Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een algemeen overleg over

Dovnload 271.23 Kb.

Conceptverslag van een algemeen overleg over



Pagina3/8
Datum04.04.2017
Grootte271.23 Kb.

Dovnload 271.23 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Karabulut (SP): Ik vind het altijd fascinerend dat het CDA mensen met heel veel hersenen en ook laagopgeleiden wil zien als ze die nodig hebben, maar hen eruit willen schoppen als ze niet meer nodig zijn. Mevrouw Sterk heeft het over de spankracht van de samenleving en zij zegt dat zij alleen kansrijke migranten, en daaronder verstaat zij hoogopgeleide migranten, wil toelaten. Hoe zit het dan met de arbeidsmigranten uit Oost-Europa? Wat de aantallen betreft, is het aantal gezinsmigranten met 50% afgenomen en het aantal arbeidsmigranten met 95% gestegen.
De voorzitter: Mevrouw Karabulut, ik zou het prettig vinden als we het een beetje bij het onderwerp houden. We hebben vorige week een uitgebreid algemeen overleg gehad over deze onderwerpen. Ik wil u natuurlijk niet de mond snoeren, maar ik vraag u wel om een korte vraag te stellen die gaat over het onderwerp van vandaag.
Mevrouw Sterk (CDA): Om te beginnen werp ik de kwalificaties van de SP in de eerste vraag verre van mij. Eerlijk gezegd vind ik deze zelfs ongepast. Ik trek me dat wat mijn partij betreft dan ook niet aan.

Wat betreft de arbeidsmigratie zien wij ook problemen. Ik heb laatst in een artikel geschreven dat mensen die naar Nederland komen in het kader van arbeidsmigratie, niet ook zomaar een beroep op de sociale zekerheid mogen doen. Ook wij zijn van mening dat deze mensen de taal moeten leren om te voorkomen dat we over dertig jaar dezelfde discussie hebben over de Polen als we nu hebben over de voormalige gastarbeiders.


Mevrouw Karabulut (SP): Mevrouw Sterk sprak over de spankracht van de samenleving en zei dat de wijken en de buurten het allemaal niet meer aankunnen. Daarnaast heeft zij het over arbeidsmigranten. Zou zij samen met de SP bijvoorbeeld de tewerkstellingsvergunning weer willen invoeren om werkgevers te verplichten dat hun werknemers de taal moeten leren en in te stellen dat werkgevers de cursus moeten betalen?
Mevrouw Sterk (CDA): De werkgevers mogen inderdaad meer aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid om niet alleen een baan te bieden, maar om er ook voor te zorgen dat mensen scholing krijgen. Wat betreft de tewerkstellingsvergunning merk ik op dat we vrij verkeer in Nederland hebben. We weten echter ook dat je hier alleen mag komen werken als je in je eigen onderhoud kunt voorzien. Als je dat niet kunt wanneer je vijf jaar in Nederland verblijft en als je een beroep doet op een bijstandsuitkering, moet je in principe teruggestuurd worden naar het land waar je vandaan komt. Ik zie de tewerkstellingsvergunning niet als een onmiddellijke noodzaak.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Is mevrouw Sterk op de hoogte van het feit dat in bepaalde wijken heel veel problemen ontstaan, omdat heel veel Polen hun gezinnen laten overkomen en opnieuw beginnen met allerlei taal- en inburgeringsproblemen?
De voorzitter: Ik wil u er nogmaals op wijzen dat dit algemeen overleg niet over dit onderwerp gaat, hoewel u de tijd tot acht uur hier natuurlijk best aan kunt besteden. Ik vraag u echter zich enigszins aan de agenda te houden, want het is prettig als we antwoord kunnen krijgen van het kabinet.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Mijn vraag gaat gewoon over gezinshereniging, maar dan over Polen. Dat is het onderwerp van vandaag.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik kan het mevrouw Verdonk niet kwalijk nemen dat zij in haar eentje niet bij elk overleg aanwezig kan zijn. Wij hebben al een aantal moties ingediend om de inburgeringseisen ook aan onze Europese medeburgers te stellen, juist om te voorkomen, zoals ik net zei, dat we over dertig jaar dezelfde discussie hebben als we vandaag voeren.
De heer Fritsma (PVV): De CDA-fractie weet toch wel dat EU-burgers zoals Polen niet inburgeringsplichtig zijn? Waarom heeft het CDA dan zo snel ingestemd met de openstelling van de arbeidsmarkt voor deze mensen? Je weet toch van tevoren dat het EU’ers zijn? Je weet toch van tevoren dat het op deze problemen uitloopt? Toch heeft de fractie van het CDA de arbeidsmarkt wagenwijd opengegooid.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik stel vast dat wij dat niet onmiddellijk hebben gedaan, maar dat wij juist een pas op de plaats hebben gemaakt voordat we de grenzen hebben opengesteld.. Ik stel ook vast dat wij in ieder geval ook steeds de partij zijn geweest die heeft gewaarschuwd voor problemen, ook bij de inburgering. Dat kunt u mijn partij niet verwijten.

Uit de evaluatie van de inburgering in het land van herkomst die we vandaag bespreken, blijkt dat het een redelijke eis is om het niveau te verhogen naar niveau A1. Ik heb net al de vraag gesteld over Duitsland. Overigens laat de evaluatie een voorzichtig positief resultaat zien. Er blijkt een positieve werking uit te gaan van het volgen van deze cursus op de inburgering in Nederland. Dat is natuurlijk een fantastisch resultaat. Daar hebben we vier jaar geleden heel veel discussie over gehad, herinner ik mij.

De CDA-fractie is een groot voorstander van diploma-eisen. Deze eisen kunnen gesteld worden aan personen die in Nederland wonen, maar ook aan de voorkant, dat wil zeggen als zij naar Nederland willen komen. Ik hoor graag van het kabinet de reden waarom het niet heeft gekozen voor een diploma-eis voordat mensen naar Nederland kunnen komen. Dat zou namelijk heel eenvoudig zijn bij de maatregelen die we moeten nemen in Nederland. Daar heb je geen infrastructuur voor nodig. Het kabinet kiest echter voor een tienjarige leerplicht. Daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen, want iedereen in Nederland gaat inmiddels minimaal tot zijn zestiende naar school. Het gebeurt volgens ons ook te vaak dat de man zijn baan verliest en dat de vrouw dan pas begint met een vorm van scholing, zodat zij tussentijds afhankelijk zijn van de sociale zekerheid. De CDA-fractie zou nog een stap verder willen gaan door een levenslange kwalitatieve leerplicht tot het niveau van een startkwalificatie met een hardheidsclausule te introduceren. Immers, zonder deze startkwalificatie kan je geen baan vinden. Kan het kabinet daarop ingaan? Kan de minister aangeven waarom hij zijn voorstel van de tienjarige leerplicht juridisch haalbaar vindt?

Het kabinet wil ook de positie van de referent aanscherpen. Wat ons betreft zou deze nog wel wat verder aangescherpt kunnen worden. Het betekent namelijk ook dat iemand moet zorgen voor zelfstandige woonruimte. Ook zou de referent meer kosten moeten kunnen dragen. Geldt dat ook voor de tienjarige leerplicht die wordt ingesteld? Betekent dit dat de kosten van de leerplicht voor rekening komen van de referent of in ieder geval van het gezin?

De minister stelt ook voor om de neef/nicht-huwelijken te verbieden. Dat is al enige jaren een hartenkreet van ons. Het is een middel om gedwongen huwelijken tegen te gaan en daarnaast heeft het ook nog een aantal neveneffecten op medisch gebied. Niettemin maakt het kabinet een uitzondering mogelijk via de rechter. Kan het kabinet aangeven waarom het dat doet? Hierbij wil ik graag voortborduren op het punt van de VVD: geldt het voor nichten en neven in het buitenland of geldt het ook voor Nederland? Is het überhaupt mogelijk om die splitsing te maken? Probeert het kabinet die mogelijkheid te bieden door de clausule om dat via de rechter te laten lopen? Kan het kabinet aangeven hoe die mogelijkheid eruit gaat zien? Hoe lang moet je samen zijn om toestemming te kunnen krijgen om te mogen trouwen? Ik begrijp dat men op basis van deze vorm mogelijk toch nog zou kunnen trouwen met een neef of nicht.
De heer Dibi (GroenLinks): Hoe ziet mevrouw Sterk de uitvoering van de controles op neef/nicht-huwelijken precies voor zich?
Mevrouw Sterk (CDA): De heer Dibi gaf zojuist een interessante suggestie! Ik ben niet onmiddellijk voor een DNA-test als dat niet nodig is, maar ik zou me er wel iets bij kunnen voorstellen. Graag een reactie hierop van het kabinet.
De heer Dibi (GroenLinks): Ik wil toch een uitgebreider antwoord van mevrouw Sterk. Moet er in het buitenland een bloedtest worden afgenomen of moet dat in Nederland gebeuren en, zo ja, hoe gaan we dat precies doen? Hoe ziet zij dat voor zich? Zij zei dat het een hartenkreet was van het CDA, dus zij heeft daar vast over nagedacht.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik kan me voorstellen dat daarvoor op de ambassade maatregelen worden genomen of dat er gebruik wordt gemaakt van een DNA-test, zoals de heer Dibi net suggereerde.

Ik vind het goed dat het kabinet polygame huwelijken wil tegenhouden. Ik kreeg net het bericht dat er in Nederland 1374 polygame huwelijken geregistreerd staan. Dat lijkt mij een enorm aantal; des te meer reden om dat aan te pakken.

Verder wil het kabinet scherper toezien op misbruik van regelingen. Dat is ook heel goed. Stel dat iemand binnen een jaar niet meer voldoet aan het middelenvereiste waarop het kabinet wil controleren, betekent dit dan dat de partner wordt teruggestuurd? Raakt hij zijn verblijfsvergunning kwijt of krijgt de referent alleen een boete? Wat ons betreft moet dat eigenlijk gewoon een einde betekenen aan de verblijfsvergunning van die persoon.

In de brief wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten verblijfsvergunningen. Zo hebben asielmigranten bijvoorbeeld soms een tijdelijke verblijfsvergunning. Op dit moment vindt veel gezinsmigratie ten gevolge van asielmigratie plaats uit Irak en Somalië. Volgens de jurisprudentie is er geen recht op domiciliekeuze. Als bij de aanvraag tot verlenging blijkt dat de situatie in het land van herkomst veilig of veiliger is geworden, zou wat ons betreft geen gezinsvorming mogen worden toegestaan. Ik wil graag een reactie van de staatssecretaris hierop.

In bredere zin vindt de CDA-fractie het ook belangrijk om te komen tot Europees beleid, zeker als het gaat om de Europaroute. Krijgen wij de resultaten van het onderzoek daadwerkelijk voor kerst toegestuurd?

Vandaag hebben wij ook een nagezonden brief van het kabinet gekregen over de uitvoering van de motie-Van de Camp. Wij zijn nog niet helemaal tevreden met de reactie van het kabinet, maar we zullen daarop later terugkomen. De staatssecretaris kondigt een onderzoek aan om te weten te komen hoe vaak deze groep vreemdelingen een beroep doet op de sociale zekerheid. Wij vinden het gek dat iemand die hier nooit een kwartje heeft verdiend, toch op kosten van de samenleving allerlei zorg kan krijgen om hier ouder te worden. Ik krijg hierop graag een reactie.



Veel van wat het kabinet zich voorneemt, moet nog onderzocht worden. Kan het kabinet ons informeren op welke termijn het verwacht dat de verschillende onderzoeken zijn afgerond? Het is namelijk zaak om haast te maken. De samenleving staat onder druk en wij moeten naar een selectief immigratiebeleid.
De heer Fritsma (PVV): Mevrouw Sterk sloot haar betoog af met de term "een selectief immigratiebeleid". Dat kun je de Europaroute niet noemen. Partnermigranten komen gewoon binnen en kunnen verblijfsrecht krijgen zonder aan een enkele toelatingseis te voldoen. Hoe staat het CDA daar tegenover? Ik heb mevrouw Sterk daar niet over gehoord.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik neem aan dat de heer Fritsma op de Europaroute doelt?
De heer Fritsma (PVV): Daar doel ik op.
Mevrouw Sterk (CDA): Daar heb ik vier jaar geleden al allerlei debatten met de toenmalige minister over gevoerd en toen heb ik dat aan de kaak gesteld. Wij vinden dat gewoon niet kunnen. Dit geeft ook het belang aan van een beleid op Europees niveau. Ik vind dat veel van wat hier nu wordt aangekondigd, ook op Europees niveau geregeld moet worden en ik vind dat het ook niet meer mogelijk zou moeten zijn op die manier.
De heer Fritsma (PVV): Ik heb herhaaldelijk moties ingediend om de Europaroute te sluiten. De CDA-fractie heeft geen enkele keer zo’n motie gesteund. Mevrouw Sterk voegt de daad weer niet bij het woord. Zij zegt wel hierop tegen te zijn, maar de CDA-fractie geeft niet thuis als het er bij de stemmingen op aankomt. Dan hebben we helemaal niets aan het CDA, werkelijk helemaal niets. Het blijft bij praatjes en mooie woorden maar daadkracht, ho maar.
Mevrouw Sterk (CDA): Mijnheer Fritsma, weet u wat soms het vervelende met de PVV is? De PVV benoemt soms wel terecht problemen, maar de oplossingen zijn wel kort door de bocht. Dat geldt hier ook voor. We kunnen niet zeggen dat het probleem is opgelost als we de route sluiten. Dat zouden we wel willen. Een motie indienen met de vraag hoe we de Europaroute kunnen sluiten, lijkt mij overbodig, want daar is het kabinet al mee bezig.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik herinner mij het appel van het CDA in een andere periode van mijn leven. Toen waren er al allerlei praktische afspraken tussen de IND en de immigratiedienst in België en was er al heel veel aan de gang. Hoe komt het dat dit allemaal tot stilstand is gekomen, nu al drie jaar?
Mevrouw Sterk (CDA): Dat het tot stilstand is gekomen is uw conclusie. Feit is in ieder geval dat die mogelijkheid er nog steeds is. Het is blijkbaar heel taai, want ik twijfel niet aan de wil van het kabinet om de route te stoppen. De route zomaar stoppen kan echter niet. Dat moet de heer Fritsma toch ook erkennen, want ook hem is het niet gelukt om die route te stoppen.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Mevrouw Sterk wil mijn vraag niet horen. Er was al heel veel praktische samenwerking tussen de immigratiediensten. Op de een of andere manier lijkt het toch zo te zijn dat je daar als verantwoordelijke politica druk op moet zetten en daar ook mee door moet willen gaan. Dit kabinet komt nu weer met een onderzoek en mevrouw Sterk wil dat graag voor kerst hebben. Er staat in de brief dat we het in het najaar zullen krijgen. We hadden het al twee keer eerder moeten krijgen. Is mevrouw Sterk van mening dat het kabinet het er gewoon bij heeft laten zitten wat betreft de Belgiëroute?
Mevrouw Sterk (CDA): Mevrouw Verdonk verwijt mij dat ik de vraag niet begrijp, maar volgens mij is ze het gewoon niet eens met mijn antwoord. Ik zie dat het kabinet alles op alles zet om de route te stoppen, maar sommige zaken zijn een stuk ingewikkelder zijn dan Trots op Nederland en misschien ook wel de PVV zo vaak voorspiegelen.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Voorzitter. Vijf jaar geleden, toen ik ook al woordvoerder was, zijn er maatregelen ingevoerd om voorwaarden aan huwelijksmigratie te verbinden. Die hadden betrekking op de inkomensgrens, de leeftijdsgrens en de Wet inburgering buitenland. Alweer een aantal maanden geleden hebben we de motie-Van Toorenburg/Dijsselbloem aangenomen om alle evaluaties eens bij elkaar te pakken en te komen met een samenhangend verhaal. Dat bespreken we nu vandaag. Het onderwerp huwelijksdwang wordt binnenkort in een apart overleg besproken, dus ik zal daar vandaag relatief weinig over zeggen. We hebben daar inmiddels ook eigen voorstellen over gepresenteerd. Mijn collega Arib heeft dat gedaan.

Het kabinet stelt de problematiek voortvloeiend uit de huwelijksmigratie duidelijk in het teken van de achterblijvende integratie van de huwelijksmigrant, de achterstanden van hun kinderen en de spankracht van de Nederlandse samenleving. Het komt nu met een aantal nieuwe maatregelen, zoals het verhogen van het niveau van het inburgeringsexamen, een alfabetiseringstoets gekoppeld aan het examen en zelfs de introductie van een nieuwe vorm van leerplicht. Het kabinet zet verder zwaar in op het bestrijden van gedwongen huwelijken, polygamie en fraude en wil nieuw gesloten neef/nicht-huwelijken niet meer accepteren als grond voor toelating.

Voor de PvdA geldt dat aanhoudende huwelijksmigratie een rem op het integratieproces is. We hebben dat al in onze integratienota uit 2003 verwoord en in de integratieresolutie herhaald. Dat betekent niet dat huwelijksmigratie wat ons betreft onmogelijk moet worden, maar wel dat we gerichte voorwaarden moeten durven stellen waardoor de kans op een zelfstandig bestaan van de komende partner aanmerkelijk verbetert. In tegenstelling tot voor anderen is voor ons het doel nooit geweest om huwelijksmigratie zo veel mogelijk af te knijpen.

In 2004 steunden wij de invoering van de Wet inburgering buitenland. Ik herinnerde mevrouw Verdonk daar al aan. Wij vonden en vinden het legitiem om van mensen die vrijwillig kiezen voor een toekomst in Nederland te verlangen dat zij zich terdege voorbereiden op dat nieuwe land. De invoering en uitvoering van de wet is heel soepel verlopen, dat moet vastgesteld worden. De ambassades verdienen ook een compliment voor de wijze waarop ze dat hebben gedaan. De onderzoekers en de evaluatie laten zien dat door deze wet de nieuwkomers enigszins voorbereid, zelfredzaam en gemotiveerd naar Nederland komen. Het effect op de taalbeheersing is duidelijk, zij het dat het niveau zeer laag is, aansluitend bij de lage eisen van het examen. Het latere effect op participatie in onderwijs of werk is nog niet meetbaar. Daarvoor is er nog te weinig uitstroom uit de daarop volgende inburgering in Nederland. Het slagingspercentage bij de Wet inburgering buitenland ligt zeer hoog: rond de 90%. Het aantal huwelijksmigranten is gedaald en trekt vanaf 2008 weer wat aan. Het kabinet wil nu de winst die te behalen is in termen van taalbeheersing verhogen door de exameneisen op te krikken. Gegeven de slagingspercentages is daar zeker ruimte voor en wij steunen dat dan ook.


Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik hoor de heer Dijsselbloem zeggen dat een grote gezinshereniging en gezinsmigratie in het algemeen een rem op het integratieproces is. Hij constateerde daarnet nogal laconiek dat het aantal in 2008 en 2009 weer stijgt. Is hij daar gelukkig mee?
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb duidelijk gezegd dat het wat ons betreft niet om aantallen gaat, maar om het succes van de mensen die naar Nederland komen met succesvolle integratie en een eigen, zelfstandig bestaan. Daarom was ik geïnteresseerd in de evaluatie, want de cijfers kregen we om het halfjaar wel. Het effect dat mevrouw Verdonk wenst, namelijk dat het naar nul moet, kan met die cijfers worden gemeten. Ik was geïnteresseerd in de vraag of dit eraan heeft bijgedragen dat de mensen die wel worden toegelaten, zich daadwerkelijk een betere positie verwerven: spreken ze beter Nederlands? Gaat het beter met de inburgering? Er is enig effect, daarin moeten we duidelijk zijn, maar het is allemaal nog heel, heel beperkt.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Iemand die voldoet aan alle voorwaarden zowel in het buitenland als in Nederland en meedoet aan de samenleving, is wat betreft Trots op Nederland welkom. Ik begrijp echter dat het de PvdA helemaal niet uitmaakt hoeveel mensen op basis van gezinsmigratie ons land binnen komen.
De heer Dijsselbloem (PvdA): De spankracht van de samenleving kun je op twee manieren ontlasten, enerzijds door het cijfer omlaag te brengen of de grenzen dicht te doen -- dat kan, maar dat is niet onze keuze -- en anderzijds door te zeggen dat huwelijksmigratie toegestaan is en dat mensen het recht hebben om die keuze te maken, maar dat we wel willen dat die mensen vervolgens succesvol zijn in Nederland. Je kunt er ook voor zorgen dat mensen die in het kader van huwelijksmigratie nog wel worden toegelaten, aan bepaalde haalbare maar wel effectieve eisen moeten voldoen. Dat heeft mevrouw Verdonk beoogd met de wet. Ik kan mij herinneren dat zij altijd heeft gezegd dat het haar niet om de cijfers maar om het effect ging. Ik was het daar altijd mee eens. Misschien denkt zij daar nu anders over, maar dat was toen haar redenering. Ik ben dus geïnteresseerd in het effect. Het effect is er, zeggen de onderzoekers, maar het is heel klein en het kabinet zegt dat er meer in zit. We moeten ervoor zorgen dat mensen beter voorbereid naar Nederland komen, onder andere door het inburgeringsexamen in het buitenland.

De PvdA is er verheugd over dat haar voorstel van destijds om ook te kijken naar de mogelijkheid van een opleidingseis, dat mensen op zijn minst gealfabetiseerd zijn in hun eigen taal, nu wordt ingevoerd en wordt gekoppeld aan het inburgeringsexamen buitenland. Dat wordt er aan toegevoegd. Toen was het juridisch oordeel van de toenmalige minister dat dit niet mogelijk was. Ik ga ervan uit dat dit inzicht nu blijkbaar is veranderd. Misschien kan de minister daar iets over zeggen. De vraag is of de alfabetiseringseis ook hoger zou kunnen. Ik ging toen op dat niveau zitten, maar waar ligt de grens van wat binnen het EVRM haalbaar en toelaatbaar is? Ik wil graag een reactie daarop.

Verder bepleiten de onderzoekers twee vragen die ik zou willen overnemen. De eerste betreft het verbeteren van voorbereiding bijvoorbeeld door uitbreiding van het oefenpakket. Daarnaast hebben zij ook opmerkingen gemaakt over de kwaliteit van cursussen waar we niet helemaal aan voorbij moeten gaan. De tweede vraag betreft de procesmatige en inhoudelijke aansluiting op de inburgering die daarna volgt in Nederland. Ik wil graag een reactie van de minister op deze twee aanbevelingen van de onderzoekers.

Mede op basis van de evaluatie stelt de minister een hardheidsbepaling voor. Wanneer het Wib-vereiste zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard kan de minister daar een uitzondering voor maken. Dat is prima.

Het punt van de verhoogde inkomensgrens hebben wij niet gesteund. Dat was het enige punt waarop mevrouw Verdonk gelijk had. Wij vinden een onderhoudsplicht uitstekend. Dat is legitiem, maar een verdere verhoging leidt ertoe dat alleen mensen met een beter inkomen een huwelijkspartner zullen kunnen halen en mensen met een laag inkomen niet. In de evaluatie zie ik nauwelijks argumenten om te zeggen dat de inkomensgrens een goed effect heeft gehad. Ik stel daarom voor om terug te gaan naar het oude niveau, de oude onderhoudsplicht. Het enige zelfstandige effect van de hogere inkomensgrens is het uitstel van de overkomst van de partner. Dat effect wordt echter ook al bereikt door het verhogen van de leeftijdsgrens. Daarmee bereik je dat namelijk heel direct. Mensen mogen immers pas op hun 21ste komen. Ook in dat opzicht heeft de verhoogde inkomensgrens dus geen extra meerwaarde.

Het kabinet wil de erkenning van huwelijken vanaf 15 jaar ter discussie stellen op basis van de openbare orde en de goede zeden. Is het nodig om daarvoor verdragen te wijzigen? Het openbare-ordecriterium staat immers al in verdragen? Kan Nederland niet eenvoudigweg zelf zeggen dat het dit type huwelijken -- en dat geldt ook voor polygame huwelijken -- niet meer erkent op basis van het openbare-ordecriterium dat al in het verdrag staat? Ik wil graag weten of het verdrag daarvoor gewijzigd moet worden en, zo ja, of dat onmiddellijk kan.



Ik kom even terug op de opmerking van de heer Fritsma. Als veel mensen inderdaad heel veel partners achter elkaar halen, hebben we natuurlijk een probleem. De heer Fritsma heeft in zijn nota een voorbeeld gegeven en de heer Dibi was zo goed om dat op te zoeken. Ik heb een vraag over dat voorbeeld, want ik kan niet beoordelen of het reëel is of verzonnen. Er wordt gesuggereerd dat in een heel korte tijd achter elkaar partners worden gehaald en dat dit vanaf de jaren zeventig speelt. Het staat mij bij dat er toen nog een partnerafhankelijke verblijfsvergunning voor vijf jaar was. Wat hier staat, namelijk dat om de drie jaar een nieuwe partner werd gehaald, zou volgens de wet van toen niet kunnen. Ik zou graag willen dat het kabinet reageert op het realiteitsgehalte van dit voorbeeld. Als iemand toentertijd binnen vijf jaar zijn partner verliet, moest die partner terug.
De heer Fritsma (PVV): Je kunt de relatie natuurlijk na drie jaar verbreken. Dan zou de partner in feite terug moeten. De heer Dijsselbloem moet het kabinet echter vragen hoe vaak dat daadwerkelijk gebeurt. Heel vaak wordt de verblijfsvergunning niet ingetrokken met een beroep op artikel 8 EVRM. Zelfs als de relaties worden verbroken binnen de periode waarin er geen zelfstandig verblijfsrecht is, geldt nog steeds dat de mensen vaak niet teruggaan naar hun land van herkomst, hoewel dat wel zou moeten. Dat is een relevante vraag en die zou ik bij dezen ook graag aan het kabinet willen stellen.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Dan schuiven wij die vraag nu door naar het kabinet. Ik stel echter vast dat het aantal malen en het tempo waarin het al dan niet fictieve voorbeeld zich voordoet grote vragen oproept, omdat de mensen nog duidelijk in de partnerafhankelijke periode zitten en helemaal geen zelfstandig verblijfsrecht hebben. Maar goed, we schuiven die vraag door. Het ene voorbeeld dat de heer Fritsma geeft, moet natuurlijk wel op zijn realiteitsgehalte worden beproefd.
De
1   2   3   4   5   6   7   8

  • Verdonk
  • Sterk
  • Dijsselbloem

  • Dovnload 271.23 Kb.