heeft doortrokken dat Hij mij nader is dan mijn levensader, ik - ondanks mijn zekerheid over de werkelijkheid ervan en mijn erkenning van mijn staat - toch nog zo ver van Hem verwijderd ben. Hiermede bedoelt hij, dat zijn hart - dat de zetel is van de Albarmhartige en de troon waar zich de luister van Zijn openbaring bevindt - zijn Schepper vergeet, van Zijn pad afdwaalt, zich van Zijn heerlijkheid buitensluit en bezoedeld is met de smet van aardse begeerten.

In verband hiermede moet men niet vergeten dat de ene ware God Zelf ver verheven is boven het nabij zijn en veraf zijn. Zijn werkelijkheid gaat zulke begrenzingen ver te boven. Zijn betrekking tot Zijn schepselen kent geen graden. Dat sommigen nabij en anderen verre zijn, moet aan de Manifestaties zelf worden toegeschreven.

Dat het hart de troon is waar de Openbaring van God, de Albarmhartige, zetelt, wordt door de heilige uitspraken bevestigd welke Wij vroeger hebben geopenbaard. Hieronder is dit gezegde: "Aarde en hemel kunnen Mij niet bevatten. Alleen het hart van hem die in Mij gelooft en Mijn Zaak trouw is, kan Mij bevatten". Hoe vaak is het menselijk hart dat de ontvanger is van het Licht Gods en de zetel van de Openbaring van de Albarmhartige, afgedwaald van Hem die de Oorsprong is van dat licht en de Bron van die openbaring. Het is de eigenzinnigheid van het hart die het van God verwijderd houdt en tot een veraf-zijn van Hem doemt. Het hart echter dat zich bewust is van Zijn aanwezigheid, is Hem nabij en wordt geacht Zijn troon te zijn genaderd.

Overweegt bovendien hoe dikwijls de mens zijn eigen ik vergeet, terwijl God in Zijn alomvattende kennis Zich bewust blijft van Zijn schepsel en voortdurend de luister van Zijn heerlijkheid over hem uitstraalt. Het is dus duidelijk dat in zulke omstandigheden God hem nader is dan zijn eigen ik. Hij zal het voorwaar immer blijven, want terwijl de ene ware God alles weet, alles waarneemt en alles begrijpt, is de sterflijke mens geneigd tot dwalen en onkundig van de geheimen die in hem verborgen liggen ....

Laat geen mens zich inbeelden, dat met Onze verklaring dat alle geschapen dingen de tekenen zijn van de openbaring Gods bedoeld wordt dat - God verhoede - alle mensen, hetzij goed of slecht, godvruchtig of ongelovig, gelijk zijn in de ogen van God. Evenmin houdt het in dat het goddelijke Wezen, - verheerlijkt zij Zijn Naam en verheven zij Zijn heerlijkheid - ooit te vergelijken is met de mens of in enig opzicht kan worden verbonden met Zijn schepselen. Zulk een vergissing hebben bepaalde dwazen begaan die, na te zijn opgestegen in de hemel van hun nutteloze verbeelding, hebben uitgelegd dat Gods Eenheid betekent dat alle geschapen dingen de tekenen van God zijn en er bijgevolg geen enkel onderscheid tussen hen is. Enkelen hebben hen zelfs overtroffen met de bewering dat deze tekenen de gelijken en evenknie zijn van God Zelf. Genadige God! Hij, waarlijk, is één en ondeelbaar; één in Zijn essentie, één in Zijn hoedanigheden. Alles buiten Hem is als niets, wanneer van aangezicht tot aangezicht gekomen met de schitterende openbaring van slechts één van Zijn namen, met slechts de zwakste aanduiding van Zijn heerlijkheid - laat staan wanneer hij in tegenwoordigheid staat van Zijn Zelf!

Bij de rechtvaardigheid van Mijn naam, de Albarmhartige! De Pen van de Allerhoogste beeft hevig en is zwaar geschokt bij het openbaren van deze woorden. Hoe klein en onbeduidend is de oneindig kleine druppel vergeleken met de golvende baren van Gods grenzeloze en eeuwigdurende Oceaan, en hoe volkomen verachtelijk moet ieder bijkomstig en vergankelijk ding wel schijnen, wanneer het wordt gesteld tegenover de ongeschapen, de onuitsprekelijke heerlijkheid van de Eeuwige! Wij smeken God, de Almogende, om vergiffenis voor hen die een dergelijke overtuiging aanhangen en dergelijke woorden uitspreken. Zeg: O mensen! Hoe kan een voorbijgaande hersenschim de vergelijking doorstaan met de Bij-Zich-Bestaande, en hoe kan de Schepper vergeleken worden met Zijn schepselen die slechts zijn gelijk het geschrevene van Zijn Pen? Ja, Zijn Geschrift overtreft alle dingen en is geheiligd van, en onmetelijk verheven boven alle schepselen.

Overweegt bovendien de tekenen van de openbaring van God in verhouding tot elkaar. Kan de zon die slechts één van deze tekenen is gelijk in rang worden beschouwd met duisternis? De ene ware God is Mij tot getuige! Geen mens kan dit geloven, tenzij hij behoort tot hen die enghartig zijn en misleid. Zeg: Beschouwt uzelf. Uw nagels en uw ogen zijn allebei delen van uw lichaam. Beschouwt gij ze van gelijke orde en waarde? Als gij ja zegt, zeg dan: gij hebt de Heer, Mijn God, de Alglorierijke waarlijk van bedrog beschuldigd, aangezien gij het ene ontziet en het andere even teder koestert als uw eigen leven.

De grenzen te overschrijden van eigen rang en staat is geenszins geoorloofd. De onkreukbaarheid van iedere rang en staat moet ontegenzeglijk in stand worden gehouden. Hiermee wordt bedoeld dat ieder geschapen ding bezien moet worden in het licht van de plaats die het, zoals verordend, moet innemen.

Men moet er echter wel aan denken dat, toen het licht van Mijn Naam, de Aldoordringende, zijn stralen uitstortte over het heelal, elk geschapen ding volgens een onwankelbaar besluit begiftigd is met het vermogen een bepaalde invloed uit te oefenen en met een onderscheiden deugd is toegerust. Overweegt de uitwerking van vergif. Hoe dodelijk ook, het bezit onder bepaalde voorwaarden het vermogen een heilzame invloed uit te oefenen. De kracht die in al het geschapene is gelegd, is het rechtstreekse gevolg van de openbaring van deze meest gezegende Naam. Verheerlijkt zij Hij Die de Schepper is van alle namen en hoedanigheden! Werpt de boom die verdord en verrot is in het vuur, en verblijft onder de schaduw van de groene, sterke Boom en nuttigt zijn vruchten.

De mensen die in de dagen van de Manifestaties van God leefden, hebben merendeels dergelijke ongepaste uitspraken gedaan. Deze zijn omstandig opgetekend in de geopenbaarde Boeken en heilige Geschriften.

Hij, waarlijk, is een gelovige in de Eenheid Gods die in alle geschapen dingen het teken herkent van de openbaring van Hem Die de eeuwige waarheid is, en niet hij die staande houdt dat het schepsel niet te onderscheiden is van de Schepper.

Overdenkt bijvoorbeeld de openbaring van het licht van de Naam van God, de Opvoeder. Ziet, hoe de bewijzen van zulk een openbaring in alle dingen zichtbaar zijn, hoe de vooruitgang van alle wezens hiervan afhangt. Deze opvoeding is van tweeërlei aard. De ene is universeel. Haar invloed doortrekt alle dingen en schraagt ze. Om deze reden nam God de titel "Heer aller werelden" aan. De andere is voorbehouden aan hen die zich onder de schaduw van deze Naam hebben geschaard en de beschutting hebben gezocht van deze machtigste Openbaring. Zij echter die in gebreke bleven deze beschutting te zoeken, hebben zichzelf van dit voorrecht beroofd, en zijn niet bij machte baat te vinden bij het geestelijke voedsel dat is neergezonden door de hemelse genade van deze Grootste Naam. Hoe groot is de kloof tussen de ene en de andere! Zou de sluier worden opgelicht, en de volle luister van de staat van hen die zich geheel tot God hebben gekeerd en de wereld hebben verzaakt uit liefde voor Hem, zichtbaar worden, dan zou de gehele schepping verstomd staan. De ware gelovige in de Eenheid Gods zal, zoals reeds werd uitgelegd, in zowel de gelovige als de ongelovige de bewijzen herkennen van de openbaring van deze beide Namen. Zou deze openbaring teruggetrokken worden, dan zouden allen omkomen.

Overweegt evenzo de openbaring van het licht van de Naam van God, de Onvergelijkelijke. Ziet, hoe dit licht de gehele schepping heeft omvat, hoe ieder ding het teken van Zijn Eenheid openbaart, van de werkelijkheid getuigt van Hem Die de eeuwige Waarheid is en Zijn soevereiniteit, Zijn Eenheid en Zijn macht verkondigt. Deze openbaring is een teken van Zijn barmhartigheid die al het geschapene omvat. Zij die zich evenwel met Hem gelijkstellen, zijn zich niet bewust van zulk een openbaring en verstoken van het Geloof waardoor zij Hem kunnen naderen en vereend worden met Hem. Getuigt, hoe de verschillende volkeren en geslachten der aarde getuigenis afleggen van Zijn eenheid en Zijn eenzijn erkennen. Zonder het teken van de Eenheid Gods in zich zouden zij nooit de waarheid van de woorden: "Er is geen ander God dan God" hebben erkend. En toch - overweegt hoe jammerlijk zij zich hebben vergist en van Zijn pad zijn afgedwaald. Aangezien zij in gebreke zijn gebleven de soevereine Openbaarder te erkennen, worden zij niet meer gerekend tot degenen die beschouwd kunnen worden als ware gelovigen in de Eenheid Gods.

Dit teken van de openbaring van het goddelijke Wezen in hen die zich met Hem hebben gelijkgesteld, kan in zekere zin worden beschouwd als een weerspiegeling van de luister waarmee de gelovigen worden verlicht. Niemand kan deze waarheid echter begrijpen, behalve de met begrip begiftigden. Zij die de Eenheid Gods waarlijk hebben erkend moeten beschouwd worden als de eerste bewijzen van deze Naam. Zij hebben volop gedronken van de wijn van Gods Eenheid uit de kelk die God hun heeft aangeboden, en hebben hun gelaat tot Hem gekeerd. Hoe enorm groot is de afstand die deze geheiligde wezens scheidt van degenen die zo ver verwijderd zijn van God! ....

God geve dat gij met scherpe blik in alle dingen het teken van de openbaring van Hem Die de Aloude Koning is, moogt ontwaren en erkennen hoe verheven en geheiligd dat allerheiligste Wezen is boven de gehele schepping. Dit, in waarheid, is de wortel en de essentie van geloof in de eenheid en het enig-zijn van God. "God was alleen; er was niemand buiten Hem". Hij is thans wat Hij te allen tijde is geweest. Er is geen ander God dan Hij, de Ene, de Onvergelijkelijke, de Almachtige, de Verhevenste, de Grootste.
XCIV. En nu wat betreft uw zinspeling op het bestaan van twee Goden. Hoedt u, hoedt u, opdat gij er niet toe wordt gebracht u op één lijn te stellen met de Heer, uw God. Hij is en was de enige door alle tijden heen, zonder evenknie of gelijke, eeuwig in het verleden, eeuwig in de toekomst, onthecht van alle dingen, immerblijvend, onveranderlijk, bij-zich-bestaand en Hij is dit vanaf het begin der tijden geweest. Hij heeft in Zijn koninkrijk geen deelgenoot aangesteld, geen raadgever om Hem te raden, niet één die met Hem vergeleken kan worden, niet één die kan wedijveren met Zijn heerlijkheid. Hiervan getuigt ieder atoom van het heelal en, behalve dat, de bewoners van de rijken in den hoge, zij die de verhevenste zetels innemen en wier namen worden herdacht voor de Troon van Heerlijkheid.

Getuig diep in uw hart van dit getuigenis dat God voor Zichzelf heeft bepaald, dat er geen God is buiten Hem, dat al het andere, behalve Hij, is geschapen op Zijn bevel, is gevormd met Zijn welnemen, onderworpen aan Zijn wet, als een vergeten iets is, vergeleken met de glorierijke bewijzen van Zijn éénzijn en als niets, wanneer van aangezicht tot aangezicht gesteld met de machtige openbaringen van Zijn eenheid.

Hij, waarlijk, is in alle eeuwigheid één in Zijn Essentie, één in Zijn hoedanigheden, één in Zijn werken. Alle vergelijkingen zijn slechts van toepassing op Zijn schepselen, en alle opvattingen over associatie zijn opvattingen die uitsluitend tot hen behoren die Hem dienen. Onmetelijk verheven is Zijn essentie boven de beschrijvingen van Zijn schepselen. Hij alleen bekleedt de Zetel van alles te boven gaande majesteit, van verheven en ongenaakbare luister. De vogels van 's mensen hart kunnen, hoe hoog ze ook opstijgen, nooit verwachten de hoogten van Zijn onkenbare Essentie te bereiken. Hij is het, Die de gehele schepping in het leven riep, Die al het geschapene deed ontstaan op Zijn bevel. Moet dan datgene wat geboren werd krachtens het woord dat Zijn Pen heeft onthuld en dat de vinger van Zijn Wil heeft geleid, beschouwd worden als Zijns gelijke of een belichaming van Hemzelf? Het zij verre van Zijn heerlijkheid dat 's mensen pen of tong zou zinspelen op Zijn mysterie of dat 's mensen hart Zijn Essentie zou begrijpen. Al de anderen buiten Hem staan armoedig en troosteloos aan Zijn deur, allen zijn machteloos voor de grootheid van Zijn macht, allen zijn slechts slaven in Zijn Koninkrijk. Hij is rijk genoeg om het zonder schepselen te stellen.

De band van dienstbaarheid, ingesteld tussen de aanbidder en de Aangebedene, tussen het schepsel en de Schepper, moet op zichzelf worden beschouwd als een teken van Zijn genadige gunst aan de mensen, en niet als een aanduiding van enige verdienste die zij mochten bezitten. Hiervan getuigt iedere ware gelovige met inzicht.


XCV. Weet, dat overeenkomstig hetgeen uw Heer, de Heer aller mensen heeft bevolen in Zijn Boek, de gunsten die Hij de mensheid heeft verleend onbeperkt in draagwijdte waren en dit immer zullen blijven. In de allereerste plaats behoort tot deze gunsten die de Almachtige heeft geschonken aan de mens de gave van het verstand. Zijn doel met het verlenen van zulk een gave is geen ander dan Zijn schepsel in staat te stellen de ene ware God - verheven zij Zijn heerlijkheid - te kennen en te erkennen. Deze gave geeft de mens het vermogen in alles de waarheid te onderscheiden, leidt hem tot hetgeen juist is en helpt hem de geheimen der schepping te ontdekken. Op de tweede plaats komt het gezichtsvermogen, het voornaamste werktuig waardoor zijn verstand kan functioneren. De zintuigen als het gehoor, het gevoel en dergelijke moeten evenzo gerekend worden tot de gaven waarmee het menselijk lichaam is begiftigd. Onmetelijk verheven is de Almachtige Die deze vermogens heeft geschapen en onthuld in het lichaam van de mens.

Elk van deze gaven is een ontwijfelbaar bewijs van de majesteit, de kracht, het overwicht en de alomvattende kennis van de ene ware God verheven zij Zijn glorie. Denk na over de tastzin. Zie hoe deze over het gehele lichaam is verspreid. Terwijl het gezichtsvermogen en het gehoor zijn gelokaliseerd, omvat de tastzin het gehele lichaam. Verheerlijkt zij Zijn macht, verheven zij Zijn soevereiniteit.

Deze gaven zijn onafscheidelijk verbonden met de mens. Wat alle andere gaven verre overtreft, onvergankelijk is van aard en tot God Zelf behoort, is de gave van goddelijke Openbaring. Iedere genadegift die de Schepper heeft verleend aan de mens, hetzij stoffelijk of geestelijk, is hieraan ondergeschikt. Het is in wezen, en dit zal altijd zo blijven, het Brood dat neerdaalt uit de Hemel. Het is Gods opperste getuigenis, het duidelijkste bewijs van Zijn waarheid, het teken van Zijn volmaakte milddadigheid, het Kenmerk van Zijn alomvattende barmhartigheid, de proeve van Zijn alomvattende voorzienigheid, het zinnebeeld van Zijn meest volmaakte genade. Degene die in deze Dag Zijn Manifestatie heeft erkend, heeft met recht deel aan deze hoogste gave van God.

Betuig dank aan uw Heer u zo'n grote genadegift te hebben verleend. Verhef uw stem en zeg: Alle lof zij U, o Gij, het Verlangen van ieder begrijpend hart!


XCVI. De Pen van de Allerhoogste roept zonder ophouden; en toch, hoe weinigen hebben het oor geleend aan haar stem! De bewoners van het Koninkrijk van namen hebben zich beziggehouden met de kleurige kledij van de wereld, er niet aan denkend dat ieder mens die ogen heeft om te zien en oren om te horen wel geredelijk moet erkennen hoe kortstondig de kleuren ervan zijn.

In dit tijdperk roert zich een nieuw leven in alle volkeren der aarde; en toch heeft niemand de oorzaak ervan ontdekt of de beweeggrond ertoe waargenomen. Denkt na over de volkeren van het westen. Ziet hoe zij, bij het najagen van wat nutteloos en onbelangrijk is, talloze levens ten offer hebben gebracht ter wille van de vestiging en bevordering hiervan, en dit nog doen. Anderzijds zijn de bewoners van Perzië moedeloos en in doffe onverschilligheid verzonken, alhoewel zij de schatkamer zijn van een klare en stralende openbaring, waarvan de luister, grootheid en roem de gehele aarde omvat.

O vrienden! Verwaarloost niet de deugden waarmede gij zijt begiftigd en veronachtzaamt evenmin uw hoge bestemming. Laat uw arbeid niet vergeefs zijn door de nutteloze voorstellingen die bepaalde mensen zich hebben gevormd. Gij zijt de sterren aan de hemel van begrip, de bries die waait bij het aanbreken van de dag, het zacht voortkabbelende water waarvan het hele leven der mensen afhankelijk is, de letters die op Zijn heilige rol zijn gegrift. Spant u met de grootste eenheid en in een geest van volmaakte kameraadschap in, opdat gij in staat moogt worden gesteld te bereiken hetgeen deze Dag van God betaamt. Voorwaar, Ik zeg u dat onenigheid en strijd en al wat 's mensen verstand verafschuwt, zijn staat volkomen onwaardig zijn. Bundelt uw krachten op de verspreiding van het Geloof van God. Al wie zo'n hoge roeping waardig is, laat hem opstaan om het te bevorderen. Al wie daartoe niet in staat is heeft de plicht iemand aan te wijzen die in zijn plaats deze Openbaring bekend zal maken - een Openbaring waarvan de kracht de fundamenten der machtigste gebouwen deed schudden, iedere berg tot stof deed vergaan en iedere ziel verstomd deed staan. Zou de grootheid van deze Dag in haar volheid worden onthuld, dan zou ieder mens van ontelbare levens afstand willen doen in zijn verlangen deel te hebben aan haar grote luister, al ware het slechts één ogenblik - hoeveel te meer van deze wereld en haar vergankelijke schatten!

Laat u bij al wat u doet, leiden door wijsheid en houdt daar krachtig aan vast. God geve dat gij allen gesterkt moogt worden de Wil van God te volbrengen en genadiglijk moogt worden bijgestaan de rang te erkennen welke verleend is aan diegenen van Zijn geliefden die zijn opgestaan om Hem te dienen en Zijn Naam te verheerlijken. Op hen ruste de heerlijkheid Gods, de heerlijkheid van alles wat in de hemelen en alles wat op aarde is, en de heerlijkheid van de bewoners van het verhevenste Paradijs, de hemel der hemelen.


XCVII. Overdenkt de twijfels welke zij die zich gelijkstelden met God hebben gezaaid in het hart der mensen van dit land. "Is het ooit mogelijk", vragen zij, "dat koper kan worden omgezet in goud?" Zeg: Ja, bij mijn Heer, het is mogelijk. Het geheim ervan ligt evenwel in Onze Kennis verborgen. Wij zullen het onthullen aan wie Wij wensen. Al wie Onze macht in twijfel trekt, laat hij de Heer zijn God vragen, opdat Hij hem het geheim zal onthullen en hem overtuigen van de waarheid ervan. Dat koper in goud kan worden veranderd is op zichzelf een voldoende bewijs dat goud evenzo veranderd kan worden in koper, wanneer zij behoren tot hen die deze waarheid kunnen begrijpen. Van ieder mineraal kan de dichtheid, vorm en substantie worden verkregen van elk ander mineraal. De kennis daarvan ligt bij Ons in het Verborgen Boek.
XCVIII. Zeg: O godsdienstleiders! Weegt het Boek van God niet volgens de onder u gangbare maatstaven en wetenschappen, want het Boek zelf is de nimmer falende Waag die onder de mensen gevestigd is. Op deze meest volmaakte Waag moet alles wat de volkeren en geslachten der aarde bezitten, worden gewogen, terwijl de maat van zijn gewicht moet worden getoetst aan zijn eigen maatstaf, wist gij het slechts.

Uit het oog van Mijn goedertierenheid stromen bittere tranen om u, aangezien gij in gebreke zijt gebleven Hem te erkennen Die gij bij dag en bij nacht, in de avond- en ochtendstond, hebt aangeroepen. Komt nader, o volk, met sneeuwblank gelaat en stralend hart, tot de gezegende en karmozijnrode Plek, vanwaar de Sadratu'l-Muntahá uitroept: "Waarlijk, er is geen God buiten Mij, de Almachtige Beschermer, de Bij-Zich-Bestaande!"

O, gij godsdienstleiders! Wie is de man onder u die met Mij kan wedijveren in visie en inzicht? Waar is degene die er aanspraak op durft te maken Mijn uitspraken en wijsheid te evenaren? Neen, bij Mijn Heer, de Albarmhartige! Alles op aarde zal voorbijgaan; en dit is het gelaat van uw Heer, de Almachtige, de Welbeminde.

Wij hebben verordend, o volk, dat het hoogste en uiteindelijke doel van alle geleerdheid de erkenning is van Hem Die het Oogmerk is van alle kennis; en toch, ziet hoe gij hebt toegelaten dat uw geleerdheid u als door een sluier scheidt van Hem Die de Dageraad is van dit Licht, door Wie al het verborgene is geopenbaard. Zoudt gij slechts de bron kunnen ontdekken van waar de pracht van deze woorden wordt verspreid, dan zoudt gij alle volkeren ter wereld en alles wat zij bezitten verwerpen en deze gezegendste Zetel van heerlijkheid naderen.

Zeg: Dit is waarlijk de hemel waarin het Moederboek wordt bewaard, kon gij het slechts bevatten. Hij is het Die de Rots luide deed roepen, en de Brandende Braamstruik zijn stem deed verheffen, op de Berg die boven het Heilige Land uitrijst, om te verkondigen: "Het Koninkrijk is aan God, de soevereine Heer van allen, de Almogende, de Liefderijke!"

Wij hebben geen enkele school bezocht en geen van uw verhandelingen gelezen. Neigt uw oor naar de woorden van deze Ongeletterde, waarmede Hij u oproept tot God, de Immer Verblijvende. Dit is beter voor u dan alle schatten der aarde, kon gij het slechts bevatten.




1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   14


Dovnload 0.66 Mb.