Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Collectieve arbeids- overeenkomst

Dovnload 346.23 Kb.

Collectieve arbeids- overeenkomst



Pagina2/4
Datum12.03.2017
Grootte346.23 Kb.

Dovnload 346.23 Kb.
1   2   3   4

Persoonlijk salaris
Persoonlijk salaris is niet meer van toepassing.
Artikel 9

Toeslag bezwaarlijke werkomstandigheden
1.
Aan de werknemer die steeds in een roet-, meng-, wals- of weegafdeling werkt en door de aard van de werkzaamheden met roet in aanraking komt, wordt een toeslag van maximaal 10% van zijn maandsalaris toegekend.
2.
Bij het incidenteel werken onder genoemde omstandigheden bedraagt de toeslag per dienst maximaal 0,23% van zijn maandsalaris, indien het werken onder genoemde omstandigheden de helft van een dienst of korter heeft geduurd, en maximaal 0,46% van zijn maandsalaris indien het langer dan een halve dienst heeft geduurd.
3.
Aan de werknemer die werkzaamheden verricht onder andere bezwaarlijke omstandigheden dan bedoeld onder lid 1 van dit artikel, zoals tocht, lawaai, chemicaliën, stof, vulstoffen, poeders e.d., kan eveneens een toeslag van maximaal 10% van zijn maandsalaris, afhankelijk van de mate en het aantal diensten waarin de bezwaarlijke omstandigheden optreden, worden betaald.
4.
Vaststelling van de in dit artikel bedoelde percentages geschiedt door de directie. De OR wordt hierover schriftelijk geïnformeerd.
5. Afbouwregeling

a) Een toegekende toeslag als bedoeld in dit artikel, komt te vervallen zodra:

- de werkzaamheden waarvoor een toeslag geldt niet meer bestaan, respectievelijk zodanig ten goede zijn gewijzigd, dat van normale/vergelijkbare werkomstandigheden sprake kan zijn;

- de functie waaraan genoemde toeslag is gebonden, komt te vervallen.

b) Indien deze toeslag een structureel karakter had, wordt deze als volgt afgebouwd:

- in geval van promotie naar een hogere functie wordt deze toeslag afgebouwd met het verschil in maandsalaris van de nieuwe functie en het oude maandsalaris. Met dien verstande dat de vaststelling van het nieuwe salaris in de hogere groep zodanig plaatsvindt, dat minimaal 2 schaaljaren perspectief overblijven;

- afbouw vindt voorts (maximaal tweemaal per jaar) gelijktijdig met het moment van een algemene salarisverhoging plaats, met een bedrag ter grootte van 10% van het oorspronkelijke toeslagbedrag. Het af te bouwen bedrag zal in voorkomend geval worden gecorrigeerd tot het niveau waarop een absolute inkomensdaling kan worden voorkomen.
Artikel 10

Toeslag voor ploegenarbeid
1.
Voor geregelde arbeid in ploegendienst wordt een toeslag op het maandsalaris toegekend. Deze toeslag bedraagt per maand:

a) voor de 2-ploegendienst, waarbij in dag- en nachtdienst wordt gewerkt gemiddeld 15,5%;

voor de 2-ploegendienst, waarbij in ochtend- en middagdienst wordt gewerkt gemiddeld 12,5%;

voor de ochtend- en middagdienst, indien geregeld op zaterdag moet worden gewerkt gemiddeld 14%;

b) voor de 3-ploegendienst gemiddeld 18,5%;

c) voor de 4-ploegendienst gemiddeld 24% (zie verder protocol 1);

d) voor de 5-ploegendienst gemiddeld 25% (zie verder protocol 2);

e) voor arbeid in andere afwijkende ploegendiensten en voor arbeid in volcontinu-

diensten zal een door de werkgever in overleg met de vakbonden vast te stellen

percentage worden toegekend.


2. a) Indien een werknemer niet gedurende een gehele maand arbeid in ploegendienst heeft verricht, wordt een evenredig deel van de onder lid 1 genoemde toeslag gekort voor elke volledige dienst gedurende welke hij geen arbeid in ploegendienst heeft verricht. Wordt hij overgeplaatst naar een dienstrooster, waarvoor een andere of geen ploegentoeslag geldt, dan zullen de ploegentoeslagen naar evenredigheid van de diensten in de verschillende dienstroosters worden berekend. Echter met inachtneming van het bepaalde in lid 5 van dit artikel.

b) Dagdienstwerkers die 3 diensten of minder moeten werken op werktijden van ploegenroosters, worden behandeld overeenkomstig de verschoven urenregeling (artikel 11 lid 11). Heeft de plaatsing in totaal langer dan 3 diensten per maand geduurd, dan vindt over de meerdere diensten betaling als ploegenwerker plaats.


3.
Indien een werknemer, werkzaam in ploegendienst, wordt overgeplaatst naar een andere niet in zijn rooster passende dienst, zal hem hiervoor een vergoeding worden toegekend ter grootte van:

a) 0,56% van zijn maandsalaris bij overplaatsing naar een ochtend- of de dagdienst;

b) 0,65% van zijn maandsalaris bij overplaatsing naar een middagdienst;

c) 0,74% van zijn maandsalaris bij overplaatsing naar een nachtdienst.

Bij terugplaatsing in dezelfde kalenderweek naar de oorspronkelijke dienst wordt de toeslag niet nogmaals gegeven. De werkgever zal in voorkomende gevallen, calamiteiten voorbehouden, de betrokken werknemer bij voorkeur tenminste 1 dienst tevoren informeren.
4.
Zijn als gevolg van de overplaatsing aan het einde van de maand meer diensten gemaakt dan die behoren bij het dienstrooster dat aan het begin van de maand op hem/haar van toepassing was, dan zullen deze meerdere diensten als overwerk worden betaald. Worden minder diensten gemaakt, dan wordt het maandinkomen doorbetaald.
5.
De werknemer, die anders dan door eigen toedoen of op eigen verzoek, definitief wordt overgeplaatst naar een lager beloond dienstrooster, ontvangt nog geheel of gedeeltelijk het daardoor opgetreden verschil in maandinkomen volgens onderstaande regeling:
a) minder dan 2 jaar in het hoger beloonde dienstrooster:

- gedurende de maand van overplaatsing en de daaraanvolgende maand 100%.

b) van 2 tot 5 jaar in het hoger beloonde dienstrooster:

- gedurende de maand van overplaatsing en de daaraanvolgende maand 100%.

- daarna: gedurende 1 maand 80%

gedurende 1 maand 60%

gedurende 1 maand 40%

gedurende 1 maand 20%


c) bij 5 jaar of langer in het hoger beloonde dienstrooster:

- gedurende de maand van overplaatsing en de daaraanvolgende 2 maanden 100%.

- daarna: gedurende 2 maanden 80%

gedurende 2 maanden 60%

gedurende 2 maanden 40%

gedurende 2 maanden 20%


d)
bij tenminste 15 jaar aaneengesloten in het hoger beloonde dienstrooster:

- gedurende de maand van overplaatsing en de daaraanvolgende 4 maanden 100%.

- daarna: gedurende 4 maanden 80%

gedurende 4 maanden 60%

gedurende 4 maanden 40%

gedurende 4 maanden 20%


e)
bij tenminste 25 jaar aaneengesloten in het hoger beloonde dienstrooster:

- gedurende de maand van overplaatsing en de daaraanvolgende 6 maanden 100%.

- daarna: gedurende 6 maanden 80%

gedurende 6 maanden 60%

gedurende 6 maanden 40%

gedurende 6 maanden 20%

Voor de toepassing van deze afbouwregeling wordt het oorspronkelijke verschil in maandinkomen gefixeerd op het bedrag ten tijde van de overplaatsing.
Artikel 11

Beloning voor overwerk, consignatie, extra reis- en verschoven uren
1. Overwerk

Als overwerk wordt beschouwd het door de werkgever opgedragen werk op uren boven de normale arbeidsduur volgens het voor de werknemer geldende dienstrooster. Van overwerk is voor parttime werknemers eerst sprake wanneer zij meer uren per dag of meer dagen per week werken dan werknemers op een normaal dienstrooster voor fulltimers.


2.
Overwerk van enige omvang zal vooraf worden besproken met de OR, onverminderd het recht van de vakbonden hierover met de werkgever overleg te plegen.
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 is niet van overwerk sprake:

a) indien het aantal werkuren in een incidenteel geval met niet meer dan een half uur per dienst en in totaal per maand met niet meer dan 4 uur wordt overschreden;

b) indien arbeid wordt verricht voor het inhalen van verzuimde uren wegens bedrijfsstagnatie, voor zover over deze uren het geldende salaris volledig werd doorbetaald;

c) indien arbeid wordt verricht voor het inhalen van verzuimde uren anders dan verzuim voor feestdagen, geoorloofd verzuim en vakantie.


4.
Etenstijd in het bedrijf, nodig geworden door overwerk, wordt als het eerste overwerkuur doorbetaald.
5.
Overwerkuren worden afzonderlijk beloond. De beloning wordt uitgedrukt in een percentage van het maandsalaris en bedraagt per overwerkuur:

- 0,87% voor overwerkuren gewerkt op maandag vanaf 07.00 uur tot en met zaterdag;

- 1,15% voor alle overwerkuren gewerkt op een zondag, maandag van 00.00 - 07.00 uur of op een feestdag.

Voornoemde percentages worden eventueel vermeerderd met de individuele toeslag wegens bezwaarlijke werkomstandigheden zoals bedoeld in artikel 9.


6. a) Overwerk zal als regel voor het einde van de maand volgend op die, waarin het is verricht, door werkverlet worden ingehaald, tenzij dit om redenen van bedrijfsbelang niet mogelijk is. Na overleg met de betrokken werk­nemer kan door de werkgever worden bepaald dat de bovengenoemde termijn wordt verlengd met maximaal
5 maanden.

b) Indien het overwerk niet binnen de termijn als bedoeld onder a) van dit lid is ingehaald, wordt aan de werknemer de hem toekomende overwerk­beloning uitbetaald.

c) Indien het overwerk door werkverlet wordt ingehaald, bedraagt de overwerkbeloning in afwijking van lid 5 respectievelijk 0,30% en 0,58% van het maandsalaris per overuur.
7.

Over de uren van overwerk wordt geen beloning voor arbeid in ploegendienst toegekend.


8.
De werknemer in dagdienst, voor wie de normale arbeidsduur wordt overschreden op uren die vallen tussen 22.00 uur en de aanvang van de dagdienst en voor wie bedoelde overschrijding vóór 05.00 uur ‘s ochtends is begonnen, behoeft niet eerder met zijn normale arbeid te beginnen dan nadat hij binnen hetzelfde etmaal zoveel uren heeft verzuimd als het aantal hier bedoelde overschrijdingsuren heeft bedragen met een maximum van 8 uren. Deze verzuimuren kunnen uitsluitend worden opgenomen tussen de aanvang en het einde van de dagdienst volgend op de hier bedoelde overschrijding. Niet of niet tijdig opgenomen verzuimuren vervallen zonder dat de werkgever gehouden is tot betaling van enige vergoeding.
9. Consignatie

a) Werknemers, die in opdracht van de werkgever geconsigneerd zijn, ontvangen daarvoor per dag van hun maandsalaris:

- op maandag tot en met donderdag 0,69%

- op vrijdagen 1,15%

- op zaterdagen 1,84%

- op zon- en feestdagen 2,30%.

b) Voor werknemers met een vaste consignatietoeslag op basis van jaar­roosters die, anders dan door eigen toedoen of op eigen verzoek, niet langer worden geconsigneerd, wordt de toeslag afgebouwd conform de regeling zoals die geldt voor de afbouw van ploegentoeslag (artikel 10 lid 5).
10. Reisuren

Werknemers die in opdracht van de werkgever een extra reis van huis naar het bedrijf moeten maken voor het verrichten van overwerk, ontvangen per extra reis de volgende vergoeding:

- op maandag tot en met vrijdag 0,56%

- op zaterdagen 0,83%

- op zon- en feestdagen 1,11%

van hun maandsalaris.


11. Verschoven uren

Onder verschoven uren wordt verstaan:

- in opdracht van de werkgever gewerkte uren;

- buiten de voor de werknemer geldende werktijden volgens het toepasselijke dienstrooster;

- zonder dat de normale arbeidsduur wordt overschreden.

12.
Per gewerkt verschoven uur worden de volgende toeslagen op het salaris toegekend, uitgedrukt in een percentage van het maandsalaris:

- 0,15% voor uren tussen 07.00 en 18.00 uur op maandag tot en met vrijdag, voor zover deze uren vallen buiten het voor de betrokken werknemer vastgestelde dienstrooster;

- 0,30% voor uren tussen 18.00 en 07.00 uur op maandag tot en met vrijdag en uren op zaterdag;

- 0,58% voor uren op zon- en feestdagen en op maandag tussen 00.00 en 07.00 uur.
a) Indien vergoeding voor verschoven uren moet worden betaald, wordt over de verschoven uren geen beloning voor arbeid in ploegendienst uitgekeerd.

b) De uren door chauffeurs, portiers, bewakingspersoneel en door werk­nemers werkzaam in de energiediensten, gewerkt buiten de uren van de voor hen geldende dienstroosters, mits deze uren op dezelfde dag door etens- of rusttijd van dezelfde duur worden ingehaald, worden niet als verschoven uren beschouwd.


13.
Dagdienstwerkers die 3 diensten of minder moeten werken op werktijden van ploegenroosters, worden behandeld overeenkomstig de verschoven uren­regeling. Heeft de plaatsing in totaal langer dan 3 diensten per maand geduurd dan vindt over de meerdere diensten betaling als ploegenwerker plaats (artikel 10).
14. Meerwerktoeslag

Indien deeltijdwerkers feitelijk meer uren werken dan hun overeengekomen arbeidscontract en er geen sprake is van overwerk, is een meerwerktoeslag van 30% per meer gewerkt uur van toepassing. Dit ter compensatie van vakantiedagen, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering en pensioenopbouw over deze meer gewerkte uren.


Artikel 12

Feestdagen
1.
Onder feestdagen worden in deze overeenkomst verstaan:

nieuwjaarsdag, de beide paasdagen, Hemelvaartsdag, de beide pinksterdagen, de beide kerstdagen, Koninginnedag (vanaf 2014 te vervangen door Koningsdag) en de door de overheid voor de lustrumjaren aangewezen dag ter viering van de Nationale Bevrijding.


2.
Voor de toepassing van dit artikel en de andere artikelen van deze overeenkomst worden de feestdagen geacht een periode van 24 aaneengesloten uren te omvatten, samenvallend met de betreffende kalenderdag van 00.00 uur tot 24.00 uur, voor wat betreft Kerstmis en Nieuwjaar. Voor de overige feestdagen geldt dat deze starten op de dag voorafgaand aan de feestdag om 23.00 uur en duurt tot de volgende dag 23.00 uur. Een en ander gekoppeld aan het huidige ploegenrooster.
3.

Op feestdagen wordt niet roostermatig gewerkt. Bij een 5- ploegendienst gelden andere afspraken. (zie protocol 2)


4.
Op 24 en 31 december zal na 18.00 uur geen arbeid in ploegendienst worden verricht. De betreffende werknemers werkzaam in de ploegendiensten ontvangen evenzoveel uren vrijaf zonder behoud van loon. De werkgever zal zich inspannen om aan de wens van de werknemers tegemoet te komen de collectieve verlofregeling rondom Kerstmis en Oud- en Nieuwjaar, indien de bedrijfsvoering dit toelaat, uit te breiden door op 24 en 31 december het moment van verlof te vervroegen van 18.00 uur naar 15.00 uur en na afloop van Kerstmis en nieuwjaarsdag de eerste dienst te laten aanvangen om 07.00 uur in plaats
van om 00.00 uur. De werkgever communiceert zo spoedig mogelijk doch uiterlijk in november van enig jaar, of de bedrijfsvoering het collectief verlof zoals hierboven
beschreven mogelijk maakt. In overleg met de OR kunnen regelingen worden getroffen ter compensatie (bijvoorbeeld collectieve vakantie-uren, uitwerken, e.d.).
5.
Indien op een feestdag moet worden gewerkt, zal deze werktijd worden betaald overeenkomstig artikel 11 lid 5 van deze overeenkomst. Voor 5- ploegendienst zie protocol 2. Indien een feestdag op zaterdag valt, is lid 5 van artikel 11 van deze overeenkomst voor de werknemers die volgens de voor hen geldende dienstroosters op die zaterdag moeten werken, eveneens van toepassing.
6.
Aan werknemers die voor de viering van een godsdienstige niet-christelijke feest- of gedenkdag een daartoe strekkend verzoek hebben ingediend zal, voor zover de bedrijfsomstandigheden dit toelaten, onbetaald verlof worden verleend.
Artikel 13

Geoorloofd verzuim
1.
In de volgende gevallen kan de werknemer betaald verlof opnemen als bedoeld in artikel 4:1 van de Wet arbeid en zorg (Wazo), mits hij zo mogelijk één dag van tevoren aan de werkgever kennis geeft van het verzuim en de gebeurtenis c.q. plechtigheid in het desbetreffende geval bijwoont. Voor de toepassing van dit artikel kan voor echtgenoot/echtgenote ook gelezen worden “levenspartner”, indien sprake is van een bij werkgever bekende duurzame relatie.

a) Van de dag van overlijden tot en met de dag van de begrafenis of crematie bij het overlijden van de echtgenoot of echtgenote, of van een tot het gezin behorend kind of pleegkind van de werknemer of de ouders van de werknemer, indien hij is belast met de organisatie van de begrafenis of crematie.

b) Gedurende twee dagen of diensten bij het overlijden of begrafenis c.q. crematie van ouders waarop het bepaalde in lid 1a niet van toepassing is, schoonouders, niet onder lid 1a genoemde kinderen, schoonzoon of schoondochter, alsmede van een tot het gezin van de werknemer behorende broer of zuster.

c) Gedurende een dag of dienst op de dag van de begrafenis c.q. crematie van grootouders, grootouders van de echtgenoot of echtgenote, kleinkinderen, niet onder lid 1b behorende broers of zusters, zwagers en schoonzusters, en voor zover zij tot het gezin van de werknemer behoren, andere bloed- en aanverwanten.

d) Gedurende een halve dag bij ondertrouw van de werknemer en gedurende twee aaneengesloten dagen of diensten bij huwelijk.

e) Gedurende een dag of dienst bij huwelijk van één van de kinderen, pleegkinderen, broers, zusters, ouders, schoonouders, zwagers en schoonzusters.

f) Gedurende een dag of dienst bij 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van de werknemer, ouders, schoonouders en grootouders.

g) Gedurende de bevalling van de echtgenote.


De werknemer kan doorbetaald verlof opnemen als bedoeld in artikel 4:2 van de Wet arbeid en zorg gedurende 2 dagen of diensten ten behoeve van kraamverlof bij bevalling van de echtgenote, in de periode van 4 weken na de bevalling.

h) Gedurende een dag of dienst bij de bevestiging in het ambt van predikant en bij de Grote Professie of Priesterwijding van één van de kinderen, pleegkinderen, broers, zusters, zwagers of schoonzusters.

i) Gedurende de daarvoor benodigde tijd, indien het de werknemer ten gevolge van de invulling van een buiten zijn schuld of krachtens de wet persoonlijk opgelegde verplichting verhinderd is zijn arbeid te verrichten, mits deze vervulling niet in zijn vrije tijd kan geschieden en onder aftrek van de vergoeding voor loonderving, welke hij van derden zou ontvangen.

j) Gedurende een dag of dienst bij 25-, 40- en 50-jarig dienstjubileum van de werknemer.

k) Gedurende ten hoogste twee uren voor bezoek aan een arts en ten hoogste vier uren voor bezoek aan een specialist, indien dat bezoek in de vrije uren van de werknemer redelijkerwijs niet mogelijk is.

l) De werkgever zal, voor zover de bedrijfsomstandigheden dat toelaten, op verzoek van de vakbond(en) verzuim met behoud van salaris toestaan voor deelname aan bepaalde vakbondsactiviteiten. Het verzoek zal als regel schriftelijk en tijdig bij de werkgever worden ingediend. De vakbondsactiviteiten waarvoor verzuim kan worden gevraagd, zijn nader omschreven in een door de vakbond ter beschikking aan de werkgever gestelde lijst.

m) Bij arbeidsongeschiktheid van de werknemer is het bepaalde in artikel 16 van toepassing.

n) In geval van ouderschapsverlof zijn de wettelijke bepalingen van toepassing met dien verstande dat de bestaande pensioenvoorziening gedurende de verlofperiode(n) ongewijzigd wordt voortgezet.

o) De werknemer kan onbetaald verlof opnemen als bedoeld in artikel 3:2 van de Wet arbeid en zorg gedurende 4 aaneengesloten weken in verband met de adoptie van een kind dan wel bij opname in het gezin van een pleegkind. De werknemer heeft gedurende deze periode recht op een uitkering die hij via de werkgever aanvraagt bij het UWV. De werkgever stelt de ontvangen uitkering van het UWV betaalbaar aan de werknemer door middel van een doorsluizing van de uitkering via de salarisstrook.

p) Gedurende de benodigde tijd vanwege zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden (calamiteiten) in verband met noodsituaties die vergen dat de werknemer onverwijld een voorziening treft voor zover dit niet in de vrije tijd van de werknemer kan geschieden. De maximale duur bedraagt een dag of dienst.


2.
Kortdurend zorgverlof

De werknemer kan doorbetaald verlof ter hoogte van 70% van het maandinkomen (zoals genoemd in artikel 1 van de cao) opnemen als bedoeld in artikel 5:1 van de Wet arbeid en zorg, gedurende tweemaal de arbeidsduur per week op jaarbasis ten behoeve van de noodzakelijke verzorging in verband met ziekte van:

a) de echtgeno(o)t(e);

b) een inwonend (pleeg)kind tot wie de ouder in een familierechtelijke betrekking staat;

c) de ouder van de werknemer.

Aanvulling op de doorbetaling van 70% kan geschieden door inzet van verlofdagen, ADV-dagen of dagen uit de tijdspaarregeling.


Bij aanvulling tot 100% zullen geen negatieve effecten plaatsvinden met betrekking tot pensioenopbouw, eindejaarsuitkering en vakantietoeslag.


De werknemer informeert de werkgever vooraf over het opnemen van het verlof onder vermelding van de reden en maakt in gezamenlijk overleg afspraken.


De werkgever kan verlangen dat de werknemer achteraf aannemelijk maakt dat er sprake was van een noodzakelijke verzorging waardoor hij de arbeid niet kon verrichten. Indien de werknemer, naar oordeel van de werkgever daarin niet slaagt, kunnen de opgenomen dagen in mindering worden gebracht op het aantal vakantiedagen.


Het Sociaal Medisch Team zal zo nodig uiteindelijk beoordelen of, en in welke mate, er sprake kan zijn van het boven bedoelde kortdurend zorgverlof.


3.
Het bepaalde in artikel 628 van het BW met betrekking tot de doorbetaling van salaris is in de daarin bedoelde gevallen van kracht, in zoverre dat de werkgever niet gehouden is salaris door te betalen in de navolgende gevallen:

a) Bij schorsing van de werknemer door de werkgever, waartoe de werkgever de bevoegdheid heeft een werknemer met gehele of gedeeltelijke inhouding van loon te schorsen voor een tegelijk met de schorsing mee te delen aantal dagen, op grond van de volgende redenen:

1. redenen als bedoeld in artikel 678 van het BW;

2. valse opgave door de werknemer bij de toepassing van het bepaalde in


artikel 13 lid 1;

3. valse opgave door de werknemer bij de toepassing van het bepaalde in artikel 16, voorschriften uitkering Ziektewet en WAO/WIA, plus schadevergoeding bij arbeidsongeschiktheid;

4. het misbruik maken van proeven, recepten, preparaten, e.d.;

5. ongeoorloofd verzuim.

De schorsing, zonder loondoorbetaling, mag ten hoogste twee dagen bedragen.

b) Invoering van een verkorte werkweek (een zogenaamde nul-uren week daaronder begrepen), mits de werkgever voor de invoering de ingevolge artikel 8 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen vereiste vergunning heeft verkregen en hij niet tot het aanvragen van een vergunning overgaat dan nadat met de vakbonden overleg is gepleegd. Partijen achten een termijn van een week voor dit voorafgaande overleg voldoende.

c) Verlenging van een vergunning voor een verkorte werkweek (een zogenaamde nul-uren week daaronder begrepen) mits, wanneer het een verlenging betreft, die ten aanzien van de aantallen erbij betrokken werknemers en/of het aantal uren dat verkort zal worden gewerkt, afwijkt van de oorspronkelijke vergunning, de werkgever hierboven onder lid 3b omschreven procedure zal hebben gevolgd en wanneer het een verlenging betreft, waarbij de oorspronkelijke vergunning ongewijzigd worden overgenomen, bij de vakbonden tijdig – dat wil zeggen tenminste één week – voor het ingaan van de verlenging daarvan mededeling doet.
Artikel 14

Vakantiedagen
1.
Het vakantiejaar

Het vakantiejaar loopt voor wat betreft de opbouw van vakantiedagen van 1 januari van enig jaar tot en met 31 december van enig jaar.


2. Duur van de vakantie

a) Per vol vakantiejaar dienstverband verwerven de werknemers onderstaande vakantiedagen (voor gedeelten van vakantiejaar naar evenredigheid berekend):

Van deze verworven vakantiedagen dienen 20 dagen te worden aangemerkt als wettelijke vakantiedagen. De overige dagen dienen te worden aangemerkt als bovenwettelijke dagen.





Werkzaam in dagdienst of 2-ploegendienst

Werkzaam in 3-, 4- of 5-ploegendienst

Werknemers

t/m 44 jaar


bij 25-jarig dienstverband

24
25


26 werkdagen of diensten


27 werkdagen of diensten

Werknemers

Van 45 t/m 54 jaar


Bij 25-jarig dienstverband

25
26


27 werkdagen of diensten


28 werkdagen of diensten

Werknemers

Van 55 jaar en ouder


27

29 werkdagen of diensten

Ten aanzien van het voorgaande is bepalend de leeftijd en/of het aantal jaren dienstverband, bereikt bij, vóór, of in de eerste helft van het betreffende vakantiejaar. Indien het dienstverband buiten schuld of toedoen van de werknemer onderbroken is geweest en deze onderbreking niet langer dan 2 jaar heeft geduurd, wordt het dienstverband geacht ononderbroken te zijn geweest.

b) Van de in lid 2a bedoelde vakantiedagen worden tenminste 10 werkdagen of diensten aaneengesloten genoten. In overleg met de OR kan worden overeengekomen om
3 kalenderweken (15 werkdagen of diensten) als aaneengesloten vakantie vast te stellen, mits het bedrijfsbelang zich daartegen niet verzet. In overleg met de OR kan de werkgever echter óók een andere verdeling van de vakantie vaststellen.

c) De werknemers, die in de loop van het vakantiejaar in dienst of uit dienst treden, hebben voor dat vakantiejaar recht op een aantal vakantiedagen, dat wordt bepaald in evenredigheid tot het aantal volle maanden dat zij dat jaar in dienst waren. Ook, indien het dienstverband korter dan een maand heeft geduurd, zal voor de duur van het dienstverband aanspraak op vakantie bestaan in verhouding tot de duur van het dienstverband.


Onder volle maanden worden kalendermaanden verstaan, alsmede gedeelten van kalendermaanden die op de eerste dag aanvangen en op of na de 15e dag eindigen, dan wel voor of op de 15e dag aanvangen en op de laatste dag eindigen.

d) Tenminste 2/3 deel van het aantal vakantiedagen wordt bij voorkeur opgenomen in of binnen drie maanden na het einde van het vakantiejaar. Indien de werknemer de hem toekomende vakantiedagen niet binnen deze periode heeft opgenomen, is de werkgever gerechtigd in overleg met de werknemer de data vast te stellen waarop de werknemer deze dagen zal genieten. Ook kunnen de bovenwettelijke vakantiedagen van enig jaar worden toegevoegd aan de tijdspaarregeling zoals verwoord in bijlage 6 van de cao.

e) Wettelijke vakantierechten die niet zijn opgenomen binnen een half jaar na het kalenderjaar waarin zij zijn verworven, vervallen. Bovenwettelijke vakantierechten die niet zijn opgenomen binnen vijf jaar na het eind van het kalenderjaar waarin ze zijn verworven, verjaren. Alle vakantierechten (wettelijk en bovenwettelijk) die vóór 1 januari 2012 zijn ontstaan en nog niet zijn genoten, verjaren per 1 januari 2017. Bovenwettelijke vakantiedagen van enig jaar kunnen worden toegevoegd aan de tijdspaarregeling als bedoeld in bijlage 6 van deze cao.

f) De in de loop van het vakantiejaar in dienst getreden werknemer dient bij de aanvang

van de dienstbetrekking aan de werkgever een bewijs te overleggen hoeveel recht op

vakantie hij bij zijn vorige werkgever(s) verworven, doch niet in natura heeft genoten,

opdat de werkgever kan vaststellen op hoeveel verlofdagen zonder behoud van salaris de werknemer aanspraak kan maken.

g Verlofopbouw c.q. opname tijdens een periode van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid geschiedt op dezelfde wijze als bij volledige arbeidsgeschiktheid.

h) Vakantiedagen kunnen ook in uren worden opgenomen.

i) Seniorendagen


Binnen het kader van “Loopbaangericht Personeelsbeleid”, dat onder meer een actief in-, door- en uitstroombeleid stimuleert, gelden met betrekking tot de groep oudere werknemers specifieke verlofregelingen ter bevordering van een meer geleidelijke overgang richting uittreding. Vanaf 57 jaar tot 65 jaar kan een werknemer op zijn verzoek zogeheten

seniorendagen opnemen.
1. De seniorendagen gaan in op de eerste van de maand volgend op de verjaardag. De seniorendagen zullen evenredig verdeeld worden over het leeftijdsjaar en dienen evenredig gespreid over het jaar te worden opgenomen.

57 jaar: 8 dagen

58 jaar: 9 dagen

59 jaar: 10 dagen

60 jaar: 12 dagen

61 tot max. 65 jaar: 13 dagen

2. Men ontvangt over de seniorendagen een vergoeding van 85% over zijn bruto inkomen per uur dat in evenredigheid afgeleid is van het maandinkomen.

3. Het onder lid 2 gestelde heeft geen gevolg voor de opbouw van de pensioen-rechten, eindejaarsuitkering, vakantiedagen en -toeslag.

4. Als de werknemer gebruik wenst te maken van de seniorendagen, dient hij dit kenbaar te maken aan zijn werkgever. In overleg wordt dan het rooster bepaald.

5. Niet opgenomen seniorendagen komen te vervallen en worden niet uitgekeerd in geld.


3. Aaneengesloten vakantie

a) Indien de werkgever het bedrijf of een gedeelte van het bedrijf stopzet teneinde gedurende die stopzetting aan de werknemers de aaneengesloten vakantie toe te kennen, moeten de werknemers gedurende het voor de stopzetting aangewezen tijdvak vakantiedagen opnemen. De aaneengesloten vakantie valt als regel in de maanden april tot en met oktober. Het tijdvak wordt door de werkgever in overleg met de OR vastgesteld, bij voorkeur vóór het begin van het vakantiejaar.


b) Indien een werknemer nog geen recht heeft op alle aaneengesloten vakantiedagen van het tijdvak van stopzetting, kan de werkgever bepalen, dat de betrokken
werknemer:

1. in een andere afdeling van de onderneming dan waartoe hij behoort, werkzaamheden moet verrichten en/of;

2. teveel genoten vakantiedagen inhaalt en wel tot uiterlijk 3 maanden na afloop van het desbetreffende vakantiejaar. De inhaaluren worden dan niet beloond en/of vergoed overeenkomstig artikel 11;

3. de bij de vorige werkgever(s) verworven doch niet in natura genoten rechten op vakantie daarvoor reserveert, teneinde deze dagen in overleg met de werkgever als onbetaalde vakantiedagen te kunnen opnemen.


4. Het niet verwerven van vakantie gedurende onderbreking der werkzaamheden

a) De werknemer verwerft geen vakantiedagen over de tijd dat hij wegens het niet verrichten van zijn werkzaamheden geen aanspraak heeft op in geld vastgesteld salaris.

b) Het onder lid 4a bepaalde is niet van toepassing indien de werknemer zijn werkzaamheden niet heeft verricht wegens:

- arbeidsongeschiktheid (ziekte of ongeval), tenzij veroorzaakt door opzet van de werknemer;

- het naleven van een wettelijke verplichting of verbintenis ten aanzien van de landsverdediging of openbare orde;

- het genieten van verlof gebaseerd op een in vorige dienstbetrekking verworven doch niet opgenomen verlof;

- het met toestemming van de werkgever deelnemen aan een door de vakbond van de werknemer georganiseerde bijeenkomst;

- onvrijwillige werkloosheid bij handhaving van het dienstverband;

- zwangerschap of bevalling van de vrouwelijke werknemers.

Bij volledige arbeidsongeschiktheid worden over de volledige ziekteperiode de wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd.

5.
Samenvallen van de vakantiedagen met bepaalde andere dagen waarop geen arbeid wordt verricht

a) Dagen waarop de werknemer geen arbeid heeft verricht om een der redenen genoemd in lid 4b, alsmede voor de dagen, waarop geoorloofd verzuim is verleend volgens lid 1a, b, c, g en i van artikel 13, gelden niet als vakantiedagen.

b) Indien de onder lid 5a genoemde verhindering eerst optreedt tijdens de vastgestelde vakantiedag, zullen de dagen waarop de verhindering zich voordoet wel als vakantiedagen worden geteld indien de werknemer niet vóór de aanvang van die vastgestelde vakantiedag aan de werkgever heeft medegedeeld dat die verhindering zich zou voordoen. In afwijking hiervan is het in de gevallen bedoeld in artikel 13 lid 1a, b, c, g
en i ook mogelijk mededeling te doen onmiddellijk na afloop van de vakantiedag.
Deze vereiste van voorafgaande mededeling geldt evenmin indien de verhindering te wijten is aan een ziekte van de werknemer, welke ziekte krachtens de bepalingen van de Ziektewet is vastgesteld en de werknemer aannemelijk kan maken dat hij zodanig in zijn bewegingsvrijheid was beperkt, dat de bedoeling van de vakantie in genen dele tot haar recht kon komen.

c) Indien de ingevolge lid 5b bepaalde aanvankelijk vastgestelde vakantiedagen niet als zodanig zijn genoten, zal de werkgever na overleg met de werknemer nieuwe data vaststellen, waarop die dagen alsnog kunnen worden genoten.

6. Vakantie bij ontslag

a) De werknemer waarmee de dienstbetrekking eindigt en de hem op dat moment toekomende vakantiedagen nog niet heeft opgenomen, zal voor elke niet genoten vakantiedag een evenredig deel van zijn maandinkomen worden uitbetaald.

b) Bij het einde van de dienstbetrekking ontvangt de werknemer op verzoek een verklaring waaruit blijkt de duur van de in geld uitbetaalde vakantiedagen.

c) Indien aan het einde van de dienstbetrekking wordt vastgesteld dat een werknemer meer vakantiedagen heeft genoten dan waarop hij recht had, zal de werkgever voor de tijdsduur van de teveel genoten vakantiedagen een inhouding toepassen.


Artikel 15

Vakantietoeslag
1. a) De werknemer heeft per vol vakantiejaar dienstverband van 1 september van enig jaar tot en met 31 augustus van het daarop volgend jaar recht op een vakantietoeslag van 8% over de som van de in dat vakantiejaar verdiende maandinkomens.

b) Voor de functievolwassen werknemer geldt een minimum vakantietoeslag per 1 mei 2013 van bruto € 2.113,- en vanaf 1 april 2014 van bruto € 2.1554,- op jaarbasis. De minimum vakantietoeslag wordt automatisch verhoogd met het afgesproken percentage van de loonstijging.

c) De uitbetaling van de vakantietoeslag vindt plaats gelijktijdig met de salarisbetaling van de maand mei van enig jaar. Indien een werknemer door de werkgever wordt geïnitieerd, dan wel met toestemming vóór 1 juni van enig jaar met vakantie te gaan, zal hem vóór de aanvang van zijn vakantie de vakantietoeslag als voorschot worden uitbetaald.
2.
Bij beëindiging van het dienstverband wordt eventueel te veel of nog niet uitbetaalde vakantietoeslag alsnog verrekend.
3.
Onder maandinkomen wordt in dit artikel verstaan het maandinkomen inclusief de loondoorbetaling en/of aanvullingen bij arbeidsongeschiktheid. In de vakantietoeslag zijn begrepen eventuele vakantie-uitkeringen krachtens WAO, IVA, WGA en WW.
Artikel 16

Arbeidsongeschiktheid
Intentie ziekteverzuimbeleid

Werkgever zal een aanvulling geven boven op de wettelijke regelingen betreffende ziektewet en arbeidsongeschiktheid.


Ziekteverzuimpreventie en re-integratie zijn gemeenschappelijke verantwoordelijkheden van werkgever en werknemer. Goed werkgeverschap laat zich niet alleen vertalen in inkomensgaranties en aanvullingen, maar vooral door inspanningen te leveren om arbeidsongeschiktheid te voorkomen en werken te belonen. Het ziekteverzuimpreventie- en re-integratiebeleid staat binnen de onderneming centraal en zal daar waar nodig en mogelijk nog verder verbeterd worden in direct overleg met betrokkenen, waarbij de OR vanzelfsprekend intensief participeert. Werkgever zal zich blijvend intensief inspannen om voor (gedeeltelijk) arbeidsgeschikte werknemer passend werk te vinden. In eerste instantie intern en indien niet mogelijk extern met behulp van een re-integratiebedrijf.

Vanzelfsprekend zal in voorkomende gevallen het Sociaal Medisch Team (SMT) actief opereren in de begeleiding naar passend werk.


Op individueel niveau kunnen verlichtende maatregelen worden getroffen met betrekking tot de consignatiediensten, de zaterdagarbeid, de roosterplanning en het voorkeursrecht dagdienst. Dit individueel maatwerk is gebaseerd op het overleg tussen de arbodienst en het SMT waarin de belasting en belastbaarheid wordt vastgesteld.
1.
Indien een werknemer ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, gelden voor hem met uitsluiting van de bepalingen van artikel 7:629 BW, maar onverminderd de bepalingen van de Ziektewet, de Wet arbeid en zorg en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), voor zover hierna niet anders is bepaald.
2. Voor wat betreft de inkomenssituatie tijdens arbeidsongeschiktheid volgens dit artikel wordt uitgegaan van een aaneengesloten (of daarmee wettelijk gelijkgestelde) ziekte-
periode. Binnen deze periode wordt onderscheid gemaakt in:

a) De eerste ziekteperiode van maximaal 104 weken, waarin overeenkomstig de Wet verbetering poortwachter zo spoedig mogelijk re-integratie en participatie van de arbeidsongeschikte werknemer prioriteit heeft.

b) De WIA-periode waarin de werknemer naar de mate van arbeidson­geschiktheid in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) of de Werk­hervattingregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA).
3. Loondoorbetaling en aanvulling tijdens de eerste 104 weken arbeidsongeschiktheid:

a) Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende maximaal 104 weken 70% van het maandinkomen (tot maximaal het voor de werknemer geldende maximum dagloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen) worden doorbetaald.

b) De werknemer ontvangt een aanvulling:

- in de eerste 26 weken tot 100% van het maandinkomen;

- in de daarop volgende 26 weken tot 90% van het maandinkomen;

- in de daarop volgende 52 weken tot 85% van het maandinkomen.

c) De werknemer die de werkzaamheden of om-, her- of bijscholing in het kader van re-integratie naar een andere functie (gedeeltelijk) hervat, ontvangt een aanvulling boven hetgeen met werken wordt verdiend.

Deze aanvulling vindt als volgt plaats:

- in de eerste 52 weken tot 100% van het maandinkomen;

- in de daarop volgende 52 weken wordt hetgeen dat met werken wordt verdiend,

aangevuld met 90% van het arbeidsongeschiktheidspercentage.
4. WIA-WGA periode

a) De werknemer die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de categorie minder dan 35%, ontvangt het 3e tot en met het 7e ziektejaar een aanvulling boven hetgeen met werken wordt verdiend. Deze aanvulling vindt als volgt plaats:

- in het 3e jaar tot 90% maal het arbeidsongeschiktheidspercentage;

- in het 4e jaar tot 80% maal het arbeidsongeschiktheidspercentage;

- in het 5e jaar tot 70% maal het arbeidsongeschiktheidspercentage;

- in het 6e jaar tot 60% maal het arbeidsongeschiktheidspercentage;

- in het 7e jaar tot 50% maal het arbeidsongeschiktheidspercentage.

b) De werknemer die voldoet aan de voorwaarden voor een uitkering op grond van de

WGA en aldus arbeidsongeschikt is voor meer dan 35%, ontvangt gedurende het 3e tot en met het 7e ziektejaar bovenop de WGA uitkering een aanvulling van 5% van het oude maandinkomen.
5. WGA-hiaat verzekering

Werkgever sluit een collectieve WGA-hiaatverzekering af. De kosten voor deze

verzekering worden gefinancierd vanuit een reservering van 0,5% van de loonsom. Dit budget dient tevens ter financiering van de IVA aanvullingsregeling. Indien het betreffende budget op enig moment niet toereikend blijkt te zijn, wordt het budget in eerste instantie aangewend ter financiering van de IVA aanvullingsregeling.
6. WIA-IVA periode

Voor de werknemer die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en die voldoet aan de voorwaarden voor een uitkering op grond van de IVA, geldt:

a) Een aanvulling tot 100% van het maandinkomen, eventueel met terugwerkende kracht, gedurende de eerste ziekteperiode van 104 weken.

b) Een aanvulling tot 10% van het maandinkomen (tot maximaal het voor de werknemer geldende maximum dagloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen) gedurende de ziekteperiode na 104 weken, onder voorwaarde dat het financieringsbudget (0,5% van loonsom) toereikend is, Een en ander zoals in lid 5 van dit artikel beschreven.


7. Aanvullende WGA-IVA verzekering

a) De verzekering voorziet in een uitkering bij voortdurende arbeidsongeschiktheid bovenop de WGA-IVA uitkering en bedraagt 80% van dat deel van het inkomen dat niet door de sociale verzekeringswetten wordt gedekt (maximum dagloon).

b) Werknemers nemen verplicht deel aan deze door werkgever afgesloten collectieve verzekering. De premie voor deze verzekering komt voor 60% voor rekening van werkgever en voor 40% voor rekening van de werknemer.
c) De uitkering uit deze verzekering wordt verrekend met de in lid 4b en lid 5 van dit artikel vermelde aanvulling. Zodra de maximum aanvullingstermijn is bereikt, wordt de uitkering rechtstreeks aan de werknemer overgemaakt.
8. De in lid 1 tot en met 7 van dit artikel genoemde uitkeringen c.q. aanvullingen worden niet toegekend aan de werknemer, die de betreffende controlevoorschriften niet stipt naleeft.
In geval van misbruik dan wel indien de arbeidsongeschiktheid te wijten is aan eigen schuld van de betrokken werknemer, verliest hij eveneens iedere aanspraak op de in lid 1 tot en met 5 van dit artikel bedoelde uitkeringen c.q. aanvullingen.
9. De in lid 1 tot en met 7 van dit artikel genoemde aanvullende uitkeringen worden in elk geval gestaakt met ingang van de datum, waarop de desbetreffende werknemer de in de pensioenregeling vastgestelde pensioendatum heeft bereikt.
10. Indien en voor zover een werknemer ter zake van zijn arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of uit hoofde van een hem overkomen ongeval een vordering tot schadevergoeding jegens een of meer derden kan doen gelden, zullen de in lid 1 tot en met 7 van dit artikel genoemde door de werkgever te betalen aanvullende uitkeringen niet worden verstrekt. Indien en voor zover de werknemer in een zodanig geval echter zijn recht op schadevergoeding ter hoogte van het bedrag van die aanvullende uitkeringen aan de werkgever overdraagt, zal de werkgever aan de werknemer voorschotten uitkeren tot dat bedrag. Het op deze wijze door de werknemer aan voorschotten genoten bedrag zal worden verrekend met wat de werkgever van derde(n) als schadevergoeding ontvangt.

11. De werkgever zal een commissie van toezicht samenstellen waarin ook werknemers in de zin van deze cao zitting hebben. Deze commissie heeft onder andere de bevoegdheid de werkgever voorstellen te doen om in ongunstige zin af te wijken van het onder lid 1 tot en met 7 van dit artikel bepaalde. De werkgever is in die gevallen bevoegd geheel of gedeeltelijk uitvoering te geven aan deze voorstellen.


Artikel 17

Zorgverzekering
1. De werknemer die deelneemt aan een door de werkgever afgesloten collectieve zorgverzekering komt in aanmerking voor een collectiviteitskorting.
2. Werkgever voert een actief en preventief gezondheidsbeleid en hecht er grote waarde aan

dat werknemers goed verzekerd zijn. Ter voorkoming van uitval en realisatie van een

spoedig herstel wil werkgever het afsluiten van aanvullende verzekeringen op de terreinen van onder andere fysiotherapie en psychische hulpverlening stimuleren door middel van een extra financiële werkgeversbijdrage van € 20,- bruto per maand.
Artikel 18

Uitkering bij overlijden
Indien een werknemer overlijdt, zal aan zijn nagelaten betrekkingen een overlijdensuitkering worden verstrekt, gelijk aan het bedrag van het aan de werknemer laatstelijk rechtens toekomende salaris over het resterende deel van de kalendermaand van overlijden plus de twee daarop volgende kalendermaanden. Op dit bedrag wordt door de werkgever in mindering gebracht, hetgeen de nagelaten betrekkingen ter zake van het overlijden van de werknemer toekomt ingevolge de sociale verzekeringswetten.

Onder nagelaten betrekkingen wordt verstaan:

a) de langstlevende der echtgenoten, mits deze niet duurzaam gescheiden leefden;

b) indien deze niet meer in leven is of de echtgenoten duurzaam gescheiden leefden, de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen.

Onder laatstelijk rechtens toekomend salaris wordt in dit artikel verstaan het laatstelijk
genoten salaris vermeerderd met ploegentoeslag, beloningen voor overwerk voor zover deze
extra beloningen niet een incidenteel karakter dragen, vakantietoeslag en vast overeengekomen jaarlijkse uitkeringen.
Artikel 19

Pensioenen
1. In de onderneming van werkgever geldt een pensioenregeling, waaraan deelname verplicht is met inachtneming van het gestelde in de pensioenregeling.
2. De pensioenregeling is ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds Vredestein Banden. Op de ingangsdatum van deze cao kent de pensioenregeling de onderstaande kenmerken:

a) De regeling betreft een voorwaardelijk geïndexeerde middelloonregeling. De regeling kent twee soorten indexatie, te weten loonindexatie voor de werknemers (de Apollo Vredestein loonindex) en prijsindexatie voor de overige categorieën deelnemers.

b) De hoogte van de franchise wordt bepaald door hetgeen in de Pensioenwet als minimum is vastgelegd.

Voor het jaar 2013 bedraagt de franchise € 13.227,-. c) De doorsnee pensioenpremie is voor de werkgever 14,9% en voor de werknemer 10,0% van de pensioengrondslag.

d) Het opbouwpercentage van het ouderdomspensioen bedraagt 2,25% per jaar.
3. De inhoud van de regeling, alsmede de hoogte en verdeling van de pensioenpremie zijn onderwerp van gesprek tussen cao-partijen.
4. Vakbonden worden tijdig geïnformeerd over de van toepassing zijnde indexatie in enig jaar.
Artikel 20

Eindejaarsuitkering
1. De werknemer ontvangt in de maand december een extra uitkering van 8,33% over de som van de in dat jaar verdiende maandinkomens.
2. De uitbetaling van de eindejaarsuitkering vindt plaats met de salarisbetaling van december.
3. Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt eventueel teveel of nog niet uitgekeerde eindejaarsuitkering verrekend.
Artikel 21

Levensloop
Sinds 1 januari 2012 is nieuwe deelname aan de regeling niet meer mogelijk.
Artikel 22

Keuzesysteem
1. De werkgever biedt een keuzesysteem arbeidsvoorwaarden aan met als doel tegemoet te komen aan de individuele wensen en behoeften van de werknemer. Het keuzesysteem is vastgelegd in een reglement.
2. De beschikbare bronnen en doelen zijn:


Doelen
Bronnen

Tijd

sparen


Premie

sparen


Loon

Aanvulling

Lager salaris



Scholing

Verhoging 5 ploegen

toeslag


(ver)koop

dagen


Eindejaarsuitkering



















Maandinkomen



















Extra uren


















ADV dagen

















Vakantietoeslag



















Vakantiedagen















3. Bij het uitruilen van arbeidsvoorwaarden dient rekening te worden gehouden met het wettelijk minimumloon, de minimum vakantietoeslag zoals genoemd in artikel 15 lid 1b en het wettelijk minimum aantal vakantiedagen.


Artikel 23

Reiskostenvergoedingsregeling
1. De regeling gaat er van uit dat de werknemers zelf hun woon-werkverkeer regelen. Zij ontvangen in dat geval daarvoor een bijdrage in de gemaakte kosten. De hoogte van de vergoedingsbedragen is gebaseerd op de geldende tarieven openbaar vervoer en zal jaarlijks worden aangepast conform de tariefswijzigingen. De actuele tabel met vergoedingsbedragen is te vinden op het intranet.
2. Voor de toepassing van de regeling maakt het gebruikte vervoermiddel geen verschil.
3. Vergoeding

De vergoeding is afhankelijk van de af te leggen afstand. De afstand wordt gemeten tussen de woonkern/woonwijk van de woonplaats en het bedrijf. Een vergoeding wordt gegeven tot een afstand van maximaal 40 km. Dit is de grens van het normale wervings- en woongebied. De vergoeding wordt per gewerkte dag berekend en per maand uitbetaald.

Bij verandering van woonplaats, geldt een eventueel hogere/lagere vergoeding met ingang van de eerstvolgende maand.
4. Overwerk of afwijkende werktijden

Indien een werknemer incidenteel moet overwerken of werken op afwijkende tijden en bij de aanvang of afloop van de werktijd openbaar vervoer ontbreekt, is de interne autoregeling 1100 van toepassing.


Artikel 24

Bedrijfsreglement
1. De werkgever is bevoegd een bedrijfsreglement waarin nadere voorschriften ten aanzien van de arbeid in het bedrijf zijn opgenomen in te voeren.
2. Het bedrijfsreglement mag geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met het in deze overeenkomst bepaalde.
3. De vaststelling van het reglement vindt plaats in overleg met de OR, onverminderd het recht van de vakbond hierover met de werkgever overleg te plegen.
Artikel 25

Tussentijdse wijzigingen
1. In geval van ingrijpende veranderingen in de algemene economische verhoudingen in Nederland, zijn partijen bevoegd ook tijdens de duur van deze cao, wijzigingen in de salarisbepalingen aan de orde te stellen.
2. Indien over de voorgestelde wijzigingen binnen 2 maanden nadat deze aan de orde zijn gesteld geen overeenstemming wordt bereikt, is de partij die de wijzigingen heeft voorgesteld, gerechtigd deze cao met een termijn van een maand per aangetekend schrijven aan alle partijen op te zeggen.
Artikel 26

Beroepsrecht
Uitgangspunt is dat een meningsverschil tussen leidinggevende en werknemer in samenspraak wordt opgelost. Eventueel met ondersteuning van naaste hogere leidinggevende en/of de afdeling P&O.

Indien e.e.a. voor de werknemer niet tot een bevredigende oplossing leidt, kan betrokkene een beroep doen op OR en vakbonden.


Artikel 27

Aanvullende afspraken
1. Werkgelegenheid

Tijdens de looptijd van de cao worden per jaar 10 WEP-plaatsen beschikbaar gesteld voor diverse doelgroepen om werkervaring op te doen. In het regulier overleg tussen cao partijen wordt de voortgang en ervaring besproken..


2. Vakbondscontributie

Werkgever biedt de mogelijkheid vakbondscontributie fiscaal vriendelijk te verrekenen met

de betaling van de eindejaarsuitkering. Deze regeling geldt indien en voor zover één en
ander fiscaal is toegestaan.
3. Woon-werkverkeer

De fiscaal vriendelijke mogelijkheden voor reiskostenvergoeding woon-werkverkeer


kunnen op individueel verzoek worden toegepast. Het bruto maandsalaris zal hierop
vervolgens worden aangepast. Deze regeling geldt indien en voor zover een en ander
fiscaal is toegestaan.
4. Werkgeversbijdrage

De bestaande AWVN-regeling wordt voortgezet.


5. Seniorenregeling

In het kader van inzetbaarheid en vitaliteit komen cao partijen overeen om de huidige seniorenregeling om te bouwen en een andere invulling te geven. Inzet is een nieuwe regeling te introduceren voor 1 januari 2014. Dit betekent dat de cao bij overeenstemming tussen cao partijen tussentijds op dit onderdeel wordt aangepast. De seniorenregeling blijft vooralsnog ongewijzigd.

6. Internationaal vakbondswerk

Werkgever stelt in 2013 en in 2014 € 2.500,- beschikbaar aan respectievelijk CNV Vakmensen en FNV Bondgenoten voor het internationaal vakbondswerk ten behoeve van verbetering van de arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden. Projecten worden in onderling overleg tussen werkgever en vakbond bepaald.

7. In een regulier overleg wordt aandacht besteed aan de onderwerpen vitaliteit en inzetbaarheid, arbeidsomstandigheden, RIE en jaarplannen, de reservering van 0,5% van de loonruimte (waaruit de WGAhiaatverzekering en de IVA –aanvullingsregeling worden gefinancierd) en op het moment dat fiscale en wettelijke kaders duidelijk zijn wordt ook pensioen geagendeerd.

Artikel 28



Duur van de collectieve arbeidsovereenkomst

De bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden vanaf 1 april 2013 tot en met 31 maart 2015 zonder dat opzegging is vereist.

PROTOCOL 1

Bedrijfstijdverlenging
1. Bedrijfstijd

a) De bedrijfstijd voor een productiebedrijf of een gedeelte daarvan en de daarvoor benodigde ondersteunende diensten kan worden uitgebreid tot 144 uur per week.

b) Het tijdstip van invoering dient tijdig aan de werknemers te worden meegedeeld. Genoemd tijdstip wordt bepaald door commerciële wenselijkheid en technische en organisatorische mogelijkheden.
2. Arbeidstijd/roosters

a) De arbeidstijd per werknemer in B.T.V.-roosters bedraagt gemiddeld 36 uur per week op jaarbasis, verdeeld over maximaal 6 dagen per week. Een dienstrooster kan echter nooit meer dan 48 uur per week omvatten. Een dienst omvat 8 uur.

b) Op zondag wordt niet gewerkt. De zondag dient 24 uur te omvatten en wordt geacht aan te vangen 24 uur voorafgaand aan het aanvangstijdstip van de eerste dienst van de week. Bij een B.T.V.-rooster loopt de zondag van zondagmorgen 07.00 uur tot maandagmorgen 07.00 uur.

c) Werknemers kunnen in geval van gewetensbezwaren de werkgever verzoeken om vrijgesteld te worden van de verplichting om roostermatig zondagsarbeid te verrichten.


De werkgever zal in dat geval de werknemers niet verplichten tot het verrichten van genoemde zondagsarbeid, doch een ander tijdstip bepalen waarop deze arbeid alsnog wordt verricht.

d) Vaststellen van het rooster vindt plaats in overleg met de OR.


3. Arbeidsvoorwaarden

a) De beloning wordt vastgesteld aan de hand van de salarisschaal, verhoogd met een toeslag van 24%.

b) Op feestdagen wordt niet roostermatig gewerkt. Mocht dit toch het geval zijn dan is artikel 12 lid 5 van toepassing. Bij de vaststelling van de roosters zal worden gestreefd naar een optimale verdeling van de feestdagen die op werkdagen vallen.
4. Formatie

Formatie van de 4e ploeg in B.T.V.-roosters, geschiedt in eerste instantie uit het bestaande personeelsbestand.


5. Overwerk

Indien de B.T.V.-roosters operationeel zijn zal werkgever, calamiteiten voor­behouden, werknemers werkzaam in dit rooster niet verplichten overwerk op zondag te verrichten. Bovendien zal werkgever het overwerk op andere dagen zoveel mogelijk beperken.


6. Procedure bij invoering

a) Indien de directie overweegt gebruik te maken van de mogelijkheid tot bedrijfstijdverlenging tot 144 uur per week, maakt zij dit kenbaar aan de OR en aan de vakbonden.

b) De presentatie in de OR dient de volgende aspecten te omvatten:

- de marktsituatie en productiecapaciteit;

- de bedrijfseconomische consequenties;

- de betrokken afdelingen en aantallen;

- het effect op de werkgelegenheid;

- het tijdstip van invoering;

- de interne voorlichtingsprocedure.

c) De OR beoordeelt aan de hand van de door de directie verstrekte informatie op bovengenoemde aspecten de noodzaak/wenselijkheid van de voor­gestelde maatregel en brengt advies uit.


7. Cao

De materiële condities waaronder B.T.V. plaatsvindt, zijn vastgelegd bij cao en zijn onderwerp van gesprek bij cao-onderhandelingen

PROTOCOL 2

5-ploegendienst
De arbeidstijd per werknemer in het 5-ploegendienstrooster bedraagt gemiddeld 33,6 uur per week op jaarbasis, verdeeld over 7 dagen per week.

De ploegentoeslag voor de 5-ploegendienst bedraagt 25% op het maandsalaris. Werknemers kunnen de 25% toeslag verhogen tot maximaal 28%, als daarvoor per kalenderjaar bovenwettelijke vakantiedagen worden ingeleverd: 1 dag staat voor 0,5%. E.e.a. dient schriftelijk te worden vastgelegd vóór 1 januari van enig jaar.


Op feestdagen, zoals bedoeld in artikel 12 van de cao, wordt in principe niet gewerkt.

Indien collectief werken op feestdagen, voor de 5 ploegendienst, noodzakelijk is, vindt dit plaats na instemming door de OR. Voor zover mogelijk wordt het werken op feestdagen op vrijwillige basis ingevuld door middel van uitruilmogelijkheden tussen werknemers te faciliteren. De beloning, te noemen Feestdagentoeslag, is conform de overwerkregeling in artikel 11 van de cao. De Feestdagentoeslag is pensioengevend.

In principe wordt op Kerst, Oud- en Nieuwjaar niet gewerkt. Indien dit toch noodzakelijk blijkt zal dit pas plaatsvinden na instemming door de OR en zal in dat geval de overwerktoeslag van artikel 11 van de cao van toepassing zijn. Dit overwerk is eveneens pensioengevend.

Verder geldt voor feestdagen (behalve Kerstmis en Nieuwjaar) dat de 24 uur van de feestdag geen gebroken dienst zal opleveren. Dit houdt in dat de feestdag start op de dag voorafgaand aan de feestdag om 23.00 uur en duurt tot de volgende dag 23.00 uur.


Op Kerstmis en Nieuwjaar geldt hetzelfde, met dien verstande dat op de dag voorafgaand aan de feestdag (24 december c.q. 31 december) de werkzaamheden om 18.00 uur worden beëindigd conform artikel 12.

De feestdagen voor Kerstmis beginnen op 24 december om 18.00 uur en eindigen op


26 december om 24.00 uur. nieuwjaarsdag begint op 31 december om 18.00 uur en eindigt op 1 januari om 24.00 uur.

De andere feestdagen duren 24 uur en beginnen om 23.00 uur en eindigen daags daarop om 23.00 uur.

Voor wat betreft de opname van betreffende uren tussen 18.00 uur – 24.00 uur wordt verwezen naar artikel 12 van de cao.

De dienstroosters zullen in overleg met de OR jaarlijks worden vastgesteld.


Afspraak tussen partijen

Zolang de benodigde bandenproductie het structureel werken in de weekenden noodzakelijk maakt zal werkgever het systeem van de 5-ploegendienst hanteren zoals in de cao geregeld.



Als er eventueel in de toekomst een klokurenmatrix in de cao wordt opgenomen, zal de toepassing hiervan op de 5-ploegendienst niet leiden tot een toeslag beneden de 25%.
PROTOCOL 3

RE-INTEGRATIEPROTOCOL
1.
De werkgever zal een aanbod tot passend werk – zowel bij een interne als een externe functie – schriftelijk (laten) doen. Het aanbod vermeldt tevens het wettelijk recht van de werknemer een second opinion aan te vragen bij het UWV. De werknemer dient deze second opinion binnen 10 dagen aan te vragen.
2.
Indien de weigering tot werkhervatting bij second opinion ten onrechte blijkt, zal de werknemer onmiddellijk het passende werk aanvangen.
3.
De werkgever draagt zorg voor voorlichting van de werknemer over de rechten en plichten voortvloeiend uit de Wet verbetering poortwachter. Dit betekent onder meer voorlichting over moment van ziekmelding, plan van aanpak, re-integratieverslag, aanvraag WIA en aanvraag persoonsgebonden budget.
4.
De werkgever zal in overleg met de OR komen tot een selectie van één of meer re-integratiebedrijven waarmee kan worden samengewerkt in het kader van het re-integratieproces van werknemers. Eventueel kunnen de re-integratiediensten ook worden geleverd door de Arbodienst van de werkgever. Bij de keuze van het re-integratiebedrijf zal onder meer aandacht worden besteed aan zaken als privacyreglement, klachtenregeling, beroepsprocedure, maatwerk per werknemer en andere kwaliteitseisen.
5.
Binnen een periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid kan bij herplaatsing bij een
andere werkgever een periode van detachering worden afgesproken van 3 tot maximaal 6 maanden. Gedurende deze detacheringsperiode blijven de arbeidsvoorwaarden van de werkgever. van kracht. De detacheringsperiode mag de periode van twee jaar arbeidsongeschiktheid niet overschrijden.
6.
Bij een succesvolle herplaatsing buiten de onderneming zullen in voorkomende gevallen afspraken gemaakt worden over de voorwaarden waaronder het dienstverband met werkgever zal worden beëindigd.
7.
In voorkomende gevallen zal voorlichting plaatsvinden met betrekking tot opname vakantiedagen tijdens arbeidsongeschiktheid.
1   2   3   4

  • Toeslag voor ploegenarbeid
  • Beloning voor overwerk, consignatie, extra reis- en verschoven uren
  • Uitkering bij overlijden
  • Levensloop Sinds 1 januari 2012 is nieuwe deelname aan de regeling niet meer mogelijk. Artikel 22 Keuzesysteem
  • Reiskostenvergoedingsregeling
  • Tussentijdse wijzigingen
  • Duur van de collectieve arbeidsovereenkomst

  • Dovnload 346.23 Kb.