Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 239.21 Kb.

Conceptverslag van een wetgevingsoverleg



Pagina2/7
Datum28.10.2017
Grootte239.21 Kb.

Dovnload 239.21 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Moors (VVD): Ik ben even het eerste punt kwijt, omdat ik zo verward ben geraakt door de absurditeit van het tweede punt. Natuurlijk is het van belang om naar de man in de straat te luisteren. Maar dat wil niet zeggen dat wetenschappers nergens verstand van hebben. Het eerste punt van de heer Van Raak ging over mensen die slecht functioneren en toch bakken met geld binnengraaien. Daarvan is de VVD absoluut geen voorstander; dat moet worden tegengaan. Daarom begon ik mijn betoog daarmee. Met belastinggeld moet zorgvuldig worden omgegaan. Dat betekent dat excessieve salarissen in de publieke sector echt ongepast zijn. Ik heb ook gezegd dat wij voor een normering zijn, maar er komt ooit een einde aan. Dat dak van de heer Van Raak met al die gaten, kun je niet omlaag blijven drukken. Dat gaat namelijk ten koste van diezelfde man op straat, als hij naar het ziekenhuis gaat. Misschien kan de heer Van Raak daar eens over nadenken?
De heer Bisschop (SGP): Die laatste opmerking doet mij vermoeden dat de heer Moors eigenlijk toch niet zo'n voorstander van dit wetsvoorstel is. Ik wil het hebben over de uitzonderingsmogelijkheden die in de wet zijn toegevoegd. De heer Moors zegt dat het gaat om knelpunten die snel worden opgelost, zowel individueel als categorisch. Maar werkt dit geen ongelooflijke willekeur in de hand? In de ene situatie wordt er wel een uitzondering gemaakt, maar in een vergelijkbare functie in een ander segment wordt geen uitzondering gemaakt. Is dit voor de heer Moors het signaal dat dit voorstel nog onvoldoende gerijpt is? Als uitzonderingsregels zo'n cruciale rol vervullen in een wetsvoorstel, dan regel je staatsrechtelijk gezien die zaak toch niet goed? Dan moet je toch nog verder denken over hoe je dat zorgvuldig inbedt in het geheel van het wetsvoorstel, zonder dat je voortdurend een beroep hoeft te doen op uitzonderingen?
De heer Moors (VVD): Ik heb al gezegd dat de zaak goed is geborgd, doordat twee ministers, de ministerraad gehoord hebbend, hierover een besluit moeten nemen. Het is niet zo dat dit zomaar zonder meer kan gebeuren. Er moet voorafgaand daaraan een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Ik heb vertrouwen in de mensen die dat doen. Ik denk niet dat sprake zal zijn van willekeur. Als er knelpunten zijn, worden die opgelost. Daarvoor hebben we een kabinet aangesteld. Is het voorstel onvoldoende gerijpt? Ik denk van niet. Er zijn veel wetten met hardheidsclausules, juist omdat niet alles in een wet is te vatten. Je kunt in een wet niet de complete samenleving vatten, daarmee denkend dat je alles afdekt. Dat geldt voor vele wetten. Ik zou de uitzonderingen ook hardheidsclausules kunnen noemen: hier functioneert de wet niet zoals ze is bedoeld en daarom maken we in specifieke gevallen een uitzondering. Dat maakt de wet flexibel en beter, en zeker niet onvoldoende gerijpt.
De heer Bisschop (SGP): Natuurlijk, ik heb de zorgvuldige afweging op het moment dat er een verzoek komt niet in twijfel getrokken. Als ik spreek over willekeur, bedoel ik dat het in de ene sector wel en in de andere sector niet wordt toegestaan. Waarmee heeft dat te maken? Aanbod van bestuurders, of iets anders? Dat leidt tot een ongelijke positionering van de verschillende sectoren als geheel of van functies daarbinnen. Ik begrijp gewoon niet waarom structureel wordt gekozen voor het hanteren van de uitzonderingsmogelijkheden. Uitzonderingen zijn overigens totaal iets anders dan hardheidsclausules in een wetsvoorstel, die je daarin verankert om te voorkomen dat in een enkel individueel geval geen redelijke oplossing kan worden gevonden. Hier gaat het erom dat die uitzonderingsmogelijkheden reglementair onderdeel worden van dit wetsvoorstel. Dat heeft de reikwijdte van wel tien hardheidsclausules. Ik begrijp niet dat de VVD bereid is, dergelijke onzorgvuldige, onrijpe en ontijdige wetgeving te steunen.
De heer Moors (VVD): Ik zie het toch als iets wat vergelijkbaar is met een hardheidsclausule in de zin van: daar waar de wet niet blijkt te voldoen in een specifieke situatie is ze niet in beton gegoten. Daarom vind ik het goed dat deze uitzonderingsmogelijkheid er is. Ik begrijp niet waarom deze wet niet rijp zou zijn, want waarom zou die wet over een jaar wel rijp zijn? Dan zal de hele situatie niet veranderd zijn. Gaan we specifieke uitzonderingen dan in de wet verankeren? Dan krijg je volgens mij helemaal een gedrocht van een wet. Ik denk dat dit de wet juist flexibel maakt. De wet wordt niet beter door uitstel van de behandeling.
De heer Bisschop (SGP): Waarom zou dit wetsvoorstel over een jaar wel rijp zijn? Over een jaar zou dit wetsvoorstel in deze vorm ook niet rijp zijn. Laten we daarover geen misverstand laten bestaan. Maar wat je ondertussen wel kunt doen, is een evaluatie van de vigerende wet uitvoeren, hoe beperkt die wet dan ook van reikwijdte is, daar kritisch naar kijken, er lessen uit trekken die worden geïncorporeerd in dit wetsvoorstel, waarna je daarover wat langer kunt nadenken. Dat helpt soms gewoon.
De heer Moors (VVD): Ik vind het een uitstekend idee om goed te kijken of een wet functioneert. Ik ben blij dat in dezelfde nota van wijziging de evaluatiefrequentie wordt verhoogd. Daarbij wordt met name gekeken naar de uitvoerbaarheid. Zitten er foutjes in die wet waardoor iets structureel niet goed gaat? De uitzonderingsclausules zijn niet voor structurele effecten die je met een evaluatie vaststelt, maar juist voor de effecten die je al gaande tegenkomt. Je ziet dat deze wet tot problemen leidt, en dan heb je een uitweg. De evaluatie is bedoeld om structurele fouten in de wet op te zoeken. Bij de WNT-1 hebben we gezien dat het in een aantal gevallen helemaal niet goed ging en dat er verkeerde groepen werden geraakt. We hebben gezien dat er enorme lijsten met mensen in de laagste loonschalen in jaarverslagen moesten worden opgesomd, omdat ze een paar dagen in dienst waren en hun vakantiedagen kregen uitbetaald. Dat moet je dan omrekenen naar een jaar, waarmee je boven de WNT-norm uitkomt. Verder hebben we gezien dat in het kader van de WNT-1 gesubsidieerde instellingen als ze voor meer dan de helft afhankelijk waren van subsidie, een jaarverslag moesten laten maken, te controleren door een accountant. Voor dat soort fouten zijn evaluaties bedoeld. Maar als je voor een functie in een bepaalde organisatie niet aan geschikte mensen kunt komen, dan is het goed om die nooduitgang te hebben.

De nota van wijziging die wij gisteren hebben ontvangen, biedt de mogelijkheid om, als zich knelpunten voordoen, specifieke organisaties uit te zonderen van de wet. Hoe zorgt de minister nou dat hij de knelpunten tijdig signaleert? Hoe snel verwacht de minister te kunnen reageren op deze knelpunten?

Ik kom toe aan de Reparatiewet. Kan ik dat punt nu meenemen?
De voorzitter: De bedoeling is dat we vanavond een eerste en een tweede termijn houden, morgen gevolgd door een plenaire derde termijn. Dat betekent dat u vanavond moties kunt indienen, maar dat kunt u ook morgenochtend doen. U kunt dat punt dus nu meenemen.
De heer Moors (VVD): Maar mijn vraag was of we de twee agendapunten die handelen over twee verschillende wetten tegelijk behandelen.
De voorzitter: Jazeker, dat doen we vanavond in een keer.
De heer Moors (VVD): Uitstekend. Dan kom ik op de Reparatiewet WNT. Ik zei al dat op een aantal punten duidelijk is geworden dat de wet onbedoelde effecten heeft en dat ze begin 2014 al is aangepast. Intussen heeft onder andere de Algemene Rekenkamer geconstateerd dat de wet nog steeds structureel niet uitvoerbaar is. Daarom ligt de Reparatiewet WNT nu voor. Deze wet zorgt voor een betere uitvoerbaarheid, duidelijkheid over de uitvoerbaarheid van betreffende organisaties en accountants, het tegengaan van misbruik en verlaging van de administratieve lastendruk. Ze geeft de minister de bevoegdheid om een nadere interpretatie van de wet te geven door middel van een ministeriële regeling om zo wettelijk uniforme beleidsregels vast te stellen. Ik denk dat deze wet eraan meehelpt om de zojuist genoemde gevallen van misbruik aan te pakken. De VVD-fractie is voorstander van het aanpassen van de wet waar deze onuitvoerbaar blijkt of tot onevenredige administratieve lastendruk leidt en is voor aanpassingen die misbruik kunnen voorkomen. Zijn met de Reparatiewet WNT alle knelpunten op het gebied van uitvoerbaarheid, administratieve lastendruk en mogelijk misbruik verholpen? Hoe bewaakt de minister dit? Verwacht de minister na de aanpassingswet en de Reparatiewet WNT in de toekomst nog meer te moeten aanpassen?

De minister is voornemens op 1 januari 2017 de WNT-3 in te laten gaan, waarbij niet alleen bestuurders, maar alle functionarissen in de publieke en de semipublieke sector onder de norm komen te vallen. Aan deze wet zullen nog veel meer haken en ogen zitten dan aan de WNT-1 en de WNT-2. Ik weet dat de Kamer hierover begin 2015 geïnformeerd wordt, maar kan de minister alvast ingaan op de vraag, hoe ver hij hiermee gevorderd is? Hoe denkt de minister te voorkomen dat na de ingangsdatum van de WNT-3 nog veel wijzigingen moeten worden doorgevoerd en uitzonderingen moeten worden gemaakt? Hoe denkt de minister dit voor te kunnen zijn? Is de minister van plan, bij voorbaat al een aantal groepen uit te zonderen van deze wet? Ik denk aan luchtverkeersleiders en medisch specialisten. Wellicht heeft de minister zelf ook al groepen in gedachten. Op dit moment beslissen medisch specialisten of ze als ondernemer gaan investeren in de zorg of dat ze in loondienst gaan. Die keuze moet worden gemaakt voor 2015. Veel specialisten willen wel in loondienst, maar de onzekerheid of de WNT in de toekomst ook op hen van toepassing zal zijn weerhoudt hen daarvan. In het zorgakkoord heeft de minister van VWS de afspraak gemaakt dat de WNT niet wordt uitgebreid met medisch specialisten. Heeft de minister dit opgenomen met zijn collega van VWS? Kan hij nu definitief aan de onzekerheid voor deze medisch specialisten een eind maken, zodat zij een gedegen afweging kunnen maken?

De VVD is van mening dat de overheid terughoudend moet zijn met het ingrijpen in arbeidsvoorwaarden. Dat is namelijk in beginsel aan werkgevers en werknemers. Als het om publieke middelen gaat, hebben we echter ook een verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat zorgvuldig wordt omgegaan met belastinggeld. Excessieve inkomens moeten dan ook worden tegengegaan. Een normering is op haar plaats. We moeten echter oppassen dat we niet doorslaan en dat er oog blijft voor voldoende kwaliteit en voldoende beschikbaarheid van goede bestuurders. Anders gooien we het kind met het badwater weg. Met de mogelijkheid van uitzonderingen waar zich knelpunten voordoen, vind ik dat we deze wet op een verantwoorde manier kunnen invoeren.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Voorzitter. Laat ik in mijn openingszin meteen heel helder zijn: de CDA-fractie steunt de inzet van de regering om de salarissen in de publieke en semipublieke sector te normeren en het doel om excessen in de financiële beloningen aan te pakken. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat de voorliggende wet nog niet zou moeten worden behandeld. Een strenge norm op papier is namelijk niet heel veel waard als het tegengaan van excessieve beloningen niet gepaard gaat met adequate handhaving. Daar kom ik nog op terug als ik de notitie van de FNV bespreek. De huidige WNT, nog geen twee jaar oud, zou binnen drie jaar worden geëvalueerd. Dat staat in het tweede lid van artikel 7. Dat gebeurt om te zien of het doel wordt bereikt en of de excessen daadwerkelijk kunnen worden bestreden. Het laatste bleek al snel niet het geval te zijn. Vandaar de verschillende reparatiewetten die nadien de Kamer nog zijn gepasseerd. Van de laatste Reparatiewet is de inkt zelfs nog niet droog. We moeten ons toch serieus achter de oren krabben als we zelf voorbijgaan aan een wettelijke bepaling die we zelf nog maar kort geleden hebben aangenomen. De effecten hebben we nog niet in beeld. Vanuit de verschillende sectoren zijn al wel enkele gevolgen zichtbaar geworden. Die stemmen niet onverdeeld gerust.

Laat ik ook eerlijk zijn. Ook ik was tijdens de RTC niet van ieder argument van de tegenstanders van voorliggend wetsvoorstel evenzeer onder de indruk. Desondanks en misschien wel juist daarom wil ik de gevolgen eerst scherp op mijn netvlies hebben. Dat wil de minister toch ook? Hij schrijft dat hij het gewenst acht dat de ontwikkelingen nauwgezet worden gevolgd en dat de wet voortaan driejaarlijks moet worden geëvalueerd. Dat doet hij toch niet voor de kat zijn viool?


De heer Moors (VVD): Mevrouw Van Toorenburg zegt dat de afgelopen jaren is gebleken dat er een hoop fouten in de wet zitten, zodat we haar al een aantal keren hebben moeten repareren. Daarom zou een evaluatie op haar plaats zijn. Hebben die fouten iets te maken met de hoogte van de norm? Of gaat het meer om de uitvoerbaarheid en om andere regeltjes in de wet? De WNT verandert in beginsel alleen de hoogte van de norm, dus waarom zou een evaluatie daar iets mee te maken hebben?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Omdat het een met het ander samenhangt. Als je de gevolgen van een normstelling wilt weten, is het natuurlijk bijzonder dat je, voordat je die gevolgen kent, met een nieuwe normstelling komt. Dan ga je ook nog een vervuiling van je evaluatie toepassen, want dan weet je helemaal niet meer hoe het zit. Vervolgens zien we dat er over overgangsregelingen heen zaken worden geregeld, zodat we straks helemaal niet meer in beeld hebben hoe het zit. We zien -- dat schrijft de minister terecht -- dat er WNT-benoemingen zijn: gepensioneerde accountants willen nog een paar jaar bijklussen. Zet zich dat door? Heeft dat te maken met de norm? Ik wil dat graag weten voordat ik een volgende stap durft te zetten, omdat we het hebben over sectoren in onze samenleving die voor ons van grote waarde zijn.
De heer Moors (VVD): Ik sloeg aan omdat mevrouw Van Toorenburg een relatie legde met de aanpassingen die zijn gedaan in de WNT-1. Dat begreep ik niet helemaal. Nu heeft mevrouw Van Toorenberg het erover dat er effecten kunnen zijn die nog niet helemaal duidelijk zijn. Volgens mij hebben we juist daarom de laatste nota van wijziging gekregen.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Nee, want de minister zei zelf al dat nog niet alle gevolgen zichtbaar zijn. We krijgen vanuit de sectoren verschillende signalen. De minister zegt dat hem bepaalde dingen niet hebben bereikt, dingen die wij glashard vanuit de sectoren te horen hebben gekregen. Mensen hebben wel ergens anders een betrekking aangenomen, terwijl ze eigenlijk graag in deze sector een betrekking hadden willen hebben. Er worden gekke constructies bedacht van meer dan 100% in dienst zijn. Er ontstaan allerlei werkregelingen. Wat gebeurt er nou eigenlijk in het veld met de huidige wet? Zijn dat dingen die we echt moeten oplossen? Laten we dat nou eerst stevig doen, voordat we daaroverheen een nieuwe norm zetten, die uiteindelijk het beeld van onze eerste evaluatie vertroebelt.
De heer Moors (VVD): Ik ben het helemaal met mevrouw Van Toorenburg eens dat die gekke constructies moeten worden tegengegaan. Volgens mij worden die aangedragen, hebben we gisteren gemerkt. Ze worden met de Reparatiewet WNT in de hand gerepareerd. Daarover zijn we het eens. Maar ik constateer dat mevrouw Van Toorenburg wil wachten met de invoering van de WNT-2 tot 2021. Dan hebben we immers geen overlappende effecten meer.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Nee, dat herken ik niet. De minister zegt zelf dat hij het belangrijk vindt om goed in beeld te krijgen wat de gevolgen zijn. Daarvoor zegt hij terecht dat een evaluatie na vijf jaar misschien te lang is, zodat je die evaluatie naar voren moet halen. Hij geeft aan dat er nu al kleine verwachte effecten zichtbaar zijn, zoals de mobiliteit die stokt. Maar verder ziet hij nog niet veel effecten. De minister zegt over veel zaken dat hij het nog niet ziet of dat het hem nog niet heeft bereikt. We spreken over iets heel ingrijpends in fundamentele sectoren van onze samenleving. Kunnen we dan niet nog een aantal maanden goed kijken wat er gebeurt? Kunnen we zorgen dat we de excessen echt uitbannen? Want als ik met mensen spreek, hoor ik niet heel velen echt loeien over het feit dat iedereen misschien wat veel verdient -- dat vind ik ook -- maar wel over de excessen en over de grappenmakers die voor de helft bij de een en voor de andere helft bij de ander op de loonlijst gaan staan en zo meer dan 100% krijgen. De FNV heeft voorbeelden gegeven. Daarvan heeft men tabak. Het zijn met name de excessen en misschien ook de hoogte. Maar dat kunnen we scherp krijgen in een goede evaluatie. Dat hoeft echt niet tot 2021 te duren.
De heer Kerstens (PvdA): Ik heb ook een vraag over de excessen waar de mensen tabak van hebben en waarvan ze zelf ook tabak heeft. Die excessen zijn niet van vandaag of gisteren. Het zal ook voor mevrouw Van Toorenburg niet zo zijn dat ze pas via het lijstje van de FNV kennis nam van die excessen. Waarom heb ik haar de afgelopen twee jaar -- zolang zit ik in de Kamer -- gemist bij het mondelinge vragenuur om excessen aan de orde te stellen? Waarom heb ik haar gemist bij het stellen van schriftelijke vragen om excessen aan de orde te stellen? Waarom heb ik haar gemist in de overleggen over de WNT, waar ik haar niet hoorde over allerlei excessen? Waarom heb ik input van het CDA gemist als het ging om de reparatiewetgeving die beoogt excessen aan te pakken? We zijn allemaal tegen excessen, maar de een doet er even wat meer aan dan de ander. Wat heeft het CDA eraan gedaan?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): O, heerlijk! Wij hebben er aan de ministers van SZW en van VWS vragen over gesteld, terwijl we de Partij van de Arbeid nog nooit hoorden over de hoogtes van de inkomens van zorgbestuurders. Het CDA heeft daar al een paar keer een punt van gemaakt. We hebben schriftelijke vragen gesteld. Op verschillende momenten zijn er gelegenheden geweest die we hebben aangegrepen om juist die excessen aan te pakken. We hebben samen met de SP moties over de interrimmers ingediend. We hebben een motie ingediend waarin we de regering vragen, de medisch specialisten onder de WNT te brengen. Er zijn echt verschillende momenten geweest waarop we hebben gezegd: wat hier gebeurt, willen we niet. Maar het ging gewoon door. We hebben in februari 2013 nog een AO gehad, waarin we ook onze zorgen op bepaalde punten hebben geuit. Er zijn dus verschillende momenten geweest waarop we hebben ingezoomd op excessen, excessen die we graag aangepakt zien. We vinden nog niet alles terug. De FNV zegt dat ook. Volgens mij komt de heer Kerstens van de FNV. Wat zou het toch fijn zijn als hij goed naar de FNV zou luisteren, want de FNV zegt dat met de nu voorliggende wet die excessen niet zijn opgelost. Dat zou de eer van de heer Kerstens toch te na moeten zijn.
De heer Kerstens (PvdA): Het lijstje dat mevrouw Van Toorenburg zojuist noemde, is heel indrukwekkend, maar ik heb dat de afgelopen twee jaar niet in die hoedanigheid gezien. Ik hoor haar daaraan wel de conclusie verbinden dat eerst de excessen moeten worden opgelost, waarna de norm omlaag kan. Als het CDA zo goed zijn best blijft doen om die excessen aan te pakken, kan de norm nooit omlaag.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik houd van een scherpe, constructieve manier van debatteren. Ik geef net aan wat we hebben gedaan in de vorm van moties, waarna de heer Kerstens een beetje flauw zegt dat dat hem allemaal is ontgaan. Dat vind ik jammer, zeker met z'n flauwe sneer aan het eind. Als dat het niveau van de interrupties is, ga ik liever door met mijn betoog.
De heer Kerstens (PvdA): Ik stel vast dat mevrouw Van Toorenburg mijn vraag niet beantwoordt. Laat ik dan een andere, iets constructievere vraag stellen: heeft mevrouw Van Toorenburg niet het idee dat, als we een norm gaan stellen, dat ook iets doet met het gedrag in de praktijk?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Dat zou heel goed kunnen. Dan moeten we dus heel erg oppassen met het formuleren van uitzonderingen, want dan krijgen we dat wedstrijdje vérplassen dat we eerder hebben gehad. Ooit dachten we dat er door de publicaties een soort zelfreinigend vermogen in de sector zou ontstaan, dat ze zichzelf zoud beteugelen. Wat zag je gebeuren? De salarissen gingen alleen maar omhoog. Ik ben bang dat dat met zo'n uitzonderingsbepaling weer gaat gebeuren. Volgens mij wordt dit probleem daarmee niet opgelost. Daarom zijn wij het fundamenteel oneens met de Partij van de Arbeid, die wil "doorrossen" met deze wet, terwijl we nog niet goed in beeld hebben hoe we datgene waaraan de samenleving zich echt stoort en waarvoor de FNV bij ons op de deur klopt, aanpakken. Dat is het standpunt van het CDA. Dat we door kunnen gaan vind ik prima, maar ik zou het zo graag in de goede volgorde doen, omdat wij een zorgvuldige wetgever willen zijn.

Want we hebben nog een belangrijk bezwaar, namelijk de mogelijk drukkende effecten op het loongebouw. Die zijn niet in beeld. De Kamer is een WNT-3 in het vooruitzicht gesteld die hierop het antwoord zou moeten zijn. Maar de contouren daarvan zijn nog niet helder. Laten we wel zijn: zij die beweren dat het geen enkel effect zal hebben, kunnen geen gelijk hebben, want anders was óf de WNT-3 helemaal niet nodig geweest óf ze was al klaar. Nu lezen wij dat slechts de lagen onder de top salaris gaan inleveren. Hoe zit dat? We hebben grote aarzelingen bij het met stoom en kokend water door het parlement jagen van deze wet als we de volgende wetswijziging nog niet kennen.

Ik moet toch ook een paar inhoudelijke punten maken, ook al heb ik een principieel bezwaar tegen behandeling van de wet. Als ik de inbrengen tijdens de RTC goed heb beluisterd en als ik wat ik tijdens mijn werkbezoeken heb gehoord goed interpreteer, zijn er zorgen over de academische ziekenhuizen, waarin straks geen vakinhoudelijke professional meer zitting zal nemen. Want medisch specialisten vallen helaas niet onder de WNT. Waarom zou je financieel directeur van een topuniversiteit willen zijn als je daarmee net zo veel verdient als de HRM-manager van een gemiddeld groot bedrijf? Juist bepaalde expertise willen wij in de semipublieke sector hebben, want daarin is verantwoord omgegaan met publieke middelen van groot belang. Toppers aan de knoppen! Ik heb ook wel enige sympathie voor het Singaporese model. De absolute top gaat daar over de besteding van belastinggeld. Maar ik geef meteen toe dat daarop heel veel is af te dingen. Want geld mag nooit de enige motivering zijn. Maar toch: is het echt reëel om te verwachten dat de hoogst opgeleide topdeskundige zich in de kracht van zijn leven gaat inzetten in de publieke sector wanneer hij acht keer zo veel kan verdienen in het bedrijfsleven? Dat is een meer dan gering verschil.

Bovendien kun je de vraag stellen of wij de zaken niet te veel versimpelen. Het is echt niet zo dat alleen de top van de overheid en de semioverheid deugt en intrinsiek gemotiveerd is om een bijdrage te leveren. Ik ben bijvoorbeeld ook de top van Philips altijd heel dankbaar als ze weer eens iets briljants hebben uitgevonden voor de zorg. Sterker nog: het geldt voor heel veel mensen aan de top van ons bedrijfsleven. Ook zij dragen maatschappelijk hun steentje bij. Ook voor hen is geld verdienen echt niet de enige motivatie. Dan doen we ze serieus tekort. Is "uit belastinggeld betaald worden" dan een passend criterium? Valt daar de wegenbouw niet onder, werd ons tijdens de RTC voorgehouden. En de top van de verzekeringswereld? Daar vloeit misschien niet alleen belastinggeld naar toe, maar er zijn ook verplichte afdrachten. Ik begreep dat de Partij van de Arbeid maatregelen wil treffen, maar laten we wel zijn: die zijn compleet losgezongen van de werkelijkheid. We kunnen wel regelen dat we niet willen dat de top van de zorgverzekeraars in plaats van drie ton €225.000 verdient, maar als we zien wat ze echt verdient, is dat heel wat anders. Dan is het zo'n symbool, want ze zitten op zes à zeven ton. Dat vind ik dan jammer. Laten we dat dan eerst terugbrengen naar drie ton.

Is de nagekomen derde nota van wijziging dan de oplossing? Ik aarzel en ik ben ook niet vergeten wat de toezichthouders tijdens de RTC zeiden. Zij waren niet de kalkoenen op het kerstmenu. Ruime uitzonderingen moet je helemaal niet willen, is ons te verstaan gegeven. Ze slaan de bodem onder het voorstel weg, dat zelfs zal verworden tot symboolwetgeving. Mijn fractie vreest dat er gedoe over zal ontstaan, waardoor op dit dossier nooit vrede zal worden gesticht. Eerder dachten we immers dat de boel via publicaties zou worden beteugeld, maar dat werd hem niet. Begrijp ik het goed dat we straks twee uitzonderingen krijgen: een individuele uitzondering waar de sky the limit is en een andere categoriale uitzondering die weer teruggaat naar 130%? Dan krijg je helemaal een ingewikkeld landschap.

Uit de toelichting op de complexiteit van de overgangsregeling kan helemaal niemand wijs worden. Ook ik niet, en ik ben toezichthouder in de zorg en in het onderwijs. Ik ben heel bang dat we belastingadviseurs en accountants moeten gaan inhuren die de lachende derde zullen zijn en hun zakken zullen vullen omdat zwaar op hen geleund moet worden. Of heeft de minister misschien een loket in gedachten? Daar zou ik als toezichthouder graag mee willen bellen. We willen het als toezichthouders goed doen, maar dat lukt niet altijd.

U hebt mij horen ingaan op de inhoud, terwijl mijn grootste bezwaar is dat we onder tijdsdruk, zonder dat we beschikken over een evaluatie van de onlangs aangenomen wet alweer de volgende stap zetten. De inhoudelijke opmerkingen moet en zal ik maken, omdat ik mijn ongemakken heb. Ik ken de gevolgen niet. Ook wat de WNT-3 betreft tast ik in het duister. Wat ik wel weet, is dat de huidige praktijk veel excessen toont. Ik verwees daarvoor al naar de FNV-notitie. Overtredingen van de huidige wet liegen er niet om. Constructies van meer dan 100% dienstverband, arbeidsmarkttoelages, aanvullende inhuur als adviseur terwijl je zelf al ergens werkt en combinaties van wonen en zorg. Die dingen moeten we beteugelen en tackelen, want dat zijn we aan de burgers verplicht. Tegen collega Van Raak: die burgers moeten natuurlijk helemaal niks in de collectebus hoeven doen voor onze topmanagers. Het moet niet gekker worden. Maar het was wel een leuke actie, die inderdaad niet veel opleverde. Maar dit wetsvoorstel levert ook niet veel op, dus dan zijn we terug bij af.

Het CDA wil excessen aanpakken. De beloningscultuur moet verantwoorder worden. Maar daar ligt in de eerste plaats nu al een stevige uitdaging. Om voor de bühne nu half werk te leveren, past ons niet. Ons wordt al wel eens verweten een onbetrouwbare overheid te zijn. We houden ons nu zelf niet meer aan onze eigen evaluatiebepalingen. Maar als we straks met deze wet ons doel nog niet hebben bereikt, worden we echt ongeloofwaardig. Dat is mijn eer te na.


De heer
1   2   3   4   5   6   7

  • Moors
  • Van Toorenburg

  • Dovnload 239.21 Kb.