Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


C/04/123 Luxemburg, 29 april 2004 8694/04 (Presse 123) 2579e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Dovnload 174.67 Kb.

C/04/123 Luxemburg, 29 april 2004 8694/04 (Presse 123) 2579e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken



Pagina1/3
Datum14.03.2019
Grootte174.67 Kb.

Dovnload 174.67 Kb.
  1   2   3

C/04/123

Luxemburg, 29 april 2004

8694/04 (Presse 123)


2579e zitting van de Raad


- Justitie en Binnenlandse Zaken -
Luxemburg, 29 april 2004


Voorzitter:

de heer Michael McDOWELL, T.D.

Minister van Justitie, Rechtsgelijkheid en Hervorming van het Recht van Ierland




Internet: http://ue.eu.int/

E‑mail: press.office@consilium.eu.int

Voor meer informatie: tel. 32 2 285 95 48 – 32 2 285 63 19

INHOUD 1
DEELNEMERS 5

BESPROKEN PUNTEN

Ontwerp-kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie 7

Verslag 2003 van Eurojust 7

Follow-up van de Verklaring van de Europese Raad inzake terrorisme 9

minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus 9

BENOEMING VAN de DIRECTEUR VAN EUROPOL 10



DIVERSEN 10

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN

JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

  • Erkenning en status van vluchtelingen* 11

  • Verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel 11

  • Verplichting voor vervoerders om de passagiersgegevens door te geven 11

  • Gezamenlijke verwijderingsvluchten 12

  • Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven* 12

  • Schengeninformatiesysteem (SIS en SIS II)* - conclusies van de Raad 12

  • Overeenkomst tussen Europol en Eurojust* 13

  • Europol* 14

  • Politiesamenwerking - Conclusies van de Raad 14

  • Task Force van de hoofden van politie 16

  • Partnerschappen ter beperking van de schade van georganiseerde criminaliteit 16

  • Evaluatie van de tenuitvoerlegging van het acquis van de EU 16

  • Schengen - Gemeenschappelijk Handboek* 16

  • Signalisatie aan de buitengrenzen 16

  • Verdrag van de Verenigde Naties tegen de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit (UNCTOC)* 16

  • Beveiliging van de bijeenkomsten van de Europese Raad en andere vergelijkbare evenementen 17

ALGEMENE ZAKEN

  • EG - Statuut* 17

externe betrekkingen

  • Liberia – Gewijzigde sancties 17

  • Cyprus 17

  • Betrekkingen met Pakistan 18

  • Westelijke Balkan 18

  • Europees-mediterrane betrekkingen 19

  • Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizstan, Moldavië, Oekraïne, Oezbekistan 19

  • Internationaal privaatrecht – Verdrag inzake onderhoudsverplichtingen 19

  • Betrekkingen met Mexico - Uitbreiding van de EU 19

  • ACS-EG-Raad van ministers 19

  • Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) 19

  • Polen - Prijsstelling voor farmaceutische producten 19

buitenlandse handel

  • Kazachstan - invoer van staal 20

ecofin

  • Macrofinanciële bijstand aan Albanië 20

BELASTINGEN

  • Overgangsperioden voor de belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty's 20

  • Tijdelijke vrijstellingen of verlagingen voor de belasting op energieproducten en elektriciteit * 20

ENERGIE

  • Euratom 21

onderzoek

  • Europese Gemeenschap/ Europees Ruimte-Agentschap (ESA) 21

  • Europese Gemeenschap/ Israël 21

vervoer

  • Vervoer over land -Vervoersverordeningen met betrekking tot de uitbreiding van de EU 22

  • Luchtvaart - Toetreding van de EG tot Eurocontrol 22

  • Beveiliging van de burgerluchtvaart - Openbare beraadslaging 22

INTERNE MARKT

  • Europese Gemeenschap - Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (UN/ECE) 22

LANDBOUW

  • Hervorming van het GLB: olijfolie, katoen, tabak en hop* 23

  • Kwekersrecht 25

Visserij

  • Financiële bijdrage van de Gemeenschap * 25

  • Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan * 26

  • Visserijovereenkomsten 26

  • TAC's en quota * 27

Milieu

  • Bescherming van de Middellandse Zee - Protocol bij het Verdrag van Barcelona 27

Transparantie

  • Toegang van het publiek tot documenten 27

Benoemingen

  • Lid van de directie van de Europese Centrale Bank 28

  • Raadgevend Comité van het Voorzieningsagentschap van Euratom 28


1 Wanneer de Raad verklaringen, conclusies of resoluties heeft aangenomen, wordt dat in de titel van het betrokken punt vermeld. De aangenomen teksten staan tussen aanhalingstekens.

De documenten waarvan het nummer in de tekst wordt genoemd, staan op de internetsite van de Raad



http://ue.eu.int.

Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen zijn afgelegd die beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen staat op de bovengenoemde internetsite van de Raad en is ook verkrijgbaar bij de Persdienst.



DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:



België:




de heer Patrick DEWAEL

vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Denemarken:




de heer Bertel HAARDER

minister van Vluchtelingen- en Immigrantenzaken en Integratie

Duitsland:




de heer Otto SCHILY

minister van Binnenlandse Zaken

Griekenland:




de heer MARKOYANNAKIS

staatssecretaris

Spanje:




de heer Juan Fernando LÓPEZ AGUILAR

minister van Justitie

de heer José Antonio ALONSO SUAREZ

minister van Binnenlandse Zaken


Frankrijk:




de heer Dominique de VILLEPIN

minister van Binnenlandse Zaken

de heer Dominique PERBEN

minister van Justitie

Ierland:




De heer Michael McDOWELL, T.D.

minister van Justitie, Rechtsgelijkheid en Hervorming van het Recht

Italië:




de heer Roberto CASTELLI

minister van Justitie

de heer Giuseppe PISANU

minister van Binnenlandse Zaken

Luxemburg:




de heer Luc FRIEDEN

minister van Justitie, minister van de Schatkist en van Begroting

Nederland:




de heer Jan DONNER

minister van Justitie

Oostenrijk:




de heer Ernst STRASSER

minister van Binnenlandse Zaken

Portugal:




de heer Nuno MAGALHÃES

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

de heer João MOTA DE CAMPOS

staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie

Finland:




de heer Johannes KOSKINEN

minister van Justitie

de heer Kari RAJAMÄKI

minister van Binnenlandse Zaken

Zweden:




mevrouw Barbro HOLMBERG

minister, ministerie van Buitenlandse Zaken, belast met Migratiebeleid

de heer Dan ELIASSON

staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie

Verenigd Koninkrijk:




mevrouw Caroline FLINT

staatssecretaris van Binnenlandse Zaken

* * *


Commissie:




de heer Antonio VITORINO

lid

* * *


Overige deelnemers:




de heer Michael KENNEDY

voorzitter van Eurojust

de heer Gijs DE VRIES

coördinator voor terrorismebestrijding


De regeringen van de toetredende staten waren als volgt vertegenwoordigd:


Tsjechië:




de heer Karel ĈERMÁK

minister van Justitie

Estland:




de heer Margus LEIVO

minister van Binnenlandse Zaken

Cyprus:




de heer Doros THEODOROU

minister van Justitie en Openbare Orde

Letland:




de heer Eriks JEKABSONS

minister van Binnenlandse Zaken

Litouwen:




de heer Virgilijus BULOVAS

minister van Binnenlandse Zaken

de heer Vytautas MARKEVICIUS

minister van Justitie

Hongarije:




mevrouw Monika LAMPERTH

minister van Binnenlandse Zaken

Malta:




de heer Carmelo MIFSUD BONNICI

staatssecretaris, ministerie van Justitie en Binnenlandse Zaken

Polen:




de heer Pawel DAKOWSKI

onderstaatssecretaris, ministerie van Binnenlandse Zaken en Bestuurszaken

de heer Sylweriusz KRÒLAK

onderstaatssecretaris, ministerie van Justitie

Slovenië:




de heer Ciril STOKELJ

hoofd van de missie

Slowakije:




de heer Vladímir PALKO

minister van Binnenlandse Zaken



BESPROKEN PUNTEN
Ontwerp-kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie
De Raad heeft, onverminderd de parlementaire voorbehouden van enkele delegaties, overeenstemming bereikt betreffende een algemene oriëntatie over de inhoud van het ontwerp-kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie. Aan het aan het ontwerp gehechte certificaat zullen verdere technische werkzaamheden worden gewijd.
De Raad zal naar verwachting in juni 2004 volledige overeenstemming bereiken over het ontwerp in zijn geheel, zodra aan het daaraan gehechte certificaat de laatste hand is gelegd door de voorbereidende instanties van de Raad en de tekst door de groep juristen-vertalers is bijgewerkt.
Met het kaderbesluit wordt beoogd om overeenkomstig het beginsel van wederzijdse erkenning de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een in een andere lidstaat gegeven beslissing tot confiscatie te verbeteren, met name ter fine van teruggave aan slachtoffers van strafbare feiten. Te dien einde wordt het aantal gronden voor weigering van erkenning van een buitenlands confiscatiebevel verminderd. Anders gezegd, het kaderbesluit verplicht een lidstaat om een door een in strafzaken bevoegde rechterlijke instantie van een andere lidstaat gegeven beslissing tot confiscatie, op zijn grondgebied te erkennen en ten uitvoer te leggen.
Om georganiseerde criminaliteit effectief te kunnen voorkomen en bestrijden, moeten de inspanningen worden toegespitst op de opsporing, bevriezing, inbeslagneming en confiscatie van opbrengsten van misdrijven. Een effectieve bestrijding van economische criminaliteit vereist ook dat beslissingen tot confiscatie van opbrengsten van misdrijven wederzijds worden erkend.

Verslag 2003 van Eurojust
De Raad heeft, in aanwezigheid van de heer Michael G. KENNEDY, de voorzitter van Eurojust, een gedachtewisseling gehouden over aangelegenheden in verband met het jaarverslag van Eurojust voor 2003 en conclusies over dat verslag aangenomen.
Tijdens de bespreking werd erop gewezen dat Eurojust al een aantal belangrijke coördinatievergaderingen had gehouden met betrekking tot ernstige gevallen, waaronder gevallen van terrorisme, en dat het aantal zaken waarvoor een beroep is gedaan op Eurojust met 50% is gestegen.
Er dient op te worden gewezen dat Eurojust nog een vrij jonge organisatie is: de voorlopige eenheid is pas op 1 maart 2001 opgericht en het Eurojust-besluit is op 28 februari 2002 aangenomen. De eenheid is in december 2002 verhuisd naar Den Haag en pas onlangs heeft de Europese Raad bevestigd dat haar zetel daar zal blijven. Eurojust bestaat uit één nationaal lid, dat elke lidstaat overeenkomstig zijn rechtsstelsel detacheert en dat de hoedanigheid heeft van rechter, officier van justitie of politiefunctionaris met gelijkwaardige bevoegdheden. De doelstellingen van Eurojust zijn:


  • rekening houdend met de verzoeken van een bevoegde nationale instantie en met de informatie die de bevoegde organen overeenkomstig de in het kader van de Verdragen vastgestelde bepalingen verstrekken, de coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van opsporingen en vervolgingen in de lidstaten stimuleren en verbeteren;

  • de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten verbeteren, in het bijzonder door de tenuitvoerlegging van internationale rechtshulpverzoeken en de uitvoering van uitleveringsverzoeken te vergemakkelijken;

  • de bevoegde autoriteiten van de lidstaten anderszins bijstaan, teneinde hun opsporingen en vervolgingen doeltreffender te maken.

De Raad heeft de volgende conclusies aangenomen:


"De Raad:
1. Begroet met belangstelling het tweede jaarverslag van Eurojust (kalenderjaar 2003) en neemt nota van de inhoud ervan, maar benadrukt het belang van een verdere verbetering van de justitiële samenwerking tussen de lidstaten, in het bijzonder wat betreft de bestrijding van terrorisme en andere ernstige vormen van criminaliteit, gepleegd door organisaties die grensoverschrijdend opereren. De Raad bevestigt nogmaals dat de effectieve bestrijding van misdaad, en van terrorisme in het bijzonder, een noodzakelijke en essentiële component is voor het verwezenlijken van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.
2. Neemt nota van de doelstellingen, reikwijdte en prioriteiten van de in het jaarverslag genoemde Eurojust-doelstellingen voor 2004.
3. Memoreert de op 25 maart 2004 door de Europese Raad aangenomen verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme waarin

  • er bij alle lidstaten op aangedrongen wordt dat zij alle maatregelen treffen die nog nodig zijn om onverkort en uiterlijk in juni 2004 uitvoering te geven aan het Eurojust-besluit, en

  • alle lidstaten wordt verzocht dat er nationale correspondenten inzake terrorisme worden aangewezen, dat zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op Eurojust voor samenwerking in gevallen van grensoverschrijdend terrorisme en dat het akkoord tussen Europol en Eurojust in mei 2004 wordt aangenomen.

4. Verzoekt de lidstaten alle nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat deze toezeggingen worden nagekomen.


5. Verzoekt Eurojust de mogelijkheden voor verdere maatregelen na te gaan, teneinde met verbeterde capaciteit te kunnen bijdragen aan de bestrijding van het terrorisme, en uiterlijk eind mei 2004 bij de Raad verslag uit te brengen.
6. Besluit zijn bevoegde instanties op te dragen het jaarverslag, en alle nog niet opgeloste vraagstukken in verband met Eurojust zorgvuldig te bestuderen, teneinde de samenwerking en de coördinatie tussen de relevante autoriteiten van de lidstaten en Eurojust verder te versterken en de justitiële samenwerking in de Unie efficiënter te maken.

7. Verzoekt het voorzitterschap om in het kader van de werkzaamheden uit hoofde van punt 6 aan de Raad verslag uit te brengen over zijn conclusies en aanbevelingen en hem eventuele beleidsprioriteiten in overweging te geven."



Follow-up van de Verklaring van de Europese Raad inzake terrorisme
Onder dit agendapunt constateerde de Raad met tevredenheid dat met betrekking tot sommige onderdelen van de Verklaring inzake terrorisme vorderingen waren gemaakt. Bijvoorbeeld het akkoord over de richtlijn betreffende schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven, de aanneming van de overeenkomst tussen Europol en Eurojust, de goedkeuring van de richtlijn betreffende de verplichting voor vervoerders om de passagiersgegevens door te geven, alsmede de algemene oriëntatie betreffende het ontwerp-kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie.
De Raad was ook ingenomen met de door de Commissie verrichte werkzaamheden, namelijk de nieuwe voorstellen die zij overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad heeft gedaan, en nam nota van de opmerkingen van de delegaties bij de vorderingen met betrekking tot de uitvoering van instrumenten zoals het Europees aanhoudingsbevel (dat thans door 12 lidstaten wordt uitgevoerd), en tot de gemeenschappelijke onderzoeksteams.
Tot slot stelden het voorzitterschap en de coördinator voor terrorismebestrijding, de heer DE VRIES, de Raad in kennis van de stappen die tot de volgende Europese Raad op 17 en 18 juni 2004 zullen worden gezet.
De Raad zal dit punt meer in detail bespreken tijdens zijn volgende zitting op 8 juni 2004.

minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus
De Raad heeft, onverminderd de parlementaire voorbehouden van enkele delegaties, overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie betreffende het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus.
De Raad heeft zich ertoe verbonden om in de komende maanden de landen die opgenomen kunnen worden in een minimale gemeenschappelijke EU-lijst van derde landen die als veilig land van herkomst gelden, grondig te evalueren om te waarborgen dat deze landen aan de criteria van de richtlijn beantwoorden. Bij de evaluatie zal rekening worden gehouden met een reeks informatiebronnen, waaronder de informatie van de lidstaten, het UNHCR, de Raad van Europa en andere internationale organisaties.
Gelet op de ingrijpende wijzigingen die zijn aangebracht in de tekst waarover het Europees Parlement in eerste instantie was geraadpleegd, heeft de Raad ook besloten het Europees Parlement opnieuw te raadplegen.
De aanneming van de richtlijn zal plaatsvinden nadat het Europees Parlement opnieuw advies heeft uitgebracht en de Raad zich over dat advies heeft kunnen buigen.

Deze ontwerp-richtlijn beoogt de vaststelling van gelijkwaardige procedures voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus in de EU-lidstaten. Zij behelst:



  • basisbeginselen en waarborgen in verband met de asielprocedure (bijvoorbeeld toegang tot de asielprocedure, recht te worden gehoord, toegang tot vertolking, toegang tot vertegenwoordiging door een advocaat en detentie);

  • procedures in eerste aanleg (bijvoorbeeld het voorzien in een onderzoeksprocedure, criteria om de rangorde van behandeling van asielaanvragen te bepalen en de behandeling van de aanvragen te bespoedigen, de beginselen "veilig derde land" en "veilig derde land van oorsprong", procedures aan de grenzen); en

  • beroepsprocedures.

Deze richtlijn is bijzonder belangrijk. Het is de schakel die nog ontbrak aan de voltooiing van een Gemeenschappelijk Europees asielstelsel zoals bedoeld het Verdrag van Amsterdam en de conclusies van de Europese Raad van Tampere van 1999. Alle andere cruciale instrumenten op het gebied van asiel zijn aangenomen. De zogenaamde asielkwalificatierichtlijn, namelijk de richtlijn inzake de criteria voor de toekenning van de vluchtelingenstatus en de status van subsidiaire bescherming in de EU, werd eveneens, zonder debat, tijdens deze Raadszitting goedgekeurd.



BENOEMING VAN de DIRECTEUR VAN EUROPOL
De Raad wisselde van gedachten over de benoeming van de directeur van Europol en kwam overeen in juni 2004 op dit punt terug te komen.

DIVERSEN
De Raad werd door de Commissie ingelicht over de stand van zaken betreffende de wederkerigheid op het gebied van visa en het onlangs goedgekeurde Commissievoorstel waarbij aan de Raad een mandaat wordt gevraagd om met de Russische Federatie te onderhandelen over een overeenkomst inzake de versoepeling van de visumplicht.

ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN
JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
Erkenning en status van vluchtelingen*
De Raad nam een Richtlijn aan betreffende minimumnormen voor de erkenning en de status van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins inter­nationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming (8043/04 + 8729/04).
Het doel van het voorstel is de totstandbrenging van een kader voor een internationaal bescher­mingsstelsel, dat gebaseerd is op de bestaande internationale en communautaire verplichtingen en de huidige praktijk van de lidstaten en dat opgedeeld is in twee, complementaire, categorieën ‑ vluchtelingenstatus en subsidiaire bescherming ‑ teneinde het primaat van het Verdrag van Genève op dit gebied in stand te houden.
Opgemerkt dient te worden dat de Raad tijdens zijn vergadering van 30 maart 2004 overeen­stemming heeft bereikt over de ontwerp-richtlijn, onverminderd een voorbehoud voor parlementaire behandeling van de Nederlandse delegatie.
Verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel
De Raad nam een richtlijn aan betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie (14994/03).
De richtlijn strekt ertoe het wetgevend kader van de Europese Unie voor de bestrijding van illegale immigratie te versterken door een verblijfstitel met een beperkte geldigheidsduur af te geven aan slachtoffers van hulp bij illegale immigratie en van mensenhandel. Voor de afgifte van de verblijfs­titel, waaraan een aantal voordelen is verbonden, gelden bepaalde voorwaarden die erop gericht zijn deze mensen aan te moedigen om met de bevoegde autoriteiten samen te werken in de strijd tegen degenen die van het plegen van genoemde strafbare feiten worden verdacht.
Verplichting voor vervoerders om de passagiersgegevens door te geven
De Raad nam een richtlijn aan betreffende de verplichting voor vervoerders om de passagiers­gegevens door te geven (8078/04).
Dit initiatief heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden, door vervoerders te verplichten de passagiersgegevens vooraf aan de bevoegde nationale autoriteiten te verstrekken. Op verzoek van de autoriteiten die belast zijn met de controle van personen aan de buitengrenzen, zullen vervoerders verplicht zijn om vóór het einde van de instapcontrole informatie over de passagiers die zij zullen vervoeren, door te geven aan een aangewezen grens­doorlaatpost via welke deze personen het grondgebied van een lidstaat binnenkomen.
Deze richtlijn is van bijzonder belang voor de bestrijding van illegale immigratie.
Gezamenlijke verwijderingsvluchten
De Raad nam een beschikking aan inzake het organiseren van gezamenlijke vluchten van twee of meer lidstaten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderingsmaatregelen zijn genomen (6379/04).
Het initiatief strekt ertoe voorschriften op te stellen voor de organisatie van gezamenlijke vluchten voor de verwijdering van onderdanen van derde landen tegen wie individuele verwijderings­maatregelen zijn genomen van het grondgebied van twee of meer lidstaten. Dit behelst in het bijzonder het vaststellen van de specifieke taken van de door de organiserende en de deelnemende lidstaten aan te wijzen autoriteiten, alsmede van de gemeenschappelijke taken.
Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven*
De Raad nam een richtlijn aan betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven (8303/04 + 8472/04 ADD 1) waarbij een systeem van samenwerking wordt opgezet om de toegang van slachtoffers van misdrijven tot schadeloosstelling in grensoverschrijdende situaties te vergemakkelijken.
Het systeem zal berusten op de schadeloosstellingsregelingen van de lidstaten voor slachtoffers van op hun grondgebied gepleegde opzettelijke geweldmisdrijven. De schadeloosstelling wordt betaald door de bevoegde instantie van de lidstaat op het grondgebied waarvan het misdrijf is gepleegd.
Met deze richtlijn zal ervoor gezorgd worden dat alle lidstaten vóór 1 juli 2005 zullen beschikken over nationale bepalingen om schadeloosstelling van slachtoffers van opzettelijke geweldmisdrijven te garanderen. Voorts bevat de richtlijn voorschriften inzake toegang tot schadeloosstelling in grensoverschrijdende situaties die op 1 januari 2006 van kracht worden, die de slachtoffers zullen helpen om schadeloosstelling te vragen voor het leed ingevolge in een andere dan hun eigen lidstaat gepleegde geweldmisdrijven.
Opgemerkt zij dat de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 30 maart 2004 overeenstemming heeft bereikt over een algemene oriëntatie betreffende deze ontwerp-richtlijn.
Schengeninformatiesysteem (SIS en SIS II)* - conclusies van de Raad
De Raad nam een verordening aan betreffende de invoering van enkele nieuwe functies in het Schengeninformatiesysteem, inclusief bij de bestrijding van terrorisme. (7575/04 + 7853/04).
Deze verordening vormt een ontwikkeling van het SIS, met als doel de toepassing daarvan in verband met de bepalingen van het Schengenacquis inzake het personenverkeer.
Met betrekking tot het nieuwe SIS van de nieuwe generatie (SIS II) heeft de Raad de volgende conclusies betreffende de locatie, het beheer en de financiering aangenomen:
"In de Raadsconclusies van 5-6 juni 2003 betreffende de functies van het SIS en SIS II-architectuur werd de respectieve Raadsgroepen opgedragen conclusies voor te bereiden over de locatie, het beheer en de financiering van SIS II; deze conclusies moeten zo spoedig mogelijk gereed zijn, zodat de Raad ze in elk geval uiterlijk in mei 2004 kan aannemen.
In de mededeling aan het Europees Parlement en de Raad (doc. 16106/03 SIRIS 111 VISA 205 COMIX 765 - COM(2003) 771 van 11 december 2003) stelt de Commissie dat het algemene tijdschema voor de ontwikkeling van SIS II volgens haar vraagt om spoedige beslissingen over bepaalde punten betreffende de locatie en het operationeel beheer van SIS II tijdens de ontwikkelingsfase.
In de verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme die de Europese Raad tijdens zijn bijeen­komst van 25 maart 2004 heeft aangenomen, werd eveneens verzocht om uiterlijk in mei 2004 beslissingen te nemen over de locatie, het beheer en de financiering van SIS II, opdat de Commissie vooruit kan met de totale ontwikkeling van SIS II.
Derhalve komt de Raad thans de onderstaande conclusies overeen ten behoeve van de ontwikkelingsfase van SIS II:
1. Het centrale gedeelte van SIS II wordt ondergebracht in Straatsburg en Frankrijk is verantwoordelijk voor het operationeel beheer van deze vestiging alsook voor het onder­houden van contacten dienaangaande met de Commissie.
2. De Business Continuity Site wordt ondergebracht in Salzburg, op voorwaarde dat er een aantal regelingen worden getroffen die noodzakelijk zijn vóórdat de vestiging operationeel wordt. In dat geval is Oostenrijk verantwoordelijk voor het operationeel beheer van deze vestiging, alsook voor het onderhouden van contacten dienaangaande met de Commissie.
3. Tussen de Commissie en de lidstaten waar het centrale systeem en de Business Continuity Site worden ondergebracht, worden zo spoedig mogelijk en in ieder geval voordat de werkzaamheden op de betrokken locaties van start gaan, passende dienstverleningsniveau-overeenkomsten gesloten. Deze dienstverleningsniveau-overeenkomsten zullen met name bepalingen bevatten inzake de betrekkingen tussen de verschillende partijen, de toegang van de betrokken organen en personeelsleden tot de locaties, alsook de plaatselijke ondersteuning door de gastlidstaten.
4. Beslissingen die thans worden genomen over de locatie en het beheer van SIS II tijdens de ontwikkelingsfase doen geen afbreuk aan latere Raadsconclusies betreffende het beheer, de financiering en de locatie van SIS II op langere termijn.
5. De betrokken Raadsgroepen wordt verzocht om uiterlijk in juni 2005 Raadsconclusies betreffende het strategisch en operationeel beheer, de financiering en de locatie van SIS II op langere termijn voor te bereiden, in aansluiting op een op het geschikte niveau uit te voeren evaluatie van de respectieve verdiensten van de verschillende mogelijkheden, de kosten die daarmee gepaard gaan en de juridische vraagstukken waartoe deze aanleiding geven."
Overeenkomst tussen Europol en Eurojust*
De Raad keurde de Overeenkomst tussen Europol en Eurojust (15829/03) goed en heeft daarover een verklaring aangenomen (7089/04).
Met deze overeenkomst wordt beoogd samenwerking tussen Europol en Eurojust tot stand te brengen en in stand te houden om hun efficiëntie bij de bestrijding van ernstige vormen van inter­nationale criminaliteit binnen hun respectieve bevoegdheden te verbeteren en overlapping van werkzaamheden te voorkomen. Daartoe zullen met name operationele, strategische en technische informatie worden uitgewisseld en activiteiten worden gecoördineerd.
Europol*
De Raad nam vier rechtsinstrumenten aan in verband met de begroting van Europol en zijn personeel (7389/04 + 7410/04 + 7411/04 + 7414/04 + 7412/04 + 7415/04).
Politiesamenwerking - Conclusies van de Raad
De Raad nam nota van een verslag over de evaluatie van de uitvoering van Besluit 2002/348/JBZ van de Raad van 25 april 2002 inzake veiligheid naar aanleiding van voetbalwedstrijden met een internationale dimensie (7151/1/04) en hechtte zijn goedkeuring aan de volgende ontwerp-conclusies inzake politiesamenwerking ter bestrijding van voetbalgeweld:
"DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE
Veroordeelt voetbalgeweld, de daarmee gepaard gaande ongeregeldheden en de gevolgen daarvan voor gewone burgers. De Raad beseft ook dat veel politiemensen bij het vervullen van hun centrale rol in de strijd tegen het voetbalgeweld zelf met geweld en geweldsdreiging geconfronteerd worden.
OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:
– een kerndoel van de Europese Unie is de instandhouding van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voor al haar burgers;
– voetbal is een van de belangrijkste sportactiviteiten in Europa en trekt een massapubliek dat zich ook over de grens verplaatst;
– het is van groot belang dat de toeschouwer van voetbalevenementen kan genieten in een betrouwbare en veilige omgeving zonder aan geweld of angst voor geweld te worden blootgesteld;
– de dreiging van voetbalgeweld kan zich voordoen op alle niveaus waarop clubs of landen­teams vriendschappelijk of in competitieverband tegen elkaar spelen;
– de komende twee jaar zal er in Europa aanzienlijke aandacht zijn voor belangrijke inter­nationale voetbalevenementen: het Europees kampioenschap in 2004 en het wereld­kampioenschap in 2006;
– de bestrijding van voetbalgeweld is een prioriteit in de politiële samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie;
– de uitbreiding van de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten in 2004 zal kansen creëren voor een verbreding van de operationele politiesamenwerking op dit terrein;
– de instrumenten die de Raad tot dusverre ter bevordering van politiële samenwerking heeft vastgesteld zijn effectief gebleken en blijven van toepassing, maar het evoluerende karakter van voetbalgeweld maakt verdere ontwikkeling van die samenwerking noodzakelijk.
ONDERSCHRIJFT de in de bijlage vervatte elementen ter bestrijding van voetbalgeweld,
NEEMT NOTA van de evaluatieconclusies betreffende de uitvoering van Besluit 2002/348/JBZ van 25 april 2002 met betrekking tot, onder meer, de oprichting van nationale informatiepunten betreffende voetbal en in het bijzonder de behoefte aan een betere informatie-uitwisseling en de indeling van supporters in categorieën,
ERKENT dat voortzetting van een strategisch gestructureerd werkprogramma met doelstellingen voor de korte, de middellange en de lange termijn, die naar behoefte bijgesteld kunnen worden, de weg vooruit is,
IS VERHEUGD OVER de contacten die op het gebied van politiesamenwerking gelegd zijn tussen de relevante Raadsinstanties en de Europese unie van voetbalbonden UEFA en IS VAN OORDEEL dat het overleg met de UEFA structureel voortgezet moet worden,
ROEPT de lidstaten OP de passende nationale instanties ertoe aan te sporen de banden met alle bij de organisatie van wedstrijden betrokken entiteiten aan te halen, het beleid inzake kaartverkoop voor voetbalwedstrijden gelijk te trekken en stewards beter op te leiden en vaker in te zetten."
BIJLAGE
1. Het voetbalhandboek voor internationale politiesamenwerking in verband met voetbal­wedstrijden toetsen, wijzigen en verspreiden

Het handboek is een belangrijk instrument in de bestrijding van voetbalgeweld. Het handboek kan doeltreffender worden door het tot een levend en actueel document met welomschreven operationele procedures te maken. Ten minste om de vier jaar moet het in het licht van de opgedane ervaring worden geëvalueerd.


2. Geregeld deskundigenvergaderingen beleggen

Het is van essentieel belang regelmatig beste praktijken uit te wisselen met betrekking tot alle aspecten van politieoperaties in verband met voetbalwedstrijden.

3. Overleg tussen de relevante Raadsinstanties en de UEFA organiseren

De reeds gelegde contacten moeten worden uitgebouwd om toegevoegde waarde te creëren door nauw samen te werken met de UEFA.


4. Reizen/Reisbeperkingen en andere relevante maatregelen in kaart brengen

Het is nuttig in kaart te brengen welke praktijk elk van de lidstaten, gelet op zijn wettelijke en constitutionele vereisten, ten aanzien van reisbeperkingen hanteert.


5. Het jaarlijks situatieverslag meer profiel geven

Het situatieverslag biedt een globale en een gedetailleerde analyse van gedragingen tijdens voetbalwedstrijden in de lidstaten. Doel is het gebruik van het verslag in een strategische context te bevorderen en het verslag snel te redigeren zodat het op ruime schaal kan worden verspreid.


6. Een systeem van wederzijdse beoordeling van politieoperaties tijdens voetbalwedstrijden invoeren

Een dergelijk systeem zou op vrijwillige basis functioneren met als doel praktische politie­samenwerking te bevorderen.




  1. Een website opzetten.

Er moet studie worden verricht naar de mogelijkheden om een gemakkelijk te raadplegen referentie­centrum in te richten waar politiediensten met het oog op hun planning en operaties nuttige informatie kunnen inwinnen.


Task Force van de hoofden van politie
De Raad nam nota van de conclusies van de negende bijeenkomst van de Task Force van de hoofden van politie die in maart 2004 heeft plaatsgevonden in Dublin (7779/04).
  1   2   3

  • DEELNEMERS 5 BESPROKEN PUNTEN
  • ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN
  • De regeringen van de toetredende staten
  • BESPROKEN PUNTEN Ontwerp-kaderbesluit inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie
  • Verslag 2003 van Eurojust
  • Follow-up van de Verklaring van de Europese Raad inzake terrorisme
  • BENOEMING VAN de DIRECTEUR VAN EUROPOL
  • ZONDER DEBAT GOEDGEKEURDE PUNTEN JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN
  • Verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel
  • Verplichting voor vervoerders om de passagiersgegevens door te geven
  • Gezamenlijke verwijderingsvluchten
  • Schadeloosstelling van slachtoffers van misdrijven*
  • Schengeninformatiesysteem (SIS en SIS II)* - conclusies van de Raad
  • Overeenkomst tussen Europol en Eurojust*
  • Politiesamenwerking - Conclusies van de Raad
  • Task Force van de hoofden van politie

  • Dovnload 174.67 Kb.