Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bourgondië filips de stoute 1342 – 1404 Philippe le Hardi

Dovnload 126.3 Kb.

Bourgondië filips de stoute 1342 – 1404 Philippe le Hardi



Datum26.10.2018
Grootte126.3 Kb.

Dovnload 126.3 Kb.

GESCHIEDENISPERIODE ZEVENDE KLAS DEEL 2: BOURGONDIË en de LAGE LANDEN, REFORMATIE, RENAISSANCE

BOURGONDIË
FILIPS DE STOUTE 1342 – 1404 Philippe le Hardi.

14e eeuw: 100-jarige oorlog: Frankrijk-Engeland.

Jongste zoon van Franse koning. Had geen uitzicht op Franse troon.

Was als jonge knaap al heldhaftig en moedig (vandaar zijn bijnaam): redde zijn vader in de slag bij Pontoise. Hij was toen 14 jaar.

Werd samen met zijn vader (koning van Frankrijk) gevangen genomen door de Engelsen en naar Londen afgevoerd. Een Engelsman die zijn vader beledigde kreeg van hem een klap in het gezicht.

Terug in Frankrijk (1360) krijgt hij van zijn vader het hertogdom Bourgondië.

Hoe kwam dat? Er heerst een pestepidemie. De hertog sterft. Koning Jan, vader van Filips erft het hertogdom en schenkt het aan Filips. Dat is het begin van het glorieuze tijdperk van de hertogen van Bourgondië.

Filips wil zijn gebied zo snel mogelijk uitbreiden.

Hij trouwt met Margaretha van Male (geeft haar vader 100.000 pond in ruil, want Margaretha was al met een ander verloofd) en krijgt zo het graafschap Franche-comté erbij én het graafschap Vlaanderen. Met daarbij Antwerpen en Mechelen. Het graafschap Vlaanderen was toen het rijkste deel van Europa. Het huwelijk wordt op fantastische wijze gevierd in Gent.

Was hij knap?



Had grote neus en een kin die vooruitstak. Al zijn nakomelingen zullen die kenmerken hebben.
Tijdgenoten beweren dat Filips niet echt aantrekkelijk was. Wel straalde hij energie en vitaliteit uit. Hij was groot en atletisch gebouwd, donker van huid, met felle, beweeglijke ogen. Hij vertoonde een typische trek van de Valois, het sterk geprononceerde reukorgaan. Zijn onderkaak sprong enigszins vooruit, een opmerkelijk lichaamskenmerk dat bij zijn Habsburgse afstammelingen karikaturale dimensies zou aannemen. Hij reed heel graag te paard, reisde in drie dagen van Dijon naar Parijs, en vandaar weer naar Vlaanderen en als hij niet op reis was ging hij jagen. De avonden bracht hij vaak door met balspel (‘jeu de paume’) of dobbelen. Hij maakte graag indruk met zijn uiterlijk, zijn kleding en zijn manier van leven. Een gouden ketting met een adelaar en een leeuw die zijn lijfspreuk En Loyauté droegen, gevat in parels en edelstenen, behoorde tot zijn geliefde juwelen. Hij ging graag mooi gekleed, veranderde vaak van kleding en verzorgde zijn lichaam. Hij baadde elke avond met geparfumeerd water, in die tijd echt uitzonderlijk. Margaretha, zijn vrouw, was niet bepaald mooi, maar hij hield van haar en verwende haar met geschenkjes, juwelen en bosjes bloemen (margrieten). Hun ineengestrengelde initialen “P & M” liet hij overal aanbrengen, op wandkleden, tot zelfs op het beeldhouwwerk van Dijon en Champmol. Ook hield de praalzuchtige Filips van feesten en lekker eten, het begin van het spreekwoordelijke “Bourgondische” hofleven. Hij bouwde zich te Dijon een groot paleis waar hij, omringd door Vlaamse schilders en beeldhouwers, er een luxueuze hofhouding op na hield. Zijn bibliotheek is vermaard om haar kostbare handschriften.
Zijn voornaamste doel was echter om koning van Frankrijk te worden. Hij kreeg bijna de kans toen hij voogd werd over zijn neefje die te jong was om koning te worden. Maar toen dit neefje oud genoeg was, stuurde hij zijn oom Filips wandelen. Die was er woest om, maar kon niets doen.

Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, werd een dagje ouder. Zijn opvolging was verzekerd en zijn persoonlijk bezit voortdurend gegroeid. In het besef dat zijn taak in het ondermaanse spoedig ten einde zou lopen, begon hij schikkingen te treffen voor zijn begrafenis. In 1383 gebood hij de bouw van het Kartuizersklooster van Champmol (bij Dijon), waar hij een koninklijk mausoleum voor zichzelf en zijn geslacht voorzag. Dit schitterende geheel werd door de beste kunstenaars uit die tijd gerealiseerd.

In Brussel was ook zijn tante, hertogin Johanna van Brabant, een oude vrouw geworden. Zij verzocht haar erfgenaam Antoon onverwijld naar Brabant af te reizen om de laatste administratieve formaliteiten voor haar opvolging te regelen. Filips de Stoute wilde persoonlijk assisteren en vertrok samen met zijn drie zonen naar Brussel, waar ze aankwamen op 16 april 1404. Nog dezelfde avond organiseerde de hertog een “Bourgondisch” feestmaal waarop alle edellieden van de Nederlanden waren uitgenodigd. Een kwalijke griep woedde echter in Brabant en ook de vermoeide Filips de Stoute raakte besmet. De hertog voelde zich verzwakken en wilde zo snel mogelijk vertrekken: als hij toch moest sterven, dan liever in Dijon. Een reiswagen met ligbed werd klaargemaakt en op zaterdag 26 april vertrok het gezelschap uit Brussel. Boeren uit de buurt werkten de hele nacht door om zoveel mogelijk hindernissen uit de weg te ruimen voor de zieke hertog. Filips moest uiteraard voorbij Halle, waar hij het vermaarde Mariabeeld voor het herstel van zijn gezondheid wilde aanbidden. Maar zijn toestand ging snel achteruit en in de ochtend van zondag 27 april gaf hij de geest. Justus Lipsius schreef dat hij stierf “in de Burcht, waar hij ook vroeger meer dan eens had verbleven”, maar voegde er volledigheidshalve ook aan toe dat hij bij de kroniekschrijver Jean Froissart vond dat het in de herberg “Het Hert” gebeurde, vlak tegenover de kerk.


Het plotse overlijden van Filips de Stoute bracht het reisgezelschap enigszins in verlegenheid. De hertog bleek namelijk niet genoeg geld bij zich te hebben om de lopende onkosten te betalen. Zijn zonen moesten tafelzilver verpanden en zijn weduwe Margareta legde beschaamd haar beurs, sleutelbos en gordel neer op de lijkkist, een symbolisch gebaar waarmee zij afstand deed van haar rechten op zijn aardse bezittingen. De Halse middenstanders verkozen wijselijk eieren voor hun geld. Uiteindelijk was een kartuizersklooster in het naburige Herne bereid een pij te bezorgen, waarin Filips begraven wenste te worden. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Brussel overgebracht waar men zijn lichaam gedurende enkele weken voorbereidde en het balsemde. Vervolgens werd het lichaam van Filips de Stoute, stichter van de Bourgondische dynastie en machtigste vorst van Europa, begraven in de crypte van het kartuizersklooster van Champmol. Tot de Franse Revolutie zou hij daar rusten in de weelderige tombe die hij had besteld bij Claus Sluter, tot heden een der mooiste verwezenlijkingen van de Bourgondische kunst. Zijn gebalsemde hart werd bijgezet in de kathedraal van Saint-Denis bij Parijs en zijn ingewanden werden begraven in de crypte van de Sint-Martinuskerk te Halle.

JAN ZONDER VREES (1371 – 1419) Jean sans Peur.
Kreeg zijn bijnaam door zijn moedig optreden in de kruistocht.

Wilde net als zijn vader koning van Frankrijk worden. Kreeg Parijs zelfs in handen.

Bij de onderhandelingen met de Engelsen na de slag bij Azincourt werd hij vermoord.
Zijn naam leeft voort in het Vlaamse jeugdboek: JAN ZONDER VREES, al gaat het hier over een andere Jan, namelijk de Antwerpse folkloristische figuur over wie talrijke sagen de ronde deden. Jan is een sterke, dappere man die voor niets of niemand bang is, vandaar zijn bijnaam “Jan zonder vrees”, dezelfde dus als de middeleeuwse hertog Jan Zonder Vrees.

In 1910 schreef Constant de Kinder (13 april 1863- 24 december 1943) een populaire jeugdroman rond de figuur: De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees.

Volgens De Kinders boek werd Jan zonder Vrees in 1410 in Antwerpen geboren, in het “Krabbenstraatje” (De Krabbenstraat). Hij wordt opgevoed door zijn grootmoeder, Moeder Neeltje, een visverkoopster. Jan noemt haar lieflijk "Grootje" en gebruikt ook vaak de uitdrukking "Bij de muts van mijn grootje!", als hij iets ziet dat hem verbaast of kwaad maakt. Als jongen blijkt hij al ijzersterk te zijn en komt op voor de zwakkeren. Sommige mensen bekritiseren hem omdat hij dezelfde naam als hun gevierde hertog heeft. Anderen bewonderen hem en noemen hem "Sterke Jan" of "Jan Onversaagd". Jan is namelijk van niemand bang: "mens noch dier, hel noch duivel". De enige die hem in bedwang kan houden is Moeder Neeltje. Jan weigert een vak te leren omdat hij vrij wil blijven, maar gaat af en toe de schippers helpen met het in- en uitladen van hun schepen. Een aantal keer raakt hij in gevecht met mensen die zich naar zijn gevoel onrechtvaardig gedragen. Steeds komt hij als overwinnaar uit de bus.

Jan heeft een neef, Thijs (door anderen "Rebbe" genoemd), met wie hij al jaren op slechte voet leeft. Thijs werkt als knecht van de grafdelver en is jaloers op Jans kracht. Op een dag besluit Thijs zich als spook te verkleden en Jan tijdens een wandeling op het kerkhof de stuipen op het lijf te jagen. Jan smijt Thijs echter tegen een muur, waarop hij op slag dood is. Als Thijs' moeder, Bella, hiervan hoort laat ze Jan oppakken wegens moord. Uit medelijden met de zwakke mannen die hem komen arresteren, laat Jan zich gewillig naar Het Steen voeren. Daar smijt iemand hem een steen in zijn nek. Jan rukt zich los en smijt de dader in de Schelde. Hij besluit de stad te ontvluchten om de bevolking en zijn grootmoeder meer onheil te besparen.


OPDRACHT:

Zoek op internet op welke manier de figuur Jan zonder Vrees gebruikt werd in toneel, film, strips, muziek enz. Maak een lijst van de titels, auteurs en acteurs.



Filips II de Stoute (Frans: Philippe II le Hardi) (Pontoise, 17 januari 1342 - Halle, 27 april 1404) was hertog van Bourgondië, stamvader van de Bourgondische hertogelijke dynastie. Zijn bijnaam "de Stoute" moet begrepen worden als stoutmoedig, dapper, en slaat dus niet op ondeugendheid.

Reeds als kind onderscheidde Filips zich door zijn heldhaftig karakter. Zijn bijnaam dankte hij aan zijn moedig optreden tijdens de Honderdjarige Oorlog. Tijdens de Slag bij Poitiers in 1356 stond hij als 14-jarige knaap aan de zijde van zijn vader en wist hem door zijn alertheid en raadgevingen zelfs het leven te redden. Niettemin moest het Franse leger het onderspit delven en werd Filips samen met zijn vader krijgsgevangen gemaakt door de Engelsen.[1] Toen hij hoorde hoe een Engelse edelman zich laatdunkend uitliet over de koning van Frankrijk, verkocht hij deze spontaan een slag in het gezicht. Vader en zoon verbleven verder als gevangenen van koning Eduard III te Londen, totdat in 1360 de Vrede van Brétigny werd ondertekend.

Als jongste van vier koningszonen kwam Filips niet in aanmerking voor de troonopvolging in Frankrijk. Als apanage kreeg hij van zijn vader in 1364 het hertogdom Bourgondië in leen, dat wil zeggen voogdij over een betrokken territorium om met de inkomsten in zijn onderhoud te kunnen voorzien.

De periode van de Bourgondische hertogen uit het Franse koningsgeslacht de Valois ving aan toen zijn vader koning Jan II van Frankrijk in 1361 het hertogdom Bourgondië (‘Bourgogne’) erfde. Het welvarende Bourgondië werd in die dagen zwaar op de proef gesteld: een pestepidemie decimeerde de bevolking en velde ook de kinderloze hertog Filips van Rouvres, een jongen van amper vijftien.[2] Zijn nauwste nog levende verwant was koning Jan II. Deze was er als de kippen bij om in Dijon zijn erfenis op te eisen. Hij schonk het aan zijn jongste zoon Filips.[3]

Jan II overleed in 1364 en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Karel V. Vanaf zijn aanstelling te Dijon koesterde Filips ambitieuze plannen om zijn gebied uit te breiden. Zijn oog viel op het aangrenzende graafschap Bourgondië (met hoofdstad Besançon), later gekend als het Franche-Comté. Sinds de opdeling van het rijk van Karel de Grote behoorde het Comté (= graafschap) tot het Heilige Roomse Rijk, maar Filips beschouwde het als le complément obligé van het hertogdom Bourgondië (met hoofdstad Dijon). Om zijn doel te bereiken paste hij een beproefde strategie toe: de huwelijkspolitiek. Het Comté behoorde toe aan Lodewijk van Male, tevens graaf van Vlaanderen (r. 1346-1384), die het had geërfd van zijn moeder. Na zijn dood zou het beheer overgaan op zijn dochter Margaretha van Male, die nog was verloofd geweest met de betreurde hertog Philippe de Rouvres. Filips kreeg het voor elkaar dat hij in 1369 te Gent op luisterrijke wijze in het huwelijk trad met Margaretha van Male, enige dochter en erfgename van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male.[4] Dat er aan de grootse Bourgondische feestelijkheden een stevig prijskaartje hing, kon Filips niet deren: via zijn echtgenote was hij nu erfgenaam van het rijke Vlaanderen, in die dagen het welvarendste gebied in Europa. Zelfs schoonvader Lodewijk keek met welbehagen toe: de transactie had zijn schatkist immers honderdduizend pond zwaarder gemaakt.

Tijdgenoten beweren dat Filips niet echt aantrekkelijk was. Wel straalde hij energie en vitaliteit uit. Hij was groot en atletisch gebouwd, donker van huid, met felle, beweeglijke ogen. Hij vertoonde een typische trek van de Valois, het sterk geprononceerde reukorgaan. Zijn onderkaak sprong enigszins vooruit, een opmerkelijk lichaamskenmerk dat bij zijn Habsburgse afstammelingen karikaturale dimensies zou aannemen. Hij reed heel graag te paard, reisde in drie dagen van Dijon naar Parijs, en vandaar weer naar Vlaanderen en als hij niet op reis was ging hij jagen. De avonden bracht hij vaak door met balspel (‘jeu de paume’) of dobbelen. Hij maakte graag indruk met zijn uiterlijk, zijn kleding en zijn manier van leven. Een gouden ketting met een adelaar en een leeuw die zijn lijfspreuk En Loyauté droegen, gevat in parels en edelstenen, behoorde tot zijn geliefde juwelen. Hij ging graag mooi gekleed, veranderde vaak van kleding en verzorgde zijn lichaam. Hij baadde elke avond met geparfumeerd water, in die tijd echt uitzonderlijk. Margaretha, zijn vrouw, was niet bepaald mooi, maar hij hield van haar en verwende haar met geschenkjes, juwelen en bosjes bloemen (margrieten). Hun ineengestrengelde initialen “P & M” liet hij overal aanbrengen, op wandkleden, tot zelfs op het beeldhouwwerk van Dijon en Champmol. Ook hield de praalzuchtige Filips van feesten en lekker eten, het begin van het spreekwoordelijke “Bourgondische” hofleven. Hij bouwde zich te Dijon een groot paleis waar hij, omringd door Vlaamse schilders en beeldhouwers, er een luxueuze hofhouding op na hield. Zijn bibliotheek is vermaard om zijn kostbare handschriften.

Op 28 mei 1371 werd te Dijon de eerste zoon van Filips de Stoute en Margaretha van Male geboren: Jan zonder Vrees.[4] Nog zes kinderen zouden volgen: vier dochters Margaretha (1374-1441), Catharina (1378-1425), Bonne (1379-1398), Maria (1386-1428)[5] en twee zonen: Antoon (1384-1415)[4] en Filips (1389-1415).[4] Filips gunde zijn kinderen weinig vrijheid. Hij bekommerde zich om hun opvoeding en regelde hun huwelijken. Zelfs de erfprins Jan diende zich op officiële aangelegenheden aan vooraf gedicteerde regels en uitspraken te houden.

Heel zijn leven bleef Filips de Stoute uitkijken naar kansen om zijn macht en invloed uit te breiden, zo mogelijk tot in Parijs. Die gelegenheid bood zich aan toen zijn broer koning Karel V in 1380 overleed en opgevolgd werd door zijn zoontje Karel VI, een kind van twaalf, later bijgenaamd de Waanzinnige. Van 1380 tot 1388 was Filips de leidende figuur in de voogdijraad die het bestuur over Frankrijk uitoefende tijdens de minderjarigheid van zijn neefje. Gedurende deze periode verbleef hij haast uitsluitend te Parijs: het beheer van zijn eigen gebieden liet hij over aan Margaretha. Naast Filips zaten in deze raad ook zijn broers Jan van Berry en Lodewijk I van Anjou. Van deze bevoorrechte positie maakte Filips gebruik om de koning ertoe te bewegen het Franse leger in te zetten in de Slag bij Westrozebeke (29 november 1382), om de Gentse opstand onder leiding van Filips van Artevelde tegen zijn schoonvader graaf Lodewijk van Male neer te slaan en op die manier zijn Vlaamse erfenis veilig te stellen, zonder dat het hem een cent kostte. De dichte Vlaamse mist stak het Franse leger een handje toe om de Witte Kaproenen een lesje te leren. Kortrijk werd met de grond gelijk gemaakt.

Maar Karel VI bleef geen kind: in 1388 bedankte de jonge koning zijn drie ooms voor de bewezen diensten en ging voortaan zonder hun wijze raad regeren. Een woedende Filips snauwde zijn neef cynisch toe: Le roi est jeune! Le temps viendra où ceux qui le conseillent se repentiront de leur décision – et le roi aussi! Vier jaar later zou hij gelijk krijgen.

Toen Lodewijk van Male in 1384 overleed, werd Filips ook graaf van Vlaanderen (met inbegrip van het markgraafschap Antwerpen en de stad Mechelen) alsook van Artesië, Nevers en Rethel. Op de Franche-Comté had hij al eerder zijn hand weten te leggen. Daarmee was de basis gelegd voor een machtige bufferstaat tussen Frankrijk en het Heilig Roomse Rijk: een Bourgondisch rijk dat zich uitstrekte van Midden-Frankrijk tot de Noordzee. Alom werd hij beschouwd als de machtigste vorst van Europa. Dat bleek o.a. in 1396, toen zijn zoon Jan zonder Vrees deelnam aan de “Kruistocht van Nikópolis” tegen de Osmaanse Turken die het koninkrijk Hongarije bedreigden. De kruistocht werd een fiasco: Jan werd gevangengenomen op 25 september, en de hertog van Bourgondië moest losgeld neertellen om zijn zoon weer vrij te krijgen. De Turken meenden zelfs dat zij de “zoon van de koning van Vlaanderen” gegijzeld hielden.

Filips probeerde op verscheidene manieren zijn gezag nog uit te breiden naar de aangrenzende gewesten. In 1385, tijdens het Dubbelhuwelijk van Kamerijk, werd het huwelijk gesloten van zijn kinderen Margaretha en Jan met respectievelijk graaf Willem VI van Holland en Margaretha van Beieren-Straubing, die de kinderen waren van Albrecht van Beieren (r. 1389-1404), graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. In 1390 wist hij bovendien de kinderloze hertogin Johanna van Brabant (r. 1355-1406) ertoe te bewegen het hertogdom af te staan aan haar nicht (en Filips echtgenote) Margaretha van Male. De Staten van Brabant namen met deze overeenkomst geen genoegen, maar moesten uiteindelijk wel aanvaarden dat Filips' tweede zoon Antoon van Bourgondië als opvolger van Johanna werd aangesteld. In hetzelfde jaar kocht Filips ook nog het graafschap Charolais.

Een tweede kans om zich met het koninklijke gezag te Parijs te gaan bemoeien kreeg hij onverwacht in 1392, toen koning Karel VI ten prooi viel aan een geestesziekte. Wederom nam Filips de Stoute het regentschap over Frankrijk op zich. Intussen zorgde hij er voor, in zijn hoedanigheid van graaf van Vlaanderen, dat hij Engeland, dat nog altijd met Frankrijk in de Honderdjarige Oorlog verwikkeld was, niet al te zeer van zich vervreemdde. Vlaanderen was met haar wolproductie economisch erg afhankelijk van Engeland. In 1396 wist Filips een overeenkomst te sluiten waarbij vrij handelsverkeer tussen Engeland en Vlaanderen werd toegestaan.

Binnen zijn eigen gewesten liet Filips de plaatselijke bestuursinstellingen bestaan - dit tot grote vreugde van de Vlaamse steden - maar maakte ze ondergeschikt aan door hem ingestelde, centrale regeringsorganen. In 1385 benoemde hij voor het dagelijks bestuur over zijn gebieden een kanselier, Jean Canard (ca. 1350-1407), die werd bijgestaan door een hofraad. Kanselier Canard bleef in functie tot 1405 en fungeerde als Filips' rechterhand. In 1386 richtte de hertog van Bourgondië in Rijsel (voor de noordelijke gebieden) en in Dijon (voor de zuidelijke gebieden) een Rekenkamer in voor de financiële administratie, evenals een Raadkamer, een soort hof van beroep dat vonnissen van de plaatselijke rechtbanken kon vernietigen.

Intussen werd Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, een dagje ouder. Zijn opvolging was verzekerd en zijn persoonlijk bezit voortdurend gegroeid. In het besef dat zijn taak in het ondermaanse spoedig ten einde zou lopen, begon hij schikkingen te treffen voor zijn begrafenis. In 1383 gebood hij de bouw van het Kartuizersklooster van Champmol (bij Dijon), waar hij een koninklijk mausoleum voor zichzelf en zijn geslacht voorzag. Dit schitterende geheel werd door de beste kunstenaars uit die tijd gerealiseerd.

In Brussel was ook zijn tante, hertogin Johanna van Brabant, een oude vrouw geworden. Zij verzocht haar erfgenaam Antoon onverwijld naar Brabant af te reizen om de laatste administratieve formaliteiten voor haar opvolging te regelen. Filips de Stoute wilde persoonlijk assisteren en vertrok samen met zijn drie zonen naar Brussel, waar ze aankwamen op 16 april 1404. Nog dezelfde avond organiseerde de hertog een “Bourgondisch” feestmaal waarop alle edellieden van de Nederlanden waren uitgenodigd. Een kwalijke griep woedde echter in Brabant en ook de vermoeide Filips de Stoute raakte besmet. De hertog voelde zich verzwakken en wilde zo snel mogelijk vertrekken: als hij toch moet sterven, dan liever in Dijon. Een reiswagen met ligbed werd klaargemaakt en op zaterdag 26 april vertrok het gezelschap uit Brussel. Boeren uit de buurt werkten de hele nacht door om zoveel mogelijk hindernissen uit de weg te ruimen voor de zieke hertog. Filips moest uiteraard voorbij Halle, waar hij het vermaarde Mariabeeld voor het herstel van zijn gezondheid wilde aanbidden. Maar zijn toestand ging snel achteruit en in de ochtend van zondag 27 april gaf hij de geest. Justus Lipsius schreef, zonder bronvermelding, dat hij stierf “in de Burcht, waar hij ook vroeger meer dan eens had verbleven”, maar voegde er volledigheidshalve ook aan toe dat hij bij de kroniekschrijver Jean Froissart vond dat het in de herberg “Het Hert” gebeurde, vlak tegenover de kerk.

Het plotse overlijden van Filips de Stoute bracht het reisgezelschap enigszins in verlegenheid. De hertog bleek namelijk niet genoeg geld bij zich te hebben om de lopende onkosten te betalen. Zijn zonen moesten tafelzilver verpanden en zijn weduwe Margareta legde beschaamd haar beurs, sleutelbos en gordel neer op de lijkkist, een symbolisch gebaar waarmee zij afstand deed van haar rechten op zijn aardse bezittingen. De Halse middenstanders verkozen wijselijk eieren voor hun geld. Uiteindelijk was een kartuizersklooster in het naburige Herne bereid een pij te bezorgen, waarin Filips begraven wenste te worden. Na zijn dood werd zijn lichaam naar Brussel overgebracht waar men zijn lichaam gedurende enkele weken voorbereidde en het balsemde. Vervolgens werd het lichaam van Filips de Stoute, stichter van de Bourgondische Valoisdynastie en machtigste vorst van Europa, begraven in de crypte van het kartuizersklooster van Champmol. Tot de Franse Revolutie zou hij daar rusten in de weelderige tombe die hij voor zich had besteld bij Claus Sluter, tot heden een der mooiste verwezenlijkingen van de Bourgondische kunst. Zijn gebalsemde hart werd bijgezet in de kathedraal van Saint Denis bij Parijs en zijn ingewanden werden begraven in de crypte van de Sint-Martinuskerk te Halle.



Philips de Stoute, Philippe le Hardi, Philipp the Bold, Philipp der Kühne



Onbekende meester. 16e eeuw, Versailles.


Portrait de Philippe II, dit « le Hardi », école flamande, xvie siècle, musée de l'hospice Comtesse, Lille.

Meer afbeeldingen in map bourgondië (in map geschiedenis-zevende-klas-deel-2).
JAN ZONDER VREES

Jan zonder Vrees (Frans: Jean sans Peur) (Dijon, 28 mei 1371 – Montereau, 10 september 1419) was hertog van Bourgondië. Hij werd geboren in Dijon en was de oudste zoon van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië en Margaretha van Male. In 1419 werd hij vermoord in Montereau-Fault-Yonne. Hij dankt zijn bijnaam aan zijn deelname aan de kruistocht tegen de Ottomaanse sultan Bayezid I, die het Hongaarse koninkrijk bedreigde. In de Slag bij Nicopolis (1396) werd hij gevangengenomen en voor een enorm bedrag vrijgekocht door zijn vader.

Hij was gehuwd met Margaretha van Beieren-Straubing, een dochter van de Hollandse graaf Albrecht van Beieren. Uit dit huwelijk werden geboren:

Margaretha (1393 - 2 februari, 1441), gehuwd met Arthur III van Bretagne.

Maria (1393 - 30 oktober, 1463), in 1406 gehuwd met Adolf IV van Kleef-Mark

Filips de Goede (1396 - 1467)

Anna (1404 – 14 november, 1432, gehuwd met Jan van Bedford, zoon van Hendrik IV van Engeland,

Agnes van Bourgondië (1407 – 1 december, 1476, Château de Moulins)

Isabella (? - 1412), gehuwd met Olivier van Châtillon,

Catharina (1391 - 1414)

Daarnaast had hij onwettige kinderen bij:

Agnes van Croÿ: Jan van Bourgondië, (1404-1479), die bisschop van Kamerijk werd.

Margaretha van Borsselen, 3 kinderen: Gwijde, Antoon en Filippotte.

Na de dood van Filips de Stoute werd het Bourgondische grondgebied verdeeld onder zijn drie zoons. Hierdoor werd het oorspronkelijke grondgebied erg versnipperd. Jan zonder Vrees, zijn broer Antoon en hun zwager, Willem VI, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen, besloten daarom een familieverbond te sluiten. Jans andere broer Filips van Nevers deed hier niet aan mee.

Toen Jan zonder Vrees in 1404 zijn vader opvolgde trad hij in zijn voetsporen in het gevecht om de macht in Frankrijk. De strijd tussen de aanhangers van Jan (de Bourguignons) en die van Lodewijk I van Orléans (de Armagnacs) werd steeds grimmiger. Beiden probeerden ze de macht naar zich toe te trekken: Lodewijk werd openlijk de geliefde van koningin Isabella (de vrouw van Karel VI) en Jan lukte het om zich uit te laten roepen tot beschermer van de kroonprins en de andere kinderen van de koning. De situatie stond op scherp. Ondanks verzoeningspogingen van hun oom Jan van Berry, liet Jan Lodewijk vermoorden. Jan gaf de opdracht voor de moord toe en zei dat het een ‘tiranmoord’ was. De moord was volgens hem dus nodig en wettig.

Na de moord werd graaf Bernard VII van Armagnac de leider van de anti-Bourgondische partij (de ‘Armagnacs’). Jan veroverde in 1413 Parijs, maar een jaar later heroverde Bernard de stad en verdedigde haar vervolgens met succes. Het jaar daarop sloten zij een overeenkomst die tot stand was gekomen door bemiddeling van Jans broer Antoon en Margaretha van Holland-Henegouwen. Jan moest afzien van elk bondgenootschap met Engeland en alle Franse steden en sterkten teruggeven.

Ondertussen waren de Engelsen weer begonnen aan een invasie van Frankrijk onder leiding van Hendrik V van Engeland. Bourgondië hield zich neutraal en liet de invasie toe. Na mislukte vredesbesprekingen volgde in 1415 de Slag bij Azincourt. Wederom werd het Franse leger verslagen. Jan zonder Vrees hield zich afzijdig, terwijl zijn broers Antoon en Filips wel meevochten met de Fransen. Beiden sneuvelden.

In de jaren daarna greep Jan zonder Vrees de kans om in Frankrijk weer de macht in handen te krijgen. Het noorden van Frankrijk werd veroverd en in 1418 veroverde hij Parijs, de Dauphin (de latere Karel VII) ontsnapte echter. Bernard VII van Armagnac werd gevangengenomen en kort daarop vermoord. Bourgondië was geen openlijke bondgenoot van Engeland, maar deed ook niets voor en na de val van Rouen. Het Noorden van Frankrijk was nu in handen van de Engelsen en Parijs in de handen van Bourgondië. De Dauphin wilde toen vrede sluiten met Jan zonder Vrees, aldus geschiedde in 1419. Echter, tijdens het tweede overleg, om de zaak officieel te maken, werd Jan samen met zijn lijfwacht vermoord.

Hij werd opgevolgd door zijn zoon Filips de Goede.
FILIPS DE GOEDE

Filips de Goede, ook genaamd Filips III van Bourgondië (Dijon, 31 juli 1396 – Brugge, 15 juni 1467) was hertog van Bourgondië van 1419 tot aan zijn dood. Als landsheer van Vlaanderen, Brabant, Namen en Limburg heeft hij een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Nederlanden. Gedurende korte periode was hij ook graaf van Charolais. Hij is de stichter van de Orde van het Gulden Vlies.

Na de dood van zijn vader, Jan zonder Vrees, volgde Filips hem op in het hertogdom Bourgondië en in de graafschappen Vlaanderen en Artesië (Artois). Tijdens zijn bestuur verwierf hij vervolgens het graafschap Namen (1429), de hertogdommen Brabant en Limburg door erfopvolging van Filips van Saint-Pol (1430), de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen (1433) alsook het hertogdom Luxemburg (1451).

Na de moord op zijn vader wendde hij zich af van Frankrijk en begon zich na de indrukwekkende expansie van zijn rijk tijdens het bewind van zijn vader te richten op de interne consolidatie van zijn gebieden. In zijn rol als heer van de Nederlandse gewesten voerde hij veel hervormingen door die het bestuur over zijn gebied moesten vergemakkelijken. Vooreerst begon hij aan de invoering van een centraal bestuur voor alle Nederlandse gewesten, alsmede een centrale rechtspraak (de Grote Raad) en een centrale inning van belastingen in de vorm van één enkele som voor het hele gebied, die door de gewesten opgebracht werd volgens een door henzelf vast te stellen verdeelsleutel. Om dit centraal overleg mogelijk te maken, stelde Filips de eerste Staten-Generaal in. Hun eerste belangrijke bijeenkomst was in het jaar 1464 in Brugge. Deze vergadering ging de geschiedenis in als de eerste van de Staten-Generaal. Deze centrale instellingen van Filips legden de basis voor de Nederlanden als land (als groter geheel dan alleen de afzonderlijke gewesten) door de gewesten te confronteren met het feit dat ze gezamenlijke belangen hadden tegenover één enkele vorst.

In 1453 versloeg hij de Gentenaars tijdens de slag bij Gavere.

In 1454 nam hij na de val van Constantinopel het kruis aan tijdens het banket van de fazant waar de aanwezigen de beroemde Vœu du faisan (Eed bij de fazant) zwoeren, mogelijk om de nederlaag van zijn vader tijdens de Slag bij Nicopolis van 1396 te wreken. In de eerste vergadering van de Staten-Generaal werd het regentschap besproken tijdens de afwezigheid van Filips, maar voor hij op kruistocht kon vertrekken, zakte hij in 1465 weg in seniliteit en zijn zoon Karel de Stoute nam van toen af aan de staatszaken waar.



Filips de Goede was de zoon van Jan zonder Vrees en Margaretha van Beieren-Straubing en trouwde drie keer.

Eerste huwelijk in 1409 met Michelle van Valois (1395-1422), dochter van Karel VI van Frankrijk en van Isabella van Beieren,

Tweede huwelijk in 1424 met Bonne van Artesië (1396-1425), dochter van Filips van Artesië en van Maria van Berry,

Derde huwelijk op 7 januari 1430 te Sluis met Isabella van Portugal (1397-1472). Zij kregen drie kinderen:

Antoon (Brussel, 30 september 1430 – Brussel, 5 februari 1432)

Josse (Gent, 24 april 1432 - na 6 mei 1432)

Karel de Stoute (1433-1477).

Filips had ook 30 bekende maîtresses en 18 toegegeven bastaardkinderen, onder wie:

Corneille van Bourgondië (c. 1420 - 1452), ook gekend als Cornelis van Beveren, gedood bij de slag van Bazel (1452);

Antoine van Bourgondië (1421 - 5 mei 1504), graaf van La Roche, Sainte-Menehould, Guînes, heer van Crèvecoeur en Beveren;

David van Bourgondië, (c. 1427 - 1496) die bisschop van Utrecht werd;

Anna van Bourgondië (c. 1435 - 1508), gouvernante van Maria van Bourgondië, gehuwd met Adriaan van Borssele en later met Adolf van Kleef-Ravenstein;

Raphaël van Bourgondië ook genoemd Raphaël de Marcatellis, (c. 1437 - 1508), abt van de Sint-Baafsabdij te Gent en van de Sint-Pietersabdij te Oudenburg;

Boudewijn van Bourgondië (c. 1446 - 1508), heer van Fallais, Peer, Boudour, Sint-Annaland, Lovendegem, Zomergem en Fromont;

Filips van Bourgondië (1464 - 1524), Bisschop van Utrecht

Antoine en Corneille zouden zijn lievelings-bastaards geweest zijn; zij droegen (eerst Corneille, dan Antoine) de titel van Groot-bastaard van Bourgondië (Grand bâtard de Bourgogne)
Filips de Goede krijgt het Remissorium Philippi, een register van het archief van de Hollandse graven, waarmee hij goed inzicht kreeg in de talloze privileges die in Holland en Zeeland van kracht waren.

Diplomatiek ging Filips de Goede veel voorzichtiger te werk dan Jan zonder Vrees of zijn opvolger, Karel de Stoute. Hoewel hij handig gebruik maakte van de tweestrijd tussen Engeland en Frankrijk gedurende de Honderdjarige Oorlog nam hij zelden direct deel aan het conflict. In een campagne tegen Compiègne arresteerde hij Jeanne d'Arc, die hij uitleverde aan de Engelsen. Uiteindelijk dwong hij in 1435 de Franse koning tot verzoening in de Vrede van Atrecht. In 1436 besloot hij tot het beleg van Calais om deze stad op de Engelsen te veroveren, maar moest zijn pogingen staken.

Zijn verdere expansiepolitiek was vooral gebaseerd op erfenissen en het opkopen van titels. Een eenmalige ingreep in de Hoekse en Kabeljauwse twisten zorgde ervoor dat Filips bij de Zoen van Delft zowel Holland, Zeeland als Henegouwen kon annexeren op Jacoba van Beieren.

Het Bourgondische rijk omvatte de dichtstbevolkte en de rijkste gebieden van West-Europa. Niet toevallig liet Filips de Goede zich dan ook noemen als de "grand duc du ponant" (grote hertog van het westen), om hierbij zijn onafhankelijkheid de facto van Frankrijk te beklemtonen. Hoewel de burgers in de steden zich door hun economische macht steeds meer privileges begonnen toe te eigenen profiteerde de aristocratie op extravagante wijze mee van de rijkdom van zijn hof, dat zich uitte in verbijsterend hoge uitgaven aan kleding en stoffen of kunstvoorwerpen. Naar het schijnt zou het hof van Filips de Goede in de periode 1444-1446 tot 2% van de inkomensbegroting (recette générale) hebben gespendeerd in de aankoop van goudbeklede stof en zijde. De Orde van het Gulden Vlies blonk uit in het houden van grootse festiviteiten, waarvan de meest legendarische wel het banket van de fazant moet worden beschouwd, waarin Filips de Goede zou verklaard hebben op kruistocht te trekken tegen het Ottomaanse rijk, als vergelding voor de Val van Constantinopel en het falen van een vorige expeditie onder leiding van zijn vader, Jan zonder Vrees. Filips de Goede bouwde schitterende paleizen (Coudenberg te Brussel, Palais des ducs in Dijon) en profileerde zich als mecenas voor de culturele revolutie die zich ontwikkelde in deze contreien. Hoewel Filips de Goede zelf eerder een voorstander was van wandtapijten, bereikte de schilderkunst onder Van Eyck en Rogier van der Weyden een hoogtepunt. De Bourgondische school ontstond uit een elite van musici (Gilles Binchois, Robert Morton, en later Guillaume Dufay) die dienden in de hofkapel van de hertogen.

Filips de Goede stierf te Brugge op 15 juni 1467, en liet de hele stad in rouw. Een rouwstoet en 20.000 toeschouwers zouden hem begeleiden naar de Sint-Donaaskerk, waar hij ceremonieel en onder ongeziene pracht en praal werd begraven voor het altaar. In 1476 besliste Karel de Stoute om het stoffelijk overschot van zijn vader, naar diens uitdrukkelijke wens, over te brengen naar het Paleis van de hertogen van Bourgondië in Dijon. Enkel het hart en ingewanden, die reeds apart werden bewaard, zijn achtergebleven in Brugge, tot op het moment van de afbraak van de kathedraal van Sint-Donaas te Brugge in 1799. In 2005 eindigde hij op nr. 56 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.





  • Filips II de Stoute (Frans: Philippe II le Hardi)
  • Hij dankt zijn bijnaam aan zijn deelname aan de kruistocht tegen de Ottomaanse sultan Bayezid I, die het Hongaarse koninkrijk bedreigde
  • in 1415 de Slag bij Azincourt
  • 1419. Echter, tijdens het tweede overleg, om de zaak officieel te maken, werd Jan samen met zijn lijfwacht vermoord.
  • In een campagne tegen Compiègne arresteerde hij Jeanne dArc, die hij uitleverde aan de Engelsen
  • Het Bourgondische rijk omvatte de dichtstbevolkte en de rijkste gebieden van West-Europa
  • Coudenberg te Brussel, Palais des ducs in Dijon
  • Bourgondische school ontstond uit een elite van musici (Gilles Binchois, Robert Morton, en later Guillaume Dufay

  • Dovnload 126.3 Kb.