Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Classificatie in de psychiatrie Historische achtergrond

Dovnload 468.22 Kb.

Classificatie in de psychiatrie Historische achtergrond



Pagina1/17
Datum15.06.2017
Grootte468.22 Kb.

Dovnload 468.22 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

Psychiatrie: Samenvatting

Classificatie in de psychiatrie

  1. Historische achtergrond


  • Veel nomenclaturen (=naamgeving)

  • Basis:

    • Fenomenologie (= een tak van de moderne filosofie die zich bezighoudt met de beschrijving en classificatie van verschijnselen)

~ Rumke: Gedetailleerde beschrijvingen van patiënten

    • Etiologie (= leer der ziekte-oorzaken)

    • Beloop (van ziekten)


Historiek:




  • Beide evenwaardig

  • Conversie-regels




  • Cursus: DSM als classificatiesysteem omdat dit in Europa en Noord-Amerika veruit het meest gebruikte systeem is.


    1. DSM en ICD: Ontwikkeling


  • Eind 19e E: drijfveer: inzicht in de stoornissen “idiocy/insanity”




  • Na WO II: veteranen hadden “psychische klachten”

    • Veterans Administration: aan ICD-6 voor het eerst een sectie Mentale Stoornissen toegevoegd.

    • In 1952 werd een variant vanuit de American Psychiatric Association (APA) gepubliceerd die dan DSM-I werd genoemd.




    • DSM I: Glossarium (= Lange lijst met termen met hun definitie ~ verklarend woordenboek). De oorzaken en gevolgen werden er nog niet in beschreven.

    • Beïnvloed door het begrip reactie:

      • Mentale stoornissen komen voort uit de reactie van de persoonlijkheid op psychologische, sociale en biologische factoren

      • Gebaseerd op de psychobiologische visie van Adolf Meyer.




  • DSM-II en ICD-8: Leek sterk op DSM-I, maar zonder reactievorming.




  • DSM-III (1980): Grote doorbraak:

Eerste boek met symptomen van de ziekten en een “handleiding” (-> Zoveel van die symptomen voor gedurende een bepaalde tijd wijzen op deze ziekte…)

    • Methodologische innovaties in:

    • Op basis van:

      • Validatie-onderzoek van diagnostische criteria

      • Ontwikkeling van semi-gestructureerde interviews.




    • DSM-III: vertoonde inconsistenties

    • Werkgroep APA: DSM-III-R (1987)



    1. DSM-IV en DSM-5


  • Drie grote pijlers die validiteit van DSM-III-R toetsten:

    • Literatuur reviews

    • Data-heranalyse

    • Veldonderzoek

“Kloppen de bevindingen die we gedaan hebben ook in andere landen?”



  • Inconsistenties over andere landen.




  • Hoge drempel om te veranderen van DSM-III naar DSM-IV:

    • Categorie NOS (Not otherwise Specified) of NAO (Niet Anderszins Omschreven) is bij de meeste categorieën toegevoegd om de “not infrequent presentations that are at the boundary of specific categorical definitions” te kunnen benoemen.




  • DSM-IV (1994) en zeer beperkte tekstrevisie DSM-IV-TR (2001)

    • DSM-IV-TR: deze wordt niet als een nieuwe versie beschouwd.





      1. DSM-IV-TR: Definitie van een mentale stoornis


  • Verwijzen naar Mentale Stoornissen zou kunnen een dualiteit tussen mentale en fysische stoornissen zou kunnen suggereren!

NIET: Scheiding tussen lichaam en geest

    • NIET: Cartesiaans mind/body principe

    • Uitleg: Het is niet zo omdat de DSM over mentale stoornissen spreekt, dat lichaam en geest gescheiden zijn. Lichaam en geest werken in een wisselwerking met elkaar. Maar alleen spreken over “Mentale stoornissen” zou dit wel kunnen suggereren.




  • In DSM-IV wordt elke stoornis geconceptualiseerd als een

    • Klinisch significant gedrags- of psychologisch syndroom patroon

    • Dat geassocieerd is met actuele distress of tekort in het functioneren bij een individu of gepaard gaat met een significant risico op lijden, dood, pijn, gebrek of een belangrijk verlies aan vrijheid.




  • Hierbij mag het niet gaan over:

    • Een te verwachten en cultureel antwoord op een gebeurtenis (bvb het overlijden van een geliefd persoon).

      • Dit is en blijft een heikel punt aangezien culturen verschillend zijn en verscheidene visies hebben op een gebeurtenis.




  • DSM stelt expliciet als NIET mentale stoornis:

    • Afwijkend gedrag (bvb politiek, religieus of seksueel (zoals bv. Homoseksualiteit))

    • Conflicten die bestaan tussen een individu en de maatschappij




  • TENZIJ: de afwijking of conflict een symptoom of een disfunctie van het individu zijn.

    • Als voorbeelden:

      • 1. Iemand kan afwijkend gedrag stellen door als kluizenaar te leven, en dit op basis van politieke ideeën of overtuigingen, en zich aan de maatschappij te onttrekken zonder daarom van een mentale stoornis te moeten spreken.

      • 2. Anderzijds kan dit gedrag als kluizenaar op basis van een politieke overtuiging ook een belangrijk symptoom zijn van bijvoorbeeld schizofrenie.


Concreet: Als iemand bijvoorbeeld tegen de maatschappij is en daarom er niet aan meedoet, is dat zijn goed recht en is deze niet per sé mentaal anders. Als iemand tegen de maatschappij is en er niet aan meedoet omdat hij een soort van paranoia heeft ten opzichte van alle andere mensen, dan heeft hij waarschijnlijk wel een mentale stoornis.

  • DSM-IV is gelukkig zeer expliciet

    • classificatie van mentale stoornissen: “geen mensen” maar wel “ziektebeelden die mensen hebben” classificeert.

    • DSM deelt dus ziektebeelden in in groepen. Hij deelt geen mensen in in groepen, mensen hebben gewoon een bepaald ziektebeeld.




  • Er werd dan ook expliciet vermeden om te spreken van “een schizofreen” of “een alcoholicus” – zoals dit nog wel gebeurde in DSM-III-R – maar van “een individu met Schizofrenie” of “een individu met Alcohol Afhankelijkheid”.




  • Het is belangrijk dat iedereen deze correcte en respectvolle benaming gebruikt in het dagelijks werk!


      1. Voordelen en beperkingen van de categoriale benadering


  • DSM-IV en DSM-5: “categoriale classificatie” te gebruiken.




  • Voordelen:

    • Organisatie en overdracht van informatie in het dagelijkse beroepsleven

    • Analoog met medische wetenschappen.

    • Werkt het best indien alle individuen die tot een categorie behoren een uniforme groep zouden zijn en wanneer de verschillende categorieën elkaar mutueel zouden uitsluiten. Dit is in de klinische praktijk uiteraard niet altijd zo...




  • DSM-IV en DSM-5 erkent duidelijk

    • Dat categorieën niet homogeen zijn qua samenstelling,

    • Onmogelijk absolute grens tussen stoornis en normaliteit

    • Onmogelijk grens tussen de verschillende categorieën.







  • Categorieën zijn gebaseerd op de noodzakelijke aanwezigheid van een aantal criteria uit een langere reeks die wordt gepresenteerd (“Choice principle”).

    • Borderline Persoonlijkheidsstoornis: Minimaal 5 van de 9 criteria

De DSM deelt ziektes in categorieën die niet homogeen zijn in. De DSM maakt van een dimensionele variabele een categoriale variabele en dat is niet volledig juist.



  1. 100




  • Moet DSM in de toekomst dimensioneel worden?




  • Voordeel van Dimensioneel systeem:

    • Betrouwbaarheid van diagnose zou toenemen

    • Subthreshold fenomenen detecteren. (Hier zijn veel discussies over want de beslissing of een patiënt al dan niet een ziektebeeld vertoont, bepaalt verschillende mensen hun leven.)







  • De toekomst, vooral gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, zal uitwijzen of het systeem dimensioneel zal worden dan wel categoriaal zal blijven.



      1. Gebruik van DSM bij klinische beoordeling


  • De criteria moeten gebruikt worden door individuen

    • met een voldoende klinische training

    • met ervaring in diagnostiek.




  • DSM-IV en DSM-5 mag niet op een mechanische manier gebruikt worden door niet getrainde personen.

  • DSM-IV en DSM-5 vormt een leidraad bij de klinische beoordeling en mag niet “in a cookbook fashion” worden gebruikt.



      1. Gebruik van DSM in forensische context


  • DSM-IV stelt dat het gebruik van DSM-IV en DSM-5 categorieën, criteria en tekstuele beschrijvingen die gebruikt worden in forensisch-psychiatrische context een significant risico lopen om te worden misbruikt of misbegrepen.




  • Probleemstelling: Geen perfecte fit is tussen

      • De vragen en de bezorgdheden van de juridische wereld

      • De informatie die vervat zit in een klinische diagnose.




  • In de meeste gevallen is “het hebben van een DSM diagnose niet voldoende om het bestaan van een “juridische” standaard, zoals juridische competentie en vatbaarheid voor toerekening, inhoudelijk in te vullen”




  • Additionele informatie “buiten de inhoud van DSM”.

    • Dit is het veld van de forensische psychiatrie.

    • In de praktijk blijft DSM-IV het centrale instrument en wordt dit aangevuld met specifieke onderzoeken en risicotaxatie.
      1. Etnische en culturele beschouwingen


  • Probleemstelling:

    • Bij diagnostiek: ook personen die niet horen bij de westerse samenleving

    • DSM-IV grotendeels gebaseerd op West-Europees en Noord-Amerikaans onderzoek.




  • Ideaal:

    • Clinicus kent de etnische en culturele gebruiken van het individu

    • Praktijk: niet haalbaar




  • Voorbeeld:

    • Religieuze gebruiken of geloof (vb het zien of horen van de overledene tijdens een rouwperiode) verkeerd gediagnosticeerd worden als Psychotische Stoornis.




  • Ook omgekeerd:

    • Onze westerse en deels rooms-katholiek geïnspireerde cultuur “aanvaardt” dat in de rooms-katholieke ritus een hostie als “ dit is het lichaam van christus” wordt voorgesteld en dat sommige individuen dit ritueel ook als “daadwerkelijk” aannemen of geloven. Men kan zich de vraag stellen hoe een niet Westerling dit zou kunnen interpreteren



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

  • Classificatie in de psychiatrie Historische achtergrond
  • DSM en ICD: Ontwikkeling
  • DSM-IV en DSM-5
  • DSM-IV-TR: Definitie van een mentale stoornis
  • Voordelen en beperkingen van de categoriale benadering
  • Gebruik van DSM bij klinische beoordeling
  • Gebruik van DSM in forensische context
  • Etnische en culturele beschouwingen

  • Dovnload 468.22 Kb.