Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een algemeen overleg over

Dovnload 271.23 Kb.

Conceptverslag van een algemeen overleg over



Pagina6/8
Datum04.04.2017
Grootte271.23 Kb.

Dovnload 271.23 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8
Verdonk (Verdonk): Dit is uitlokking.
Minister Van der Laan: Ik vind het geen uitlokking. Het is communicatie.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Toen ik deze minister gisteravond hoorde bij Pauw en Witteman nam hij de credits voor de wet. Prachtig. Laat ik het zo stellen: ik zal aan het eind van dit debat zeggen of ik vind dat de minister wel of niet concreet genoeg is. Dat komt dus nog.
Mevrouw Karabulut (SP): De minister had het over de knik omhoog in de cijfers en de maatregelen waarmee hij kwam. Wat zijn de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen als het gaat om de cijfers?
Minister Van der Laan: Ik heb zelf niet zozeer een kwantitatieve doelstelling. Ik geloof dat mevrouw Sterk en anderen dat ook hebben gezegd en ik geloof dat het ook voor mijn collega’s geldt, maar die moeten voor zichzelf spreken want dit hebben wij niet expliciet zo voorbereid. Ik schrok van die knik. Dat is geloof ik vrij normaal. Wij willen die knik weer ombuigen op grond van de motieven die ik heb genoemd. Ik ga nu niet kwantitatief zeggen dat het op X-duizend of Y-duizend moet komen. Ik volg wat dat betreft wat ik daarnet hoorde van mevrouw Sterk. Ik heb daar helemaal niet over nagedacht.

Ik wil graag mijn antwoord richting de heer Dibi afmaken omdat ik dat belangrijk vind. Verschillende thema’s kunnen in je hoofd en in dit geval ook in je hart samenkomen, waardoor je met elkaar in actie komt. Het is ieder mens toegestaan elk gevoel te hebben wat hij heeft. Ik wil echter wel zeggen dat het met mij wat makkelijker communiceert als het blijft bij de inhoud en het geloof in elkaars intenties dan als dat wordt geëxpliciteerd als een onbehaaglijkheid. Ik heb het artikel over Faiza niet bij me en ik weet niet of ik dat artikel in de reeks gelezen heb, maar ik stel mij voor dat Faiza bedoeld heeft te zeggen dat alle maatregelen die er al waren sinds 2000 en die er nu in 2009 bijkomen, haar niet hadden geholpen omdat zij al in 1995 illegaal was binnengebracht. Dat zou de meest eenvoudige verklaring zijn voor wat zij zegt. Dat hoeft niet tegenover onze intentie te worden gelegd.


De heer Dibi (GroenLinks): Ik wil voor de duidelijkheid zeggen dat ik een aantal maatregelen heel goed. Die worden ook in het ingezonden stuk van Faiza genoemd, samen met een aantal maatregelen die ineffectief genoemd worden. Het punt is dat er sprake is van een enigszins gebrekkige analyse omdat de cijfers niet helemaal boven tafel zijn. Daarom vraag ik of de maatregelen er niet toe leiden dat er sprake zal zijn van meer illegale huwelijksmigratie en dat de groep die Faiza vertegenwoordigt groter zal worden.
Minister Van der Laan: Ik geloof daar totaal niet in. Als we bij het treffen van maatregelen er altijd van zouden uitgaan dat hoe strakker de maatregel is, hoe groter de kans op ontduiking is, denk ik dat dit land nooit geworden was wat het is geworden. Ik vind het wel terecht dat u zegt dat wij ons altijd moeten afvragen of we met bepaalde maatregelen geen effecten oproepen die andere of grotere nadelen hebben. Ik denk dat wij daar bij deze brief over gesproken hebben. Ik zie ze op dit moment niet en op hun terrein zien mijn collega’s ze ook niet.

Ik wil graag naar de maatregelen en de vragen die daarover gesteld zijn. Ik zal de toelichting daarop zo kort mogelijk houden en daarna zal ik met een aantal resterende dingen afsluiten. Ik wil beginnen met de verhoging naar het niveau A1 van het basisexamen inburgering buitenland, waarover vandaag is gesproken. Deze verhoging is technisch eenvoudig te realiseren, maar zij moet wel leiden tot een aanpassing van het vreemdelingenbesluit en van het examenprogramma. Daar wordt de komende maanden en ook nu al aan gewerkt. Daarbij zal uiteraard ook het verplichte adviestraject met de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken en de Raad van State worden gevolgd.

De verhoging naar het niveau A1 zal per 1 juli 2010 worden geëffectueerd. Met de schriftelijke toets ligt het iets anders. Deze zal naast de verhoging naar A1 worden geïntroduceerd. Ook daarvoor moeten het vreemdelingenbesluit en het examenprogramma worden aangepast. Dat zal gelijktijdig met de aanpassingen voor de verhoging naar niveau A1 gebeuren. Er is echter een iets andere tijdshorizon voor het ontwikkelen van het schriftelijk examen, want dat kost ongeveer tien maanden. Het kabinet stelt voor om dit examen per 1 januari 2011 te introduceren. Dat is een verschil van een halfjaar. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van het examen zal zijn dat het helemaal geautomatiseerd kan worden afgenomen en beoordeeld en dat het inzetbaar is op 124 buitenlandse posten. Bij de invulling van het schriftelijk examen zal worden gezocht naar een evenwicht tussen de substantiële invulling van het examen, waardoor het daadwerkelijk bijdraagt aan de taalvaardigheid voor de komst naar Nederland, en de mate waarin het examen haalbaar blijft. We weten uit het recht namelijk dat het examen geen onoverkomelijke drempel mag opwerpen. Over de precieze invulling van het examen zal de Kamer in het voorjaar worden geïnformeerd.

Het lijkt mij heel belangrijk om de haalbaarheid van het examen te vergroten. Dat zeg ik om degenen gerust te stellen die bang zijn dat hier kwantitatieve doelen achter zouden zitten. Om de haalbaarheid van het examen te vergroten zullen de bestaande voorbereidingsmogelijkheden worden uitgebreid, onder meer door de aanvulling van het oefenpakket. Als ik het me goed herinner, heeft de heer Dijsselbloem daarnaar gevraagd. Dit zal gebeuren in samenwerking met buitenlandse instituten. Ik kan daar op dit moment niet veel meer over zeggen. Dat kan ik pas als dat ook daadwerkelijk is gelukt.

De verhoogde exameneisen zullen worden gesteld aan dezelfde groep als voor wie het huidige examen geldt, dus voor gezinsvormers en -herenigers tussen 18 en 65 jaar die voor de komst naar Nederland een mvv dienen aan te vragen. Er wordt een uitzondering gemaakt voor kandidaten die om medische redenen niet in staat zijn om te slagen voor het examen. Daarnaast kent de huidige wet, en dat blijft ook zo, de mogelijkheid om in onvoorziene gevallen het examenvereiste niet te stellen, namelijk wanneer dat zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Heel eigenwijs wijs ik erop dat die beslissing is voorbehouden aan de minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

Een van de aanbevelingen bij de evaluatie van de wet is om het inburgeringsexamen in het buitenland beter te laten aansluiten op het inburgeringsprogramma in Nederland. Er is aan gerefereerd dat verbetering daarvan een van de fijne dingen is uit de evaluatie, maar dat het nog beter kan. Ik maak eerst een opmerking over het proces en vervolgens over de inhoud. De tijd tussen het examen in het buitenland en de start van het inburgeringsprogramma moet volgens de aanbevelingen worden beperkt. Dat zal gebeuren wanneer de procedures voor de mvv en de verblijfsvergunning worden samengevoegd in het kader van het moderne migratiebeleid van mijn collega’s. Nieuwkomers zullen dan vrijwel meteen na aankomst in Nederland inburgeringsplichtig zijn.

In de evaluatie is geconstateerd dat bij de inburgering in Nederland weinig wordt gekeken naar de taalvaardigheid en kennis die nieuwkomers in het buitenland hebben opgedaan. Ik zal in overleg treden met gemeentes en taalaanbieder om te zien hoe dat in de praktijk beter kan. Er werd mij zojuist verteld dat het overleg daarover al is gestart. Uiteraard zal ook bij de nieuwe schriftelijke vormgeving van het examen in het buitenland rekening worden gehouden met de aansluiting op het inburgeringsexamen in Nederland.

In het inburgerings- en opleidingstraject van de buitenlandse partner zal een groter beroep worden gedaan op de verantwoordelijkheid van referenten. De partner in Nederland, die wij referent noemen, zal al voor de komst van zijn of haar buitenlandse partner worden aangesproken op die verantwoordelijkheid. Wanneer de partner onvoldoende meewerkt aan het programma of daartoe belemmerend optreedt, zal de referent worden gesanctioneerd. Momenteel wordt met de collega’s van Justitie onderzocht hoe we dat juridisch het beste kunnen verankeren. De schematische hoofdvraag daarbij is of je daarvoor bij de Vreemdelingenwet moet zijn of bij de Wet inburgering of misschien wel allebei. Dat overleg loopt ook.

In de toekomst zal onderzocht worden hoe een opleidingsinspanning kan worden gevraagd van buitenlandse partners, zodat men in Nederland een betere aansluiting kan vinden op de arbeidsmarkt. Diverse sprekers hebben geïnformeerd naar of opmerkingen gemaakt over de leeftijdsonafhankelijke leerplicht, zoals geadviseerd door de commissie-Bakker. De trekker hiervan is Sociale Zaken. Dit heb ik in een aantal verbanden al eerder gezegd. Zodra dat mogelijk is zal Sociale Zaken in overleg met ons de Kamer hierover informeren. Op dat moment zal duidelijk worden welk niveau daarbij wordt beoogd. De discussie over het vaststellen van een startkwalificatie en de consequenties daarvan speelde daarstraks als even. Die discussie is belangrijk voor de norm die je beoogt. Ik stel voor dat we dat als het aangewezen moment beschouwen om daarover inhoudelijk in discussie te gaan.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Denkt het kabinet daarbij aan een deelnameplicht zoals de Leerplichtwet kent, of aan een niveauslagingsplicht?
Minister Van der Laan: Deze minister voor WWI weet niet wat een niveauslagingsplicht is.
De heer Dijsselbloem (PvdA): Als u het verplicht maakt dat mensen een bepaald niveau moeten halen, is de systematiek daarvan heel anders dan die van de Leerplichtwet. Op grond van de Leerplichtwet moet iemand tot een bepaalde leeftijd deelnemen aan het onderwijs.
Minister Van der Laan: Het gaat dus om het verschil tussen deelnemen en halen. Ik kan daar het antwoord niet op geven en ik weet niet of mijn collega’s daar al op in kunnen gaan. Ik stel voor dat wij de ongetwijfeld voortreffelijke voorstellen van collega Donner afwachten. Als ik iets niet kan, kan ik het niet.

Aan mevrouw Sterk wil ik nog zeggen dat het voordeel van een algemene leerplicht die voor alle ingezetenen in Nederland geldt, is dat deze ook gesteld kan worden aan de nieuwe gezinsvormers en -herenigers en, breder, alle vrijwillige inburgeraars. Bij de discussie in deze commissie is dit een wezenlijke kijkrichting die hopelijk voldoende oplevert, zodat we de problematiek van de vrijwillige inburgeraars makkelijker te lijf kunnen gaan. Ik kan er veel meer over zeggen, maar ik stel dus voor om daar even mee te wachten. Bovendien kan ik er op dit moment niet voldoende over zeggen.

Naast die maatregelen bevat onze brief ook andere maatregelen om de integratie en emancipatie van huwelijksmigranten, in het bijzonder van vrouwen, te versterken. Ik noem er enkele. Op verschillende contactmomenten, zoals bij de buitenlandse posten, maar ook bij de inburgering in Nederland, zal aandacht zijn voor vrije partnerkeuze en huwelijksdwang. Mijn collega Hirsch Ballin zal daar zo meteen op doorgaan. Dit is een wezenlijk onderdeel van onze brief, want daar liggen nog allerlei mogelijkheden. Bij de inburgering in Nederland zal worden onderzocht hoe beter aansluiting kan worden gevonden bij gerichte hulpverlening van de gemeente wanneer signalen van huwelijksdwang, opsluiting en/of geweld bekend worden bij inburgeringsambtenaren. Daarvoor zal met enkele voorbeeldgemeenten, onder andere Rotterdam, worden geïnventariseerd hoe we dat het beste kunnen aanpakken. Het is in ieder geval al duidelijk dat zo’n maatregel ook in het belang van de gemeenten zelf is, omdat zij gebaat zijn bij inburgeringstrajecten die succesvol worden afgerond. Dat wordt natuurlijk extra lastig wanneer de inburgeraar zelf het slachtoffer is of dreigt te worden van huiselijk geweld. Het is wel van groot belang dat de gemeenten meldpunten inrichten waar dat soort signalen kunnen worden afgegeven. Het is in ieder geval zo dat het samenvallen van de belangen hier gunstig kan zijn.

Door de Kamerleden is ook gevraagd naar de huisvesting. Hier moet ik het woord “onderzoek” gebruiken, maar dat doe ik met ere want je doet liever iets goed dan fout. We gaan onderzoeken of en op welke wijze bij de toelatingsprocedure de eis van zelfstandige huisvesting kan worden gesteld aan de referent en hoe daarop toezicht kan worden uitgeoefend. Zelfstandige huisvesting kan ervoor zorgen dat toekomstige buitenlandse partners niet noodgedwongen bij de schoonfamilie moeten inwonen, omdat daardoor ook ongewenste situaties kunnen ontstaan. Dat was een van de scherpste punten uit het verhaal van Faiza en dat schijnt veel vaker te gebeuren. In dat kader is het van belang om vast te stellen hoe de huisvestingseis zoals opgenomen in de EU-gezinsherenigingsrichtlijn, namelijk passende huisvesting in de betreffende regio, geïnterpreteerd mag worden.

Over de handhaving wordt gesproken met ketenpartners zoals het UWV en de gemeenten, die de handhaving van de huisvestingseisen in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen uitvoeren. Ik kwam net met mevrouw van Gent uit een ander algemeen overleg waarbij dat ook aan de orde was. Mogelijk kan dezelfde systematiek worden gehanteerd. Daarnaast zal door het WODC worden onderzocht of aan buitenlandse partners, wanneer ze dat willen, inzage kan worden verschaft in het huwelijks- en antecedentenonderzoek van de toekomstige partner. In dat kader gaan wij natuurlijk kijken naar de Wet bescherming persoonsgegevens. Hier zal mijn collega Albayrak nader op in gaan.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): In de richtlijn is een huisvestingsvereiste gewoon toegestaan. Waarom kan dat niet volgens het EVRM?
Minister Van der Laan: Wat ik begrijp is dat enkel gesproken mag worden over passende huisvesting voor de betreffende regio. Of wij daarin verder mogen gaan is een onderzoeksvraag. Zo ligt het. Ik zeg dat niet met enig pessimisme of optimisme. Het is slechts een van de vele dingen die gecheckt moeten worden.

Ik kom nu bij het slot van het algemene stuk dat van tevoren gereed was gemaakt. Het is van belang om aan te geven dat een integraal huwelijksmigratiebeleid uiteraard ook voor het kabinet onlosmakelijk verbonden is met de internationale verplichtingen en daardoor is begrensd. Dat neemt echter niet weg dat we daarover het gesprek met Europa kunnen voeren, wanneer we dat als Nederland noodzakelijk vinden. Zo kan de opleidingseis voor referenten een verdere bijdrage leveren aan de integratie voor zijn of haar buitenlandse partner. Die eis is nu echter strijdig met de richtlijn voor de gezinshereniging. Samen met de verhoging van de leeftijdseis naar 24 jaar en het verbod om als referent op te treden bij strafrechtelijke veroordelingen op andere contra-indicaties, moeten we dat punt inbrengen zodra de Europese Commissie komt met nieuwe voorstellen tot harmonisatie van de gezinsherenigingsrichtlijn. Mijn collega’s zullen daar vanuit hun terrein verder op ingaan.

Ik kijk even naar wat er op mijn terrein nog ligt aan specifieke vragen. Ik zal proberen voort te maken. Ik hoop voor dit moment genoeg te hebben gezegd over de tienjarige leerplicht. Daar gaan we snel uitvoerig op in. De heer Dijsselbloem heeft gezegd dat hij het ermee eens is dat we de regel van het niveau stellen voor de komst. Hij heeft erop gewezen dat het beter is om het voor de komst te doen dan daarna, omdat er dan een groter probleem moet worden opgelost als het niveau niet gehaald wordt. Zijn vraag was wat er dan gebeurt. Het kabinet deelt die opvatting en heeft bewust die keuze gemaakt. Dat is tegelijkertijd slecht nieuws voor de heer Dibi, die precies het omgekeerde voorstelt. In de visie van het kabinet is dit echter het effectiefst, maar ook het humaanst. Vastlopen in een doodlopende steeg in Nederland heeft volgens ons namelijk grotere consequenties. Met respect voor wat hij daarvan denkt, dat is de keuze die we gemaakt hebben.
De heer Dibi (GroenLinks): Ik heb ook alle respect voor wat de minister ervan denkt, maar denkt hij werkelijk dat je effectiever bezig bent en beter de taal leert en integreert in een ander land, waar je niet gedwongen bent om met de omgeving te communiceren, dan in Nederland waar je gedwongen wordt de taal te spreken? Ik denk dat je minder effectief bezig bent als je begint in het land van herkomst.
Minister Van der Laan: Ik vind dat u daar een punt hebt. Ik denk namelijk dat de algemene ervaring leert dat je makkelijker de taal leert als je naar het land toegaat dan als je dat doet vanuit het andere land. Als je deze dingen in de matrix zet, scoort dat in uw vakje. Daarmee is echter niet gezegd dat de eindafweging ook scoort in uw richting.

De heer De Krom heeft een vraag gesteld over de eis die aan de referent gesteld wordt, dat hij zelf ingeburgerd moet zijn voordat hij een buitenlandse partner mag laten overkomen. Die eis mag nu niet gesteld worden. Het is een limitatieve opsomming in de EU-gezinsherenigingsrichtlijn. Zoals gezegd brengen we dat ter sprake in de onderhandelingen daarover. De opleidingseis voor of na binnenkomst heb ik besproken. Dan wil ik ingaan op het Canadese systeem met zijn diploma- en/of opleidingseis via een puntensysteem, waarbij een hoger opleidingsniveau meer punten oplevert. Dat systeem geldt daar voor de economische migranten, maar niet voor de gezinsmigranten. Ik heb mensen al heel vaak horen pleiten voor het Canadese systeem, maar ik denk dat die twee dingen te makkelijk op één hoop worden gegooid. Ik wil best nog eens kijken in Canada, zonder dat dit als toezegging wordt genoteerd. Bij heel veel van dit soort dingen vind ik dat het zin heeft om in het buitenland te kijken en ik heb er geen enkel bezwaar tegen om te zeggen dat wij ook die inspiratie tot ons zullen nemen.


De heer De Krom (VVD): De gedachte achter het Canadese puntensysteem is dat je er pas inkomt als je aan de eisen voldoet. Uw redenering is dat wij wel opleidingseisen en inburgering hebben, maar dat mensen in Nederland de kans krijgen om daaraan te voldoen. Als zij daar op een gegeven moment niet aan voldoen, is de consequentie natuurlijk niet dat zij hun verblijfsvergunning of verblijfsrecht verliezen. Wat mij betreft is het het een of het ander: of je voldoet voordat je binnenkomt aan de eisen, of je verliest je verblijfsrecht als je in Nederland niet aan de eisen voldoet. Dat kan niet anders.
Minister Van der Laan: De heer De Krom doet mij een beetje glimlachen omdat in het algemeen de gedachte "het is het een of het ander" meestal al niet klopt. Als deze gevolgd wordt door de conclusie dat het niet anders kan, krijgt zo’n gesprek natuurlijk nog wat extra spanning. Hierbij is dat allemaal niet zo en zal het ook zeker niet zo zijn. We hebben namelijk een examen in het buitenland waarvoor men een bepaald percentage van de kennis die men uiteindelijk voor het examen hier in Nederland moet opdoen al leert. Ik heb me laten vertellen dat het huidige percentage 10 à 15 is. Daarna ga je de rest van het examen in Nederland doen. Dat is dus 85% à 90%. We gaan die verhouding nu wat veranderen. We gaan het in het buitenland zwaarder maken. Echter, aan het inburgeringsexamen zelf veranderen we in dit opzicht verder niets.

Laten we zeggen dat we bekijken hoe ze het in Canada doen, waarbij ik mij ook aanbevolen houd voor andere voorbeelden, niet om het systeem te veranderen, maar om te leren hoe wij dat wat wij hebben, wat een mengsysteem is en dus geen betrekking heeft op “het een of het ander”, beter kunnen maken. Wat mij aanspreekt bij het Canadese systeem voor economische migranten, is dat je het allemaal van tevoren moet doen, dat je er zelfs handtekeningen voor moet zetten, etc.

Mevrouw Verdonk vraagt wanneer het kabinet de maatregelen gaat invoeren. Ook in antwoord op de vraag van mevrouw Sterk zeg ik toe dat de Kamer in december een brief ontvangt met de verdere planning. Mevrouw Verdonk heeft ook gevraagd naar de sancties die uit de Wet inburgering zijn gehaald. Ik geloof dat de heer Dijsselbloem al heeft gezegd dat er überhaupt geen sancties uit de wet zijn gehaald, maar dat er alleen maar sancties zijn toegevoegd. Ik kan me voorstellen dat mevrouw Verdonk erop doelt dat we de gemeente de ruimte hebben gegeven om de eigen bijdrage niet of pas achteraf te heffen, om de vrijwillige inburgeraars niet voor een enorm obstakel te plaatsen maar juist makkelijker te kunnen werven. Iets anders is er niet gebeurd dat mij associaties geeft bij uw vraag.
Mevrouw Verdonk (Verdonk): Heeft dat effect gehad op het aantal inburgeraars?
Minister Van der Laan: We hebben het net ingevoerd, dus het is onmogelijk om dat nu al te zeggen. De menselijke ervaring leert dat het een slok op een borrel scheelt als je tegen mensen die ergens niet toe verplicht worden en die je moet verleiden, zegt dat ze geen €270 eigen bijdrage hoeven te betalen.

Dan wil ik ingaan op de Europeanen en de inburgeringsplicht van MOE-landers. De kabinetsreactie op de Risbo-onderzoeken gaat morgen in overleg met minister Donner de deur uit. We hebben volgende week ongetwijfeld een gesprek over de brief over de MOE-landers en alle aspecten die daarmee te maken hebben.

Duitsland eist A1-niveau voor mondelinge en schriftelijke vaardigheden. Ze kunnen dat doen omdat ze wereldwijd via de Goethe-instituten locaties hebben om cursussen te geven. Dat heeft Nederland niet. Ons niveau gaat voor mondelinge vaardigheid en leesvaardigheid nu echter ook naar A1. Dat is niet hetzelfde als de schriftelijke vaardigheid, als ik het juist heb. Wij zullen daarvoor aanvullend lesmateriaal ontwikkelen. Wij zoeken daarnaast contact met dergelijke instituten om op de Duitse manier te kunnen opereren en behandeld te worden.

Mevrouw Sterk heeft mij gevraagd in te gaan op de aanbevelingen uit de evaluatie van de wet. Ik hoop dat ik er voor dit moment genoeg op ben ingegaan. We komen bij de voorstellen nog terug op hoe we dit precies gaan doen, misschien met uitzondering van de individuele vrijstelling die daarbij hoort. In de wet bestaat de optie al om in onvoorziene gevallen van onevenredige hardheid en onbillijkheid vrijstelling te verlenen. Het punt van de betere aansluiting op de inburgering wordt expliciet opgepakt. Dat is een van de ondersteuningen bij de evaluatie van de plannen.

Zij vroeg ook hoe de minister de kosten van het aanvullende lespakket in het buitenland gaat financieren. Dat wordt bekostigd uit het budget voor inburgering op de begroting van WWI. Omdat de mensen in het buitenland dan een hoger niveau hebben hopen wij dat er minder geld voor inburgering in Nederland nodig is. Dat zijn de communicerende vaten waarover ik net even sprak. In ieder geval gebeurt het dus binnen mijn eigen begroting.

Mevrouw Verdonk vroeg hoe ik ervoor zal zorgen met de verhoging naar het niveau A1 en de schriftelijke toets binnen het EVRM te blijven. Ik geloof dat we een heel eind komen met het gerichte voorbereidingspakket en de andere maatregelen. Wij hebben daar uiteindelijk geen zorgen over. We zullen nooit zeggen dat dit glad zal verlopen, maar wij gaan daar enorm ons best voor doen.


Mevrouw Verdonk (Verdonk): Gaat u ook zo ver met het invoeren van uw ideeën dat u een opt-out zou willen?
Minister Van der Laan: Nee. Ik ben nu een jaar minister, maar ik geloof dat bij het begrip “opt-out” alle haren van alle mensen die daarbij betrokken zijn, recht overeind gaan staan. Ik heb dat woord in dit verband nooit willen gebruiken.

Mevrouw Verdonk heeft ook opgemerkt dat het aantal mensen dat een inburgeringspakket koopt, daalt. Wij hebben geen gegevens van de mensen die dat pakket kopen, maar een mogelijke verklaring is dat de pakketten worden geleend van kennissen, of tweedehands worden doorverkocht. Ik kan verder niet anders dan er deze speculatie over geven.


Mevrouw Verdonk (Verdonk): De minister zegt dat hij geen gegevens heeft, maar die staan toch gewoon in de stukken?
Minister Van der Laan: Ik heb geen nadere gegevens anders dan de gegevens die u al heeft en waar u onze nadere interpretatie om vroeg. Als u tevreden bent met de gegevens die wij u hebben verstrekt, ben ik natuurlijk een blij mens.
De voorzitter: We houden het op één interruptie per onderwerp. Ik moet nu een beetje strenger gaan worden, zoals ik al had aangekondigd. Dat gaat nu in want we hebben nog twee bewindspersonen uitgenodigd en het lijkt me zinnig dat zij ook het woord kunnen krijgen. De minister vervolgt zijn betoog.
Minister
1   2   3   4   5   6   7   8

  • Dijsselbloem
  • Verdonk

  • Dovnload 271.23 Kb.