Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een notaoverleg

Dovnload 228.37 Kb.

Conceptverslag van een notaoverleg



Pagina1/6
Datum17.09.2018
Grootte228.37 Kb.

Dovnload 228.37 Kb.
  1   2   3   4   5   6



Conceptverslag van een notaoverleg
Vastgesteld

De vaste commissie voor Europese Zaken, de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken en de vaste commissie voor Financiën hebben op 16 maart 2015 overleg gevoerd met de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken over de agenda van de Europese top van 19 en 20 maart 2015.

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,


Azmani

De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken,


Eijsink

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,


Duisenberg

De griffier van de vaste commissie voor Europese Zaken,


Van Keulen

Voorzitter: Van Miltenburg
Griffier: Van Leiden

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Beertema, Bisschop, Van Bommel, Bontes, Klaver, Maij, Merkies, Omtzigt, Segers en Van 't Wout,

en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

Aanvang 11.00 uur.


Europese Top


Aan de orde is de behandeling van:

  • de brief van de minister van Buitenlandse Zaken d.d. 12 maart 2015 met de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Europese Raad van 19 en 20 maart 2015 (21501-20, nr. 954);

  • de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 13 maart 2015 met de reactie op het verzoek van het lid Wilders, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden d.d. 10 maart 2015, over uitspraken van de Griekse regering over het openstellen van de grenzen (2015Z04611);

  • de brief van de minister van Financiën d.d. 16 maart 2015 met de reactie op het verzoek van het lid Merkies, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 12 maart 2015 over de Europese Raad, over een bovengrens aan de omvang van Europese banken (21501-07, nr. 1244).

De voorzitter:


Ik heet alle aanwezigen van harte welkom, in het bijzonder de minister-president. We zitten weliswaar in de plenaire zaal, maar we houden vandaag een notaoverleg over de agenda van de Europese top. De leden weten welke spreektijden er gelden. In tweede termijn geldt de helft van de spreektijd in eerste termijn. Maar, mijnheer Omtzigt, het hoeft natuurlijk niet, het mag. Laten we beginnen.

De heer Van Bommel (SP):


Voorzitter. Fijn dat wij ook op maandag mogen vergaderen. Dat zouden we vaker moeten doen, voorzitter.

Tijdens de komende Europese Raad staan er belangrijke onderwerpen op de agenda. Dat is weleens anders geweest. We hebben weleens Raden gehad waarvan we ons afvroegen of we daarnaartoe moesten. Bij deze Raad zal men mij die vraag niet horen stellen. Het Centraal Planbureau heeft kritiek geleverd op de definitie van het structurele tekort zoals die door de Europese Commissie wordt gebruikt. Volgens het CPB zou de methodiek van de Commissie in tijden van crisis niet accuraat zijn, waardoor het tekort te groot wordt vastgesteld. Als gevolg daarvan moeten eurolanden onnodig hard bezuinigen, aldus het CPB. De Commissie heeft de kritiek vanzelfsprekend afgewimpeld, maar ik wil graag horen hoe de minister-president hierover denkt. Deelt hij de kritiek van het Centraal Planbureau op de werkwijze van de Commissie? Zo ja, welke stappen gaat hij ondernemen om ervoor te zorgen dat de definitie van het tekort wordt aangepast? En, belangrijker voor de Nederlandse context, heeft Nederland als gevolg van die definitie te hard bezuinigd?

Nederland staat bekend als het braafste jongetje van de klas dat tevens graag zijn klasgenootjes terechtwijst. Ondertussen schendt Nederland wel ten volle de Europese regels. In 2014 had Nederland een overschot op de lopende rekening van maar liefst 9% van het bbp. Volgens de onevenwichtigheidsprocedure mag dit overschot echter niet boven de 6% uitkomen. Dat betekent dat er een forse overschrijding was. Dat betekent dat we veel meer verdienen dan we opmaken. Dat is niet zo gek gezien het feit dat we te maken hebben met een crisis van vraaguitval. De lonen van mensen zijn al bijna twee decennia gestagneerd. De koopkrachtplaatjes doen het al jaren slecht. Investeringen in onderwijs, duurzame energie en andere sectoren blijven achter. Wanneer laat het kabinet zich eindelijk eens wakker schudden? Het is hoog tijd om de consumptie aan te jagen door de lonen in onder meer het onderwijs en de zorg te laten stijgen, de btw te verlagen en slim te investeren met het oog op een duurzame kenniseconomie. Is de minister-president het met die hoofdlijnen eens? Hoe gaat hij dat waarmaken? Wat gaat hij doen om de buitenproportionele schuldpositie van huishoudens terug te dringen, waarvoor het landenrapport van de Commissie waarschuwt? Als ons overschot afneemt, is dat bovendien goed nieuws voor de zuidelijke EU-landen, die daardoor hun tekorten kunnen terugdringen; twee vliegen in een klap dus. Daar kan het kabinet onmogelijk tegen zijn. Graag krijg ik hierop een reactie van de minister-president.

Ik wil kort stilstaan bij Griekenland. We hebben het daar de afgelopen weken al vaak over gehad. Minister Varoufakis heeft ruim een week geleden een nieuwe brief geschreven aan de voorzitter van de eurogroep, in aanloop naar de bijeenkomst van de eurogroep van afgelopen woensdag. Kan de minister-president ons bijpraten over de beoordeling door de eurogroep van de voorstellen van de Griekse regering? Hoe vergevorderd zijn de onderhandelingen op dit moment? Wat zijn de vooruitzichten en het tijdpad voor de komende weken?

Ik kom op het vrijhandelsverdrag tussen Europa en Amerika, TTIP. Het kabinet zet in op een ambitieus akkoord — zo staat in de geannoteerde agenda — met alle gevolgen van dien voor werkgelegenheid, democratie en belangrijke standaarden op het gebied van onder meer arbeidsrechten, voedselveiligheid en milieu.

De heer Beertema (PVV):


Ik begrijp dat het hoofdstukje Griekenland is afgesloten door de SP, maar ik heb daar nog wel een vraag over. Ik heb begrepen dat de SP nieuwe vrienden heeft gevonden in de Syrizaregering. Ik wil graag weten hoe de heer Van Bommel de plannen van de Syrizaregering ten aanzien van de Europese Unie waardeert. Ik wil ook graag weten hoe hij staat tegenover het onverkapte dreigement om honderdduizenden asielzoekers onbeheersbaar in Europa te laten instromen. Wat vindt hij daarvan?

De heer Van Bommel (SP):


Laat ik met het laatste beginnen. Ik heb dit zelf aan de orde gesteld bij het overleg vorige week over de Raad Algemene Zaken of de Raad Buitenlandse Zaken. Dat is een schrikbeeld. Het mag niet gebeuren dat daar de grenzen worden opengezet om allerlei grote groepen vluchtelingen Europa te laten binnenkomen en te laten doorstromen naar de rest van Europa. Daarover is een brief geschreven naar aanleiding van het verzoek van de heer Wilders dat hij, naar ik meen, vorige week bij de regeling heeft gedaan. Het kabinet schrijft verstandige dingen in die brief. Het schrijft dat wij in het uiterste geval, als dat horrorscenario zich zou voltrekken, weer tot grenscontroles moeten overgaan. Het mag niet voorkomen dat wordt geprobeerd een Europees asielbeleid vorm te geven en dat dan aan de zuidgrens een lek ontstaat. Dat kan niet.

De heer Beertema vraagt verder naar onze nieuwe vrienden van Syriza. Ik formuleer het anders: het zijn oude vrienden, maar het is een nieuwe regering in Griekenland. Wij denken heel genuanceerd over hun plannen voor de Europese Unie, want onderdelen daarvan bevallen ons helemaal niet. Het kunnen wel vrienden zijn, maar dat wil niet zeggen dat wij het altijd eens zijn.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Van Bommel (SP):


Ik wil de vraag nog even beantwoorden, voorzitter.

De voorzitter:


Ik dacht dat u dat al had gedaan.

De heer Van Bommel (SP):


Nee, dit ging over de betrekkingen, maar ik moet toch ook iets zeggen over de inhoud. Om een voorbeeld te geven. Als van de kant van Syriza wordt voorgesteld om te denken aan Europese sociale zekerheid, dan krijgt men bij ons de handen niet op elkaar. Als men in Griekenland stelt dat er moet worden gebroken met het kille bezuinigingsbeleid en dat moet worden bekeken hoe je de economie weer aan de praat krijgt en kunt investeren, dan vindt men wel een medestander in de SP.

De heer Beertema (PVV):


Dan blijkt het dus toch een kritische vriendschap te zijn, laat ik het zo vaststellen. Ik begrijp ook dat als wij er niet in slagen om de grenscontroles in Griekenland voor elkaar te krijgen, de SP bereid is om met ons mee te denken over het opnieuw instellen van de personenbewaking aan onze eigen grenzen ofwel het tijdelijk opheffen van Schengen.

De heer Van Bommel (SP):


Ik zou liever meer woorden besteden aan het fenomeen vriendschap. Ik merk dat kritiek in een vriendschap een nieuw fenomeen is voor de heer Beertema. Mijn opvatting van vriendschap is juist dat je je vrienden behoedt voor het maken van fouten. Dus als er kritiek moeten worden gegeven, past dat juist binnen een vriendschap. Dat is niet iets nieuws, maar misschien moeten wij daar een andere keer over doorpraten.

Ik heb het liefst dat wij het eventueel opnieuw instellen van grensbeveiliging goed regelen in Europees verband. Nederland is immers geen eiland. Het gaat er niet om dat wij ervoor zorgen dat wij het in Nederland op orde hebben en dat het in de rest van Europa een zooitje is. Als uit andere delen van de wereld mensen naar Europa willen komen — ik heb daar alle begrip voor, zeker op individueel niveau als men uit een land komt waar het onveilig is of economisch heel slecht gaat — zou de eerste taak van Europa moeten zijn, ertoe bijdragen dat het daar veiliger wordt en dat het daar economisch beter gaat. Dat is de eerste stap.

De tweede stap is ervoor zorgen dat er geen ongewenste migratie naar Europa ontstaat. Dit betekent dus ook dat de buitengrenzen van Europa goed beveiligd moeten zijn.

Als derde moet je zorgen voor een goed asielbeleid in Europa. Met andere woorden, als er een grote groep komt om bijvoorbeeld oorlogsgeweld te ontvluchten — ik verwijs naar Syrië en delen van Irak — moet je zorgen voor een evenredige verdeling. Daarover verschil ik van opvatting met de PVV. De lasten moeten eerlijk over Europa worden verdeeld. Het gaat er dus niet om om een hek om Nederland te zetten met nieuwe grensbewaking. De problemen moeten eerst bij de bron worden opgelost, dan aan onze eigen grenzen en vervolgens moeten wij bekijken of wij de lasten eerlijk kunnen verdelen. Dat zou de lijn van de SP zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog.

De heer Van Bommel (SP):


Ik heb al gezegd dat het TTIP-verdrag belangrijke aspecten bevat die niet goed zijn voor Europa. Wij hebben een heel andere ambitie dan het kabinet dat streeft naar een snelle aanvaarding; het streeft ernaar nog dit jaar te komen tot een afronding van de onderhandelingen. Wij zouden liever zien dat gezien de inhoud die nu bekend is — dat gaat niet tot in detail maar wel op hoofdlijnen — wordt gekomen tot een verwerping van dit akkoord. Wij vinden gelukkig steeds meer gelijkgezinden aan onze zijde, waaronder de ILO-econoom Jeronim Capaldo die na uitvoerig onderzoek concludeerde dat TTIP Europa bijna 600.000 banen kost en de groei er ook nog eens met 0,5% afneemt terwijl de Amerikaanse economie wel zal groeien, zij het bescheiden, en er in Amerika banen bijkomen. Met andere woorden, de Amerikanen worden er beter van en Europa niet. Waarom zouden wij zo'n verdrag willen? Hoe oordeelt de minister-president over dat onderzoek? Hoe verklaart hij de resultaten ervan, terwijl het kabinet de burger continu voorspiegelt dat het verdrag zal leiden tot meer economische groei en banen? De FNV heeft inmiddels uitgesproken tegen het verdrag met Canada en het verdrag met de VS te zijn. Deelt de minister-president de zorgen van de FNV over TTIP en CETA wat betreft de veel te optimistische werkgelegenheidsprognoses, de potentiële uitholling van werknemersrechten en het risico van uitverkoop van de publieke sector? Graag een reactie.

Bij zo'n ingrijpend verdrag zou je verwachten dat het kabinet een publiekscampagne organiseert, om ervoor te zorgen dat iedereen in Nederland over de inhoud van dit verdrag weet. Niets is minder waar. Zo'n vergaand verdrag, dat vooral in het geheim wordt besproken, wordt op geen enkele wijze inhoudelijk aan de Nederlandse bevolking uitgelegd. Het liefst zou ik zien dat de bevolking ook nog om een mening werd gevraagd, voordat Nederland ermee instemt. Waarom gaat het kabinet er in het kader van de participatiesamenleving niet voor zorgen dat de Nederlandse bevolking op z'n minst over de inhoud van dit verdrag wordt geïnformeerd?

Wat betreft de Energie-unie maakt de SP zich grote zorgen over de conceptconclusies. Energie moet een nationale verantwoordelijkheid blijven. Wij vrezen dat er een forse dosis beleid vanuit de Europese Unie op ons af zal komen. Ik vraag de minister-president om te bepleiten dat alleen datgene op Europees niveau wordt geregeld, wat nationaal niet geregeld kan worden. We moeten zoeken naar meerwaarde. Daarbij gaat het met name om gezamenlijk onderzoek, het benutten van comparatieve voordelen, het effectief maken van het Europese emissiehandelsysteem en het verbeteren van grensoverschrijdende energietransportinfrastructuur. Hoe gaat de minister-president ervoor waken dat de Energie-unie geen vergaande overdracht van bevoegdheden met zich meebrengt?

De SP is daarnaast tegen de verdere liberalisering van de energiemarkt. In hoeverre houdt de uniformering van de Europese energiemarktregels liberalisering of zelfs gedwongen liberalisering in? Welke consequenties kan dit hebben voor Nederland? Wat bepleit de minister-president? Wordt de Kamer tijdig en goed op de hoogte gebracht van de uitwerking?

Ten slotte de voorbereiding van de top over het Oostelijk Partnerschap. Normaal gesproken zou dit een ondergeschikt punt zijn bij de Europese Raad, maar dat zal nu wel anders gaan, omdat er sprake is van enorme spanning en zelfs gewelddadigheden in de regio waarover wordt gesproken. Naar de opvatting van de SP is het van groot belang dat er alternatieven komen voor bestaande associatieverdragen. Nu worden staten aan de oostgrens min of meer gedwongen te kiezen voor een associatie met de Europese Unie of met Rusland. Het is evident dat dit spanningen en gevaren van grote betekenis oplevert.

Ik zou nog iets willen zeggen over de opmerkingen die zijn gemaakt door de president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot. Hij heeft gesproken over de overdracht van meer bevoegdheden richting Brussel. Mijn fractie vindt dat een onzalig idee, maar ik zie dat mijn tijd nu voorbij is, dus ik zal er maar een punt achter zetten.

De heer Van 't Wout (VVD):
Mevrouw de voorzitter. Wat de VVD betreft moet Europa gaan over groei, welvaart, banen, zeker nu wij allemaal langzaam uit de crisis komen. Nederland doet het economisch beter dan gemiddeld, omdat wij bereid zijn geweest flink te hervormen en de overheidsfinanciën op orde te brengen. Dat recept werkt niet alleen in Nederland. Kijk bijvoorbeeld eens naar de prestaties van Ierland, dat na een heel zware tijd vorig jaar een economische groei van 4,8% noteerde.

Op de aanstaande Europese top spreekt de minister-president onder meer over het Europees semester. Terecht blijft de Nederlandse regering inzetten op gezonde overheidsfinanciën, structurele hervormingen en strikte handhaving van het Stabiliteits- en Groeipact. De komende maanden zijn van enorm belang voor de toekomst van de Unie. De Commissie zal moeten laten zien dat het haar menens is met het handhaven van het SGP, inclusief eventuele sancties wanneer landen zich niet aan de afspraken houden. Dat is niet alleen in het belang van de Unie en van Nederland, maar vooral ook in het belang van die landen zelf.

Een land dat de afgelopen tijd absoluut niet in het belang van Europa en Nederland te werk lijkt te gaan, is Griekenland. Het woord "strategie" mag dan een Griekse oorsprong hebben, de betekenis ervan lijken de Grieken inmiddels vergeten te zijn. De Grieken provoceren keer op keer de andere lidstaten, niet in de laatste plaats Duitsland, maar ook Nederland. Men dreigt om de grens open te stellen en zo zelfs terroristen Europa binnen te laten. Men tart Duitsland, met de dreiging om Duits vastgoed te onteigenen. Minister Dijsselbloem moet zijn uiterste best doen om de Grieken überhaupt aan tafel te krijgen om te praten over de hervormingen die nodig zijn om aan hen steun te verlenen.

Het kabinet noemt de dreigementen van Griekenland terecht onacceptabel. Commissaris Timmermans zat afgelopen zondag in Buitenhof. Hij noemde de Griekse dreigementen krankzinnig. Dat lijkt mij een goede kwalificatie. In de brief die wij voor het debat hebben gekregen, schrijft het kabinet dat het Griekenland hierop heeft aangesproken. Graag hoor ik van de minister-president hoe dat precies gebeurd is. De VVD ziet ook graag dat de minister-president tijdens zijn verblijf in Brussel deze week klip-en-klaar aan Griekenland overbrengt dat wij niet gediend zijn van deze manier van doen.

Het gaat daarbij niet alleen om de inhoud van de dreigementen, maar ook over de manier waarop we in Europa met elkaar omgaan en over de vraag wat voor Unie wij willen zijn. Wij zijn best gewend dat er af en toe stevig gediscussieerd wordt, maar de houding van de Grieken in de afgelopen weken gaat echt alle perken te buiten. Ik krijg hierop graag een reactie van de minister-president.

Uiteraard kan en mag de Griekse ketelmuziek al helemaal geen invloed hebben op het nakomen van de afspraken door Griekenland. Graag horen wij van de minister-president hoe het gaat met de gesprekken met de Grieken. Ik meen dat de heer Van Bommel er ook al naar vroeg.

Die ketelmuziek mag ons zeker ook niet afleiden van alle andere grote uitdagingen waar Europa voor staat. De komende week zullen de regeringsleiders spreken over TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership), het handelsverdrag van Europa met de Verenigde Staten. Hierin ligt voor Europa een enorme kans om de welvaart van vooral ook Nederland, als open handelsland, verder te vergroten. Europa en de Verenigde Staten zijn de grootste handelspartners ter wereld. Samen zijn ze goed voor 50% van het bruto nationaal product van de wereld en 33% van de handel. Het kabinet schetst dit terecht in de geannoteerde agenda. Het is een verdrag waarvan je je afvraagt waarom we dat niet al decennia hebben. De VVD hoopt dat er, zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen, vaart wordt gemaakt met het sluiten van het verdrag met de Verenigde Staten.

De heer Van Bommel (SP):


Ik heb daar twee vragen over. Het kabinet signaleert in de geannoteerde agenda dat er een gebrek aan transparantie is. Wat moet er volgens de VVD gebeuren om de Nederlandse bevolking bij de discussie over dit belangrijke verdrag te betrekken? Het zal namelijk grote gevolgen hebben. Wat is de reactie van de VVD op de berichten uit vakbondskringen, vanuit ILO (International Labour Organization) maar ook vanuit de Nederlandse vakbonden, dat dit verdrag slecht voor Europa is, qua werkgelegenheid en qua economische groei?

De heer Van 't Wout (VVD):


De vakbonden verzetten zich wel vaker tegen vrije handel. Dat verbaast mij dus niet. Ik denk dat Nederland als handelsland enorm gebaat is bij toegang tot de Amerikaanse markt. Hierdoor zal onze welvaart worden vergroot. Daar moeten wij dus mee doorgaan. Het verdrag is overigens nog niet af. Wat uw eerste vraag betreft, over het erbij betrekken van de Nederlandse bevolking, zie ik vooral een taak voor u en mij als parlementariërs. Ik zie er niks in dat het kabinet allerlei bijeenkomsten gaat organiseren of communicatiemiddelen gaat ontwikkelen. Dat werkt vaak ook helemaal niet. Het is een groot onderwerp, waar in de media overigens ook aandacht voor is. Mensen kunnen het dus volgen als ze dat willen. Wat mij betreft gaan wij er als Tweede Kamerleden binnen en buiten deze zaal alles aan doen om er met de Nederlandse bevolking over te debatteren.

De heer Van Bommel (SP):


Laat ik met het laatste punt beginnen. Het probleem daarbij is natuurlijk dat de onderhandelingen zich achter gesloten deuren voltrekken. Wij kunnen dus niet weten wat de inzet van Europa, van Nederland, is bij dat verdrag. De VVD kan wel zeggen dat de vakbonden altijd lastig doen over vrijhandelsverdragen, maar de VVD-kiezer zal ook niet blij zijn met de geschetste gevolgen ervan. Een afnemende economische groei en een afnemende werkgelegenheid in Europa zijn een slechte zaak. Dat zal de VVD-fractie toch ook vinden, als dat de uitkomst is?

De heer Van 't Wout (VVD):


Als dat de uitkomst zou zijn — het verdrag is overigens nog niet klaar — zouden wij daar uiteraard niet voor zijn, maar ik waag het zeer te betwijfelen of dit de uitkomst zal zijn. Alleen al uit de hele geschiedenis blijkt dat onze welvaart is gebouwd op vrijhandel. Nederland heeft er altijd belang bij gehad om open grenzen te hebben en zijn goederen en diensten aan andere landen te kunnen leveren. Dat moet de inzet zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):


Ik weet niet of er in de bijdrage van de heer Van 't Wout een punt of een komma stond. Ik weet niet of er nog een "maar" kwam.

De heer Van 't Wout (VVD):


Er staat een puntkomma.

De heer Segers (ChristenUnie):


Het was een lofzang op TTIP. Dat is allemaal mooi en fantastisch, maar het gaat natuurlijk om de inhoud. Wat betekent het? Een partijgenoot van de heer Van 't Wout, de Europarlementariër Jan Huitema, heeft een column geschreven in Boerderij. Daarin schrijft hij dat hij wel een belangrijke voorwaarde bij TTIP heeft. De chloorkip mag zich in speciale belangstelling verheugen; daar is volop aandacht voor. Volgens de heer Huitema wordt er echter veel te weinig gesproken over huisvestingseisen voor kalveren, varkens, pluimvee en het verbod op legbatterijen. Wat hem betreft, moet dit net zo'n breekpunt worden als de chloorkip, waar de Europese onderhandelaars niet meer omheen kunnen. Geldt deze stelling ook voor de VVD-fractie in de Tweede Kamer?

De heer Van 't Wout (VVD):


Het eerste wat de vraag van de heer Segers bij mij oproept, is de dwingende herinnering om voortaan Boerderij wat intensiever te lezen. Ik ken de column van de heer Huitema niet. Als Nederland zo'n verdrag gaat ratificeren, komt het ook als stuk in de Kamer en kunnen wij daar allemaal over spreken. Ik ken de heer Huitema als iemand die zich ongelooflijk inzet voor het belang van de Nederlandse agrariërs. Hij maakt hiermee een goed punt. Dat zullen wij betrekken bij het debat over het definitieve verdrag als wij dat hier bespreken.

De heer Segers (ChristenUnie):


Ik zal het iets algemener stellen. Is de heer Van 't Wout het met mij eens dat het sluiten van TTIP niet mag leiden tot verschillende standaarden, waarbij niet de hoge Europese norm wordt gehanteerd? Wij moeten onze standaarden voor dierenwelzijn en onze andere normen niet verlagen, maar wij moeten de Verenigde Staten houden aan onze standaarden. Dat mag vervolgens echter niet leiden tot oneerlijke concurrentie tussen ondernemers hier en ondernemers daar.

De heer Van 't Wout (VVD):


De inzet bij een handelsverdrag moet altijd zijn dat je een gelijk speelveld creëert voor alle mensen die ondernemen in de betreffende twee landen

De heer Klaver (GroenLinks):


Vrijhandel heeft economische voordelen. Het is altijd beter om samen te werken dan elkaar het kot uit te concurreren. Ik heb echter wel grote vraagtekens bij TTIP — ik mag hopen dat de VVD die ook heeft — vooral op het punt van de ISDS (Investor-state dispute settlement), de buitenwettelijke investeringsbescherming voor grote multinationals. Hoe kijkt de VVD daartegenaan? Dat is toch een uitholling van de rechtsstaat? Dat past toch niet binnen het liberale gedachtegoed van de VVD?

De heer Van 't Wout (VVD):


Dat het een uitholling van de rechtsstaat is, vind ik een heel zware kwalificatie. Nogmaals, het hele traject van de verdragsonderhandeling loopt. Bij de precieze uitwerking zijn dit juist punten waar je goed naar moet kijken. Overigens zijn dit soort procedures bij mijn weten ook vervat in allerlei andere handelsafspraken die Nederland heeft gemaakt. In die zin zijn ze dus helemaal niet zo vreemd. Bij de precieze uitwerking — daar is nu een aantal commissarissen mee bezig — is het goed om juist naar dit punt kritisch te kijken.

De heer

  1   2   3   4   5   6

  • Voorzitter: Van Miltenburg Griffier: Van Leiden
  • Europese Top
  • Segers

  • Dovnload 228.37 Kb.