Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Bruggen slaan

Dovnload 1 Mb.

Bruggen slaan



Pagina3/3
Datum05.12.2018
Grootte1 Mb.

Dovnload 1 Mb.
1   2   3


Cure
33. Hoofdlijnenakkoorden medisch specialistische zorg/GGZ naar 2%, huisartsen naar 2,5%
Met de sectoren van medisch specialisten/medisch specialistische instellingen, de GGZ en de huisartsen worden voor de periode 2015-2017 nieuwe hoofdlijnenakkoorden gesloten met daarin afspraken over het beperken van de jaarlijkse groei tot 2% (ruim boven de demografische groei van 1,1%). Huisartsen krijgen 0,5 procentpunt extra ten opzichte van de medisch specialistische zorg en de GGZ om substitutie te faciliteren.
In deze akkoorden worden onder meer afspraken gemaakt over een meer integrale benadering in de aanpak van de zorgvraag, substitutie van 2e naar 1e lijn, verdere kwaliteitsverbetering, meer inzicht in zorgzwaarte, verbetering van de informatievoorziening, aanpassing van de bekostigingsstructuur (meer afrekenen op gezondheidswinst i.p.v. productie), doelmatig gebruik (specialité) geneesmiddelen en de inzet van het macrobeheersingsinstrument (MBI) als stok achter de deur.
De overheid werkt verder aan het versterken van de rol van verzekeraars door onder andere het nemen van de volgende maatregelen: het afschaffen van art. 13 Zvw zodat selectieve inkoop wordt ondersteund, het uitsluitend verplicht verzekeren van zorg uit het basispakket via de naturapolis, het toezien op verbetering van de informatievoorziening en ondersteunen/ingrijpen waar noodzakelijk. Tevens zet de overheid zich in voor het maken van prijs/volume afspraken met fabrikanten over specialité geneesmiddelen. Verder wordt vastgehouden aan afspraken rond het volledig afschaffen van de ex-post risicoverevening per 2015. Onder de met de akkoorden te realiseren opbrengsten vallen ook maatregelen als een doelmatiger verdeling van SEH’s en doelmatiger inkoop van medische technologie en hulpmiddelen.

34. Honoraria medisch specialisten
De onder het huidige hoofdlijnenakkoord afgesproken route van de invoering van integrale tarieven blijft van kracht, in lijn met de zienswijze van de commissie Meurs. De commissie concludeert dat er onder het huidige beheersmodel ruimte voor inkomensmatiging resteert. Derhalve wordt aanvullend op de hoofdlijnenakkoorden een besparing van 100 mln. doorgevoerd op het budgettair kader van medisch specialisten door deze na afloop van het lopende hoofdlijnenakkoord taakstellend te verlagen in combinatie met de honorariumtarieven.
35. Harmoniseren duur vervolgopleiding medisch specialisten
Het aantal jaren van publieke bekostiging voor medisch specialistische vervolgopleiding wordt geharmoniseerd tot de opleidingsduur zoals geformuleerd in de EU-richtlijn voor erkenning van beroepskwalificaties (2005/36/EU). De herziening van het curriculum gaat met invoeringskosten gepaard. Structureel levert deze maatregel vanaf 2020 een besparing op van 180 mln. euro.
36. Concentratie topreferente zorg (IBO rapport)
Doelmatigheidsverbeteringen op het vlak van topreferente zorg en onderzoek worden bereikt door verdere concentratie en via mogelijke toetreding van andere instellingen dan UMC’s. Door het bereiken van hogere vaardigheid van ziekenhuizen kan met een hogere kwaliteit eenzelfde productie worden bereikt in een topreferent (deel)specialisme. Hiermee wordt een doelmatigheidswinst op de academische component gehaald. Deze wordt taakstellend verlaagd.
37. Stringenter pakketbeheer
Deze maatregel betreft het stringenter beheren van het verzekerd basispakket, zodat alleen nog noodzakelijke en (kosten)effectieve zorg wordt vergoed. Hiertoe worden de volgende wijzigingen  doorgevoerd:
1. Noodzakelijkheid (medisch-inhoudelijk en budgettair) wordt een apart voorliggend (en daardoor op zichzelf doorslaggevend) criterium. Een uitzondering hierop betreft zorg die een ketenfunctie heeft, bijvoorbeeld de huisartsenzorg. Daarnaast wordt het criterium (relatieve) kosteneffectiviteit wettelijk verankerd.
2. Het instrument van voorwaardelijke toelating/financiering tot het pakket in combinatie met risicogericht pakketbeheer wordt breed en met een sunset-clausule ingezet. Tijdens de periode van voorwaardelijke toelating/financiering (maximaal 4 jaar) wordt (kosten)effectiviteit in beeld gebracht. Bij het besluit van de Ministerie van VWS tot het wel/niet toelaten tot het pakket, speelt ook de beschikbare ruimte binnen het budgettaire kader een rol.
3. Het CVZ licht elk jaar een deel van het pakket door met een taakstellend percentage uitgavenbesparing. Ook vinden meer ex ante toetsingen op instroom en risicogericht ex-post toetsingen ter bevordering van uitstroom plaats. Selectief doch systematisch wordt de kosteneffectiviteit in beeld gebracht. De maatregel vereist investeringen in de capaciteit bij het CVZ; hiermee is in de opbrengst rekening gehouden.
38. Schrappen eigen bijdrage GGZ en liggeld ziekenhuizen; nieuwe eigen bijdrage eerste en tweedelijns GGZ

De invoering van de eigen bijdrage tweedelijns GGZ en de eigen bijdrage van 7,50 euro per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg worden teruggedraaid.



Om afwenteling binnen de GGZ te voorkomen wordt de bestaande eigen bijdrage in de eerste lijn budgettair neutraal omgezet in een eigen bijdrage voor alle GGZ-kosten in eerste en tweede lijn gezamenlijk. Dit resulteert in een lagere eigen bijdrage in de eerstelijns GGZ.
39. Intensivering wijkverpleegkundige
Met deze intensivering wordt het mogelijk op grotere schaal wijkverpleegkundigen in te zetten. Met dit budget wordt de zorg en ondersteuning die wijkverpleegkundigen leveren bekostigd. De wijze van bekostigen wordt nog nader bezien. Bij deze maatregel wordt er vanuit gegaan dat eventuele in- en uitvoeringskosten uit de intensivering worden gedekt. Er is totaal 250 mln. beschikbaar die wordt ingezet voor opleidingen, infrastructuur (daar waar nodig) en ondersteuning om meer wijkverpleegkundigen in te kunnen zetten.
40. Dekking wijkverpleegkundige
Aanvullend op de hoofdlijnenakkoorden wordt, in het kader van de substitutie van zorg, taakstellend budget vrijgemaakt ten gunste van een budget voor verpleegkundigen.
41. Afschaffen zorgtoeslag
Door invoering van de inkomensafhankelijke zorgpremie, wordt de zorgtoeslag overbodig.
42. Invoering inkomensafhankelijk zorgpremie en terugsluis zorgtoeslag
De zorgpremie wordt inkomensafhankelijk gemaakt. De nominale premie komt gemiddeld uit op €400 in 2017. De inkomensafhankelijke premie wordt geheven vanaf het wettelijk minimumloon (incl. vakantiegeld) tot een grens van 2x modaal en het tarief wordt geharmoniseerd. De inkomensgrens van de inkomensafhankelijke bijdrage (IAB) wordt eveneens verhoogd naar 2x modaal. De IAP en de IAB worden beide uitgevoerd door de belastingdienst.
De zorgtoeslag wordt met de invoering van de inkomensafhankelijke premie afgeschaft. Het budget van de zorgtoeslag in 2014 wordt teruggesluisd via een verlaging van de belastingtarieven tweede en derde schijf met 4,05%.
43. Besparing uitvoeringskosten zorgtoeslag
Door het afschaffen van de zorgtoeslag wordt 15 mln. bespaard aan uitvoeringskosten.
44. Eigen bijdrage zelfverwijzers SEH (€50)
Voor zelfverwijzers op de spoedeisende hulp (SEH) wordt een eigen bijdrage geïntroduceerd van 50 euro per bezoek.
45. Invoering inkomensafhankelijk eigen risico
Het eigen risico wordt in 2015 budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk eigen risico. De additionele uitvoeringskosten worden gedekt binnen het eigen risico. De drie tredes gelden voor drie even grote inkomensgroepen (en zullen bij invoering grofweg 180-350-595 bedragen).
Care
De huidige langdurige zorg (AWBZ) kent brede aanspraken die naast zorg ook meer algemeen ondersteunend kunnen zijn. Voor houdbare langdurige zorg is een koerswijziging noodzakelijk waarbij is gekeken naar te behalen synergievoordelen en de mogelijkheid tot volledig risicodragende uitvoering om te bezien welke zorg vanuit welk domein wordt geleverd.
De AWBZ zorg die nu thuis of in de omgeving wordt geleverd en die met name ondersteunend van aard is, wordt vanaf 2015 door gemeenten uitgevoerd (onder de Wmo). Gemeenten kunnen meer maatwerk bieden en inspelen op lokale omstandigheden en zorgbehoefte van cliënten.
Zorg die meer medisch gericht is, zoals de AWBZ verpleging aan huis en de GGZ, wordt risicodragend ondergebracht bij zorgverzekeraars. Zij hebben de kennis in huis om hiervoor de juiste zorg in te kopen voor patiënten en er een integraal aanbod van te maken.
De AWBZ in nieuwe opzet blijft behouden voor echt onverzekerbare risico’s, de zwaardere zorg voor ouderen en gehandicapten. Deze doelgroep kenmerkt zich door een brede zorgvraag (levenslang) die vanuit zorginstellingen wordt geleverd. Om de kennis over gespecialiseerde zorg te optimaliseren wordt de uitvoering gecentraliseerd (landelijk).
46. Geen aanspraak op begeleiding, budget 75% naar gemeenten, overheveling persoonlijke verzorging
Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. De dienstverlening wordt meer gericht op waar ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). In 2014 wordt de aanspraak voor de functie begeleiding in de AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen. Voor de functie persoonlijke verzorging vervalt in 2014 het recht op zorg bij een indicatie korter dan 6 mnd. en wordt de norm voor gebruikelijke zorg van 60 naar 90 minuten per week verhoogd. Vanaf 2015 wordt de extramurale zorg overgeheveld naar het gemeentelijk domein. De opbrengst vanaf 2014 is een netto reeks.
47. Landelijke invoering intramurale AWBZ
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt omgevormd tot een nieuwe landelijke voorziening waarin de intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg (vanaf ZZP 5) landelijk wordt georganiseerd met een budgetgrens middels de contracteerruimte. De voorziening krijgt daarbij een centraal beleidskader, zowel zorg in natura als pgb’s maken deel uit van de voorziening. Zowel inkoop als indicatiestelling komt hier terecht. De bestaande regionale structuur van zorginkoop met budgetplafond wordt vooralsnog gehandhaafd, terwijl de indicatie wordt beperkt tot degenen die het echt nodig hebben. De besparing ontstaat door het terugdringen van regionale variatie en spreiding in tariefstelling. Het gebruik van persoonsgebonden budgetten heeft juist bij deze zorg overigens geleid tot zorg op maat en institutionele innovaties.
48. Overheveling extramurale verpleging naar Zvw (5%)
De AWBZ functie extramurale verpleging wordt per 2015 overgeheveld naar de Zvw. In 2017 zijn zorgverzekeraars hiervoor volledig risicodragend, waardoor een besparing van 30 mln. (5% van grondslag van 600 mln.) wordt bereikt. Voor de jaren 2015 en 2016 wordt een hoofdlijnenakkoord gesloten met verzekeraars waarin het budgetplafond voor de uitvoering van de functie verpleging en het tempo van opbouw risicodragendheid zorgverzekeraars wordt vastgelegd.
49. Overheveling langdurige GGZ naar de Zvw
De huidige intramurale GGZ in de AWBZ wordt per 2015 overgeheveld naar de Zvw, waarbij over het onderdeel maatschappelijke opvang (Zvw of gemeenten) nog een nader besluit wordt genomen. Voor de jaren 2015 tot 2017 wordt een hoofdlijnenakkoord gesloten met verzekeraars, zorgkantoren en aanbieders. Daarin wordt voor de over te hevelen zorg een budgetplafond en het tempo van opbouw risicodragendheid voor de uitvoering van de huidige intramurale GGZ vastgelegd. In 2017 worden zorgverzekeraars hiervoor volledig risicodragend.
50. Extramuraliseren ZZP 4
Met deze maatregel wordt beoogd dat cliënten met een lichtere zorgvraag die voorheen in een intramurale setting zorg zouden ontvangen, voortaan de zorg in de eigen omgeving krijgen (scheiden wonen en zorg). Concreet wordt met deze maatregel de aanspraak voor ouderen (V&V) en verstandelijk gehandicapten op zorgzwaartepakket (ZZP) 4 geschrapt en ZZP’s met een vergelijkbare zorgzwaarte in de gehandicaptenzorg. De maatregel wordt ingevoerd voor nieuwe cliënten/herindicaties vanaf 2016.
51. Verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ
Met deze maatregel wordt de intramurale eigen bijdrage verhoogd tot de zak- en kleedgeldnorm. Bovendien wordt de huidige korting die cliënten ontvangen op de eigen bijdrage vanuit de Wtcg beperkt. Besparing is structureel 50 mln.
52. Ontschotten jeugdzorg
Het jeugdzorgbudget, dat per 2015 met een decentralisatie-uitkering naar gemeenten wordt overgeheveld, wordt additioneel verlaagd met 150 mln. met een ingroei in 2015 en 2016. Gemeenten kunnen deze taak veel doelmatiger uitvoeren door ontschotting, preventie/vroegtijdig signaleren, verschuiving van zwaardere naar lichtere zorg en eenvoudigere (indicatie-)procedures. Het ‘recht op zorg’, de PGB ‘kan’ bepaling en de gemeentelijke taak worden in de nieuwe wet zodanig beschreven dat dit voldoende beleidsvrijheid en ruimte voor maatwerk biedt. Daarnaast is scherpere tarifering van zorgaanbieders mogelijk en kunnen gemeenten efficiency behalen bij de gesloten jeugdzorg door de overcapaciteit in het aanbod niet langer te bekostigen en de gemiddelde verblijfsduur te verlagen.
53. Schrappen eigen bijdrage jeugdzorg
De introductie van een eigen bijdrage in de jeugdzorg, die per 2015 was voorzien en door gemeenten zou worden uitgevoerd, wordt ongedaan gemaakt.
54. Intensivering arbeidsmarkt zorg
Er wordt 100 mln. ingezet om het voor gemeenten financieel mogelijk te maken huishoudelijke dienstverlening aan te bieden waarbij voor de dienstverlener in beginsel dezelfde sociale rechten gaan gelden als voor een gewone werknemer. Dit in tegenstelling tot de sociale rechten onder de regeling dienstverlening aan huis.
55. Huishoudelijke hulp inkomensafhankelijk beperken
Het beroep op de bestaande huishoudelijke hulp in de WMO wordt voor nieuwe cliënten in 2014 beëindigd. Voor bestaande cliënten gaat de maatregel een jaar later in. Gemeenten behouden 25% van het budget voor een maatwerkvoorziening.
56. Verplicht hergebruik scootmobiel/rolstoel etc in de Wmo
Hulpmiddelen zoals rolstoelen en scootmobiel worden verstrekt door gemeenten binnen de Wmo. Hiervoor geldt voortaan een plicht tot hergebruik. Er wordt taakstellend uitgegaan van een structurele opbrengst van 50 mln.
Inkomensregelingen
57. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten
De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg), de fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten en de Compensatie Eigen Risico (CER). Door decentralisatie van de financiële ondersteuning voor chronisch zieken en gehandicapten met meerkosten ontstaat uit een complex van ongerichte regelingen één eenduidig vangnet, waarmee de doelgroep op transparante wijze en met scherpe focus bereikt wordt.

Voor het leveren van maatwerk door gemeenten aan chronisch zieken en gehandicapten die in de knel kunnen komen door meerkosten komt structureel ruim 760 mln. beschikbaar. Dit budget wordt vrijgemaakt uit het afschaffen van de Wtcg, de fiscale regeling voor aftrek van specifieke zorgkosten, de daarmee samenhangende Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) en de CER.


Het wettelijk kader voor het uitvoeren van deze taak door gemeenten kan de Wmo of de Wet bijzondere bijstand zijn, maar ook een nieuw op te stellen wettelijk kader behoort tot de mogelijkheden.
58. Wtcg afschaffen
De Wtcg wordt vóór 1-1-2014 in zijn geheel afgeschaft. Dit betekent dat in 2014 (met een kleine doorloop naar 2015) de laatste uitbetalingen van Wtcg-forfaits plaatsvinden voor rechten die in jaren t/m 2013 zijn opgebouwd. Ook de Wtcg-korting op de eigen bijdrage AWBZ/Wmo voor extramurale gevallen vervalt (voor intramurale gevallen, zie de maatregel verhogen intramurale eigen bijdrage AWBZ). Per 2015 wordt de taak naar gemeenten overgeheveld. Het afschaffen van de Wtcg levert structureel 649 mln. op. Hierin is ook de structurele doorwerking van de doelgroepverkleining door de maatregel rond fysiotherapie opgenomen. Bijna tweederde van dit besparingsbedrag wordt aan het budget voor maatwerk gemeenten toegevoegd.
59. Regeling specifieke zorgkosten afschaffen
De fiscale regeling voor de aftrek van specifieke zorgkosten wordt in zijn geheel – net als de Wtcg - per 2014 afgeschaft. Daarmee verliest ook de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten (TSZ) zijn functie en vervalt derhalve tegelijkertijd. De helft van de besparing van 492 mln. komt ten gunste van het budget voor gemeentelijk maatwerk.
60. CER Afschaffen
De Compensatie Eigen Risico (CER) wordt afgeschaft. Voor de CER geldt, net als voor de Wtcg, dat de regeling ongericht en ondoelmatig is. Van de besparing van 200 mln. wordt de helft aan gemeenten beschikbaar gesteld voor het gerichter ondersteunen van chronisch zieken en gehandicapten die door meerkosten in de problemen komen.


F

Sociale Zekerheid

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

-401

-1.054

-1.614

-2.429

-3.241

-4.877

61

WW/Ontslag (ten opzichte van basispad)






















wv uitgaven




784

947

592

284

-140




wv lasten




-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

62

Participatiewet (Voorheen Werken naar Vermogen, taakstelling oplopend in 6 jaar)




-60

-180

-290

-400

-1.830

63

Quotumregeling bedrijven arbeidsgehandicapten (ingroei in 6 jaar)




10

-5

-60

-130

-340

64

Hervorming kindregelingen






















wv uitgaven

-2

19

309

73

-90

-59




wv lasten







-830

-840

-840

-840

65

Ombuiging reïntegratie




-55

-83

-110

-138

-138

66

Aanscherpen definitie passende arbeid WW

3

3

-21

-32

-46

-57

67

Algehele arbeids-en reintegratieplicht en naleving WWB




-13

-45

-90

-95

-95

68

AOW voor samenwonenden naar 50% WML







-10

-30

-50

-200

69

Overbruggingsregeling AOW-verhoging




75

45

45

20

0

70

Doorwerkbonus/mobiliteitsbonus






















wv lasten

150

150

300

300

300

300

71

Schrappen voorschotregeling AOW

-10

-30

-30

50

20

0

72

Snellere verhoging AOW leeftijd










-70

-160

0

73

Schrappen toeslag jonge partner AOW > 50.000




-15

-40

-40

-40

0

74

Terugdraaien geen MKOB bij onvolledige opbouw




8

16

16

16

16

75

Niet invoeren vitaliteitssparen






















wv lasten

-580

-764

-759

-734

-700

-140

76

Huishouduitkeringstoets







-80

-80

-80

-80

77

Modernisering ZW: 1 jaar uitstel werknemerprikkel

38

24

0

0

0

0

78

ANW naar maximaal 1 jaar







-8

-23

-35

-74

79

Intensivering armoedebeleid




80

100

100

100

100

80

Temporiseren afbouw ahk in referentieminimumloon

 

30

60

94

123

0



61. WW/ontslag (ten opzichte van basispad)
De maximale WW-duur wordt per 1-7-2014 voor nieuwe instroom in de WW beperkt tot 24 maanden, waarvan 12 loongerelateerde uitkering gevolgd door maximaal 12 maanden vervolguitkering van 70% WML. De opbouw van het arbeidsverleden wordt aangepast. De opbouw in de eerste 10 jaar is 1 maand WW per gewerkt jaar en daarna is de opbouw een halve maand WW per gewerkt jaar. Daarbij wordt het reeds opgebouwde arbeidsverleden van voor 2014 gerespecteerd, zodat de jaren die liggen voor het kalenderjaar 2014 blijven tellen voor 1 jaar en de jaren 2014 en later tellen voor ½ jaar vanaf het 11e jaar arbeidsverleden. De IOAW wordt in 2014 afgeschaft. De IOW (zonder vermogenstoets en partner- of inkomenstoets) wordt daarentegen toegankelijk gemaakt voor mensen die werkloos worden op het moment dat zij 55 jaar of ouder zijn.
De raming van de opbrengst van deze maatregelen, zie eerste rij in de tabel, betreft de duurverkorting, de aanpassing van de opbouw, het afschaffen van de IOAW, de uitbreiding van de IOW, de doorwerking op de WGA en de uitvoeringskosten.
Het verhalen van de eerste zes maanden WW/uitkering op werkgevers vindt geen doorgang. De WW-premies gaan structureel vanaf 1-1-2014 met 1,3 mld. omhoog. Deze lastenverzwaring voor werkgevers komt in de plaats van het WW-verhaal en wordt gecompenseerd door lagere ontslagvergoedingen, die door een wettelijke norm in omvang beperkt worden, en omgezet in een transitiebudget ten bate van (om)scholing en van werk-naar-werk trajecten. De omvang van het budget wordt een kwart maand per gewerkt jaar vanaf het eerste jaar met een maximum van 4 maanden. Verder ontstaat door de hervorming het ontslagstelsel, ingaand per 1-7-2014, één route voor ontslag via het UWV, in de vorm van een preventieve toets. De kantonrechtersroute wordt opgeheven, waardoor uitvoeringskosten (5 mln.) worden overgeheveld van de rechtspraak naar het UWV.



(in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2014

2015

2016

2017

struc

 

 

 

 

 

 

 

WW

34

-53

-408

-716

-1140

Schrappen WW-verhaal

750

1.000

1.000

1.000

1.000

Totaal uitgaven

 

784

947

592

284

-140

 

 

 

 

 

 

 

Totaal lasten: WW premieverhoging

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

-1.300

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

 

-516

-353

-708

-1.016

-1.440



62. Participatiewet (voorheen Wet Werken naar vermogen, taakstelling oplopend in 6 jaar)


(in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2014

2015

2016

2017

struc

 

 

 

 

 

 

Wajong: beperken toegang tot volledig en duurzaam

0

-40

-80

-120

-1.180

Wsw: geen nieuwe instroom + nieuwe voorziening beschutte werkplek

-20

-50

-70

-90

-650

Efficiencykorting Participatiebudget geleidelijk

-40

-90

-140

-190

0



















Totaal

-60

-180

-290

-400

-1.830

Er komt één participatiewet die de Wwb, Wsw en een deel van de Wajong samenvoegt. Voor de hele doelgroep wordt een systeem van loondispensatie geïntroduceerd zoals dat nu in de Wajong bestaat. Hierdoor kunnen de gemeenten meer mensen laten participeren, budgetten gerichter en effectiever inzetten en kosten besparen. Met ingang van 1-1-2014 wordt de Wajong alleen toegankelijk voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten; voor de groep ‘niet volledige en duurzame arbeidsongeschikten’ is de nieuwe participatiewet beschikbaar. Huidige Wsw’ers en Wajong’ers worden niet herkeurd. Instroom in de Wsw in zijn huidige vorm en voorwaarden wordt gestopt met ingang van 1-1-2014. Gemeenten krijgen binnen de kaders van de participatiewet de ruimte om beschut werk zelf te organiseren als voorziening. Voor deze nieuwe voorziening beschut werk komen geleidelijk middelen beschikbaar voor structureel 30.000 plekken, afgestemd op 100% WML. Re-integratie en begeleidingsbudgetten worden samengevoegd in een gebundeld re-integratiebudget. Deze middelen zullen gerichter en efficiënter worden ingezet, waarbij speciale aandacht zal worden besteed aan mensen met een arbeidshandicap. Vanaf 1-1-2014 nemen deze middelen over een periode van zes jaar geleidelijk af. Tot slot geldt dat de doelgroep arbeidsgehandicapten voor de mobiliteitsbonus toeneemt. De extra kosten die hieruit voortvloeien worden gedekt binnen de beschikbare middelen voor mobiliteitsbonussen.


63. Quotumregeling bedrijven arbeidsgehandicapten (ingroei in 6 jaar)
Er komt per 1-1-2015 een verplicht quotum voor middelgrote en grote werkgevers in de markt-, premiegesubsidieerde en collectieve sectoren voor het in dienst hebben van arbeidsgehandicapten op straffe van een boete. Dit quotum wordt stapsgewijs in zes jaar ingevoerd. De opbrengst bestaat uit boeteopbrengsten en lagere uitkeringslasten, na aftrek van uitvoeringskosten, weglekeffecten en de dubbeltelling met de Wajong maatregel uit de Participatiewet.
64. Hervorming kindregelingen
Het aantal kindregelingen wordt per 1-1-2015 beperkt tot vier: Kinderbijslag (AKW), Kindgebonden budget (WKB), Kinderopvangtoeslag (KoT) en de Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK). De besparing bij deze hervorming betreft een saldo van maatregelen aan zowel de uitgaven- en inkomstenkant van de begroting, zie tabel.


(in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2013

2014

2015

2016

2017

struc

 

 

 

 

 

 

 

1. Afschaffen aanvulling alleenstaande ouders

0

0

-350

-350

-350

-350

3. Introduceren kop op kindgebonden budget (WKB)

0

76

915

915

915

915

4. Verlagen WKB afbouwgrens

0

-19

-226

-233

-240

-200

5. Versoberen kinderbijslag

-2

-59

-283

-501

-647

-656

6. Hervormen WTOS en TOG

0

0

0

0

0

0

8. WKB: Verhogen bedrag 1e kind met 25 euro

0

1

15

15

14

14

9. WKB: Verhogen bedrag 2e kind met 517 euro

0

20

238

227

218

218

10. WKB: Compensatie afschaffen schoolboeken *

 




(30)

(90)

(90)

(90)

Totaal uitgaven

-2

19

309

73

-90

-59

 
















 

2. Afschaffen (aanvullende) alleenstaande ouderkortingen

0

0

-530

-540

-540

-540

7. Afschaffen ouderschapsverlofkorting en aftrek LOK

0

0

-300

-300

-300

-300

Totaal lasten

0

0

-830

-840

-840

-840

 
















 

Totaal

-2

19

-521

-767

-930

-899

* Is niet meegenomen in de totaaltelling, komt terug bij maatregel 35.












(1) De aanvulling in de bijstand en de Anw voor alleenstaande ouders wordt afgeschaft.


(2) De fiscale alleenstaande ouderkorting en de aanvullende alleenstaande ouderkorting worden afgeschaft.
(3 ) Daarvoor in de plaats komt in het kindgebonden budget een alleenstaande ouderkop van 2800 euro per jaar.
(4) In het kindgebonden budget wordt de inkomensgrens waar onder het volledige bedrag wordt ontvangen, verlaagd naar de inkomensgrens die ook in de zorgtoeslag wordt gebruikt.
(5) In de kinderbijslag worden de bedragen verlaagd naar de bedragen van de jongste leeftijdscategorie, er gelden leeftijdsonafhankelijke bedragen. Deze maatregel wordt al in 2014 ingevoerd. Daarnaast wordt de kinderbijslag in de tweede helft van 2013 en 2014 niet geïndexeerd. Dit geldt ook voor het hele jaar 2015.
(6) De WTOS 17- wordt afgeschaft en budgettair neutraal geïntegreerd met het kopje op het kindgebonden budget voor ouders van kinderen van 16-17 jaar. De TOG wordt afgeschaft en budgettair neutraal geïntegreerd met de AKW.
(7) De ouderschapsverlofkorting en de aftrek voor levensonderhoud kinderen (Lok) worden afgeschaft.
(8) In het kindgebonden budget wordt het bedrag voor het eerste kind met ingang van 2015 met 25 euro verhoogd.
(9) In het kindgebonden budget wordt het bedrag voor het tweede kind met ingang van 2015 met 517 euro verhoogd.
(10) Ter compensatie van het afschaffen van de gratis schoolboeken worden de bedragen in het kindgebonden budget voor ouders van kinderen van 12-17 jaar in 2 stappen verhoogd (zie ook maatregel 35.).
65. Ombuiging re-integratie
Het re-integratiebudget van UWV en het participatiebudget van gemeenten worden gekort. De korting wordt voor 30% verhaald op het re-integratiebudget van het UWV en voor 70% op het participatiebudget van gemeenten. Dit levert een besparing op, oplopend tot netto 138 mln. in 2017, rekening houdend met uitverdieneffecten van 25% in het eerste jaar en 50% in latere jaren.
66. Aanscherpen definitie passende arbeid WW
De definitie van passende arbeid wordt in 2014 aangescherpt. De maatregel houdt in dat reeds na 6, in plaats van 12 maanden, alle arbeid als passend wordt aangemerkt. Eveneens vanaf 6 maanden komt de WW-gerechtigde in aanmerking voor inkomstenverrekening in plaats van urenverrekening.
67. Algehele arbeids- en re-integratieplicht en naleving WWB
De algemene arbeids- en re-integratieplicht in de Bijstand wordt aangescherpt door het gebruik van ontheffingen te beperken. Tevens wordt in 2014 de naleving en handhaving geïntensiveerd, onder meer door verplichtingen in de regelgeving te uniformeren en sancties wettelijk voor te schrijven. Wettelijk voorgeschreven wordt dat gemeenten de bijstandsuitkering 3 maanden stoppen in geval van het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieplicht. De besparing wordt taakstellend in de begroting van SZW verwerkt.
68. AOW voor samenwonenden naar 50% WML
De uitkering van iedere AOW’er die samenwoont met één of meer volwassenen (ook als het gaat om eerste graad bloedverwanten) wordt per 2015 vastgesteld op 50% van het netto minimumloon. Dit geldt voor nieuwe instroom in de AOW, voor AOW-ers waarvan de huishoudsituatie wijzigt en na afloop van het overgangsrecht voor het zittend bestand.
69. Overbruggingsregeling AOW-verhoging
Voor mensen die per 1-1-2013 nu reeds deelnemen aan een vut- of prepensioenregeling, en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de AOW leeftijdsverhoging, wordt vanaf 2013 een overbruggingsregeling ontworpen. De regeling geldt voor deelnemers met een inkomen tot 150% WML en kent een partner- en vermogenstoets (exclusief eigen woning en pensioenvermogen). Mocht invoering per 1-1-2013 op praktische bezwaren stuiten, dan wordt aan de regeling terugwerkende kracht vanaf 1-1-2013 toegekend.
70. Doorwerkbonus/mobiliteitbonus
Er wordt een doorwerkbonus ingevoerd voor werknemers (voltijd en deeltijd) vanaf 61 tot 65 jaar. Werknemers die doorwerken tot 65,5 jaar, kunnen zo gemiddeld 1,5 jaar eerder met pensioen zonder er financieel op achteruit te gaan. Deze doorwerkbonus geldt voor werknemers met een inkomen vanaf 90% WML, wordt maximaal van 100% tot 120% WML en loopt daarna af tot 175% WML. Het structurele budgettaire beslag van deze regeling is ruim 200 mln. Daarnaast komen middelen beschikbaar voor de reeds bestaande mobiliteitsbonus, om de arbeidsparticipatie te stimuleren in het kader van de Participatiewet. Mocht invoering per 1-1-2013 op praktische bezwaren stuiten, dan wordt de bonus in 2014 met terugwerkende kracht alsnog ter beschikking gesteld.
71. Schrappen voorschotregeling AOW
De huidige voorschotregeling voor de AOW leeftijdsverhoging wordt afgeschaft. Deze is niet langer nodig, wanneer de nieuwe overbruggingsregeling in werking treedt.

72. Snellere verhoging AOW-leeftijd
De AOW leeftijd wordt na 2015 versneld verhoogd volgens onderstaand schema. Hierdoor wordt in 2018 de AOW leeftijd 66 jaar en in 2021 67 jaar.
Tabel: nieuw tijdpad verhoging AOW-leeftijd (aantal maanden)





2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Huidige wet

1

2

3

5

7

9

12

15

18

Na deelakkoord

1

2

3

6

9

12

16

20

24


73. Schrappen toeslag jonge partner AOW > 50.000
De partnertoeslag voor AOW-gerechtigden wordt per 1-7-2014 ingeperkt. AOW-gerechtigden die samen met hun partner een totaalinkomen van meer dan 50.000 euro (exclusief AOW) hebben, ontvangen niet langer partnertoeslag. Dit geldt voor nieuwe instroom en, na afloop van een overgangsperiode, voor het zittend bestand. Structureel kent de maatregel geen opbrengst omdat in de wet verhoging AOW en pensioenrichtleeftijd besloten is dat de AOW partnertoeslag voor nieuwe gevallen helemaal wordt afgeschaft.
74. Terugdraaien geen MKOB bij onvolledige opbouw
De maatregel “geen aow-tegemoetkoming bij onvolledige opbouw” uit het vorige regeerakkoord wordt per 1-7-2014 teruggedraaid. Dit betekent dat de MKOB niet langer meegenomen wordt in de middelentoets van de bijstand voor 65-plussers (AIO).
75. Niet invoeren vitaliteitssparen
Het vitaliteitssparen wordt niet ingevoerd. Kasbedragen zijn leidend.
76. Huishouduitkeringstoets
Een huishouduitkeringstoets wordt ingevoerd per 2015. Het normbedrag van de WWB wordt verlaagd naarmate in een huishouden meer inwonende volwassenen aanwezig zijn. De inkomsten van gezinsleden binnen het huishouden worden niet verrekend met de uitkering van de bijstandsontvanger, zodat werken lonend is en niet direct consequenties heeft voor de overige gezinsleden. Wel wordt de bijstandsuitkering lager naarmate er meer boven bedoelde gezinsleden zijn. Elk van de gezinsleden blijft een zelfstandig recht op bijstand houden.
77. Modernisering ZW: 1 jaar uitstel werknemerprikkel
De invoering van de prikkel voor werknemers uit de modernisering van de Ziektewet (duur van de loongerelateerde uitkering afhankelijk van arbeidsverleden) wordt met een jaar uitgesteld. Binnen een jaar wordt een alternatief gevonden om de hoge instroom van werknemers zonder vast contract (flexwerkers) in de Ziektewet het hoofd te bieden.
78. Anw naar maximaal 1 jaar
Vanaf 1-7-2014 geldt voor nieuwe instroom in de Anw een maximum duur van één jaar (exclusief de wezenuitkering). De gerapporteerde besparing is inclusief weglek. In de besparing is verondersteld dat de integratie van de halfwezenuitkering in de nabestaandenuitkering uit het wetsvoorstel deregulering SVB zijn beslag heeft gekregen.
79. Intensivering armoedebeleid
De mogelijkheden voor individuele bijzondere bijstand (van daadwerkelijke kosten) worden verruimd en de mogelijkheden voor categoriale bijzondere bijstand (aannemelijke kosten) worden beperkt. Daarbij is er bijzondere aandacht voor werkenden met een laag inkomen en ouderen met klein pensioen. Daarnaast kan categoriale bijzondere bijstand voor gezinnen met kinderen in de vorm van aanvullende zorgverzekering en stadspas voor culturele/maatschappelijke/sportieve voorzieningen worden uitgebreid. De overheidssteun aan het Jeugdsportfonds Nederland wordt verlengd (2015 en 2016) en de Sportimpuls wordt structureel verhoogd. Tot slot wordt de langdurigheidstoeslag in de WWB vervangen door een individuele toeslag voor personen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen zonder zicht op verbetering. Voor dit pakket wordt structureel 100 miljoen vrijgemaakt.
80. Temporiseren afbouw AHK in referentieminimumloon
De afbouw van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (ahk, in de fiscaliteit voor werkenden al vanaf 2009 afgebouwd) wordt sinds januari 2012 ook doorvertaald naar de uitkeringshoogte (excl. AOW). Deze afbouw wordt in de jaren 2014 t/m 2017 getemporiseerd, zodat per jaar 2,5 procentpunt wordt afgebouwd in plaats van 5 procentpunt per jaar.


G

Overdrachten bedrijven

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal__0__-69__-226__-319'>Subtotaal__0__-520__-540__-540'>Subtotaal__0__-286__-437__-446'>Subtotaal

0

-286

-437

-446

-484

-484

81

Subsidies bedrijven






















wv uitgaven




260

244

244

244

244




wv lasten




-502

-574

-583

-596

-596

82

Doorberekenen kosten toezicht AFM/DNB




0

-38

-38

-38

-38

83

Afschaffen PBO's






















wv uitgaven




-184

-191

-198

-206

-206




wv lasten




215

222

229

237

237

84

Boetes marktwerking (NMa)

 

-75

-100

-100

-125

-125


81. Subsidies bedrijven


(in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2014

2015

2016

2017

Struc.

1. Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren EZ

-46

-52

-52

-52

-52

2. Beperking subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren overige departementen

-8

-8

-8

-8

-8

3. Verlagen uitgaven ondernemerspleinen

-5

-15

-15

-15

-15

4. Verhogen budget TKI-toeslag

110

110

110

110

110

5. Subsidieregeling

209

209

209

209

209

Totaal uitgaven

260

244

244

244

244

 

 

 

 

 

 

6. WVA Onderwijs

-409

-414

-423

-436

-436

7. Beperking fiscale innovatieregelingen

-93

-160

-160

-160

-160



















Totaal lasten

-502

-574

-583

-596

-596



















Totaal

-242

-330

-339

-352

-352



  1. Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren EZ
    De uitgaven aan het bedrijfslevenbeleid en topsectoren worden taakstellend beperkt.


  2. Beperking subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren overige departementen
    Ook de andere betrokken departementen dragen bij aan een ombuiging op subsidies aan het bedrijfslevenbeleid en topsectoren, te weten: VWS (3 mln.), IenM (2 mln.), OCW (2 mln.) en Defensie (1 mln.)



  3. Verlagen uitgaven ondernemerspleinen
    Op de ondernemerspleinen kan worden bespaard door meer producten en diensten tegen een kostendekkende vergoeding aan te bieden en door het beëindigen van taken.



  4. Verhogen budget TKI-toeslag
    Het budget van de TKI-toeslag wordt verhoogd. Hiermee wordt een stimulans gegeven aan de publiek-private samenwerking. Die stimulans kan eveneens worden bereikt door gebruik te maken van programma’s en projecten in het kader van Horizon 2020. Mocht EZ hiervoor cofinanciering dienen te leveren, dan zal die ten laste van de TKI-toeslagmiddelen worden gebracht.



  5. Subsidie en 6. WVA Onderwijs
    Het budgettair beslag van de WVA onderwijs is vanaf 2007 verdubbeld van 200 mln. naar 400 mln. De Wet afdrachtvermindering Onderwijs wordt afgeschaft en vervangen door een veel beter te richten subsidieregeling op de begroting van OCW. Het voor de nieuwe regeling beschikbare budget wordt teruggebracht naar het niveau van 2007.


7. Beperking fiscale innovatieregelingen
In 2014 wordt er in totaal 93 mln. bezuinigd op de RDA, de innovatiebox en de WBSO. Dit bedrag loopt op naar 160 mln. in 2015 e.v.
82. Doorberekenen kosten toezicht AFM/DNB
Het toezicht door AFM en DNB wordt doorbelast aan de partijen die actief zijn op de financiële markten. Voor het toezicht op de BES-eilanden blijft, vanwege de bijzondere omstandigheden aldaar, de bestaande situatie gehandhaafd. Bij de vaststelling van de nieuwe (hogere) tarieven zullen kleinere partijen zoveel mogelijk worden ontzien.
83. Afschaffen PBO’s
De PBO´s en de PBO heffing worden afgeschaft. De medebewindstaken en autonome publieke taken van de PBO’s worden door EZ uitgevoerd vanaf 2014. Voor de uitvoering van deze taken wordt 31 mln. aan de EZ begroting toegevoegd.
84. Boetes marktwerking (NMa)
De boetes marktwerking (NMa) worden verhoogd omdat de NMa meer kartelboetes gaat opleggen. De ontvangsten worden geraamd op 75 mln. in 2014 oplopend naar 125 mln. structureel. Deze bezuiniging wordt taakstellend ingeboekt op de EZ begroting. Bij eventuele besparingsverliezen kunnen extra opbrengsten uit maatregel 111 binnen het EZ domein gebruikt worden.


H

Internationale samenwerking

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

0

-520

-540

-540

-1.040

-1.040

85

Ontwikkelingshulp




-750

-750

-750

-1.000

-1.000

86

Defensie




-250

-250

-250

-250

-250

87

Nieuw budget internationale Vrede en Veiligheid




250

250

250

250

250

88

Revolving fund internationale samenwerking




250

250

250

0

0

89

Reductie postennetwerk

 

-20

-40

-40

-40

-40


85. Ontwikkelingshulp
De uitgaven voor OS worden verlaagd met de in de tabel opgenomen bedragen, de ontwikkeling van de uitgaven blijft gerelateerd aan de ontwikkeling van het BNP. De publieke uitgaven voor de lange termijn financiering van het internationale klimaatbeleid –zoals toegezegd tijdens de Klimaattop in Kopenhagen in 2009- worden gefinancierd uit het OS budget.
86. Defensie
Om de inzet van de Nederlandse krijgsmacht voor vrede en veiligheid in de wereld te kunnen blijven verzekeren, wordt vanaf 2014 jaarlijks 0,25 mld. van het budget voor Ontwikkelingssamenwerking omgezet in een budget voor Internationale Veiligheid. Dit budget komt beschikbaar voor Defensie voor aan internationale veiligheid verbonden kosten. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is verantwoordelijk voor de aanwending, in overeenstemming met de minister van Defensie. Corresponderend wordt de begroting van Defensie vanaf 2014 met 0,25 mld. verlaagd, waaronder de volledige huidige HGIS-middelen voor vredesoperaties.
87. Nieuw budget internationale Vrede en Veiligheid
Zie maatregel 86.
88. Revolving fund internationale samenwerking
Er wordt, binnen het geldende begrotingsbeleid, een revolverend fonds opgericht waarmee investeringen in ontwikkelingslanden gefaciliteerd kunnen worden. Daartoe wordt in de jaren 2014 t/m 2016 jaarlijks 250 mln. van de 750 mln. besparing in deze jaren ingezet ter voeding van het fonds.
89. Reductie postennetwerk
De uitgaven aan het interdepartementale postennetwerk onder hgis worden in 2014 met 20 mln. en vanaf 2015 met 40 mln. gekort. Deze taakstelling is additioneel aan de generieke taakstelling.


I

Overige uitgaven

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

0

-69

-226

-319

-402

-467

90

Taakstelling MRB (hogere boete bij herhaaldelijk te laat betalen)




-50

-70

-70

-70

-70

91

Doorberekenen kosten strafzaken en detentie aan veroorzaker




0

-60

-60

-60

-60

92

Publieke omroep










-50

-100

-100

93

Belasting- en invorderingsrente

 

-19

-96

-139

-172

-237


90. Taakstelling MRB (hogere boete bij herhaaldelijk te laat betalen)
Bij het te laat betalen van de Motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt een boete opgelegd van 50 euro. Bij een tweede en derde (en verdere) verzuim binnen een periode van 2 jaar bedraagt de boete respectievelijk 100 en 150 euro. Dat is een verzwaring van de huidige systematiek waarbij een boete wordt opgelegd van 50 euro voor het tweede en verdere verzuim binnen een periode van één jaar.
91. Doorberekenen kosten strafzaken en detentie aan veroorzaker
Er komt een eigen bijdrageregeling voor gedetineerden. Voor de verblijfkosten wordt (indicatief) 12,50 euro per dag in rekening gebracht (maximum 6 maanden). Daarnaast worden griffierechten geheven voor strafzaken in eerste aanleg, waarmee (een deel van) de kosten van het strafrecht (in geval van een veroordeling) aan de veroordeelde worden doorberekend. Ter indicatie: De gemiddelde gerechtskosten van een strafzaak in eerste aanleg bedragen 950 euro.
92. Publieke omroep
De bezuiniging op de publieke omroep wordt langs 4 sporen ingevuld:
-Een efficiencytaakstelling van 25 mln. bij het centraliseren van het budget voor regionale omroepen (uitname uit het Provinciefonds per 2014 van 142 mln.).
-Het eerder aangekondigde mediafonds wordt heroverwogen. Alleen het Stimuleringsfonds voor de Pers blijft bestaan. Dit levert een besparing op van 16 mln.
-Artikel 2.42 omroepen gaan ‘inwonen’ bij één van de landelijke ledenomroepen. De budgetten voor 2.42 omroepen vervallen. Dit levert een besparing op van 14 mln.
-Een nader in te vullen taakstelling van 45 mln.
93. Belasting- en invorderingsrente
Het rentepercentage van de belastingrente wordt voor de vennootschapsbelasting gekoppeld aan de wettelijke rente voor handelstransacties met een ondergrens van 8%. Het rentepercentage van de belastingrente voor de overige belastingmiddelen en het rentepercentage van de invorderingsrente blijft gekoppeld aan de wettelijke rente voor niet-handelstransacties met een ondergrens van 4%.

J

Overige belastingen en premies

2013

2014

2015

2016

2017

struc




Subtotaal

-422

-1.371

-3.008

-3.374

-3.301

-1.933

94

AOW premies door 65 en 66 jarigen










-25

-55

0

95

Terugdraaien reiskostenaftrek






















wv uitgaven

-17

-49

-91

-108

-121

-121




wv lasten

1.669

1.719

1.754

1.794

1.794

1.794

96

Assurantiebelasting naar 21%

-1.222

-1.379

-1.403

-1.403

-1.403

-1.403

97

Witteveen aftoppen 100.000







-317

-529

-635

-297

98

Witteveen opbouwpercentage- 0,4%






















wv uitgaven (toeslagen)







-36

-60

-72

0




wv lasten







-1.075

-1.792

-2.150

-1.116

99

Verlaging maximaal aftrekpercentage hypotheekrente




-45

-89

-133

-175

-770

100

Gekoppelde verlaging toptarief/ verlenging 3e schijf




45

89

133

175

770

101

Restschulden

10

20

30

40

50

0

102

Maatregel huurmarkt
















-770




wv uitgaven (huurtoeslag)

45

135

225

315

420







wv lasten (verhuurdersheffing)

-45

-485

-725

-965

-1.190




103

Afromen kansspelbelasting






















wv uitgaven







-10

-10

-10

-10




wv lasten







-25

-28

-31

-31

104

Schrappen aftrekbaarheid provisies tussenpersonen

-75

-84

-92

-100

-109

-150

105

Vervallen vrijstelling oldtimers




-156

-155

-154

-153

-153

106

Invoering Winstbox






















wv uitgaven (toeslagen)







-27

-27

-27

-27




wv lasten







-473

-473

-473

-473

107

Verhoging accijnzen (tabak en alcohol)




-187

-200

-200

-200

-200

108

Verhoging accijnzen (diesel en LPG)




-280

-280

-280

-280

-280

109

Lastenverlichting arbeidskort. €500




785

1.570

2.355

3.140

3.140

110

Versterking toezicht Belastingdienst, UWV en SVB






















wv uitgaven

108

169

157

157

157

157




wv inkomsten

-265

-533

-533

-566

-623

-663

111

Werkkostenregeling




-100

-100

-100

-100

-100

112

Tegemoetkoming ondernemers afdracht BTW

19
















113

Incidentele lastenruimte 2013

-649
















114

Ongedaan maken technische veronderstelling in basispad (terugsluis vergroening)




-375

-375

-375

-375

-375

115

Zorgpremies en overige lastenmaatregelen

 

-571

-827

-840

-855

-855

94. AOW premies door 65 en 66 jarigen
Het versnellen van de verhoging van de AOW-leeftijd leidt tot hogere ontvangsten uit de AOW-premies, omdat het aantal personen dat AOW-premie dient te betalen toeneemt.
95. Terugdraaien maatregel reiskostenaftrek
De maatregel uit het begrotingsakkoord rond de afschaffing van de fiscale reiskostenaftrek wordt in zijn geheel teruggedraaid, inclusief de maatregel “auto van de zaak”. Het feit dat de reiskostenaftrek blijft bestaan geeft belastingplichtigen mogelijk een lager verzamelinkomen; dit heeft effect op toeslagen en werknemersverzekeringen.
96. Assurantiebelasting naar 21%
Het tarief van de assurantiebelasting wordt per 1-4-2013 verhoogd naar 21%. Het overgangsrecht wordt zo vormgegeven dat het nieuwe tarief van 21% van toepassing is op premies voor zover die betrekking hebben op een verzekerde periode van na 31-3-2013 (ongeacht wanneer deze premies betaald zijn).
97. Witteveen aftoppen 100.000
Vanaf een inkomensniveau van 100.000 euro kan niet langer fiscaal gefaciliteerd voor aanvullend pensioen worden gespaard. Dit geldt voor zowel voor pensioenopbouw in de tweede als de derde pijler (individuele lijfrenteopbouw). Kasbedragen zijn leidend.
98. Witteveen opbouwpercentage -0,4%
Het maximale jaarlijkse opbouwpercentage voor nieuwe pensioenopbouw wordt verlaagd met 0,4%. Voor het gebruikelijke middelloonpensioen betekent dit dat jaarlijks een opbouw van maximaal 1,75% van het pensioengevend loon fiscaal wordt gefaciliteerd. Na 40 jaar werken kunnen mensen een pensioen opbouwen van 70% van hun gemiddelde loon. De derde pijler (individuele lijfrenteopbouw) wordt op overeenkomstige wijze aangepast. Kasbedragen zijn leidend.
99. Verlaging maximaal aftrekpercentage hypotheekrente
Het maximale aftrekpercentage voor hypotheekrente wordt vanaf 2014 in jaarlijkse stappen van een half procentpunt verlaagd van het tarief in de vierde naar de derde schijf.
100. Gekoppelde verlaging toptarief/schijflengte (50-50)
De opbrengst van de beperking van het aftrektarief voor hypotheekrente wordt voor 50%  teruggesluisd in verlaging van het toptarief en voor 50% via een verlenging van de 3e belastingschijf.
101. Restschulden
De problemen met restschulden worden gericht aangepakt. De rente betaald op restschulden kan tijdelijk (maximaal 5 jaar) en onder voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen in box 1.
102. Maatregel huurmarkt
De huren worden richting marktconform niveau gebracht. Er wordt voor alle huurders een additionele huurverhoging van 1,5% boven de reeds bepaalde huurverhogingen toegestaan. In het woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt de maximale huur niet langer bepaald met het puntensysteem, maar vastgelegd op 4,5% van de WOZ van de woning. Verhuurders mogen hierbij werken met een huursombenadering. De systematiek met een huurliberalisatiegrens blijft intact. Daarbij wordt het wettelijk mogelijk gemaakt dat voor huurders met een inkomen boven de 43.000 in een gereguleerde huurwoning de maximale huur volgens het WWS tijdelijk buiten werking wordt gesteld en dus tijdelijk boven de huurliberalisatiegrens kan uitkomen. Hierbij blijft de woning zelf wel tot de sociale woningvoorraad behoren. Daarnaast wordt de heffing voor verhuurders verhoogd, rekening houdend met extra middelen om toenemend gebruik van huurtoeslag als gevolg van de huurverhogingen op te vangen. Als gevolg hiervan wordt de heffing reeds in 2013 met 45 mln. euro verhoogd. Op lange termijn wordt de heffing voor verhuurders evenredig met het toenemend gebruik van de huurtoeslag als gevolg van de maatregelen verhoogd.
103. Afromen kansspelbelasting
Deze maatregel bestaat uit twee delen.


  1. Vergunningen loterijen (niet on-line)

Per 2015 worden de vergunningen voor loterijen niet meer ondershands gegund, maar door middel van een transparante procedure, zoals bijvoorbeeld een veiling of beauty contest. Dit geldt ook voor de staatsloterij. De nieuwe vergunninghouders betalen een marktconforme licentie-fee. De opbrengst hiervan is 10 mln.


  1. Online regulering

Binnen de termijn van de komende regeerperiode wordt de online markt gelegaliseerd en gereguleerd. Door te reguleren levert de heffing van de kansspelbelasting van 29% bij online aanbieders circa 31 mln. structureel op (geldt niet als lastenverzwaring). Illegale aanbieders worden actief geweerd en vergunningen vervallen wanneer belasting niet wordt voldaan.
104. Schrappen aftrekbaarheid provisies tussenpersonen
Door de maatregel vervalt in verband met het provisieverbod de aftrekbaarheid van bepaalde fee’s van tussenpersonen in het kader van de lijfrenteaftrek en de aftrek van premies voor arbeidsongeschiktheidsrenten.

105. Vervallen vrijstelling oldtimers MRB
De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers komt te vervallen.
106. Invoering Winstbox
De verschillen in belastingheffing tussen ondernemers en werknemers zijn de afgelopen jaren toegenomen. Om meer evenwicht te bereiken zullen de ondernemersfaciliteiten waaraan het urencriterium is verbonden per 2015 met 0,5 mld. worden versoberd en/of afgeschaft.
Daarnaast worden deze kabinetsperiode stappen gezet om een winstbox in te voeren. Hierbij worden betrokken de zelfstandigenaftrek, fiscale oudedagsreserve, meewerkaftrek, startersaftrekken en de S&O-aftrek. Het bewerkelijke urencriterium kan dan komen te vervallen.
107. Verhoging accijnzen (tabak en alcohol)
De accijns op bier, wijn, sherry en port wordt met ingang van 1-1-2014 verhoogd met ongeveer 14% en de accijns op gedistilleerde dranken met ongeveer 5%. Hiermee wordt een opbrengst gerealiseerd van 120 mln. De accijns op een pakje sigaretten van 19 stuks en de accijns op een pakje shag van 40 gram worden, met ingang van 1-3-2014, verhoogd met ongeveer 9 cent. Hiermee wordt een opbrengst gerealiseerd van 80 mln.
108. Verhoging accijnzen (diesel en LPG)
De accijns voor diesel wordt verhoogd met 3 cent per liter en komt daarmee op ongeveer 46 cent per liter. De opbrengst van deze accijnsverhoging, die ingaat per 1-1-2014, bedraagt 230 mln. De accijns op LPG wordt verhoogd met 7 cent per liter en komt daarmee op ongeveer 18 cent per liter. De opbrengst van deze accijnsverhoging, die ingaat per 1-1-2014, bedraagt 50 mln.
109. Lastenverlichting arbeidskorting €500
Het maximum van de arbeidskorting wordt in 2014 verhoogd met 125 euro. Dit bedrag wordt in gelijke stappen verder verhoogd tot 500 euro in 2017 en daarna. Deze maatregel geldt voor iedereen die recht heeft op arbeidskorting, ongeacht het inkomen.
110. Versterking toezicht Belastingdienst, UWV en SVB
De Belastingdienst heeft bekeken of door het versterken van toezicht door de Belastingdienst meer belastingontvangsten binnen kunnen komen. De capaciteit van de Belastingdienst kan met structureel 157 mln. worden geïntensiveerd. Bij particuliere belastingplichtigen gaat het om het versterken van de controle van aangiften. Daarnaast zal de Belastingdienst extra controles uitvoeren bij bedrijven die fiscaal ongewenst gedrag vertonen. Ook de capaciteit voor de invordering wordt vergroot, waardoor de Belastingdienst meer verschuldigde belasting zal innen. Het is geen lastenverzwaring omdat de fiscale regelgeving niet wordt aangescherpt.
Ook UWV en SVB kunnen mogelijk, zonder verdere aanpassingen van wetgeving, het toezicht zodanig versterken dat daardoor besparingen op uitkeringslasten worden gerealiseerd. Indien daartoe overtuigende business cases worden ontwikkeld, zal de capaciteit worden geïntensiveerd ten einde de besparingen te kunnen realiseren.

111. Werkkostenregeling
In het Belastingplan 2013 is een verhoging opgenomen van de forfaitaire ruimte van de werkkostenregeling van 0,1%. Deze verhoging wordt teruggenomen. Dit levert vanaf 2014 een besparing op van structureel 100 mln.
112. Tegemoetkoming ondernemersafdracht BTW
Voor ondernemers wordt een uitstelregeling ontworpen, die ruimer is dan het huidige voorstel in het Belastingplan 2013. De grens voor de uitstelregeling wordt opgetrokken van 12.000 euro naar 20.000 euro, dezelfde grens bestaat al voor particulieren. Dit kost 19 mln. eenmalig in 2013.
113. Incidentele lastenruimte 2013
De voor 2013 beschikbare incidentele lastenenveloppe van 649 mln. (verlaging AOF premie) wordt ingezet in het deelakkoord. De bijbehorende incidentele lastenschuif tussen burgers en bedrijven in 2014 van 195 mln. komt hiermee te vervallen.
114. Ongedaan maken technische veronderstelling in basispad (terugsluis vergroening)
Deze maatregel dient ter dekking van maatregel 16 (inzet terugsluis vergroening begrotingsakkoord).
115. Zorgpremies en overige lastenmaatregelen
De maatregelen in de curatieve zorg leiden tot mutaties in de Zvw-premie. Deze worden teruggesluisd naar burgers en bedrijven, afgezien van 145 mln. ter dekking van het terugdraaien van de eigen bijdrage van de tweedelijns GGZ en de eigen bijdrage van 7,50 euro per verpleegdag in instellingen voor medisch-specialistische zorg. De terugsluis naar bedrijven gaat via de Aof-premie. Als onderdeel van de maatregelen die het beoogde koopkrachtbeeld moeten bewerkstellingen worden, aanvullend op andere maatregelen het belastingtarief eerste schijf met 0,5% verlaagd en de algemene heffingskorting met 160 euro verhoogd. Hiermee wordt de terugsluis van de BTW-verhoging in 2014 en 2015 alsmede de terugsluis van de vergroeningsmaatregel voor burgers anders vorm gegeven. Ook wordt de oploop van de af te schaffen zorgtoeslag in 2015-2017 hiermee teruggegeven aan de burgers.


(in € mln., -/- is saldoverbeterend)

2014

2015

2016

2017

Tarief 1e schijf

980

980

980

980

Algemene heffingskorting

62

1660

1790

1972

Effect zorgpremies

-17

61

-466

-1.128

Oploop zorgtoeslag na 2014

-1280

-2560

-2560

-2560

Terugdraaien BTW terugsluis begrotingsakkoord

-200

-200

-200

-200

Terugdraaien Vergroening (burgers) begrotingsakkoord

-250

-250

-250

-250

Totaal

-571

-827

-840

-855

BIJLAGE B
Begrotingsregels
Het trendmatige begrotingsbeleid wordt voortgezet.
Onderstaande afspraken dienen ter explicitering of verbetering van bestaande begrotingsregels. Voor het overige worden de vigerende begrotingsregels de komende jaren bestendigd (inclusief de technische aanpassingen van de 14e Studiegroep begrotingsruimte (bijlage 7)1.


  1. Europese begrotingsafspraken zijn leidend
    We houden ons aan Europese begrotingsafspraken van het SGP. Het bedrag van 16 miljard netto besparingen, conform de aanbeveling van de Studiegroep Begrotingsruimte, stelt ons in staat deze afspraken na te komen en leidt –in combinatie met onderliggende structurele hervormingen- tot een houdbaarheidsoverschot, zodat toekomstige schokken kunnen worden opgevangen en de Nederlandse economie weerbaar wordt voor financiële schokken.

  2. Een strikte scheiding tussen de inkomsten en de uitgaven
    Een meevaller bij de inkomsten wordt niet gebruikt voor extra uitgaven. Andersom hoeft er niet direct bezuinigd te worden op de uitgaven wanneer er sprake is van een tegenvaller aan de inkomstenkant.

  3. Uitgavenkader en uitgavenplafonds
    Voor de uitgaven geldt een onderscheid naar drie sectoren: Rijk, Sociale Zekerheid en Zorg. Voor een goede beheersing van de overheidsuitgaven werkt het kabinet met een vooraf afgesproken maximum aan uitgaven: het uitgavenkader. Het uitgavenkader werkt als een plafond waarbinnen de uitgaven en dus het te voeren beleid moeten blijven. Deze afspraken worden gemaakt in reële termen, dus uitgedrukt in euro's van een bepaald jaar.

  4. Conjunctuurgevoelige uitgaven
    Rente-uitgaven worden buiten het uitgavenkader gehouden. Andere conjunctuurgevoelige uitgaven worden wèl gehandhaafd onder het uitgavenkader. Ook bij rente-tegenvallers geldt dat de Europese afspraken leidend zijn. Eventuele rentemeevallers worden direct ingezet ten gunste van het saldo.

  5. Compensatie tegenvallers binnen eigen uitgavenkader
    Elke sector moet overschrijdingen binnen het betreffende uitgavenkader compenseren
    Dit betekent dat tegenvallers in een sector binnen dat betreffende uitgavenkader moeten worden opgevangen. Zo staan voor overschrijdingen in de zorg de overheid prijs- en volumemaatregelen ter beschikking, naast pakketmaatregelen en eigen betalingen.

  6. Terugsluis zorgpremies
    Incidentele stijgingen van de premies ZVW worden niet langer gecompenseerd met incidentele lastenverlichting. Dit komt de ordentelijke besluitvorming en efficiënte aanwending van overheidsmiddelen ten goede. Structurele stijgingen zullen wel worden teruggesluisd.

  7. Inkomstenkader
    Voor de inkomsten wordt een reëel inkomstenkader vastgesteld en wordt uitgegaan van automatische stabilisatie. De begroting kan aan de inkomstenkant mee ademen met de economische ontwikkelingen en er hoeft niet direct actie te worden ondernomen bij een meevaller of tegenvaller. Meevallers en tegenvallers aan de inkomstenkant komen ten gunste of ten laste van het EMU- saldo.

  8. Meevallersregel bij meerjarig overschot
    Indien het EMU-saldo een meerjarig overschot laat zien is 75 procent van het overschot bestemd voor het aflossen van de staatsschuld en 25 procent voor lastenverlichting.

  9. Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid EMU-saldo
    Gegeven het belang van houdbare overheidsfinanciën en het belangrijke aandeel dat decentrale overheden hierin hebben, zullen in de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) ook regels worden opgenomen ten aanzien van de bijdrage die decentrale overheden moeten leveren aan het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën.

  10. Garanties en achterborgstellingen
    Garanties en achterborgstellingen brengen risico's met zich mee. Het blijft van belang deze risico's te beheersen. Garanties zullen de financiële verantwoordelijkheid zijn van het verantwoordelijke departement.

  11. Ombuigingen en intensiveringen
    Voor de budgettaire verwerking van dit akkoord zijn alle bedragen in de tabellen uit de financiële bijlage leidend. Ombuigingen uit dit Regeerakkoord zullen direct op de departementale (meerjaren)begrotingen worden verwerkt. Intensiveringen uit dit akkoord worden op de aanvullende post van het Ministerie van Financiën geboekt, in afwachting van de concrete en doelmatige beleidsvoorstellen ter uitwerking van de in dit akkoord aangekondigde beleidsvoornemens. Deze worden vervolgens tranchegewijs uitgekeerd.
    De benodigde wetgeving voor de uitvoering van bijlage A van het Regeerakkoord zal in het eerste jaar van de kabinetsperiode aan de Staten-Generaal worden voorgelegd.




1 Met uitzondering van de voorgestelde wijziging in regel 28. Het nieuwe kabinet presenteert zo spoedig mogelijk de nieuwe integrale set begrotingsregels.

29/10/2012


1   2   3

  • Subtotaal -401 -1.054 -1.614
  • Subtotaal 0 -286 -437 -446
  • Subtotaal 0 -520 -540 -540
  • Subtotaal 0 -69 -226 -319
  • Subtotaal -422 -1.371 -3.008
  • BIJLAGE B Begrotingsregels

  • Dovnload 1 Mb.