Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Collectieve arbeids- overeenkomst

Dovnload 346.23 Kb.

Collectieve arbeids- overeenkomst



Pagina1/4
Datum12.03.2017
Grootte346.23 Kb.

Dovnload 346.23 Kb.
  1   2   3   4



#1546400

COLLECTIEVE

ARBEIDS-

OVEREENKOMST

1 april 2013 tot en met 31 maart 2015






Collectieve arbeidsovereenkomst

Tussen de ondergetekenden:

Apollo Vredestein B.V. te Enschede,

als partij ter ener zijde en
FNV Bondgenoten te Utrecht

CNV Vakmensen te Utrecht

De Unie te Culemborg
elk als partij ter andere zijde is de volgende collectieve arbeidsovereenkomst aangegaan.
“Copyright”: c. 2013 cao-partijen en AWVN.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, en evenmin worden opgeslagen in een databank met als doel een terugzoek-mogelijkheid te verschaffen aan derden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van partijen bij deze cao alsmede de Algemene werkgeversvereniging VNO-NCW (AWVN) te Den Haag.


Artikel 1

Definities
In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
Werkgever : Apollo Vredestein B.V. te Enschede.
Vakbonden : Elk der contractanten ter andere zijde.
Werknemer :
De persoon in dienst van de werkgever, voor zover zijn functie in het kader van deze arbeidsovereenkomst is gewaardeerd volgens de ORBA-PM methode en is ingedeeld in één der functiegroepen, vermeld in bijlage 1, die deel uitmaakt van deze overeenkomst.

Daar waar in deze cao wordt gesproken over ‘hij’ wordt tevens bedoeld ‘zij’.


Parttime : De werknemer van wie, op grond van de individuele
werknemer
arbeidsovereenkomst, de bedongen arbeid minder bedraagt dan de normale arbeidsduur als bedoeld in artikel 5 van deze cao. Op hem zijn naar rato van de individuele arbeidsduur de bepalingen van deze cao van toepassing, tenzij bij de desbetreffende artikelen anders is vermeld.
Ondernemingsraad :
De ondernemingsraad (OR) als bedoeld in de Wet op de Ondernemingsraden.

Dienstrooster :
Elke door de werkgever voor één of meer werknemers vastgestelde werktijdenregeling van 5 dagen voor werknemers in dagdienst en 5, 6 of 7 dagen voor werknemers in ploegendienst..
Week :
De week die begint bij de eerste dienst op maandag.
Schaalsalaris :
Het salaris als bedoeld in artikel 6 lid 2 en vermeld in bijlage 2 van deze overeenkomst.
Maandsalaris :
De som van het schaalsalaris en van een eventuele persoonlijke toeslag ex. artikel 7 lid 6b.
Maandinkomen :
Het maandsalaris vermeerderd met de ploegentoeslag als bedoeld in artikel 10 lid 1, de toeslag wegens bezwaarlijke werkomstandigheden volgens artikel 9 en de consignatietoeslag volgens artikel 11 lid 9 voor zover deze toeslagen een vast deel van het inkomen uitmaken.
ADV-dag/dienst :
Een dag of dienst waarop de werknemer volgens dienstrooster zou moeten werken, maar waarop hij met behoud van zijn normale beloning als gevolg van arbeidstijd verkortende maatregelen, is vrijgesteld van het verrichten van de bedongen arbeid en welke door de werkgever wordt vastgesteld overeenkomstig de afspraken genoemd in bijlage 4.
Roostervrije : Een dag of dienst waarop de werknemer volgens dienstrooster

dag/dienst is vrijgesteld van het verrichten van de bedongen arbeid en welke

wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen zoals genoemd

in artikel 5 respectievelijk protocol 1 (Bedrijfstijdverlenging).
Structurele : Overwerk, ploegentoeslag, consignatietoeslag, toeslag bij bereiken
toeslagen maximum salarisgroep cao, toeslag bezwarende werkomstandig-
pensioengevend heden en alle toeslagen voortvloeiend uit andere dienstroosters

zullen in de pensioenopbouw worden meegenomen.


Artikel 2

Verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar
1.
De partijen verplichten zich deze overeenkomst naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid na te komen en derhalve geen actie, direct of indirect, te zullen voeren of steunen die ten doel heeft deze overeenkomst te wijzigen en/of te beëindigen op een andere wijze dan is overeengekomen.
2.
De werkgever verplicht zich geen werknemers in dienst te nemen of werkzaamheden te doen verrichten op voorwaarden die afwijken van het bepaalde in deze overeenkomst. De vakbonden verplichten zich met alle hun ten dienste staande middelen, het nakomen van deze overeenkomst door hun leden te zullen bevorderen.
3.
De vakbonden verplichten zich te zullen bevorderen dat hun leden de individuele arbeidsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4, zullen ondertekenen.
4.
De vakbonden verplichten zich tijdens de duur van de overeenkomst niet te zullen overgaan tot het uitroepen en/of ondersteunen van werkstaking in de onderneming(en) van de werkgever betreffende zaken, die in deze overeenkomst zijn geregeld.
Artikel 3

Verplichtingen van de werkgever en de werknemer ten opzichte van elkaar
1.
De werkgever is gehouden de orde, hygiëne en de veiligheid te bevorderen, één en ander zoals een goed werkgever betaamt. Hij dient ter zake aanwijzingen en voorschriften te geven, veiligheidsmaatregelen ter beschikking te stellen en waar nodig zorg te dragen voor medische controles.

De werknemer is gehouden de belangen van de werkgever te behartigen en draagt mede zorg voor de orde, hygiëne en de veiligheid in het bedrijf, één en ander zoals een goed werknemer betaamt. Hij dient ter zake gegeven aanwijzingen en voorschriften na te leven en ter beschikking gestelde veiligheidsmiddelen te gebruiken. De werkgever biedt de werknemer de mogelijkheid tot Preventieve Medische Onderzoeken (PMO’s).


2.
De werkgever is gehouden slechts die werkzaamheden op te dragen, die in redelijkheid van de werknemer kunnen worden verlangd. De werknemer is gehouden de door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden goed en in overeenstemming met de verstrekte voorschriften en aanwijzingen te verrichten.
3.
De werkgever zal bevorderen, dat er zo weinig mogelijk arbeid wordt verricht buiten de in dienstroosters aangegeven tijden.

De werknemer is verplicht, voor wat zijn dienst- en rusttijden betreft, zich te houden aan de bepalingen van het dienstrooster, dat op de daarvoor bestemde plaatsen is gepubliceerd. Hij is echter, indien de werkgever dat noodzakelijk acht, gehouden ook buiten de op de dienstrooster voorkomende tijden arbeid te verrichten, waarbij de werkgever de desbetreffende wettelijke bepalingen en de voorschriften van deze overeenkomst in acht neemt.


4.
De werkgever en de werknemer gaan met elkaar een door beiden ondertekende schriftelijke individuele arbeidsovereenkomst aan, waarin de bepalingen van de cao en die van het eventueel aanwezige bedrijfsreglement van toepassing worden verklaard. De werknemer ontvangt een exemplaar van de cao en van het eventueel aanwezige bedrijfsreglement.
5.
Indien de werknemer onder werktijd nevenfuncties wil vervullen, dient hij hierover vooraf een regeling met de werkgever te hebben getroffen, waarin:

a) de toestemming van de werkgever blijkt;

b) eventuele materiële consequenties zijn geregeld.

Nevenfuncties buiten werktijd, waardoor naar het oordeel van de werkgever het verrichten van een goede arbeidsprestatie wordt belemmerd, kunnen door de werkgever worden verboden.


6.
De werknemer die voornemens is een verbintenis als genoemd in artikel 670 lid 3 van het BW (Burgerlijk Wetboek) jegens de overheid aan te gaan, behoeft daartoe de schriftelijke toestemming van de werkgever.
7.
De werknemer is gehouden tot geheimhouding ten aanzien van alles wat hem ten gevolge van zijn arbeidsovereenkomst bekend wordt omtrent de inrichting van het bedrijf, de grondstoffen en hun bewerking, de producten en dergelijke. Deze verplichting geldt ook na beëindiging van het dienstverband.
Artikel 4

Aanvang en einde arbeidsovereenkomst
1.
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst geldt wederzijds een proeftijd van
2 maanden. In de individuele arbeidsovereenkomst kan een kortere termijn worden overeengekomen. Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan direct aansluitend aan een inleen- c.q. uitzendperiode van minimaal 2 maanden geldt geen proeftijd.
2.
Onverminderd het in lid 1 bepaalde, wordt de arbeidsovereenkomst aangegaan:

a) hetzij voor onbepaalde tijd;

b) hetzij voor een bepaalde tijdsduur;

c) hetzij voor het verrichten van een bepaald karwei;

d) hetzij voor het verrichten van werkzaamheden van tijdelijke aard.
In de individuele arbeidsovereenkomst wordt de looptijd van de overeenkomst vermeld.
3.
De werkgever kan met de werknemer maximaal drie keer achtereenvolgend tijdelijke arbeidscontracten - als bedoeld in lid 2b, c en d - overeenkomen met een totale maximum duur van 24 maanden, zonder dat hierbij sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Eventuele uitzendperioden zijn in deze maximumperiode van 24 maanden inbegrepen.
4.
In geval van ontslag op staande voet wegens dringende reden, in de zin van de artikelen 678 en 679 BW, en tijdens of aan het einde van de proeftijd, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, kan de arbeidsovereenkomst wederzijds met onmiddellijke ingang worden opgezegd. In alle andere gevallen eindigt:

a) de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd door opzegging met inachtneming van het bepaalde in artikel 672 BW. Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst, of door het gebruik, een andere dag daarvoor is aangewezen. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:

- korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;

- vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;

- tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;

- vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.


De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt één maand. Voor de werknemer die op 1 januari 1999 in dienst was bij de werkgever en 45 jaar of ouder was, geldt overgangsrecht op grond van de Wet Flexibiliteit en zekerheid.


De arbeidsovereenkomst tussen werkgever en de werknemer eindigt van rechtswege op de dag waarop de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
b) de arbeidsovereenkomst aangegaan voor een bepaalde tijd eindigt van rechtswege:

- op de overeengekomen kalenderdatum of;

- op de laatste dag van het tijdvak of het bepaald geheel van werkzaamheden, genoemd in de individuele arbeidsovereenkomst.
5.
Indien een voor een bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomst is voortgezet, zal de werkgever aan de werknemer één week voor het tijdstip waarop de aldus voortgezette arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt, hiervan schriftelijke mededeling doen, tenzij het bepaalde in lid 3 van dit artikel van toepassing is.
6.
Het bepaalde in artikel 670 van het BW lid 1 (opzeggingsverbod tijdens arbeidsongeschiktheid) is voor de werknemers als bedoeld in lid 2b, c, en d van dit artikel, alsmede voor AOW gerechtigde werknemers , niet van toepassing.
7.
Het bepaalde in artikel 670 van het BW lid 3 (opzeggingsverbod tijdens militaire dienst) is voor werknemers als bedoeld in lid 2b, c en d niet van toepassing.
8.
Zodra de werkgever tot het weer aannemen van personeel overgaat, dat is ontslagen ten gevolge van een omstandigheid als genoemd in bijlage 3d, zal hij, voor zover het belang van de onderneming dit toelaat en niet meer dan een jaar is verlopen sedert hun ontslag, als regel voorrang geven aan de gewezen werknemers die het langste dienstverband bij hem hadden.

Artikel 5



Arbeidsduur en werktijden
1.
De arbeidsduur volgens dienstrooster bedraagt op jaarbasis gemiddeld 37,5 uur per week. Voor werknemers werkzaam in roosters, zoals bedoeld in protocol 1, bedraagt de gemiddelde jaarlijkse arbeidsduur 36 uur per week. Voor werknemers werkzaam in roosters zoals bedoeld in protocol 2 bedraagt de gemiddelde arbeidsduur 33,6 uur per week, verdeeld over 7 dagen per week, op jaarbasis.
2. a) De werktijden volgens dienstrooster liggen voor de werknemers in dagdienst tussen 07.00 uur en 18.00 uur op de eerste 5 werkdagen van de week.

b) De werktijden volgens dienstrooster liggen voor de werknemers in 2-ploegendienst als regel tussen 04.00 uur en 24.00 uur, behoudens in geval met een dag- respectievelijk ochtend- en nachtdienst wordt gewerkt.

c) De werktijden volgens dienstrooster voor de werknemers in 3-ploegendienst worden zodanig vastgesteld, dat tussen het einde en het begin van de dienstroosters een ononderbroken rustperiode van tenminste 36 uur bestaat, waarvan 24 uur op zondag, die geacht wordt te lopen van 00.00 uur - 24.00 uur.

d) Werknemers kunnen in geval van gewetensbezwaren de werkgever verzoeken om vrijgesteld te worden van de verplichting om roostermatig zondagsarbeid te verrichten. Werkgever zal in dat geval de werknemer niet verplichten tot het verrichten van genoemde zondagsarbeid, doch een ander tijdstip bepalen waarop deze arbeid wordt verricht.


3. a) Een dienstrooster mag niet in strijd zijn met de bestaande wetgeving en het in dit artikel bepaalde.

b) De werkgever zal, indien daarbij meer dan negen werknemers zijn betrokken, niet tot invoering van een andere werktijdenregeling overgaan dan in overleg met de vakbonden, onverminderd de bevoegdheid van de OR hierover overleg te plegen met de werkgever.

c) Indien de nieuwe werktijdenregeling echter tot gevolg heeft dat arbeid op een zondag moet worden verricht, zal de werkgever overleg plegen met de vakbonden.
4.

De werkgever kan voor chauffeurs, portiers, bewakingspersoneel en voor werknemers werkzaam in de energiediensten een regeling vaststellen die afwijkt van hetgeen in dit artikel en in artikel 10 is bepaald. In dat geval zal zij dit doen in overleg met de vakbonden.


5.
De in lid 1 bedoelde gemiddelde arbeidstijd wordt geëffectueerd overeenkomstig de in bijlage 4 nader vastgestelde bepalingen.
Artikel 6

Functiegroepen en salarisschalen
1.
De functies van de werknemers op wie deze cao van toepassing is, zijn met behulp van ORBA-PM ingedeeld in functiegroepen. Deze functiegroepen met de bijbehorende referentiefuncties zijn vermeld in bijlage 1 van deze cao.
2.
Bij elke functiegroep behoort een aanloopschaal en een salarisschaal voor functievolwassenen. De salarisschalen bevatten de schaalsalarissen per maand en zijn opgenomen in bijlage 2.
3. a) De aanloopschaal geldt voor werknemers die de functie nog niet volledig en zelfstandig vervullen.

b) De salarisschaal voor functievolwassenen geldt voor de werknemers die de functie volledig en zelfstandig vervullen.

c) De bepalingen met betrekking tot de wijze van toepassing van de salarisschalen zijn opgenomen in artikel 7.
4.
Iedere werknemer ontvangt de op hem van toepassing zijnde functiebeschrijving/functieprofiel en een schriftelijke mededeling over de indeling van zijn functie in één der functiegroepen en de daarbij behorende salarisschaal. Eventueel optredende wijzigingen met betrekking tot de functie-indeling c.q. de salarisvaststelling worden eveneens schriftelijk aan de betrokken werknemer medegedeeld.
5.
Ter bevordering van een juiste indeling in één der functiegroepen c.q. salarisschalen wordt de functierangorde regelmatig getoetst aan de feitelijke omstandigheden en zo nodig bijgewerkt met inschakeling van de daartoe aangewezen instanties.
6. Beroepsprocedure

a) Indien de werknemer bezwaar heeft tegen zijn functiebeschrijving respectievelijk tegen de indeling in de desbetreffende functiegroep, legt hij binnen twee maanden dit bezwaar in overleg met zijn leidinggevende voor aan de Directeur P&O. Indien binnen twee maanden, nadat de werknemer de behandeling van zijn bezwaar bij de Directeur P&O kenbaar heeft gemaakt, nog geen overeenstemming is bereikt, is de werknemer bevoegd zijn bezwaar voor te leggen aan de districtsbestuurder van één van de vakbonden, partij bij de cao.

b) Naar aanleiding van het onder lid 6a genoemde, zijn de deskundigen van de vakbonden bevoegd een onderzoek ter plaatse in te stellen, zulks in samenwerking met een deskundige van AWVN.

c) Indien tussen de deskundigen van beide partijen overeenstemming is bereikt, zal de daaruit voortvloeiende beslissing bindend en van kracht zijn vanaf het moment dat de in lid 6a bedoelde klacht is gedeponeerd.


Artikel 7

Toepassing van de salarisschalen en salarisbetaling
1. a) Werknemers die de functie niet volledig en zelfstandig vervullen ontvangen het schaalsalaris volgens de aanloopschaal behorende bij de functiegroep waarin zij overeenkomstig hun normaliter te vervullen functie zijn ingedeeld, behoudens het bepaalde in lid 4a van dit artikel.

b) De aanloopschaal bestaat uit twee stappen.


Aan de hand van de reguliere beoordeling (na 2 maanden, 6 maanden en 12 maanden na indiensttreding) wordt de inschaling in één van de stappen vastgelegd.

c) De beoordelingscriteria voor plaatsing in aanloopschaal 1 en 2 en overgang naar de functievolwassen schaal (0 schaaljaren) zijn als volgt:


Criteria


Aanloopschaal 1

Aanloopschaal 2

Functievolwassenschaal

Zelfstandigheid

Werkt onder direct toezicht

Werkt redelijk zelfstandig

Werkt redelijk tot geheel zelfstandig

Volledigheid

Geen relevante ervaring, of ervaring is onduidelijk of onbekend

Voert de belangrijkste kerntaken uit en enkele deeltaken

Voert alle aspecten van de functie uit

2. a) Functievolwassen werknemers ontvangen bij indiensttreding het schaalsalaris bij


0 schaaljaren behorende bij de functiegroep waarin zij overeenkomstig hun functie zijn ingedeeld, behoudens het bepaalde in lid 4a van dit artikel.

b) De schaaljaarverhogingen, zoals aangegeven in de salarisschaal voor functievolwassenen, worden elk jaar toegekend met ingang van de eerste betalingsmaand van enig jaar, mits de betrokken werknemer tenminste 6 aaneengesloten betalingsmaanden, voorafgaand aan de eerste betalingsmaand van dat jaar, is ingedeeld in dezelfde functiegroep c.q. de daarbij behorende salarisschaal.

c) Wijziging van het schaalsalaris op andere tijdstippen dan onder b) genoemd kan slechts plaatsvinden bij indeling in een andere functiegroep c.q. salarisschaal op grond van het bepaalde in lid 5 en lid 6 van dit artikel.

d) Toeslag bij bereiken maximum salarisgroep cao.

Na het bereiken van het maximum van de salarisgroep in de cao bestaat onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om een tijdelijke toeslag toe te kennen aan een werknemer ter grootte van de laatste stap in de betreffende salarisgroep.

Jaarlijks zal worden bepaald of een werknemer in het komende kalenderjaar in

aanmerking komt voor deze toeslag.

Indien een werknemer 3 jaren achtereen in aanmerking is gekomen voor deze toeslag, zal vanaf het 4e jaar deze toeslag een vast bestanddeel van zijn inkomen vormen. Hiermee is het uiteindelijke maximum in de betreffende salarisgroep bereikt.

Voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze toeslag zijn:

- een uitstekende functievervulling;

- de direct leidinggevende en diens leidinggevende zijn het over deze beoordeling eens.

Er worden in overleg met de OR minimaal 3 en maximaal 5 beoordelingscriteria vastgesteld. Deze criteria kunnen per afdeling of functiefamilie verschillend zijn.


3.
Indien, in afwijking van het in lid 2a bepaalde, aan de werknemer een schaalsalaris behorende bij een of meer schaaljaren is toegekend, zal de eerstvolgende schaaljaarverhoging eveneens worden toegekend conform het bepaalde in lid 2b.
4. Leerperiode

a) Werknemers die bij hun indiensttreding nog niet over de vaardigheden en ervaring beschikken die voor de vervulling van hun functie zijn vereist, kunnen gedurende maximaal de eerste 6 maanden van het dienstverband één functiegroep lager, c.q. één salarisschaal lager worden ingedeeld dan met hun functie overeenkomt.

b) De werknemer die met het oog op een definitieve (her)indeling in een hogere functiegroep c.q. hogere salarisschaal in de gelegenheid wordt gesteld een leerperiode door te maken, kan gedurende deze leerperiode geen aanspraak maken op een hogere salariëring dan die welke behoort bij de functie welke hij laatstelijk vóór de overplaatsing vervulde.

De duur van de leerperiode wordt door de werkgever van geval tot geval vastgesteld en tevoren aan de betrokken werknemer schriftelijk medegedeeld en bedraagt maximaal 3 maanden.

Betreft het een definitieve overplaatsing naar één van de functiegroepen C of hoger, dan kan in overleg met de betrokken werknemer deze termijn met ten hoogste 3 maanden worden verlengd.
5. Indeling in een hogere functiegroep c.q. hogere salarisschaal

a) Bij definitieve indeling in een hogere functiegroep c.q. hogere salarisschaal van een functievolwassen werknemer, bedraagt de verhoging van het schaalsalaris het verschil van de schaalsalarissen van de desbetreffende functiegroepen bij 0 schaaljaren, of zoveel meer als nodig is om het nieuwe schaalsalaris in overeenstemming te brengen met het eerstkomende hogere bedrag in de hogere salarisschaal. De verhoging wordt toegepast met ingang van de maand volgend op die waarin de plaatsing in een


hogere functiegroep heeft plaatsgevonden.

b) De werknemer die tijdelijk een functie waarneemt die hoger is ingedeeld dan zijn eigen functie, ontvangt geen extra beloning indien de waarneming korter dan 3 diensten heeft geduurd. Duurt de waarneming minstens 3 aaneengesloten diensten of 4 diensten verspreid in een betalingsmaand, dan geldt dat per waargenomen dienst een vergoeding wordt betaald van 1/21,75e deel van de hieronder genoemde toeslag:

1. Bij tijdelijke waarneming van een functie die 1 functiegroep hoger is ingedeeld, ontvangt de werknemer een toeslag op zijn schaalsalaris. Deze toeslag bedraagt het verschil van zijn schaalsalaris bij 0 schaaljaren en het schaalsalaris bij
0 schaaljaren van de hogere functiegroep.

2. Indien het een functie betreft die meerdere functiegroepen hoger is ingedeeld dan zijn eigen functie, ontvangt de werknemer een toeslag op zijn schaalsalaris die het verschil bedraagt van zijn schaalsalaris bij 0 schaaljaren en het schaalsalaris bij 0 schaaljaren van de functiegroep die 2 functiegroepen hoger is dan zijn eigen functiegroep.

3. De werknemer kan aan een tijdelijke waarneming van een hoger ingedeelde functie geen aanspraken ontlenen op een definitieve plaatsing in een hoger ingedeelde functie of op een definitieve dienovereenkomstige beloning.
6. (Her)indeling in een lagere functiegroep c.q. lagere salarisschaal

a) Bij definitieve indeling in een lagere functiegroep c.q. lagere salarisschaal door eigen toedoen, wegens onbekwaamheid of op eigen verzoek van een functievolwassen werknemer, bedraagt de verlaging van het schaalsalaris het verschil van de schaalsalarissen bij 0 schaaljaren van de desbetreffende functiegroepen, of zoveel meer als nodig is om het nieuwe schaalsalaris in overeenstemming te brengen met het dichtbijgelegen lagere bedrag in de lagere salarisschaal. Deze verlaging wordt toegepast met


ingang van de maand volgend op die waarin de plaatsing in de lagere functiegroep c.q. lagere salarisschaal heeft plaatsgevonden.

b) De werknemer die echter als gevolg van bedrijfsomstandigheden, dan wel buiten eigen toedoen anders dan door ziekte, wordt overgeplaatst naar een lagere functiegroep, ontvangt gedurende het eerste jaar na overplaatsing nog een persoonlijke toeslag ter grootte van het verschil tussen het oorspronkelijke schaalsalaris en het nieuwe schaalsalaris. Daarna wordt deze persoonlijke toeslag, telkens met een bedrag gelijk aan 10% van het bedrag van de oorspronkelijke toeslag verminderd, gelijktijdig met het moment waarop een algemene salarisverhoging wordt toegekend (tot maximaal twee keer per contractjaar). Het af te bouwen bedrag zal echter nooit meer bedragen dan de helft van de toegekende algemene verhoging. In geval van promotie naar een functie in een hogere functiegroep wordt deze persoonlijke toeslag, voor zover dat mogelijk is, in één keer afgebouwd. Zo nodig met toekenning van fictieve schaaljaren.


7.
Evenredige vermindering van het inkomen bij gedeeltelijke functievervulling
Gedurende de tijd welke een werknemer in een maand niet heeft gewerkt ten gevolge van arbeidsongeschiktheid, afwezigheid zonder behoud van salaris, onvrijwillige werkloosheid, willekeurig verzuim of wegens indiensttreding of ontslag wordt het maandinkomen met een evenredig deel verminderd.
8. Salarisbetaling

a) De vastgestelde salarissen hebben betrekking op een periode van 1 maand en worden uiterlijk 4 dagen voor het verstrijken van de desbetreffende maand betaalbaar gesteld. Jaarlijks zullen de desbetreffende data bekend worden gemaakt.

b) Betaalbaarstelling zal geschieden door storting op een betaalrekening van de werknemer.
9. Algemene salarisbetalingen

Gedurende de looptijd van de cao worden de salarisschalen verhoogd:

- per 1 mei 2013 met 2,25%

- per 1 april 2014 met 2%%.


Artikel 8
  1   2   3   4

  • Collectieve arbeidsovereenkomst Tussen de ondergetekenden: Apollo Vredestein B.V. te Enschede, als partij ter ener zijde en
  • Verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar
  • Verplichtingen van de werkgever en de werknemer ten opzichte van elkaar
  • Aanvang en einde arbeidsovereenkomst
  • Arbeidsduur en werktijden
  • Functiegroepen en salarisschalen
  • Toepassing van de salarisschalen en salarisbetaling
  • Criteria Aanloopschaal 1 Aanloopschaal 2

  • Dovnload 346.23 Kb.