Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een algemeen overleg over

Dovnload 271.23 Kb.

Conceptverslag van een algemeen overleg over



Pagina2/8
Datum04.04.2017
Grootte271.23 Kb.

Dovnload 271.23 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
De Krom (VVD): Voorzitter. Allereerst dank aan het kabinet voor de stukken. De brief over gezins- en huwelijksmigratie geeft voor mij aan dat het kabinet nu wel degelijk serieus iets aan dit probleem wil doen. In het algemeen steunen wij deze voorstellen, maar ik zal toch een paar punten langsgaan. Ik heb namelijk een aantal vragen en suggesties. Ik zou het zeer op prijs stellen als het kabinet de suggesties, ideeën en voorstellen van mijn kant serieus zou kunnen oppakken.

In het algemeen ben ik er verheugd over dat de minister voor Integratie eindelijk de moed heeft om de problematiek van de gezins- en huwelijksmigratie op de agenda te zetten. De VVD-fractie heeft daar al langer om gevraagd, kennelijk dan toch met het resultaat dat deze brief nu op tafel ligt. We herkennen een aantal voorstellen in de brief, die wij zelf ook al eerder hebben gedaan en waarmee wij uiteraard serieus om zullen gaan.

Allereerst wil ik ingaan op het niet langer erkennen van buitenlandse huwelijken onder de wettelijke leeftijd van achttien jaar. We hebben een separate brief hierover gehad van de minister van Justitie. Wij steunen dat, maar ik zou wel graag willen weten wat het kabinet nu concreet gaat doen om de internationale verdragsrechtelijke belemmeringen van het verdrag van maart 1978 weg te nemen. Wat zijn de mogelijkheden en wat is het stappenplan?

De VVD vindt het vanzelfsprekend dat na ernstige geweldsdelicten, fraude, dwang of bedrog -- ik reken daar de schijnhuwelijken ook maar even onder -- geen nieuwe partner uit het buitenland kan worden gehaald. Het kabinet zegt dat zelf ook in zijn brief. Wij zijn het daar van harte mee eens, maar vragen ons af of daar verblijfsrechtelijke consequenties aan vastzitten, zowel voor de referent als voor de partner. Dat is mij niet helder. Ik neem aan dat dit wel het geval is. Kan het kabinet dat bevestigen?

Inkomensfraude moet natuurlijk keihard worden aangepakt. Een aantal gevallen is opgespoord. Op een aantal van 15.000 vond ik dat aantal heel klein. Dat kan betekenen dat het nauwelijks voorkomt, maar ook dat niet goed genoeg wordt gecontroleerd. De minister kan natuurlijk niet garanderen dat in al die andere gevallen geen sprake is van inkomensfraude, maar ik zou het op prijs stellen wanneer hij duidelijk en scherp zou aangeven hoe dat wordt gecontroleerd. Vindt hij de huidige controles voldoende? 100% zekerheid is er nooit, maar we moeten wel een zo groot mogelijke zekerheid krijgen dat het ook inderdaad niet gebeurt.

Het kabinet stelt voor om IND-medewerkers in het land van herkomst te detacheren. Dat lijkt mij een buitengewoon goed idee. Ik vraag mij echter af wat nu precies het doel daarvan is. Is het doel om door lokaal onderzoek van IND-medewerkers ter plekke te laten vaststellen of mensen naar Nederland mogen reizen, nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van inkomensfraude, dwang, schijnhuwelijk, of een neef/nicht-huwelijk?


Mevrouw Verdonk (Verdonk): Hoe denkt de heer Krom dat een IND-ambtenaar gaat controleren of er sprake is van een neef/nicht-huwelijk? Ik zag namelijk geen concreet voorstel in de brief van de minister en de staatssecretaris.
De heer De Krom (VVD): Ik neem aan dat dit wordt nagegaan en gecontroleerd, zo mogelijk ook met behulp van getuigen, en dat daar processen en procedures voor zijn. Wellicht kan het kabinet daarover straks enige uitleg geven.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Soms hoor ik heel zinnige suggesties aan mijn linkerkant. Ik begreep dat de heer Dibi van GroenLinks voor een integrale DNA-test is. Daar kan ik mij natuurlijk heel erg in vinden en naar ik hoop de heer De Krom ook.
De heer Dibi (GroenLinks): Dat was een sarcastische suggestie!
De voorzitter: Die indruk had ik al, maar mevrouw Verdonk had het woord niet. De heer Krom vervolgt zijn betoog.
De heer De Krom (VVD): Ik neem aan dat het kabinet alle gelegenheid te baat neemt om de sarcastische opmerking van de heer Dibi in het antwoord mee te nemen.

Over de Belgiëroute is al vaak gesproken. Tot nu toe is het resultaat nul, verdragsrechtelijk gezien. Wanneer kunnen we daar echt resultaten van verwachten? Welke stappen worden genomen? Wanneer komt het terug bij de Kamer?

Het kabinet stelt in zijn brief voor dat de referenten ook zelf aan de inburgeringseisen moeten voldoen. Dat lijkt de VVD-fractie vanzelfsprekend. Ik neem aan dat het kabinet bedoelt dat de referenten zelf ook met succes de inburgeringsexamens moeten hebben afgelegd. Dat staat er niet expliciet in, maar ik neem aan dat het impliciet wel wordt bedoeld. Welke regels moeten daarvoor precies worden gewijzigd en wanneer krijgt de Kamer die informatie?

Het kabinet wil onderzoeken of er opleidingseisen aan partners kunnen worden gesteld. Ook dat lijkt mij uiterst zinnig. We hebben dat zelf ook al eerder gesuggereerd. Je zou kunnen denken aan minimaal mbo-niveau en natuurlijk een adequate kennis van de Nederlandse of de Engelse taal, in ieder geval goed genoeg om op de arbeidsmarkt mee te kunnen draaien. Wat zijn dan de mogelijkheden, gelet op artikel 8 van het EVRM en de gezinsherenigingsrichtlijnen? Als je een verblijfsvergunning afhankelijk wilt maken van die eisen, zou je in ieder geval die obstakels uit de weg moeten ruimen. Is het de bedoeling dat een mvv pas wordt afgegeven nadat aan die eisen is voldaan, dus voordat iemand naar Nederland komt, of moeten zij na toelating binnen een bepaalde periode dat opleidingsniveau hebben? In het laatste geval zijn zij de poort al gepasseerd en moeten zij pas later aan de opleidingseisen voldoen. Zij zijn dan echter wel in Nederland en het kabinet weet dat als iemand eenmaal binnen is, hij nooit meer weggaat. Waarom zou zo’n eis dan niet worden gesteld voordat iemand naar Nederland komt? Ik wil hierbij graag refereren aan het systeem in Canada. Dat is een puntenstelsel, waarin opleidingseisen worden gesteld. Pas als iemand daar helemaal aan voldoet, kan hij naar binnen. Zou het kabinet daar een antwoord op kunnen geven?

Het kabinet heeft de ambassades geïnstrueerd alert te zijn op zaken van achterlating en huwelijksdwang. Dat is prima wat mij betreft, maar de vraag blijft ook hier welke sancties het kabinet oplegt aan landen die niet voldoende meewerken. Dezelfde vraag geldt overigens ook voor mensenhandelaren en mensensmokkel. Dat staat hier niet op de agenda, maar dat is hetzelfde punt. Ik kan me bijvoorbeeld moeilijk voorstellen dat je een ontwikkelingssamenwerkingsrelatie aanhoudt met landen die niet voldoende meewerken bij dat soort problemen.

We hebben het net al even kort over de neef/nicht-huwelijken gehad. We constateren dat het kabinet deze nu ook wil bestrijden. Ik kon het uit de tekst van de brief niet helemaal duidelijk opmaken, maar voor een goed begrip zou ik graag willen weten of dat voor iedereen geldt. Ik neem aan dat het kabinet daar nu op in kan gaan. Geldt het voor alle neef/nicht-huwelijken, dus ook alle neef/nicht-huwelijken die in Nederland zijn afgesloten? Of geldt het alleen voor neef/nicht-huwelijken met een buitenlandse partner of bij twee buitenlandse partners? Ik zou daarover graag opheldering willen.


Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Ik heb een vraag over de neef/nicht-huwelijken. Wat stelt de heer De Krom zelf voor? Moet het voor alle neef/nicht-huwelijken gelden, ook voor de Nederlandse, of vindt de heer De Krom het gerechtvaardigd om het alleen voor het buitenland te laten gelden?
De heer De Krom (VVD): Dat is precies de achtergrond van mijn vraag. Hierbij staat het gelijkheidsbeginsel, waar je natuurlijk op moet letten, tegenover het idee om de problemen op te lossen waar zij zich voordoen. Dat is precies het dilemma waarover ik het kabinet om opheldering vraag. Hoe gaat het kabinet hiermee om en mag ik daar de argumenten voor horen?

Polygame huwelijken worden in het buitenland gesloten en hier erkend. Dat moet stoppen. De regering zegt daar het een en ander over en ik zou daarvoor graag hele concrete stappen willen zien. Het kabinet wil ook naar zelfstandige woonruimte kijken. Dat is prima, laat maar onderzoeken wat daar de consequenties van zijn.

De repeteerhuwelijken kwamen zojuist al even ter sprake. Is dit inderdaad een probleem en, zo ja, hoe groot? Als dit een probleem is, zou de termijn voor een zelfstandige verblijfstitel wat ons betreft inderdaad moeten worden opgerekt naar tien jaar. Ik ga daar nu niet verder op in, maar wil alleen weten hoe groot dat probleem nu eigenlijk is.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik wil even weten of ik het goed begrijp. We hebben het over het verzelfstandigen van de partnerafhankelijke en partnergerelateerde verblijfsvergunning. We hebben de duur daarvan verkort met het oog op het belang voor de vrouwen die vastzitten in allerlei nare huwelijken. Dat hebben wij bewust gedaan. Zegt u nu dat we dat niet alleen moeten terugdraaien, maar zelfs moeten verlengen naar tien jaar?
De heer De Krom (VVD): Dat is precies wat ik zeg, op voorwaarde natuurlijk dat er daadwerkelijk een probleem is. Ik hoor dat er een probleem is. Als de heer Dijsselbloem mij zou vragen om feiten en cijfers kan ik hem laten weten dat ik die niet heb, vandaar ook mijn vraag aan het kabinet. Ik hoor echter uit verschillende hoeken en gaten dat er misbruik van deze regeling wordt gemaakt en dat er meerdere partners achtereenvolgens naar Nederland komen. Ik vind deze vraag heel serieus en daarom heb ik zojuist aan het kabinet gevraagd hoe groot dat probleem nu eigenlijk is. Ik stel voor dat je in de eerste tien jaar maar één partner naar Nederland mag halen en niet meer.

Voorzitter. Ik zal afronden en als u mij heel even de tijd geeft, beloof ik dat ik mij in mijn interrupties zal beperken. Ik stel voor de zelfstandige verblijfstitel op te rekken naar tien jaar. Dat hebben wij al eerder aangegeven, ook in een motie. Wat mij betreft, hebben mensen de eerste tien jaar ook geen recht op bijstand. We moeten naar een ingroeimodel voor de sociale zekerheid, maar tot nu toe hebben we nog geen concrete stappen van het kabinet gezien. Als je dat na die tien jaar allemaal gelijk zou trekken, zou dat mooi zijn. Ik zou graag van het kabinet willen weten waarom het daar niet voor is. Tot nu toe heb ik niet gehoord of het er voor of tegen is. Ik zou graag de argumenten daartegen willen horen.

Tenslotte wil ik ingaan op de Wet inburgering buitenland. Het voorstel is gedaan om de eisen op te trekken naar taalniveau A1. Ik wil graag mijn steun daarvoor geven.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Voorzitter. Iedereen die in Nederland wil wonen, moet de Nederlandse taal leren en de Nederlandse normen en waarden onderschrijven. Dat is geen moreel appel; dat is gewoon een harde eis. Mensen die zich niet voldoende inspannen, krijgen geen permanente verblijfsvergunning of worden teruggestuurd. Dat is de lijn die gevolgd dient te worden volgens Trots op Nederland. Voor veel mensen die hier al zijn, geldt dezelfde eis. Daar was de Wet inburgering namelijk voor bedoeld: voor al die mensen, een heel grote groep, die weigeren de Nederlandse taal te leren en weigeren zich te houden aan onze Nederlandse normen en waarden. Juist omdat die groepen zo groot zijn, waren er in de Wet inburgering sancties opgenomen zoals het weigeren van een permanente verblijfsvergunning, of het korten, binnen de socialezekerheidswetgeving, van oudkomers met een WW-uitkering die niet willen integreren, enz. Graag hoor ik van de minister welke sancties door PvdA minister Vogelaar niet uit de wet zijn gehaald.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb dit al vaker aan mevrouw Verdonk gevraagd, want ze lijkt het echt gemist te hebben. Door mevrouw Vogelaar is de Wet inburgering op meerdere punten gewijzigd. Een daarvan is dat de gemeentes voortaan vanaf dag een mogen handhaven. Dat was namelijk een weeffout in de wet van mevrouw Verdonk, dat de gemeentes pas na drie respectievelijk vijf jaar mochten handhaven. Mevrouw Verdonk heeft dus meegekregen dat gemeenten dankzij die wetswijziging nu vanaf dag een kunnen handhaven.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dat had ik inderdaad meegekregen, maar als niemand meer verplicht naar die cursus moet, hoeft er ook niet meer gehandhaafd te worden. Dan ben je gauw klaar. Ik stel dus nogmaals mijn vraag: welke sancties zijn door de PvdA, door minister Vogelaar, niet uit de wet gehaald?

De eigen bijdrage wordt niet meer geïnd. Dat was een stok achter de deur die nu gesloopt is door de PvdA, de gemeente Amsterdam. Dat is altijd het probleem met de PvdA: zij komt met een heldere notitie en een duidelijke probleembeschrijving, maar daarna met projecten, pilots, praatgroepen, prognoses en proefballonnetjes. Kortom, de PvdA pampert de allochtonen. Ik kijk de minister voor Integratie eens in de ogen en wil hem vragen of hij het daarmee eens is of dat hij echt de eerste is die deze lijn gaat wijzigen.

Uit de evaluatie blijkt dat de Wet inburgering precies doet wat ermee werd beoogd. Het is een eerste stap in de integratie en de inburgering, met belangrijke neveneffecten. Er wordt bewust nagedacht over partnerkeuze en de keuze om al dan niet naar Nederland te komen. Dat werkt goed binnen de uitvoerende en financiële kaders; een grote uitzondering op dit moment in Nederland. Er zijn geen noemenswaardige klachten. De instroom is tussen 2003 en 2007 gedaald met 37%. Het aantal ingewilligde aanvragen voor verlenging van de mvv is gedaald van 23.000 naar 11.000. Dat is meer dan 50%, ondanks alle tegenwerking van de PvdA. Wat een mooi resultaat. Wat hebben de ambtenaren van het ministerie van Justitie dat toch geweldig gedaan.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Misschien heeft mevrouw Verdonk nog meer niet meegekregen, maar wij hebben haar gesteund bij de Wet inburgering buitenland en hebben ervoor gestemd. Dat is misschien een kleinigheidje in de parlementaire geschiedenis dat haar is ontgaan.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): De heer Dijsselbloem denkt waarschijnlijk dat er geen debatten zijn in de Kamer. Als ik moest herhalen wat daar allemaal naar voren is gebracht en wat men daar allemaal heeft geprobeerd te wijzigen in die wet omdat het allemaal zo zielig was voor de mensen die hier naartoe wilden komen! Laten we het daar niet over hebben, mijnheer Dijsselbloem.

Nu hebben we een PvdA-staatssecretaris en een PvdA-minister hier aan tafel zitten. Gelukkig een andere minister dan minister Vogelaar, die in een halfjaar tijd het gehele integratiebeleid op tien jaar achterstand heeft gezet: het aantal gezinsvormers en gezinsherenigers is in 2008 naar 15.000 gestegen. Dat is een stijging, minister Van der Laan, van ruim 30% in een jaar. Ik zeg het maar tegen hem, want de staatssecretaris weet het allemaal al en ik heb niet het idee dat het haar echt interesseert. In de brief over de kabinetsaanpak staat dat het aantal gezinsvormers en gezinsherenigers in 2009 daalt of in ieder geval gelijk blijft. Het cijfer staat van juli tot en met juli op 9125. In 2008 waren het er 15.000, zoals ik al zei. Ik wil graag de cijfers van de IND die ik vanmiddag van de website heb geplukt, aan de voorzitter overhandigen. Daar staat dat er tot en met oktober al 23.110 mensen een aanvraag voor een mvv hebben gedaan. Ik krijg graag een toelichting op de cijfers van de staatssecretaris en hoor graag de mening van de minister voor Integratie hierover.

In de kabinetsplannen staat dat het niveau van het inburgeringsexamen buitenland wordt verhoogd van A1- naar A1 en dat een schriftelijke toets zal worden toegevoegd. Dat lijkt me prachtig, maar hoe zorgt de minister ervoor dat dit past binnen artikel 8 EVRM en de richtlijn gezinshereniging? Met andere woorden: is dit een reëel voorstel of gaat de minister, net als Denemarken, voor een opt-out? Dat zou ook een heel goed idee zijn. Het aantal gezinsherenigers stijgt in 2008, met 15.000 ingewilligde mvv's. Het aantal mensen dat een inburgeringspakket aanvraagt, daalt van een kleine 8.000 in 2007 tot een kleine 5.000 in 2008. Hoe kan dat?

Op pag. 5 van de kabinetsaanpak staat dat een eventuele (toekomstige) hogere toestroom uit asiellanden Nederland voor nieuwe problemen zal plaatsen, ook omdat deze groepen mogelijk met grotere achterstanden te maken hebben. Is minister van der Laan het ermee eens dat de enige oplossing hiervoor is om een restrictief toelatingsbeleid te hanteren, en dan ook een echt restrictief toelatingsbeleid?

Op blz. 7 staat: “Het tegengaan van problemen die door de instroom van met name laagopgeleide huwelijksmigranten uit dergelijke omstandigheden kunnen voortvloeien, zoals taalachterstanden, aansluiting op de arbeidsmarkt, opvoedkundige problemen met kinderen, huiselijk geweld en schooluitval, vergt veel inspanningen van de Nederlandse samenleving en drukt op de openbare middelen en voorzieningen waaronder inburgering en hulpverlening.” Dat is een prachtige zin, die ik zo verzonnen zou kunnen hebben. Wat gaat de minister doen om dit soort problemen op te lossen?

In bijlage 3 komen de aanvullende maatregelen aan de orde. Er staan een aantal aanvullende maatregelen wat betreft de bestrijding van fraude en misbruik genoemd en op blz. 10 staat dat deze concreet worden vertaald in praktische maatregelen. Wanneer en hoe gaat dat gebeuren? Wie gaat dat doen? Wie voert bijvoorbeeld de adrescontroles uit? We hebben al bijna geen politie meer in Nederland en dit zal zij echt niet doen. Ik krijg graag een antwoord over wanneer, hoe en door wie.

Over de Europaroute wordt bij de bestaande maatregelen alleen maar melding gemaakt van onderzoek, onderzoek en onderzoek. Ik ben heel benieuwd naar het onderzoek van het WODC en de IND. Dat zou in het najaar komen, maar het is nu bijna winter. We zijn dus wel drie keer aan het lijntje gehouden. Wanneer komt dat onderzoek?

Als je als allochtone vrouw hier in Nederland leeft, word je niet echt gelukkig. Ook daarover wordt bij de aanvullende maatregelen alleen maar onderzoek gedaan. Daar ben je ook gauw klaar mee. Deze minister voor Integratie zit er nu een jaar. Wat mij betreft, is de lijn goed, zijn de woorden goed, maar moeten nu nog de daden verricht worden. Ik hoop dat hij daar vandaag mee begint door een aantal concrete en heldere antwoorden te geven, waarin hij ook concrete en heldere maatregelen beschrijft.


Mevrouw Sterk (CDA): Voorzitter. Zo’n vijf jaar geleden ben ik door Noordoost-Marokko gereisd, een prachtig en fascinerend gebied, maar ook arm en desolaat. We bezochten scholen waar kinderen nog op leien plankjes schreven. We zagen mensen in tenten wonen en hoorden dat een groot aantal mensen überhaupt niet naar school gaat, namelijk 40%. Ik vroeg mij toen af hoe het mogelijk is om de overgang te maken naar het moderne Nederland. Ik heb veel respect voor die mensen die het redden, maar helaas moet ik ook constateren dat een grote groep het niet redt. Ze hebben domweg te weinig in hun rugzak meegekregen om hun toekomst in Nederland goed op te kunnen bouwen. Ze komen terecht in een isolement. Toch zijn er ieder jaar opnieuw mensen die vanwege een huwelijk de stap nemen, vrijwillig of gedwongen. Overigens vind ik het wel belangrijk om aan het begin van dit overleg op te merken dat natuurlijk niet alle huwelijksmigranten uit moeilijke omstandigheden komen. Ook goedopgeleide migranten komen naar Nederland en vinden relatief probleemloos hun weg. Daarbij moeten we echter constateren dat de constante instroom van kansarme huwelijksmigranten de spankracht op veel plaatsen in onze samenleving te boven gaat. De inzet is dus, wat het CDA betreft, om te komen tot kansrijke migratie. Daarom betoogde het CDA vorig jaar bij de begroting dat er hogere eisen moeten worden gesteld aan huwelijksmigratie.
Mevrouw Karabulut (SP): Ik zou graag van het CDA willen weten wat zijn doelstelling precies is. Hoeveel minder gezinsmigranten uit bijvoorbeeld Marokko -- want mevrouw Sterk begint daarover -- zou zij willen toelaten in Nederland?
Mevrouw Sterk (CDA): Ik ga het hier niet hebben over quota, want dat vind ik een onzinnige discussie. Waar ik het wel over wil hebben, is ervoor te zorgen dat mensen die wij toelaten ook oprecht een kans maken in de Nederlandse samenleving. Op dat punt hebben wij nog veel te doen. Ik ben heel blij dat de Wet inburgering buitenland, die uiteindelijk ooit door het CDA is voorgesteld, nu langzaam vruchten lijkt af te werpen. Er lijkt een licht positief effect te zijn, ook op de integratie van mensen in Nederland. Ik denk dat we gewoon eerlijk moeten zijn: als wij mensen de kans bieden om naar Nederland te komen, moeten wij er ook voor zorgen dat zij echt een kans maken.
Mevrouw Karabulut (SP): Daar ben ik het natuurlijk helemaal mee eens. Ook de SP vindt dat we deze mensen moeten voorbereiden, zodat ze die verantwoordelijkheid kunnen nemen, in tegenstelling tot wat decennialang onder andere door het CDA is gebeurd. Toen het deze mensen uit het Rifgebergte nodig had, heeft het CDA ze hierheen gehaald. Ze zijn ook zelf gekomen, maar de consequenties daarvan ondervinden we nu. Ik heb het over de cijfers van nu. Het aantal gezinsmigranten uit Marokko zit op 1000 in totaal. Mevrouw Sterk zegt dat zij dat nog te veel vindt. Kan zij concretiseren wat haar doel is op dat punt?
Mevrouw Sterk (CDA): Ik heb niet gezegd dat het te veel is, maar wel dat we nog steeds zien dat veel mensen het op deze manier niet redden. Wij willen dat mensen meer in hun rugzak krijgen, zodat ze het makkelijker redden in Nederland. Ik wil echt geen discussie over aantallen en bovendien zijn er meerdere landen waar je aan zou kunnen denken. Die worden ook in de nota van het kabinet genoemd. We zouden ook aan Azië kunnen denken, bijvoorbeeld de Filippijnen of Thailand. Ik vind het overigens dapper van het kabinet dat het ook dit probleem noemt: de Nederlandse mannen die hun bruiden uit die landen halen en hier in Nederland soms in bepaalde toestanden en omstandigheden laten leven. Wat dat betreft wil ik geen quotum, maar wel kwaliteit.
De heer Fritsma (PVV): Ik vind de CDA-fractie wel wat vaag over aantallen. De partner- en gezinsmigratie was vorig jaar ver boven de 20.000. Waarom zegt mevrouw Sterk niet gewoon dat dit veel is? Vindt het CDA dat te veel of niet? Mogen wij doorgaan met de partner- en gezinsmigratie op dit niveau? Ik krijg graag een helder antwoord.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik vind dat de PVV ook niet bepaald uitblinkt in heldere cijfers, maar dat terzijde. Wij willen de discussie voeren vanuit de inhoud en die is dat wij helaas moeten constateren dat er mensen zijn die het in Nederland niet redden. Dat noemen wij de kansarme migranten. Volgens mij zijn wij het op dat punt volkomen eens met elkaar. Als wij mensen toelaten of naar Nederland halen, willen wij graag dat zij die stap kunnen maken doordat ze voldoende in hun rugzak hebben om hun weg te vinden in de Nederlandse samenleving. De consequentie daarvan, namelijk dat er minder mensen naar Nederland komen, aanvaarden wij ook, niet omdat we mensen koste wat kost willen weigeren, maar omdat wij zien dat de spankracht van de samenleving deze groep op dit moment niet aankan en dat deze mensen en hun kinderen het bovendien zelf ontzettend moeilijk hebben in deze samenleving.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Mevrouw Sterk hamert er erg op dat mensen voldoende in hun rugzak moeten hebben. Het kabinet is dat met haar eens. Het kabinet zegt dat het niveau A1 moet worden en dat er een schriftelijke toets bij de inburgering buitenland moet komen. Denkt mevrouw Sterk dat dit te realiseren is binnen het EVRM en de richtlijn gezinshereniging? Wat verwacht zij van het kabinet?
Mevrouw Sterk (CDA): Het is interessant dat mevrouw Verdonk dat vraagt, want in Duitsland is het blijkbaar wel te regelen. Duitsland stelt deze eis en heeft zich ook gehouden aan het EVRM. Blijkbaar is het dus in ieder geval voor Duitsland mogelijk om deze eis te stellen. Ik ga ervan uit dat het kabinet dit heeft onderzocht en niet zomaar deze eis stelt.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Mevrouw Sterk gaat ervan uit. Hoe belangrijk is dit punt voor het CDA als het niet zo blijkt te zijn?
Mevrouw Sterk (CDA): Ik ga niet in op als-dan-vragen. Ik ga ervan uit dat het kabinet het goed heeft bestudeerd. Ik zie in de stukken die we hebben gekregen, en die mevrouw Verdonk ook heeft kunnen lezen, dat het in Duitsland mogelijk is. Volgens mij gaat Duitsland op dit punt zelfs nog iets verder dan Nederland. Ik zou graag willen dat het kabinet ingaat op de reden waarom wij niet zo ver gaan als Duitsland, als mijn taxatie tenminste juist is. Ik zie eerlijk gezegd niet waarom Duitsland dat wel zou kunnen doen en wij niet, want we hebben met hetzelfde EVRM te maken.

Vorig jaar hebben wij bij de begroting betoogd dat er hogere eisen moeten worden gesteld aan huwelijksmigratie, omdat de draagkracht van de samenleving onder druk staat. Mijn collega Madeleine van Toorenburg heeft samen met collega Dijsselbloem een motie hierover ingediend om een groot aantal zaken te onderzoeken. Het antwoord daarop vinden we vandaag terug in de kabinetsbrief. Ik vind dit een stevige, dappere en reële brief. Niet eerder durfde een kabinet zo ver te gaan om in te zetten op kansrijke migratie. Men erkent volmondig de problemen en komt met gewaagde maar, in onze ogen, broodnodige oplossingen. Complimenten daarvoor.


Mevrouw
1   2   3   4   5   6   7   8

  • Ortega-Martijn
  • Dijsselbloem
  • Verdonk

  • Dovnload 271.23 Kb.