Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Collectieve arbeids- overeenkomst

Dovnload 346.23 Kb.

Collectieve arbeids- overeenkomst



Pagina3/4
Datum12.03.2017
Grootte346.23 Kb.

Dovnload 346.23 Kb.
1   2   3   4

BIJLAGE 1





Functiegroepen

Punten ORBA – PM

Referentiefuncties

A

0,0 – 25




B

25,5 – 47




C

47,5 – 69

Bedieningsman

D

69,5 – 91

Assistent operator Allround medewerker logistiek

E

91,5 – 113

Operator

Telefoniste/receptioniste



F

113,5 – 134

Servicemonteur

Secretaresse

Monteur verspaning

1e Laborant

Medewerker crediteurenadministratie


G

134,5 – 153

Senior monteur

Medewerker customerservice B

Medewerker debiteuren-/ crediteurenbeheer


H

153,5 – 173

Productieplanner

Coordinator productie

Coordinator techniek

Senior transportplanner

Managementsecretaresse


I

173,5 – 193






BIJLAGE 2


Maandbedragen inclusief salarisverhoging 2,25% per 1 mei 2013



Maandbedragen inclusief salarisverhoging 2% per 1 april 2014




BIJLAGE 3a



Vakbondswerk in de onderneming
1.
Met inachtneming en erkenning van de eigen functie en taak van de OR krijgen de vakbonden binnen de grenzen van de mogelijkheden in de onder­neming en als regel buiten werktijd de gelegenheid om hun leden regelmatig te raadplegen omtrent bedrijfsaangelegenheden, zo mogelijk door middel van publicatieborden en vergaderruimten, indien daardoor de goede gang van zaken niet wordt verstoord.
2.
Indien in verband met het bepaalde in lid 1 de vakbonden een voorzitter (eventueel bestuur) van de bedrijfsledengroep willen laten optreden, zullen zij de werkgever hierover tevoren inlichten met vermelding van de naam (namen) van de betrokken werknemer(s).
3.
De werkgever die voornemens is een bestuurslid van de bedrijfsledengroep, die als zodanig bij hem bekend is, te ontslaan, zal hierbij dezelfde regels in acht nemen als geldend voor het ontslag van OR-leden gedurende de tijd dat de betrokken werknemer bedoelde functie bekleedt.
4.
Het aantal uren per vakbond bedraagt voor het contractjaar ± 1 uur per lid van deze vakbond. De vakbond doet opgave van het aantal leden dat hij in de onderneming heeft.
5.
Het bestuur van de bedrijfsledengroep zal vaststellen op welke wijze deze uren zullen worden gebruikt, met dien verstande dat eenzelfde vakbondsvertegenwoordiger per contractjaar niet meer dan 4 dagen aan deze activiteiten mag besteden.
BIJLAGE 3b

Sociaal Beleid
1.
Met inachtneming van het bepaalde in het geldende reglement voor de OR zal de werkgever de OR periodiek inlichten en raadplegen omtrent de gehele gang van zaken in de onderneming, in het algemeen en meer in het bijzonder omtrent het gevoerde personeelsbeleid. Bij de gegevens kunnen onder andere mede worden betrokken:

- de personeelsbezetting en de mutaties daarin;

- programma’s met betrekking tot opleiding, werkoverleg en promotie;

- aanstelling, ontslag en de mate van verzuim;

- beoordelings- en premiesystemen en overwerk.

2.
Indien een sociaal verslag wordt opgesteld, wordt dit tenminste 14 dagen voor de bespreking in de OR ter visie aan de werknemer voorgelegd dan wel op aanvraag van een werknemer ter beschikking gesteld.


3. Loopbaanontwikkeling

Minimaal 1 keer per jaar wordt het functioneren van iedere werknemer met hem door de betrokken leidinggevende besproken. In dit gesprek komen tevens de mogelijkheden ter sprake met betrekking tot de loopbaanontwikkeling van de betrokken werknemer. De inhoud van deze gesprekken wordt schriftelijk bevestigd.


4. Deeltijdarbeid

In de Wet aanpassing arbeidsduur (WAA) is een recht op deeltijdwerk geregeld. De wet geldt voor werkgevers en werknemers in de marktsector en in de overheidssector en is ook van toepassing op werknemers en ambtenaren die op basis van een arbeidsovereenkomst of aanstelling naar Nederlands recht werkzaam zijn in het buitenland. In het kort behelst de WAA het volgende:

- Een werknemer die minimaal een jaar in dienst is kan de werkgever vragen de arbeidsduur aan te passen. Dat wil zeggen te verminderen of uit te breiden.

- Het verzoek tot aanpassing moet minimaal vier maanden voor de gewenste ingang schriftelijk bij de werkgever worden ingediend onder opgave van het gewenste tijdstip van ingang, de gewenste omvang van de aanpassing en de gewenste spreiding van de uren over de week.

- Een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur kan ten hoogste eenmaal per twee jaar worden gedaan.

- In beginsel dient de werkgever het verzoek van de werknemer om aanpassing in te willigen, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.


De wet noemt een aantal situaties waarin er in ieder geval sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang. Het gaat hierbij niet om een limitatieve opsomming.


Bij vermindering van de arbeidsduur is er in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, indien die vermindering leidt tot ernstige problemen:

a) voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren;

b) op het gebied van de veiligheid of;

c) van roostertechnische aard.
Bij vermeerdering van de arbeidsduur is in ieder geval sprake van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang indien die vermeerdering leidt tot ernstige problemen:

a) van financiële of organisatorische aard;

b) wegens het niet voorhanden zijn van voldoende werk of;

c) omdat de vastgestelde formatieruimte of personeelsbegroting daartoe ontoereikend is.


- Bij cao kan alleen worden afgeweken ten aanzien van vermeerdering van de arbeidsduur. Als de cao geen bepaling kent over de vermeerdering van de arbeidsduur, dan kan de werkgever hierover afspraken maken met de OR.
Momenteel zal hier vaak nog niets over in de cao staan. De werkgever kan dan kiezen of hij iets in de cao wil regelen of dat hij dit apart met de OR wil regelen.
- De werkgever stelt de spreiding van de uren vast conform de wensen van de werknemer. De werkgever kan de gewenste spreiding echter wijzigen, indien hij daar een zo groot belang bij heeft, dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

- De werkgever moet wel reageren op het verzoek van de werknemer. Indien hij niet uiterlijk 1 maand voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk en onder opgave van redenen op het verzoek heeft beslist, wordt de arbeidsduur aangepast overeenkomstig het verzoek van de werknemer. De motivering van een eventueel afwijzend schriftelijk besluit is nodig om de werknemer de mogelijkheid te geven de zaak aan de rechter voor te leggen.


- De WAA is niet van toepassing op werkgevers die minder dan tien werknemers in dienst hebben. Een dergelijke werkgever wordt verplicht om een regeling inzake aanpassing van arbeidsduur op te stellen.
5. Psycho Sociale Arbeidsbelasting ( PSA).

De werkgever heeft in samenspraak met de OR in de handboekregeling 1301 een“ Reglement Psycho Sociale Arbeidsbelasting (PSA)” vastgelegd”.


BIJLAGE 3C

Organisatiebureaus

De werkgever zal ieder organisatieonderzoek door een extern bureau van tevoren aankondigen bij de OR. Ieder onderzoek door een interne organisatieafdeling waarvan aannemelijk is dat het sociale consequenties kan hebben, zal eveneens tevoren bij de OR worden aangekondigd.


De vakbonden zullen steeds op de hoogte worden gesteld van het voornemen een organisatieonderzoek bij de OR aan te kondigen.

De werkgever zal aan de OR mededeling doen van de overwegingen die tot het instellen van het onderzoek hebben geleid en van de doelstellingen die met het onderzoek beoogd worden.


BIJLAGE 3d

Fusie, sluiting, reorganisatie

In het kader van de verplichtingen die voortvloeien uit respectievelijk de Fusiegedragsregels 2000, de Wet op de Ondernemingsraden en de Wet melding collectief ontslag zal de werkgever, indien wordt overwogen:

- een fusie aan te gaan;

- een bedrijf of bedrijfsonderdeel te sluiten en/of;

-
een personeelsbezetting ingrijpend te herzien,

bij het nemen van zijn besluit de sociale gevolgen betrekken.


De werkgever zal de vakbonden, de OR en de betrokken werknemers inlichten omtrent de maatregelen en voorts met de OR en de vakbond overleg plegen over de eventuele daaruit voor de betrokken werknemers voortvloeiende sociale gevolgen. De in onderling overleg getroffen regelingen zijn vastgelegd in het Sociaal Begeleidingsplan.
BIJLAGE 3e

Veiligheid, milieu

1. Veiligheid


De werkgever zal alle maatregelen nemen welke nodig zijn voor de veiligheid in zijn onderneming. Ter bevordering van deze veiligheid en mede ter uitvoering van de wettelijke voorschriften ter zake zal de werkgever in samenwerking met de OR regelingen opstellen.


2. Milieu

a) De werkgever zal een beleid voeren, gericht op het voorkomen of verminderen van de belasting van het milieu. De vakbonden zullen hierover door de werkgever periodiek worden geïnformeerd.


In zijn opleidingsbeleid zal de werkgever aandacht geven aan verbetering van de interne milieuzorg.

b) De werkgever zal alle milieu hygiënische aspecten, verbonden aan het productieproces, aan de orde stellen in de OR. Maatregelen die dienaangaande genomen dienen te worden, zullen zo mogelijk in overleg met de OR worden uitgevoerd.
BIJLAGE 3f

Werkgelegenheid

Indien de continuïteit en de daarmee samenhangende werkgelegenheid in de onderneming hierdoor niet in gevaar gebracht wordt en voor zover hierover met de vakbonden geen eerdere en andere afspraken zijn gemaakt, zal werkgever tijdens de looptijd van de cao niet overgaan tot collectief ontslag, dan na diepgaand en indringend overleg met de vakbonden. Indien er reële vacatures, dat wil zeggen vacatures die opgevuld moeten worden om een doelmatige bedrijfsvoering te garanderen, ontstaan door onder meer natuurlijk verloop of wegens vervroegde uittreding zal werkgever deze vacatures opvullen en daarbij conform de bestaande procedures eerst de eigen werknemers in de gelegenheid stellen naar deze vacatures te solliciteren. Voorts zal de werk­gever alle voorkomende, extern te vervullen vacatures melden bij het UWV WERK-bedrijf en deze na vervulling afmelden. Ingeval het vacatures betreft van tijdelijke aard, waarin het UWV WERK-bedrijf niet op passende wijze kan voorzien, zal de werkgever voor deze gevallen een beroep doen op een NEN-gecertificeerd uitzendbureau. In dat geval zal de werkgever hiervan tevens kennis geven aan de OR en aan de vakbonden.


BIJLAGE 3g

Uitzendkrachten Apollo Vredestein B.V.

1. Werkgever maakt gebruik van uitzendkrachten om:

a) in een tijdelijk behoefte aan capaciteit te voorzien, als gevolg van het opvangen van

piekbelasting, vervanging bij arbeidsongeschiktheid/hoog ziekteverzuim op bepaalde

afdelingen en vakantie;

b) de instroom van gekwalificeerd vast personeel (de zogenaamde potentials) te faciliteren.

De uitzendkrachten, als bedoeld onder 1a. worden met ingang van de eerste dag betaald conform de Apollo Vredestein cao, inclusief de toepasselijke toeslagen, exclusief eindejaarsuitkering.
De uitzendkrachten, als bedoeld onder 1b. worden met ingang van de eerste dag betaald conform de Apollo Vredestein cao, inclusief de toepasselijke toeslagen en eindejaarsuitkering.
2. Werkgever draagt de onder 1a. bedoelde uitzendkrachten alleen werkzaamheden op die in de regel niet door werknemers in vaste dienst worden verricht. Mocht dit echter wel noodzakelijk zijn dan zal werkgever hierover, voorafgaand aan het inlenen overleg voeren
met de OR. Werkgever zal periodiek informatie verstrekken aan de OR over:

- naam en adres van het (de) uitzendbureau(s);

- aard en geschatte duur van de werkzaamheden;

- het aantal uitzendkrachten;

- de toepasselijke arbeidsvoorwaarden.
Werkgever zal in haar periodiek overleg met vakbonden per kwartaal schriftelijk informatie verstrekken over het aantal uitzendkrachten over het voorbije kwartaal. Tevens verstrekt werkgever informatie over de uitzendfase waarin deze uitzendkrachten zich bevinden.
BIJLAGE 3h

Overleg met betrekking tot investeringsplannen en werkgelegenheid

1. De werkgever zal de vakbonden tenminste 2 keer per jaar informeren over de gang van zaken binnen het bedrijf, over de voortgang van de herstructureringen en over het totale investeringsbeleid. Daarbij zal met name aandacht worden geschonken aan de ontwikkeling van de werkgelegenheid, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin.


2. De werkgever zal de vakbondsbestuurders periodiek mondeling informeren over het verloop van de omzet per groep van producten, de kostenontwikkeling en het bedrijfsresultaat. Voorts zullen daarbij de werkgelegenheidseffecten aan de orde worden gesteld.

In dit overleg kan een vakbondsbestuurder zich laten bijstaan door maximaal 1 bedrijfskaderlid.


3.
De werkgever zal bij duurzaam of tijdelijk verminderen of vervallen van werkzaamheden zoveel mogelijk trachten vervangende werkgelegenheid aan te bieden. Indien hierbij detachering, plaatsing in een andere functie en/of dienst, of overplaatsing naar een andere afdeling of vestiging noodzakelijk is, zal de werknemer hieraan redelijkerwijze zijn/haar medewerking verlenen.
BIJLAGE 3i

Studieverlof
Scholing wordt gezien als een belangrijk middel om de inzetbaarheid, weerbaarheid en vitaliteit van alle werknemers nu en in de toekomst op peil te houden en te optimaliseren. Continue opleiding bevordert de interne en externe mobiliteit, weerbaarheid en vitaliteit van werknemers.

Scholing en dus inzetbaarheid bevordering is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van werkgever en werknemer. Naast de verantwoordelijkheid van de onderneming met betrekking tot opleiden van werknemers, is het volgen van opleidingen tevens een belangrijke verantwoordelijkheid van de werknemer zelf. Per periode van 12 maanden – beginnend bij de aanvang van de opleiding die aan één of meer van onderstaande criteria voldoet, worden scholingsdagen toegekend in combinatie met eigen dagen:

1e t/m 5e dag = scholingsdag;

6e dag = eigen dag;

7e dag = scholingsdag;

8e dag = eigen dag;

9e dag = scholingsdag;

10e dag = eigen dag;

etc.
Werknemers kunnen ten behoeve van de eigen dag (en) een combinatie samenstellen uit:

- ADV-dagen;

- bovenwettelijke vakantiedagen;

- het tijdgedeelte van de beloning voor overwerk;

- tegoeden tijdspaarregeling;

- onbetaald verlof.

Verzoeken daartoe dienen tijdig door de betreffende werknemer te worden ingediend. Voor het volgen van een jobspecifieke opleiding die in opdracht van werkgever wordt gevolgd zullen geen eigen dagen worden ingezet.
Eerder genoemde criteria luiden:

- de opleiding/cursus stelt de werknemer in staat in de toekomst voor een andere functie binnen/buiten de onderneming in aanmerking te komen;

- de opleiding/cursus zal de werknemer in staat stellen met een diepere en bredere kennis van zaken zijn huidige/toekomstige functie beter te vervullen;

- de opleiding/cursus vergroot, in voorkomende situaties, de kansen voor de werknemer op de externe arbeidsmarkt.


Werkgever zal daarom zorgdragen dat:

- het opleidingsbeleid met instemming van de OR wordt vastgesteld;

- dat jaarlijks een opleidingsplan zal worden samengesteld, gericht op alle werknemers en dit voor advies aan de OR voorlegt;

- in het opleidingsplan zijn opleidingen opgenomen die de ontwikkeling en weerbaarheid van individuele werknemers bevordert; alsmede die opleidingsactiviteiten die voortvloeien uit de jaarlijkse loopbaangesprekken zoals bedoeld in bijlage 3b lid 3;

- de OR en de vakbonden over de opleidingsplannen en de voortgang met betrekking tot de uitvoering worden geïnformeerd;

- jaarlijks een evaluatie van het opleidingsplan met OR wordt besproken;

- indien de werkgever gebruik wenst te maken van overheidssubsidies, de aanvraag via het Opleidingsfonds Vakopleiding Procesindustrie loopt. De werk­gever verstrekt een vrijwillige bijdrage aan de OVP ten behoeve van het uit te voeren project, teneinde het fonds in de gelegenheid te stellen zorg te dragen voor de publiekrechtelijke cofinanciering.
BIJLAGE 4

Realisatie arbeidsduurverkorting
1. Toekenning ADV-dagen voor dag-, 2- en 3-ploegendienst

a) Algemeen

1. Gedurende een contractjaar zullen in totaal 16 ADV-dagen gelden voor werknemers in fulltime dienstverband die het gehele jaar in dienst zijn.

ADV-dagen worden per maand toegekend. Van deze 16 ADV-dagen kunnen dagen worden aangewend als scholingsdag conform bijlage 3i.

2. In de vakantieperiode (omvattende 2 betalingsmaanden) worden als regel geen ADV-dagen toegekend.

3. Aan de hand van de hierna omschreven afspraken tussen partijen maakt de afdelingsleiding een voorlopig individueel jaarschema op, waarin is aangegeven wanneer de ADV-dagen kunnen worden genoten. Dit schema wordt aan de betrokken werknemer uitgereikt. Binnen een periode van 2 weken na ontvangst, heeft de werknemer de gelegenheid zijn voorkeur bij de afdelingsleiding uit te spreken, één en ander met inachtneming van de tussen partijen afgesproken condities.


De afdelingsleiding honoreert eventuele voorkeuren voor zover dit niet leidt tot verstoring in de organisatie en deze uiteraard vallen binnen de algemeen geldende voorwaarden. Daarna stelt de afdelingsleiding het jaarschema definitief vast en reikt dit uit aan de betrokken werknemer.

4. Vier weken voorafgaande aan de als hiervoor omschreven toegewezen ADV-dag ontstaat definitief aanspraak op deze dag. Indien de afdelingsleiding in dat geval tot vaststelling van een andere ADV-dag zou willen overgaan kan de werknemer deze verandering weigeren. In alle overige gevallen (langere termijn dan 4 weken voorafgaand) zal de afdelingsleiding na overleg met betrokkene tot vaststelling van een andere ADV-dag overgaan. Deze wijziging dient schriftelijk aan betrokkene bevestigd te worden.

5. ADV-dagen worden toegekend in het contractjaar waarop zij betrekking hebben. Overheveling naar een volgend contractjaar is niet mogelijk.

6. Inroostering zal zodanig geschieden dat zoveel mogelijk ADV-dagen kunnen worden genoten aansluitend aan het weekend. Voor ploegendiensten minimaal 7 (inclusief eventuele collectieve ADV-dagen).

7. Inroostering zal voorts zodanig geschieden dat de werkorganisatie en de daarmee verband houdende interne en externe communicatie zoveel mogelijk ongestoord kan verlopen.

8. In weken waarin een werknemer is geconsigneerd zal geen ADV-dag worden vastgesteld.

9. In afwijking van het hiervoor bepaalde, kan voor werknemers werkzaam in door de directie te bepalen solofuncties de ADV-aanspraken anders dan roostermatig worden toegekend.

Deze toepassing geschiedt in overleg met de betrokken werknemer en kan bestaan uit:

- blokken van 5 ADV-dagen of meer;

- educatief verlof.


b) Samenvallen ADV-dag(en) en bijzondere omstandigheden

1. Tussentijdse indiensttreding of ontslag

Bij indiensttreding in de loop van het contractjaar bestaat aanspraak op dat aantal ADV-dagen zoals dat voor de resterende maanden in het jaarschema is voorzien. Bij beëindiging van het dienstverband vindt geen verrekening plaats van “te veel” of “te weinig” genoten ADV-dagen.

2. Ziekte

In geval van arbeidsongeschiktheid tijdens een ADV-dag heeft de werknemer recht op een vervangende ADV-dag met inachtneming van de volgende
bepalingen:

- vervangende dag wordt binnen 4 weken na werkhervatting door de afdelingsleiding aangewezen;

- per contractjaar kunnen maximaal 3 vervangende ADV-dagen (6 halve dagen) wegens ziekte worden toegekend;

- indien de werkhervatting plaats vindt na afloop van enig contractjaar, wordt de in artikel a.5 genoemde termijn verlengd met een maand.

3. ADV-dagen en geoorloofd verzuim

- Indien een ADV-dag samenvalt met een dag zoals bedoeld in artikel 13 van de ca, wordt geen vervangende ADV-dag toegekend.

4. ADV-dagen en OR/Vakbondswerk

-
Indien op een ADV-dag een OR-vergadering respectievelijk een overlegvergadering plaatsvindt wordt binnen 4 weken aan het betrokken OR-lid, indien hij aan die vergadering deelneemt, een vervangende ADV-dag toegekend.

-
Indien op een ADV-dag statutair vakbondswerk moet worden verricht, wordt binnen 4 weken aan het betrokken kaderlid een vervangende ADV-dag toegekend. Onder statutair vakbondswerk wordt verstaan een nader door partijen in te vullen aantal officiële vergaderingen.o

5. ADV-dagen en scholing

- Als regel zal geen ADV-dag worden toegekend op dagen waarop de werknemer moet deelnemen aan opleidingsprogramma’s.

- Is dit om organisatorische redenen niet mogelijk dan wordt binnen 4 weken een vervangende ADV-dag aangewezen.

6. Parttimers en ADV-dagen

Indien het arbeidscontract een ander aantal arbeidsuren omvat dan geldt voor fulltime werkers, wordt het aantal ADV-dagen pro rato vastgesteld en ingeroosterd analoog aan de fulltime werkers.


c) Roosterschema’s

1. Collectieve ADV-dagen

Per contractjaar kunnen 6 collectieve dagen worden vastgesteld, waarvan maximaal 4 ADV-dagen. Eventuele verdere uitbreiding van collectieve ADV-dagen kan in overleg met de vakbondsbestuurders worden vastgesteld. De overige ADV-dagen worden individueel toegekend en wel als nader omschreven.

2. Ploegendienst (2- en 3-ploegen)

Minimaal 7 ADV-dagen - inclusief eventuele collectieve ADV-dagen - worden toegewezen op dagen aansluitend aan enig weekend, de overige dagen worden gespreid door de week ingeroosterd.

3. Dagdienst

Inroostering vindt plaats op vrijdag(middag) en wel zodanig dat 50% van de bezetting per afdeling aanwezig is.

Voor die afdelingen (functies) waar dit organisatorisch niet mogelijk is, c.q. door de directie om bedrijfseconomische en/of commerciële redenen niet wenselijk wordt geacht, worden ADV-dagen toegekend op vrijdag of maandag.

Indien bedrijfsorganisatorische omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de ondernemingsleiding de ADV-dag vaststellen op een andere dag dan een maandag of vrijdag, zulks alleen na overleg met de betreffende werknemer.
2. Bedrijfstijd

a) Variabele bedrijfstijd

1. De arbeidsduur volgens dienstrooster kan per maand variëren tussen 128 uur (gemiddeld 32 uur per week) en 176 uur (gemiddeld 44 uur per week), gespreid over 4, 5 of 6 dagen van de week, echter niet op zondag.

2. Per kalenderjaar kunnen in totaal echter niet meer dan 12 weken “langer” en


12 weken “korter” gewerkt worden. Voor Apollo Vredestein B.V. geldt maximaal
18 weken langer dan wel korter. De invulling is sterk gerelateerd aan de markt-omstandigheden, waarbij tussentijdse bijsturing mogelijk is.

3. Op jaarbasis dient gemiddeld 37,5 uur per week te zijn gewerkt.

4. Het voornemen om tot variabele bedrijfstijd over te gaan zal minimaal 3 weken van tevoren bekend worden gemaakt aan de vakbonden. Over de invulling van de dienstroosters zal, conform artikel 5 lid 3 van de cao, overleg met de OR worden gepleegd. Toepassing en invulling van variabele bedrijfstijd behoeft de instemming van de OR.

5. De dienstroosters voor 3-ploegenwerkers voor maanden met een langere arbeidsduur dan 174 uur, zullen zodanig worden ingericht, dat in voorkomend geval maximaal 2 volledige extra diensten per week kunnen worden toegevoegd.

6. Indien in een maand gebruik wordt gemaakt van de variabele bedrijfstijd, zal werkgever het salaris niet verhogen respectievelijk niet verlagen. In dat geval zal werkgever de “nog niet gewerkte uren” als voorschot uitbetalen. Bij langere dienstroosters zal werkgever de meer gewerkte uren reserveren tot het moment van een korter dienstrooster. Overloop naar een ander contractjaar kan niet plaatsvinden. Ingeval van verbreking van het dienstverband of tussentijdse indiensttreding worden te veel of te weinig gewerkte uren verrekend.

7. De dienstroosters voor de werknemers in dagdienst zullen in geval van variabele bedrijfstijd zodanig worden ingericht dat zaterdags na 13.00 uur geen arbeid meer wordt verricht.

8. Voor uren gewerkt op de zaterdag (aansluitend aan de werkweek), of de zondag

(voorafgaand aan de werkweek), in het kader van variabele bedrijfstijd wordt i.p.v.

ploegentoeslag een roostertoeslag toegekend van 0,23% van het schaalsalaris per

gewerkt uur.

9. Werknemers die volgens het schema van de variabele bedrijfstijd hun werkzaamheden verrichten behoeven na een geplande ADV-dag op vrijdag géén werkzaamheden op zaterdag te verrichten, resp. voorafgaand aan een geplande ADV-dag op maandag géén werkzaamheden op zondag te verrichten, tenzij zij daarin toestemmen.
3. Rol OR

De OR zal toezien op een correcte toepassing van tussen partijen gemaakte afspraken met betrekking tot de herbezetting, voortvloeiend uit de arbeidstijdverkorting.


De OR zal toezien op een correcte toepassing in de locatie van de tussen partijen gemaakte afspraken met betrekking tot toekenning van ADV-dagen in het kader van arbeidstijd-


verkorting.

BIJLAGE 5


1   2   3   4

  • BIJLAGE 2

  • Dovnload 346.23 Kb.