Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Breken met de angst

Dovnload 53.48 Kb.

Breken met de angst



Datum14.09.2017
Grootte53.48 Kb.

Dovnload 53.48 Kb.

Breken met de angst
1. Inleiding

Het is al jarenlang traditie dat de Tochtgenoten van St. Frans elk jaar een gezamenlijk thema bespreken en overdenken. Deze gesprekken vinden plaats tijdens kapittels, bijeenkomsten, korte pelgrimstochten en met name tijdens de internationale tocht in de zomer. In oktober 2006, tijdens de Internationale Raad werd het thema gekozen dat de Zweden hadden ingebracht: breken met de angst. Het werd als volgt toegelicht.


In onze maatschappij wordt meer en meer aandacht besteed aan het belang van veiligheid. De wereld om ons heen wordt als bedreigend ervaren. Als we ons door angst laten leiden, bouwen we alleen maar hogere muren tussen ons en immigranten en sluiten we onszelf op in een door hekken omsloten maatschappij. Wat is toch de basis van onze angst? Zijn we bang voor het onbekende, voor andere culturen en religies, voor het anders zijn? Zijn we bang kwijt te raken wat we hebben? Of zijn we bang voor de confrontatie met onszelf?

 

Wanneer verwordt angst als sein om je te verdedigen tot het uniform van een gevangene??



Zijn er machts- en economische belangen waardoor de angst van de mensen bewust gevoed wordt? Kan St. Frans ons iets leren over het doorbreken van angst? En – als we ons niet door angst laten leiden – welke mogelijkheden gaan dan voor ons open?
Hoe moest ik verder over dit thema uitweiden? Ik wilde ideeën opdoen en ze vastleggen, maar wist niet waar te beginnen!
Toen dacht ik ineens aan het gedicht van Eduardo Galeano en ik realiseerde me dat ik niet de eerste ben die zich met het vraagstuk van de angst heeft beziggehouden.

Het onderstaande gedicht biedt allerlei mogelijkheden tot onderzoek:


3.

Globalisering van de angst

Zij die werken zijn bang hun baan te verliezen.

Zij die niet werken zijn bang nooit een baan te zullen vinden.

Wie niet bang is voor honger is bang voor de maaltijd.

Automobilisten zijn bang om te lopen en voetgangers zijn bang overreden te worden.

De democratie is bang voor het geheugen en de taal is bang om te spreken.

Burgers zijn bang voor militairen, militairen zijn bang voor gebrek aan wapens, wapens zijn bang voor gebrek aan oorlogen.

Het is de tijd van de angst.

Angst van de vrouw voor het geweld van de man

en angst van de man voor de vrouw zonder angst.

Angst voor dieven, angst voor de politie.

Angst voor de deur zonder slot, voor de tijd zonder klok, voor het kind zonder tv,

angst voor de nacht zonder slaaptablet en angst voor de dag zonder ontwaaktablet.

Angst voor de menigte, angst voor de eenzaamheid, angst voor wat er is geweest en voor wat er kan komen, angst om te sterven, angst om te leven.
Wereldwijde angst 

Dit gedicht beschrijft duidelijk de complexiteit van wat angst eigenlijk is. Ook zien we de overeenkomsten met wat we daarvoor over angst schreven. Met dit als basis beginnen we onze overpeinzingen.



2. Angst voor de vreemdeling
De Poolse socioloog Zygmunt Bauman stelt in zijn essay ‘Modernisme en Ambivalentie’: ‘Er zijn vrienden en vijanden. En er zijn vreemdelingen.’ (Bauman 1990 p. 143). De aanwezigheid van vreemdelingen verstoort de belangrijke dynamiek tussen binnen en buiten, vrienden en vijanden. Heden ten dage veroorzaken vreemdelingen veel irritatie omdat zij onvoorspelbaar zijn en de vaststaande logica van een maatschappij ondermijnen.
Vijanden blijven aan de andere kant van de streep, maar vreemdelingen houden geen afstand. Niemand weet of het vrienden of vijanden zijn.
4.

Er zijn twee strategieën om met die verwarring door vreemden om te gaan. De eerste valt onder het ‘modernistische’ liberalisme en impliceert assimilatie. De tweede strategie past bij het ‘modernistische’ nationalisme en betekent derhalve uitsluiting. Beide strategieën zijn er op uit het vreemdeling zijn buiten werking te stellen. Binnen het modernistische kader was het niet nodig om een oplossing te vinden voor het duurzaam samenleven met vreemdelingen – er zou een nieuwe alomvattende orde gecreëerd worden en de staat, die op zich genomen had de toekomst vorm te geven, was sterk en ambitieus.

De politiek was er op gericht tot een eenheid te komen op basis van een gezamenlijk doel dat de culturele verschillen wellicht niet kon uitvlakken, maar deze onbelangrijk zou maken.

Iedereen zou dan naast elkaar voor hetzelfde doel bezig zijn.

Deze ‘moderne’ doelstelling is er echter noch in geslaagd vreemdelingen te assimileren, noch hen buiten te sluiten. Bauman zegt het zo: ‘Het punt is dat geen enkele poging tot assimilatie, transformering, cultivering of opname van etnisch, religieus, linguïstisch, of cultureel vreemden in de homogeniteit van een land tot nu toe onvoorwaardelijk succes heeft gehad. De vreemdelingen in de modernistische tijd waren hier, terwijl men naar de beste oplossing zocht, slechts tijdelijk. De vreemdelingen van de postmodernistische tijd blijven hier. Dit maakt de vraag of zij vrienden of vijanden zijn relevanter dan ooit. De belangrijkste vraag is niet meer hoe we van ze af kunnen komen, maar hoe we met hen samen kunnen leven en van dag tot dag kunnen omgaan met de verschillen.
Destijds was er twijfel over de werkelijke betrokkenheid van de vreemdeling – hij of zij kon immers altijd teruggaan naar ’waar hij thuishoort’ – tegenwoordig is zijn vertrek niet waarschijnlijker dan dat van wie ook.

De Franse socioloog Alain Touraine (2002) stelt dat de maatschappij in de modernistische tijd uitging van het idee een brug te slaan tussen de economie en de individuele ervaring en een raamwerk te bieden voor integratie, zelfs in een maatschappij die radicaal veranderd was door de industrialisatie, de urbanisering en door nieuwe, revolutionaire ideeën. Gedurende het postmodernisme is het idee van een maatschappij als model van orde en integratie echter verdwenen en blijft ons alleen een sociale crisis.


Als modernisme ging over de overwinning van de verworven status op de toegeschreven status, dan heeft het postmodernisme (of, zoals Touraine zegt: het de-modernisme) een einde gemaakt aan de mogelijkheid van het individu om zichzelf te bepalen in termen van burgerschap, beroep en zelfs sociale klasse, in een tijd waarin de globalisering de maatschappij haar normerende rol ontnomen heeft. In de postmodernistische tijd wordt identiteit niet meer opgebouwd of verworven, maar gecreëerd.
5.

En deze identiteit moet keer op keer gecreëerd worden, afhankelijk van de situatie, de sfeer en de veranderingen in de maatschappij. Het lijkt op IKEA meubilair waarbij je verschillende elementen kunt combineren, aanvullen, veranderen en moeiteloos weer uit elkaar kunt halen. De nadruk ligt op variatie, verandering en diversiteit. Touraine vindt dit een positieve ontwikkeling aangezien het de culturele diversiteit bevrijdt uit de boeien van het tijdperk van de Verlichting. Hij stelt dat de tijd nu rijp is de idee van rationele acteurs in een rationele maatschappij in te wisselen voor de idee van meerdere wegen en manieren en van acteurs die zichzelf definiëren als individu zowel binnen hun individuele als hun collectieve afkomst. Het postmodernisme ziet verscheidenheid als positief en waardevol; als iets dat beschermd en gestimuleerd moet worden. De belangstelling voor de bescherming van de rechten van minderheden groeit, met name voor die van inheemse volken.


Betekent postmodernisme dan het einde van de positie van de vreemdeling als slachtoffer en martelaar ten behoeve van de zuiverheid? ‘Niet persé’, zegt Bauman. Het postmodernisme kent volgens hem een tolerante houding en een waardering voor diversiteit.

Niet iedereen kan echter met gemak in zo’n maatschappij functioneren – je moet gecharmeerd zijn van de oneindige mogelijkheden en voortdurende veranderingen. Je moet in staat zijn van identiteit te wisselen en je leven te besteden aan het najagen van steeds nieuwe ervaringen en opwindende situaties. Of zoals de interculturele communicatie- theoretici het formuleren: je moet tolerant zijn ten aanzien van ambiguïteit en opgetogen raken als iemand je uitdaagt zoals de Amerikaanse operaregisseur Peter Sellars dat deed:


De vraag hoe we dát in ons opnemen wat diametraal staat tegenover ons en tegenover wat we zijn, of denken dat we zijn of zouden kunnen zijn. Wie we denken dat we zouden kunnen zijn is misschien een premature conclusie, misschien doen zich nog veranderingen in ons leven voor, misschien hebben we te vroeg een bepaalde identiteit geaccepteerd, en misschien heeft het leven nog meer voor ons in petto. Staan we er voor open of niet?

Dag in dag uit daagt de wereld je uit te veranderen en zegt: ‘wacht even, je hebt nog geen benul’.

Niet iedereen slaagt voor deze test. En wie ervoor zakken worden het afval van de postmodernistische zuiverheid.


Een ander belangrijk aspect is dat de markt gebaat is bij een steeds veranderende identiteit. Bij een reclame boodschap voor een exclusief horloge stond: ‘Wie wil je vandaag zijn?’, met een foto van een mooie vrouw erbij.


6.

De wereld lijkt meer en meer een plaats te worden voor succesvolle mensen die het zich kunnen veroorloven om de dingen te kopen waarmee ze elke gewenste identiteit kunnen creëren.


Dit recht op individualisme wordt tegenwoordig velen ontzegd. Sommige mensen kunnen zelf bepalen wanneer, waar en in welke mate zij met vreemdelingen omgaan. Ze vinden het leuk naar ‘etnische’ restaurants te gaan en vinden de verschillen boeiend en exotisch. Of zij genieten van het leven in een ander land, opwindend en waardevol. Maar meestal leven ze dan ook niet in achterstandsbuurten; ze hebben een eigen wasmachine en een plek waar ze op zichzelf kunnen zijn. Maar degenen die geen keuzevrijheid hebben, die er niet bij horen, die geen zeggenschap over hun eigen leven hebben, beleven de aanwezigheid van vreemdelingen als zeer stressvol. Jean-Paul Sartre vergeleek het met ‘Le visqueux’; het kleverige.
Zwemmen is een verfrissende en aangename bezigheid. Maar als mensen zich bedreigd voelen door vreemdelingen en vinden dat zij de situatie niet meer onder controle hebben dan lijkt dat op het zwemmen in iets kleverigs, zoals honing of pek. Bauman beweert dat ‘de kleverigheid van de kleverigen’’ afhangt van hoe sterk je bent en hoe dik je portemonnee is. Het gaat dus over macht. Het gevoel niet vrij meer te zijn is het gevolg van te weinig macht en van de psychologische stress en onrust die dit veroorzaakt.
Met het postmodernisme kwamen twee politieke eisen steeds sterker naar voren. De eerste is de eis tot privatisering, individualisering, het voorkomen van macht over het privéleven en het vergroten van de consumptievrijheid voor consumenten. De tweede eis betreft orde en wetgeving. Slachtoffers van het teloorgaan van de welvaartstaat moeten onder controle gehouden worden. Tijdens het modernisme werden de armen beschouwd als een reserveleger voor de industrie en vond men dat zij opgeleid en gemobiliseerd moesten worden, educated and mobilized. In de postmodernistische tijd zijn ze gewoon een probleem dat door wetgeving onder controle gehouden moet worden. De armen worden niet langer gezien als slachtoffers van onrechtvaardigheid, maar als overbodig, misdadig en gevaarlijk. En als de goedkoopste oplossing is hen buiten- of juist op te sluiten – waarom niet? Ze zijn tenslotte niets meer dan een last voor de economie.

Angst en voorzorgsmaatregelen die ons voor die angst zouden behoeden worden in de politiek veel toegepast. Onder het mom van veiligheid worden mensenrechten met voeten getreden. Onder het mom van veiligheid worden verdachten zonder vorm van proces gevangen gezet. Onder het mom van veiligheid valt men landen binnen en begint men oorlogen. Wie niet vóór ons is, is tegen ons.


7.

Angst begint zo het meta-verhaal van onze samenlevingen te worden. Angst voor anderen levert ook veel geld op, want ‘als mensen bang zijn gaan ze dingen kopen’ (gasmaskers, verzekeringspolissen, wapens) zoals bleek in de documentaire ‘Bowling for Columbine’ die het leven in de Verenigde Staten na 11 september toonde.


We lopen het risico te gaan denken dat segregatie het antwoord is, zowel wat betreft klasse als etniciteit.

Touraine zei al dat de tendens tegenwoordig niet zozeer richting multi- of interculturalisme gaat, maar naar multigemeenschappen waar verschillende etnische groeperingen in verschillende enclaves in dezelfde stad wonen. En Bauman citeert Milton Friedman die betwist dat de globalisering er toe leidt dat grenzen vervagen en verdwijnen: ‘Integendeel, op elke straathoek van elke verarmende wijk lijken nieuwe grenzen te worden getrokken.’ Dit gaat hand in hand met de versterkte neiging tot religieuze en/of etnische schermutselingen op wereld- en plaatselijk niveau.


Er bestaat een tendens dat zowel linkse als rechtse sympathisanten denken dat het beter is als alle culturele groeperingen hun eigen plek krijgen en bij elkaar uit de buurt blijven. Omdat de modernistische werkelijkheid een pluralistische is, vindt Bauman deze houding eerder antimodernistisch dan postmodernistisch. Segregatie verhindert de mogelijkheid onbegrip tussen culturele groepen te verminderen. Hij refereert aan de Russische linguïst Mikhail Bakhtin’s en diens theorie over monologen en dialoge discussies. In een maatschappij die gekenmerkt wordt door ‘mengfobie’ zou de dialoge discussie uitsterven en zouden er slechts monologen overblijven waar niemand naar zou luisteren. Ook de televisie is monoloog van aard en het moge duidelijk zijn dat de mengfobie niet afgenomen is door uitzendingen over andere culturen en mensen. Het is niet voldoende te tolereren, te accepteren of zelfs te appreciëren. Voor een dialoog zijn werkelijke ontmoetingen nodig. Touraine vindt dat onze samenleving meer en meer op een vliegveld of supermarkt gaat lijken, waar de beginselen van conflicten en identiteit verdwijnen en geen werkelijke ontmoeting of dialoog mogelijk is.
3. De diffuse en alomvattende angst
Bauman zegt in zijn boek ‘Liquid Fear’ (Vloeibare Angst, 2006): ‘Tegenwoordig zijn angsten diffuus, onbestemd, vaag. Het is moeilijk de vinger op de zere plek te leggen, te achterhalen waar zij vandaan komen ... Daarom zijn hedendaagse angsten zo moeilijk te ontzenuwen of te ontkrachten. ... Deze onzekerheden wakkeren elkaar aan en versterken elkaar en leiden zo tot een gemoedstoestand die alleen beschreven kan worden met de term ‘’vage gevoelens van onveiligheid’’. We worden onzeker omdat we niet weten waar onze angsten vandaan komen en hoe we er op moeten reageren.
8.

Van het modernisme werd verwacht dat het de periode in de menselijke geschiedenis zou zijn waarin afgerekend zou worden met de angsten die het sociale leven in het verleden bepaalden De mens zou eindelijk de controle over zijn leven krijgen en de ongecontroleerde krachten van de sociale en natuurlijke wereld aan zich onderwerpen. En toch leven we aan het begin van de 21e eeuw weer in angst.

Of we nu bang zijn voor natuur- of milieurampen of voor terroristische aanslagen, we leven in constante spanning voor wat er elk moment onverwacht kan gebeuren.

Angst is de naam die we gegeven hebben aan onze onzekerheid over de gevaren van onze vloeibare moderne tijd, ons gebrek aan kennis over wat ons bedreigt en ons onvermogen vast te stellen wat we er al dan niet aan kunnen doen.


Volgens Bauman (in een interview in the Guardian uit 2005) ‘stelt het boek Job de vraag waar we ons zorgen over maken. Job was zo’n goed mens en toch werd hij keer op keer gestraft. Hoe kwam God erbij? Hoe kon hij de link tussen deugd en beloning enerzijds en zonde en straf anderzijds verbreken? Denk maar eens aan de bomaanslag van 7 juli – willekeurige mensen kwamen om. Terroristische aanslagen zijn net als natuurrampen, net als Katrina en de tsunami, onvoorspelbaar en onbegrijpelijk.’ Vervolgens trekt hij de vergelijking met eendere reacties uit de geschiedenis: ‘De aardbeving van Lissabon in 1755 werd ook gevolgd door een golf van angst omdat het zo onbegrijpelijk was. Tot dan toe dacht men dat deugdzame mensen beloond en zondaars gestraft werden. En nu waren er plotseling allerlei goede mensen vernietigd.’
Het artikel gaat verder: Dit was volgens Bauman de aanzet tot de Verlichting omdat mensen doodsbang waren te moeten leven in een wereld vol onverklaarbare gevaren. ‘’Het is het begin van de secularisering, of wat Habermas het project ‘moderniteit’ noemt. Het plan was de natuur te temmen en te onderwerpen aan gerichte doelen. Men hoopte dat als alles gepland en ontworpen was, rampen zouden uitblijven. In zijn stuk: Living in Utopia, stelt Bauman dat onze zoektocht naar Utopia eigenlijk een droom was over een wereld zonder ongelukken en dus, zonder angst. Utopia is als het konijntje dat een jachthond wordt voorgehouden: achterna gejaagd, maar nooit gevangen.
Wat in de 18e eeuw een grote sprong voorwaarts leek, was dat niet. Wat er in die jaren gebeurde was niets meer dan een omweg. Na alle enorme investeringen in wetenschap en technologie zijn we nog maar net weer terug bij het beginpunt. Het enige verschil is dat we niet langer in de toekomst of in vooruitgang geloven; we zijn vrij van de illusies die het hele project indertijd deden standhouden’.

9.

Beschaving, de geordende wereld waarin we leven is broos. We schaatsen op ijs van één nacht. Er bestaat angst voor een ramp die iedereen zal treffen. Terrorisme, genocide, griep, tsunamis’. De angst betreft niet alleen een collectieve ramp, maar ook een persoonlijke – de vernederende angst om te gaan horen bij degenen die het slechtst af zijn of om afgewezen te worden. ‘Dat is de angst – dat ik van het feestje word weggestuurd. Kijk maar naar Big Brother of Idols ‘.


Bauman's book Liquid Love (2003) behandelt het onderwerp uitsluiting voor ons ‘’vloeibare moderne mensen’’ die niet meer geloven in de toekomst, geen duurzame relaties meer kunnen aangaan en geen hechte familiebanden meer hebben. We moeten voortdurend handig, slim en toegewijd zijn om voorlopige contacten te leggen die los genoeg zijn om ons niet te verstikken, maar sterk genoeg om ons een gevoel van veiligheid te geven. We kunnen immers niet meer rekenen op de vertrouwde bronnen van troost (gezin, carrière, een liefdevolle relatie). De moderne, vloeibare held van Bauman werkt overal – mobieltje, sms-jes, computer en ga zo maar door. De moderne vloeibare mens werkt altijd en verwisselt zo de kwaliteit van een relatie met kwantiteit – steeds bezorgd om achter te blijven of overbodig te worden.
Bouman is op zijn best als hij een uitspraak van Sigmund Freud uit 1929 onderzoekt. Deze zei dat beschaving een ruilhandeltje is tussen veiligheid en vrijheid. Hij is het daar mee eens: Als Freud hier aanwezig was, zou hij zeggen dat we te ver zijn doorgeschoten in de richting van de vrijheid en dat de slinger nu terug gaat naar de veiligheid. Binnenkort zullen we de andere kant wel weer opgaan.’
Vloeibare mensen kennen geen rust. We moeten bezig blijven, onszelf telkens opnieuw uitvinden als we onze angst willen overwinnen overbodig, zonder vrienden of onbemind te zijn. Bauman's meest recente boek, Liquid Life, heeft in het voorwoord een citaat van Emerso (uit zijn ‘On Prudence’): ‘Als je over dun ijs wilt schaatsen moet je snel zijn’.

10.

4. Wat kunnen we van de bijbel en van Jezus leren over het omgaan met en overwinnen van angst?
‘Vreest niet!’ Deze uitspraak komt driehonderd vijfenzestig keer in de Bijbel voor – voor elke dag een keer. Hieronder volgen enkele verzen uit het Nieuwe Testament (Willibrord):


  • Marcus 5:36: Jezus ving op wat er gezegd werd en zei tot de overste van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven’.

  • Lucas 1:30: Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God’.

  • Lucas 5:10: ‘Jezus sprak tot Simon: Wees niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen’.

  • Lucas 8:50: Maar Jezus die het hoorde, zei: ‘Wees niet bang, maar heb geloof, dan zal zij gered worden.’

  • 1 Johannes 4:18: De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent is de liefde geen werkelijkheid geworden.

  • Mattheus 10: 31: ‘Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.’

  • Mattheus 14:27: Maar Jezus zei onmiddellijk tot hen: ‘Weest gerust, Ik ben het. Vreest niet.’

  • Lucas 2:10: …maar de engel sprak tot hen: ‘Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor het hele volk....’

  • Lucas 12:4: ‘Tot u, die mijn vrienden zijt, zeg Ik: Vreest niet hen die het lichaam doden maar daarna niets ergers kunnen doen.’

Niet bang zijn kan in onze samenleving zeer provocerend zijn en wordt niet als verstandig beschouwd. Op basis van ons geloof kunnen we echter zeggen: ‘’Ja, het kwaad en problemen bestaan, maar bang zijn helpt niet; ik vertrouw er op dat God naast mij loopt en daardoor ben ik bereid nieuwe situaties zonder angst onder ogen te zien’’. Als we kunnen geloven dat ons leven een diepere betekenis heeft en dat we, door de dood, zullen opstaan maakt ons wellicht minder angstig voor de risico’s van het leven.




11.

5. Kan St. Frans ons iets leren over het breken met de angst?
JA! Kus een melaatse….bezoek rovers en geef hen brood…..door de angst in de ogen te zien en er jezelf van te bevrijden.
Wellicht maakt zelf gekozen armoede ons minder angstig. Hoe meer we bezitten, hoe meer verantwoordelijkheid en zorg we dragen en hoe angstiger we worden. Wie veel bezit moet hoge muren bouwen.

De overtuiging dat alle mensen gemaakt zijn naar Gods beeld en gelijkenis doet ons anderen met liefde bezien. We kunnen de werkelijkheid ook herscheppen door een positieve instelling en vertrouwen. Door anderen liefdevol tegemoet te treden.


Denk eens aan het volgende gezegde: Als je niet van me kunt houden, respecteer me dan. Als je me niet kunt respecteren, vrees me dan. Als je niet bang van me bent, haat me dan!

Een mens wil contact tot elke prijs.’
Tochtgenoot van St. Frans zijn betekent * ‘doelgericht je weg gaan’ . Er is behoefte aan een gezamenlijke strategie en bereidheid. Samenwerken is een kracht. Vogels vliegen samen in een patroon dat energie spaart. Gedeelde besluiten en doelen geven kracht.
* Later, in een nadere toelichting noemt Goran dit:

Vol vertrouwen op weg gaan, bereid om vanuit dit vertrouwen te handelen en die weg te gaan samen met degenen die jou voorgingen'


6. En – als we niet vanuit angst handelen – welke deuren en mogelijkheden gaan dan voor ons open?
Wat is het tegenovergestelde van angst? Hoop, moed, vertrouwen, betrokkenheid en bereidheid tot solidariteit. Misschien zelfs liefde. Er is zo veel mogelijk als we niet meer door angst geleid worden. We kunnen dan geloven in de toekomst, geloven in ons vermogen de wereld te veranderen.

En gewoon met vreemden praten als we op de trein staan te wachten, zelfs als ze er angstwekkend uitzien. En met onze buren praten…ook mensen die wij vreemd vinden kunnen de wereld veranderen.


12.

Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn.
Onze diepste angst is dat we oneindig machtig zijn.
Het is ons licht, niet ons duister dat ons het meest beangstigt.
We vragen ons zelf af:
Wie ben ik dat ik briljant, slim, talentvol en prachtig zou zijn?
Maar wie ben je om dat niet te zijn.
Je bent een kind van de Levenskracht.
Je dient de wereld niet door je zelf klein voor te doen.
Er is niets verheven aan om jezelf klein te maken,
zodat andere mensen zich bij jou maar niet onzeker zullen voelen.
We zijn allemaal bedoeld om te stralen, zoals kinderen dat doen.
We zijn geboren om de glorie van de Levenskracht, die in ons allemaal is, tot uitdrukking te brengen.
Dit is niet slechts weggelegd voor een enkeling van ons,
maar voor ons allen.
Als we ons eigen licht laten schijnen,
geven we onbewust anderen de vrijheid dit ook te doen.
Als we ons bevrijd hebben zijn van onze eigen angst,
zal onze aanwezigheid automatisch anderen bevrijden’.

Marianne Williamson, uit Terugkeer Naar Liefde: Leven naar de principes van ‘Een cursus in wonderen’.

Göran Werin en Kristina Hellqvist, 30 januari 2009
13.

Bibliografie:
BAUMAN, Zygmunt (1990): Modernity and Ambivalence
BAUMAN, Zygmunt (1997): Postmodernity and its Discontents, Cambridge, Polity Press in associatie met Blackwell Publisher Ltd
BAUMAN, Zygmunt (2006): Liquid Fear, Polity Press
HELLQVIST, Kristina (2004): Independence and Involvement – an Actor-Perspective on Building Intercultural Local Societies in a Globalised, Postmodern World, doctoraal scriptie Jyväskylä Universiteit
JEFFRIES, Stuart (2005): Interview with Zygmunt Bauman, gepubliceerd in the Guardian, 12 november 2005
TOURAINE, Alain (2002): Kan vi leva tillsammans? Jämlika och olika, Göteborg, Daidalos. Originele Franse versie (1997): Pourrons-nous vivre ensemble? Égaux et différent.
WILLIAMSON, Marianne: A Return To Love: Reflections on the Principles of A Course in Miracles

Vertaling: Annemieke van der Peet-Bos



14.



  • Wereldwijde angst
  • 3. De diffuse en alomvattende angst
  • 6. En – als we niet vanuit angst handelen – welke deuren en mogelijkheden gaan dan voor ons open

  • Dovnload 53.48 Kb.