Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


College 1 17 maart

Dovnload 115.5 Kb.

College 1 17 maart



Pagina5/5
Datum25.10.2017
Grootte115.5 Kb.

Dovnload 115.5 Kb.
1   2   3   4   5

College 7 - 19 mei


Materiële en virtuele mobiliteit

The Machine is us/using us  filmpje over digital ethnography

Materiële beweging van producten/goederen neemt een bepaalde verdeling van macht met zich mee die lang niet altijd gelijk is verdeeld. Met de mobiliteit van bepaalde producten, mensen, ideeën veranderen er ook dingen in de culturele en sociale relaties tussen mensen.


Kosmopolitisme: de rol van de media in zowel de politiek burgerlijk als de culturele dimensies van het kosmopolitisme wordt steeds belangrijker. Eigenlijk zijn heel veel mensen in staat iets van het kosmopolitisme te verwerven door middel van media (Hannerz). Feit dat we de rest van de wereld kunnen zien d.m.v. media en internet wekt nieuwe vragen op over hoe dat te onderzoeken, maar ook over wat dat nou betekent voor hoe wij ons tot anderen verhouden.
Wilson & Peterson - The anthropology of online communities (2002)

Artikel verschenen in 2002 (verouderd). Ze vertellen ook dat de technologie die zij in het artikel beschrijven zonder twijfel in een aantal jaar outdated zal zijn, maar de processen die zij beschrijven zijn toch nog steeds geldig.


Ethiek van veldwerk doen online.

  • Informed consent: geven mensen toestemming en hebben ze inzicht in de resultaten van je onderzoek. Wat betekenen deze noties als je veldwerk gaat doen op internet? Je kan als totale vreemde door andermans fotoalbums bladeren op internet, hoe ga je daar nou mee om? Daar is nog weinig over vastgelegd.  Ethiek van veldwerk.

  • Andere vraag die je kan stellen: wie zijn deze mensen eigenlijk? Als je alleen op het beeld op internet afgaat heb je dan wel een goed beeld? Hoe is de verhouding tussen een offline en online sociaal leven?

Deze vragen worden door Wilson en Peterson al gesteld in hun artikel.
Verder schrijven ze dat door de moeilijke aard van internet er allerlei sciencefiction achtige verhalen werden gecreëerd. Met elkaar communiceren via computers, is eigenlijk heel vreemd, manier waarop we met elkaar in contact staan is in hele korte tijd enorm veranderd, en de snelheid waarmee is ook verbazingwekkend. Maar is het echt zo dat de wereld niet meer hetzelfde is sinds internet?

  • Internet veranderd weliswaar heel snel, maar wat er aan de hand is heeft nog steeds bettrekking op dezelfde sociale processen en culturele praktijken.

  • Internet brengt veranderingen mee, maar in hoeverre die radicaal anders zijn dan de introductie van andere technologieën is te betwijfelen. Zijn ze radicaal anders dan bijvoorbeeld met de komst van de trein, of de komst van de mobiele telefoon.

Er werd gedacht dat met de komst van het internet de wereld ten goede zou veranderen. Internet biedt zoveel mogelijkheden. Etnische minderheden kunnen hun stem laten horen via internet en misschien wel andere machtsverhoudingen creëren. MAAR zeggen Wilson en Peterson:



  • Internet is niet van de wereld aan het weg groeien, waar eerst internet misschien nog sciencefiction achtig buitenaards was, wordt het nu steeds meer ingebed in het sociale leven.

  • Dus internet zou misschien machtsverhoudingen kunnen veranderen, maar hoe meer internet ingebed raakt, hoe meer het meehelpt om bepaalde machtsverhoudingen te versterken. Veel landen weten juist hun macht te behouden door internet zeer streng te censureren en toegang te beperken.

Volgens Wilson en Peterson is de rol en het belang van antropologische onderzoek te gaan kijken naar de relatie tussen sociaal culturele praktijken buiten en binnen die communicatietechnologieën. Hoe verhoudt cyberspace zich t.o.v. andere ruimtes en plaatsen. Internet biedt een andere fieldwork site voor het onderzoeken van global capital, hoe etnische minderheden zich verhouden, etc.. Dingen die je buiten internet onderzoekt, zou je ook erbinnen kunnen onderzoeken.


Twee belangrijkste kernargumenten van Wilson en Peterson:

  1. “Inter-networked” computers zijn culturele producten die een plaats hebben binnen de sociale en politieke werelden waarbinnen ze zijn ontwikkeld. Ze zijn om die reden ook niet uitgezonderd van de regels en normen die gangbaar zijn in die werelden.

    • Internet als cultureel product voortkomend uit de sociaal-culturele samenleving, dus in antropologisch perspectief geen onderscheidt tussen offline en online ( komt overeen met het kernpunt van Slater: internet is niet alleen technologie, je kan het pas interpreteren als je de sociaal-culturele context meeneemt waarin het internet gebruikt wordt)

    • Het lijkt er soms op dat mensen het idee hebben dat het leven online niet zo echt is als het leven offline (of juist andersom) dichotomie. Maar juist de relatie tussen beide is waar de antropologische kracht eigenlijk zit, om te laten zien hoe internet als een van de communicatietechnologieën ingebed is in het sociale leven van nu.

    • We moeten niet denken dat de sociale relaties die mensen hebben online heel erg anders zijn dan de relaties offline. De focus is: hoe zijn cyberspace en de virtuele werkelijkheid verbonden aan bestaande geografische en sociale plaatsen?

  2. Het internet heeft een nieuwe arena gecreëerd voor zelfrepresentatie van zowel groepen als individuen. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan voor het veranderen van de macht en autoriteit in representatie van veelal gemarginaliseerde groepen zoals Native Americans en Australische Aborigines.

    • Mensen die gemarginaliseerd zijn hebben meer mogelijkheden in hand gekregen voor het claimen van een bepaalde identiteit, dat zet verhoudingen op scherp. De manier waarop mensen zich presenteren kun je niet begrijpen zonder de context mee te nemen.

    • Internet biedt een scala aan mogelijkheden, maar we moeten ons daar ook niet gek door laten maken en blijven kijken naar de relatie tussen internet en de fysieke sociale wereld.

Don Slater - Glimpsing God in the Internet (2008)

Als we willen begrijpen wat het internet is, dan moeten we het beschouwen als een cultureel artefact. Je ziet dat mensen, waar te wereld ook, een verschillende invulling geven aan internet. Internet is niet alleen technologie, je kan het pas interpreteren als je de sociaal-culturele context meeneemt waarin het internet gebruikt wordt overeenkomst met Wilson & Peterson


“Thick descripion”: de betekenissen die mensen geven aan het internet als materiële cultuur, komen voort uit de manieren waarop mensen de wereld om zich heen duiden en proberen daarop grip te krijgen. En omgekeerd: de manieren waarop het internet gebruikt wordt, is weer een afspiegeling van die culturele kijk.  Dus vanuit de native point of view benaderen. Wil je een fenomeen begrijpen dan moet je het in de context plaatsen.
Wat betekent dit voor een beter begrip van ‘het internet’?

Slater heeft een viertal punten van aandacht. ( tentamen)

  1. ‘Het internet’ is nergens hetzelfde, ook niet in mechanische zin.

  2. De term internet is veelal een verzamelnaam voor alles dat met ICT te maken heeft.  in plaats van te veronderstellen wat het is, kijkt Slater naar wat er nu allemaal bij hoort: hoe nemen mensen objecten en artefacten mee in een systeem van communicatie?

  3. Zelfs al zouden we het min of meer eens zijn over een kenmerk van hetzelfde object - internet - dan nog zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. (sluit aan bij punt 4)

  4. Wat mensen zien in het internet is zowel theoretisch als praktisch.  Internet kun je zien als een model voor hoe de wereld werkt, tegelijkertijd biedt het strategieën voor het bereiken van doelen in dat bepaalde model.  internet bekijken als een cultureel artefact, en vanuit daar onderzoeken, wat maken mensen daar nou van? Hoe gebruiken ze het? Waar is het voor hun een model voor?

 Internet niet als iets externs, maar iets wat geïncorporeerd is door de samenleving.

 Laten we ons niet te veel mee slepen over de retoriek over interconnectedness. We moeten erachter zien te komen wat mensen nou in het internet zien en hoe ze het gebruiken.

 Het internet bestaat in zekere zin niet, want dat wat mensen eruit halen moet je vanuit een bepaalde culturele context bekijken.

 Manieren waarop internet gebruikt wordt laat dus een emic point of view zien.
Aansluiting West bij Slater

Slater zegt dat het zinvoller kan zijn om naar communicatieve ecologie te kijken, hele landschap van communicatiemiddelen. Dus internet ook vergelijken met infrastructuur. In sommige situaties staan deze dingen op gelijk niveau: wegen zijn soms net zo cruciaal voor communicatie als het internet dat is.

West zegt ook als we het over mobiliteit hebben, hebben we het niet alleen over het simpel verplaatsen van koffiezaken, juist het verplaatsen is heel erg belangrijk. Zonder infrastructuur heb je niks, dan kan je wel internet hebben, maar dan kom je nog nergens.

Daniël Miller - Tales from Facebook (2011)

The Circle - Dave Eggers

Boek over social media en networking. Drie slogans:

“Secrets are lies”

“Sharing is caring”

“Privacy is theft”

Wat als de sociale plicht van facebook, twitter, heel ver doorgevoerd zou worden. Waarbij geheimen verboden zijn, privé bestaat niet meer, dat is diefstal, alles moet gedeeld worden.


Miller is wat milder over facebook. Hoe kun je facebook nu onderzoeken?

Miller’s studie is een invulling van hoe Slater betoogt dat we naar internet moeten kijken.


Vijftien hypotheses van Miller hoeft uit je hoofd!

Facebook and the individual



  • Facebook does not invent social networking, but it facilitates and expands it.  dichotomie tussen online en offline is helemaal niet terecht. Je gaat niet ineens netwerken omdat er facebook is, maar facebook zet je in omdat je nu eenmaal al een heel netwerk aan contacten hebt. Facebook is geen vervanging van sociaal contact, maar een uitbreiding daarop.

  • Facebook provides an additional space for personal expression, especially a more creative or extravert public presence, which may previously have been much restricted.  Facebook brengt een extra ruimte voor persoonlijke expressie en uitdrukking. Sommige mensen zeggen dat men op facebook zich anders voordoet, maar je kan ook stellen dat mensen altijd een masker op hebben. Iedereen presenteert zich altijd op een bepaalde manier.

  • Facebook is a kind of meta-best friend  het is altijd aanwezig, je kan er altijd op terugvallen, ook midden in de nacht is er iemand online die jou verhaal kan horen. In het abstracte is er altijd iemand waar je mee kan verbinden.

  • Facebook is aggregate of private spheres.  Mensen die op facebook vrienden met elkaar zijn kennen elkaar 9 van de 10 keer ook in real life. Het is dus niet zo dat iedereen die op facebook zit met elkaar in contact staat, het zijn een soort eilanden van netwerken.

  • Facebook impacts on an internal world of fantasy and imagination.  Facebook biedt een gelegenheid om meer te fantaseren. Je hebt toegang tot het leven van zoveel meer mensen, je ziet veel plaatsjes en filmpjes, spreekt meer tot je verbeelding.

Facebook and the community

  • Facebook has revived and expanded community; it facilitates rather than substitutes offline interaction.  Facebook creëert geen communities, maar breidt ze uit en faciliteert ze. Sommige contacten worden er wel beter door, maar deze contacten bestonden voorheen ook al.

  • Facebook tends to create normativity, however it usually reflects pre-existing modes of normative control.  hoe mensen met elkaar dienen om te gaan komt deels gewoon voort uit een bestaande normatieve sociale controle, maar voor een deel creëert het internet nieuwe normen (je kunt bijvoorbeeld niet zomaar iemand ‘ontvrienden’). Controle op facebook heeft een nieuwe normativiteit in zich. Misschien bevestigt of versterkt dit de bestaande sociale controle wel.

  • Facebook will become just one more medium for facilitating political action rather than a tool for the revolutionary transformations of politics.

  • Facebook is global in the sense that it is used around the globe but it is not becoming some kind of aggregate entity like a global consciousness or brain; its primary effects are on close social relationships.  de effecten zijn het meest voelbaar in je directe sociale kring, en niet zozeer met de mensen die aan de andere kant van de wereld online zijn.

Other consequences of Facebook:

  • Facebook changes our relationship to time.  alles gaat heel snel, contact is zo gelegd, mailtjes zijn zo verzonden, mensen sturen bijna nooit meer kaarten of brieven, dat lijkt bijna onzinnig met Facebook, Whatsapp en email.

  • Facebook changes our relationship to space.  facebook leidt tot de death of distance. Je bent altijd met iedereen in contact waar en wanneer je maar wilt. Je hoeft niet te horen hoe het ergens anders is (hoe warm op vakantie, of hoe het eruit ziet, dat kan je allemaal zo opzoeken).

  • Facebook changes the relationship between work and leisure  veranderd de relatie tussen werk en ontspanning. Juist doordat mensen voortdurend online zijn gaat die grens vervagen.

  • Facebook is not just corporate.  het is niet alleen deel van het bedrijfsleven, want dat zegt nog steeds niks over de aard van de contacten en de authenticiteit en de echtheid van de relaties die mensen aangaan op Facebook.

  • To understand Facebook one has to look at the wider context of its users’ lives rather than at the technology or the human-machine interface (compare Wilson and Peterson).  we moeten naar de bredere context kijken, je kan niet alleen kijken naar hoe mensen achter hun computer zitten en wat ze daarmee doen.

  • The future (use) of Facebook is difficult to ascertain. “The consolidation of the internet does not mean the consolidation of its users”.  misschien gebruikt iedereen over vijf jaar wel weer andere social media. Moeilijk te voorspellen.


Case studie - Choocky dancers - Aborigines.

Deze dans heeft zich buiten de lokale setting weten te verspreiden, en was daar in staat bestaande ideeën om te keren, of in ieder geval om daar een alternatief beeld tegenover te zetten.

 Ze laten een heel ander beeld zien. Bij Aborigines wordt dans vaak gebruikt in cross-culturele onderhandelingen. Dans in landrechtenkwesties, Olympische spelen, etc. Vorm van zelfrepresentatie, ook om machtsrelaties bespreekbaar te maken.

 Wat zo interessant is aan deze performance is dat ze stereotype verwachtingen van Aborigines op zijn kop zetten. Ze spelen met onze tradities. Iedere beweging is een citaat of verwijst naar iets wat andere mensen ook herkennen. Het wordt wereldwijd herkent en gezien. Griekse muziek, Michael Jackson bewegingen, etc.

 De performance maakte heel erg veel los. Veel discussie. Positief maar ook negatief (wel of niet authentiek). De act speelt zo met verwachtingen dat het een heel andere deur opende naar een politieke discussie over wat Aborigine zijn nou precies is? Wat gebeurt er met de local als je hem uit zijn lokale setting haalt?
Virtual face of indignity zichtbaar in vijf aspecten van online presence:

Hoe biedt ICT een alternatief podium en hoe maken indigenous mensen hier gebruik van?



  1. Indigenous peoples eigenen zich ICTs toe voor hun eigen doeleinden en op eigen wijzen.

  2. Internet dient als een forum voor het maken van claims op basis van etniciteit. Internet biedt een podium voor indigenous peoples om iets te zeggen over wie zij zijn als indigenous peoples. Je kunt het zo ook toe-eigenen (zie punt drie).

  3. Internet dient als forum voor het claimen van identiteit.

  4. Internet draagt bij aan verschuivingen in de betekenis van inheems zijn (‘native’).

  5. Internet verandert/heeft consequenties voor de condities van veldwerk.

Inreach-outreach continuüm  internet reikt binnen je eigen sociale netwerk en omgeving, lokaal publiek (inreach), maar het kan ook reiken tot een publiek wereldwijd (outreach).
Inheemse mensen kunnen tegen stereotyperingen in gaan via het internet. Je kan andere representaties van jezelf laten zien.

 Gevaar als je je interesseert in een cultuur om in stereotypes te gaan denken, denk aan kosmopolitisme en counterkosmopolitisme, een ander beeld laten zien via internet.

 Choocky dancers misschien wel een vorm van rooted kosmopolitisme?

College 8 - 26 mei


Paige West

Wat is het verband tussen het neoliberalisme en de notie van de ‘imagined primitive’?

In het aan de man brengen van de koffie is beeldtaal heel erg belangrijk geworden. Beeldtaal creëert waarde. Beeld wordt een commodity, je gaat een idee verkopen. En dit idee/beeld berust lang niet altijd op de waarheid.

Hele markteconomie rondom koffie is gebaseerd op fictie, fictief beeld van wie de koffieproducent is, maar ook op een fictief beeld van de consument.  Idee dat consumenten allemaal geëngageerd zijn en suggestie dat de consument bijna in direct contact staat met de koffieboer (via een verkorte transparante productieketen).
“Imagined primitive” als een soort luchtbel waarin de koffie zijn waarde krijgt. Hele industrie om de consument aan te spreken bepaalde koffie te kopen. In Fair Trade wordt de suggestie gewekt dat de consument die de koffie drinkt bijna rechtstreeks in contact staat met de producent.

Beeld van “imagined primitive”: beeldvorming van ene kant als koffie uit het paradijs, van de primitieve boer, die geen zorgen heeft en met zijn familie koffie verbouwd en van de andere kant de koffieboer die vast zit in de armoede, die er niet uit kan komen, als je Fair Trade drinkt draag je bij om de koffieboer uit de armoede te krijgen.


  • Koffie als verbindend product voor de koffieboer, ondanks dat ze het zelf niet consumeren.

  • Kritisch over expats die zich als “van de wereld” beschouwen, dan zouden ze wel beter weten hoe het er aan toe ging, ze leven eigenlijk nog steeds in een eigen bel.

  • Kritisch over beeldvorming.

Kosmopolitisme

  • Boeren zien zichzelf als modern. Zijn bezig met een groot modern kosmopolitisch product, deelname aan wereldeconomie via koffie produceren (rooted kosmopolitisme).

  • Ze worden echter door het westen neergezet als exotische primitieve boeren. Als je de koffie koopt help je de boeren ( mythe). Contradictie tussen hoe de boeren zichzelf zien en hoe het westen de boeren in beeldvorming zet.

    • Er wordt marketing gedreven door de boeren als primitief en exotische neer te zetten, maar dat is niet de werkelijkheid. West wil dit vooral duidelijk maken in haar boek. De koffieboeren zijn ook kosmopolieten (rooted-kosmopolitisme) via het produceren van moderne producten die over de gehele wereld worden geconsumeerd.

  • Certificering: omdat we certificering gebruiken laten we zien dat we bewuste consumenten zijn, we laten zien dat we consumeren op een bepaalde manier waarbij we denken aan de hele wereld en niet alleen aan onszelf  kosmopolitisch.

  • De handelaren proberen zich te verhouden met het westen via de golfclubs.

 Ze stelt uiteindelijk dat Fair Trade niet werk, sterker nog, misschien werkt het zelfs wel tegen de mensen. Kritisch op certificering.


 Stelt grote structurele ongelijkheden in de wereldeconomie aan de tand. Politieke boodschap





1   2   3   4   5

  • College 8 - 26 mei

  • Dovnload 115.5 Kb.