Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Burgerschap Katern 3 Sociaal-maatschappelijke dimensie Niveau 4

Dovnload 0.54 Mb.

Burgerschap Katern 3 Sociaal-maatschappelijke dimensie Niveau 4



Pagina2/2
Datum25.10.2017
Grootte0.54 Mb.

Dovnload 0.54 Mb.
1   2

Opdrachten
Opdracht 1 Bestudeer de onderstaande tekst en maak daarna de bijbehorende opdrachten.
Culturele diversiteit
Uit: ‘Instituten als bibliotheken kunnen van immigratie een succesverhaal maken.’

Jane Pyper, Toronto Public Library
Van alle tijden

Culturele diversiteit is zo oud als de mensheid zelf. Vanaf de prehistorische stammen die nieuwe gebieden veroverden tot de grote vluchtelingen- en migrantenstromen van de twintigste eeuw, moeten de verschillende etnische en culturele groepen die met elkaar in contact kwamen dezelfde problemen en uitdagingen tegengekomen zijn. We weten weinig over de wijze waarop culturen naar elkaar reageerden in de tijd van Alexander de Grote of Attila de Hun, die als de aanstichter wordt gezien van de grote volksverhuizing in het eerste millennium, waarbij van Mongolië tot de Atlantische kusten van Europa mensenmassa’s op drift raakten. Hoewel de officiële politiek vaak het standpunt inneemt dat culturele diversiteit een maatschappelijke verrijking is, toont de geschiedenis dat nieuwkomers en minderheden niet altijd op een warm onthaal konden rekenen. De recente oorlogen in Afrika en op de Balkan en de voortdurende problemen in het Midden Oosten tonen aan hoe moeilijk

culturele diversiteit voor mensen ook nu nog is.
Culturele diversiteit, publieke opinie en politiek

De oorsprong van culturele diversiteit verschilt per land en ook onderling verschillen landen in hun opvattingen over culturele diversiteit. Dit geldt ook voor het formele overheidsstandpunt op dit gebied. In veel landen, vooral in de Verenigde Staten, is na 11 september de politieke visie op migranten en minderheden sterk verhard. In het algemeen kunnen verschillende varianten van culturele diversiteit onderscheiden worden:



Nieuw-Zeeland zorgt voor diversiteit.

  • Door migratie historisch gegroeide diversiteit, zoals in de meeste Europese

landen het geval is.

  • Diversiteit die ontstaat door een doorlopend proces van structurele immigratie, zoals in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland, maar eigenlijk over de hele wereld.

  • Door de komst van vluchtelingen en asielzoekers in vrijwel alle Westerse Landen.

  • Mengvormen van bovengenoemde elementen.

Er bestaat geen enkel land dat cultureel volledig homogeen is. Toch denkt de man in de straat daar meestal anders over. Hij ziet zichzelf als de rechtmatige inwoner en eigenaar van het land. In Nederland vergeten mensen vaak de komst van Hugenoten in de 16e eeuw, van Joden door alle eeuwen heen, van mensen uit voormalig Nederlands-Indië in de 20e eeuw en de aanwezigheid van rondtrekkende Roma. In andere landen geldt dit ook: er worden meningen geventileerd die één homogene cultuur suggereren, maar nader onderzoek laat grote onderlinge verschillen zien.

Dit soort chauvinisme en arrogantie zijn voor politieke partijen aanleiding buitenlanders neer te zetten als een probleem dat opgelost kan worden door immigratie te beperken en te werken aan een snelle en effectieve inburgering.

Ook in landen als Nederland en Denemarken waar openheid en tolerantie een lange

geschiedenis hebben, is recent meer het accent komen te liggen op beperkende maatregelen rond immigratie en worden aan buitenlanders hogere eisen gesteld om zich de taal en cultuur van het land eigen te maken.

Het is niet alleen een verandering in het klimaat, zoals gebleken is in sommige Franse steden waar extreem rechts de verkiezingen won, met als resultaat rechtstreekse interventie van het gemeentebestuur in de aanschaf van niet-Franse boeken en tijdschriften. In de VS hebben sommige steden het besluit genomen om het onderwijs in de eigen taal en cultuur te beëindigen. Waarschijnlijk is dit nog maar het topje van de ijsberg, vooral met het oog op de sfeer die na 11 september is ontstaan.

Er is nogal verschil in benadering als de indruk bestaat dat de nieuwkomers maar tijdelijke gasten zijn waar geen bovenmatige inspanning voor geleverd hoeft te worden of wanneer de gasten zich thuis moeten gaan voelen en waarschijnlijk ook zullen blijven. In Australië en Nieuw-Zeeland zijn de afgelopen jaren de rechten van de Aborigines (Aboriginals) geherwaardeerd. Dit heeft effect op de diensten van de bibliotheken, zoals voorbeeld in Nieuw-Zeeland dat nu officieel een tweetalig land is.
Link: http://www.siob.nl/upload/documenten/culturele-diversiteit-2004.pdf
A Beschrijf in ongeveer 5 regels wat “De grote Volksverhuizing” in het 1e millennium

inhoudt. (zie 1e alinea).

Zoek de informatie op internet.
B De 3e alinea begint met: “Er bestaat geen enkel land dat cultureel volledig homogeen

is. Toch denkt de man in de straat daar meestal anders over”.



  1. Hoe denkt “de man in de straat” hierover in de tekst?

  2. Hoe denk jij hierover? Noem argumenten.

C In de laatste alinea staat dat Nieuw-Zeeland nu officieel een tweetalig land is.

Schrijf op waarom men hiertoe is gekomen.
D Nederland wordt ook steeds multicultureler. Er komen en er gaan mensen.

Geef je mening over deze kwestie. Noem in ieder geval:



  • Problemen die er zijn of kunnen ontstaan.

  • Wat we te danken hebben aan de multiculturele samenleving.

E In hoeverre heb jij te maken met een multiculturele samenleving?

Denk aan: vriendengroep, school, familie, werk, enz.

Hoe ga je daarmee om?






Opdracht 2 Lees het volgende artikel en maak daarna de bijbehorende opdracht.
Vrijwilligerswerk Vrij vertaald naar een artikel van SDOUC
Probleemanalyse

Verenigingen worden in toenemende mate geconfronteerd met een afnemende belangstelling voor het doen van vrijwilligerstaken. Vrijwilligerswerk is daarmee een toenemend punt van zorg. Binnen de meeste verenigingen is het inmiddels een belangrijk aandachtspunt.

Mensen gedragen zich steeds vaker als kritische consumenten, die “waar” voor hun geld eisen. Een club wordt steeds vaker gezien als aanbieder van activiteiten en steeds minder als iets waarmee je een band hebt. De verenigingsband of betrokkenheid is echter een belangrijke voorwaarde voor een mogelijke inzet als vrijwilliger.

Daarnaast zijn er ontwikkelingen binnen de verenigingen zelf. Steeds vaker wordt er door de overheid een beroep gedaan op de verenigingen. Er moeten onderhoudstaken worden overgenomen, er dient een bijdrage geleverd te worden aan de activering van ouderen en “het van de straat houden” van de jongeren. De grote maatschappelijke betekenis van verenigingen wordt aangesproken. Dit alles legt wel een extra druk op de vrijwilligers van een vereniging. Tenslotte is er de enorme toename van wet- en regelgeving, waar onze sportvereniging aan moet voldoen, wat een toename van deskundigheid van het kader in het algemeen en van het bestuur in het bijzonder vraagt.


Waarom zou men vrijwilligerswerk doen?

Verenigingen stellen dat vrijwillige inzet van leden noodzakelijk is om de kosten te beperken. Ze vinden dat vrijwilligerswerk een bijdrage levert aan een gezonde samenleving. Verenigingen zijn daarvoor van groot belang. Verenigingen zijn van en voor de leden. Zij kunnen dus in een hun bekende omgeving hun steentje bijdragen aan een gezonde samenleving. Natuurlijk heeft een ieder zo zijn persoonlijke motivatie vrijwilligerswerk te doen. Je kunt er veel plezier aan beleven en je legt vaak vriendschappelijke contacten met collega- vrijwilligers. Het wordt gewaardeerd en het verbreedt je levenservaring. Het is zonder meer leerzaam. Het draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling. Het zal je sociale vaardigheden bevorderen. Je kunt doen waar je goed in bent en nieuwe uitdagingen aangaan. Maar het is vooral erg prettig de resultaten van je inspanningen te ervaren. Allemaal zaken die je ook in het dagelijkse leven van pas komen. Een gratis leerschool voor het leven. Vrijwilligerswerk is dus vooral nuttig in heel brede zin.


Tijd

Voor veel mensen is de beschikbare vrije tijd een motivatie geen vrijwilligerswerk te doen. Er wordt door echtgenoten en samenwonenden vaak beide gewerkt. Dit betekent dat ook de zorgtaken thuis verdeeld zullen moeten worden. De beschikbare vrije tijd is in de loop der tijd dus minder geworden. We hebben het druk, druk, druk. Hier geldt echter de regel: vele handen maken licht werk!

Verenigingen willen graag voorkomen dat er te veel werk door een te beperkt groepje vrijwilligers moet worden gedaan. Het beeld doorbreken dat vrijwilligers bijna dag en nacht voor de club in touw zijn. Men wil graag dat er samen wordt gewerkt, waarbij de werkzaamheden beter verdeeld zijn en de werkdruk voor de reeds beschikbare vrijwilligers verlaagd kan worden.

Of men nu een paar uur in de week vrijwilligerswerk doet of een paar uur in de maand. Op doordeweekse dagen of in het weekend, er is altijd wel een taak binnen de vereniging, die daarbij aansluit.



Opdracht
Niet alleen bij sportverenigingen maar in de hele maatschappij zit men te springen om vrijwilligers om kosten te besparen en om mensen te helpen en verenigingen te steunen.
Iedereen kan op een bepaald vlak een steentje bijdragen aan de enorme vraag die er is op allerlei gebieden. Men moet echter wel willen want vrijwilligerswerk verplicht stellen is geen vrijwilligerswerk. Je zou het hooguit een morele verplichting kunnen noemen.
Ook jij kunt een handje helpen want zoals in het artikel is opgemerkt: “Vele handen maken licht werk”. Misschien doe je dat al.
Hieronder staat een aantal werkzaamheden waaruit je een keuze kunt maken.
A Maak een top-5 van werkzaamheden die je best zou willen doen als je er

tijd voor kunt maken.


  • Leider/trainer zijn van een jeugdteam bij een sportvereniging.

  • Helpen bij het organiseren van een activiteitenweekend met de vriendengroep.

  • Bestuurslid zijn van een jongerenvereniging.

  • Bij een natuurorganisatie helpen tijdens de jaarlijkse vrijwilligersdag.

  • De zaal voor het jaarlijkse zomerfeest inrichten en versieren.

  • Oudere buren helpen verhuizen naar een flatje.

  • Bij een officieel feest de gasten voorzien van een hapje en een drankje.

  • Een stukje maken en een liedje schrijven voor de bruiloft van een familielid of vriend(in).

  • Eén ochtend per week koffie schenken in een verpleeghuis.

  • Eén dag per week voeren en verzorgen van dieren in een kinderboerderij.

  • Enkele uren per week de tuin verzorgen van een zieke buurman.

  • Enkele uren per week een zieke buurvrouw helpen met de huishouding.

  • Vier dagen mee als vrijwilliger van een groep kinderen die op kamp gaan.

  • Een halve dag per week helpen in een manege voor paardrijles voor mindervaliden.

  • Op de jaarlijkse braderie lootjes verkopen voor een goed doel.

  • In een woonwijk in de buurt de jaarlijkse collecte houden voor UNICEF.

  • Bij een groot evenement helpen bij de speciaal ingerichte parkeerplaats in een weiland.



B Doe je al aan vrijwilligerswerk? Schrijf in enkele regels op welke positieve

ervaringen je voor jezelf hiermee hebt opgedaan en nog hebt. Denk aan:

  • Het gevoel van nut te zijn

  • Wat je ervan leert

  • Sociale contacten



C Als je nog geen vrijwilligerswerk doet, geef dan aan wat de reden daarvoor

is. (Het kan best een goede reden zijn.)

Wat kun je nu gaan doen om toch vrijwilliger te worden? Ga je dat doen?

Opdracht 3 Vergrijzing / ontgroening 1

Lees het volgende artikel en maak daarna de bijbehorende vragen (blz. 16).


Wat is de relatie tussen bevolkingsdaling, vergrijzing en ontgroening?

Antwoord: Ontgroening is de basisoorzaak van bevolkingsdaling. Vergrijzing is het gevolg van de grote kinderaantallen uit het verleden en de daling van het aantal kinderen in de afgelopen decennia. Vergrijzing is een bijverschijnsel bij bevolkingsdaling, geen oorzaak, eerder een gevolg.

De begrippen ontgroening, bevolkingsdaling en vergrijzing hebben met elkaar te maken, maar slaan toch op verschillende aspecten van de bevolkingsontwikkeling. Op basis van de Nederlandse cijfers kan het volgende beeld worden geschetst.
Ontgroening

De 20e. eeuw kende een omvangrijke ontgroening: het aandeel 0-19 jarigen in de totale bevolking zakte van 44% in 1900 naar 36% in 1946. De naoorlogse geboortegolf onderbrak die ontgroening even en bracht het percentage 0-19 jarigen tijdelijk weer omhoog naar 38% in 1963. Maar daarna begon een periode van snelle ontgroening. Toen begon voor het eerst niet alleen het aandeel van jongeren binnen het totaal te dalen, maar ook het aantal jongeren. Dat is de zogeheten 'dubbele' ontgroening: daling van aandeel en daling van aantal. Het percentage 0-19 jarigen daalde naar 24% in 1997. We bevinden ons nu in een periode aan waarin het aantal jongeren licht fluctueert. De verwachting is dat rond 2050 het percentage 0-19 jarigen nauwelijks lager is dan nu.


Dus al meer dan 100 jaar daalt het aandeel van de jongeren in de totale bevolking, omdat vrouwen minder kinderen krijgen en omdat mensen langer leven en de omvang van andere leeftijdsgroepen snel toenam.

Uit bovenstaande figuur blijkt dat landelijk de daling van het aantal jongeren gering is. Er zijn echter regio's waar het aantal jongeren nu met meer dan een vijfde daalt in tien jaar. De verschillen in ontwikkeling van het aantal jongeren zijn binnen Nederland zeer groot.



Bevolkingsdaling
Rond 1970 zakte het gemiddelde aantal kinderen per vrouw onder de 2,1, het zogeheten 'vervangingsniveau'. Daar ligt het begin van het einde van de bevolkingsgroei, de eerste stap naar bevolkingsdaling. In een traag proces van enkele tientallen jaren gaat het aantal inwoners dalen als vrouwen minder kinderen krijgen dan gemiddeld 2,1. Uiteindelijk vertraagt de groei zo erg dat die omslaat in structurele daling. Het jaar waarop dat plaatsvindt is niet met zekerheid vast te stellen. Naar de stand van dit moment gaat het CBS uit van de periode tussen 2035 en 2040.

Het is namelijk afhankelijk van de vraag hoeveel mensen het land zullen binnenkomen en verlaten: het migratiesaldo. Uitgaande migratie kan het jaar van de overgang van groei naar daling naar voren halen in de tijd, inkomende migratie kan het jaar van begin van daling vertragen, verder naar de toekomst verschuiven. Als Nederland geen inkomende migratie had gehad in de afgelopen decennia, dan was nu het aantal inwoners waarschijnlijk al aan het dalen. Omdat het CBS verwacht dat we de komende tijd een positief migratiesaldo blijven hebben, wordt de structurele daling voor het hele land (terwijl die in steeds meer regio’s reeds speelt) tegen 2040 verwacht. Ontgroening gaat dus vooraf aan, en is de aankondiging van bevolkingsdaling.



Vergrijzing
De bevolking vergrijst niet alleen in Nederland, maar ook in Europa en in de wereld als geheel. Vergrijzing is de stijging van het aandeel van 65-plussers in de totale bevolking. Het is echter geen nieuw verschijnsel.De huidige periode van vergrijzing in Nederland is al in 1924 begonnen. Toen was 6% van de bevolking 65 jaar of ouder. Sinds 1924 stijgt in Nederland het aandeel 65-plussers voortdurend. Op 1 januari 2005 was 14% al 65 jaar of ouder. Bijna twee en een half keer zoveel als tachtig jaar tevoren. Volgens de huidige CBS-prognose bereikt de vergrijzing rond 2040 zijn top met 24% 65-plussers. Daarna volgt eren periode van 'ontgrijzing'. Het aantal ouderen blijft echter groot, de ontgrijzing gaat maar langzaam.

http://www.bevolkingsdaling.nl/Default.aspx?tabid=1266



Vergrijzing / ontgroening 2

De kranten staan de laatste tijd bol van de gevolgen van de vergrijzing ten aanzien van onze huidige maar ook toekomstige pensioenvoorzieningen, in de afspraken van het huidige kabinet zijn verhoging van de AOW – eerst naar 66- en ‘vergrijzing’ belangrijke thema’s. Ook binnen bedrijven en organisaties is ‘vergrijzing’ een steeds actueler aandachtspunt. Sommige economen beweren zelfs dat niet de crisis maar de vergrijzing de enige echte aanleiding is voor de komende bezuinigingsoperaties ( meer zorg, minder arbeidsaanbod, langer leven). Minister Donner heeft in zijn recente ( Rijks) Cao-brief naar de vakbonden ook melding gemaakt van forse initiatieven van zijn kant mbt vergrijzing.


We wisten dat natuurlijk een aantal jaren geleden al ( de demografische ontwikkelingen wijzen vanzelf de weg) , maar er valt nu niet meer aan te ontkomen.
Het is zelfs zo dat het CBS spreekt over ‘grijze druk’ en ‘ontgroening’.

In onderstaande beschouwing ( afkomstig uit een projectrapportage van het “Project grijs krijgt kleur” van RJM de Kluis) wordt wat dieper ingegaan op de betekenis van de vergrijzing en de ontgroening. De belangrijkste conclusie is dat het onontkoombaar is dat ouderen langer zullen doorwerken.


Vergrijzing als gegeven
Toekomstige ontwikkelingen zetten de Nederlandse verzorgingsstaat onder druk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat de Nederlandse beroepsbevolking op het punt staat te krimpen en de komende jaren sterk in omvang zal afnemen. Tussen 2007 en 2040 zal de beroepsbevolking in de leeftijdscategorie van 20 tot 65 jaar met 1 miljoen dalen tot 9 miljoen. Dat betekent dat straks minder mensen aan het werk zijn en Nederland een kleinere economie zal hebben. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, als er maar voldoende aandacht kan zijn voor de fricties die zich voor zullen doen in de overgang naar die kleinere economie. Belangrijkste opdracht wordt zoveel mogelijk mensen op de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen of ervoor te zorgen dat ze er niet uit verdwijnen. Om dit te realiseren zijn goede voorzieningen nodig zoals kinderopvang, maar vooral ook een investering in levenslange scholing. Er is een omslag nodig op het gebied van arbeidsmarkt en participatie. Er dienen maatschappelijke afspraken te komen over de mogelijkheden van een tweede carrière voor ouderen. Er dienen meer mogelijkheden te komen tussen aan de ene kant langer doorwerken in het reguliere arbeidsproces en aan de andere kant het nog klassieke onbetaalde en onverplichte vrijwilligerswerk. Door de vergrijzing nemen ook de collectieve uitgaven aan pensioenen en gezondheidszorg toe. Tegelijkertijd wordt het moeilijker deze uitgaven te financieren. Daardoor ontstaat er een financieel probleem voor de overheid. Het leidt ook tot een spanning in de samenleving tussen een groeiende oudere generatie die afhankelijk is van collectief gefinancierde regelingen en een kleiner wordende jongere generatie die hiervoor betaalt via belastingen. Spanning ontstaat ook binnen de werkende generatie. Door internationale economische integratie en technologische ontwikkeling dreigt de positie van laaggeschoolden op de arbeidsmarkt te verslechteren, terwijl een groep mensen met een goede opleiding profiteert van internationalisering en technologische ontwikkeling. De legitimiteit van de verzorgingsstaat wordt bovendien ondermijnd doordat zij nog onvoldoende is aangepast aan recente ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving, zoals de toegenomen heterogeniteit in levenslopen en samenlevingsvormen, een hoger opleidingsniveau en gestegen arbeidsparticipatie van vrouwen. Tenslotte werkt de verzorgingsstaat een langdurige inactiviteit in de hand, ondermeer bij ouderen, laagopgeleiden, uitkeringsgerechtigden en vrouwen. Een zo’n hoge inactiviteit in combinatie met ruime overheidsvoorzieningen is op langere termijn niet houdbaar. Door de druk op de verzorgingsstaat streeft de Nederlandse overheid naar een vergroting van de arbeidsdeelname en een verhoging van het kennisniveau van de beroepsbevolking. Dit moet ervoor zorgen dat het draagvlak voor collectieve voorzieningen wordt verbreed en dat de sociale cohesie in de toekomst gewaarborgd kan blijven.

Bevolking groeit nauwelijks
In 2005 nam het aantal inwoners van Nederland met slechts 28.700 toe tot 16,33 miljoen inwoners op 1 januari 2006. In 2004 nam de bevolking nog toe met 47,5 duizend personen. De bevolkingsgroei is in de afgelopen eeuw niet eerder zo laag geweest. In het tweede kwartaal van 2006 was er zelfs sprake van een afname. Niet eerder liet een kwartaalcijfer bevolkingskrimp zien. Nederland is een van de weinige landen van de Europese Unie met een vertrekoverschot. Alleen Polen, Litouwen, Letland en Estland kenden in 2005 ook een vertrekoverschot. Tussen 2005 en 2025 zal de Nederlandse bevolking nog met ongeveer 630 duizend personen toenemen. Deze bevolkingsgroei zal zich concentreren in het westen van het land.
Vergrijzing en ontgroening
Vergrijzing en ontgroening zijn een gevolg van de ontwikkelingen in de leeftijdsopbouw van de bevolking. Al geruime tijd is het aantal ouderen in de bevolking aan het stijgen. In de nabije toekomst zal het tempo van de vergrijzing een sterke impuls krijgen doordat na 2010 de naoorlogse geboortegolf in de leeftijdsklasse van 65 jaar en ouder gaat instromen. Nederland telde in 2005 rond de 2,3 miljoen personen van 65 jaar en ouder. In 2025 zal dit aantal zijn gegroeid naar 3,5 miljoen. In 2005 was nog 14 procent van de bevolking 65 jaar en ouder, in 2025 is dit gestegen tot 21 procent. In het jaar 2050 zullen er circa vier miljoen 65-plussers zijn. Daarvan zijn dan 1,3 miljoen mensen hoogbejaard, dat wil zeggen: tachtig jaar en ouder. Het aantal van vier miljoen is ongeveer een verdubbeling ten opzichte van het huidige aantal 65-plussers. De demografische ontwikkeling dat zoveel mensen tegelijk oud worden, wordt omschreven als ‘vergrijzing’. Bovendien neemt van het totaal aantal 65-plussers het aandeel 80-plussers onevenredig veel toe, waardoor er zelfs gesproken kan worden van een ‘dubbele vergrijzing’.

De vergrijzing verloopt in Nederland minder snel dan in de meeste andere OESO landen. Niettemin zal het aantal 65-plussers in verhouding tot de bevolking in de werkende leeftijd naar verwachting bijna verdubbelen van 22% in 2000 tot 40% in 2050. Het risico bestaat dat de beroepsbevolking zich de komende decennia zal stabiliseren rond het niveau van het jaar 2000, of licht zal dalen.

Vergrijzing en ontgroening leidt tot een toenemende zogenoemde “grijze druk”. Op dit moment is deze grijze druk 22%. Dat betekent dat van elke 100 potentiële arbeidskrachten (20 – 65 jaar) er 22 personen 65 jaar en ouder zijn. Vijftig jaar geleden was dat 14%. Tot 2010 zal er een geleidelijke toename zijn, na 2010 zal er een belangrijke versnelling plaatsvinden. In 2050 zal dit percentage zijn opgelopen tot 40%. Na de piek rond 2040 zal de vergrijzing afnemen door de daling van het geboortecijfer, zoals dat in de jaren zeventig van de twintigste eeuw is ingezet. Op termijn zal de bevolking gaan krimpen als de netto vervangingsfactor kleiner is (en blijft) dan 1. In 2004 lag de netto vervangingsfactor op 0,84.
Ontgroening
De “groene druk” wordt gedefiniëerd als: het aantal personen beneden de leeftijd van 20 jaar, gemeten als een percentage van het aantal personen tussen 20 – 65 jaar. Het aantal geboortes is na het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw fors gedaald. Het nieuwe gezin met twee kinderen verdrong al snel het traditionele grote gezin. Sindsdien is het gemiddeld aantal kinderen per vrouw verder gedaald. Verdergaande individualisering, de emancipatie van vrouwen, een toenemende deelname van vrouwen aan het arbeidsproces en uitstel van de geboorte van het eerste kind dragen daaraan bij. Het lage kindertal per vrouw heeft onder meer te maken met het ‘uitstelgedrag’ van veel vrouwen. De gemiddelde leeftijd van vrouwen bij de geboorte van het eerste kind lag in Nederland in 2004 bij 29,4 jaar. In 1970 lag deze gemiddelde leeftijd nog op 24,3 jaar. Hoewel er sprake is van een Europese trend, zijn Nederlandse moeders op dit moment de oudsten van Europa.
Bevolkingspiramide
De bevolkingspiramide van de Nederlandse bevolking zal er in 2050 totaal anders uitzien in vergelijking met de bevolkingspiramide van het jaar 2000. Op 01-01-2006 beschikte Nederland over 16,33 miljoen inwoners, waarvan ongeveer 4 miljoen mensen (ongeveer 23%) de leeftijd van 55 jaar of ouder hadden. Tussen 2005 en 2025 zal het aantal personen tussen 20 en 65 jaar licht afnemen, met 3 procent. De beroepsbevolking bevindt zich vrijwel volledig in deze leeftijdsklasse.

De omvang van de potentiële beroepsbevolking bedroeg in 2005 ongeveer 10 miljoen personen. In 2025 zal deze bevolkingsgroep met circa 300.000 zijn gekrompen.

De potentiële beroepsbevolking van Nederland verandert in de toekomst niet alleen van omvang, maar ook van leeftijdssamenstelling. Het aantal jongeren (20 – 34 jaar) zal vrijwel constant blijven. Het aantal mensen op de “middenleeftijden” (35 – 49 jaar) zal echter tot 2025 fors dalen, met ongeveer 20%. Het aantal ouderen in de beroepsbevolking (50 – 65 jaar) zal daarentegen met 15% aanzienlijk stijgen.

De beroepsbevolking verandert niet alleen van samenstelling wat betreft de leeftijdsverdeling, maar zal ook veranderen wat betreft herkomst. Het aandeel van de niet westerse bevolking van 20 – 65 jaar, gerelateerd aan de totale bevolking in die leeftijdsklasse, zal stijgen.


Ontwikkeling van de arbeidsdeelname van ouderen.
Over de ontwikkeling van de arbeidsdeelname van oudere werknemers in de afgelopen periode valt op zichzelf veel positiefs te zeggen. Zo laat de arbeidsdeelname van ouderen, in de leeftijd van 55 – 64 jaar, een forse stijging zien: van 24% in 1993 naar 40% in 2004. De arbeidsdeelname van vrouwen in deze leeftijdscategorie is zelfs meer dan verdubbeld (van 11% in 1993 naar 26% in 2004). De arbeidsdeelname van oudere mannen is eveneens sterk toegenomen, van 38% naar 54%. De arbeidsdeelname van ouderen in Nederland ligt daarmee boven de gemiddelde arbeidsdeelname van ouderen in de EU. De OESO stelt in dat verband vast dat Nederland met Finland een van de landen is die het meest succesvol zijn geweest in het ombuigen van de trend van een dalende participatiegraad van oudere werknemers.

De arbeidsparticipatie van ouderen is weliswaar gestegen, maar dit neemt niet weg dat deze nog altijd achterblijft bij de algemene arbeidsdeelname. Onder 50 – 54 jarigen is de arbeidsdeelname met 70% nog altijd hoger dan de gemiddelde arbeidsdeelname. Onder 55 – 59 jarigen neemt de arbeidsdeelname af naar 55% en onder 60 – 64 jarigen is de netto arbeidsdeelname nog slechts 20%. Het is van belang te streven naar een verdere verhoging van de arbeidsdeelname van oudere werknemers, d.w.z. tot een verdere stijging van de participatiegraad.


Link: http://www.leukerlangerwerken.nl/ontgroening-vergrijzing/
Beantwoord de volgende vragen:

  1. Wat is volgens jou de belangrijkste oorzaak van de vergrijzing? Leg dit ook uit.

  2. Wat is het verband tussen de groeiende welvaart en de toenemende ouderdom van de mensen?

  3. Noem twee gevolgen van de vergrijzing voor de gezondheidszorg.

  4. Waarom kan er in de toekomst een tekort aan arbeidskrachten ontstaan?

  5. Noem tenminste twee oplossingen om de sociale zekerheid minder duur te laten worden.

Opdracht 4 Bevolkingscijfers Open de volgende site:
http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/bevolking/cijfers/extra/mappingworld-1.htm
Beantwoord de volgende vragen:

Hoeveel immigranten telde Nederland in 2010 ?

Hoeveel emigranten telde Nederland in 2010 ?

Opdracht 5

Juist of onjuist? (alleen als je onjuist invult, geef je een toelichting) Kiezen:
A Waarden zijn gedragsregels, die in een groep of samenleving gelden. juist / onjuist

B Eerlijkheid, werklust, gemakzucht, vrijheid zijn voorbeelden van waarden. juist / onjuist

C Het vieren van het Sinterklaasfeest is een typisch voorbeeld van de Nederlandse subcultuur. juist / onjuist

D Het aangeven van een misdrijf bij de politie is een vorm van sociale controle. juist / onjuist



E Dat we gekleed over straat gaan behoort tot onze hoofdcultuur . juist / onjuist



Opdracht 6: Mensenrechten

In iedere samenleving ontstond door de eeuwen heen een set waarden en rechten, al dan niet vastgelegd in wetten. Uitgangspunt was telkens dat iedere mens het recht heeft op leven, omdat de samenleving anders in chaos zou eindigen. Daarnaast maken culturen gebruik van een morele visie: de mens is geen levenloos voorwerp, noch een dier, en heeft onvervreemdbare rechten. De Tien geboden uit de Bijbel kunnen voor een deel als een vroege set mensenrechten worden geïnterpreteerd, al was dat niet hun primaire functie. Ook de Egyptenaren hadden een duidelijk omschreven set leefregels. Filosofen uit de antieke Oudheid en de kerkvaders dachten na over mensenrechten.

Eind 18e eeuw hadden deze nieuwe ideeën ook politieke gevolgen. De Verenigde Staten riepen zichzelf in 1776 tot republiek uit, en in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring werd voor het eerst gesteld dat iedereen gelijk is voor de wet. Er wordt wel eens verkondigd dat de Franse Revolutie van 1789 zou hebben geleid tot de eerste universele mensenrechtenverklaring: de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Maar dit is niet juist. Bijna 2.500 jaar ervoor had de Perzische koning Cyrus het eerste handvest voor de mensenrechten in zijn rijk verspreid (de Cyrus Cilinder). De inhoud ervan komt overeen met de eerste vier artikelen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die door de Verenigde Naties is aangenomen. In Nederland vond in 1795 een Bataafse Revolutie plaats, waarna een grondwet werd aangenomen naar Frans voorbeeld.

Gedurende de 19e eeuw werd eveneens vooruitgang geboekt. De afschaffing van de slavenhandel en het tekenen van de eerste Geneefse conventie inzake oorlogsrecht waren de grootste mijlpalen. Na de Eerste Wereldoorlog werd de Volkenbond opgericht, maar het beschermen van mensenrechten bleef al die tijd een nationale zaak.

Pas na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog vond internationalisering van de mensenrechten plaats. De oprichting van de Verenigde Naties met als doel de wereldvrede te handhaven werd al gauw gevolgd door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) in 1948. Deze werd eerst geconcretiseerd in het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarin vooral burgerlijk-politieke rechten werden verankerd. Later werd daar het Internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten aan toegevoegd. Naast deze verdragen is er ook nog het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De naleving hiervan wordt bewaakt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In aanvulling op de UVRM werd in 1989 nog het Verdrag inzake de Rechten van het Kind ondertekend. Alle verdragen van Volkenrechtelijke organisaties (VN/EU) zijn voor de Nederlandse wet bindend via artikel 93 Grondwet.

De Universele verklaring van de rechten van de mens is een verklaring die is aangenomen door de Algemene vergadering van de Verenigde Naties (A/RES/217, 10 december 1948), om de basisrechten van de mens, ook wel grondrechten, te omschrijven. De Universele verklaring is nog altijd van grote betekenis als algemene morele en juridische standaard, als vaak gebruikte bron voor een nieuwe internationaal verdrag of een nationale grondwet, en als basis van het werk van mensenrechtenactivisten en -organisaties.



Hieronder de dertig mensenrechten:
1. We zijn allemaal vrij en gelijkwaardig
We zijn allemaal vrij geboren. We hebben allemaal onze eigen gedachten en ideeën. We zouden allemaal op dezelfde manier behandeld moeten worden.
2. Discrimineer niet
Deze rechten komen iedereen toe, ongeacht onze verschillen.
3. Het recht op leven
We hebben allemaal het recht op leven, en het recht te leven in vrijheid en veiligheid.
4. Slavernij - verleden tijd
Niemand heeft het recht ons tot slaaf te maken. Wij kunnen niemand tot slaaf maken.
5. Foltering
Niemand heeft het recht ons te kwellen of te folteren.
6. We hebben allemaal het gelijke recht de wet te gebruiken
Ik ben een persoon, net zoals jij!
7. We zijn allemaal beschermd door de wet
De wet is gelijk voor iedereen. De wet moet ons allemaal eerlijk behandelen.
8. Eerlijke behandeling door eerlijke rechtbanken.
We kunnen allemaal de wet raadplegen als we niet eerlijk behandeld zijn.
9. Oneerlijke gevangenschap
Niemand heeft het recht ons in de gevangenis te stoppen zonder een goede reden en ons daar te houden, of ons het land uit te sturen.
10. Het recht op een proces
Als we berecht worden, moet dat in het openbaar gebeuren. De mensen die ons berechten, zouden zich niet door iedereen moeten laten vertellen wat ze moeten doen.
11. Onschuldig, tenzij schuldig bewezen
Niemand zou beschuldigd moeten worden van iets, totdat zijn schuld is bewezen. Als mensen zeggen dat we iets verkeerds deden, hebben we het recht te laten zien dat het niet waar is.
12. Het recht op privacy
Niemand zou moeten proberen onze goede naam te schaden. Niemand heeft het recht om in ons huis te komen of onze brieven te openen.
13. Vrijheid van bewegen
We hebben allemaal het recht te gaan waar we willen in ons land en te reizen naar gelang we willen.
14. Het recht op asiel
Als we bang zijn dat we slecht worden behandeld in ons eigen land, hebben we allemaal het recht te vluchten naar een ander land om veilig te zijn.
15. Het recht op een nationaliteit
We hebben allemaal het recht om tot een land te behoren.
16. Huwelijk en gezin
Iedere volwassene heeft het recht te trouwen en een gezin te stichten als hij of zij dat wil. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten.
17. Dingen die van jou zijn
Iedereen heeft het recht dingen in eigendom te hebben of ze te delen. Niemand zou dingen van ons moeten pakken zonder een goede reden.
18. Vrijheid van gedachte
We hebben allemaal het recht om te geloven in wat we willen geloven, een godsdienst te hebben, of van godsdienst te veranderen als we dat willen.
19. Vrij te zeggen wat je wilt
We hebben allemaal het recht onze eigen gedachten te vormen, te denken wat wij willen, te zeggen wat we denken, en onze gedachten met anderen te delen.
20. Ontmoet mensen waar je wilt
We hebben allemaal het recht onze vrienden te ontmoeten en samen te werken in vrede om onze rechten te verdedigen. Niemand kan ons dwingen tot een groep te behoren als we dat niet willen.
21. Het recht op democratie
We hebben allemaal het recht om deel te nemen aan de regering van ons land. Het zou iedere volwassene toegestaan moeten zijn om zijn of haar leiders te kiezen.
22. Het recht op sociale zekerheid
We hebben allemaal het recht op behuizing, medische zorg, onderwijs, zorg voor kinderen en, als we oud of ziek zijn, genoeg geld om van te leven en medische hulp, voor zover de bronnen dat toelaten.
23. Het recht van de werknemer
Iedere volwassene heeft het recht een beroep uit te oefenen, tegen een redelijk loon, en om lid te zijn van een vakvereniging.
24. Het recht te spelen
We hebben allemaal het recht te rusten van het werk en te ontspannen.
25. Een bed en wat te eten
We hebben allemaal het recht op een goed leven. Moeders en kinderen, oudere mensen, werklozen of gehandicapten, alle mensen hebben het recht dat er voor hen gezorgd wordt. 26. Het recht op onderwijs
Onderwijs is een recht. Basisonderwijs zou gratis moeten zijn. We zouden moeten leren over de Verenigde Naties en hoe we met andere mensen moeten omgaan.
27. Cultuur en auteursrecht
Het auteursrecht beschermt de artistieke creaties van iemand en wat zij of hij geschreven heeft. Volgens deze auteurswet mogen anderen dat niet overnemen zonder toestemming. We hebben allemaal het recht op onze eigen manier van leven. We hebben het recht te profiteren van de goede dingen van het leven die kunst en wetenschap brengen.
28. Een vrije en eerlijke wereld
Er moet een zekere orde zijn zodat we allemaal onze rechten en vrijheden kunnen hebben in ons land en
29. Onze verantwoordelijkheden
We hebben een plicht naar andere mensen en we zouden hun rechten en vrijheden moeten beschermen.
30. Niemand kan deze rechten en vrijheden van ons afnemen
Mensenrechten zijn rechtsgeldig in alle landen die tot de verenigde naties behoren en vormen daarmee een belangrijk middel om jezelf te beschermen tegen onrecht. Ook regeringsleiders van deze landen hebben zich aan deze mensenrechten te houden en kunnen deze mensenrechten niet wegnemen! Mensenrechten zijn er voor het individu en ze zijn er voor iedereen!

Opdracht 6a: Invulblad mensenrechten
Geef per item aan welke van de 30 mensenrechten er geschonden of toegepast wordt. Dit kunnen er meer dan een per item zijn. Zet daarachter of het recht toegepast (noteer T) wordt of juist geschonden (noteer G). Maak daarna de overige vragen aan het eind van deze opdracht.

Mensenrechten: toepassingen en schendingen’ (1)

Artikel(en)

1. Een Angolees wordt gearresteerd omdat hij op het Internet zijn steun betuigde aan de onafhankelijkheidsbeweging.

............

2. Vrouwelijke gedetineerden in Brazilië worden door de militaire politie mishandeld omdat ze hadden geklaagd over de slechte omstandigheden in de gevangenis.

............

3. In Vietnam wordt een katholieke priester gearresteerd omdat hij protesteerde tegen de regering die mensen opsluit omwille van hun geloof en de gronden van boeren in beslag wil nemen.

............

4. De Australische regering laat niet toe dat een schip met asielzoekers aanmeert aan haar grondgebied.

............

5. In de Verenigde Staten krijgen gevangenen voor de minste overtreding van de regels elektrische schokken toegediend.

............

6. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen zich niet alleen buitenshuis verplaatsen zonder schriftelijke toestemming van een van hun mannelijke familieleden.

............

7. In Myanmar worden leden van etnische minderheden gedwongen om voor de regering te werken. Wie niet snel genoeg werkt, wordt gemarteld en soms zelfs vermoord.

............

8. Israëlische militairen schieten drie Palestijnse vrouwen neer. Hoewel ze verklaren dat het een ongeluk was, komt er geen officieel onderzoek.

............

9. In België worden jonge Marokkanen dikwijls zomaar tegengehouden voor identiteitscontroles.

............

10. Vele leden van de Falun Gong sekte in China worden gearresteerd en overlijden in de gevangenis.

............

11. Een Tunesische advocaat die lid is van een oppositiepartij, wordt na een onrechtvaardig proces veroordeeld tot acht jaar gevangenis.

............

12. Een Koerdisch meisje wordt in Turkije veroordeeld tot een lange gevangenisstraf omdat ze zou behoren tot de Koerdische werkliedenpartij.

............

13. In Sierra Leone wordt een jongen ontvoerd door de rebellen en gedwongen om voor hen te vechten en te moorden.

............

14. Ondanks bedreigingen, kwellingen en aanslagen, blijven mensenrechtenactivisten in Colombia zich inzetten voor de rechten van alle Colombianen.

............

15. Een groep van 70 Roma asielzoekers uit Slowakije wordt in België collectief aangehouden en gerepatrieerd, zonder dat men zeker is dat ze veilig zullen zijn in hun land.

............

16. De Antwerpse diamantindustrie verklaart dat ze geen diamanten uit conflictgebieden meer zal aankopen.

............

17. In Saoedi-Arabië belandt een hele familie in de cel omdat ze behoren tot de Sjiitische minderheid.

............

19. In Peru is 20% van de arbeiders in de mijnbouw jonger dan 18 jaar.

............

20. In Nederland zijn er in verhouding meer buitenlanders die geen werk hebben dan Nederlanders.

............

21. In Cuba is het verboden om satelliettelevisie te ontvangen en zijn kabelaansluitingen enkel toegankelijk voor de overheid.

............

22. In de landen van Midden-Amerika verdienen vrouwen gemiddeld 30% minder dan hun mannelijke collega’s met dezelfde baan.

............

23. In de Verenigde Staten wordt voor eenzelfde misdaad vaker de doodstraf tegen een zwarte dader geëist dan tegen een blanke.

............

24. Een Egyptische rechtbank veroordeelt 23 homoseksuelen tot gevangenisstraffen van één tot vijf jaar.

............

25. In Australië begint de regering een verzoeningsprogramma dat moet zorgen voor betere relaties tussen Aboriginals en niet-Aboriginals.

............

26. Tijdens een Europees voetbalkampioenschap blijkt dat de voetballen werden gemaakt door kinderen in India en Pakistan.

............

27. In Syrië wordt een groep gevangenen, die jarenlang opgesloten zat omwille van hun lidmaatschap bij een islamitische oppositiepartij, eindelijk vrijgelaten.

............

28. In Bulgarije leven geestelijk gehandicapte vrouwen in een instelling waarin ze onderworpen worden aan een wrede, onmenselijke en vernederende behandeling.

............

29. In het Indische kastensysteem is er een kaste die de ‘onaanraakbaren’ genoemd wordt. Leden van andere kasten mogen hen vernederen, mishandelen en zelfs vermoorden zonder dat ze ervoor gestraft worden.

............

30. Nadat een Pakistaans meisje vertelt dat ze werd verkracht, wordt ze vermoord omdat ze de eer van haar familie geschonden zou hebben.

............

Overige vragen:

  1. Kan je voorbeelden aangeven van mensenrechtenschendingen die in de reeks voorbeelden niet aan bod kwamen?

  2. Welke van de genoemde mensenrechtenschendingen grijpt je het meest aan?

  3. Komen dergelijke mensenrechtenschendingen ook in ons land voor?

  4. Wat kunnen we doen om dergelijke mensenrechtenschendingen tegen te gaan? Ken je mensen en groepen die daar werk van maken?

Opdracht 6b: Schending mensenrechten in het buitenland

Inventariseer welke mensenrechten er geschonden worden in een van onderstaande landen:


Landen: Syrië, Noord-Korea, Congo, China, Rusland, Amerika, Jemen, Saudi-Arabië

  • Verzamel informatie over het land (inwoners, geloof, grootte)

  • Beschrijf en geef voorbeelden hoe het gekozen land ervoor staat met:

    • Het recht op leven, vrijheid en veiligheid;

    • Vrijwaring van slavernij, foltering, willekeurige aanhouding/detentie;

    • Gelijkheid voor de wet;

    • Vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering;

    • Het recht op privacy en bewegingsvrijheid;

    • Het recht op een eerlijke rechtsgang;

    • Het recht deel te nemen aan het politieke proces;

    • Het recht op een behoorlijke levensstandaard (toereikende gezondheidszorg, voeding, kleding, huisvesting);

    • Het recht op eigendom;

    • Het recht op arbeid en gelijk loon voor gelijke arbeid;

    • Het recht op onderwijs;

  • Twee artikelen bijvoegen. Een waaruit blijkt dat de situatie mbt mensenrechten verbeterd zijn en een waaruit blijkt dat er mensenrechten geschonden worden

Tip: Gebruik onder andere http://www.amnesty.nl als bron. Ook op human right + land is op Wikipedia veel te vinden (in het Engels).


Opdracht 7 Stellingen

Geef je mening met argumenten over de volgende stellingen:


A De eigenaar van een uitgaansgelegenheid moet zelf weten of hij jongelui, die

ruw gekleed zijnen er uitzien als herrieschoppers, de toegang weigert.


B Het moet verboden zijn dat islamitische vrouwen, die hun gezicht half bedekt

hebben, zich in openbare gebouwen bevinden, evenals mensen die een

capuchon ver over hun hoofd hebben getrokken.
C Een sollicitant voor een baan in het ziekenhuis mag niet geweigerd worden

omdat ze piercings in haar neus heeft.


Opdracht 8 Discussie:

Stel:


Op een nieuwsuitzending laat men na een ernstig verkeersongeluk beelden zien waarop slachtoffers te zien zijn die geheel onder het bloed zitten. Er is nog geen politie of ambulance aanwezig. Men weet ook niet hoe het slachtoffer er aan toe is.

Er komen nogal wat telefoontjes bij de redactie binnen.

Men vindt dat dit niet kan. Men heeft ook zo zijn redenen.

De redactie verweert zich.


Vragen/opdracht:

1 Welke reden(en) zal men hebben om boos te reageren?

2 Wat zou het argument zijn van de redactie om dit wel uit te zenden?

3 Wat vind jij? Geef jou mening met argumenten.


Opdracht 9 Dilemma’s opdracht 1
A Een collega op je bedrijf gebruikt stiekem drugs. Jij vindt dat hij minder

functioneert op het werk. Wat doe jij? Vertel jij het aan je leidinggevende?


Dilemma: …………………………………………………………………………………………

Argument(en) voor: ………………………………………………………………………………

Argument(en) tegen: ………………………………………………………………………………

B Je ziet dat er bij een uitgaansgelegenheid een fiets wordt gestolen van een

kennis. Wat doe je?
Dilemma: …………………………………………………………………………………………

Argument(en) voor: ………………………………………………………………………………

Argument(en) tegen: ………………………………………………………………………………

C Een klasgenoot wordt bijna ongemerkt gepest. Je vindt dat het niet kan.

Wat ga je doen?
Dilemma: …………………………………………………………………………………………

Argument(en) voor: ………………………………………………………………………………

Argument(en) tegen: ………………………………………………………………………………
Opdracht 10 Dilemma’s opdracht 2
A Annemarie en Steef wonen al een tijdje samen. De ouders van Annemarie

zijn er niet erg voor dat zij gaan samenwonen. Zij vinden dat ze vanwege hun

geloof, eerst moeten trouwen voordat ze seks hebben. Annemarie heeft het

ook niet makkelijk. Ze houdt erg veel van haar ouders en gaat regelmatig met

hen mee naar de kerk. Nu raakt Annemarie ook nog zwanger.

Steef vindt dat hij nog niet toe is aan het vaderschap en wil dat er gesproken

wordt over de mogelijkheid van abortus.

Wat zou jij doen?


Dilemma: …………………………………………………………………………………………

Argument(en) voor: ………………………………………………………………………………

Argument(en) tegen: ………………………………………………………………………………
B Karin en Wim zijn zeven jaar getrouwd.

Ze hebben samen 2 kinderen van 3 en 1 jaar.

Karin en Wim hebben besloten dat ze zelf de kinderen opvoeden en de

kinderen één dag naar de kinderopvang doen. Daarnaast zijn de kinderen 1

dag bij opa en oma. Karin heeft een part time baan van 2 dagen per week.

Wim werkt de volle week en Karin wil graag 3 dagen per week werken.

Dit betekent dat Wim ook 1 dag thuis moet blijven. Wim wil dit niet.

Stel dat jij één van deze ouders bent. Wat zou jouw voorkeur zijn?


Dilemma: …………………………………………………………………………………………

Argument(en) voor: ………………………………………………………………………………

Argument(en) tegen: ………………………………………………………………………………

Sites
http://www.leren.nl/rubriek/samenleving/multiculturele_samenleving/
http://retro.nrc.nl/W2/Lab/Multicultureel/inhoud.html
http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/1858626/2011/03/12/Erken-dat-de-multiculturele-samenleving-een-feit-is.dhtml
Site over verzorgingsstaat Nederland met soorten verzekeringen in kolommen.

http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/15176-hoe-ziet-de-verzorgingsstaat-van-nederland-eruit.html


Over de verzorgingsstaat Nederland

http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/2516175/dossier-maatschappijleer/2157348/maatschappijleer/item/2573752/de-nederlandse-verzorgingsstaat/


Integratie en socialisatie in multiculturele samenlevingen

https://studiegids.leidenuniv.nl/courses/show/30201/integratie_en_socialisatie_in_multiculturele_samenlevingen


Plaatjes

http://www.google.nl/search?q=integratie&hl=nl&biw=1280&bih=929&prmd=ivnsb&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ei=d08UToC4GYyfOteH_KgL&ved=0CFoQsAQ


Cultuur en socialisatie digitale multiple choise test

http://www.digischool.nl/ma/Wintoetsen/cultuur%20en%20socialisatie.htm


Allochtonen – autochtonen

http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/63170-ongelijkheid-tussen-allochtonen-en-autochtonen.html


Ongelijkheid tussen allochtonen en autochtonen

http://mens-en-samenleving.infonu.nl/sociaal/63170-ongelijkheid-tussen-allochtonen-en-autochtonen.html


1   2


Dovnload 0.54 Mb.