Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


College 1 17 maart

Dovnload 115.5 Kb.

College 1 17 maart



Pagina3/5
Datum25.10.2017
Grootte115.5 Kb.

Dovnload 115.5 Kb.
1   2   3   4   5

College 4


Paige West - From modern production to imagined primitive.

Hoofdstuk 3

  • Koffie is een koloniaal product, het is geïntroduceerd. Koloniale tijd heeft voedingsbodem gelegd voor huidige koffiewereld.

  • Koloniale machten waren bezig met het pacificeren van koloniale groepen. Als je stopt met oorlog, moet je wel op een andere manier mensen met elkaar laten verhouden. Mensen moeten wat te doen hebben.

  • De mensen moesten ontwikkeld worden wilden ze echt deelnemen aan een economie. Er was wel een economie, maar dit was een ruileconomie.

  • De primitievelingen staan op de laagste treden van de sociale ladder, ze moeten ontwikkeld worden om mee te kunnen komen. Geld geïntroduceerd voor de economie.

  • Introductie van koffie nauw verband met aanwezigheid van koloniale machten. Het duurde wel even voordat koffie aansloeg. (Laatste hoofdstuk > de boon zelf representeert geld)

  • Veel contact met Westerse landen

  • Sociale relaties aangaan door het uitwisselen van items


Hoofdstuk 4

  • Economische systeem van uitwisseling. De producten die ze verbouwen horen bij hun identiteit, passen in de lokale kosmologie en verbinden mens, dier, plant en leefomgeving met elkaar op een complexe sociale manier. De producten die ze verbouwen hebben veel verschillende symbolische betekenissen, ze zijn ingebed in de sociale, culturele wereld.

  • Koffie heeft een andere rol, het is een commodity, het is geen vertaling van een bepaalde sociale relatie. De koffie past niet in hun wereld en heeft eigenlijk alleen handelswaarde (niet helemaal waar want sociale relaties worden anders georganiseerd omdat er andere handelsverbanden ontstaan, maar in mythologische en kosmologische zin heeft koffie niks). Ze drinken zelf geen koffie terwijl de andere producten worden gebruikt in huwelijksceremonies en als voeding. Koffie voedt alleen de wereldeconomie.

  • De koffie laat een verschuiving zien van collectiviteit naar een individuele samenleving. Bijdrage aan sociaal-culturele transformatie van de samenleving door koffie, betaalde arbeid, introductie Christendom etc.

  • Paradoxale ontwikkeling. Meer deel uitmaken van de mondiale wereld maar op lokaal niveau komt individu steeds meer centraal te staan. Moderne collectiviteit maar in zekere zin ook een lokale individualiteit.

  • Belangrijk begrip is personhood. Noties van personhood veranderen sterk. Niet meer verbonden aan anderen, maar meer jij je eigen individu onafhankelijk van de mensen in jouw omgeving.


Hoofdstuk 5

  • Belangrijk hoofdstuk  hoe de handel en tussenhandel zeer sterk benadrukt wordt door relaties. Het beeld van fairtrade koffie is dat tussenhandel negatief is. Zorgt ervoor dat de afstand tussen consument en producent te groot wordt en dat er ruimte komt voor negatieve zaken.

  • Deze sociale relaties zijn echter erg belangrijk. Met name de plekken waar langlopende relaties zijn tussen specifieke individuen, daar loopt de handel het best. Juist die hele lange keten, vooral in Guinea zelf, is van grote waarde voor de verbouwers omtrent de prijs en afname.

  • De mensen met wie Paige West werkt, begrijpen vaak zelf niet hoe de handel werkt en wat goede koffie is. Hoe verhouden wij ons tot mensen die wij niet kennen? Hoe weten wij hoe dingen gemaakt zijn door mensen die wij niet kennen? Zelfs al is koffie niet meer zo kosmologisch ingebed, het is wel degelijk een belangrijke schakel in sociale relaties, ook nieuwe sociale relaties met brokers. Door buitenstaanders worden brokers als negatief gezien omdat zij alleen zouden werken voor hun eigen winst, maar voor de sociale relaties is het juist goed.

College 5 - 28 april


Global traffic of Culture

Mobiliteit is ambigue  kosmopolitisme en counterkosmopolitisme (Malkki: zichtbaar in hoe ontwortelde mensen, bijvoorbeeld migranten, gezien worden. Matter of out of place).

Paradoxaal  hoe dichterbij de ander geografisch komt, hoe eerder we geneigd zijn om de ander als ‘van veraf’ te beschouwen.
Materiële mobiliteit = fysieke beweging van objecten.

Virtuele mobiliteit = internet, telefonie, social-media etc.

Materiele en virtuele mobiliteit in beweging. De invloed van handelsnetwerken op de sociaal-culturele voorstelling.


Errington et al. - Instant Noodles as an antifriction device

Food knows no national boundaries” (Errington et al.).

De kijk van Errington et al. op globaliseringsvraagstukken in relatie tot voeding is een positievere/andere benadering dan die van Paige West. Ze richten zich op het traject van instant noedels in Japan, VS en Papua Nieuw-Guinea (PNG). In dit college ligt de focus op PNG.


Instant noodles as an Antifriction Device: Making the BOP with PPP in PNG
1. Globalisering verloopt niet altijd met frictie (Anna Tsing - Friction), maar kan geruisloos en zonder al te veel commotie plaatsvinden. Kapitalistische marktwerking creëert natuurlijk ook onzekerheden, ongelijkheden en frictie, maar dit hoeft niet altijd zo te zijn volgens Errington et al. Culturele veranderingen kunnen ook bijna ongemerkt plaatsvinden. Symbolische vergelijking: Zo makkelijk als noedels te eten zijn, zo makkelijk kan globalisering ook gaan.
2. De BOP is gebaseerd op het neoliberale denken en geloof in marktwerking. De BOP komt voort uit een neoliberaal model dat ‘evolutionaire verandering’ belooft door middel van marktmechanismes: commercieel succes wordt verbonden aan persoonlijke en sociale ontwikkeling en vooruitgang. Sociale revolutie d.m.v. marktmechanismes. Er schuilt een enorm consumptiepotentieel in de armste van de samenleving.

  • Win-win situatie  bedrijf krijgt grotere afzetmarkt, en de afzetmarkt zelf ontwikkelt zicht tot consumenten die zich op de sociale ladder verheffen via consumptie. Ze gaan deelnemen aan de mondiale wereldeconomie.


3. De BOP is dan een ‘sociaal-economische categorie van actieve deelnemers aan de markt’. Hoe kan je ervoor zorgen dat mensen die geen cent te makken hebben toch gaan consumeren en hun geld gaan uitgeven. Voor de grote multinationals schuilt de uitdaging in het vinden en uitvinden van producten die makkelijk af te zetten zijn op de markt/BOP. Zoals bijvoorbeeld instant noedels.

Eerst moet de armste laag van de bevolking veranderd worden in de BOP. Ze moeten ambities hebben verder deel te nemen aan de consumptiemaatschappij. Maar er zijn maar weinig producten die dit kunnen bewerkstelligen (goedkoop en toch vullend). De noedels is hier wel succesvol in geweest.


De homogenisering van de BOP categorie

Instant noedels zijn uitgevonden in Japen en werden beschouwd als een uitdrukking van de moderne tijd. Steeds vaker zijn er mensen die geen eigen land meer tot beschikking hebben (in PNG). Ze zoeken naar goedkope vervangers voor de producten die ze eerst van eigen land haalde. Noedels vullen goed en kun je lang bewaren en werden dus snel wijdverbreid geaccepteerd. BOP viel samen met structural adjustment projects (opgelegd door WB en IMF). Vacuüm van terugtrekkende overheid werd opgevuld door bedrijfsleven. Van collectieve naar een veel sterkere individuele samenleving.


 Transitie van armen, naar BOP. BOP kent een grote culturele diversiteit, maar dit doet er niet toe. De enorme culturele verschillen tussen PNG taalgroepen en regio’s worden genegeerd en er wordt uitgegaan van een homogene groep consumenten. BOP homogeniseert en vertroebelt dus ook het beeld van de sociale ongelijkheid. Ze zien de hele groep als een marktpotentieel, ook al zitten er eigenlijk veel verschillen in.
Homogenisering van BOP is belangrijk! Culturele en etnische diversiteit verdwijnt/is niet meer relevant in het neoliberale kapitalistische denken over de Bottom of the Period, alleen het consumeren en economische vermogen en capaciteit van de BOP is belangrijk.  Het enige wat telt is consumptie en productie.

Waarom noedels?

Noedels zijn door hun alledaagsheid, hun (letterlijke en figuurlijke) verteerbaarheid een voorbeeld van anti-frictie globalisering: de auteurs stellen dat instant noedels de effecten van globalisering enigszins breken (‘cushion’).

Noedels zijn:


  • Good to buy

  • Good to think

    • Het eten van noedels past bij de wens te participeren in kosmopolitische netwerken. Deel uitmaken van dezelfde moderne wereld.

    • Noedels zijn niet controversieel. Het is een product wat in alle geloofsovertuigingen, vegetarisch etc. gegeten kan worden. Noedels wekken de indruk te nivelleren: we zijn allemaal het zelfde, want we eten allemaal noedels.

  • Good to sell:

    • Het is een makkelijk product, goed te verkopen aan de BOP.


Win-win situatie?

Dus noedels zijn door hun alledaagsheid en consumeerbaarheid een vorm van anti-frictie globalisering. Globalisering in de vorm van gemak. Ze onderhouden de stedelijk en rand-stedelijke bevolking. Maar hoewel de noedels de BOP onderhouden, betekent dit niet dat je ook op de sociale ladder stijgt als je noedels eet.



  • Is er dus wel sprake van een ‘win-win’? Bedrijf krijgt grotere afzetmarkt, en de afzetmarkt zelf ontwikkelt zich tot consumenten die zich op de sociale ladder verheffen via consumptie. Maar is die laatste win wel waar? Stijgt de consument door het eten van noedels op de sociale ladder? De win van de consumenten is niet zo belangrijk, zolang de bedrijven maar een afzetmarkt hebben.

  • Noedels worden gepresenteerd als voedzaam, makkelijke manier om je sociale leven te organiseren. Marketing: snel klaar en tijd over om je met andere zaken bezig te houden in je leven. Je draait mee in het moderne leven.

Noedels als voorbeeld van globalisering zonder frictie, in een soepele vorm. Ben je het hiermee eens?  Versimpelt beeld van globalisering? Invoering van noedels is ook niet echt een uitdagend concept wat frictie kan veroorzaken, onschuldig fenomeen, niet controversieel. Het is een product wat in alle geloofsovertuigingen (vegetarisch) gegeten kan worden. Heel anders dan bijvoorbeeld ritueel slachten.


1   2   3   4   5

  • College 5 - 28 april

  • Dovnload 115.5 Kb.