Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een algemeen overleg over

Dovnload 271.23 Kb.

Conceptverslag van een algemeen overleg over



Pagina1/8
Datum04.04.2017
Grootte271.23 Kb.

Dovnload 271.23 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8

algemeen overleg/Inburgering d.d.18 november 2009

blz.






CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER:

Inburgering buitenland en huwelijksmigratie

Desgewenst kunt u correcties in de weergave van uw woorden aanbrengen. U wordt verzocht, deze correcties uiterlijk dinsdag 12 januari te 18.00 uur aan de Dienst Verslag en Redactie te retourneren. Het is voldoende, alleen gecorrigeerde blaadjes aan ons terug te zenden, eventueel per fax. Hebben wij op het moment van het verstrijken van de correctietermijn geen reactie ontvangen, dan gaan wij ervan uit dat u instemt met de weergave van uw woorden. Let op! Neem voor uitstel van de uiterste correctiedatum contact op met de griffier van de desbetreffende commissie.


Inlichtingen: tel. 3182104 / 3183019.

Faxnummer Dienst Verslag en Redactie 070-3182116.
_________________________________________________________________________
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG
Vastgesteld

De algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie<1> en de vaste commissie voor Justitie<2> hebben op 18 november 2009 overleg gevoerd met minister Van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie en minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak van Justitie over:



- de brief van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 2 juli 2009 over de evaluatie van de Wet inburgering in het buitenland (32005, nr. 1);

- de brief van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 2 oktober 2009 over kabinetsaanpak huwelijks- en gezinsmigratie (32175, nr. 1);

- de brief van de minister van Justitie d.d. 21 oktober 2009 over de uitspraken van de rechtbank in Amsterdam m.b.t. de Wet inburgering in het buitenland (32005, nr. 2);

- de brief van de minister van Justitie d.d. 16 november 2009 over de huwelijksleeftijd (2009Z21723);

- de brief van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 17 november 2009 over de monitorrapportage Wet inburgering in het buitenland (2009Z21842).

Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.


De voorzitter van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie,

Van Gent
De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

De Pater-van der Meer
De griffier van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie,

Van der Leeden



Voorzitter: Van Gent

Griffier: Van der Leeden
Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dibi, Dijsselbloem, Fritsma, Van Gent, Karabulut, De Krom, Ortega-Martijn, Sterk en Verdonk
en minister Van der Laan, minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak, die vergezeld zijn van enkele ambtenaren van hun ministerie.
De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom. Hierbij open ik het algemeen overleg van de algemene commissie voor Wonen, Wijken en Integratie. Ik wil graag de bewindspersonen welkom heten. Minister Hirsch Ballin zal iets later zal aanschuiven, maar in de beantwoording zal hij natuurlijk volop meedoen.

Onder voorbehoud is nog een agendapunt toegevoegd en wel met betrekking tot de Monitorrapportage Wet inburgering in het buitenland. U kunt hier ook bij de begroting aandacht aan besteden, maar het leek ons een goed idee om het alvast op de agenda te zetten. Ik zie dat hiertegen geen bezwaar wordt gemaakt en ik bespeur zelfs enthousiasme. Dat is dan helemaal een goed begin van dit overleg. Ten slotte deel ik mee dat wij de spreektijd hebben gesteld op zeven minuten per fractie.


De heer Fritsma (PVV): Voorzitter. We hebben het vandaag over partner- en gezinsmigratie, de ware motor achter de voortgaande massa-immigratie. Dit type migratie is er bijvoorbeeld debet aan dat de Marokkaanse en Turkse gemeenschappen in ons land nu respectievelijk 341.000 en 378.000 mensen tellen. De partner- en gezinsmigratie wordt dus door bijzonder veel mensen aangegrepen om verblijfsrecht in Nederland te krijgen, ook door kwaadwillenden, die met schijnrelaties de boel op kinderlijk eenvoudige wijze bedonderen. Laten wij eens kijken naar de praktijk. We weten dat heel veel allochtonen een partner uit het land van herkomst halen. Na drie jaar krijgt die partner zelfstandig verblijfsrecht. Dan is het verblijfsrecht dus niet meer afhankelijk van de relatie waarmee het verkregen is. Veel relaties duren dan ook niet veel langer dan die drie jaar, waarna beide partners vaak weer nieuwe partners uit het land van herkomst halen. De nieuwe partners doen dat op hun beurt vaak ook weer. Dit sneeuwbaleffect van ketenmigratie heeft ervoor gezorgd dat letterlijk halve dorpen uit het Marokkaanse Rifgebergte en het Turkse Anatolië naar Nederland zijn geïmporteerd. We zien dagelijks de desastreuze effecten van die massa-immigratie op onze samenleving. Die is hierdoor helemaal ontwricht. Alsof we helemaal geen immigratie- en integratieproblemen hebben, staan de sluizen nog steeds wagenwijd open. De partner- en gezinsmigratie is vorig jaar weer met duizenden personen gestegen en wordt door dit kabinet nota bene versoepeld door het makkelijker te maken om ouders naar Nederland te halen. Het kabinet zegt nu wat aan de partner- en gezinsmigratie te willen doen, maar de PVV-fractie kan helaas slechts concluderen dat het kruimelwerk is. Het pakketje maatregelen van het kabinet is niets meer en niets minder dan gerommel in de marge.

Om de uit de klauwen gelopen massa-immigratie en de daaraan verbonden islamisering van onze samenleving te stoppen, wil de PVV, zoals bekend, een immigratiestop instellen voor mensen uit moslimlanden. Daarnaast zijn er wat betreft de partner- en gezinsmigratie heel doeltreffende maatregelen te nemen om de problemen veel serieuzer aan te pakken dan het kabinet nu doet. Het kabinet laat de meest noodzakelijke aanscherpingen van het gezinsmigratiebeleid geheel achterwege.


De heer Dibi (GroenLinks): Ik heb u al zo vaak over een immigratiestop gehoord dat ik wel benieuwd ben naar een concreet voorstel. Kunt u een lijstje geven van wat dan moslimlanden zijn? Ik heb begrepen dat u de verhoging van de AOW daartegen wilt wegstrepen. Zou u kunnen doorrekenen hoeveel u daarmee bespaart? Ik wil graag een concreet voorstel zien dat wij kunnen beoordelen. Anders blijft het zo hangen.
De heer Fritsma (PVV): Dat is simpel: een moslimland is een land waar meer dan 50% van de bevolking bestaat uit moslims. Ik heb de lijst bij me als u deze wilt hebben, maar ik wil deze ook wel voorlezen. De definitie is echter simpel.
De voorzitter: Mijnheer Fritsma, er bestaat veel belangstelling voor. Wilt u het lijstje aan mij geven? Dan zal het worden gekopieerd en rondgedeeld.
De heer Fritsma (PVV): Van mij mag het.
De heer Fritsma (PVV): Ook de tweede vraag van de heer Dibi over de berekening kan ik concreet beantwoorden. Het weekblad Elsevier heeft bijvoorbeeld berekend dat de voortgaande massa-immigratie ongeveer 13 mld. per jaar kost. Per niet-westerse allochtoon spreken we over €7000 per jaar. Zetten we dat af tegen het aantal moslims dat Nederland binnenkomt -- conservatief geschat 20.000 -- en het aantal kinderen dat daarbij komt, dan kunnen we uitgaan van 40.000 maal die €7000. Over een periode van tien jaar besparen we ons dan gemakkelijk 4 mld. en dat is precies het bedrag dat het kabinet over vijftien jaar wil vrijmaken door de AOW maatregelen. Dit is een concrete berekening, gebaseerd op zelfs nog conservatieve inschattingen.
De heer Dibi (GroenLinks): Ik krijg die doorberekening graag op papier. Dan kunnen wij haar beoordelen. Dat is belangrijk voor het debat. Ik concludeer overigens dat de heer Fritsma helemaal geen behoefte heeft aan een onderzoek. Hij heeft minister Van der Laan al heel vaak gevraagd om een onderzoek, maar nu heeft hij zelf al helemaal uitgerekend hoeveel kan worden bespaard. Is wat hem betreft het onderzoek door de minister bij dezen dan ook van de baan?
De heer Fritsma (PVV): Zeker niet. Ik heb het onderzoek van het weekblad Elsevier zojuist aangehaald en daarin zijn heel veel elementen buiten beschouwing gelaten. Dit onderzoek geeft geen volledig beeld. De PVV stuurt er dus nog steeds op aan om een onafhankelijk onderzoek te laten doen. Daarnaast hebben wij de website www.watkostdemassaimmigratie.nl opgezet. Veel mensen denken met ons mee en kunnen daar een reactie achterlaten. Dat zullen we allemaal meenemen in het onderzoek dat we zelf gaan uitzetten. Ik ben blij dat ik dat nog even kon toelichten.
De voorzitter: Mijnheer Fritsma, kunt u wat puntiger antwoorden? Er zijn namelijk nog een paar vragen voor u.
Mevrouw Sterk (CDA): In sommige moslimlanden wonen natuurlijk ook christenen of mensen die helemaal geen geloof aanhangen. Begrijp ik uw voorstel goed dat ook deze mensen niet naar Nederland zouden mogen komen?
De heer Fritsma (PVV): Dat klopt wat betreft de reguliere immigratie. De enkele christen die op een reguliere toelatingsgrond vanuit een moslimland naar Nederland zou willen komen, zou hier niet mogen komen. Dat is een nadeel om deze werkbare maatregel toch doorgang te laten vinden. Nogmaals, dat geldt voor reguliere immigratie en niet voor asielzoekers, maar dat hebben wij reeds verduidelijkt.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik verheug mij al op het begrotingsdebat van volgende week, want dan zullen wij hierover uitputtend discussiëren. Ik begrijp dat de grenzen dicht gaan voor landen met meer dan 50% moslims. Geldt die grens ook voor landen met 49% moslims? Bovendien, hoe gaat de IND na of iemand moslim is, moslim was, belijdend moslim is, bekeerd christen is of bekeerd moslim? Dat wordt een heel interessante uitvoeringsoperatie.
De heer Fritsma (PVV): Het antwoord is simpel. Wij willen een immigratiestop voor mensen uit moslimlanden. Dat geldt voor alle mensen die uit moslimlanden komen, dus ook voor de enkele niet-moslims . De grens ligt voor ons bij de gangbare definitie die demografen en geografen gebruiken, namelijk dat je over een moslimland spreekt wanneer het merendeel van de bevolking van dat land moslim is. Dat zijn meer dan vijftig landen. Voor die landen geldt wat ons betreft de immigratiestop. We kijken dus niet naar wie moslim is en wie christen. Wij willen die stop erop zetten, zodat iedereen uit dat land die vanwege reguliere toelatingsgronden naar Nederland wil, dat niet meer kan. Dat is helder. Op dit moment wordt er ook al onderscheid gemaakt naar landen van herkomst. Zo hoeft een Amerikaan niet in te burgeren in het buitenland en een Marokkaan bijvoorbeeld wel. Het is dus heel gebruikelijk om onderscheid te maken naar land van herkomst. Wij vinden dat hierbij relevant om te doen om de islamisering van Nederland tegen te gaan.
Mevrouw Karabulut (SP): Beoordeelt de heer Fritsma personen nu op wat zij zijn of op wat zij doen? Met andere woorden: beoordeelt hij hen puur en alleen op het feit dat zij bijvoorbeeld een moslimidentiteit hebben of kijkt hij of iemand zich aan de regels en wetten en normen en waarden houdt?
De heer Fritsma (PVV): Wij kijken naar de islam en de islamisering. De islam is in de ogen van de PVV een kwaadaardige politieke ideologie die totaal onverenigbaar is met onze westerse samenleving en daarom met kracht moet worden bestreden. Dan is het logisch om met een immigratiestop te komen voor mensen uit moslimlanden. Hoe wil je anders de islamisering indammen? Wij hebben ook altijd gezegd dat we onderscheid maken tussen die ideologie en de mens.
Mevrouw Karabulut (SP): De heer Fritsma heeft mijn vraag jammer genoeg niet beantwoord. Laat ik de vraag heel concreet stellen: als een man met alleen de Nederlandse nationaliteit verliefd wordt op een vrouw uit een moslimland en zij keurig netjes de toets inburgering buitenland aflegt, wil de PVV dat onmogelijk maken?
De heer Fritsma (PVV): Ja.
Mevrouw Karabulut (SP): Wil de PVV nu echt verbieden dat al die mensen die toevallig verliefd worden op iemand die of een moslimidentiteit heeft of uit een bepaald land komt van het lijstje dat de heer Fritsma zal overhandigen, trouwen met degene van wie zij houden? Dat lijkt me nogal wat voor de achterban en de kiezer.
De heer Fritsma (PVV): Ik kan niet duidelijker zijn. Wij willen een immigratiestop voor mensen uit moslimlanden en dus ook in zo’n geval. Nogmaals, je kunt de islamisering van onze samenleving niet tegengaan als je die daadkracht niet tentoonspreidt. Het is van het grootste belang om de islamisering van de samenleving tegen te gaan. Het ontwricht onze samenleving en het bedreigt al onze vrijheden en kernwaarden. Natuurlijk moet je dan met deze daadkracht komen. Als men dat niet wil doen onder het mom van tolerantie wordt onze hele samenleving te grabbel gegooid. Dat is een slechte zaak.

Ik had het over de cruciale maatregelen om gezins- en partnermigratie tegen te gaan. Een cruciale maatregel is bijvoorbeeld het oprekken van de termijn waarna partner- en gezinsmigranten zelfstandig verblijfsrecht krijgen. Zoals gezegd is die termijn nu slechts drie jaar, waardoor het sneeuwbaleffect van de ketenmigratie welig tiert. De PVV wil dat dit zelfstandig verblijfsrecht pas na tien jaar wordt verkregen. Ik verzoek het kabinet om dit voorstel zo snel mogelijk over te nemen, anders blijven we zitten met gezinsmigranten die veel te snel andere gezinsmigranten naar Nederland halen, die dat op hun beurt ook weer doen.



In het verlengde van de ketenmigratie ligt ook een ander cruciaal punt dat dit kabinet laat liggen en dat is het absurde feit dat er niet eens een limiet is gesteld aan het aantal partners dat iemand achter elkaar naar Nederland kan halen. Er zijn voorbeelden van Marokkanen die wel acht, negen of tien verschillende partners achter elkaar uit het land van herkomst halen. Ik verzoek het kabinet zo snel mogelijk een einde aan deze waanzin te maken.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik moet de heer Fritsma op dit punt bijvallen. Als het echt om grote aantallen gaat, moeten we dat boven water krijgen en daar eens goed naar kijken. Mijn concrete vraag aan de heer Fritsma is dan ook of hij zijn betoog wil versterken. Hij noemt dit namelijk heel vaak. Zou hij ons en de bewindslieden een lijstje met voorbeelden kunnen geven? Hij heeft het over “veel gevallen” en “acht, negen of tien keer”. Als dat echt gebeurt, zou het geweldig helpen als we met dat lijstje tegen de minister konden zeggen dat dit toch echt niet kan. Als het inderdaad waar is, ben ik het echt eens met de heer Fritsma.
De heer Fritsma (PVV): Ik heb voorbeelden van verschillende misstanden. Ik heb ook eens 200 dossiernummers aan de staatssecretaris gegeven met de vraag om daarop te reageren. Dat heeft de staatssecretaris niet gedaan. Dat ging ook over dit soort gevallen. Ik heb deze vragen overigens bij me. Ik heb de staatssecretaris ook eens gevraagd aan te geven hoeveel mensen er achter elkaar uit het land van herkomst worden gehaald door individuele personen. Zij antwoordde geen idee te hebben, omdat de IND dit niet bijhoudt. Het kabinet houdt dit soort cruciale informatie dus niet bij.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik begrijp het probleem van mijnheer Fritsma. Hij zegt dat de cijfers er niet zijn, maar mijn probleem is dat hij in elk debat zegt dat er vele voorbeelden zijn van gevallen waarin iemand acht, negen keer achter elkaar een partner uit het buitenland haalt. Ik bestrijd dat helemaal niet; ik weet het niet. Het kabinet zegt dat het niet wordt bijgehouden, maar de heer Fritsma zegt het wel te weten. Daarom vraag ik hem om zo’n lijst met voorbeelden. Dan hebben we een casus en kunnen we het kabinet zeggen dat dit een reëel probleem is.
De heer Fritsma (PVV): Ik kom vaak genoeg met IND-stukken, maar dan begint iedereen weer te piepen dat het schandalig is dat ik met IND-beschikkingen over de brug kom.
De heer Dijsselbloem (PvdA): U gaat nu een slag te ver.
De heer Fritsma (PVV): Ook uw collega Spekman heeft er schande van gesproken als ik met heel concrete IND-beschikkingen kom. Ik heb al die voorbeelden ook gegeven, maar dan spreken alle woordvoerders -- ook die van de PvdA -- er schande van dat ik met individuele zaken mijn punt aantoon.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik heb geen antwoord gehoord van de heer Fritsma. Het is mooi om met een casus te komen, maar het is natuurlijk pas echt een probleem als het inderdaad waar is. We moeten wel eerst de feiten op tafel hebben. Of de heer Fritsma heeft de feiten, of hij kan zijn bewering niet waarmaken.
De heer Fritsma (PVV): Nogmaals, ik heb al die feiten en ik heb ook genoeg voorbeelden. Ik wijs in dit verband op het PVV-immigratieplan. Ik heb de dossiernummers aan de staatssecretaris gegeven. Waar het hier echter om gaat -- en dat is veel kwalijker -- is dat de IND en de staatssecretaris niet het aantal partners registeren dat een individuele vreemdeling gemiddeld naar Nederland haalt. Dat moet de Kamer toch ook vreemd vinden? Als zij het probleem serieus vindt, stel ik voor het kabinet om een grootschalig dossieronderzoek te vragen, zodat deze feiten boven water komen. Als ik een motie indien om dit te vragen, ga ik ervan uit dat de Kamer die steunt en dan krijgen we die informatie concreet. Hoe kunnen we het immigratiebeleid controleren als het kabinet zelf dit soort concrete informatie niet bijhoudt?
Mevrouw Sterk (CDA): Ik stel vast dat de heer Fritsma een reëel punt lijkt aan te snijden. Hij ondersteunt dat op dit moment alleen niet met feiten over de aantallen. Het lijkt mij echter wel een reële vraag aan het kabinet, waarvoor wij mijns inziens helemaal geen motie nodig hebben.
De heer Dibi (GroenLinks): De GroenLinks-fractie staat natuurlijk ook open voor de suggestie van de heer Fritsma, maar ik laat daardoor niet de aandacht afleiden van de eerdere opmerking van de heer Fritsma. Kunnen we afspreken dat hij in ieder geval een voorbeeld geeft, bijvoorbeeld in de schorsing voor de tweede termijn? Dan kunnen we straks een reactie aan de minister vragen op het feit dat een man zeven of acht keer opnieuw een partner heeft gehaald. Dat zou ik erg waarderen.
De heer Fritsma (PVV): Ik kan gewoon verwijzen naar het immigratieplan van de PVV dat ook op internet staat, waarin een concreet voorbeeld wordt genoemd. De heer Dibi of een van zijn medewerkers hoeft dus alleen maar even het internet op te gaan en dan kan het zo worden uitgeprint.

Een andere misstand die niet wordt aangepakt, wordt in het IND-jargon de “wisseltruc” genoemd. Het is schering en inslag dat allochtonen met deze truc hun ex-partner, met wie de relatie eigenlijk nooit verbroken is, uit het land van herkomst halen. Deze allochtonen zijn middels een avontuur met een zogenaamde nieuwe partner naar Nederland gekomen, maar na drie jaar -- daar heb je die termijn weer -- is dat avontuur voorbij. Gesteld wordt dan dat de relatie met de ex-partner weer is opgeleefd, die dan natuurlijk naar Nederland wordt gehaald, vaak met kinderen. Het misbruik druipt er werkelijk vanaf. Via een schijnrelatie krijgt een heel gezin kinderlijk eenvoudig het verblijfsrecht. Ik wil het kabinet vragen hier niet langer in te tuinen. Het is duidelijk dat men geen ex-partners, al of niet met kinderen, naar Nederland moet kunnen halen. Zonder die wisseltruc aan te pakken, zonder wat aan de veel te korte termijn te doen waarna zelfstandig verblijfsrecht wordt verkregen en zonder iets te doen aan de waanzin dat er onbeperkt nieuwe partners naar Nederland kunnen worden gehaald, blijft elke vorm van aanpak van de partner- en gezinsmigratie hopeloos tekort schieten. Het is jammer dat het kabinet dit nog steeds niet begrepen heeft.

Zoals in onze initiatiefnota over immigratie staat, wil de PVV voor partner- en gezinsmigratie een minimumleeftijd stellen van 24 jaar. Het kabinet heeft hiernaar gekeken, maar we hebben kunnen lezen dat dit in strijd is met een Europese richtlijn. Zo staat Europa voor de zoveelste keer daadkracht om immigratieproblemen aan te pakken vreselijk in de weg. Daarom verzoek ik het kabinet nogmaals ervoor te zorgen dat Nederland het immigratiebeleid in eigen handen houdt.

Dat dit erg belangrijk is, blijkt ook uit een ander belangrijk punt: de Europaroute. De PVV blijft erop hameren dat dit enorme immigratielek zo snel mogelijk gedicht moet worden. Met de Europaroute kunnen partner- en gezinsmigranten namelijk alle gebruikelijke toelatingsvoorwaarden omzeilen, evenals de inburgerings- en inkomensvereisten. Criminelen worden helaas ook moeilijker tegengehouden, omdat het gangbare openbare-ordebeleid natuurlijk ook niet geldt. De Europaroute is een achterdeur die niet slechts een beetje openstaat, maar volkomen uit zijn hengsels is getild, waardoor iedereen door het gapende gat kan rennen en een verblijfsvergunning kan ophalen. Wil je een partner uit Marokko halen maar voldoe je niet aan de voorwaarden? Geen probleem: je vestigt je even in België of Duitsland en het probleem is opgelost. Ben je illegaal in Nederland en wil je eindelijk eens verblijfsrecht? Geen probleem: je regelt een partner of een zogenaamde partner die bijvoorbeeld een Belgisch of Duits paspoort heeft en het probleem is opgelost, nogmaals, zonder aan de gebruikelijke toelatingsvoorwaarden te hoeven voldoen. Dat kan allemaal.


De heer Dijsselbloem (PvdA): De problematiek van de Belgiëroute is bekend. Daar hebben we vaak over gesproken, maar nu de oplossing. De PVV is in de peilingen de grootste partij. De heer Fritsma is dus in potentie de nieuwe minister voor migratiebeleid. Ik wil heel concreet van hem weten wat hij op zijn eerste dag als minister doet aan de Belgiëroute, zodat mensen weten hoe realistisch het allemaal is als zij overwegen op de PVV te stemmen. Daar wil ik graag nog een tweede vraag aan verbinden. De heer Fritsma heeft het over een gapend gat. Dat suggereert heel grote aantallen. Welke cijfers heeft mijnheer Fritsma die wij niet hebben?
De heer Fritsma (PVV): Ik wil graag met de laatste vraag beginnen. Deze laatste vraag heb ik al honderdduizend keer aan de staatssecretaris gesteld en ik heb honderdduizend keer het antwoord gekregen dat zij geen idee had. Heeft de PvdA-fractie echt geen beetje realiteitszin? Als je de deur zo wagenwijd openzet voor partner- en gezinsmigranten die aan geen enkele voorwaarde hoeven te voldoen om verblijfsrecht te krijgen, is het toch logisch dat heel veel mensen daar gebruik van maken? Ik weet dat het er heel veel zijn. Kijk eens op internetsites als www.marokko.nl en www.buitenlandsepartner.nl. Het is daar al jaren feest omdat de Europaroute bestaat. Ik hoop dat de heer Dijsselbloem daar eens een kijkje neemt, want dan weet hij wat er speelt.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Mijn eerste vraag is nog onbeantwoord, maar ik wil even terugkomen op de tweede vraag. De heer Fritsma baseert zich op www.marokko.nl. Dat doet hij op andere momenten niet, want dan vindt hij wat daar staat onbetrouwbaar en zelfs zeer lasterlijk. Nu citeert hij echter wat hij daar allemaal aantreft. Ik wil graag mijn punt herhalen. Dat de Belgiëroute bestaat, weten we allemaal. Echter, de heer Fritsma stelt te weten dat het om vele gevallen gaat. Dat doet hij voortdurend. Als we hem vragen waar hij dat op baseert zegt hij steeds dat hij dat aan de staatssecretaris vraagt, maar dat zij het niet weet. De cijfers zijn er dus niet, maar de heer Fritsma weet het wel. Daar komen we dus nooit uit. Ik moet nogmaals constateren dat een onderbouwing van het verhaal van de heer Fritsma elke keer ontbreekt.
De heer Fritsma (PVV): Ik kan alleen maar putten uit dit soort bronnen en uit geluiden die ik vanuit de IND krijg omdat, nogmaals, deze regering helemaal niets registreert. Hoe kan ik het beleid van de regering controleren, als ze zelf totaal geen relevante informatie bijhoudt? Daar moet de heer Dijsselbloem mij niet op aanvallen; daar moet hij de staatssecretaris op aanspreken. Hij moet haar aansporen om relevante informatie te verzamelen en daar wat mee te doen.

Ik heb het kabinet eerder gevraagd om niet over huwelijksmigratie te spreken, maar over partnermigratie. De term “huwelijksmigratie” suggereert namelijk dat je getrouwd moet zijn om een partner naar Nederland te halen. Dat is niet het geval. Je hebt er ook geen samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap voor nodig. Heel veel mensen die een partner naar Nederland halen, zijn juist niet getrouwd en zullen dat ook niet doen. Wellicht komen schijnrelaties zonder huwelijk nog vaker voor dan de beroemde schijnhuwelijken. Dat is ook wel logisch natuurlijk, want waarom zou je een fake relatie bezegelen met een fake huwelijk als dat helemaal niet nodig is?

Over fraude en misbruik heb ik de volgende vragen. Hoe is het mogelijk dat het kabinet niet eens weet hoeveel schijnrelaties door de IND zijn ontdekt? Hoe is het mogelijk dat het kabinet ook niet weet hoe vaak door de vreemdelingenpolitie adrescontroles worden verricht? Kan het kabinet alsnog antwoord geven op deze simpele vragen? Kan het kabinet erop inzetten de adrescontroles op te voeren, ook als er geen concrete fraude-indicaties zijn? Ik zou graag at random adrescontroles willen zien, want dat is hier hard nodig. Hoe vaak doet de IND aangifte als valse relaties zijn aangetroffen, of als er sprake is van schijnrelaties? Ik wil ook vragen of de mensen die het betreft in het vervolg niet meer in aanmerking kunnen komen voor verblijfsrecht. Bedriegers en oplichters kunnen we hier namelijk niet gebruiken en die verdienen ook geen nieuwe ronde met nieuwe kansen. Daar wil ik het bij laten.
De heer

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • CONCEPTVERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG OVER: Inburgering buitenland en huwelijksmigratie
  • Let op!
  • - de brief van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 2 juli 2009 over de evaluatie van de Wet inburgering in het buitenland (32005, nr. 1);
  • - de brief van de minister van Justitie d.d. 21 oktober 2009 over de uitspraken van de rechtbank in Amsterdam m.b.t. de Wet inburgering in het buitenland (32005, nr. 2);
  • - de brief van de minister voor Wonen, Wijken en Integratie d.d. 17 november 2009 over de monitorrapportage Wet inburgering in het buitenland (2009Z21842).
  • Voorzitter: Van Gent Griffier: Van der Leeden
  • Fritsma

  • Dovnload 271.23 Kb.