Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Casus 1 Probeer de vragen in eerste instantie uit het hoofd en met onderlinge discussie te beantwoorden. Maaike, geboren bij 38 weken, ingeleid I v. m te verwachten groot kind, 1e kind. Gg 4500 gr, traumatische geboorte, Apgar onbekend

Dovnload 8.07 Kb.

Casus 1 Probeer de vragen in eerste instantie uit het hoofd en met onderlinge discussie te beantwoorden. Maaike, geboren bij 38 weken, ingeleid I v. m te verwachten groot kind, 1e kind. Gg 4500 gr, traumatische geboorte, Apgar onbekend



Datum25.04.2019
Grootte8.07 Kb.

Dovnload 8.07 Kb.

Casus 1
Probeer de vragen in eerste instantie uit het hoofd en met onderlinge discussie te beantwoorden.
Maaike, geboren bij 38 weken, ingeleid i.v.m. te verwachten groot kind, 1e kind.

GG 4500 gr, traumatische geboorte, Apgar onbekend.

Perinataal: schouderdystocie

Postnataal: OPBL rechts

Humerusfractuur links

Horner rechts


Vraag 1: welke groep is dit letsel (classificatie)?

Het is een groep 4 letsel, dit is het enige letsel met het syndroom van Horner.

Vraag 2: wat is de prognose van dit letsel?

Bij dit letsel is er 0% kans op spontaan herstel. Een operatie zal altijd noodzakelijk zijn.

Vraag 3: wat zal doel en inhoud van de initiële behandeling zijn?

Het doel zal vooral zijn: het begeleiden en voorlichten van de ouders, behoud van mobiliteit van de gewrichten en behoud van spierlengtes en het actief oefenen van eventuele spierfunctie. Qua inhoud zal als eerste de voorlichting aan de ouders heel erg belangrijk zijn. Ouders hebben veel vragen en zorgen, zoeken op internet en vinden daar niet de goede antwoorden . Daarnaast moet aan ouders worden aangeleerd om de gewrichten op de juiste en veiligste manier door te bewegen, voor behoud van mobiliteit en spierlengtes met advies over frequentie. Spierfunctie goed observeren en vastleggen voor adequate evaluatie is ook belangrijk.

Vraag 4: wanneer neemt u een beslissing over wel of niet doorverwijzen naar een centrum?

Aangezien dit een letsel is waarbij voldoende spontaan herstel niet te verwachten is, kan in een vroeg stadium al verwezen worden naar een centrum, uiterlijk tussen 4 en 6 weken na geboorte.
Aanvullend onderzoek: MRI wortelavulsie C8
Leeftijd 2 maanden 3 weken: primaire neurochirurgische reconstructie:

Interponaten: C5 naar fasciculus posterior

C6 naar fasciculus posterior, fasciculus lateralis, wortel Th1

C7 naar truncus medialis en naar C8


Vraag 5: wanneer mag herstel van functie door de operatie verwacht worden?

Het eerste herstel van functie als gevolg van de operatie mag men na 6-10 maanden verwachten. Eerder functieherstel is dan natuurlijk herstel.
Leeftijd 2,5 – 3 jaar

Peuter met zeer dwingend gedrag, krijgt vaak haar zin, zeer weigerachtig gedrag. pROM oefenen lukt thuis vrijwel niet (“ze wil het niet”) en bij kft alleen in houdgreep.

Redelijke schouder- en elleboogfunctie, geen handfunctie. Tevens afwijkende houding schouder/ arm met protractie schouder en arm vóór het lichaam gehouden in ruststand. Linkerhand is dominant, rechterarm wil ze niet graag gebruiken.

Kft wekelijks tot 1x/ 2 weken


Vraag 6: Beschrijf 1 hoofdprobleem en 1 nevenprobleem

Een hoofdprobleem is dat ze geen handfunctie heeft. Dat maakt het buitengewoon lastig en ongunstig om de schouder en elleboog van de aangedane arm te willen en kunnen gebruiken bij dagelijkse activiteiten.

Een nevenprobleem is het gedrag van dit meisje en de onmacht van moeder om ermee om te gaan.

Vraag 7: Wat zouden je therapiedoelen zijn en hoe denk je deze doelen te bereiken?

Na een primaire reconstructie kan functieherstel nog tot 4 jaar na OK optreden. Het blijft dus van belang om de mobiliteit van de hele arm zo goed mogelijk te proberen te behouden. Ook is het van belang om terugkerende spierfunctie tijdig op te merken en deze actief te oefenen, alsmede het gebruik van de arm te blijven oefenen bij veranderende leeftijdsadequate vaardigheden.

Goede evaluatie van spierfunctie is nodig om verandering van de spierfunctie op te merken, bv met gebruik van de AMS. Het actief oefenen van de inzet van de arm zal bij dit meisje op uitdagende en speelse manier moeten gebeuren. Verandering van omgeving, bv door in water te gaan oefenen of ga naar een speeltuintje, gebruik van steeds andere materialen (denk aan step of fiets, sportmiddelen als een klimrek of klimwand, hockeystick of tennisracket, basketbalnet e.d.) en zo mogelijk samenwerking met de ergotherapeut en school zijn hiervan voorbeelden.

  • Vraag 1

  • Dovnload 8.07 Kb.