Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 239.21 Kb.

Conceptverslag van een wetgevingsoverleg



Pagina3/7
Datum28.10.2017
Grootte239.21 Kb.

Dovnload 239.21 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Kerstens (PvdA): Voorzitter. Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: de PvdA is blij met de aanscherping van de Wet normering topinkomens die we vandaag en morgen hier in de Kamer bespreken. Ze wordt ook wel eens de Wet normalisering topinkomens genoemd. Straks is dit, als ik mij niet vergis, de strengste wet op topinkomens in Europa. De Partij van de Arbeid staat daarin niet alleen. Een overgrote meerderheid van de mensen in ons land vindt dat het minder kan en moet met de topsalarissen in de zorg, de woningcorporaties en het onderwijs. De Partij van de Arbeid is ervoor om het maximaal toegestane salaris voor bestuurders in de publieke en semipublieke sector te verlagen naar dat van een minister. Een salaris dat nog altijd bijna zes keer zo hoog is dat van een modale hardwerkende Nederlander en negen keer zo hoog als het wettelijk minimumloon, waar mensen ook hard voor werken. Dat terwijl het brood bij de bakker voor iedereen even duur is, net als de kaas op dat brood. De PvdA is niet voor verlaging van topinkomens, omdat bestuurders in de zorg, de woningcorporaties en het onderwijs allemaal graaiers zouden zijn, want dat zijn ze niet. Heel veel mensen zijn namelijk niet toevallig in de publieke of de semipublieke sector werkzaam voor het geld. Ze werken daar omdat ze graag en met veel plezier de publieke zaak, onze samenleving, ons land en zijn inwoners dienen. Ze willen Nederland beter maken, waarvoor ze bewust hebben gekozen. Ze verdienen daarvoor alle lof. Niet alleen de mannen en vrouwen aan de top, maar zeker ook al die leraren, die corporatiemedewerkers en de mensen in de zorg.

Daarom is het zo jammer dat het toch te vaak mis gaat. Een torenhoog salaris hier, een vette bonus of een gouden handdruk daar en weer ergens anders een gevalletje fraude. De afgelopen jaren hebben de incidenten zich opgestapeld. De stapel is zo hoog geworden dat je je kunt afvragen of er nog wel sprake is van incidenten, of al die gevallen niet iets anders blootleggen: een cultuur, die veraf is komen te staan van wat we met het dienen van de publieke zaak beogen en welk gedrag daarbij past. Een cultuur die past bij een sector woningcorporaties waar prestigeobjecten ontwikkelen belangrijker leek dan sociale woningbouw, die past bij een sector onderwijs waar kolossen van leerfabrieken werden aangestuurd, of niet, vanuit ivoren torens terwijl de leraar voor de klas het maar moest uitzoeken, een cultuur die past bij een zorgsector waar verspilling hoogtij vierde en er voor de professional in het veld een stopwatch restte. Een cultuur die het imago van de publieke en semipublieke sector geen goed doet.


De heer Van Raak (SP): Ik ben ontzettend blij dat er ook een diepere analyse wordt gemaakt van de cultuur die dit graaigedrag veroorzaakt. Waar komt die analyse vandaan? Is de heer Kerstens het met mij eens dat deze cultuur halverwege de jaren negentig in de tijd van Paars is ontstaan? Grootschaligheid, Nederland als bv en de politicus als manager. Is een van de grote motoren achter deze cultuur niet de Partij van de Arbeid geweest?
De heer Kerstens (PvdA): We worden geacht kort en bondig te antwoorden: nee, dat denk ik niet.
De heer Van Raak (SP): Dan is de heer Kerstens toch ziende blind? Al die schaalvergrotingen in de woningcorporaties, in het onderwijs, in de zorg. De hele managementcultuur: vroeger had je een baas, nu zeven managers. Al die partijpolitieke benoemingen, al die reusachtige salarissen, die banencarrousel, daaraan heeft de Partij van de Arbeid niet alleen meegedaan, daar heeft ze een flinke zwaai aan gegeven. Daarom ben ik zo blij dat de heer Kerstens die analyse maakt. Maar is hij het met mij eens dat deze wet een goede wet moet worden, zonder gaten? Is hij het verder met mij eens dat we afmoeten van die carrousel van partijpolitieke benoemingen van grootverdieners, van bestuurders die elkaar benoemen, van toezichthouders, van mensen die elkaar baantjes en geld toeschuiven? Is de heer Kerstens bereid, de Partij van de Arbeid daarin een rol te laten spelen?
De heer Kerstens (PvdA): Er wordt mij ingefluisterd om maar "ja" te zeggen, wat ook een kort antwoord zou zijn. Ik neig wel naar dat antwoord, zonder dat ik daarmee de analyse -- misschien een groot woord -- van mijnheer Van Raak geheel deel. Niet bij elke grote woningbouwcorporatie die is ontstaan na een fusie zit een graaier aan de top, laat staan dat hij van de Partij van de Arbeid of welke andere partij dan ook is. Niet alle mensen die in de publieke en semipublieke sector werken, zijn graaiers die de hele dag bezig zijn de WNT te omzeilen en elkaar baantjes toe te schuiven. Maar mijn analyse is ook wel dat het de laatste jaren niet de goede kant op is gegaan. Daarom ben ik net als de heer Van Raak blij dat deze wet er is. Hij zal ook wel blij zijn dat er een PvdA-minister voor nodig was om zijn plannen tot uitvoering te brengen.

De PvdA is ook niet voor verlaging van de topinkomens omdat hun vertegenwoordigers tijdens de hoorzitting hier in de Kamer vorige week het imago van bestuurders in de publieke en semipublieke sector niet zo'n beste dienst hebben bewezen. Dat vind ik niet alleen, dat heb ik vanaf vorige week van heel veel mensen vernomen. Door te betogen dat de publieke en semipublieke sector in elkaar zou donderen als een topbestuurder van minder dan twee ton moet rondkomen. Nee, dat is niet de reden, net zo min als de ontboezeming van vorige week dat er in bestuurskamers wel heel erg vaak is gesproken over de WNT en dat daarmee heel veel tijd verloren is gegaan, die aan belangrijker zaken had kunnen en moeten worden besteed. Over het laatste ben ik het dan weer wel met de inspreker van vorige week eens.

Wat ook niet de reden is om in te stemmen met deze wet is de vorige week tijdens de hoorzitting gedane bekentenis van een adviseur dat er natuurlijk ook bestuurders bij hem langskomen die vragen hoe ze er onderuit kunnen komen. Of de stelling dat de functie van bestuurder veel zwaarder is dan die van minister en dus veel beter zou moeten worden betaald. Aldus een oud-staatssecretaris, vorige week. Wat ook niet de reden is, is de waarschuwing dat als een directeur moet inleveren dat uiteindelijk ook de schoonmaakster geld gaat kosten, of het feit dat we de belangenorganisaties van bestuurders wel horen als de salarissen omlaag moeten, maar niet bij misstanden bij de eigen achterban. En ook niet over de suggestie om het ministersalaris eerst te verhogen, waarna gelijkschakeling natuurlijk geen probleem zou zijn. En zelfs niet de redenering: ja maar, de rest verdient ook zo veel. Dat is allemaal niet de reden dat de PvdA voor verlaging van de topinkomens in de publieke en semipublieke sector is. Net zo min trouwens als de door de heren en dame in kwestie op de hoorzitting aangedragen argumenten reden zouden zijn voor de PvdA om tegen die verlaging te zijn. Ik geloof namelijk niet zo dat het loongebouw, ondanks de vorige week onder onze aandacht gebrachte fraaie curve, zo sterk ineengedrukt zal worden als wordt gesuggereerd en al helemaal niet -- dat werd echt gezegd -- tot aan de functie van schoonmaakster. Dat hebben we de vorige week ook gehoord van een vertegenwoordigster van werknemers in de zorg; vakbonden gaan aan de cao-tafel waar over het salaris van die schoonmaakster en de meeste van haar collega's wordt onderhandeld, echt niet zeggen: nou oké dan, doe ons maar 10% minder. Waarschijnlijker is dat ze denken -- ik weet hoe ze denken, want ik ben zelf afkomstig van de FNV -- de top levert in, nou is er meer voor ons. Ik geloof niet zo in de kracht van juridische argumenten als dat feitelijk dezelfde argumenten zijn die werden gebruikt in een eerder op alle fronten verloren rechtszaak tegen de eerste Wet normering topinkomens. Ook geloof niet zo geloof dat een evaluatie van die eerste Wet normering topinkomens nieuwe inzichten zou bieden voor de wet die we nu bespreken. Het enige wat deze wet feitelijk doet is het bedrag veranderen in euro's, van dik €230.000 naar minder dan €180.000. Ik erken dat dit een serieuze stap is in de goede richting.

De evaluatie van de eerste Wet normering topinkomens zou alleen dan echt relevant zijn als daaruit zou blijken dat de daarbij horende norm niet zou werken. In dat geval kun je zeggen dat een strengere norm, een lager salaris zoals nu voorgesteld, zeker niet zou gaan werken. Kun je voor €230.000 niemand vinden, dan lukt dat voor dik een halve ton minder vast ook niet. Daarvan is echter geen sprake, zoals de gasten op de hoorzitting van vorige week zelf ook zeiden. Zo is er bijvoorbeeld geen enkele keer een beroep gedaan op de nu al in de wet voorziene uitzonderingsmogelijkheid, zijn alle vacatures vervuld en is er ook geen volksverhuizing op gang gekomen van topbestuurders die hun heil zochten in het buitenland of in het echte bedrijfsleven.

Nee, de PvdA is blij met een verdere verlaging van de topinkomens, omdat onze belastingcenten naar prettig wonen, excellent onderwijs en een goede zorg moeten gaan en niet naar torenhoge salarissen van corporatiedirecteuren, onderwijsbestuurders en zorgbazen. En ook omdat een ministerssalaris gewoon een heel mooie beloning is voor het mogen dienen van de publieke of de semipublieke zaak. Dat is waar deze wet, volgens mij de strengste in zijn soort in Europa, voor zorgt. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel mensen er net zo over denken. Deze wet draagt tegelijkertijd bij aan het bevorderen van de cultuur in het onderwijs, de corporatiewereld en de zorg die we met z'n allen graag zien, een cultuur waarin het dienen van de publieke zaak weer vooropstaat.

Nu de wet strenger wordt, denk ik wel dat de staaltjes ontduikgedrag die we hebben gezien, niet vanzelf zullen afnemen. Ik denk aan het afsluiten van een arbeidscontract voor bijvoorbeeld een dienstverband van 110%, waarbij je je voor dat percentage kunt laten uitbetalen, of aan het hebben van twee dienstverbanden, waardoor je twee keer de norm mag verdienen. Of wat te denken van het op de loonlijst staan als bestuurder en het je daarnaast als adviseur laten inhuren door dezelfde organisatie? Dat is kassa! De al eerder door mij geuite vrees voor ontduikgedrag en schijnconstructies is niet ongegrond. Als de norm omlaag gaat, zal de creativiteit waarschijnlijk toenemen, niet omdat de wet zo ingewikkeld is maar omdat een aantal topbestuurders €230.000 blijkbaar niet genoeg vinden.



Wat de PvdA betreft is de kans op meer misstanden geen reden om die verlaging dan maar niet door te voeren maar uit te stellen tot wellicht sint-juttemis. Het is wel een reden om extra alert en streng te zijn op ontduikgedrag, sjoemelen en schijnconstructies. Constructies die als doel hebben om de toepassing van de Wet normering topinkomens te omzeilen, moeten actief en stevig worden bestreden, of ze nu onwettig zijn of alleen maar onwenselijk. Ik vraag de minister of hij daartoe bereid is en welke stappen hij daartoe wil zetten dan wel heeft gezet. Kan hij zich voorstellen dat een organisatie die zich aan dergelijk gedrag schuldig maakt en daaraan meewerkt, daarvan de consequenties dient te ondervinden en, zo ja, wat zouden die consequenties dan moeten zijn?
De heer Schouw (D66): Ik zit even met een raadseltje. Dat heeft te maken met de derde nota van wijziging en eigenlijk met wat er de afgelopen week ook in politieke zin gebeurd is. Ik heb het zo begrepen dat mijn collega van de VVD het toch echt nodig vindt om die uitzonderingen te creëren om, in de woorden van de heer Van Raak te spreken, "een lek in het dak te creëren", wat nodig zou zijn op basis van de hoorzitting. Begrijp ik nu goed dat de heer Kerstens zegt: ik geloof dat eigenlijk allemaal niet? Deelt de vertegenwoordiger van de PvdA-fractie nu de zorg die de vertegenwoordiger van de VVD-fractie heeft ingebracht en ook heeft "geregeld" via die derde nota van wijziging?
De heer Kerstens (PvdA): Ik weet niet wie wat heeft geregeld, maar in het regeerakkoord staat niet alleen dat de norm omlaag zal gaan en dat de kring van mensen die onder de wet valt uitgebreid zal worden, maar ook dat er ruimte moet zijn voor uitzonderingen. Die uitzonderingsmogelijkheid is er al in de huidige wet en er komt ook een uitzonderingsmogelijkheid in de nieuwe wet. De heer Moors van de VVD, die er door sommigen van verdacht werd dat hij een heel grote achter- dan wel vooruitgang had gecreëerd, geeft zelf al aan dat het een uitzondering is; de regel is dat de salarissen naar beneden gaan, waarbij er een uitzondering gemaakt kan worden in heel specifieke gevallen, met waarborgen omkleed. Daar is wat betreft de PvdA niets op tegen.
De heer Schouw (D66): Ik vind het belangrijk dat we dit hier met elkaar delen, want er is natuurlijk wel wat gebeurd tussen de PvdA, de VVD en de minister. Er is ook iets uitgedeeld, want niet voor niets hebben we gisteren een derde nota van wijziging ontvangen, die een branddeur, een zijdeur of wat voor deur dan ook creëert voor de uitzonderingen. Dan hebben we dat in elk geval vastgesteld. De heer Kerstens heeft namelijk zelf gezegd: we hebben een deur gecreëerd. We kunnen er dan natuurlijk nog wel over discussiëren hoe wijd je die deur openzet. Mijn vraag is hoe de heer Kerstens het zich voorstelt dat er gebruikgemaakt gaat worden van die deur. Stel dat een academisch ziekenhuis een directeur ICT zoekt. Wat gaat er dan gebeuren? Gaat men dan een mailtje sturen naar de minister en wordt er vervolgens een aparte procedure in werking gesteld? Hoe heeft de heer Kerstens dat zo bedacht de afgelopen dagen?
De heer Kerstens (PvdA): Ik heb daarover niets bedacht de afgelopen dagen. In mijn antwoord op de eerste vraag van collega Schouw heb ik aangegeven dat in het regeerakkoord al te vinden is dat er een uitzonderingsmogelijkheid zou komen. Die uitzonderingsmogelijkheid is inmiddels door de minister, en dus niet door mij, in een nota van wijziging aan het papier toevertrouwd. De heer Schouw heeft collega Moors horen zeggen dat de uitzondering precies doet wat die beoogt, namelijk een uitzondering vormen op de regel dat we hier in Nederland de topinkomens op het niveau van het ministersalaris brengen. Zo interpreteer ik datgene wat de minister voorstelt in de nota van wijziging. Ik wijs er op dat we hiermee de strengste wet in zowat heel Europa gaan goedkeuren.

Verder heb ik aangegeven dat die uitzonderingsmogelijkheden omgeven zijn met waarborgen, waarbij ik met name wijs op de rol van de vakminister en de rol van de ministerraad. Ik ben ervan overtuigd dat het echt niet zo zal zijn dat de minister zich vrijdag overal zal moeten verontschuldigen omdat zijn mailbox helemaal volgelopen is met mailtjes van directeuren ICT of instellingen.



De heer Schouw (D66): Dan zou ik graag iets willen voorlezen uit die derde nota van wijziging, met daarbij het verzoek aan de heer Kerstens om mij uit te leggen wat daarmee wordt bedoeld, want ik begrijp het echt niet. Er staat: "Er is behoefte om op basis van bijzondere arbeidsmarktomstandigheden te kunnen besluiten om voor een bepaalde functie bij specifieke rechtspersonen of instellingen een uitzondering te maken". Wat wordt hiermee in hemelsnaam bedoeld? De heer Kerstens kan wel zeggen dat hij er niet over gaat, maar volgens mij gaat hij er wel over. Wat is zijn interpretatie van wat hier staat?
De heer Kerstens (PvdA): Volgens mij ga ik er in dezelfde mate over als de heer Schouw en al mijn andere collega's aan deze kant van de tafel. De heer Schouw leest het een en ander voor uit de nota van wijziging en volgens mij zegt hetgeen hij voorleest precies wat ik zo-even aangaf, namelijk dat er sprake is van een heel specifieke uitzonderingsmogelijkheid, met waarborgen omgeven, die iedereen die er bang voor zou zijn dat hiermee de deur wagenwijd open wordt gezet voor uitzonderingen, gerust moet stellen. De uitzondering is de uitzondering en de regel is om topsalarissen in de publieke en semipublieke sector te brengen op het niveau van het ministersalaris.
De heer Bosma (PVV): Ik heb het regeerakkoord niet bij de hand, maar dat van die uitzonderingen heb ik niet zo een-twee-drie voor ogen, hoewel ik er zonder meer van uitga dat de heer Kerstens de waarheid spreekt. Waar de inkt van die derde nota van wijziging zo ongeveer nog nat is, is mijn vraag waarom dat nu ineens onderstreept moest worden. Er is kennelijk iets gebeurd. De heer Kerstens heeft het over specifieke groepen, waarbij hij enigszins suggereert dat het er een of twee zijn. Ik heb zo-even de medisch specialisten horen noemen, evenals de piloten. Die interpretatie is dan toch een stuk ruimer. Kan de heer Kerstens zeggen wat er de afgelopen weken is gebeurd in de coalitie? Er is ongetwijfeld met deuren gesmeten, want op het laatst is er een mooie brief gecreëerd om de VVD te pleasen. Zo is het toch gegaan? Dat geeft op zichzelf niets hoor, want dat zo werkt dat in coalities, maar we mogen dat dan toch wel weten?
De heer Kerstens (PvdA): Ik heb niemand met deuren horen smijten de afgelopen week. Ik heb het in ieder geval zelf ook niet gedaan. Ik denk dat u die vraag aan de minister mag stellen. Het is een nota van wijziging die door de minister wordt ingediend en niet door mij. In de stukken die de minister heeft gestuurd naar aanleiding van de hoorzitting staat ook iets over die hoorzitting. Ik heb ook niet aangegeven dat er op die hoorzitting alleen maar flauwekul is verkocht. Ik heb alleen gezegd dat ik mij door die hoorzitting er niet van heb laten overtuigen dat deze wet uitgesteld of afgesteld zou moeten worden. Ik ben erg blij met de omschrijving die de heer Schouw zo-even citeerde uit de derde nota van wijziging, waaruit klip-en-klaar blijkt dat de uitzondering een echte uitzondering is en de regel de regel is.
De heer Bosma (PVV): Maar nogmaals, het valt toch niet te verklaren dat er op het laatste moment ineens een derde nota van wijziging komt? Ik heb hier nog de stukken van oktober 2011 voor mij liggen. Het is dus niet een wet die opeens gisteren is verschenen, maar op het laatste moment komt nog wel even een derde nota van wijziging. Waarom op het laatste moment? Toch niet vanwege een hoorzitting waar de minister niet eens bij is geweest?
De heer Kerstens (PvdA): November 2011 … Ik weet niet of dat de laatste keer was dat de heer Bosma bij de bespreking van de Wet normering topinkomens aanwezig is geweest, maar het is niet ongebruikelijk dat tot het einde nog nagedacht wordt door de minister over de vraag of de wet wellicht nog wat verduidelijkt of verbeterd kan worden. Ik ben ook blij dat de minister dit doet. Ik schrik dan niet van het moment waarop zo'n wijziging wordt ingediend. Ik kijk gewoon naar wat die wijziging inhoudt en of die zich verhoudt met hoe ik naar een wet kijk.

Waar de PvdA ook een voorstander van is, is het aanpassen van de sectorale norm voor zorgverzekeraars. De daar betaalde torenhoge salarissen zijn veel mensen een doorn in het oog. In antwoord op eerdere vragen die ik over de zorgverzekeraars stelde, gaf de minister aan dat de gesprekken met zorgverzekeraars zich in een oriënterende fase bevinden. Dat is mooi, want dan ben ik op tijd. Ik dring er bij de minister op aan om ervoor te zorgen dat de vertegenwoordiger van het kabinet bij die gesprekken -- dat is niet deze minister zelf -- de nieuwe Wet normering topinkomens in haar tas heeft zitten en vervolgens op tafel legt, met andere woorden, dat de daarin geregelde verlaging van de topinkomens die bijna 25% bedraagt, in die gesprekken ook op tafel komt te liggen.

Ten slotte. Er is de laatste tijd veel gesproken over een evaluatie van de huidige wet. Ik zeg gekscherend weleens dat ik die wet eigenlijk constant, elke dag, evalueer. Vandaar de Kamervragen die ik met enige regelmaat over topinkomens stel. Die hebben in een aantal gevallen tot de nodige duidelijkheid geleid. De heer Van Raak heeft de samenspanning bij het Kennemer Gasthuis genoemd. Verder refereer ik aan het dichten van een mogelijke maas in de wet via de zogenaamde werkkostenregeling. Daarnaast is er door de minister helderheid verschaft over het feit dat bijvoorbeeld gemeenten in hun contacten en contracten met organisaties in de publieke en semipublieke sector heel wat kunnen afdwingen. Wat dat laatste betreft vraag ik de minister om snel werk te maken van de in zijn beantwoording van mijn laatste schriftelijke vragen toegezegde protocollen, zodat ook lagere overheden, voor zover ze dat al niet doen, serieus aan de slag gaan met het werk maken van naleving van de Wet normering topinkomens bij de instanties met wie ze zaken doen. Wat die Kamervragen betreft: de publieke en semipublieke sector maar ook de mensen in het land mogen erop blijven rekenen dat ik namens de PvdA boven op misstanden en excessen zal blijven zitten.
De heer Bosma (PVV): Voorzitter. Velen hebben al gesproken over de excessen van de afgelopen jaren, waarvan sommige bijna spreekwoordelijk zijn geworden. Uitgangspunt is natuurlijk dat er geen exorbitante salarissen horen bij uit publieke middelen betaalde functies. Het maximum van het ministersalaris is prima, zeker in deze tijd -- naar ik begrijp krijgen we nu de derde eurocrisis op rij -- waarin we de broekriem moeten aanhalen en wellicht nog verder moeten aanhalen. De heer Kok gebruikte ooit de term "exhibitionistische zelfverrijking", waarbij hij zich volgens mij enigszins versprak, maar die term is te mooi om die nu niet even te citeren. Dergelijke zelfverrijking hoort in ieder geval niet bij publieke taken. Dat is voor velen aan deze zijde van de tafel en klaarblijkelijk ook voor deze minister en deze coalitie een uitgangspunt.

Ik denk dat het gewenst is dat velen hierbij op een lijn zitten. We hebben de afgelopen jaren natuurlijk bizarre dingen meegemaakt. Ik heb nog even in het archief gekeken. Menige belangenorganisatie komt met een top 10-lijst of een top 50-lijst. Het hoogtepunt van al die toestanden was in 2011, toen de heer Molenkamp bij de Amarantis Onderwijsgroep naar huis ging met een kleine vier ton, gevolgd door iemand van Wageningen University, met op de derde plaats de baas van de Universiteit van Abraham Kuyper, de Vrije Universiteit. Het is te gek voor woorden en het hoeft ook allemaal niet. Ik ben ook heel blij dat in ieder geval de Algemene Onderwijsbond er voorstander van is om naar de 100% te gaan.

In zorgkringen bestaat de ActiZ 50, zijnde een jaarlijks overzicht. In de meest recente vorm daarvan komen we daar mijnheer Marsman tegen, die voor vijf ton bereid is zijn bed uit te komen bij de Kwadrantgroep, terwijl mijnheer Schimmel bereid is dat te doen voor vier ton. En zo gaat het maar door. In datzelfde overzicht komen we meteen uit bij iets wat onvoldoende aandacht krijgt, namelijk de ontslagvergoedingen. Arbeidstechnisch ligt dat allemaal een stuk moeilijker maar het is wel een van de vele loopholes die natuurlijk worden toegepast. Iemand gaat weg en krijgt dan geld mee, waarover vooraf afspraken worden gemaakt. En zo kom je dan weer iemand van de Kwadrantgroep tegen die naar huis gaat met vier ton. Dat zijn dus rare dingen. Ik wil dan ook weten wat de minister daaraan gaat doen.

Op internet kwam ik een bericht tegen dat de heer Kerstens nog iets zou zeggen over de zorgverzekeraars.


De heer Kerstens (PvdA): Dat heb ik net gedaan.
De heer Bosma (PVV): Maar ik had het wat uitgebreider verwacht. Er is een tijd geweest dat de PvdA nog voor PVV-moties en -amendementen stemde. Tegenwoordig verschuilt men zich achter een cordon sanitaire. Men is nu bij de PvdA heel erg in zichzelf gekeerd; ze heeft zich helemaal "ingeseald" voor de buitenwereld. In oktober 2011 heeft de PvdA nog gestemd voor een amendement van twee fractiegenoten van mij, te weten mevrouw Gerbrands, die overigens binnenkort terugkomt in verband met een zwangerschapsverlof, en de heer Hero Brinkman, die niet terugkomt, dat ertoe strekte de zorgverzekeraars ook onder de WNT te brengen. Dat ligt weliswaar wat moeilijk omdat het de private sector betreft, maar feit is wel dat ze helemaal bestaan van publiek geld; er is eigenlijk sprake van een soort gedwongen winkelnering. Het zou dan ook heel goed zijn om die zorgverzekeraars ook onder de WNT te laten vallen. Het zou leuk zijn als de PvdA in de geest van haar stemgedrag in oktober 2011, face value kijkt naar de bijdragen van partijen en ze niet zo naargeestig en in zichzelf gekeerd alles wat de PVV naar voren brengt, afkeurt.

Een ander interessant iets zijn de media. De minister is op dat vlak ooit actief geweest als interim-minister. Wat betreft die media is er ook sprake van een gekke loophole. Dan hebben we het inderdaad weer over de achtertuin van de PvdA. De bekende komiek Paul de Leeuw, die voor de socialistische VARA werkt, dient niet een salarisverzoekje in op basis waarvan hij dan gewoon betaald wordt volgens de socialistische cao, maar heeft een eigen productiemaatschappij. Hij vraagt een bepaald bedrag voor een programma en krijgt vervolgens daarvoor miljoenen overgemaakt. We weten niet precies hoeveel er in de zakken van deze socialistische multimiljonair verdwijnt. Wat kunnen we daaraan doen? Wat betekent WNT-3 voor de andere afspraken die er zijn op omroepgebied? Er zijn namelijk allerlei uitzonderingen gemaakt, zoals voor Matthijs van Nieuwkerk en een ander PvdA-icoon, de heer Witteman. Deze mensen zaten of zitten vooral bij de VARA, waarmee afspraken zijn gemaakt over uitzonderingen. Zijn die uitzonderingen nu allemaal aan het verdwijnen?

Ook bij woningcorporaties wordt heel veel verdiend. Mijn collega mevrouw Agema heeft indertijd de term "Calonsocialisme" gebezigd, naar aanleiding van iemand die vier ton nodig had om biefstukken te eten. Dat is natuurlijk ook een sector waar heel veel aan de hand is geweest. Ik stel vast dat het lobbyparadijs de afgelopen weken volop heeft gedraaid. Onze inboxen zijn weer even getest op hun grootte. Dat heeft, naar ik vrees, geresulteerd in de uitzonderingen die in de derde nota van wijziging terecht zijn gekomen. Ik heb daar een hard hoofd in. Ik hoor graag van de minister hoe groot dat aantal uitzonderingen is. Waar ik toch iets van een nuanceverschil zie tussen de visies van beide coalitiepartijen hierop, wil ik een en ander graag wat meer gedefinieerd en omschreven hebben door de minister.

Dan het overgangsrecht van zeven jaar. Het Algemeen Dagblad opende de vorige week met de kop "30.000 mensen uit de zorg". Zij hebben niet een overgangsrecht van zeven jaar. Ze mogen blij zijn dat ze nog wat geld meekrijgen en dan hebben ze gewoon recht op 24 maanden WW als ze mazzel hebben. Waarom moet het dus in hemelsnaam zeven jaar duren? Ik heb daarvoor een amendement ingediend dat, naar ik hoop, breed gesteund zal worden.

Daarnaast heb ik een amendement liggen over staatsdeelnemingen. Door de nationalisering van een aantal banken, wat toenmalig minister Bos destijds heeft gedaan, zitten daar nu mensen die heel veel geld verdienen. Het is toch heel raar dat zij daar wel van alles mogen verdienen, maar de mensen bij instellingen die met publiek geld werken niet. Dus ik maak ook graag aan die uitzondering een eind.
De heer

1   2   3   4   5   6   7

  • Kerstens

  • Dovnload 239.21 Kb.