Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 239.21 Kb.

Conceptverslag van een wetgevingsoverleg



Pagina1/7
Datum28.10.2017
Grootte239.21 Kb.

Dovnload 239.21 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7

OSV006-1415 d.d. 15 oktober 2014/BiZa

blz.






CONCEPTVERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG:

Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT

Desgewenst kunt u correcties in de weergave van uw woorden aanbrengen. U wordt verzocht, deze correcties uiterlijk vrijdag 31 oktober te 18.00 uur aan de Dienst Verslag en Redactie te retourneren. Het is voldoende, alleen gecorrigeerde blaadjes aan ons terug te zenden, eventueel per fax. Hebben wij op het moment van het verstrijken van de correctietermijn geen reactie ontvangen, dan gaan wij ervan uit, dat u instemt met de weergave van uw woorden. Let op! Neem voor uitstel van de uiterste correctiedatum contact op met de griffier van de desbetreffende commissie.
Inlichtingen: tel. 3182104 / 3183019.

Faxnummer Dienst Verslag en Redactie 070-3182116.

VERSLAG VAN EEN WetgevingsOVERLEG
Vastgesteld
De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 15 oktober 2014 overleg gevoerd met minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over:

- de aanpassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in verband met de verlaging van het wettelijke bezoldigingsmaximum van 130% naar 100% van de bezoldiging van een minister (Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT) (33978);



- de wijziging van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector met het oog op een betere uitvoering van de wet (Reparatiewet WNT) (34017).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

Berndsen-Jansen


De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,

Hendrickx


Voorzitter: Berndsen-Jansen



Griffier: Hendrickx
Aanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Berndsen-Jansen, Bisschop, Bosma, Kerstens, Moors, Van Raak, Schouw en Van Toorenburg,
en de heer Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aanvang: 19.00 uur
De voorzitter: Ik open dit wetgevingsoverleg en heet eenieder van harte welkom. Ik moet de heer Segers van de ChristenUnie verontschuldigen.
De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Hier zit een blij man. Het is altijd leuk als een voorstel dat je een aantal jaar geleden hebt gedaan, alsnog wordt uitgevoerd. In oktober 2011 heb ik voorgesteld dat mensen die belastinggeld krijgen, niet meer mogen verdienen dan een minister. Het interessante is dat er sinds die tijd veel is veranderd. Want dat voorstel, uit oktober 2011, kreeg toen alleen de steun van GroenLinks en de ChristenUnie. Ik ben een blij man, omdat nu datzelfde voorstel hier wordt verdedigd door de minister, de PvdA en misschien straks ook nog wel door de VVD, als ze durven opdraven. Dat zal overigens wel met enig tandenknarsen gebeuren.

Ik merk wel dat, als je als SP'er een voorstel doet, je dat niet per se door de VVD moet laten uitvoeren. Want ik moet eerlijk zeggen: het gehannes van de afgelopen weken staat me wel een beetje tegen. Als we dan de norm stellen dat niemand die wordt betaald met belastinggeld meer mag verdienen dan een minister, dan blijken er ineens wel heel veel berekeningen mogelijk. Ik heb allerlei bedragen voorbij zien komen van een ministersalaris, variërend van €144.000 tot €215.000. Ik vraag daarom maar gewoon aan de minister hoeveel hij verdient.


De voorzitter: Ik zie dat de heer Schouw een interruptie wil plegen. Ik geef de gelegenheid voor twee interrupties, met een vervolgvraag. Als het heel snel gaat, is er gelegenheid voor een interruptie extra. Maar we hebben een eindtijd.
De heer Schouw (D66): U bent wel karig, voorzitter. Ik dacht dat het leuk zou zijn om de heer Van Raak te feliciteren met zijn wet, de "SP-wet", zoals hij dat noemt. Hij glundert nog even in de camera's. Altijd leuk. Is dit nou eigenlijk een-op-een overgenomen uit het gedachtegoed van de SP, of is het toch een modificering van het origineel? Ik probeer me zo vleiend mogelijk uit te drukken.
De heer Van Raak (SP): Het is helaas een SP-voorstel dat door de VVD wordt uitgevoerd. Ik heb me de afgelopen weken geërgerd aan het gegoochel en het gestrooi met cijfers. Ik doel op de verhoging van €169.000 naar €178.000 en wat je daarbij allemaal mee moet tellen en op de kleinheid dat niet het salaris van de minister wordt genomen, maar dat van de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken, die allerlei vergoedingen krijgen. De VVD begon ook nog over de bijtelling van de dienstauto. Ik moet eerlijk zeggen dat, hoewel het om grootverdieners gaat, ze toch wel heel erg klein zijn als het om de centen gaat.
De heer Schouw (D66): Ik vind het belangrijk voor de geschiedschrijving om vast te stellen van wie dit voorstel is. De heer Van Raak zegt dat het vooral een SP-voorstel is. Dat is mooi. Maar is het niet een beetje een lek voorstel geworden door de inmiddels derde nota van wijziging, doordat de minister aan de VVD heeft moeten toegeven, een opening heeft moeten maken en uitzonderingen heeft moeten creëren? Daarmee loopt het mooie huis dat de heer Van Raak zo fijn heeft gebouwd, toch via de achterdeur leeg?
De heer Van Raak (SP): Ik moet zeggen dat de SP een mooi dak heeft gebouwd, waar de VVD veel gaten in heeft geschoten. Zeker de laatste wijziging heb ik met enige gêne gezien. Want je hebt een prachtige wet en een prachtige norm: mensen in de publieke sector krijgen een publieke norm. Vervolgens wordt er een algemene uitzondering gemaakt, waarbij de ministers vrijelijk kunnen bepalen dat bepaalde functies daar niet onder vallen. Dat is een ernstig gat in het dak. Ik zou toch hopen dat we dat vanavond nog kunnen dichten.
De heer Schouw (D66): Dat is toch wel even belangrijk, want als zelfs de bedenker van het wetsvoorstel zegt dat het voorstel eigenlijk zo lek is als een mandje, dan is het wetsvoorstel vlees noch vis. Want aan de voorkant lijkt het net alsof je de topsalarissen beperkt -- fijn, dat hebben we binnen -- maar aan de achterkant wordt de praktijk van alledag gewoon geregeld. Ik snap daarom die blijheid niet. Is de heer Van Raak het met mij eens dat het wetsvoorstel met de derde nota van wijziging vlees noch vis is geworden?
De heer Van Raak (SP): De SP wil een stevig dak maken, een norm voor topinkomens. De VVD heeft dat dak vol gaten geschoten. Ik vind dat ontzettend jammer. Dan kunnen we twee dingen doen: we kunnen het dak er weer af halen of we gaan kijken hoe veel gaten we nog kunnen dichten. Een van de gaten die zijn geschoten, gaat om de interimmers. Daarvoor heb ik een amendement ingediend. Verder zijn er nog enkele gaten waarvan ik erg graag wil dat ze gevuld worden en waarvan ik hoop dat ik daarbij de steun van D66 kan krijgen.

Ik kom toe aan het bijtellen van een dienstauto. Onze grootverdieners, die groot zouden moeten zijn, blijken heel klein te zijn als het gaat om centen tellen. Steeds proberen ze maar om dat bedrag nog een klein beetje te verhogen. De FNV heeft ons een brief gestuurd, waaruit blijkt dat er heel veel manieren zijn om dit soort normen te omzeilen. Ik noem langere dienstverbanden, meer dan 100%, allerlei toeslagen, functionarissen die zowel bij de ene als bij de andere organisatie werken enzovoorts. Wil de minister daarop ingaan? Heeft behalve de FNV het ministerie zelf ook nog bekeken welke gaten er te vinden zijn? Hebben ze daarbij een soort hackers ingehuurd, dus consultancybedrijven die die grootverdieners straks moeten gaan adviseren? Is de minister bereid, die gaten te dichten?


Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik twijfelde even, omdat ik denk dat de heer Schouw terecht aangaf dat er al zo'n groot gat in het voorstel zit. Maar is de heer Van Raak het eens met het CDA dat het heel pijnlijk is om te zien wat er nu al gebeurt? We hebben een wet en de FNV heeft, bij monde van mevrouw Marijnissen, van alles aangegeven wat nu al niet deugt. Dat wordt echt niet allemaal hersteld met dit voorstel. Is de SP het niet eens met het CDA dat je het risico loopt dat de samenleving straks denkt dat we het eindelijk voor elkaar hebben, waarna het vervolgens symboolwetgeving blijkt te zien, omdat iedereen er gewoon weer van wegzwemt?
De heer Van Raak (SP): Dat wil ik dus voorkomen. Maar als we het aan het CDA laten, komt er nooit een norm. Dat vind ik overigens heel slecht passen bij de christendemocratische traditie van soevereiniteit in eigen kring. Maar als het aan het CDA ligt, gaan alle topinkomens "de top in".
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik begrijp het antwoord niet zo heel erg goed, want ik ben benieuwd waar u hebt gelezen dat wij helemaal geen aanpassing willen. Maar dat terzijde. Wat ik belangrijk vind, is dat ik in de samenleving hoor dat we de excessen eens moeten aanpakken. Ik doel op het lijstje waar de FNV, ook op verzoek van het CDA, terecht mee is gekomen. Straks moeten wij tegen de samenleving zeggen: jongens, we hebben een toffe wet, we pakken die toppers aan, maar vervolgens zwemt iedereen weg, want de excessen gaan gewoon door. Het wordt een soort vérplassen op het gebied van het maken van uitzonderingen en vervolgens blijven de constructies die tijdens de RTC glashard zijn ontkend, gewoon bestaan. Zouden we onze focus niet moeten richten op het echt oplossen van de problemen om daarna, als het nog moet, een volgende stap te kunnen zetten?
De heer Van Raak (SP): Ik ben het met mevrouw Van Toorenburg eens dat het erg jammer is dat de VVD al die gaten in het dak heeft geschoten. Die gaten wil ik dichten. Ik heb daarvoor een aantal voorstellen en naar ik heb begrepen geldt dat ook voor anderen. Laten we eens zien of we de gaten kunnen dichten. Maar wat ik vooral zie, is waarmee mevrouw Van Toorenburg begon: de mening van de mensen op straat. Zij zijn ontzettend boos dat er mensen zijn, zoals bij woningcorporaties, ziekenhuizen en scholen, die per se meer dan €15.000 per maand willen verdienen. Ik was daar al jaren boos over. Ik merk dat steeds meer mensen in de Tweede Kamer daar ook steeds bozer over worden. Blijkbaar is ook de VVD daar boos over, waarmee ik blij ben. Maar dan wil ik wel even de katapult uit de handen van de VVD halen, want ze schiet voortdurend gaten in het dak. Dat vind ik onacceptabel.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik constateer alleen dat we met dit wetsvoorstel niet alle zeilen hebben bijgezet om de boosheid van de mensen weg te nemen. Want uiteindelijk gaan we, nota bene na de brief van de FNV, door op dezelfde weg. Dit wetsvoorstel is daarop helaas nog niet het antwoord.
De heer Van Raak (SP): Daarom wil ik ook dat we nu de zaken inventariseren en dat we nu kijken waar de lekken zitten. Dat is onze opdracht aan de minister en aan de VVD.

Een heel groot gat vormen natuurlijk de interimmers. We hebben bij Humanitas gezien dat een interimmer €95.000 per maand kreeg. Bij het Kennemer Gasthuis was een bestuurder nodig, waarna men gewoon een interim-adviseur benoemde om meer geld te kunnen geven. Dat van die interimmers zit mij bijzonder dwars, ook omdat het een heel groot gat in het dak is. Daarom heb ik een amendement ingediend om er wettelijk voor te zorgen dat interimmers niet meer bestaan en dat je gewoon mensen hebt, werkzaam in de publieke sector, die nooit meer kunnen verdienen dan een minister, los van de vraag of ze een maand, een jaar of tien jaar werken. Ik denk dat met dat voorstel een gat wordt gedicht. Ik hoop dan ook van harte dat de minister dat ondersteunt.

Een ander punt is de overgangstermijn van zeven jaar. Hiervoor geldt echt een dubbele moraal. Heel veel werknemers hebben namelijk een overgangstermijn van een paar maanden. In de thuiszorg kun je binnen vier maanden 25% van je inkomen verliezen. Hier hebben we een overgangstermijn van zeven jaar. Pas in 2020 is alles gereed. Ik ben daarom ontzettend blij met het amendement van de heer Bosma, dat ik van harte zal steunen, inhoudend dat het overgangsrecht gewoon vervalt.

Dan het gat van de VVD om een harde norm te stellen en die vervolgens boterzacht te maken door ministers te laten bepalen dat er voor functies uitzonderingen zijn. Ik moet het nog zien gebeuren. De minister zal veel uit te leggen hebben. Wat betekent dit nou? Betekent dit nou dat we elke vrijdagmiddag een lijst vanuit de ministerraad krijgen van functionarissen en functies die toch meer mogen verdienen dan de minister? Of is dit bedoeld om in tijden van nood, als er een ddos-aanval is, deskundigen in te huren? Wat voor soort mensen kan hiervan worden uitgezonderd? Is dit wel nodig? Is zo'n knieval, zo'n gat in het dak, ergens voor nodig?

Is de minister het met mij eens dat topinkomens een probleem zijn, niet alleen omdat ze veel geld kosten, maar ook omdat je daarmee precies de verkeerde mensen krijgt? We hebben nu hogescholen waar onterecht diploma's worden uitgereikt omdat ze aan targets willen voldoen. We hebben ziekenhuizen waar problemen onder het tapijt worden gehouden, omdat ze bang zijn dat ze anders geen externe financiering kunnen krijgen. We hebben woningbouwcorporaties die massaal gokken met het geld van de huurders. Is de minister het met mij eens dat die hoge inkomens er juist toe hebben geleid dat we de verkeerde mensen binnen hebben gehaald?

Ik zag dat ook nog tijdens de hoorzitting. Iemand van VNO-NCW zei dat, als je minder dan €15.000 per maand krijgt, bestuurders onvoldoende respect voelen. Een toezichthouder zei: ja, dat moeten we over hebben voor onze topdogs. Ik hoorde ook iemand zeggen dat €15.000 niet voldoende is om mensen te krijgen met voldoende entrepreneurial spirits. Ik ben dat eens gaan uitzoeken. Waar komt dit soort geklets vandaan? Dat komt uit boeken als Awakening the entrepreneurial spirit in you, of als Embrace the entrepreneurial spirit and live the rich life, of als Energize your entrepreneurial spirit. Het zijn goeroes. We hebben hier niet te maken met topbestuurders, maar met mensen die zich laten influisteren door goeroes. Het zijn geen goede bestuurders die we binnenhalen voor zo veel geld, maar mensen die geleerd hebben om een managementpraatje te verkopen en die misschien ook nog lid zijn van de goede politieke partij, elkaar baantjes en inkomens toeschuivend. Is de minister het met mij eens dat een forse verlaging van de inkomens in de semipublieke sector ertoe leidt dat we juist betere bestuurders krijgen, bestuurders die zich minder gelegen laten liggen aan dit soort managementgoeroes en wat meer voeling hebben met het onderwijs, de zorg en de woningcorporaties?


De heer Moors (VVD): Voorzitter. De fractie van de VVD vindt dat zorgvuldig moet worden omgegaan met belastinggeld. De excessen die we hebben gezien in de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector moeten wat de VVD betreft dan ook worden tegengegaan. Om deze reden was de VVD voorstander van een maximering op 130% van het ministersalaris. Nu ligt de verlaging van de norm van 130% naar 100% voor. Daarbij moeten we oog hebben voor mogelijke effecten op de kwaliteit van bestuurders. De VVD vindt het goed dat de minister naar aanleiding van de hoorzitting nog een nota van wijziging naar de Kamer heeft gestuurd die beoogt, snel op knelpunten te kunnen reageren door voor specifieke organisaties uitzonderingen te kunnen maken, alvorens een vacature van een bestuurder wordt opengesteld. Op deze manier kan de vinger aan de pols worden gehouden en kan worden ingegrepen als het ergens fout dreigt te gaan. Daarmee is de wet flexibel geworden en is een zorgvuldige invoering van de wet mogelijk. Ook legt deze nota van wijziging vast dat de wet volgend jaar en vervolgens om de drie jaar wordt geëvalueerd. Daarmee kan, naarmate steeds minder topfunctionarissen in een overgangsregeling zitten, goed in de gaten worden gehouden welke structurele effecten de wet heeft.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik zat even te denken: zat ik nou bij dezelfde RTC? Want ik vond de vraag hoe het zit met die uitzonderingen terecht. Als ik goed geluisterd heb, heeft iedereen aan tafel gezegd dat die uitzonderingen heel link zijn, zodat je vooral geen uitzonderingen moet maken, zeker niet op categorieën. Dan gaan we immers discussiëren over wie wel en wie niet. Dat wordt een enorme toestand, waardoor er nooit vrede zal komen op dit dossier. Bij welke hoorzitting heeft de VVD gehoord dat er een brede uitzondering moet komen?
De heer Moors (VVD): Ik heb de indruk dat ook voor andere Kamerleden geldt, maar in ieder geval geldt het voor de VVD, dat wij ons standpunt niet alleen baseren op een hoorzitting. We proberen veel geluiden in de samenleving te horen en met verstand af te wegen wat er voorligt. Dat hebben wij gedaan. Verder hebben wij vaak gehoord dat deze wet tot knelpunten kan leiden. Volgens mij hebt uzelf ook aangegeven dat u een nadere evaluatie wilt, omdat u knelpunten voorziet. Ik voorzie dat, als wij gaan evalueren, daarmee slechts een deel van de knelpunten duidelijk wordt, doordat er nog veel bestuurders in een overgangsregeling zitten. Eigenlijk kun je pas van een goede evaluatie spreken als die in 2021 plaatsvindt. Maar zo lang willen we niet wachten. Daarom is het van belang, de wet voldoende flexibel te maken, zodat daar waar knelpunten optreden, snel kan worden ingegrepen en kan worden gezegd: in deze situatie ontstaan problemen. Als er geen goede mensen zijn te vinden voor dit salaris, dan vind ik het heel goed dat de minister van BZK dat afweegt, waarover overigens ook de ministerraad nog moet worden gehoord. Dat zijn verstandige mensen die kunnen zeggen: in dit geval is het verstandiger om een bestuurder net iets meer kunnen betalen, zodat we een fatsoenlijke bestuur krijgen en zodat er geen problemen ontstaan in een ziekenhuis of bij een woningcorporatie.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Het is toch vreemd dat wij bij de RTC allerlei mensen horen en/of stukken toegestuurd krijgen, waaruit blijkt dat die uitzonderingen riskant zijn, waarna de minister uitputtend in zijn memorie van toelichting zegt dat er geen enkel probleem is. Er is helemaal niets aanwijsbaar op basis waarvan we een enorme achterdeur open zouden moeten zetten. Waar ik zo bang voor ben, is dat we straks weer een symbool hebben gemaakt waarvan iedereen denkt dat de Kamer het nu eindelijk voor elkaar heeft, waarna de VVD er straks in een soort vriendjescarrousel voor kan zorgen dat dat ziekenhuis en die woningcorporatie gewoon via de ministerraad de ruimte krijgen om wel de eigen zakken te vullen. Is dat nou echt wat we straks met deze wet bereiken?
De heer Moors (VVD): Mevrouw Van Toorenburg spreekt over een "achterdeur". Ik zou het liever een "nooduitgang" noemen. We hebben hier ook nooduitgangen. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er hier brand ontstaat, dus laten we die nooduitgang maar achterwege laten. Ik snap de argumentatie van mevrouw Van Toorenburg daarom niet helemaal. Het is juist zo dat we niet precies weten wat de effecten zijn, iets wat mevrouw Van Toorenburg zelf ook denkt. We weten niet of er brand gaat ontstaan, maar laten we nou in godsnaam wel een nooduitgang hebben, dan krijgen we in ieder geval geen spijt.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): We hadden een nooduitgang in de regeling die er lag. Dit is geen nooduitgang, maar een zijingang om gewoon alles weer binnen te fietsen. We hadden een individuele uitzondering die heel ingewikkeld was, maar nu komt er gewoon een categorie uitzonderingen waarvoor de VVD heeft gezorgd. We krijgen dus straks symboolwetgeving, zonder fatsoenlijke evaluatie. Ik vind dat heel teleurstellend.
De heer Moors (VVD): Ik zou dat een nooduitgang met een sleutel willen noemen, een sleutel die je ergens in een kastje hebt verborgen, waarna je als er brand is moet gaan zoeken waar de sleutel ligt. Je kunt die deur eventueel nog open krijgen, maar misschien is het dan weer te laat. Ik snap daarom niet zo goed waarom mevrouw Van Toorenburg zo bang is dat hiervan misbruik wordt gemaakt. Er zit een goede procedure achter, waardoor zo'n uitzondering niet zonder meer kan worden gemaakt. Daartoe moet door twee ministers worden besloten, wat over het algemeen heel verstandige mensen zijn.
De heer Van Raak (SP): De heer Moors zegt dat hij goed heeft geluisterd naar de samenleving. Waar precies in de samenleving heeft hij gehoord dat bestuurders van een school, een ziekenhuis of een woningcorporatie meer moeten verdienen dan €15.000?
De heer Moors (VVD): Tijdens de hoorzitting hoorde ik iemand van de Hay Group die verstand heeft van beloningen zeggen dat het salaris van de premier in het bedrijfsleven wordt betaald aan een HRM-directeur van een bedrijf met 1.000 man, of aan een ICT-directeur van datzelfde bedrijf. Met alle respect voor deze mensen, die een keurig salaris verdienen, maar als je in het bedrijfsleven voor een HRM-directeur van een bedrijf van 1.000 man dit bedrag betaalt, zou het wel heel vreemd zijn als je aan een directeur van een ziekenhuis met een miljardenomzet en complexe zorgtaken eenzelfde bedrag zou betalen. Ik denk dat het heel goed is dat we normen hebben, maar als je die norm te veel omlaag drukt, loop je enorme risico's als het gaat om de kwaliteit van de zorg en het onderwijs. Dat wil ik niet voor mijn rekening nemen.
De heer Van Raak (SP): De heer Moors heeft dus geluisterd naar managementgoeroes en consultants, dus naar de verkeerde personen. Dat is nou precies het probleem. Al tientallen jaren luisteren we naar de verkeerde personen die de verkeerde praatjes houden. Ja, dat moet vanwege de marktwerking en de entrepreneurial spirit. Er is geen marktwerking. Er zijn bestuurders en toezichthouders die elkaar baantjes en beloningen toeschuiven, vooral als je ook nog eens lid bent van de goede politieke partij. Dát is nou juist het probleem. Mijnheer Moors legt precies de vinger op het probleem van dat managementgeklets: er is geen marktwerking. Waar zit precies die marktwerking? Is mijnheer Moors bereid om ook eens naar andere mensen te luisteren dan alleen maar naar managementgoeroes?
De heer Moors (VVD): De heer Van Raak zegt dat ik naar managementgoeroes luister. Ik heb gewoon iemand gehoord die verstand heeft van hoe beloning is gerelateerd aan verantwoordelijkheden en dergelijke. Ik denk niet dat die mijnheer liegt, maar als de heer Van Raak aanleiding heeft dat te denken, hoor ik daar graag meer over. Het gaat hier niet over een goeroe die een of ander beeld schetst, maar over iemand die daarnaar onderzoek heeft gedaan.

De heer Van Raak zegt: mensen met hoge salarissen zijn eigenlijk slecht, want ze zijn alleen maar op geld uit; die kun je beter niet hebben in onze ziekenhuizen en op onze scholen. Ik vraag mij af waar de heer Van Raak die kennis vandaan heeft gehaald. Van een andere goeroe? Ik begrijp namelijk niet zo heel goed waar die gedachte vandaan komt.


De voorzitter: Ik wil er nog even op wijzen dat een interruptie bestaat uit het stellen van een korte vraag, gevolgd door een kort en bondig antwoord. Ik bespeur nu dat er vragen aan de heer Van Raak worden gesteld, wat niet de bedoeling is. De heer Van Raak krijgt nog een kleine mogelijkheid voor een korte vervolgvraag.
De heer Van Raak (SP): Dat hebben we gezien op de hogescholen, in de ziekenhuizen en bij de woningcorporaties, waar allemaal duurbetaalde managers zitten die de zaak bedriegen en de kluit belazeren. Dat zijn niet de managers die heel weinig verdienen, maar de managers die heel veel verdienen. Maar ik heb ook een deskundige en dat is niet mijnheer Van Zelm van de Hay Group, maar dat zijn de mensen op straat. Zij betalen belasting en zij moeten de topinkomens betalen. Ga maar eens aan die mensen vragen wat zij ervan vinden dat deze mensen nog maar €15.000 per maand mogen verdienen. Ik denk dat de deskundigen op straat, dus zij die het moeten betalen, de heer Moors wel kunnen adviseren over de hoogte van deze norm.
De heer
  1   2   3   4   5   6   7

  • CONCEPTVERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG: Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
  • Let op!
  • - de wijziging van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector met het oog op een betere uitvoering van de wet (Reparatiewet WNT) (34017).
  • Voorzitter: Berndsen-Jansen Griffier: Hendrickx

  • Dovnload 239.21 Kb.