Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van de vergadering van de raad der gemeente

Dovnload 51.97 Kb.

Conceptverslag van de vergadering van de raad der gemeente



Datum28.03.2019
Grootte51.97 Kb.

Dovnload 51.97 Kb.

Voorzitter: de heer B.B. Schneiders

CONCEPTVERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD DER GEMEENTE

HAARLEM OP DONDERDAG 24 APRIL 2014 OM 19.30 UUR

DD




CONCEPTVERSLAG VAN DE VERGADERING VAN DE RAAD DER GEMEENTE

HAARLEM OP DONDERDAG 30 JUNI 2011 OM 17.00 UUR
DD


Griffier: mevrouw J. Spier



Wethouders: de heer E.P. Cassee, de heer J.C. van der Hoek, de heer C. Mooij, de heer L. Mulder en de heer J. Nieuwenburg
Aanwezig zijn 36 leden: de heer M. Aynan (PvdA), de heer A. Azannay (GroenLinks Haarlem), de heer R.H. Berkhout (GroenLinks Haarlem), de heer A.F. Bloem (SP), de heer J. Boer (VVD), de heer M.H. Brander (PvdA), mevrouw I.C. Crul (Actiepartij), de heer G.B. van Driel (CDA), de heer M. El Aichi (CDA), de heer J. Fritz (PvdA), de heer F.H. Garretsen (SP), de heer B. Gün (GroenLinks Haarlem), de heer W. van Haga (VVD), mevrouw M.D.A. Huysse (GroenLinks Haarlem), de heer R.G.J. de Jong (VVD), mevrouw F. de Leeuw (Ouderenpartij Haarlem), de heer B. van Leeuwen (D66), mevrouw D. Leitner (D66), mevrouw D. van Loenen (PvdA), de heer G. Nederbragt (D66), mevrouw S. Özogul (SP), mevrouw M. Pippel (D66), mevrouw E. de Raadt (CDA), de heer A.P.D. van den Raadt (Trots), mevrouw A. Ramsodit (PvdA), de heer M.J.A.E. van Rijssenbeek (D66), mevrouw M.C.M. Schopman (PvdA), mevrouw C.Y. Sikkema (GroenLinks Haarlem), mevrouw H.A. van der Smagt (VVD), de heer F.N.G. Smit (OPH), de heer M. Snoek (CDA), de heer P. Spijkerman (D66), mevrouw M.A. Sterenberg (VVD), de heer F.C. Visser (ChristenUnie), de heer J. Vrugt (Actiepartij) en mevrouw L.C. van Zetten (D66)
Afwezig: mevrouw A. Dekker (D66), de heer E. de Iongh (D66) en mevrouw J. van Ketel (SP).
OPENING
De VOORZITTER: Dames en heren, welkom. De vergadering is geopend. Twee raadsleden zijn afwezig. Een bijzonder hartelijk welkom allemaal, speciaal ook de mensen op de tribune die vandaag gast zijn van de raad. U hebt net een rondleiding gehad door het oude stadhuis. Dat zal u vast goed zijn bevallen.


  1. VRAGENUUR

De VOORZITTER: We beginnen met het vragenuur. We hebben drie aanmeldingen en we beginnen met het CDA over de brand in de Kleine Houtstraat. Het is handig als GroenLinks direct daarna komt en dat dan beantwoording volgt.


De heer SNOEK: Wij willen graag een vraag stellen naar aanleiding van de brand in de Kleine Houtstraat 33. De eerste vraag luidt: was de gemeente op de hoogte van de brandgevaarlijke situatie in het pand? Was de bewoner destijds gesommeerd om zijn huis leeg te halen en is er desondanks niet gehandhaafd? De derde vraag is of de brandweer al eerder op de hoogte was van de gevaarlijke situatie in het pand en de vierde vraag is welke acties de gemeente heeft ondernomen naar aanleiding van de meldingen.
De heer BERKHOUT: Wij willen daaraan graag de vraag toevoegen hoe de gemeente op brandveiligheid van monumentale panden handhaaft en hoe de gemeente omgaat met signalen en klachten van burgers in dezen. Is er een verscherpte focus op de brandveiligheid van monumentale panden? Heeft dit incident gevolgen voor de wijze waarop de gemeente in de toekomst omgaat met klachten en zorgen van buurtbewoners? Monumentale panden moeten aan allerlei eisen voldoen. Zijn er ook extra eisen met betrekking tot de brandveiligheid voor dit type panden in de historische binnenstad?
De VOORZITTER: het is een prima maidenspeech, mijnheer Berkhout. Ik zal nu eerst antwoord geven op de vragen. Het is natuurlijk heel naar en vervelend dat er wel eens brand uitbreekt. Dat is niet alleen heel vervelend voor de mensen die dat direct treft die in een dergelijk pand wonen. Dat geldt natuurlijk ook voor omwonenden en in de Kleine Houtstraat ook voor winkeliers en horecaondernemers die daardoor ernstig gedupeerd zijn. Het is nu eenmaal een feit: brand is niet altijd te voorkomen. Dat moeten we natuurlijk wel proberen. Daarin heeft de overheid een taak en dat geldt ook voor particulieren. Voor de overheid geldt dat er allerlei brandveiligheidsvoorschriften zijn. Die liggen vast in het bouwbesluit. Daarop moet goed gehandhaafd worden en naar onze stellige indruk gebeurt dat ook in Haarlem. De grote risicofactor is en blijft toch het gedrag van particulieren. Iedereen moet thuis op een verantwoordelijke manier handelen, zodat de kans op brand zoveel mogelijk beperkt wordt. Dat is helaas afgelopen zaterdagmorgen in alle vroegte niet zo gegaan. Dan zie je natuurlijk dat er rond dit soort ingrijpende gebeurtenissen allerlei vragen opdoemen en dat er allerlei speculaties zijn. Zo zagen we in eerste instantie het beeld dat we te maken zouden hebben met een persoon die z’n hele huis volstouwde met allerlei brandgevaarlijke materialen van pallets tot kerstbomen. Buurtbewoners zouden daar regelmatig melding van hebben gemaakt. De brandweer zou er zelfs eerder geweest zijn. Later, vanmorgen, stond een groot stuk in de krant dat een heel ander beeld geeft, namelijk dat de bewoner zelf wat minder handig aan de gang is geweest. Mijnheer daar heeft een houtkachel en – ik zeg het maar even zoals ik het gelezen heb, want de brandweer en de politie doen uiteraard nog nader sporenonderzoek – hij zou een plastic zak met nog niet helemaal afgekoelde as op een houten vloer gezet hebben. Toen hij terugkwam, was de zaak eigenlijk al verloren. Dat is natuurlijk buitengewoon vervelend en er moet uiteraard altijd naar gekeken worden of in deze specifieke situatie iets had moeten gebeuren, zoals buren suggereren. Had je niet naar binnen gemoeten als er meldingen waren geweest? Ik teken daarbij aan dat dat ook een inbreuk op de privacy vormt, maar in heel specifieke gevallen waarbij sprake is van zeer brandonveilige situaties, van acuut brandonveilige situaties of gevaarlijke situaties voor de volksgezondheid bestaat die bevoegdheid en die wordt een aantal keren per jaar in Haarlem daadwerkelijk uitgeoefend en dan wordt er ook wel eens een huis ontruimd. Alle aanleiding dus. Wethouder Nieuwenburg was daar ’s morgens in eerste instantie aanwezig. We gaan uiteraard na of er meldingen geweest zijn. Er is goed onderzoek gedaan naar alle systemen, want meldingen worden uiteraard geregistreerd en opgeslagen. Er is bekeken of dit adres bekend was bij de gemeente, bij de politie of de brandweer. Het antwoord daarop is nee. Het zat niet in de systemen. Ook de brandweer is niet eerder op dit adres geweest. Er is een melding terug te vinden bij de politie uit 2008. Dat is de stand van zaken tot op dit moment. Dus als de vraag is zoals door het CDA gesteld, of de gemeente ervan op de hoogte was en of er ingegrepen had kunnen worden, dan is het antwoord nee. We waren hiervan niet op de hoogte. Of we hadden kunnen ingrijpen is helemaal afhankelijk van de vraag die nu speculatief is, wat er dan aangetroffen zou zijn. Ik denk dat daarmee de vragen van het CDA beantwoord zijn. Nee, nee, nee.

Dan de vragen van GroenLinks: hoe zit het nu met de brandveiligheid in monumenten en zijn daar extra eisen voor? Die brandveiligheidseisen zijn eigenlijk allemaal vastgelegd in het bouwbesluit. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt tussen monumenten of andere gebouwde objecten. Dat betekent dus ook dat daarvoor niet een ander handhavingsregime geldt. Ik denk dat ik daarmee uw vragen heb beantwoord. Het betekent dus ook niet dat we iets moeten aanscherpen of dat we iets anders moeten doen. Het is wel zo dat we binnenkort nog een bijeenkomst hebben met bewoners en direct omwonenden, waarbij we deze zaak nog eens zullen bespreken en toch nog eens zullen nagaan hoe of waar mensen iets gemeld zouden hebben. Zijn er aanvullende vragen?


De heer SNOEK: Kunt u kort aangeven wat de aard was van die melding uit 2008?
De VOORZITTER: Die had niet te maken met brandveiligheid maar met geluid.

Dan gaan we naar de vragen van de SP over de thuiszorg.


Mevrouw ÖZOGUL: De contracten van de gemeente met de thuiszorginstellingen lopen eind van dit jaar af. Veel werknemers van deze organisaties verkeren daardoor in onzekerheid. Er vinden nu gesprekken met medewerkers plaats over de gevolgen in 2015 en dat geeft veel onrust onder de medewerkers, maar ook onder de cliënten. Het is bekend dat veel ouderen graag een vaste medewerker willen. De SP vindt het daarom gewenst dat de werknemers behouden blijven. Daarnaast vinden we dat de bezuinigingen op de thuiszorg niet mogen doorgaan, maar gecompenseerd moeten worden. De SP beseft dat de toekomstige organisatie van de thuiszorg afhangt van de afspraken die uit de coalitieonderhandelingen komen. Wij hebben de volgende vragen aan het college. Is het college met de SP van mening dat veel ouderen gewend en gehecht geraakt zijn aan hun huidige thuiszorghulp? Is het college het met de SP eens dat het wenselijk is om werkervaring en kennis van de huidige werknemers in de Haarlemse thuiszorg niet verloren te laten gaan? Vindt het college het daarom niet gewenst dat de huidige werknemers bij voorrang na 1 januari 2015 een baan door de gemeente in de thuiszorg krijgen aangeboden? Is het college het met de SP eens dat de bezuinigingen in de thuiszorg kunnen leiden tot ongewenste en soms zelfs schrijnende situaties voor hulpbehoevende ouderen in Haarlem zoals ook meermalen door huisartsen is gesignaleerd? Vindt het college niet dat daarom de bezuinigingen op de thuiszorg, voor zover deze de hulp aan ouderen betreft, door de gemeente moeten worden gecompenseerd? Is het college met de SP van mening dat daarnaast dient te worden bezuinigd op overbodige bureaucratie en managementlagen? Is het college daarom eveneens met de SP van mening dat de overheadkosten in de thuiszorg nog maar maximaal 10% van het beschikbare budget mogen bedragen?
Wethouder VAN DER HOEK: Ik ga de vragen maar even langs. Het zijn er nogal wat. Op dit moment is de gemeente verantwoordelijk voor de hulp bij het huishouden. Dat is zo’n beetje het terugkerende discussiepunt tussen de SP en het college. Ik wil aan het begin van deze nieuwe periode toch nog maar eens de puntjes op de i zetten om straks bij de toekomstige documenten de discussie goed te kunnen voeren. De gemeente levert geen thuiszorg, de gemeente levert alleen hulp bij het huishouden. Thuiszorg heeft een medische component en die medische component zit straks maar voor een heel klein deel in de taken die naar de gemeente toekomen. Dan heb je het over de ondersteuning naast uiteraard de dagbesteding die naar ons toekomt. Op dit moment is alles nog geen wet, dus wij leveren alleen huishoudelijke hulp. Dan kom ik bij de vraag zelf: herkennen wij ons in dit beeld? Ja, wij herkennen ons op zich in het beeld dat de meeste cliënten gehecht zijn geraakt aan hun vaste hulp bij het huishouden en wij herkennen hun wens die te behouden. Dit hebben we al wel eerder besproken. Het zal in de toekomst moeten blijken of dat een reële verwachting is die we kunnen waarmaken. Ik schat in dat dat niet zo is. Is het college het met de SP eens dat het wenselijk is om werkervaring en kennis van de huidige werknemers in de Haarlemse thuiszorg niet verloren te laten gaan? Het is altijd jammer als werkervaring en kennis niet meteen kan worden meegenomen naar een nieuwe baan, maar het college acht het de verantwoordelijkheid van de aanbieders om de kwaliteit van het personeel te waarborgen. Het college gaat die verantwoordelijkheid niet overnemen. Wat we wel kunnen doen en dat doen we al bij het huidige contract, is vragen of zij dat zo veel mogelijk willen doen. We kunnen dat niet afdwingen. Vindt het college het daarom niet gewenst dat de huidige werknemers bij voorrang na 1 januari 2015 een baan door de gemeente in de thuiszorg krijgen aangeboden? Nee, de gemeente biedt geen hulp bij het huishouden of thuiszorg aan en er kan dus ook geen sprake van zijn dat wij de werknemers op dat terrein een baan aanbieden. Is het college het met de SP eens dat de bezuinigingen in de thuiszorg kunnen leiden tot ongewenste en soms zelfs schrijnende situaties voor hulpbehoevende ouderen? Er is het college er alles aan gelegen om ongewenste of schrijnende situaties juist te voorkomen. Daarom zijn wij met u als raad al een aantal jaren intensief bezig met de zorgvuldige voorbereiding om die grote wijzigingen vorm te geven. Vinden we niet dat de bezuinigingen op de thuiszorg, voor zover deze de hulp aan ouderen betreft, door de gemeente moeten worden gecompenseerd? Nee, de gemeente is financieel niet in staat om volledig die aanzienlijke bezuinigingen en decentralisaties op zich te nemen, laat staan te compenseren. En, met permissie, ik vind het een aparte vraag, want waarom zouden we specifiek voor die ouderen en bij de huishoudelijke hulp opeens moeten compenseren, terwijl er natuurlijk op allerlei terreinen in het sociaal domein zo meteen kortingen worden opgelegd. Is het college met de SP van mening dat daarnaast dient te worden bezuinigd op overbodige bureaucratie en managementlagen? De hulp bij het huishouden en andere taken in het kader van de decentralisaties worden door zelfstandige bedrijven uitgevoerd. Wij willen hier niet treden in hun verantwoordelijkheid om zelf die bedrijfsvoering op een goede manier in te richten. Daar hoort ook bij dat zij zelf letten op de bureaucratie, op de overhead en op de managementlagen. Ten aanzien van bijvoorbeeld topmanagement, daarover zijn gewoon afspraken. We hebben al lang met elkaar vastgelegd wat bijvoorbeeld de normen zijn voor salarissen. Is het college daarom eveneens met de SP van mening dat de overheadkosten in de thuiszorg nog maar maximaal 10% van het beschikbare budget mogen bedragen? Nogmaals, wij gaan niet over de inrichting van de bedrijfsvoering, maar daarnaast is het ook geen zwart-witverhaal. Het is bijvoorbeeld afhankelijk van het product. Zijn er veel of weinig administratieve handelingen mee gemoeid? Dat bepaalt voor een deel wat je daarvoor nodig hebt. We kunnen dat dus niet vooraf bepalen. We zijn er natuurlijk wel kritisch op, ook zo meteen bij de nieuwe aanbestedingen in de toekomst. Daarover gaat u uiteindelijk zelf. Wij hopen binnen enkele weken naar de raad te komen met een nieuwe nota huishoudelijke hulp. In die zin loopt u met uw vragen vooruit op wat er op ons afkomt. U kunt zelf kritisch naar al dit soort aspecten kijken.
De VOORZITTER: Mevrouw Özogul, dit onderwerp is al vaker heel uitgebreid besproken en het komt ook nog weer terug. Dus graag alleen echt een hele korte vraag.
Mevrouw ÖZOGUL: De wethouder gaf net aan dat de nota binnenkort komt. Kunt u aangeven wanneer? Dan houden we daarmee rekening. Mijn tweede vraag is of u bereid bent om de overheadkosten mee te nemen bij de afspraken die u gaat maken.
Wethouder VAN DER HOEK: Ik denk dat dit in de goede volgorde moet gebeuren. Met enkele weken komt de nota hier ter tafel. Vervolgens volgt uit het scenario dat u kiest, hoe u in de toekomst wil omgaan met de huishoudelijke hulp, ook de wijze waarop u wilt aanbesteden en in vervolg daarop op welke voorwaarden wij die aanbieders gaan selecteren. Ik denk dat dat het moment is dat u dit soort zaken moet inbrengen.
De VOORZITTER: Oké, wordt vervolgd. Dan de Actiepartij over Hart.
De heer VRUGT: Een paar weken terug is er een artikel verschenen waarin de uitlatingen stonden van de wethouder over het vertrek van de directeur bij Hart. Onze eerste vraag is of dat artikel een juiste weergave is van hetgeen de wethouder heeft gezegd. Een jaar geleden heb ik hier al aangegeven dat bij de or, het personeel en de docenten het vertrouwen in de directie nagenoeg tot nul was gedaald. Dat gold ten tijde van de verhuizing naar wat die directeur de vitrine van Hart noemde, aan de Kleine Houtweg. Ook hebben wij toen gewaarschuwd voor de onrust die er was ten aanzien van het dreigende ontslag om vervolgens als zzp’ers weer aan de slag te kunnen. Maar goed, het artikel schetst dat u nogal verbaasd was over de ontstane situatie, wat mij dan weer verbaast. Kan de wethouder uitleggen waarom hij nu opeens zegt verbaasd te zijn over de ontstane situatie? Volgende vraag. Hoe denkt de wethouder dit probleem alsnog te kunnen lijmen, als hij toch al lang had kunnen weten van de al langer bestaande onvrede over de koers van de directie? Vraag 4, de wethouder stelde destijds dat het niet nodig was dat de raad zich bezig zou houden met het interne beleidsplan van Hart ondanks de al genoemde onvrede onder het personeel. Is de wethouder ondanks de nu ontstane situatie nog steeds van mening dat de raad zich niet met die kaders bezig zou moeten houden? Vraag 5. Als de wethouder zo verbaasd zegt te zijn over het vertrek van de directeur, hoe verklaart hij dan dat recent de boekhouding van Hart voor nader onderzoek door de gemeente zelf is meegenomen? Kennelijk was of is er dan immers een reden om wel te twijfelen aan de handel en wandel in deze organisatie, dus kan de wethouder uitleggen hoe zijn verbazing zich verhoudt tot dit onderzoek naar de boekhouding? Dan vraag 6. Wat is er uit dit onderzoek gekomen? Vraag 7. De wethouder geeft ook een voorzet op het door mij al een jaar geleden aangestipte voornemen om het personeel te ontslaan en ze als zzp'ers in dienst te nemen. Ziet hij dit als wenselijk, noodzakelijk en haalbaar? Volgende vraag. Wat die haalbaarheid betreft: onze fractie heeft in een eerder gesprek met de nu opgestapte directeur al eens aangegeven, dat die route naar alle waarschijnlijkheid niet wettig is; het ontslaan van personeel om ze vervolgens als zzp'ers in te zetten staat op zeer gespannen voet met het arbeidsrecht en andere wetgeving. Beantwoording kan ook schriftelijk, dat hoeft hier nu niet allemaal mondeling. Tot slot is het zo, en dat heb ik eerder ook al aangegeven, dat er mogelijk een alternatief zou zijn voor de huidige organisatie van Hart waarbij dus de docenten zelf een coöperatie oprichten en ze het met veel minder management en overhead zouden doen. Graag ook in de schriftelijke toelichting daarop een reactie van het college en ook over de mate waarin het college daarvoor open zou staan.
De VOORZITTER: De wethouder zal zo antwoord geven op uw vragen. U geeft zelf al aan dat het prima is dat u op bepaalde dingen later schriftelijk antwoord krijgt. Het gaat om een heel breed spectrum tot en met een alternatief als coöperatie, dus laten we daarop nu allemaal niet ingaan. Laten we ingaan op het probleem dat zich nu manifesteert.
Wethouder MOOIJ: Het artikel in het Haarlems Dagblad is zoals gebruikelijk juist. Mijn verbazing was niet gebaseerd op welke inhoudelijke reden dan ook, maar op het feit dat ik kort van tevoren een aantal keren overleg had gevoerd met de Raad van Toezicht en de directie. Er is mij tijdens die overleggen niets gebleken van datgene wat de Raad van Toezicht van plan was, namelijk een besluit te nemen omtrent de status van de directeur. U vraagt hoe ik denk de zaak te kunnen lijmen. Eerst even een opmerking over de verhouding. Er is een Raad van Toezicht - die is belast met het bestuur van Hart. De gemeente Haarlem is de subsidiegever en heeft vanuit die rol niet direct, maar wel indirect zeggenschap over de gang van zaken bij Hart via het instrument van de subsidie. Ik heb mij dat gerealiseerd en gemeend ervoor te moeten kiezen in nauw overleg te treden met de Raad van Toezicht van Hart. Dat is de afgelopen weken gebeurd – tot vanmiddag laat. Dat heeft het volgende opgeleverd. In de eerste plaats vind ik dat de Raad van Toezicht duidelijkheid dient te geven over de precieze situatie en over zijn standpunt ten aanzien van het personeel en of er verschil van mening was over de plannen van de directie en de Raad van Toezicht over dat personeel. Ik heb vanmiddag kunnen vaststellen dat men wat dat betreft kennelijk op een lijn zit. Dat is niet uniek, dat betekent dat er gesproken zal moeten worden met het personeel over hun aanstellingen en dat er veranderingen moeten plaatsvinden, omdat de huidige rechtsvorm die daarvoor geldt, zo langzamerhand uitzonderlijk in Nederland wordt en veel lasten met zich meebrengt. Het tweede is dat er bij Hart een situatie is ontstaan, waarbij de voorzitter van de Raad van Toezicht tijdelijk, omdat de directeur op non-actief is gesteld, zijn functie moet overnemen. Dat acht ik gezien de situatie geen wenselijke situatie om langer te laten voortbestaan. Daarover is met de Raad van Toezicht gesproken en we zijn tot overeenstemming gekomen dat per direct, begin volgende week, iemand zal worden aangesteld. We zijn het er beiden over eens dat dat moet gebeuren. Diegene krijgt de opdracht een aantal zaken te onderzoeken, een snel plan wat er moet gebeuren. Er ligt overigens al een plan. Dat moet ten uitvoer worden gebracht. En er moet met het personeel over gesproken worden. Er moet inzicht worden gegeven in de financiële situatie en men moet met voorstellen komen. Dat mag niet te lang duren. Ook dat heb ik afgesproken met de Raad van Toezicht. Ik stel me voor dat dat toch zeker voor de zomer allemaal afgerond moet zijn. Dat kan ook, volgens mij. Gelukkig zijn na intensieve gesprekken de Raad van Toezicht en de subsidiegever weer op een lijn gekomen. We hebben niets in beslag genomen. Daartoe is geen enkele aanleiding. Ik vind wel dat de subsidiegever bij instellingen als deze zo nu en dan een vinger aan de pols moet houden en dus navraag moet doen over de situatie. En hij dient zich een eigen oordeel te vormen over de situatie. Ik ben niet van zins alles voor zoete koek aan te nemen. Ik vind ook dat we daarop een analyse moeten loslaten. Dat is gebeurd zodat we in de gesprekken met kennis van zaken met de Raad van Toezicht kunnen spreken. U doet een aantal suggesties die u al eerder heeft gedaan. Ik ben inderdaad van mening dat er verandering moet komen in de aanstelling van een deel van het personeel. We hebben het over Hart, maar we hebben het met name over het personeel van de muziekschool. Er zitten nog andere onderdelen aan Hart vast. Daarin zal verandering moeten komen. Hoe precies, daarvoor is degene die volgende week aan de slag gaat, medeverantwoordelijk. Ik zie heel goed een aantal mogelijkheden. Je moet binnen alle redelijkheid binnen de wettelijke kaders blijven, vooral binnen financiële redelijkheid. Ik hecht buitengewoon aan deze instelling die het waard is om te blijven voortbestaan, aangepast aan moderne omstandigheden. Zoals men nu functioneert, kan dat een zeer aantrekkelijke factor in de stad zijn en blijven. De Raad van Toezicht en de interim moeten ervoor zorgen hieraan op korte termijn uitvoering te geven. Op korte termijn betekent voor de zomer. Dat betekent ook dat u voor zover mogelijk daarover een schriftelijk rapport krijgt.
De VOORZITTER: Het is helder dat dit een zeer ingewikkelde materie is, waarbij ook het budgetrecht van de raad in het geding is. Het is goed dat hierover nog het een en ander op papier komt zodat het ook in de commissies diepgravender kan worden besproken.
De heer VRUGT: Ik hoor graag op welke termijn we die schriftelijke uiteenzetting kunnen verwachten en of daarin dan ook wordt uitgelegd wat er uit het boekenonderzoek gekomen is. Ik heb daar wel dingen over gehoord maar ik denk dat het zinvol is als we daarover zo spoedig mogelijk geïnformeerd worden.
Mevrouw VAN ZETTEN: Een directeur op non-actief en een interim-bestuurder, dat gaat ons geld kosten. Wij zijn natuurlijk heel erg benieuwd naar de financiële risico’s die hieraan kleven, temeer omdat we bezig zijn met coalitieonderhandelingen en moeten kijken waar we geld vandaan kunnen halen. Op welke termijn kunnen wij de financiële consequenties van deze situatie verwachten?
Wethouder MOOIJ: Wat de termijn betreft, ik zei net al dat ik vind dat dat onderzoek op korte termijn moet plaatsvinden. Daarover heb ik met degene die daarvoor is aangewezen, vanmiddag overleg gehad. Ik verwacht dat hij binnen een aantal weken met iets komt. Dat betekent dat u in de loop van juni daarover zeker iets op papier tegemoet zou kunnen zien. Die financiën vormen een punt waarnaar ik heb gevraagd. Even voor de kosten van deze interim: die wordt aangesteld door de Raad van Toezicht en dus zal de Raad van Toezicht ook de middelen moeten vinden binnen de eigen begroting. Ik heb aangegeven dat ik geenszins bereid ben daarvoor geld beschikbaar te stellen. Dus het zal gewoon binnen de begroting moeten. De begroting van Hart kent de nodige ruimte – zeker als je dat over een aantal jaren bekijkt. Je kunt ervan uitgaan dat je erin slaagt om op een behoorlijke wijze de aanstelling van het personeel dat in vaste dienst is, te veranderen in een andere overeenkomst en juist daarover moet nu onderhandeld worden en daarin zit de ruimte. Verder ben ik persoonlijk van mening dat Hart heel goed in staat zou moeten zijn om, misschien met een meerjarenplan, de kosten die ze maken, te dekken.
Mevrouw RAMSODIT: Enerzijds geeft u aan dat we op korte termijn inzicht kunnen krijgen in dit vraagstuk. Ik hoor u nu juni noemen. Ik denk dat het goed is om het op papier te zetten en ons uitvoerig te informeren over wat op korte termijn kan. Het uitvoerige, financiële inzicht kan later komen. Korte termijn, dan heb ik het over de vergadering in mei. Dan zou dat inzicht mogelijk moeten zijn middels dat informatiestuk. Ik ben heel blij dat de Actiepartij dit punt aankaart. Het gaat ons allen aan dat er tijdig inzicht ontstaat.
De VOORZITTER: Dat zeg ik bij dezen toe. Dat stuk is er nog niet, maar het is niet heel ingewikkeld. Dat gaan we doen.
Wethouder MOOIJ: Ik doelde natuurlijk op het feit dat de analyse die de interim maakt, dat die in mei nog niet gereed is. Dat is het stuk waarmee de raad iets kan.
De VOORZITTER: Dat is helder. Verder spreekt het college nog steeds met één mond. Dat waren de vragen.


  1. VASTSTELLEN VAN DE AGENDA


De VOORZITTR: De agenda is nogal mager. Ik hoop dat de nieuwe raadsleden nu niet de illusie hebben dat het altijd om dit soort agenda’s gaat. We moeten straks wel de leden benoemen van de commissie Beroep en Bezwaar. Daarover is gesproken door de fractievoorzitters. We gaan daarover straks stemmen. Ik zou mevrouw Huysse, de heer Brander en de heer Vrugt willen vragen straks in het stembureau zitting te nemen. Dan zal ik straks even schorsen om te stemmen. Zijn er verder nog punten voor de agenda? Dan is de agenda vastgesteld.


  1. VASTSTELLEN ONTWERPNOTULEN RAADSVERGADERING D.D. 10 APRIL 2014


De VOORZITER: Heeft iemand een op- of aanmerking naar aanleiding van de ontwerpnotulen van 10 april jl.? Dat is niet het geval en dan zijn ze hiermee vastgesteld.


  1. BENOEMING COMMISSIE BEROEP EN BEZWAAR

De VOORZITTER: We schorsen even drie, vier minuten. Blijft u in de buurt.


De VOORZITTER: De vergadering is heropend. Ik meld u dat de stemming conform het stembiljet is. Dat betekent dus dat mevrouw Van Zetten is benoemd als voorzitter, dat in kamer 1 zijn benoemd mevrouw De Raadt, de heer Aynan en mevrouw Sterenberg; in kamer 2 mevrouw Van Zetten, de heer Van Haga en de heer Van den Raadt en in kamer 3 de heer Garretsen, de heer Spijkerman en de heer Berkhout. Van harte gefeliciteerd met deze eervolle verkiezing voor zolang die duurt, want u weet dat er een wetswijziging is.

HAMERSTUKKEN


5. VOORBEREIDINGSBESLUIT SPAARNDAMSEWEG 1E PARTIËLE HERZIENING
De voorzitter: Bij dezen is het hamerstuk vastgesteld.
HAMERSTUKKEN MET STEMVERKLARING


  1. AANVRAAG KREDIET OUDEWEG


De heer Nederbragt: D66 is voorstander van het aanpakken van de Oudeweg, niet zozeer vanwege de Oudeweg zelf, maar vooral omdat we die Amsterdamsevaart willen gaan afwaarderen. Wel zullen we als fractie kritisch blijven op de kosten en de planning die in het verschiet liggen. We hebben nog geen dekkingsvoorstel van de wethouder om ook de Amsterdamsevaart daadwerkelijk te gaan aanpakken. We zouden graag de afstemming van de werkzaamheden zien met de verdubbeling van de Waarderweg en bijvoorbeeld ook de volledige afsluiting van de Velsertunnel in 2016. Al met al zetten we vanavond wel een goede stap in de richting van een bereikbaar Haarlem. Onze fractie zal voorstemmen.
De VOORZITTER: Goede maidenspeech.
De heer BERKHOUT: GroenLinks is blij dat met de verlening van dit krediet de Oudeweg nu echt kan worden opgeknapt. Nog blijer worden we van de vervolgstap, namelijk de afwaardering van de Amsterdamsevaart. Hoewel we ons kunnen voorstellen dat enkelen gelukkig zullen zijn met het tijdelijk verwijderen van de bloembakken op de Amsterdamsevaart, kijken wij toch echt vooral naar de fase daarna: de teruggave van de Amsterdamsevaart aan de buurt. We verwachten dan ook dat hiermee zo spoedig mogelijk begonnen wordt opdat de buurt weer opgelucht kan ademhalen.
De heer AYNAN: Belofte maakt schuld en met het verstrekken van dit krediet kunnen we de belofte die we hebben gedaan aan de Amsterdamse buurt eindelijk realiseren. We komen een stuk dichterbij. De Oudeweg wordt hiermee veiliger, de Amsterdamse buurt krijgt een stuk minder te lijden onder fijnstof en dan kunnen ook die vermaledijde bloembakken eindelijk een keer de stad uit.
De heer VISSER: Ook de ChristenUnie steunt de verbetering van de doorstroming van de Oudeweg. De kredietaanvraag waarover we nu besluiten, verdient echter geen schoonheidsprijs. Er had onzes inziens of een volledig uitgewerkt plan moeten liggen of alleen een voorbereidingskrediet moeten worden gevraagd. Aangezien de aanpak van de Oudeweg al besloten is bij de begroting en niet controversieel is, zullen wij in dit geval niet tegenstemmen. Wel maken we de kanttekening dat het vreemd is dat er zoveel geld wordt uitgegeven in voorbereiding op een volledige verdubbeling die we overigens steunen, maar waarbij totaal geen zicht is op de financiering. We hebben ook nog kanttekeningen bij de exacte inrichting, maar we zijn wel blij dat de wethouder heeft toegezegd dat het ontwerp nog langs de raad komt. We zullen onze opmerkingen daarover dan maken.
De heer VAN DRIEL: Ook het CDA zal instemmen met dit krediet om de doorstroming op de Oudeweg te verbeteren. Graag zouden we door de wethouder in kennis gesteld worden van het definitief ontwerp in de commissie.
De heer BLOEM: De SP kan ook instemmen met dit project. We hopen ook dat er zeer snel een definitief ontwerp komt, vooral ook omdat de planning heel erg ambitieus is en men hier zo snel mogelijk mee wil beginnen. Het zou mooi zijn als we dit gerealiseerd kunnen hebben voordat de grote stromen auto’s richting Zandvoort gaan.
De VOORZITTER: Dank u. Dan is dit punt hiermee vastgesteld.


  1. Eerste wijzigingsvoorstel belastingen 2014


De heer snoek: Mevrouw Simsek heeft namens de CDA-fractie bij de commissiebehandelingen gevraagd naar de post diversen, hoofdstuk 20. We zien daar dat het bedrag van 74,90 euro oploopt naar 200 euro en we hebben de wethouder gevraagd over een jaar aan de commissie voor te leggen wat dat dan precies voor gevallen zijn geweest, hoeveel tijd daarin is gestoken en of die 200 euro dan een vast bedrag is. Dat heeft de wethouder toegezegd, daarvoor nogmaals dank en daardoor kunnen we instemmen met dit voorstel.
De heer Vrugt: hoewel er bij deze wijziging omtrent de reclamebelasting die er onderdeel van vormt, niet heel veel verandert, wil ik nog maar eens even herhalen dat de regelingen daaromtrent uitnodigen tot willekeur in de uitvoering. Het is heel erg aan de handhaver die een bepaalde situatie interpreteert of daarvoor een rekening gestuurd wordt. Dat is wat ons betreft zeer onwenselijk, omdat ondernemers het op dit moment al moeilijk genoeg hebben. Dat is voor ons geen reden om niet in te stemmen met dit verhaal, maar graag wel met deze kanttekening over de wat ons betreft controversiële reclamebelasting.
De heer VAN DEN raadt: Aansluitend op het CDA gaat Trots Haarlem principieel tegenstemmen. Die vragen zijn afgelopen donderdag gesteld. Daar zijn nog geen antwoorden op gekomen en dat is ook logisch, want ambtenaren hebben normaal gesproken twee weken de tijd en nu met Pasen en Goede Vrijdag hadden ze maar twee dagen de tijd om überhaupt antwoorden op te zoeken. Het is lief dat de wethouder toezegt dat er over een jaar terugkoppeling volgt, maar een ding is zeker, wethouder Mooij is er volgend jaar waarschijnlijk niet meer bij. Aangezien resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst, sterker nog, gedane beloftes en aangenomen moties uit het verleden evenmin garanties bieden voor de toekomst, wil Trots Haarlem eerst de beantwoording afwachten en zal tot die tijd tegen stemmen.
De heer visser: Wij sluiten ons aan bij de stemverklaring van het CDA. We hebben nog twijfel rond de evenementen die geweigerd worden. Mensen krijgen dan niet hun volledige geldbedrag terug. Aangezien dat punt niet in de commissie aan de orde is geweest, gaan we ervan uit dat dat bij de evaluatie kan terugkomen en dan komen wij daarop op een later moment terug.
De VOORZITTER: Het is heel ongebruikelijk dat er nog iets gezegd wordt vanachter de collegetafel bij hamerstukken met stemverklaringen, maar de heer Mooij wil toch graag nog even iets kwijt.
Wethouder mOOIJ: Dat is inderdaad heel ongebruikelijk, maar het woord willekeur is gevallen en ik daartegen verzet ik mij. Dat ambtenaren op willekeurige wijze met reclamebelasting iets vaststellen, is niet het geval. Er zijn regels en vanuit die regels wordt gewerkt. Ik weet, en daarover hebben we het in de commissie gehad, dat er wel eens verschillen van inzicht zijn en die leiden soms tot gesprekken, zelfs tot bestuurlijke gesprekken waar ambtenaren dan bij zijn en dan wordt het uitgelegd. Ik heb nimmer kunnen constateren – dat wil ik nadrukkelijk hier in de raad zeggen – dat ambtenaren op willekeurige wijze de belasting hebben vastgesteld zoals die hen goeddunkt. Nee, dat doen ze vanuit de verordening op een manier die ik verdedigbaar vind.
De VOORZITTER: Dank u wel, dan is dit punt na deze stemverklaringen vastgesteld.


  1. INGEKOMEN STUKKEN

De VOORZITTER: Dan zijn we bij de ingekomen stukken. Heeft iemand iets ter agendering?


De heer VRUGT: Voorzitter, even voor de goede orde. Zeker in de opsomming zoals de agenda nu digitaal te raadplegen is, kan dat bij mensen veel verwarring oproepen. Dat is ook gebleken. Ik hoorde bij Haarlem 105 iemand heel enthousiast roepen wat er vanavond allemaal op de agenda zou staan. Daar zaten al die punten uit de ingekomen stukken ook bij. Dat bedoel ik niet flauw. Ik bedoel dat in de communicatie iets kan worden aangegeven over die punten, die helemaal niet op de agenda staan maar die wel geagendeerd kunnen worden op verzoek. Ik denk dat dat veel misverstanden kan voorkomen.
De VOORZITTER: Ik denk dat het een goede aanbeveling is om daar nog eens even naar te kijken.
De heer SMIT: Ten aanzien van de brief onder VI ‘Beantwoording art. 38 vragen inzake stemadvies ex raadslid Henneman D66’ wil ik nog iets toevoegen.
De VOORZITTER: U kunt vragen zo’n punt te agenderen in de commissie. U wilt het eigenlijk nog even bespreken in de commissie? Goed. Dat kunnen we toezeggen.

Dan zijn de ingekomen stukken vastgesteld.


Ik geef graag het woord aan mevrouw Pippel over de voortgang van de coalitieonderhandelingen.
Mevrouw PIPPEL: Heel kort. Afgelopen donderdag heb ik u per e-mail op de hoogte gesteld omdat we op dat moment geen raadsvergadering hadden. Ik vond het wel belangrijk om u in de tussentijd op de hoogte te houden van de voortgang van de onderhandelingen. Tijdens de paasdagen hebben D66 en de PvdA een conceptakkoord gesloten. Hier zijn zoals ik al eerder in de raad heb gemeld, onderwerpen op papier gekomen en we hebben aan de financiële uitgangspunten gewerkt. Na dit conceptakkoord met de Pasen hebben we de volgende stap in de onderhandelingen gezet en we hebben GroenLinks en het CDA uitgenodigd om aan te schuiven aan de onderhandelingstafel. Wij hebben Ted Baardmans uitgenodigd als informateur op te treden. Hij wil dat graag doen. Direct na de Pasen – we willen zo snel als het kan en zo zorgvuldig als moet de coalitie tot stand brengen – zijn we gestart met de vervolgonderhandelingen. Ik kan u zeggen dat de gesprekken prettig verlopen. Natuurlijk lopen we tegen inhoudelijke punten aan, maar we zouden als politieke partijen geen knip voor de neus waard zijn als dat niet het geval zou zijn. Daar maak ik me vooralsnog dus nog geen zorgen over. We staan op het punt dat we over de invulling van de bezuinigingspakketten gaan spreken. U kunt zich voorstellen dat dat een spannende exercitie zal worden, maar ik kijk vol vertrouwen naar het vervolg van dit traject.
De VOORZITTER: Wil iemand daarover nog iets opmerken? Nee, dat is wel zo rustig.

Voordat we gaan afronden, wil ik toch twee zaken onder de aandacht brengen. Allereerst de stedenband met de Duitse stad Osnabrück. Die bestaat dit jaar vijftig jaar, of althans er wordt iets gevierd wegens de vijftigjarige jumelage met de andere stad Angers in Frankrijk waarmee wij ook een jumelage hebben. Zij organiseren eind volgende week een Maiwoche en dat wordt allemaal zeer groots gevierd. Men pakt echt uit. Nu is het zo dat er eigenlijk niemand uit Haarlem van plan is daarheen te gaan en dat is een beetje pijnlijk. Ik heb zelf ook verplichtingen op de dag dat ik daar eigenlijk zou moeten zijn. Nu hoort u dat ik altijd een enthousiast voorvechter van jumelage ben. Als er niemand gaat, ga ik daar wel naar toe, maar ik zou u willen oproepen zolang die jumelage nog bestaat – ik ben wat dat betreft heel benieuwd naar wat er in het coalitieakkoord komt te staan – te kijken of we toch met een kleine delegatie uit het Haarlemse daarheen zouden kunnen gaan.

Hetzelfde geldt voor het bezoek dat een grote delegatie uit Osnabrück volgende week aan Haarlem brengt. Er komen vijftien raadsleden en wethouders. Die heten daar bürgermeister. Die volgen een heel programma over jeugdzorg in Haarlem. Dat zou ik ook onder uw aandacht willen brengen. Althans, de centralisatie en in het bijzonder de jeugdzorg. Er zijn allerlei bedrijfsbezoeken gepland aan jeugdzorgverstrekkers. Het is dus ook in die zin informatief. Dus mocht u een gaatje in uw agenda kunnen vinden en wilt u uw Duits nog een beetje ophalen, dan bent u zeer welkom.

Tot slot meld ik nog even dat het bloemencorso op vrijdagavond 3 mei de stad binnen komt rollen over de Wagenweg. Dat is ook altijd iets waarover de raad buitengewoon enthousiast is. Er zijn overigens dan nog meer gasten. We hebben een bijeenkomst op het terras van restaurant Hout aan de Wagenweg waar u een beperkt glas wijn krijgt uitgereikt als u daar aanwezig bent en waar u deskundig commentaar kunt krijgen op het corso. U kunt dan uw vreugde uiten over het feit dat het bloemencorso weer in Haarlem is gearriveerd. Mocht u nog bang zijn u te vervelen op Koningsdag, dan wil ik nog melden dat de bekende Haarlemse band Fox & the Mayors om 17.00 uur speelt in de Vijfhoek.


Ik constateer dat er geen sprekers meer zijn. De vergadering is gesloten.

Aldus vastgesteld in de vergadering van ………… (in te vullen door de griffie)



Griffier Voorzitter

24 april 2014



Dovnload 51.97 Kb.