Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bodembedekkers

Dovnload 7.51 Kb.

Bodembedekkers



Datum08.11.2018
Grootte7.51 Kb.

Dovnload 7.51 Kb.

Bodembedekkers
Bodembedekkers, hoe meer ik er over nadenk, hoe minder ik weet waar ik het eigenlijk over moet hebben. Wat zijn nu eigenlijk bodembedekkers? Moet ik uitgaan van een bepaalde hoogte van een plant, een bepaalde kracht tot woekeren of de mogelijkheid tot uitzaaien?
Iets wat elke plant altijd doet is een stukje van de aarde bedekken. Niet altijd naar onze zin, zeker niet, maar dat is weer een ander verhaal. In wezen zou je dus alle planten onder bodembedekkers kunnen verstaan.

Als ik zo in mijn eigen tuin rondkijk dan gebeurt daar heel wat aan bodembedekking. Ik denk daarbij onder andere aan de klaprozen (Gewone Klaproos, Papaver rhoeas), die een strook grond van één bij twee-en-een-halve meter bedekt hebben achter in de tuin.



Elke ochtend, mits het niet regent, staan ze weer mooi te wezen met hun bloemen naar de zon gericht. In de loop van de dag draaien ze met de zon mee, zodat ze zich ‘s avonds als het ware hebben omgekeerd. ‘s Avonds laten ze ook in groten getale hun bloem­blaadjes vallen, waardoor het lijkt of hun bloei voorbij is. De volgende ochtend echter stralen ze me weer tegemoet en dat gaat zo al weken.
En dan het geweld van de toortsen (Koningskaars, Verbascum thapsus). Ja echt geweld. Wat een groeikracht. Her en der in de tuin verspreid, maar ook op een veldje van drie bij drie, waar ik ze de vorige herfst heb laten staan. Manshoog en bij de vrijstaande een plaats in beslag nemend van wel zo’n anderhalve meter middellijn.
Heel wat bescheidener van omvang is het Driekleurig viooltje (Viola tricolor) dat op zeer onverwachte plekjes haar eigenzinnige kopje opsteekt. Vorig jaar heb ik geprobeerd wat plantjes te verpoten. Een randje viooltjes leek me aardig. Nou dat werd geen succes, er kwam niets van terecht. Ze gingen gewoon dood.
Dan kan ik nog noemen onder andere de Bosaardbeien (Fragaria vesca), Hondsdraf (Glechoma hederacea), Draadereprijs (Veronica filiformis), Penningkruid (Lysimachia nummularia) en de Dagkoekoeksbloem (Silene dioica). Allen, min of meer, redelijk gewenste gasten. Er melden zich echter ook heel wat minder of geheel niet gewenste gasten. Of moet ik hier al van indringers spreken? Eén hiervan is de Paardebloem (Taraxacum officinale). Een prachtige en ook zeer boeiende plant. Alleen niet in zo ’n grote getale in mijn tuin. Maar maak dat een Paardebloem maar eens duidelijk. En dan het Zevenblad (Aegopodium podagraria), dat hardnekkig vanuit de tuin van de buren binnen blijft dringen en waar ik dan ook, even hardnekkig, wekelijks de strijd mee aanbind. Ook met grote geestdrift moet ik zeggen, neemt het Bijenkorfje (Gewone Brunel, Prunella vulgaris), steeds grotere plekken in tussen het gras. Ik weet nog niet of ik daar nu wel of niet blij mee moet zijn.
Het stenen pad, dat door het gazon loopt, zal hoop ik deze opmars stuiten. Anders ben ik bang dat ik volgend jaar een Brunelveld heb, in plaats van een grasveld. Wat te denken trouwens van gras? Toch wel de bodem bedekker bij uitstek. Niet alleen als ‘gazon’ daar waar het ons toch altijd enig moeite kost het ‘gras’ te laten blijven, maar overal waar open plekken ontstaan, zijn de grassen er als eerste bij om die open grond in beslag te nemen. Uiteraard ook in de tuin en daar dan beslist niet gewenst.
Er zijn meer planten die zich juist op die open, soms omgewoelde plekjes in hun element voelen onder andere de aan het begin van dit artikel genoemde Gewone Klaproos.
Boeiend onderwerp toch, die ‘bodembedekkers’. U hoort er nog meer van.
juli 1990

Anny Marsman- Hümmels


Dovnload 7.51 Kb.