Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bruggen slaan

Dovnload 1 Mb.

Bruggen slaan



Pagina2/3
Datum05.12.2018
Grootte1 Mb.

Dovnload 1 Mb.
1   2   3

BIJLAGE A
Financieel beeld
Samenvatting financieel beeld.


Totaaloverzicht (in € mln. -/- is saldoverbeterend)

2013

2014

2015

2016

2017

struc

Uitgaven (incl. indicatief GF/PF-effect)

527

-12

-3.293

-5.874

-8.998

-10.522

wv ombuigingen

-77

-1.708

-6.240

-9.285

-12.896

-17.674

wv intensiveringen

604

1.696

2.947

3.411

3.898

7.152

Lasten

-284

-2.295

-5.106

-4.628

-4.431

-6.492

Subtotaal

243

-2.307

-8.399

-10.502

-13.429

-17.014

Inkomsten niet lastenrelevant

-705

-1.157

-1.156

-2.096

-2.586

-694

Totaal

-462

-3.464

-9.555

-12.598

-16.015

-17.708



 

Maatregelen (in € mln. -/- is saldoverbeterend)

2013

2014

2015

2016

2017

struc

A

Openbaar bestuur

58

-187

-827

-1.591

-2.571

-3.581

B

Veiligheid

0

0

0

0

0

0

C

Energie

-155

212

212

212

212

212

D

Onderwijs

313

181

326

196

196

196

E

Zorg

145

-370

-3.441

-4.307

-5.384

-5.734

F

Sociale Zekerheid

-401

-1.054

-1.614

-2.429

-3.241

-4.877

G

Overdrachten bedrijven

0

-286

-437

-446

-484

-484

H

Internationale samenwerking

0

-520

-540

-540

-1.040

-1.040

I

Overige uitgaven

0

-69

-226

-319

-402

-467

J

Overige belastingen en premies

-422

-1.371

-3.008

-3.374

-3.301

-1.933

 

totaal

-462

-3.464

-9.555

-12.598

-16.015

-17.708

Voor de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn alle bedragen in de tabellen uit de financiële bijlage leidend. Ombuigingen uit dit regeerakkoord zullen direct op de departementale (meerjaren)begrotingen worden verwerkt. Intensiveringen uit dit akkoord worden op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën geboekt, in afwachting van de concrete en doelmatige beleidsvoorstellen ter uitwerking van de in dit akkoord aangekondigde beleidsvoornemens. Deze worden vervolgens tranchegewijs uitgekeerd.


Toelichting


A

Openbaar bestuur

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

58

-187

-827

-1.591

-2.571

-3.581

1

Rijksoverheid (incl. ZBO’s)










-400

-900

-1.100

2

Decentrale overheden (trap-op-trap-af)

58

13

-48

-237

-352

-307

3

Verlaging topinkomens publieke sector










-10

-10

-10

4

Incidentele loonontwikkeling op nul voor de (semi-) collectieve sector










-100

-400

-400

5

Terugdraaien vermindering politieke ambtsdragers







110

110

110

110

6

Initiatiefwet Heijnen (PvdA)







-18

-18

-18

-18

7

Motie Van Haersma Buma afromen gemeentefonds onderwijshuisvesting







-256

-256

-256

-256

8

Lagere apparaatskosten gemeenten







-60

-120

-180

-975

9

Minder provincies







-5

-10

-15

-75

10

BTW-compensatiefonds

 

-200

-550

-550

-550

-550


1. Rijksoverheid (incl. ZBO’s)

  • Vanaf 2016 zal een nieuwe taakstelling op de Rijksdienst gelden, die oploopt tot 1,1 mld. Deze taakstelling wordt over de departementen (inclusief ZBO’s c.a.; exclusief krijgsmacht en politie) versleuteld en in de begroting ingeboekt op basis van de apparaatsuitgaven. De departementen zijn zelf verantwoordelijk voor de realisatie van hun taakstelling en moeten daartoe met specifieke maatregelen komen. Een deel van de departementale taakstelling kan gerealiseerd worden met behulp van:

    • Geïntensiveerde inzet op programma’s Compacte Rijksdienst;

    • Efficiënter beheer, onderhoud en gebruik van Rijksvastgoed;

    • Versnelde effectieve inzet van basisregistraties;

    • Het wettelijk normeren van de bedrijfsvoeringsuitgaven van ZBO’s c.a.; gebaseerd op het niveau van kerndepartementen en agentschappen;

    • Het versterken van de governance en sourcing binnen de bedrijfsvoering.




  • Voor de verdeling over de departementale begrotingen zijn de volgende percentages gehanteerd:







2016

2017

2018 e.v.

HCvS, AZ, Fin, SZW, VWS

1,6%

3,6%

4,4%

VenJ, Defensie, EZ, IenM,

3,2%

7,3%

8,9%

BuiZa, BZK, OCW

4,8%

10,9%

13,3%




  • De taakstelling van agentschappen is verdeeld over de begrotingen van de opdrachtgevende departementen. De agentschappen vallen hierbij onder het taakstellingspercentage van het moederdepartement.

  • De AIVD en het postennetwerk zijn deel van de grondslag van de taakstelling. Additioneel aan de algemene taakstelling worden hier aanvullende maatregelen genomen.

  • De taakstelling leidt per begroting tot de volgende bezuiniging:




Departement (in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2016

2017

2018 e.v.

HCvS

-3

-6

-7

AZ

0

0

-1

BuiZa

-22

-49

-60

BZK (incl. KR)

-64

-143

-175

DEF (excl. krijgsmacht)

-17

-39

-48

EZ

-35

-79

-96

FIN

-50

-112

-136

I&M

-43

-98

-119

OCW

-24

-54

-67

SZW

-23

-52

-64

VWS

-9

-21

-26

V&J (excl. politie)

-109

-245

-300

Totaal apparaattaakstelling

-400

-900

-1.100

Bij eventuele departementale herschikkingen worden naast de programmamiddelen, ook de bijbehorende apparaatsuitgaven overgeheveld. Hierbij wordt voor uitvoeringsorganisaties (ZBO’s en agentschappen) uitgegaan van de apparaatskosten. Bij kerndepartementen wordt uitgegaan van het aantal beleidsmedewerkers maal de totale apparaatsuitgaven per beleids-fte van het oude departement, tenzij de betrokken departementen onderling tot andere afspraken komen. Daarmee wordt een evenredig budget overgeheveld voor ondersteunende dienstverlening. Bij deze afspraken geldt dat medewerkers het budget volgen.


Op alle overgehevelde apparaatsuitgaven is het taakstellingspercentage van het oude departement van toepassing.
Het kabinet hanteert in plaats van een nullijn voor de contractloonstijging een budgettaire nullijn voor de loonsom voor overheidspersoneel in 2012 en 2013. Op voorwaarde van modernisering van CAO’s en het in lijn brengen van de secundaire arbeidsvoorwaarden met kabinetsbeleid, kunnen financiële besparingen door het afschaffen van secundaire arbeidsvoorwaarden in dezelfde CAO-periode worden ingezet voor stijging van het primair loon. De budgettaire arbeidsvoorwaardenruimte als geheel neemt hierdoor niet toe.
2. Decentrale overheden trap-op-trap-af
De doorwerking van de normeringsystematiek (samen trap-op-trap-af) leidt tot een daling van het Gemeentefonds/Provinciefonds.
3. Verlaging topinkomens publieke sector
In afwijking van het advies van de commissie Dijkstal wordt het salaris van bewindspersonen definitief niet verhoogd. In lijn hiermee wordt het wetsvoorstel normering topinkomens aangepast, dat betrekking heeft op de salarissen in de (semi-) publieke sector. De norm wordt 100% in plaats van 130% van een ministerssalaris.

Die geldt niet alleen voor topfunctionarissen, maar voor alle medewerkers. Uitzonderingen op de norm moeten een wettelijke basis hebben. De (budgettaire) verantwoordelijkheid voor het realiseren van de (resterende) taakstelling ligt bij de minister van BZK.


4. Incidentele loonontwikkeling op nul voor de (semi-)collectieve sector
De bijdrage aan de incidentele loonontwikkeling (ILO) in de (semi)collectieve sector in 2016 en 2017 wordt beleidsmatig op nul gesteld.
5. Terugdraaien vermindering politieke ambtsdragers
Het verminderen van het aantal politieke ambtsdragers met 25% zoals opgenomen in het regeerakkoord Rutte I vindt voor gemeenten geen doorgang. Voor de provincies blijft de maatregel wel van kracht (10 mln. vanaf 2015).
6. Initiatiefwet Heijnen (PvdA)
Het kabinet kiest voor gemeenten voor het toepassen van een dualiseringscorrectie conform het wetsvoorstel van lid Heijnen tot wijziging van de gemeentewet in verband met het terugbrengen van het aantal gemeenteraadsleden tot op het niveau van voor de dualisering van het gemeentebestuur. Dit houdt in dat het aantal raadsleden wordt teruggebracht met 1500 raadsleden. De besparing wordt gerealiseerd door een uitname uit het Gemeentefonds van 18 mln.
7. Motie Van Haersma Buma afromen Gemeentefonds onderwijshuisvesting
Er vindt een uitname uit het Gemeentefonds plaats van de middelen die in de verdeling toegerekend worden aan onderwijshuisvesting, maar daar niet aan uitgegeven worden, zoals geconstateerd in de motie Van Haersma Buma (Tweede Kamer, vergaderjaar 2011-2012, 33 000, nr. 12).
8. Lagere apparaatskosten gemeenten
Het eindperspectief voor gemeenten leidt tot besparingen die ontstaan door schaalvoordelen, verminderen van toezicht, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De besparing gaat uit van een daling van het aantal gemeenteambtenaren doordat gemeenten groter worden of met elkaar gaan samenwerken. Er is uitgegaan van het rekenkundige equivalent van een vermindering met 75 gemeenten in de periode tot 2017. Voor de totale periode komt deze benadering neer op een resterend aantal van 100-150 gemeenten in 2025. Dit leidt tot een uitname uit het Gemeentefonds.
9. Minder provincies
Ons lange termijn perspectief leidt tot aanzienlijke besparingen op de middellange termijn. Een deel van deze besparing wordt in de periode tot 2017 gerealiseerd door een eerste opschaling naar 10 provincies. Het eindbeeld betreft 5 landsdelen in 2025. De besparing leidt tot een uitname uit het Provinciefonds. In deze kabinetsperiode worden Noord-Holland, Utrecht en (delen van) Flevoland samengevoegd.
10. BTW-compensatiefonds
Gemeenten en provincies zullen via de reguliere normeringssystematiek worden gecompenseerd voor de btw-verhoging.  De automatische compensatie die via het BCF voor de btw-verhoging plaatsvindt, wordt door de sector gefinancierd via een structurele uitname uit het Gemeentefonds en Provinciefonds van per saldo 200 mln. euro met ingang van 2014. Ook kunnen met ingang van 2014 geen vorderingen meer ontstaan bij het BTW compensatiefonds, aangezien het fonds wordt afgeschaft met ingang van 2015. Bij de overheveling van de middelen uit het BTW-compensatiefonds naar het Gemeentefonds en Provinciefonds zal een taakstellende structurele korting van 350 mln. euro plaatsvinden, mede als gevolg van de hogere groei van het BCF de afgelopen jaren ten opzichte van de accrespercentages.   


B

Veiligheid

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal__313__181__326__196'>Subtotaal__-155__212__212__212'>Subtotaal__0__0__0__0'>Subtotaal

0

0

0

0

0

0

11

Doelmatiger strafrechtsketen




-30

-60

-60

-60

-60

12

AIVD




-10

-23

-35

-45

-45

13

Intensivering veiligheid

 

40

83

95

105

105


11. Doelmatiger strafrechtsketen
Door een betere aansluiting van de te onderscheiden schakels (politie, OM en ZM, maar bijvoorbeeld ook jeugdzorg) worden in de strafrechtketen efficiëntiewinsten gerealiseerd, onder meer door ICT-systemen beter op elkaar aan te laten sluiten.
12. AIVD
De taken van de AIVD worden heroverwogen. Voor de informatieverwerving in het buitenland wordt overgestapt op samenwerking met buitenlandse diensten en wordt de eigen buitenlandtaak geschrapt. Daarnaast wordt de taak in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen verplaatst naar de politie. Deze beide maatregelen leveren bij de AIVD een besparing op, oplopend van 13 mln. in 2014 tot structureel 55 mln. vanaf 2017. De maatregel leidt tot extra kosten voor de politie die oplopen van 3 mln. in 2014 tot structureel 10 mln. in 2017 en worden toegevoegd aan het budget van de politie. Deze besparingen zijn additioneel aan de generieke apparaattaakstelling.
13. Intensivering veiligheid
Er is een bedrag van 105 mln. structureel beschikbaar voor Veiligheid en Justitie, met name gericht op het versterken van de recherchecapaciteit. De precieze invulling wordt door de nieuwe minister vorm gegeven.


C

Energie

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

-155

212

212

212

212

212

14

Terugdraaien intensivering duurzaamheid

-155

-163

-163

-163

-163

-163

15

SDE+ regeling






















wv uitgaven







20

80

395

2.420




wv lasten







-20

-80

-395

-2.420

16

Inzet terugsluis vergroening begrotingsakkoord

 

375

375

375

375

375


14. Terugdraaien intensivering duurzaamheid
In het begrotingsakkoord is een enveloppe voor duurzaamheid gevormd. Deze wordt teruggedraaid.
15. SDE+ regeling
Het kabinet zet in op het realiseren van 16% duurzame energie in 2020. Om dit te realiseren worden de uitgaven SDE+ verhoogd en komen er middelen beschikbaar voor het stimuleren van bij- en meestook van biomassa in kolen- en gascentrales. Het in de kolom structureel opgenomen bedrag heeft betrekking op de benodigde middelen voor 16% duurzame energie in 2020. Na 2020 zijn de benodigde middelen afhankelijk van de reeds aangegane verplichtingen en de dan geldende doelstelling.
De verhoging van de uitgaven voor duurzame energie (zie post 114) wordt gedekt uit een verhoging van de SDE+ heffing.
De uitgaven en ontvangsten ten behoeve van de COVA (stichting centraal orgaan voorraadvorming aardolieproducten) worden als gevolg van gewijzigde Europese regelgeving vanaf 2013 verhoogd met 18 mln.
16. Inzet terugsluis vergroening begrotingsakkoord
De bij het begrotingsakkoord gereserveerde middelen voor terugsluis vergroening worden gedeeltelijk ingezet voor lastenverlichting bij bedrijven ter compensatie van de SDE+ heffing.


D

Onderwijs

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

313

181

326

196

196

196

17

Schrappen subsidies

0

-100

-200

-200

-200

-200

18

Beëindiging specifieke subsidies onderwijsvernieuwing groen onderwijs na 2015










-55

-55

-55

19

Leerwegondersteunend onderwijs







-15

-50

-50

-50

20

Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages







-20

-70

-75

-75

21

Afschaffen gratis schoolboeken







-55

-185

-185

-185

22

Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo













-60

-120

23

Samenvoegen kenniscentra mbo







-40

-80

-80

-80

24

Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)










-70

-90

-130

25

Verminderen overhead in het hoger onderwijs




-15

-33

-50

-65

-65

26

Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantie










-15

-55

-810

27

OV-Kaart -> kortingskaart (incl mbo 18-)










-5

-45

-425

28

Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren




1

-9

-14

-19

-33

29

Budget motie Van Haersma Buma naar scholen ipv gemeenten







256

256

256

256

30

Verdubbeling intensivering leerkrachten vo (bèta, jong academisch)

50

50













31

Schrappen maatregel langstudeerders (plus teruggaaf 2012)

263

220

230

230

230

230

32

Intensivering onderwijs en onderzoek

 

25

212

504

689

1.938


17. Schrappen subsidies
Er wordt structureel 200 mln. op subsidies omgebogen.
18. Beëindiging specifieke subsidies onderwijsvernieuwing groen onderwijs na 2015
Alle specifieke subsidies onderwijsvernieuwing groen onderwijs worden per 2016 beëindigd.
19. Leerwegondersteunend onderwijs
Het Leerwegondersteuning (LWOO) en Praktijkonderwijs (PRO) worden onder het gebudgetteerde stelsel van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs ondergebracht. Daarbij wordt een korting op het huidige zorgmiddelenbudget LWOO PRO toegepast.
20. Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages
De wettelijke verplichte maatschappelijke stages worden per 2015 (voor scholen schooljaar 2015/16) afgeschaft. Daarbij zal een uitname uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds plaatsvinden (20 mln. struc). De alternatieve invulling van de onderwijstijd wordt gedekt uit het bestaande onderwijsbudget.
21. Afschaffen gratis schoolboeken
De wettelijke regeling voor gratis schoolboeken wordt afgeschaft. Het huidige systeem van inkoop van schoolboeken kan in stand blijven. Voor ouders/verzorgers met een laag inkomen komt er compensatie in de vorm van een intensivering in het op de vo-leeftijd gerichte deel van het kindgebondenbudget (90 mln. structureel). De reeks is inclusief deze compensatie.
22. Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo
Het aantal opleidingen in het mbo wordt verminderd en de macrodoelmatigheid van het opleidingenaanbod in het mbo wordt vergroot. Deze maatregel resulteert in een verminderde complexiteit van het mbo en minder kleine mbo opleidingen.
23. Samenvoegen kenniscentra mbo
De Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven worden samengevoegd. Waar mogelijk worden (zo nodig via een wetswijziging) de taken van de kenniscentra ondergebracht bij de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven en mbo-onderwijsinstellingen; dergelijke overdracht verloopt budgettair neutraal. De bezuiniging is taakstellend.
24. Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)
De doelmatigheidswinst van het ingezette beleid om te komen tot een efficiënter opleidingenaanbod komt ten goede aan de algemene middelen. Het aantal plaatsen aan de kunstopleidingen wordt gereduceerd; via scherpere selectie voor en na de poort is er op de kunstopleidingen alleen plaats voor de meest getalenteerden.
25. Verminderen overhead in het hoger onderwijs
De overhead in het hoger onderwijs, zowel in het onderwijs- als in het onderzoeksdeel, wordt verminderd.
26. Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase HBO/WO met cohortgarantie
Met ingang van studiejaar 2014/2015 wordt de basisbeurs in de bachelor- en masterfase vervangen door een sociaal leenstelsel. Er is sprake van cohortgarantie (binnen de bachelorfase respectievelijk binnen de masterfase). Fiscale weglek wordt voorkomen.
27. OV-kaart -> kortingskaart (incl. mbo 18-)
De OV-studentenkaart wordt per 2016 omgezet in een studentenkortingskaart voor het openbaar vervoer. Deze kortingskaart wordt ook verstrekt aan mbo-studenten jonger dan 18 jaar. Fiscale weglek wordt voorkomen.
28. Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren
De vereenvoudigingsvoorstellen op het gebied van de studiefinanciering uit het Voorstel tot wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 (Studeren is Investeren) worden alsnog doorgevoerd.
29. Budget motie Van Haersma Buma naar scholen ipv gemeenten
De onder maatregel 7 uitgenomen middelen worden volledig toegevoegd aan de lumpsumbekosting van het funderend onderwijs.
30. Verdubbeling intensivering leerkrachten vo (Bèta, jong academisch)
In het begrotingsakkoord is 105 mln. beschikbaar gesteld voor de kwaliteit van docenten en schoolleiders. Voor begeleiding van startende bèta leraren en jonge academische leraren in het voortgezet onderwijs wordt 100 mln. incidenteel extra uitgetrokken: 50 mln. in 2013 en 50 mln. in 2014. Deze middelen worden ingezet via een tijdelijke regeling (niet lumpsum).
31. Schrappen maatregel langstudeerders (plus teruggaaf 2012)
De langstudeerdersmaatregel wordt voor studenten teruggedraaid. De in 2012 reeds geïnde boetes worden zo snel mogelijk terugbetaald. De Dienst Uitvoering Onderwijs heeft extra uitvoeringskosten (eenmalig 1 mln.).
32. Intensivering onderwijs en onderzoek
De beschikbare middelen van 689 mln. (808 mln. in 2018) worden als volgt ingezet:


  • Er wordt 75 mln. geïntensiveerd in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dit loopt op naar 150 mln. structureel. Hiervan komt 25 mln. beschikbaar door herprioritering binnen OCW (nader in te vullen) en 25 mln. door een besparing op fiscale subsidies voor bedrijven (onderdeel van regel 81). Hiermee zullen de ministers van OCW en EZ de Rijkscofinancieringsbehoefte voor Horizon 2020 dekken.

  • Er wordt 344 mln. geïntensiveerd in het primair en voortgezet onderwijs. De middelen worden vooral ingezet voor kwaliteitverbetering van leraren en schoolleiders. Daarnaast worden middelen aangewend, onder andere ter financiering van de wens om tenminste 3 uur per week gymnastiek in het primair onderwijs te geven binnen de bestaande onderwijsuren.

  • Er wordt 250 mln. geïntensiveerd in het MBO. Hierbij staat kwaliteitverbetering van leraren en schoolleiders voorop. Verder ligt er een accent op techniekonderwijs en vakscholen.

  • Er komt 20 mln. beschikbaar om onbedoelde effecten op te vangen van de maatregel collegegeld tweede studie.

De middelen voor het onderwijs komen beschikbaar na de vaststelling van een onderwijsakkoord tussen Rijk en onderwijssectorraden, op voorwaarde dat de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs worden gemoderniseerd, teneinde deze meer participatiebevorderend en meer kwaliteitsbevorderend te maken. In afwachting van een onderwijsakkoord met concrete en doelmatige bestedingsplannen en vervolgens een akkoord tussen sociale partners waarin de arbeidsvoorwaarden gemoderniseerd worden, worden de intensiveringsmiddelen op de Aanvullende Post geplaatst.


De resterende oploop in de middelen na 2017 is beschikbaar voor verdere versterking van de kwaliteit van het onderwijs.


E

Zorg

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

145

-370

-3.441

-4.307

-5.384

-5.734




























Cure



















33

Hoofdlijnenakkoord medisch specialistische zorg/GGZ naar 2,0%; huisartsen naar 2,5%.







-355

-760

-1.175

-1.175

34

Honoraria medisch specialisten







-100

-100

-100

-100

35

Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten







20

10

10

-180

36

Concentratie topreferente zorg (IBO rapport)







-70

-70

-70

-70

37

Stringenter pakketbeheer




3

3

-50

-200

-200

38

Schrappen eigen bijdrage GGZ en liggeld ziekenhuizen; nieuwe eigen bijdrage GGZ

145

145

145

145

145

145

39

Intensivering wijkverpleegkundige







50

100

250

250

40

Dekking intensivering wijkverpleegkundige uit Zvw budget tweedelijn







-50

-100

-250

-250

41

Afschaffen zorgtoeslag






















wv lasten




-4.512

-4.512

-4.512

-4.512

-4.512

42

Invoering inkomensafhankelijke zorgpremie en terugsluis zorgtoeslag






















wv lasten




4.512

4.512

4.512

4.512

4.512

43

Besparing uitvoeringskosten zorgtoeslag




-15

-15

-15

-15

-15

44

Eigen bijdrage zelfverwijzers SEH (€50)




-24

-24

-24

-24

-24

45

Invoering inkomensafhankelijk eigen risico




30

0

0

0

0




























Care



















46

Geen aanspraak op begeleiding, budget 75% naar gemeenten, overheveling persoonlijke verzorging




-290

-1.540

-1.565

-1.580

-1.700

47

Landelijke invoering intramurale AWBZ







25

-20

-475

-475

48

Overheveling extramurale verpleging naar Zvw (5%)













-30

-30

49

Overheveling langdurige GGZ naar de Zvw













0

0

50

Extramuraliseren ZZP 4










-35

-70

-110

51

Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ




-30

-40

-50

-50

-50

52

Ontschotten jeugdzorg







-40

-100

-150

-150

53

Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg







70

70

70

70

54

Intensivering arbeidsmarkt zorg













100

100

55

Huishoudelijke hulp inkomensafhankelijk beperken




-89

-975

-1.140

-1.140

-1.140

56

Verplicht hergebruik scootmobiel/rolstoel etc. in Wmo







-15

-25

-50

-50




























Inkomensregelingen



















57

Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten




100

709

759

761

761

58

Wtcg afschaffen







-553

-645

-649

-649

59

Regeling specifieke zorgkosten






















wv uitgaven







-36

-42

-42

-42




wv lasten







-450

-450

-450

-450

60

CER afschaffen

 

-200

-200

-200

-200

-200
1   2   3

  • Subtotaal 58 -187 -827
  • Subtotaal 0 0 0 0
  • Subtotaal -155 212 212 212
  • Subtotaal 313 181 326 196
  • Subtotaal 145 -370 -3.441 -4.307

  • Dovnload 1 Mb.