Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een algemeen overleg over

Dovnload 271.23 Kb.

Conceptverslag van een algemeen overleg over



Pagina4/8
Datum04.04.2017
Grootte271.23 Kb.

Dovnload 271.23 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
voorzitter: De heer Fritsma heeft zijn twee reacties op dit punt gehad, maar dit is natuurlijk wel een beetje uitlokking. Ik geef de heer Fritsma toch nog even kort het woord.
De heer Fritsma (PVV): De PvdA zet vraagtekens bij het waarheidsgehalte van het voorbeeld dat ik heb gegeven. Dat is op zichzelf al een ongegronde aanval. De heer Dijsselbloem moet zijn realiteitszin laten spreken. Bovendien is mijn vraag helder. Ik wilde de feiten boven water hebben en daarom heb ik het kabinet maanden geleden al gevraagd hoe vaak dit voor komt. Het kabinet heeft daar geen antwoord op gegeven. De PvdA moet de PVV helpen in de jacht op de cijfers, maar dat heeft zij tot nu toe nog nooit gedaan. Ik zal het kabinet wellicht in een motie vragen om een grootschalig onderzoek te doen om de cijfers boven water te halen. Daarbij verwacht ik steun van de heer Dijsselbloem, anders kan ik mijn punt inderdaad niet bewijzen dat het kabinet niets, maar dan ook niets, bijhoudt. Ik kan het kabinet niet controleren als het zelf geen relevante gegevens bijhoudt.

`

De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik ben bereid dat te doen, maar dan wil ik een afspraak maken met de heer Fritsma dat hij voortaan, voordat hij grote woorden gebruikt en aantallen suggereert die hij zelf niet kan onderbouwen, de volgorde omdraait en eerst vraagt naar de feiten, bijvoorbeeld door te zeggen: het schijnt dat dit voorkomt; kan de minister mij laten zien hoe vaak het voorkomt? Nu doet hij het andersom. Hij zegt dat er een groot probleem is, dat de grenzen openstaan en dat het om duizenden gevallen gaat en daarna zegt hij dat hij geen cijfers heeft en vraagt hij of hij die cijfers kan krijgen. Als we daar een afspraak over kunnen maken, denk ik dat we het debat een stuk feitelijker kunnen laten verlopen.


De voorzitter: Ik stel voor dat we hier geen tweegesprek van maken. De heer Fritsma heeft een vraag gesteld en de heer Dijsselbloem heeft daar antwoord op gegeven. Daar kunt u in tweede termijn op terugkomen.
Mevrouw Karabulut (SP): Ik heb een korte vraag voor de heer Dijsselbloem met betrekking tot het verhogen van het niveau en het toevoegen van een schriftelijke toets, zoals het kabinet voorstelt. U zegt terecht dat in het rapport staat dat de effecten van de Wet inburgering buitenland op de integratie en emancipatie eigenlijk nog niet bepaald kunnen worden omdat het te vroeg is. Vindt u ook dat we dat in ieder geval zouden moeten weten? Ook wijst de evaluatie uit dat een grote groep mensen die lager- of middelbaar zijn opgeleid, zou worden uitgesloten als je de eisen onder de gegeven omstandigheden zou aanpassen. Vindt u ook dat de infrastructuur ook moet worden geregeld als je dat verhoogt?
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb in eerdere debatten al gezegd dat analfabetisme niet een soort ziekte is die je niet kunt overwinnen. Er is wat aan te doen. Je kunt van mensen vragen om zich wat betreft onderwijs voor te bereiden op de grote tocht naar Nederland, zal ik maar zeggen. Is Nederland dan verantwoordelijk voor de infrastructuur? Dat denk ik niet. We kunnen niet in heel de wereld opleidingsinstituten op gaan zetten. De onderzoekers hebben de suggestie gedaan om meer te doen aan het aanbod van oefenexamens en oefenpakketten of om deze uit te breiden. Dat gaat niet zo ver, maar het lijken mij in principe zinvolle suggesties. Ik heb hierover al een vraag gesteld aan de minister.

De onderzoekers zeggen inderdaad dat er een effect te zien is, maar dat het effect qua taalbeheersing heel klein is omdat we nu eenmaal heel lage eisen stellen. Je zou kunnen zeggen dat we eerst meer effect moeten meten, maar dat meet je natuurlijk pas op het moment dat je de eisen durft te verhogen. De onderzoekers zeggen dus dat het systeem wel werkt, maar dat je slechts een heel klein effect meet omdat de eisen die we stellen heel laag zijn. Naar aanleiding van die redenering steun ik de verhoging van de eisen.


Mevrouw Verdonk (Verdonk): Denkt de heer Dijsselbloem dat de hogere eisen vallen binnen het EVRM en de richtlijnen?
De heer Dijsselbloem (PvdA): Daar heb ik net een vraag over gesteld aan het kabinet. Ik kan mij herinneren dat wij deze discussie ook al eerder hebben gehad. Toen was mevrouw Verdonk minister. Zij wilde niet verder gaan en wilde geen hogere eisen stellen omdat ze zei dat het niet kon. Blijkbaar weten we nu meer, want er is ook gerefereerd aan ervaringen in Duitsland. Het kabinet zegt nu dat het wel kan. Er zit nog ruimte voordat we het fundamentele recht van gezinsvorming aantasten en ik denk dat we die ruimte moeten benutten om mensen op een hoger niveau te brengen voordat we mensen in Nederland toelaten.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik stelde een vraag aan de heer Dijsselbloem als PvdA-Kamerlid en vroeg hem of hij denkt -- en niet of de rest van de wereld denkt -- dat de verhoging van de eisen past binnen de EVRM en de richtlijnen.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik heb geen enkele reden om aan te nemen dat dit niet zou kunnen.

Over het onderwerp neef/nicht-huwelijken hebben wij lang zitten dubben. Dat heeft te maken met de discussie over hoe groot de gezondheidsrisico’s zijn, welke winst daar nog te behalen is door middel van voorlichting, etc. Gegeven de cijfers die in de brief worden genoemd, namelijk dat ook onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders op dit moment naar schatting nog 25% binnen de familie trouwt en gezien de effecten daarvan op bijvoorbeeld de problematiek in Amsterdam, waar door de wethouder is gewezen op de problematiek van de mantelzorg, willen wij in principe het verbod op neef/nicht-huwelijken steunen. Wij hebben wel een aantal vragen, die ook door anderen al zijn opgeworpen, over de handhaafbaarheid. Dit zal namelijk nog wel wat vergen in de uitvoering. Ik denk dat het kabinet daar een goed verhaal over moet hebben. Deskundigen zeggen dat het juridisch niet kan. Dat snap ik dan weer niet. Wij begrijpen namelijk dat in meerdere EU-landen een verbod op neef/nicht-huwelijken bestaat. Blijkbaar kan het in die landen juridisch gezien wel. Waarom zou het hier niet kunnen? Het is een beetje een cirkelredenering, maar goed, ook de juridische deskundigen verdienen een antwoord.


De voorzitter: Ik wil u erop attent maken dat de minister van Justitie nu aanschuift. Exact op tijd, dat is altijd mooi. Welkom. Mevrouw Verdonk, ik had al gezegd dat het uw laatste keer is geweest. U mag maximaal twee interrupties doen.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Dit gaat over een ander onderwerp.
De voorzitter: Dan zal ik in de pauze duidelijkere afspraken maken over het aantal interrupties, want dit loopt een beetje uit de hand, maar dat geldt niet alleen voor u. Mevrouw Verdonk, een korte vraag.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Voorzitter. Is de heer Dijsselbloem voor een DNA-test om te kijken of mensen neef en nicht zijn of om te kijken of er familierelaties zijn?
De heer Dijsselbloem (PvdA): Volgens mij is dat niet nodig.

Ik heb nog enkele kleine punten. Ik heb het openbare-ordecriterium genoemd. De minister wil in het licht van de fundamentele rechten van vrouwen en homo’s weer een nieuw onderwijsdoel en zelfs een nieuwe onderwijsmethode invoeren, gericht op gendereducatie. Niet alleen gaat hij mij daar iets te snel voorbij aan alles wat er al op dit terrein gebeurt, maar wij verzetten ons er ook tegen dat in elke nieuwe beleidsbrief van het kabinet weer een nieuw onderwijsdoel wordt aangekondigd. Laat de minister zich aansluiten bij wat er gebeurt en het oor te luisteren leggen bij zijn collega’s Bussemaker en Plasterk.



De kabinet heeft aangekondigd de leeftijdsonafhankelijke leerplicht in dit verband te willen onderzoeken. Dat is een interessante gedachte, maar we moeten wel even nadenken over wat dit precies gaat betekenen. Ik hoor sommige collega’s al praten over mbo-2 niveau en zelfs een slaagplicht. Mensen zouden dat dus moeten halen. Moeten zij dat dan van tevoren halen? Moet alleen de komende partner dat halen nadat hij of zij in Nederland is aangekomen? Of gaat dat ook gelden voor de partner die al in Nederland is? Mag hij pas een partner halen als hij mbo-2 heeft gehaald? Ik denk dat we heel erg moeten oppassen met het introduceren van het mbo-2 niveau als verplicht niveau. Laten we ons realiseren dat 40.000 kinderen per jaar dat niveau niet halen. We moeten ons wel even bedenken wat we aan eisen gaan formuleren. De PvdA steunt liever strengere eisen vooraf in termen van het opleidingsniveau en het inburgeringsexamen. Dat vinden we eerlijker en realistischer dan dat we mensen eerst laten komen en ze vervolgens in Nederland confronteren met bijvoorbeeld een mbo-2 eis, wat voor veel mensen echt een drama wordt. Dat is ook voor veel autochtone Nederlanders echt niet realistisch.
De heer Fritsma (PVV): De heer Dijsselbloem noemde gezinsvorming een fundamenteel recht. Heeft hij er wel eens over nagedacht dat gezinsvorming ook in Marokko kan plaatsvinden? Dat is vaak veel logischer. Als een Marokkaan een partner overhaalt, spreken beide partners Marokkaans of Arabisch of Berbers en delen ze dezelfde cultuur en dezelfde achtergrond. Is het geen idee om te zeggen dat de gezinsvorming dan ook in Marokko kan plaatsvinden? Waarom moet dat altijd in Nederland?
De heer Dijsselbloem (PvdA): De vraag was of ik daar wel eens over heb nagedacht. Daar heb ik over nagedacht en die mogelijkheid bestaat ook.
De heer Fritsma (PVV): Hoe beoordeelt u het dan dat het in de praktijk nooit voorkomt en dat in bijna alle gevallen de gezinsvorming in Nederland plaatsvindt? Vindt u dat goed of vindt u dat het ook vaker in Marokko kan?
De heer Dijsselbloem (PvdA): Daar ga ik niet over. Dat zal vast en zeker ook in Marokko kunnen, zoals u het formuleert. Om terug te komen op het begin van mijn betoog, ik vind dat degenen die gebruik willen maken van dat fundamentele recht en zich willen vestigen in Nederland, gewoon moeten voldoen aan een aantal eisen, waardoor de spankracht van de samenleving minder wordt belast. De eisen die we nu stellen, zijn daar nog niet goed genoeg voor. In deze brief worden nieuwe en aanvullende eisen gesteld. Zeker wat de eisen vooraf betreft, waarmee ik mijn betoog eindigde, zijn wij het daar ook zeer mee eens.
De heer Dibi (GroenLinks): Voorzitter. Het kabinet begint in de brief over huwelijksmigratie over Faiza oum’Hamed en haar gedwongen huwelijk met een tiran. Het hartverscheurende verhaal van het jonge meisje dat nu is uitgegroeid tot een schrijfster en voorbeeld voor vele anderen is zeer belangrijk omdat we hier lessen voor de toekomst uit kunnen trekken. Ik moet zeggen dat ik een onbehaaglijk gevoel kreeg bij het lezen van de brief en de lessen die het kabinet trekt, omdat er een grote naïviteit uit spreekt, een vergelijkbaar onbehaaglijk gevoel als de minister een tijdje geleden kreeg. De minister wil Faiza en haar lotgenoten beschermen met een stevig pakket aan maatregelen: een verbod op neef/nicht-huwelijken, een verhoging van het niveau van het inburgeringsexamen in het buitenland, het simultaan verhoren van huwelijkspartners plus adrescontroles op basis van risicoprofielen en het eisen van tenminste mbo-2 voor degene die iemand naar Nederland wil laten komen. In een artikel in Trouw schrijft diezelfde Faiza dat de importbruiden die hier illegaal naartoe komen helemaal niets aan dit soort maatregelen hebben, terwijl die meisjes het juist het zwaarst te verduren hebben.

Bij het lezen van de brief lag het onbehaaglijke gevoel vooral in het feit dat het kabinet generieke immigratiebeperkende maatregelen neemt -- dat mag en daar moet het ook gewoon voor uitkomen -- en deze verkoopt onder het mom van het bestrijden van huwelijksdwang. GroenLinks staat altijd open voor elke maatregel waarmee het kabinet komt, maar beoordeelt deze wel op de effectiviteit ervan. Het zou het kabinet sieren als het zou zeggen dat het hier gewoon gaat om het beperken van de immigratie. Met de huidige maatregelen zie ik niet veel terechtkomen van het bestrijden van huwelijksdwang en schijnhuwelijken. Sterker nog, wanneer de drempels worden verhoogd, zullen de sluiproutes vaker worden doorlopen. Dat is slechts een kwestie van berekening en menselijk gedrag. Daardoor zal de groep jonge meiden zoals Faiza oum’Hamed groeien, terwijl wij deze juist willen reduceren tot nul. Ik wil graag een reactie op de mogelijk negatieve effecten van de maatregelen die het kabinet voorstelt. De groep waarop ze gericht zijn, wordt hierdoor juist onzichtbaar en komt illegaal Nederland binnen.


Mevrouw Sterk (CDA): Ik betrap de heer Dibi, geloof ik, op een cirkelredenering. Eigenlijk zegt de heer Dibi dat we alle eisen gewoon moeten laten varen: dan hebben we nooit meer last van gedwongen huwelijken.
De heer Dibi (GroenLinks): Dat is niet juist. Ik beoordeel deze eisen op hun effectiviteit. Als je zegt dat je deze maatregelen neemt om meisjes die nu enigszins ondergronds onderdrukt of mishandeld worden te beschermen, ga ik kijken of die maatregelen daar ook echt tegen werken. Iemand die dit zelf heeft ondervonden, zegt dat ze hier niets aan gehad zou hebben. Ik vind daarom dat het kabinet met een goed verhaal hierover moet komen. Als het dit echt wil voorkomen, moeten de maatregelen ook aansluiten op wat het wil voorkomen.
Mevrouw Sterk (CDA): Ik zou graag willen horen welke maatregelen GroenLinks wel effectief zou vinden.
De heer Dibi (GroenLinks): Daar kom ik net op. In dit debat staat voor GroenLinks de gelijkheid tussen man en vrouw en de emancipatie van kwetsbare vrouwen centraal. Dat is ook de reden dat ik naar dit debat ben gekomen. Ik heb al gezegd dat wij openstaan voor alle voorstellen, maar dat wij deze altijd beoordelen op hun effectiviteit. We doen allereerst een voorstel dat we al eerder hebben gedaan, namelijk om een kwalificatieplicht voor de huwelijksmigrant te introduceren en de rekening bij de partner neer te leggen, voor zover dat mogelijk is. Dat betekent als het ware een emancipatieplicht voor degene die een partner laat overkomen. Hij of zij moet weten dat wanneer een partner Nederland binnenkomt, daar bepaalde kosten mee gemoeid zijn en dat hij of zij de opleiding zal moeten betalen. Natuurlijk zal niet iedereen het mbo-2-niveau kunnen halen. Daarom moet er een soort uitzonderingsgrond zijn voor mensen die daar niet toe in staat zijn. Wij vinden echter dat we duidelijker moeten communiceren wat het betekent voor het huishouden en voor het gezin wanneer de partners daadwerkelijk zijn toegelaten in Nederland. Ik hoor graag een reactie op dit voorstel. Ik heb begrepen dat het kabinet onderzoek laat doen naar een aantal andere voorstellen. Zou het dit willen meenemen in dat aanvullende onderzoek?
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Ik vraag me af wat de heer Dibi verstaat onder een kwalificatieplicht.
De heer Dibi (GroenLinks): We kennen nu al een kwalificatieplicht in Nederland. We hebben de leerplicht een tijd geleden enigszins uitgebreid met een kwalificatieplicht. Dat betekent eigenlijk havo, vwo of mbo-2-niveau. Wanneer iemand een huwelijkspartner van buiten Nederland laat komen, weet hij of zij als partner dat dit een aantal inspanningen zal vereisen om deze partner op een bepaald niveau te tillen. Het gaat ook vaak om mannen, maar die worden vaak vergeten; we hebben het heel vaak over bruiden, maar het gaat vaak genoeg over bruidegommen. Wij willen graag dat vrouwen een bepaald onderwijsniveau hebben. Dat brengt namelijk een bepaalde emancipatie met zich mee.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Bedoelt de heer Dibi dat degene die in Nederland woont, de gehele opleiding moet betalen tot aan de kwalificatieplicht van de partner die hier naartoe gehaald wordt?
De heer Dibi (GroenLinks): Ik heb het kabinet gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken van het neerleggen van een deel van de kosten bij de partner. Ik kan me echter voorstellen dat niet iedereen dat kan ophoesten. Als je nog jong bent en bijvoorbeeld tijdens de vakantie verliefd bent geworden, hoef je niet meteen een hele mbo-2-opleiding te bekostigen, maar je mag daar wel aan bijdragen. Ik ben benieuwd naar de uitkomsten van zo’n onderzoek.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Dit is in ieder geval een radicale verhoging van de inkomensgrens en het effect zal in de cijfers ook radicaal zijn. Stel dat dit toch leidt tot huwelijksmigratie, hoe gaat u dit dan handhaven met betrekking tot de effectiviteit waarover u het heeft? U keert zich tegen voorwaarden vooraf en verhoogt de voorwaarden in Nederland. Ik neem aan dat mensen hier vier jaar de tijd voor krijgen. Wat gaat GroenLinks doen om alsnog op te treden tegen deze huwelijksmigratie als men na die vier of vijf jaar het mbo-2-niveau niet heeft gehaald?
De heer Dibi (GroenLinks): Ik snap dat u meteen met detailvragen en uitvoeringsvragen komt. Dat doet iedereen. Dat doe ik zelf ook, dat mag. Echter, dit is een gedachte die GroenLinks al een aantal jaren heeft. Het staat ook in onze integratienota van een aantal jaar geleden, Het hoofd koel, het hart warm. Het zou veel mensen goed doen om in het immigratiedebat het hoofd koel te houden en het hart warm. Als je kwetsbare meiden wilt beschermen die naar Nederland komen, kan dat ook door ze toegang te geven tot het onderwijs. Je moet ervoor zorgen dat de man weet dat hij daaraan een bepaalde bijdrage moet leveren. Ik laat het over aan het kabinet om te kijken binnen welke periode het niveau behaald moet worden.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Het is ook een oud D66-voorstel, maar ook met D66 hebben we deze discussie gehad. De heer Dibi begint op een tamelijk hoge toon te zeggen dat de maatregelen van het kabinet allemaal niet deugen. Vervolgens doet hij een alternatief voorstel dat qua effectiviteit en uitvoerbaarheid volstrekt niet doordacht is. Daarom stel ik nog een keer de vraag wat er gebeurt als mensen na vier of vijf jaar -- dat vullen we later nog wel in -- de startkwalificatie niet halen? Ik vrees namelijk dat dit op grote schaal gaat gebeuren.
De heer Dibi (GroenLinks): Ik vind het raar dat iemand mij uitvoeringsvragen stelt die zelf voor het verbod op neef/nicht-huwelijken is, maar dat even terzijde. De rompslomp die je met de uitvoering daarvan creëert, is namelijk enorm en het effect is volgens mij heel erg klein. Het is echter een terechte vraag. Niet iedereen zal het mbo-2-niveau of een havo- of vwo-diploma kunnen halen. Dat hoeft ook niet iedereen te halen. Echter, laten we de lat in ieder geval ergens leggen en laten we uitzonderingsgronden creëren voor de mensen die dat niet halen. Dat doen we nu ook. Er zijn allerlei leerwegen die je kunt volgen naast het halen van de startkwalificatie, zoals de arbeidsmarktgerichte leerweg. Er zijn er genoeg te noemen. Er wordt altijd meteen gedacht dat er een sanctie moet zijn als je het niet haalt, omdat mensen het zogenaamd niet willen doen als er geen sanctie is. Ik denk echter dat de meeste mensen dolgraag onderwijs willen volgen om daardoor toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Ik vraag het kabinet nogmaals om met een open mind hiernaar te kijken.
Mevrouw Sterk (CDA): In hoeverre verschilt uw voorstel eigenlijk met het voorstel van het kabinet?
De heer Dibi (GroenLinks): Welk voorstel bedoelt u?
Mevrouw Sterk (CDA): Daar was ik al een beetje bang voor. Het kabinet doet een voorstel voor een tienjarige leerplicht. Dat lijkt ontzettend op wat u voorstelt, u gaat alleen iets verder, net als het CDA. U gaat eigenlijk naar een soort levenslange leerplicht en het belang van een startkwalificatie; dat is het mbo-2-niveau. Waarom heeft u heel veel kritiek op het kabinet wegens ineffectieve maatregelen, terwijl u met uw maatregel volgens mij verder gaat dan het kabinet?
De heer Dibi (GroenLinks): Ik heb niet kritiek op alle maatregelen, ik heb alleen een aantal maatregelen genoemd die ik ineffectief vind. Er zijn een aantal maatregelen die ik zo zal noemen waar wij heel veel voor voelen. Laat het kabinet ons voorstel maar naast het eigen voorstel leggen, dan kijken we wel welk voorstel beter is. Als ze een grote gelijkenis vertonen, kunnen we vast wel zaken doen en tot een compromis komen.

Dan kom ik op mijn volgende voorstel. GroenLinks denkt dat er ontzettend veel te behalen valt als het netwerk rondom gezinnen en huishoudens en rondom paartjes die gaan samenwonen alert is en weet hoe te handelen als er signalen zijn van dwang en mishandeling. Mevrouw oum’Hamed zegt terecht dat juffen het merken als moeders hun kinderen nooit komen brengen. Dit zijn momenten waarop professionals kunnen en moeten handelen. Ik vraag de minister om in de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, waar op dit moment volgens mij aan gewerkt wordt, het aspect van huwelijksdwang mee te nemen. Daarbij moet de gemeente beter worden toegerust om deze vrouwen op te kunnen vangen. Welke aanvullende maatregelen kunnen de bewindslieden treffen als het gaat om het netwerk rondom de vrouwen die mogelijk onderdrukt en mishandeld worden? Ik denk dat de effectiviteit hier het grootst kan zijn als wij huwelijksdwang willen bestrijden en gedwongen huwelijken willen tegengaan.

Het is een hiaat van hier tot en met Casablanca en Istanboel dat huwelijksdwang in ons Wetboek van Strafrecht nog niet verboden is. Dit is een punt waar GroenLinks al langer voorstander van is. Wij realiseren ons dat we hiermee niet kunnen voorkomen dat huwelijksdwang in de toekomst nog zal plaatsvinden, maar met de wet aan hun zijde zullen slachtoffers van huwelijksdwang zich gesterkt weten in hun zoektocht voor vrijheid. Ik vraag de minister om hier werk van te maken. Ik heb hier al eerder een motie over aangehouden. Het vorige demissionaire kabinet had hier oren naar en zou het doorgeven aan het volgende kabinet. Volgens mij ligt het nu bij minister Hirsch Ballin. Ik ben benieuwd hoe de minister er tegenaan kijkt om in het Wetboek van Strafrecht apart op te nemen dat huwelijksdwang strafbaar is, zodat iedereen weet hoe wij daar tegenaan kijken.

Tot slot wil ik iets zeggen over het Nederlandse staatsburgerschap. Het Nederlandse staatsburgerschap is GroenLinks heel wat waard. Nederlandse staatsburgers krijgen wat ons betreft toegang tot allerlei vrijheden. Een van die vrijheden is het recht op gezinsvorming en gezinshereniging. Dat recht is niet oneindig. Je kunt er opleidingseisen en inkomenseisen aan stellen, maar op een gegeven moment moet je zeggen: dit is de lat die wij leggen, dit is de grens die wij stellen en we gaan niet elke keer als de immigratie enigszins toeneemt de lat hoger leggen. Op een gegeven moment moet je accepteren dat je raakt aan een fundamenteel recht. Ik wil dat graag benoemd hebben in dit debat omdat ik bij het lezen van de stukken van het kabinet en bij het horen van de voorgaande inbrengen het gevoel heb dat het alleen maar om immigratiebeperking gaat. Het Nederlandse staatsburgerschap is, nogmaals, GroenLinks wat waard.

Mijn medewerker had de suggestie gehoord en op de site was inderdaad een voorbeeld te vinden. Ik vind het een zorgelijke zaak als het waar is, maar of het waar is weet ik nog niet. Er staat bijvoorbeeld geen dossiernummer bij. Ik vraag de staatssecretaris van Justitie om hierop in te gaan en de Kamer schriftelijk te informeren of dit waar is en of er meerdere gevallen zijn van een partner die soms wel negen keer opnieuw een partner uit het land van herkomst laat komen. Als het waar is, kunnen we daar maatregelen tegen treffen. Ik neem aan dat het dossiernummer kan worden overgedragen aan de staatssecretaris zodat zij er meteen mee aan de slag kan. Als het niet waar is, heeft de heer Fritsma een groot probleem.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Ik begrijp de inbreng van de heer Dibi niet. Hij zegt dat het fundamentele recht op gezinsvorming en gezinshereniging wordt aangetast door hoge eisen te stellen, maar het voorstel van GroenLinks gaat echt het allerverst. Het gaat het verst in termen van de kosten, want de kosten van een hele mbo-2-opleiding worden bij voorbaat bij de halende partner gelegd. We hebben het hier echt over tonnen. Om een mbo-2-opleiding te halen zit je vier jaar op school, en dan ga ik ervan uit dat je de vier jaar school die daaraan voorafgaat al hebt gehad. Ik begrijp het allemaal wel, maar ik begrijp verwijt aan het kabinet niet. Het inhoudelijke niveau dat van de huwelijksmigrant wordt gevraagd, is ook veel hoger dan wat het kabinet tot nu toe vraagt. GroenLinks gaat op beide punten dus veel verder en verwijt vervolgens het kabinet dat het de gezinshereniging aan banden wil leggen. Dat begrijp ik niet.
De heer

1   2   3   4   5   6   7   8

  • Verdonk
  • Dijsselbloem
  • Sterk

  • Dovnload 271.23 Kb.