Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Cassiani Collatio 1 Conlatio prima quae est prima abbatis Moysi

Dovnload 0.82 Mb.

Cassiani Collatio 1 Conlatio prima quae est prima abbatis Moysi



Pagina1/7
Datum20.10.2018
Grootte0.82 Mb.

Dovnload 0.82 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7

Cassiani Collatio 1


Conlatio prima quae est prima abbatis Moysi:

De monachi destinatione vel fine.
Eerste Gesprek. Eerste van abt Mozes:

De opzet en het doel van de monnik

  1. De habitatione Scitii et proposito abbatis Moysi

  2. De interrogatione abbatis Moysi quaerentis qui monacho scopos uel qui sit finis

  3. De responsione nostra

  4. De interrogatione abbatis Moysi super propositione praedicta

  5. De conparatione eius qui destinata ferire contendat

  6. De his qui abrenuntiantes mundo ad perfectionem sine caritate contendunt

  7. De appetenda tranquillitate cordis

  8. De principali conatu erga diuinarum rerum contemplationem et similitudine Mariae et Marthae

  9. Interrogatio, quomodo efficientia uirtutum non cum homine perseveret

  10. Responsio, quod non sit earum merces, sed actio cessatura

  11. De caritatis perpetuitate

  12. Interrogatio de perseuerantia spiritalis theoriae

  13. Responsio de directione cordis in deum et de regno dei et regno diaboli

  14. De animae perpetuitate

  15. De contemplando deo

  16. Interrogatio de cogitationum mobilitate

  17. Responsio, quid possit mens super cogitationum statu quid ue non possit

  18. Conparatio aquaris molae et animae

  19. De tribus cogitationum nostrarum principis

  20. De discernendis cogitationibus ad similitudinem probabilis trapezitae

  21. De inlusione abbatis Iohannis

  22. De quadripertita discretionis ratione

  23. De sermone doctoris secundum audientium meritum





  1. De bewoners van Scetis en de levenswijze van abt Mozes

  2. Vraag van abt Mozes over de opzet en het doel van de monnik




  1. Ons antwoord

  2. Een nieuwe vraag van Mozes over hetzelfde onderwerp

  3. Vergelijking met de schutter

  4. Over hen die de wereld verzaken, maar zonder liefde naar de volmaaktheid streven

  5. Het zoeken naar de vrede des harten

  6. Ons voornaamste streven geldt de beschouwing der goddelijke dingen. Vergelijking met Maria en Marta

  7. Een vraag: of de werken der deugden niet altijd met de mens blijven voortbestaan

  8. Niet het loon maar de werkzaamheid zal verdwijnen

  9. De eeuwigheid van de liefde

  10. Een vraag over de volharding in de geestelijke beschouwing

  11. Antwoord: De gerichtheid van het hart op God. Het rijk van God en dat van de duivel

  12. De onsterfelijkheid van de ziel

  13. De beschouwing van God

  14. Een vraag over de beweeglijkheid van onze gedachten

  15. Antwoord: Wat de ziel wel en wat zij niet kan met betrekking tot haar gedachten

  16. Vergelijking van de ziel met een molen

  17. De drie bronnen van onze gedachten

  18. Het onderscheiden der gedachten.Vergelijking met de bekwame wisselaar

  19. Hoe abt Joannes bedrogen werd

  20. Het viervoudig onderzoek

  21. Het onderricht van een leraar is overeenkomstig de verdiensten van zijn toehoorders




I. De habitatione Scitii et proposito abbatis Moysi

Cum


in heremo Sciti,

ubi monachorum

probatissimi patres

et omnis commorabatur perfectio,

abbatem Moysen,

qui inter illos egregios flores

suauius

non solum actuali,

uerum etiam theoretica uirtute

fragrabat,

institutione eius fundari

cupiens


expetissem

una cum sancto abbate Germano

(cum quo mihi

ab ipso tirocinio ac rudimentis militiae spiritalis

ita indiuiduum deinceps contubernium

tam in coenobio quam in heremo fuit,

ut cuncti

ad significandam

sodalitatis ac propositi nostri parilitatem

pronuntiarent

unam mentem atque animam

duobus inesse corporibus),

pariter que ab eodem abbate

aedificationis sermonem

fusis lacrimis posceremus

(quippe


cuius hunc animi rigorem

manifestissime noueramus,

ut

nisi fideliter desiderantibus



et cum omni cordis contritione quaerentibus

nequaquam adquiesceret

ianuam perfectionis aperire,

ne scilicet,

si passim

uel nolentibus eam

uel tepide sitientibus exhiberet,

res necessarias,

et quae solis perfectionem cupientibus

debent esse conpertae,

indignis et fastidiose suscipientibus pandens

aut iactantiae uitium

aut proditionis crimen

uideretur incurrere),

tandem

fatigatus precibus nostris



ita exorsus est.

1. De bewoners van Scetis en de levenswijze van abt Mozes
In de woestijn van Scetis

verbleven de voortreffelijksten

onder de Vaders van het monnikenleven

en alle volmaaktheid was daar te vinden.

Doch te midden van die heerlijke bloemen

verspreidde

abt Mozes

een nog liefelijker geur,

zowel door zijn werkzaam deugdenleven

als door zijn beschouwing.

Vol verlangen

door zijn onderricht gevormd te worden,

zocht ik hem op,

samen met de heilige abt Germanus. -

Vanaf het eerste begin

van onze geestelijke krijgsdienst

waren wij onafscheidelijk en onze omgang

in het klooster en in de woestijn was van die aard,

dat iedereen,

om onze vriendschap en gelijkheid van leven

te karakteriseren,

sprak


van één ziel en één geest

in twee lichamen.

Samen vroegen wij onder tranen

genoemde abt

om een woord van stichting,

want


wij kenden zijn gestrengheid heel goed;

wij wisten

dat hij

de deur der volmaaktheid

slechts wilde openen

voor hen die haar volhardend verlangden

en met een geheel vernederd hart zochten.

Hij zou gevreesd hebben

zich schuldig te maken

aan de ondeugd van ijdelheid

of aan de zonde van verraad,

als hij


zonder onderscheid

aan onwilligen

of tragen,

onwaardigen en afkerigen, bekend maakte,

wat alleen zij die naar volmaaktheid verlangen

behoren te ontvangen.

Vermoeid door ons aanhoudend smeken,

sprak hij ons

eindelijk toe.


II. De interrogatione abbatis Moysi quaerentis qui monacho scopos uel qui sit finis

1. Omnes, inquit,

artes ac disciplinae

scopon quendam,

id est destinationem,

et telos,

hoc est finem proprium

habent,


ad quem respiciens

uniuscuiusque artis industrius adpetitor


cunctos labores

et pericula

atque dispendia

aequanimiter libenter que

sustentat.
nam

et agricola

nunc torridos solis radios,

nunc pruinas et glaciem

non declinans

terram infatigabiliter scindit

et indomitas agri glaebas

frequenti subigit uomere,

dum scopon seruat,

ut


eam cunctis sentibus expurgatam

uniuersis que graminibus absolutam

in modum solubilis harenae

exercendo comminuat,

finem, id est perceptionem

copiosarum frugum et exuberantiam segetum

non alias adepturum se esse

confidens,

quo

uel ipse deinceps uitam securus exigere



uel suam possit amplificare substantiam.
2. referta etiam frugibus horrea

libenter exhaurit

eas que putribus

sulcis instanti labore

commendat,

praesentem deminutionem

futurarum messium contemplatione

non sentiens.


illi etiam,

qui negotiationum solent exercere commercia,

non incertos pelagi timent casus,

non ulla discrimina perhorrescunt,

dum ad finem quaestus

spe praepeti prouocantur.


nec non etiam hi

qui militiae mundialis ambitione flammantur,

dum prospiciunt honorum ac potentiae finem, peregrinationum exitia ac pericula non sentiunt

nec praesentibus aerumnis bellis que franguntur,

dum propositum sibi dignitatis finem

cupiunt obtinere.


3. habet ergo

et nostra professio

scopon proprium

ac finem suum,

pro quo labores cunctos

non solum infatigabiliter,

uerum etiam gratanter inpendimus,

ob quem


nos

ieiuniorum inedia non fatigati

uigiliarum lassitudo delectat,

lectio ac meditatio scripturarum continuata

non satiat,

labor etiam incessabilis

nuditas que

et omnium rerum priuatio,

horror quoque huius uastissimae solitudinis

non deterret.


ob quem

uos ipsi

procul dubio

parentum spreuistis affectum

et patrium solum

ac delicias mundi

tot pertransitis regionibus despexistis,

ut


ad nos homines rusticos et idiotas

atque in hoc heremi squalore degentes

peruenire possetis.
propter quod

respondete, inquit, mihi

quae sit destinatio uestra uel finis,

qui ad haec omnia libentissime sustinenda

uos prouocat.


2.Vraag van abt Mozes over de opzet en het doel van de monnik.

1. Alle kunsten en ambachten,

zo sprak hij,

hebben


een bepaalde opzet

of bepaald oogmerk

en een eigen einddoel,
waarop ieder

die zich op een bepaald ambacht toelegt,

de blik gericht houdt

en omwille waarvan hij alle moeiten,

gevaren

en offers

met gelijkmoedigheid en blijdschap

verduurt.

De boer

trotseert

nu eens de hete zon,

dan weer koude en ijs:

onvermoeibaar scheurt hij de grond open

en legt de weerbarstige aarde

dikwijls om met zijn ploeg,

alles volgens zijn opzet,

om

er namelijk alle dorens



en onkruid uit te halen

en haar zo los te maken

als zand.

Zijn doel hierbij is het verkrijgen

van veel vruchten en een overvloedige oogst.

Hij is overtuigd

dat hij niet anders datgene kan bereiken

wat hem


een onbezorgd leven

of vermeerdering van zijn bezit zal schenken.


2. Bereidwillig ook

maakt hij zijn volle schuren leeg

en vertrouwt ze

in noeste arbeid toe

aan de losgemaakte voren

en hij voelt

het huidige verlies niet

door het vooruitzicht van de toekomstige oogst.


Zo ook zij

die handel drijven:

zij vrezen de wisselvalligheden van de zee niet,

zij schrikken niet terug voor gevaren,

wanneer de hoop op winst, hun doel,

hen voortstuwt.


Ook degenen

die hun eer in de aardse krijgsdienst zoeken,

houden het doel, roem en macht, voor ogen

en voelen dan geen verre tochten en gevaren;

leed en strijd van thans breekt hen niet,

daar zij de waardigheid verlangen te verwerven,

die zij zich ten doel hebben gesteld.
3. Zo heeft

ook onze levensstaat

haar eigen opzet

en haar eigen doel,

waarvoor wij alle moeiten op ons nemen,

onvermoeibaar

en zelfs gaarne.
De derving van het vasten

put ons niet uit,

de last van het waken verheugt ons,

het aanhoudend lezen en overwegen van de Schrift staat ons nimmer tegen,

de langdurige arbeid

schrikt ons niet af,

noch de naaktheid

en het gebrek aan alles,

noch ook deze barre, onmetelijke woestijn.
Voor dit doel

hebt gij zelf

zonder twijfel

de genegenheid van uw ouders versmaad

tezamen met de vaderlandse grond

en de genietingen van de wereld,

zijt gij zovele landen doorgetrokken

om


tot ons, eenvoudige onontwikkelde mensen,

te komen

in deze onherbergzame woestijn.
Antwoord mij

dus,


wat is uw opzet, wat uw doel,

dat u aanspoort

om dat alles met graagte te verduren?


III. De responsione nostra

Et cum persisteret

nostram elicere super hac interrogatione sententiam,

respondimus

regni caelorum causa

haec cuncta tolerari.



3. Ons antwoord

Toen hij aanhield

om ons antwoord op deze vraag te vernemen,

zeiden wij,

dat wij dit alles verduurden

omwille van het rijk der hemelen.





IV. De interrogatione abbatis Moysi super propositione praedicta

1. Ad quod ille:

Bene, inquit:

argute de fine dixistis.


qui uero debeat esse

scopos noster, id est destinatio,

cui iugiter inhaerentes

finem ualeamus adtingere,

prae omnibus nosse debetis.
et cum

ignorationem confessi simpliciter fuissemus,

adiecit:

in omni ut dixi

arte ac disciplina

praecedit

quidam scopos,

id est


animae destinatio

siue incessabilis mentis intentio.

quam

nisi quis



omni studio perseuerantia que

seruauerit,

nec ad finem desiderati fructus

poterit peruenire.


2. nam

ut dixi


agricola

finem habens

secure copiose que uiuendi

in prouentu segetum fecundarum

scopon,

id est destinationem

gerit

agrum suum cunctis sentibus expurgare



eum que uniuersis infructuosis uacuare graminibus,

nec aliter se

quieti finis opulentiam

adepturum esse

confidit,

nisi id,

quod usu obtinere desiderati

quadam prius operis

ac spei suae ratione

possideat.


negotiator quoque

conparandarum mercium desiderium

non deponit,

per quod possit quaestuosius

diuitias congregare,

quia


frustra concupisceret lucrum,

nisi uiam qua ad id tenderet

elegisset.
et qui

certis quibusque dignitatibus mundi huius

cupiunt honorari,

cui se officio uel ordini

debeant mancipare

ante proponunt,

ut per legitimum spei tramitem

finem quoque ualeant desideratae dignitatis

adtingere.
3. itaque

et uiae nostrae

finis quidem

est regnum dei.


quid uero sit scopos

debet diligenter inquiri:

qui

si nobis similiter conpertus non fuerit,



frustra nitendo fatigabimur,

quia


sine uia

tendentibus labor

est itineris,

non profectus.


ad quod

obstupescentibus nobis

senex intulit:

finis quidem nostrae professionis

ut diximus

regnum dei seu regnum caelorum

est,

destinatio uero,



id est scopos,

puritas cordis,

sine qua ad illum finem

inpossibile est

quempiam peruenire.
4. in hac ergo destinatione

defigentes nostrae directionis obtutus

uelut ad certam lineam

cursum rectissimum dirigemus,

ac

si paululum



quid ab hac

cogitatio nostra deflexerit,

ad contemplationem eius

ilico recurrentes

rursus eam

uelut ad quandam normam

rectissime corrigemus,

quae semper omnes conatus nostros

ad unum hoc reuocans signum

arguet statim,

si a proposita directione

mens nostra

uel paululum deuiauerit.


4. Een nieuwe vraag van Mozes over hetzelfde onderwerp

1. Uitstekend, hernam abt Mozes,

gij hebt scherpzinnig uitgedrukt

wat het uiteindelijk doel is,


maar gij moet vooral ook weten

wat onze opzet,

ons oogmerk is,

dat wij voortdurend moeten nastreven

om ons eigenlijke doel te bereiken.
Toen wij

eenvoudig onze onkunde bekenden,

ging hij voort:

Zoals ik zei,

begint

elke kunst en elk ambacht



met een opzet,

dat wil zeggen

een vaste gerichtheid van de ziel,

een voortdurende toeleg van de geest,

en indien men

daar niet

met alle inspanning en volharding

aan vasthoudt,

geraakt men niet

tot het verlangde einddoel.


2.

Het doel

van de boer is,

zoals ik heb uiteengezet,

onbezorgd en ruim te leven

door overvloedige oogsten.

Zijn opzet,

zijn oogmerk

is het daarom

zijn land te zuiveren van alle dorens,

het te ontdoen van elk onkruid;

want hij is ervan overtuigd,

dat hij zijn doel, een onbezorgde overvloed,

niet anders

kan bereiken

dan wanneer hij

door zijn werken en zijn hopen

in zekere zin

reeds bezit

wat hij later metterdaad verlangt te krijgen.


Ook de koopman

laat niet af van de begeerte

om zich goederen te verschaffen,

waarmee hij door de groei van zijn winst

rijkdom kan vergaren.

Hij zou immers

tevergeefs verlangen naar winst

zo hij de weg daarheen

niet koos.
En zij

die naar bepaalde waardigheden dezer wereld

dingen,

overwegen tevoren

aan welke funktie of ambt

zij zich moeten wijden,

om zo langs de weg van een wettige hoop

ook tot de verlangde waardigheid

te geraken.
3. Zo

heeft ook onze weg

een einddoel:

het rijk Gods.


Wij moeten echter aandachtig onderzoeken,

welke zijn opzet is,

want

zo wij die niet eveneens vinden,



vermoeien wij ons met vergeefse pogingen,

want


hij die geen bepaalde weg volgt,

heeft wel de inspanning

van het lopen,

maar hij komt niet vooruit.


Toen de oude man

onze verbazing zag,

vervolgde hij:

Het doel van onze levensstaat

is,

zoals ik zei,



het rijk Gods of het rijk der hemelen;

het oogmerk echter,

de opzet,

is de zuiverheid des harten,

zonder welke iemand

onmogelijk tot dat doel

kan geraken.
4. Met deze opzet dus

vast voor ogen

zullen wij onze weg richten

als langs een vaste lijn;

en

indien onze aandacht



daar een weinig

van is afgeweken,

moeten wij terstond weer

onze blik erop vestigen

en zo

als naar een zuiver richtsnoer



onze afwijking herstellen.

Dit richt al onze pogingen

steeds weer op dit éne punt

en het waarschuwt ons onmiddellijk

zodra onze geest

ook maar het minste afwijkt

van de gestelde richting.


V. De conparatione eius qui destinata ferire contendat

1. Quemadmodum hi,

quibus usus est bellica tela tractandi,

cum


ante regem mundi huius

artis suae cupiunt peritiam demonstrare,

in paruissima quaedam scutula,

quae depicta in se continent praemia,

iacula uel sagittas intorquere

contendunt,

certi

quod non alias



nisi destinationis suae linea

ad finem possint desiderati praemii peruenire,

quo tum demum utique potientur,

cum propositum scopon ualuerint obtinere:

qui

si forte ab eorum fuerit subtractus intuitu,



quantumlibet a recto tramite

cassa imperitorum deerret intentio,

excidisse se tamen

ab illius disciplinatae lineae directione

non sentient,

quia


nullum habent certum signum

quod


uel peritiam directionis probet

uel arguat prauitatem.


et ideo

cum inutiles in aera

uacuum que

fuderint iactus,

in quo peccauerint

quo ue decepti sint

diiudicare non possunt,

quippe quos

nullum accusat indicium

quantum a directione discesserint,

nec

quo deinceps



corrigere uel reuocare debeant

lineam disciplinae

docere potest

passiuus obtutus.


2. ita igitur

et nostri propositi

finis

quidem secundum apostolum



uita aeterna est,

ita eodem pronuntiante:



habentes quidem fructum uestrum

in sanctificationem,

finem uero uitam aeternam,
scopos uero

est puritas cordis,

quam sanctificationem

non inmerito nuncupauit,

sine qua praedictus finis

non poterit adprehendi,

acsi dixisset aliis uerbis:

habentes quidem

scopon uestrum in cordis puritate,

finem uero uitam aeternam.


de qua destinatione docens nos

idem beatus apostolus

ipsum nomen, id est scopon,

significanter expressit ita dicens:



quae posteriora sunt

obliuiscens,

ad ea uero quae in ante sunt

extendens me,

ad destinatum persequor,

ad brauium

supernae uocationis domini.
3. quod euidentius

in Graeco ponitur

kata; skopo;n diwvkw,

id est


secundum destinationem persequor,

tamquam si dixisset:

hac destinatione

qua illa quae posteriora sunt

obliuiscor,

id est


anterioris hominis uitia,

ad finem brauii caelestis

peruenire contendo.
quidquid ergo nos

ad hunc scopon,

id est puritatem cordis

potest dirigere,

tota uirtute sectandum est,

quidquid autem

ab hac retrahit,

ut perniciosum ac noxium

deuitandum.
pro hac enim

uniuersa agimus

atque toleramus,

pro hac


parentes,

patria,


dignitates,

diuitiae,

deliciae mundi huius

et uoluptas uniuersa

contemnitur,

ut scilicet

puritas cordis

perpetua

retentetur.
4. hac itaque

nobis destinatione proposita semper

actus nostri et cogitationes

ad eam obtinendam

rectissime dirigentur.
quae

si prae oculis nostris

iugiter statuta non fuerit,

non solum

cunctos labores nostros

uacuos pariter atque instabiles reddens

in cassum eos

ac sine ullo emolumento

conpellet effundi,

sed etiam

cogitationes

omnes diuersas sibi que contrarias

suscitabit.
necesse est enim mentem

quo recurrat

cui ue principaliter inhaereat

non habentem

per singulas horas atque momenta

pro incursuum uarietate

mutari
atque

ex his quae extrinsecus accedunt

in illum statum

continuo transformari

qui sibi primus occurrerit.


5. Vergelijking met de schutter
1. Het is ermee als met hen

die de wapens hanteren,

wanneer zij

voor een koning van deze wereld

hun vaardigheid willen tonen.

De prijzen staan afgebeeld

op kleine schildjes.

Zij trachten nu deze met hun spiesen of pijlen

te treffen.

Zij weten

dat zij,

als ze de roos niet raken,

niet komen tot hun doel, de begeerde prijs;

deze wordt immers slechts hun bezit,

als zij erin slagen het gestelde doelwit te raken.

Maar


onttrekt men eens het doelwit aan hun blik:

hoever zij er dan ook naast mikken,


zij merken het niet,

want

zij hebben geen enkel vast punt,



dat hun toont

of zij goed richten

of niet.

Zij schieten hun pijlen

doelloos

de lucht in

en zij kunnen niet uitmaken

waar hun fout in gelegen is,


omdat

niets hun aanwijst

hoe ver zij zijn afgeweken

en


hun onbestemde blik

hun


de juiste richting

niet


kan leren.
2. Zo

is van onze staat

het doel

het eeuwig leven,

volgens de Apostel

die aldus spreekt:



Gij hebt als vrucht

de heiligheid,

als einddoel echter het eeuwig leven (Rom. 6,22).
De opzet ervan

is de zuiverheid des harten,

die hij niet ten onrechte

de heiligheid noemt,

zonder welke men het einddoel

niet kan bereiken.

Hij heeft met andere woorden gezegd:

Uw opzet

is de zuiverheid des harten,

uw einddoel het eeuwig leven.


Over deze opzet

spreekt de Apostel

elders

aldus:


Ik vergeet

wat achter mij ligt,

ik werp mij

voorwaarts

en ijl naar het doel:

de kampprijs

van de hemelse roeping van de Heer (Fil. 3,13-14).
3. In het Grieks

staat het nog duidelijker:

kata; skopo;n diwvkw,
mij richtend naar mijn oogmerk ijl ik voort.

Het is als zegt hij:

Door mijn oogmerk,

te vergeten

wat achter mij ligt,

dat wil zeggen

de ondeugden van de oude mens,

tracht ik te komen

tot het einddoel, de hemelse prijs.
Al wat ons dus

kan helpen

naar wat onze opzet is,

de zuiverheid des harten,

moeten wij met heel onze kracht najagen,

wat ons


ervan weerhoudt

als verderfelijk en schadelijk

vermijden.
Daarvoor

verdragen wij alles

en doen wij alles.

Daarvoor

verachten wij

ouders,


vaderland,

waardigheden,

rijkdom,

genietingen van deze wereld

en alle genot,

om


de zuiverheid des harten

blijvend

te bezitten.
4. Wanneer wij ons

deze opzet voor ogen houden,

zullen onze daden en onze gedachten

er volkomen op gericht zijn

deze zuiverheid te verkrijgen.

Doen wij dit

niet voortdurend,

dan zal niet alleen

al onze inspanning

ijdel en onstandvastig zijn,


zonder enig voordeel,
maar het zal ook

oorzaak zijn

van alle mogelijke tegenstrijdige gedachten.

Want als de geest

niets heeft

waartoe hij telkens terugkeert,

waarnaar hij bij voorkeur streeft,

zal hij noodzakelijk voortdurend

met elke wind meewaaien

naargelang de verscheidenheid

van wat in hem opkomt;

en


uitwendig

zal hij zich laten beheersen

door de eerste indruk

die hem treft.


  1   2   3   4   5   6   7

  • De habitatione Scitii et proposito abbatis Moysi De interrogatione abbatis Moysi quaerentis qui monacho scopos uel qui sit finis De responsione nostra
  • De his qui abrenuntiantes mundo ad perfectionem sine caritate contendunt De appetenda tranquillitate cordis
  • Responsio, quod non sit earum merces, sed actio cessatura De caritatis perpetuitate Interrogatio de perseuerantia spiritalis theoriae
  • Interrogatio de cogitationum mobilitate Responsio, quid possit mens super cogitationum statu quid ue non possit Conparatio aquaris molae et animae
  • De quadripertita discretionis ratione De sermone doctoris secundum audientium meritum

  • Dovnload 0.82 Mb.