Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Cicero 14. 2 Tussen vrees en een sprankje hoop

Dovnload 32.08 Kb.

Cicero 14. 2 Tussen vrees en een sprankje hoop



Datum13.11.2017
Grootte32.08 Kb.

Dovnload 32.08 Kb.

Cicero
14.2 Tussen vrees en een sprankje hoop

1 Scr. Thessalonicae III Non. Oct. an. 58
Geschreven te Thessalonica op 5 oktober 58.
2 Tullius S. D. Terentiae suae et Tulliolae et Ciceroni suis
Tullius groet zijn Terentia en zijn Tuliaatje en Cicero.
3 Noli putare me ad quemquem lonigores epistulas scribere, nisi si quis ad

4 me plura scripsit, cui puto rescribi oportere.
Denk niet dat ik langere brieven schrijf naar iemand, tenzij als iemand heel wat aan mij heeft geschreven, aan wie ik meen dat teruggeschreven behoort te worden.
4 Nec enim habeo quid scribam

5 nec hoc tempore quicquam difficilius facio.
Want en ik heb niets te schrijven en ik doe niet iets met meer moeite op dit moment.


  • Litotes


5 Ad te vero et ad nostram

6 Tulliolam non queo sine plurimis lacrimis scribere.
Ik kan waarschijnlijk niet naar jou en onze Tullia zonder al te veel tranen schrijven.


  • Litotes


7 Vos enim video esse miserrimas, quas ego baetissimas semper esse volui idque

8 praestare debui, et nisi tam timidi fuissemus, praetitissem.
Want ik zie dat jullie zeer ongelukkig zijn, van wie ik altijd heb gewild dat jullie gelukkig zijn

en daar had ik voor moeten zorgen, en, als ik niet zo angstig was geweest, dan had ik ervoor

gezorgd.
9 Pisonem nostrum merito eius amo plurimum.
Ik bemin onze Piso zeer veel door zijn verdienste.
10 Eum, ut potui, per litteras cohortas sum gratiasque egi, ut debui.
Hem heb ik, zoveel als ik heb gekund, per brief aangespoord en ik heb hem dank betuigd,

zoals ik heb gemoeten.


  • Chiasme


10 In novis tribunis pl. Intellego spem te habere.
Ik begrijp dat jij hoop hebt in de nieuwe volkstribunen.
11/12 Id erit firmum, si Pompei voluntas erit; sed Crassum tamen metuo.
Dit zal zeker zijn, als de gunstige gezindheid van Pompeius er zal zijn; maar toch vrees ik voor

Crassus.
13 A te quidem omnia fiere fortissime et amantissime video, nec miror, sed

14 maereo casum eius modi ut tantis tuis miseriis meae miseriae subleventur.
Ik zie echter dat door jou alles zeer dapper en zeer liefhebbend gebeurt, en ik verwonder me

niet, maar ik betreur het ongeluk van deze aard, zoals mijn ongelukken verlicht worden door

jouw zo grote ongeluk.
= Cicero wordt iets blijer doordat Terentia zijn problemen voor hem wil oplossen. Hij betreurt dat hij juist daar blijer van wordt.


  • Eius: genitivus van ‘is’

  • Modi: congruent met ‘eius’

  • Parallellisme


15 Nam ad me P. Valerius, homo officius, scripsit, id quod ego maximo cum

16 fletu legi, quem ad modum a Vestae ad Tabulam Valeriam ducta esses.
Want naar mij heeft Publius Valerius, een gedienstige man, dit geschreven, dat ik met het

meeste geween heb gelezen, dat jij van de Vesta-tempel naar de Tabula Valeria was geleid

op welke manier.


  • Esses: door ‘quem’ is het een interrogativus


17 Hem, mea lux, mea desiderium, unde omnes opem petere solebant, te

18 nunc, mea Terentia, sic vexari, sic iacere in lacrimis et sordibus, idque fieri

19 mea culpa, qui ceteros servavi ut nos periremus!
Ach, mijn licht, mijn verlangen, bij wie allen gewend waren hulp te vragen, dat jij nu, mijn

Terentia, zo wordt gekweld, zo verzonken in tranen en donkere kleren, en het gebeurt door

mijn schuld, ik die anderen heeft geholpen zodat wij ten gronde gingen.
= Cicero ontmaskerde een staatsgreep maar dat zorgde ervoor dat hij veel vijanden kreeg.

Daarom zitten hij en Terentia nu in de problemen.




  • Te: vanaf hier a.c.i.

  • Metafoor

  • Metonymia (abstractum pro concreto)

  • Anafoor

  • Metonymia

  • Antithese

  • Antithese


20 Quod de domo scribis, hoc est de area, ego vero tum denique himi videbor

21 restitutus si illa nobis erit restituta.
Wat jij schijft over het huis, dat wil zeggen het terrein, ik zal inderdaad dan pas aan mij schijnen hersteld te zijn als zij aan ons zal zijn teruggegeven.
= Cicero’s huis op de Palatijn is afgenomen/verwoest. Dus hij zal zich pas weer beter voelen als hij zijn huis terug heeft.


  • Quod: relativum m.i.a.

  • Restituta: ‘esse’ toevoegen, het is een ppp


21 Verum haec non sunt in nostra manu;
Maar die dingen zijn niet in onze hand;
22 illud doleo, quae impensa facienda est, in eius partem te miseram et despoliatam venire.
ik ben hier verdrietig over dat jij, ellendig, berooid, bijdraagt aan de onkosten die gemaakt

moeten worden.


  • Doleo: hierna a.c.i.

  • Facienda est: gerundivum necessitatis


23 Quod si conficitur negotium, omnia consequemur; sin

24 eadem nos fortuna premet, etiamne reliquias tuas miseras proicies?
Maar als de taak wordt volbracht, zullen we alles bereiken; maar als hetzelfde lot ons echter

zal bedrukken, zal je dan zelfs de armzalige bezittingen die je nog hebt prijsgeven?


  • Conficitur: ind.prae.pass.

  • Consequemur: ind.fut.pass deponens

  • Fortuna: congruent met ‘eadem’

  • Ne: niet vertalen, want het legt nadruk op de vraagzin


25 Obsecro te, mea vita, quod ad sumptum attinet, sine alios, qui possunt si

26 modo volunt, sustinere; et valitudinem istam infirmam, si me ameas, noli vexare.
Ik smeek je, mijn leven, wat de uitgaven betreft, sta anderen toe, die het kunnen als ze

slechts willen, de onkosten te dragen; en wil die slechte gezondheid niet kwellen, als je van

me houdt.
= Cicero zegt dat Terentia anderen moet toestaan de onkosten te betalen, bijvoorbeeld

familie of politieke vrienden. Zijn tweede advies houdt in dat Terentia zichzelf – wegens haar

schijnbaar slechte gezondheid – niet moet uitputten. Als ze echt van Cicero houdt, zal ze ook

rekening met haarzelf houden.




  • Sine: van ‘sinere’

  • Valetudinem istam infirmam: congruent

  • Metafoor


27 Nam mihi ante oculos dies noctesque versaris.
Want jij beweegt aan mij voor de ogen dagen en nachten.


  • Dies, noctes: accusativi temporium


28 Omnes labores te excipere video; timeo ut sustineas, sed video in te esse omnia.
Ik zie dat je alle werken op je neemt; ik vrees dat je het niet verdraagt, maar ik zie dat alles

afhangt van jou.
29 Quare, ut id quod speras et quod agis consequamur, servi valetudini.
Daarom, opdat wij dit zullen bereiken, het wat jij hoopt en waarvoor jij je best doet, zorg

voor je gezondheid.
30 Ego ad quos scribam nescio, nisi ad eos qui ad me scribunt aut ad eos de

31 quibus ad me vos aliquid scribitis.
Ik weet niet naar wie ik moet schrijven, tenzij naar hen die naar mij schrijven of naar hen over

wie jullie het een of ander schrijven naar mij.
31 Longius, quoniam ita vobis placet, non discedam;
Verder, aangezien het aan jullie zo bevalt, zal ik niet verdergaan;
32 sed velim quam saepissime litteras mittatis, preaesertim si quid

33 est firmus quod speremus.
maar ik zou willen dat jullie zo vaak mogelijk brieven zullen zenden, vooral als er enige grond

voor hoop is.
34 Valete, mea desideria, valete.
Gegroet, mijn verlangens, gegroet.


  • Metafoor

  • Repetitio


Dovnload 32.08 Kb.