Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Christoforusspel

Dovnload 43 Kb.

Christoforusspel



Datum31.07.2017
Grootte43 Kb.

Dovnload 43 Kb.


Christoforusspel
Toneelstuk voor de 2e klas

Zeister Vrije School

Floor van Driesten
Christoforusspel

Koor: (spelers komen op)

Wij willen zoeken de sterkste held, wij willen volgen de helderste ster, wij willen strijden de


hoogste strijd, wij willen hel-pen zijn dienstbereid, wij willen hel-pen zijn dienst-be-reid.



Offerus: Hoe voel ik in armen en benen mijn kracht,

hoe groeit mijn lichaam door godd'lijke macht.

Doen wil ik iets dat groots is en machtig,

wat ik wil doen, wil ik flink doen en krachtig.

Maar wie kan ik dienen, wie moet ik vragen,

wie kan mij m'n werk opdragen?


Engel (I): Offerus zoek de sterkste held,

Offerus volg de helderste ster,

Offerus strijd de hoogste strijd,

Offerus help, wees dienstbereid!


Offerus: Zoeken wil ik de sterkste held,

volgen wil ik de helderste ster,

strijden wil ik de hoogste strijd,

mijn engel volg ik in dankbaarheid!



Koor:

Zie hij gaat met flin-ke stappen o-ver berg en door het dal,



zwa-re wol-ken, re-gen-vla-gen, wind waait o-ver - al.



ster-ren zul-len hem beg'lei-den, glanzend schijnen zon en maan.



Christoforusspel – 2

Zie hij gaat met flin-ke stappen o-ver berg en door het dal, zijn



eng-el wijst de weg voor-taan, hoe ver moet hij nog gaan.


Smid: Ik sla op het aambeeld,

het ijzer is heet,

zie hoe ik smeed!
Offerus: Kunt ge zeggen hoe de hoogste koning heet?
Smid: Ge vraagt wat ik niet weet.
Zaaier: De vogeltjes zingen,

de korreltjes springen,

ik zaai er het zaad.
Offerus: Weet je wie de machtigste is op aarde?
Zaaier: Ge vraagt wat ik niet weet.
Herderin: Ik ga naar de wei

met m'n koe en m'n geit,

en m'n hondje erbij.
Offerus: Wie is de heerser der wereld?
Herderin: Hoe kan ik het weten?
Bakker: Ik kneed het deeg en bak het brood.
Offerus: Hoe vind ik de weg tot de hoogste God?
Bakker: Dat kan ik niet zeggen –

maar wacht – daar waar je het licht

door de nevel ziet spelen

daar woont een koning

die heerst over velen.
Offerus: Als hij het is die heerst overal

dan word ik zijn dienaar in ieder geval.


Koor: (zingt) Zie hij gaat met flinke stappen....

Christoforusspel – 3
Koning: (met gevolg)

Ik heers over landen wijd en zijd,

ik heers met strenge rechtvaardigheid,

machtig als ik kan er niemand zijn.


Offerus: Heer, mag ik uw dienaar zijn?
Koning: Als strijder ben je welkom bij mij.
Offerus: Ha! hoe zal ik vechten met zwaard en met degen,

vooruit! op ten strijde! de zwakken tot zegen!


Speelman: Ik ben een speelman en wil voor u zingen

van mooie en van duistere dingen.

God in de hemel is goed en is licht,

maar in de nachten, zwart en dicht,

toont de duivel zijn gezicht.

(de Koning slaat een kruis)
Offerus: Koning, waarom maakte gij dat teken?
Koning: Als ik 't zeg verblijdt 't je niet,

daarom is 't beter ik zeg 't je niet.


Offerus: Zegt ge 't niet, ga ik weg van hier!
Koning: Nu, je zag me dat kruis dan slaan,

want daarmee jaag ik de duivel hier vandaan,

want op de duivel ben ik heel niet gesteld.
Offerus: Dan ben je dus niet de grootste held!

(wendt zich af)
Engel (II) Offerus zoek de sterkste held,

Offerus volg de helderste ster,

Offerus strijd de hoogste strijd,

Offerus help, wees dienstbereid!


Offerus: Zoeken wil ik de sterkste held,

volgen wil ik de helderste ster,

strijden wil ik de hoogste strijd,

mijn engel volg ik in dankbaarheid!


Koor: (zingt) Zie hij gaat met flinke stappen....
Offerus: Ik wandelde lang door het verre land,

door koele stroom, door het hete zand,

zou nergens de sterkste held bestaan? (ziet rond)

Christoforusspel – 4
Maar wat zie ik daar in de verte gaan?
Zw. Ridders: Wij rijden hier met groot geweld,

op't zwarte ros, in't zwarte veld,

ja! ja! zo gaan wij in galop!
Duivel: Wat kom je hier doen, waar ben je vandaan?
Offerus: Om een heerser te zoeken ben'k op weg gegaan.
Duivel: Ik ben de heerser op't aarderond!
Offerus: Dan treed ik in je dienst terstond.

Ha! hoe zal ik vechten met zwaard en met degen,

vooruit! op ten strijde! de zwakken tot zegen!
Zw. Ridders Wij rijden hier met groot geweld,

en Offerus: op't zwarte ros, in't zwarte veld,

ja! ja! zo gaan wij in galop!


Een kruis: Ik sta en iedereen vergeet dat ik draag

wat vroeger Christus leed.



(de Duivel maakt een omweg om het kruis heen)
Offerus: Waarom reed je in een bocht om't kruis,

is daarmee soms iets niet pluis?


Duivel: Ik zeg je niet waarom ik't deed.
Offerus: Ik ga uit uw dienst als ik het niet weet.
Duivel: Aan't kruis was geslagen

die mijn macht kan verjagen.


Offerus: Dan ben je dus niet de sterkste held

jou te dienen ben ik dan niet op gesteld.


Zw. Ridders Wij rijden hier met groot geweld,

en Duivel: op't zwarte ros, in't zwarte veld,

ja! ja! zo gaan wij in galop!


Engel (III) Offerus zoek de sterkste held,

Offerus volg de helderste ster,

Offerus strijd de hoogste strijd,

Offerus help, wees dienstbereid!


Koor: (zingt) Zie hij gaat met flinke stappen....

Christoforusspel – 5
Offerus: Nu weet ik wie't is, de sterkste held,

maar niet hoe men in zijn dienst zich stelt.

Wie is er die me dat vertelt?
Kluizenaar: God wil ik loven in't open veld.
Morgenster: Ik kondig weer aan de komst van de zon,

de dag is ontwaakt, de nacht is weer om.


Offerus: Hoe kan ik dienen Christus de Heer?

Dit te weten wens ik zeer.


Kluizenaar: Gij moet vasten, het eten vergeten.
Offerus: Neen, want wie werkt die moet ook eten.

Zo hem te dienen wens ik niet.


Kluizenaar: Laat dan het slapen en waak in de nacht.
Offerus: Neen, want het slapen geeft het lichaam nieuwe kracht.

Zo hem te dienen wens ik niet.


Kluizenaar: Ook kunt gij hem dienen met ernst en vroom gebed.
Offerus: Niemand die ernstig bidden belet,

maar wat geeft hem mijn armzalig woord.

Met zo'n dienst ga ik niet accoord.
Kluizenaar: Aan gindse stroom, waar geen brug is of boot,

daar heerst op't ogenblik grote nood,

ge kunt er de mensen naar de overkant dragen.

Dat ge Hem dan dient, hoeft ge niet eens te vragen.


Offerus: Naar de rivier, daarheen wil ik gaan,

is hij gevaarlijk en ver hier vandaan?


Kluizenaar: Niet ver is hij, maar gevaarlijk en breed,

geen veerman durft varen, als je dat maar weet.

Maar ga, ik hoop dat Godes zegen

je leiden mag op al je wegen.



(Offerus slaapt aan de rivier)
Engel(IV): Reizigers droeg je vele malen,

nu zal het heldere licht je bestralen,

slaap rustig in de duist're nacht,

engelen houden bij je de wacht.


De stroom: Wind en water werken wevend

door het wijde werelddal!



Christoforusspel – 6
Weerlicht: Flitsen schieten zig – zig – zag!
Donder: Dof gerommel jaagt de dag!
Regen: Regen klettert neer in vlagen!
Wind: Winden komen rust verjagen!
Stem: Offerus!
Offerus: (ontwaakt)

Wie roept naar mij, 't klonk als een kind,

moet 't over de stroom, door weer en wind?

(ziet rond)

Niemand is hier, dan leg ik mij neer.


Stem: Offerus!
Offerus: Daar klinkt 't alweer!

Ik wil slapen, vergeefs kijk ik rond.


Stem: Offerus!
Offerus: Naar de stroom wil ik terstond. ( - )

Een kindje klein! Wat wilt gij, kind?


Kind: Draag me naar de overkant, gezwind!
Offerus: Kom, licht ben je als een veer! ( - )

Me dunkt, ik kan bijna niet meer!

Het kind wordt zwaarder, meer en meer.

De adem is mij haast benomen,

't zweet is op het voorhoofd gekomen.

En ik moet nog de helft van de weg begaan.



(zakt door de knieën)

Kind, wat heb je mij aangedaan.


Kind: Offerus, gij sterkste der wereld,

gij draagt op de schouders die de wereld beheerst.

Drager van Christus is uw naam,

Christo-forus heet gij voortaan!


Offerus: Hoe kan ik zeggen mijn grote dank?
Kind: Vertel de mensen van mijn kracht,

breng licht in hun duistere nacht,

omdat ge 't Godskind in uw armen had,

komt uit uw staf het groene blad.



(zegent Offerus en de staf)

Christoforusspel – 7
Engelen: Beheerser van 't water, beheerser der wind,

droeg Offerus in het edele kind.

Dienen mag hem Christoforus op aard,

waren wij allen die naam toch waard!


Offerus: Deze dorre staf werd gezegend door 't kind.

Als ik hem vol met bloesem vind,

dan weet ik dat ik droeg de grootste held,

waarboven niemand is gesteld.


Engel(V): (tot de staf)

Ontwaak uit dode nacht,

breek uit in bladerpracht.

(de staf wordt groen)
Offerus: Vinden mocht ik de sterkste held,

volgen mocht ik de helderste ster,

strijden mocht ik de hoogste strijd,

door eerbied en bescheidenheid!


Koor: (spelers gaan af)

Wij willen zoeken de sterkste held, wij willen volgen de helderste ster, wij willen strijden de


hoogste strijd, wij willen hel-pen zijn dienstbereid, wij willen hel-pen zijn dienst-be-reid.



EINDE


Christoforusspel

Dr. C. v. Heydebrand, bew: F. van Driesten


Dovnload 43 Kb.