Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


C/03/308 13747/03 (Presse 308) Brussel, 6 november 2003 2538e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Dovnload 75 Kb.

C/03/308 13747/03 (Presse 308) Brussel, 6 november 2003 2538e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken



Datum10.01.2019
Grootte75 Kb.

Dovnload 75 Kb.

C/03/308

13747/03 (Presse 308)

Brussel, 6 november 2003

2538e zitting van de Raad


- Justitie en Binnenlandse Zaken -
Brussel, 6 november 2003



Voorzitter:

de heer Roberto CASTELLI

Minister van Justitie



de heer Giuseppe PISANU

Minister van Binnenlandse Zaken

van de Italiaanse Republiek



INHOUD 1

DEELNEMERS 4

BESPROKEN PUNTEN

Follow-up van de europese raad van brussel: OVERNAMEOVEREENKOMSTEN 6

verblijfstitel voor onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel 6

"NAAR EEN BETER GEREGULEERDE EN BEHEERDE INREIS IN DE EU VAN PERSONEN DIE INTERNATIONALE BESCHERMING BEHOEVEN" 7

minimumnormen voor de procedures VAn DE lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus 7

overeenkomst met noorwegen/ijsland over wederzijdse rechtshulp in strafzaken 7

schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven 7

diversen 8

– Vragenlijst over de behandeling van gevangenen in strafinrichtingen en daarbuiten 8

– Kaderbesluit betreffende het aanhoudingsbevel 8


gemengd comité 9

– Follow-up van de Europese Raad van Brussel 9

– Voorschriften voor de vergoeding van de kosten die zijn verbonden aan verwijdering 9

– Gezamenlijke verwijderingsvluchten 9

– "Ne bis in idem" beginsel 10

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

– Lijst van autoriteiten met directe toegang tot het Schengeninformatiesysteem I

– Multinationale ad hoc teams voor de uitwisseling van informatie over terroristen I

– EUROPOL/overeenkomst met Roemenië I



regionaal beleid

– Verslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de programmering van de acties in de periode 2000-2006 in het kader van de structuurfondsen - Raadsconclusies I



ZEEVERVOER

– Minimum opleidingsniveau van zeevarenden - Openbare beraadslaging II



MILIEU

– Forest Focus - Openbare beraadslaging II



BENOEMINGEN

– Comité van de Regio's III


DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België:




de heer Patrick DEWAEL

vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Laurette ONKELINX

vice-eerste minister en minister van Justitie

Denemarken:




de heer Bertel HAARDER

minister van Vluchtelingen- en Immigrantenzaken en Integratie

Duitsland:




de heer Otto SCHILY

minister van Binnenlandse Zaken

mevrouw Brigitte ZYPRIES

minister van Justitie

Griekenland:




de heer Aristides AGATHOCLES

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Spanje:




de heer Jaime Ignacio GONZÁLEZ GONZÁLEZ

staatssecretaris, regeringsgevolmachtigde voor Vreemdelingen­zaken en Immigratie

Frankrijk:




de heer Pierre SELLAL

ambassadeur, permanent vertegenwoordiger

Ierland:




de heer Michael McDOWELL

minister van Justitie, Rechtsgelijkheid en Hervorming van het Recht

Italië:




de heer Giuseppe PISANU

minister van Binnenlandse Zaken

de heer Roberto CASTELLI

minister van Justitie

Luxemburg:




de heer Luc FRIEDEN

minister van Justitie, minister van de Schatkist en van Begroting

Nederland:




de heer Piet Hein DONNER

minister van Justitie

mevrouw Rita VERDONK

minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

Oostenrijk:




de heer Ernst STRASSER

minister van Binnenlandse Zaken

Portugal:




de heer António FIGUEIREDO LOPES

minister van Binnenlandse Zaken

Finland:




de heer Johannes KOSKINEN

minister van Justitie

de heer Kari RAJAMÄKI

minister van Binnenlandse Zaken

Zweden:




mevrouw Barbro HOLMBERG
de heer Thomas BODSTRÖM


minister, ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Migratie­beleid

minister van Justitie



Verenigd Koninkrijk:




mevrouw Caroline FLINT

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

* * *

Commissie:




de heer António VITORINO

Lid

De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:


Tsjechië:




de heer Karel ČERMÁK

de heer Stanislav GROSS



minister van Justitie

eerste vice-minister-president en minister van Binnenlandse Zaken



Estland:




de heer Margus LEIVO

minister van Binnenlandse Zaken

Cyprus:




de heer Dorus THEODOROU

minister van Justitie en Openbare Orde

de heer Andreas CHRISTOU

minister van Binnenlandse Zaken

Letland:




de heer Aivars AKSENOKS

minister van Justitie

Litouwen:




de heer Gintaras ŠVEDAS

vice-minister van Justitie

de heer Virgilijus Vladislova BULOVAS

minister van Binnenlandse Zaken

Hongarije:




de heer Zoltán TÓTH

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

mevrouw Judit FAZEKAS

onderstaatssecretaris van Justitie

Malta:




de heer Tonio BORG

minister van Justitie en Binnenlandse Zaken

Polen:




de heer Sylweriusz KROLAK

vice-minister van Justitie

de heer Piotr DAKOWSKI

vice-minister van Binnenlandse Zaken

Slowakije:




de heer Vladímir PALKO

mevrouw Lucia ZITNANSKA



minister van Binnenlandse Zaken

staatssecretaris van Justitie



Slovenië:




de heer Peter TEGLIC

onderstaatssecretaris van Justitie

de heer Bogan BUGARIC

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

BESPROKEN PUNTEN
Follow-up van de europese raad van brussel: OVERNAME­OVEREENKOMSTEN
Na een uiteenzetting van de Commissie over de huidige stand van zaken bij de onderhandelingen over overnameovereenkomsten, benadrukte de Raad dat het zaak is deze overeenkomsten zo spoedig mogelijk te sluiten en derhalve al het mogelijke te doen om een succesvol verloop van de desbetreffende onderhandelingen te vergemakkelijken. De lidstaten verklaarden zich bereid de Commissie te helpen.
Opgemerkt zij dat overname een van de sleutelelementen is in de betrekkingen met derde landen en ertoe strekt de migratiestromen te beheersen. De Europese Raden van Sevilla, Thessaloniki en Brussel benadrukten dat het noodzakelijk is vaart te zetten achter de onderhandelingen over overnameovereenkomsten met derde landen waarvoor de Commissie een mandaat heeft gekregen van de Raad, zulks met het oog op een spoedige sluiting ervan.
Tussen september 2000 en november 2002 machtigde de Raad de Commissie om met 11 derde landen/entiteiten te onderhandelen over communautaire overnameovereenkomsten.
Op dit ogenblik zijn de onderhandelingen met Hongkong (november 2001), Macau (oktober 2002), Sri Lanka (mei 2002) en Albanië (november 2003) afgerond. De overeenkomsten met Hongkong en Macau werden respectievelijk in november 2002 en oktober 2003 officieel ondertekend.
De Commissie onderhandelt thans over overeenkomsten met Marokko, Rusland, Pakistan, Oekraïne, Algerije, China en Turkije.
verblijfstitel voor onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel
De Raad bereikte overeenstemming over de richtlijn betreffende het in hoofde genoemde onderwerp.
De richtlijn strekt ertoe het wetgevend kader van de Europese Unie voor de bestrijding van illegale immigratie te versterken door een verblijfstitel met een beperkte geldigheidsduur af te geven aan slachtoffers van hulp bij illegale immigratie en van mensenhandel. Voor de afgifte van de verblijfs­titel, waaraan een aantal voordelen is verbonden, gelden bepaalde voorwaarden die erop gericht zijn deze mensen aan te moedigen om met de bevoegde autoriteiten samen te werken in de strijd tegen degenen die van het plegen van genoemde strafbare feiten worden verdacht.
Dit is een zeer belangrijk rechtsinstrument in de strijd tegen mensenhandel en illegale immigratie, dat zowel de slachtoffers als de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ten goede zal komen. Besluiten de slachtoffers om met de bevoegde autoriteiten samen te werken, dan ontvangen zij passende hulp en krijgen zij een verblijfstitel die hen toestaat om tijdens de terzake af te wikkelen procedures legaal op het grondgebied van de betrokken lidstaat te verblijven.
Deze richtlijn zal officieel worden aangenomen na de intrekking van de twee resterende voor­behouden voor parlementaire behandeling.

"NAAR EEN BETER GEREGULEERDE EN BEHEERDE INREIS IN DE EU VAN PERSONEN DIE INTERNATIONALE BESCHERMING BEHOEVEN"
De Raad nam nota van een uiteenzetting van de voorzitter van de Raad over het resultaat van de studiebijeenkomst " Naar een beter gereguleerde en beheerde inreis in de EU van personen die internationale bescherming behoeven" (Rome, 13‑14 oktober 2003).
minimumnormen voor de procedures VAn DE lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus
Op basis van een door het voorzitterschap voorgelegde nota besprak de Raad twee onopgeloste vraagstukken betreffende het in hoofde genoemde voorstel: het aanmerken van landen als veilige derde landen en de toepassing van grensprocedures.
Wat "veilige derde landen" betreft, boog de Raad zich over de vraag of het aanmerken van landen als veilige derde landen moet geschieden via een gemeenschappelijke lijst dan wel met behulp van een mechanisme op grond waarvan de lidstaten, overeenkomstig de criteria van de richtlijn, op nationaal niveau landen als veilige derde landen kunnen aanmerken.
De ontwerp-richtlijn biedt de lidstaten de mogelijkheid in hun nationale wetgeving het beginsel van veilige derde landen in te voeren of te handhaven. Daarbij gaat het niet om het land waarvan de aanvrager onderdaan is, maar wel om derde landen waar de aanvrager verbleven heeft of door­gereisd is voordat hij in de lidstaat is aangekomen en alwaar hij om bescherming had kunnen vragen.
Wat de grensprocedures betreft, onderzocht de Raad of een lidstaat de mogelijkheid moet krijgen om een asielaanvrager die illegaal vanuit een veilig derde buurland zijn grondgebied is binnen­gekomen of aan zijn grenzen is aangekomen, van zijn grondgebied of zijn grenzen te verwijderen.
In het licht van het debat besloot de Raad het Comité van permanente vertegenwoordigers opdracht te geven de besprekingen over de richtlijn voort te zetten, teneinde tot overeenstemming te komen binnen de door de Europese Raad van Sevilla vastgestelde termijn (eind 2003).
overeenkomst met noorwegen/ijsland over wederzijdse rechts­hulp in strafzaken
De Raad verwelkomde de vlotte onderhandelingen over een ontwerp-overeenkomst tussen de EU en IJsland/Noorwegen over de toepassing van sommige bepalingen van de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 2000 en het Protocol daarbij van 2001. De Raad kwam ook overeen dat de machtiging tot ondertekening van de overeenkomst tijdens het Italiaanse voor­zitterschap moet worden verleend.
schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven
De Raad hield een debat over het voorstel voor een richtlijn betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven.
Het debat spitste zich toe op de vier volgende vragen: de werkingssfeer van de richtlijn, de begunstigden van de schadeloosstelling, de schade die voor schadeloosstelling in aanmerking komt (de kwestie van de niet-geldelijke schade) en het bedrag van de schadeloosstelling.
De Raad nam er nota van dat het wenselijk wordt geacht de besprekingen over dit voorstel voort te zetten, rekening houdend met de budgettaire gevolgen voor de lidstaten en de technische aspecten in verband met de rechtsgrondslag.
Opgemerkt zij dat de Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 van oordeel was dat er "minimumnormen moeten worden opgesteld inzake de bescherming van slachtoffers van mis­drijven, in het bijzonder inzake de toegang tot de rechter voor slachtoffers van misdrijven en hun rechten op schadevergoeding, met inbegrip van de proceskosten. Voorts moeten nationale programma's worden uitgewerkt ter financiering van al dan niet van de overheid uitgaande maat­regelen voor hulp aan en bescherming van slachtoffers".
Rekening houdend met deze richtsnoeren diende de Commissie op 17 oktober 2002 bij de Raad een voorstel in voor een richtlijn betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven (13349/02).
Het doel van dit voorstel is tweeledig: de vaststelling van minimumnormen voor de schadeloos­stelling van slachtoffers van misdrijven voor de schade die zij hebben geleden, en de invoering van een regeling die ervoor zorgt dat slachtoffers schadeloos kunnen worden gesteld in grens­overschrijdende situaties. Het voorstel vormt een geheel waarmee wordt beoogd gevolg te geven aan de oproep van de Europese Raad van Tampere om te voorzien in een passende bescherming van slachtoffers van misdrijven.
diversen


          1. Vragenlijst over de behandeling van gevangenen in strafinrichtingen en daarbuiten

Het voorzitterschap verzocht de lidstaten te antwoorden op de vragenlijst betreffende de behandeling, in strafinrichtingen en daarbuiten, van gevangenen en personen die alternatieve straffen (zonder vrijheidsbeneming) ondergaan (14014/03).




          1. Kaderbesluit betreffende het aanhoudingsbevel

De Commissie herinnerde de Raad eraan dat de lidstaten het kaderbesluit betreffende het aanhoudingsbevel uiterlijk op 31 december 2003 in hun nationale wetgeving moeten omzetten. Zij deelde tevens mee dat op dit ogenblik slechts drie lidstaten dit hebben gedaan.

*

* *


Tijdens de lunch werd de Raad door het voorzitterschap geïnformeerd over de recente bijeenkomst in Rome betreffende de interreligieuze dialoog.
De Raad hield tevens een gedachtewisseling over de bijeenkomst van een aantal EU-ministers van Justitie en/of Binnenlandse Zaken in oktober 2003 in La Baule (Frankrijk).
gemengd comité
In de marge van de Raad kwam het Gemengd Comité op ministerieel niveau (EU + IJsland en Noorwegen) in het kader van de Schengenregelingen bijeen onder voorzitterschap van de heer Björn BJARNASON, minister van Justitie en Kerkzaken van IJsland.


          1. Follow-up van de Europese Raad van Brussel

Het Gemengd Comité op ministerieel niveau boog zich over de follow-up van de conclusies van de Europese Raad van Brussel inzake het beheer van de gemeenschappelijke grenzen van de Unie en de beheersing van de migratiestromen, en:


- verzocht de Commissie om met spoed haar voorstel betreffende de oprichting van een bureau voor het beheer van de buitengrenzen in te dienen, opdat eind van het jaar een politiek akkoord kan worden bereikt over de belangrijkste elementen ervan,
- vroeg, in aansluiting op de informatie over het werkprogramma van het Italiaanse voorzitter­schap ter bestrijding van illegale immigratie via de zeegrenzen van de Europese Unie, aan de bevoegde Raadsorganen om de bespreking van dit programma voort te zetten, opdat het eind 2003 kan worden aangenomen,
- nam nota van de tot dusver gemaakte vorderingen met enerzijds het Commissievoorstel voor de opneming van biometrische identificatiemiddelen in het uniforme visummodel en ander­zijds het Commissievoorstel voor verblijfstitels voor onderdanen van derde landen, en verzocht de bevoegde Raadsorganen hun werkzaamheden tijdig af te ronden opdat eind 2003 een politiek akkoord kan worden bereikt,
- nam nota van de informatie van de Commissie over haar voorstel betreffende het stempelen van paspoorten.


          1. Voorschriften voor de vergoeding van de kosten die zijn verbonden aan verwijdering

Het Gemengd Comité bereikte overeenstemming over de beschikking tot vaststelling van de criteria en de uitvoeringsvoorschriften voor de compensatie van de verstoringen van het financiële even­wicht die voortvloeien uit de toepassing van Richtlijn 2001/40/EG van de Raad betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen.


Deze beschikking zal officieel worden aangenomen na de intrekking van de resterende voor­behouden voor parlementaire behandeling.


          1. Gezamenlijke verwijderingsvluchten

Het Gemengd Comité bereikte overeenstemming over een beschikking inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten van twee of meer lidstaten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen.


De Raad zal deze beschikking in een later stadium aannemen, nadat het Europees Parlement advies heeft uitgebracht en de voorbehouden voor parlementaire behandeling van een aantal lidstaten zijn ingetrokken.

De bespreking spitste zich toe op de reikwijdte van de eventuele uitzonderingen op de toepassing van het "ne bis in idem" beginsel, met name de uitzonderingen betreffende het territoriale en het veiligheidsaspect, en de beperking in de tijd.


Doel van dit kaderbesluit is de lidstaten gemeenschappelijke rechtsregels ter beschikking te stellen met betrekking tot het "ne bis in idem" beginsel of het verbod op dubbele vervolging of berechting voor hetzelfde misdrijf, teneinde te zorgen voor uniformiteit in de uitlegging van de regels en de praktische toepassing daarvan.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN
JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
Lijst van autoriteiten met directe toegang tot het Schengeninformatiesysteem

(6265/1/03 REV 1)
De Raad nam nota van een lijst van de tot bevraging van het SIS gemachtigde autoriteiten
Multinationale ad hoc teams voor de uitwisseling van informatie over terroristen

(10913/6/03 REV 6)
De Raad hechtte zijn goedkeuring aan een operationeel project getiteld "Multinationale ad hoc teams voor de uitwisseling van informatie over terroristen - Aanvang van de activiteiten".
Deze teams zullen bestaan uit specialisten van de autoriteiten die belast zijn met terrorisme­bestrijding, en zullen de specifieke taak krijgen onderzoeken uit te voeren naar vermeende leden van terroristische groeperingen en hun ondersteunende netwerken. Ook zal hun - met inachtneming van het nationaal recht- het volledige gamma aan opsporingstechnieken voor preventieve doel­einden en gerechtelijke vooronderzoeken ter beschikking staan, met het oog op het verzamelen en uitwisselen van informatie.
EUROPOL/overeenkomst met Roemenië

(12622/1/03 REV 1)
De Raad machtigde de directeur van Europol om een ontwerp-overeenkomst tussen Europol en Roemenië te sluiten.
regionaal beleid
Verslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de programmering van de acties in de periode 2000-2006 in het kader van de structuurfondsen - Raadsconclusies
De Raad nam de volgende conclusies aan:
"- De Raad neemt terdege nota van het verslag van de Rekenkamer en verheugt zich erover dat in het verslag wordt verwezen naar de positieve actie die de Commissie heeft ondernomen om een steeds doeltreffender gebruik van de structuurfondsen te bevorderen en naar de aanzien-lijke vooruitgang die de lidstaten in het gebruik ervan in de periode 2000-2006 vergeleken met de periode 1994-1999 hebben geboekt.
- Op basis van het verslag van de Rekenkamer oordeelt de Raad dat de nieuwe verordeningen voor de periode 2000-2006 een stap voorwaarts vormen op weg naar een degelijker en doel-treffender beheer van de structuurfondsen.
- De Raad neemt nota van de voorstellen en opmerkingen van de Rekenkamer, die bedoeld zijn als bijdrage aan het verbeteren van de uitvoering van de structuurfondsen en roept de Commissie op om er in de toekomstige etappes zoveel mogelijk rekening mee te houden.
- De Raad stelt vast dat er verdere vooruitgang is geboekt in het gebruik van de structuur-fondsen, maar erkent dat er nog verdere verbeteringen nodig zijn gezien de door de nieuwe verordeningen vereiste veranderingen. Daarom wil de Raad de Commissie aansporen om de lidstaten, die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de structuurfondsen, te blijven ondersteunen.
- De Raad wenst erop te wijzen dat, ondanks de vorderingen tot nog toe, de vereenvoudiging van de procedures en voorschriften een doel blijft dat nog volledig moet worden verwezen-lijkt. Om een hoge kwaliteit van de structurele acties te bereiken, beveelt de Raad derhalve de Commissie en de lidstaten aan om zich te blijven inspannen om de huidige vereenvoudiging in termen van deugdelijk financieel beheer doeltreffender te maken en om ervoor te zorgen dat de financiering uit de structuurfondsen doeltreffend is en optimaal wordt aangewend.".
ZEEVERVOER
Minimum opleidingsniveau van zeevarenden - Openbare beraadslaging

(3668/03)
De Raad nam de richtlijn betreffende het minimum opleidingsniveau van zeevarenden aan. Doel van deze richtlijn is de vereenvoudiging van de erkenning van vaarbevoegdheidsbewijzen door de invoering van een gecentraliseerde en geharmoniseerde procedure voor de erkenning in de gehele Gemeenschap van derde landen die voldoen aan het STCW-Verdrag en door de vaststelling van een specifieke procedure voor de intrekking van de erkenning, alsook voor het regelmatige toezicht op de naleving door derde landen van het STCW-Verdrag.
MILIEU
Forest Focus - Openbare beraadslaging

(13463/03 - 14126/03)
De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de in tweede lezing door het Europees Parlement aan­genomen amendementen op het voorstel voor een verordening inzake de bewaking van bossen en milieu-interacties in de Gemeenschap. Aangezien de amendementen van het EP overeenstemmen met een door de Raad bereikt compromisakkoord, wordt de verordening vastgesteld in de vorm van het aldus geamendeerde gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De Zweedse delegatie stemde tegen.
De verordening biedt een meerjarig kader, dat aanvankelijk geldt voor een periode van zes jaar, van 2003 tot en met 2008. Doel is het toepassingsgebied van de bestaande Verordeningen (EEG) nr. 3528/86 en (EEG) nr. 2158/92 aan te passen teneinde tot een flexibele bewakingsactie te komen en zodoende de gesteldheid van bosecosystemen in een bredere context te evalueren. Tevens worden met dit voorstel de bestaande activiteiten vereenvoudigd door elementen uit beide verordeningen te hergroeperen in een enkele kaderverordening die zowel op de bescherming als op de bewaking betrekking heeft.
BENOEMINGEN
Comité van de Regio's

(13953/03)
De Raad heeft besloten:
(a) de volgende persoon te benoemen tot gewoon lid van het Comité van de Regio's:

mevrouw Mona-Lisa NORRMAN, ter vervanging van de heer Rune HJÄLM;

(b) de volgende personen te benoemen tot plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's:
mevrouw Ulla NORGREN, ter vervanging van de heer Bengt-Anders JOHANSSON

mevrouw Ewa-May KARLSSON, ter vervanging van de heer Hans KLINTBOM

de heer Kent PERSSON, ter vervanging van mevrouw Mona-Lisa NORRMAN,
voor de verdere duur van de ambtstermijn, d.w.z. tot en met 25 januari 2006.

___________________________




1 ▪ Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.

De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad http://ue.eu.int.



Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.

13747/03 (Presse 308)

NL


Dovnload 75 Kb.