Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Conceptverslag van een wetgevingsoverleg

Dovnload 239.21 Kb.

Conceptverslag van een wetgevingsoverleg



Pagina6/7
Datum28.10.2017
Grootte239.21 Kb.

Dovnload 239.21 Kb.
1   2   3   4   5   6   7
Van Raak (SP): Het valt mij op dat er met twee maten wordt gemeten. Als mensen een heel laag inkomen hebben, bijvoorbeeld in de thuiszorg, en zij moeten voor een korte tijd ergens anders gaan werken, wordt er nooit gezegd dat zij gecompenseerd moeten worden en meer moeten kunnen verdienen. Hoe hoger het inkomen wordt, hoe voorzichtiger er met mensen wordt omgegaan. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt vallen er grote klappen en ben je binnen vier maanden een kwart van je inkomen kwijt. Is het daarom niet gewoon handig om dit in de wet te regelen, het verschil tussen interimmers en niet-interimmers gewoon op te heffen en te zeggen dat je voor €15.000 in de maand veel kunt reizen?
Minister Plasterk: Dan herhaal ik toch dat wij hier eerder met elkaar over hebben gesproken en dat de Kamer mij toen heeft gevraagd om een AMvB voor te bereiden. Dat ga ik ook doen. Alleen al daarom ontraad ik het om daar nu doorheen te fietsen door dit te amenderen. Daarbij komt dat ik vind, ik meen samen met een vrij grote meerderheid van de Kamer, dat wanneer je iemand voor één maand ergens naartoe haalt, je er rekening mee moet houden dat hij daar misschien geen kantoor heeft en misschien extra reiskosten heeft. Dat vind ik niet onbillijk en bovendien in lijn met wat eerder is besproken in de Kamer.

Voorzitter. Ik kom te spreken over het overgangsrecht. De heer Bosma heeft hier een amendement over ingediend. De kwestie is waarschijnlijk bekend, want die gold ook voor de huidige wet. Er zijn juridische grenzen aan wat je op dit punt kunt doen. Toen ik het voor het eerst hoorde, verbaasde ik mij er enigszins over, maar bij nader inzien snap ik het wel. Deze juridische grenzen vloeien voort uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Je zou zeggen dat dat regelt dat je niet mishandeld mag worden, en dat doet het ook, maar het regelt ook het recht op eigendom. Als uitvloeisel daarvan regelt het EVRM dat de overheid niet zomaar mag verklaren dat je eigendom verliest. In de jurisprudentie blijkt daaronder ook gevat te worden dat wanneer je een arbeidscontract hebt met je werkgever met daarin bepaalde afspraken over hoelang je daar in dienst bent, misschien wel permanent, en wat voor salaris je daarvoor krijgt, de overheid niet eenzijdig mag besluiten om dat contract vanaf volgende maand niet langer meer zo uit te voeren. In het aanvankelijke advies stond daarom dat er een overgangstermijn van minimaal vijf jaar moest komen voor mensen die al in dienst zijn. Bij de behandeling van de wet is dat in de Kamer geamendeerd tot vier jaar, maar niet korter. Anders zou iemand namelijk met succes een procedure kunnen starten. Ik kan dus niet anders dan kiezen voor de minimumperiode voor overgangsrecht die volgens de internationale jurisprudentie mogelijk is, namelijk een periode van vier jaar. Daarna kan ik het snel naar beneden brengen tot het normniveau.

Als de beide Kamers dat willen, kan deze wet per 1 januari 2015 ingaan. Dan is de huidige WNT al twee jaar geldig. Dat betekent dus dat de mensen die twee jaar geleden al op dat salaris zaten, nog twee jaar daarop kunnen blijven zitten en dan naar beneden moeten, naar de norm van het huidige salaris. Als we het plafond nu verder naar beneden brengen, duurt het voor het laatste stukje dus nog twee jaar langer voordat zij tot daar naar beneden zijn gegaan. Dat lijkt mij ook een logische toepassing van de wet.
De heer Bosma (PVV): Mijn fractie was al voorstander van het zo snel mogelijk opzeggen van dat rare EVRM vanwege artikel 8, dat het recht op het gezin garandeert, wat betekent dat we allemaal mensen moeten binnenlaten die hier allemaal gezinnen komen vormen. Dat is een bizarre uitleg, net zoals de uitleg van het artikel dat de minister noemt, vreemd is. Er is sprake van het "afnemen van bezit", maar de overheid neemt wel vaker bezit af; velen van ons betalen bijvoorbeeld belasting. Dat een arbeidscontract "bezit" is, vind ik een vreemde uitleg. Ik heb de jurisprudentie ook gelezen, met veel verbazing, om niet te zeggen verontwaardiging. Maar het is nu eenmaal een feit. Kan de minister mij uitleggen waarom zeven jaar een groot probleem is, maar vier jaar wel kan?
Minister Plasterk: Het eerste, de wens van de PVV om het EVRM op te zeggen, staat genoteerd. Ik hoop dat de heer Bosma begrijpt dat zolang dit internationale verdrag geldig is, ik mij daar nog maar even aan houd.

De tweede vraag begrijp ik niet helemaal. Onze inschatting is dat je om binnen de grenzen van het verdrag te blijven, minimaal vier jaar aanspraak op het huidige salarisniveau mogelijk moet laten zijn en dat je het salaris daarna in een periode van minimaal drie jaar naar beneden moet brengen tot het nieuwe niveau. Die vier jaar aanspraak op het huidige niveau plus die drie jaar om het naar beneden te brengen, brengen mij op een termijn van zeven jaar. Die conclusie is getrokken op basis van serieus juridisch advies. Ik ben slechte een eenvoudige bèta, dus mijn definitie van een "goede" jurist is "iemand die kan voorspellen wat een andere jurist ergens van vindt". Op basis van die definitie hebben we aan de beste juristen gevraagd wat de toepassing van het EVRM met zich meebrengt. Dit is de conclusie van die consultatie.


De heer Van Raak (SP): Hoe kan het dat wanneer mensen tonnen verdienen, het zeven jaar duurt voordat je daar iets aan kunt doen, maar wanneer mensen in de thuiszorg werken, het in vier maanden bekeken is en zij een kwart van hun inkomen kwijt zijn? Vallen die mensen niet onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?
Minister Plasterk: Er spelen twee dingen door elkaar. Het ene is ontslagbescherming. Dat bestaat ook en dat is ook wettelijk geregeld. Het andere betreft geen ontslag, maar een situatie waarin iemand een vaste aanstelling heeft bij een werkgever, die werkgever betrokkene graag in dienst wil houden en wil vasthouden aan het wederzijds gesloten arbeidscontract, maar de overheid het salaris van die werknemer naar beneden wil brengen. Dat mag, maar niet onmiddellijk. Dat is de reden dat we hier gebonden zijn aan het overgangsrecht. Nogmaals, ik doe het niet voor mijn lol; het vloeit voort uit het EVRM.
De heer Van Raak (SP): Ik ben altijd erg voor arbeidsrechtelijke bescherming. Ik kan me alleen niet voorstellen dat het per se zeven jaar moet zijn. Zou de minister aan zijn collega van SZW willen doorgeven dat we er dan ook aan hechten om datzelfde soort zorgvuldigheid te betrachten bij mensen die heel weinig verdienen?
De voorzitter: Ik wil er even op wijzen dat we het hier nu over de inhoud van déze wet hebben.
Minister Plasterk: Maar deze wet heeft inderdaad die overgangsbepaling, net zoals de wet die er al ligt. Voor de goede orde, het gaat hier niet om arbeidsrechtelijke bescherming, het gaat hier om contractvrijheid, waarop door deze wet inbreuk wordt gemaakt. Het EVRM bindt ons eraan dat die inbreuk niet onmiddellijk kan.

De heer Van Raak zegt zich niet voor te kunnen stellen dat dit de uitwerking van het EVRM is. Er is echter in een eerder stadium advies gekomen van mijn oude universiteit, de universiteit Leiden, een buitengewoon hoog aangeschreven universiteit. Dat advies leidde tot de conclusie dat er een overgangsperiode van minimaal vijf jaar zou moeten zijn. Uw Kamer heeft daar destijds een jaar van afgeknabbeld, maar ik denk dat vier jaar wel het minimum is.

De collega van Sociale Zaken kan de Handelingen altijd nalezen op de adviezen die zijn meegegeven.

Daarmee denk ik toe te kunnen komen aan de behandeling van de specifieke vragen. Ik doe dat in de volgorde waarin ze zijn gesteld.

De heer Van Raak zei dat de getallen hier en daar verwarrend zouden kunnen zijn. Ik heb geprobeerd om ze te verhelderen in mijn inleiding. Er is natuurlijk altijd gelegenheid voor een technische briefing om het allemaal in beeld te krijgen. Het was voor mij ook even wennen. De minister verdient een brutosalaris van €144.000. Als je daar de pensioenbijdrage en de onkostenvergoeding bij optelt, kom je op de ministersnorm van €178.000. Die norm wordt door de wet gesteld.

Om misverstanden weg te nemen nog even het volgende. De heer Van Raak vroeg naar uitzonderingen, bijvoorbeeld omdat je je wilt wapenen tegen ddos-aanvallen. Deze wet heeft echter betrekking op bestuurders. Als je voor een heel specifieke technische functie iemand wilt aanstellen, valt die niet onder de reikwijdte van de wet zoals die nu voorligt. Het zou wel in beeld komen als we wat we de WNT-3 noemen hier gaan bespreken.

Ik heb eerder in een Kamerdebat, toen we besloten om de twee onderdelen gescheiden te behandelen, al gezegd dat dit het relatief simpele deel van het traject is en dat de WNT-3 veel meer vragen zal oproepen. Ik zal de argumentatie van destijds nu herhalen. Neem als voorbeeld de universiteit. De voorzitter van een universiteit leeft in een glazen huis en de norm is duidelijk: als de wet stelt "dit is wat je mag verdienen", dan houd je je eraan; er zijn ook niet veel alternatieven. Bij het inhuren van iemand die een bepaalde dienst verleent voor een organisatie, kun je al vrij snel zeggen: als je die inhuur niet kunt doen op het niveau waarop je die zou willen doen, kun je die dienst wel op een andere manier in huis halen. De heer Bosma informeerde in dit kader hoe het zit bij de omroep. Daar zie je dat soort effecten misschien zelfs nu al. In de medische sector is het natuurlijk ook niet uit te sluiten; het is een vrij land, mensen kunnen behalve in loondienst te gaan als medisch specialist, ook via de maatschap hun diensten aanbieden aan een ziekenhuis. Als en zolang die mogelijkheid bestaat -- niet in alle ziekenhuizen bestaat deze -- kunnen mensen ervoor kiezen om in een maatschap te gaan als ze daar tweemaal zoveel kunnen verdienen dan in loondienst. Dat zou overigens strijdig zijn met het beleid van mijn collega van VWS, die probeert om zo veel mogelijk medisch specialisten in loondienst te krijgen. Dat zijn complicaties waar we bij de behandeling van WNT-3 nog op terug zullen komen.

De heer Moors heeft nog een aantal vragen gesteld op dit vlak. Als we de WNT-3 ter tafel brengen, zal gelden wat we hebben afgesproken in het zorgakkoord. Daar zit geen woord Frans bij. Daarin staat dat bij de uitbreiding wordt opgenomen dat deze niet van toepassing zal zijn op medisch specialisten. Dat is in het zorgakkoord afgesproken en daar zullen we rekening mee moeten houden bij die wet, ook onder verwijzing naar de motivatie die ik zojuist schilderde. Het zou het beleid van de collega van VWS om te proberen om mensen uit de maatschap en in loondienst te krijgen, met als gevolg een lager salarisniveau, juist tegenwerken.

Daarmee heb ik de vragen van de heer Van Raak besproken, naar ik meen. In mijn inleiding ben ik al ingegaan op zijn meer filosofische punten. Ik krijg de indruk dat de SP dit voorstel weleens zou kunnen steunen. Ik wil de SP danken voor de mogelijke steun voor het wetsontwerp.

Een aantal van de vragen van de heer Moors heb ik zojuist al beantwoord. Hij wil ook weten hoe je knelpunten tijdig signaleert. Daarvoor staan twee wegen open. De ene is dat als er gedurende een jaar blijkt dat er op een bepaalde plek een probleem ontstaat, dat sowieso in de jaarlijkse rapportage gesignaleerd kan worden. Dat kan dan aanleiding zijn voor bijvoorbeeld de vakminister om te zeggen dat er meer aan de hand is dan een incident, dat het bij die functie om een structurele situatie gaat en dat hij of zij zich dus tot de ministerraad zal wenden met de vraag om er iets aan te doen. De andere weg is dat de vakminister ook tussentijds, op basis van haar of zijn kennis van het veld, een signaal kan oppikken dat er sprake is van een structureel probleem, waarna hij of zij aanspraak kan maken op de procedure in artikel 2.5 van de nieuwe WNT.

De heer Moors vroeg of door de Reparatiewet alle knelpunten zijn opgelost. Het is heel gevaarlijk om daar ja op te zeggen, want je weet zoiets natuurlijk nooit zeker. We hebben het grootste deel van de knelpunten in beeld. Ze zijn voor een deel zojuist genoemd en ik heb ze ook schriftelijk met de Kamer gedeeld. Het gaat vaak om technische punten. Ik noem er één. De voorliggende wet regelt dat ook voor mensen die niet onder de normering vallen, dus niet-topbestuurders, moet worden bijgehouden hoeveel ze verdienen. Dit geldt zelfs voor interimmers. Ik kan mij ook wel voorstellen dat je zegt: we willen gewoon transparantie, laten we dat nou maar doen. In de praktijk leidt het echter tot een enorme rapportage waar verder niets mee gebeurt; de mensen vallen immers niet onder de reikwijdte van de huidige wet. Bovendien is het in het geval van interimmers vaak ingewikkeld voor organisaties om bij te houden wie wanneer voor hoelang in dienst hebben gehad voor welke klus. De Algemene Rekenkamer heeft geadviseerd om dit niet te doen. Dat is een van de reparaties die nu voorliggen.

Ik denk dat we met deze wet de meeste knelpunten wel gehad hebben, maar mocht er op enig moment toch nog een nieuwe reparatie nodig zijn, dan ben ik zo vrij om die aan de Kamer voor te leggen.


De heer Moors (VVD): Mag ik het dan uitleggen als: er zijn geen knelpunten nu bekend die niet door de Reparatiewet opgelost zijn, inclusief wat er is gesignaleerd in de brief die we gisteren hebben ontvangen?
Minister Plasterk: Zo mag de heer Moors dat uitleggen. Als er nog meer knelpunten bekend waren, zou ik deze gelegenheid natuurlijk zeker aangrijpen om die ook te repareren. Het zou dus moeten gaan om nieuwe inzichten of nieuwe feiten die een knelpunt kunnen worden en die opgelost moesten worden.

In het regeerakkoord hebben wij ons ook het uitbreiden van de reikwijdte van de wet naar niet-bestuurders voorgenomen. De vraag van de heer Moors is hoe ver we daarmee gevorderd zijn. We zijn bezig met een beleidsverkenning. In de eerste helft van 2015 komt die naar de Kamer. Ik heb in de brief die ik gisteren naar de Kamer heb gestuurd, op verzoek van de commissie toegelicht dat we hoe dan ook de bevindingen van de evaluatie van de huidige wet, die zal plaatsvinden in de loop van 2015, zullen meenemen bij het indienen van de wet. Dat zal daarom niet eerder dan in 2016 kunnen gebeuren.



Mevrouw Van Toorenburg maakte een belangrijk punt over de handhaving. Hoe weten we dat de wet wordt uitgevoerd? Het toezicht is neergelegd bij de vakminister. Deze oefent het toezicht uit voor de onder haar of zijn verantwoordelijkheid vallende instellingen. De minister van BZK houdt toezicht op het Rijk, de Hoge Colleges van Staat, de zbo's die onder ons vallen, de provincies, gemeenten en waterschappen, en de door ons gesubsidieerde instellingen. Tot nu toe is er binnen het toezichtsdomein van BZK in zeven gevallen een accountantsmelding gekomen van een overtreding van de WNT. Dit was tweemaal het geval bij een gemeente, tweemaal bij een gemeenschappelijke regeling, tweemaal bij een gesubsidieerde instelling en eenmaal bij een waterschap. Die overtredingen hebben betrekking op onverschuldigde betalingen, of een onvolledige openbaarmaking en tweemaal ging het om een extern ingehuurde topfunctionaris. De onverschuldigde betalingen variëren in omvang van €4.000 tot, eenmaal, €93.000. De Eenheid toezicht WNT heeft bij de eerste tellingen aangeklopt. Bij drie overtreders is de overtreding inmiddels ongedaan gemaakt en bij vier loopt de hersteltermijn nog. We zijn dus wel degelijk bezig te zorgen dat het allemaal wordt geeffectueerd.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Heel goed, want dat is wat de samenleving verwacht van het kabinet. Het was even schrikken toen we anderhalve week geleden hoorden dat een rechter een organisatie terugfluit, maar de toezichthouders hun schouders ophalen en een en ander dus gewoon doorgaat zoals het was bedacht. Dat is strijdig met de afspraak. Wat doen we dan? Ik heb zelf in mijn inbreng al gewezen op het lijstje van ActiZ. Uit de PVV komt hetzelfde geluid. Op dat lijstje staan mensen die voor 50% bij een woningcorporatie in dienst zijn en voor 50% in de zorg werken, en voor beide het volle pond binnenhalen en dus over de drie tot drieënhalve ton verdienen. Wat hebben we daaraan gedaan?
Minister Plasterk: In het geval van de Atlant Groep, hoewel dat een ander voorbeeld is, heb ik vandaag via mijn Eenheid toezicht WNT het te veel betaalde aan ontslaguitkeringen, €93.000, terug geëist. Als dat niet binnen vijf weken gebeurt, gaan we handhaven en gaat BZK het zelf invorderen. De Eenheid toezicht WNT zit er echt bovenop, want ik ben het helemaal eens met mevrouw Van Toorenburg dat dit geen symboolwetgeving moet zijn. Daarbij is het overigens wel een voordeel dat we niet praten over tienduizenden of honderdduizenden functionarissen. Het betreft een overzichtelijk aantal. Zij zijn in beeld in de rapportages. Men zal zich toch aan de wet moeten houden.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): En die 50/50-verhouding die we een paar keer terugzien bij de zorg en de woningcorporaties?
Minister Plasterk: U moet mij even helpen. Welke 50-50?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): ActiZ heeft een lijst gegeven waarin een aantal functionarissen staan die zich voor de helft laten betalen vanuit de woningcorporaties en voor de helft vanuit de zorg en die voor beide het volle pond binnenhalen, waardoor zij tweemaal de top verdienen. Dat zien we een paar keer gebeuren. We zijn er al eerder op gewezen. Ik ben benieuwd wat de minister daaraan gaat doen.
Minister Plasterk: Dit luistert nauw. Als u het goedvindt, kom ik hier in tweede termijn op terug, zodat ik niet iets zeg wat niet 100% correct is.

Mevrouw Van Toorenburg herinnert eraan dat het de opvatting van het CDA is dat medisch specialisten wél onder de WNT-norm moeten worden gebracht. Dat is een interessante opvatting. Ik heb er nota van genomen.

Dan ga ik naar een aantal punten die door de heer Kerstens zijn ingebracht. Ook hij heeft gevraagd naar de handhaving. Ben ik bereid om constructies te bestrijden die als doel hebben, de toepassing van de wet te omzeilen? Ik heb zojuist al een aantal van deze constructies genoemd en gezegd dat die echt onder de wet vallen. Laat daar geen misverstand over bestaan. Er is ook geen loophole, dergelijke constructies zijn gewoon verboden als zij zich zouden voordoen. Voor mijn domein is de Eenheid toezicht WNT bezig om het proces te waarborgen. Voor de andere domeinen zijn verschillende toezichthouders bezig, bijvoorbeeld bij VWS de IGZ en bij Onderwijs de Onderwijsinspectie. Zij zijn verantwoordelijk voor het toezicht. Handhaving gebeurt door de vakministers. De wet is door mijn voorgangers degelijk in elkaar gezet op die punten. Mochten er echter signalen komen over ontwijkingsconstructies die wij niet hebben voorzien -- ik sluit dat niet helemaal uit, want het plafond gaat iets omlaag, dus de creativiteit neemt misschien toe -- dan kunnen die een aanleiding zijn om alsnog in te grijpen, zo nodig door de wet op dat punt te repareren of, als dat niet nodig is, door er op een andere manier een zaak van te maken. Schijnconstructies kunnen we echt niet accepteren.

Als organisaties zich schuldig maken aan echt wangedrag, begint het natuurlijk met het opnemen van dat gedrag in de WNT-rapportage. De meeste organisaties in de publieke en semipublieke sector kunnen zich dat al niet veroorloven, mag ik hopen. Onverschuldigd betaalde bedragen moeten worden terugbetaald en anders worden ze door de vakminister teruggevorderd. Er is dus alle reden om te zorgen dat de handhaving volledig gebeurt.

De heer Kerstens vroeg naar het snel werk maken van de toegezegde protocollen. Samen met de VNG is er een ambtelijk netwerk gevormd met zes grote gemeenten met grote belangstelling voor en ervaring met de normering van topinkomens. Met ondersteuning van het ministerie van BZK en met de VNG gaan die gemeenten kennis en ervaring uitwisselen. In dat netwerk zal worden gewerkt aan modelaanpakken en mogelijke modelverordeningen. Die modelaanpakken geven een handvat voor het normeren van topinkomens via subsidievoorwaarden. Het IPO doet dit op provinciaal niveau. Ik heb eerder, in antwoord op Kamervragen, al gezegd dat ik denk dat de Algemene wet bestuursrecht hiervoor niet veranderd hoeft te worden, mits het op voorhand bij het verlenen van subsidies als voorwaarde wordt gesteld. Dat proberen we nu dus in de praktijk uit te werken.
De heer Kerstens (PvdA): Het antwoord van de minister is helder. Wat er nog aan ontbreekt om het voor mij duidelijker te maken, is een termijn. Wanneer denkt hij dat het huiswerk af is?
Minister Plasterk: Het valt mij zo in dat dit mede afhangt van de VNG. Die kijkt ook mee. Laten we het met zijn allen als aansporing zien om het vlot te doen. Het voorjaar moet mogelijk zijn. Dan komen we ermee.

De heer Kerstens maakte ook een punt over de zorgverzekeraars. Misschien is het goed om even heel precies te zijn. De huidige wet kent drie categorieën. Onder de eerste valt zorg in den brede, het onderwijs, de overheden en woningbouwcorporaties. Voor deze categorie geldt een maximumplafond, zoals we zojuist uitgebreid hebben besproken. De tweede categorie wordt gevormd door de zorgverzekeraars. Daarvoor geldt dat er na overleg met de sector een ministeriële regeling wordt vastgesteld. Die regeling is echter niet gebonden aan het plafond dat voor de eerste categorie geldt. De derde categorie wordt gevormd door het loodswezen. Daarvoor geldt uitsluitend dat er gerapporteerd moet worden over de topsalarissen van bestuurders. Alles wat verder niet valt onder deze categorieën, valt ook niet onder de reikwijdte van de WNT.

Zorgverzekeraars vallen dus onder de tweede categorie. Samen met de collega van VWS heb ik in antwoord op schriftelijke vragen van de heer Kerstens geschreven dat de minister van VWS de zorgverzekeraars heeft aangesproken. Over de impact van de WNT-2, dus de wet die nu voorligt, heeft zij gezegd dat zij in gesprek wil gaan met de Kamer over de beloningen in de sector van de zorgverzekeraars. De minister schrijft: "De normverlaging heeft in theorie geen directe invloed op de sectorale norm voor de zorgverzekeraars, maar de sectorale normen voor zorgverzekeraars kunnen echter niet onbesproken blijven in het licht van het wetsvoorstel WNT. Graag wil ik hierover met u van gedachten wisselen." Met andere woorden: de minister heeft gezegd dat voor de mensen aan de ene kant van de tafel, de bestuurders in de zorgsector, de norm 25% omlaaggaat en dat zij in dat licht graag met de Kamer de regeling wil bespreken voor de mensen aan de andere kant van de tafel, de zorgverzekeraars. Met die inzet zal zij dat gesprek gaan voeren.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA): Ik ben benieuwd hoe dit zich verhoudt tot de praktijk, namelijk dat zorgverzekeraars zich nu niet aan die norm van drie ton houden. Wat is dan het effect van het om de tafel gaan? Dat ze te horen krijgen dat voor de anderen een nóg lagere norm geldt? Dan zeggen ze gewoon: so noted. En dan?
Minister Plasterk: Voor de tweede categorie, die van de zorgverzekeraars, geldt een ministeriële regeling. Maar de handhaving daarvan is exact gelijk aan de handhaving zoals ik die zojuist heb beschreven voor de eerste categorie. Men mag dus niet zeggen: nou, dat doen we maar niet. Voor de tweede categorie is de behandeling soepeler in de zin dat er geen wettelijk vastgestelde maximumnorm is maar dat de vakminister een ministeriële regeling kan maken, maar die regeling moet evenzogoed gehandhaafd worden als de maxima die gelden voor de eerste categorie. Als er dus sprake is van iemand die ver boven de norm in de regeling zit, zou dat onder het overgangsrecht kunnen vallen, net zoals dat elders bestaat. Het kan echter niet zo zijn dat men het aan zijn laars lapt.
De heer Kerstens (PvdA): Over dat laatste aspect heb ik vandaag vervolgvragen gesteld, naar aanleiding van eerdere schriftelijke vragen. Het heeft te maken met salarissen, met de pensioenproblematiek en met de manier waarop je een en ander toedeelt en meerekent bij de zorgverzekeraars. Ik ga ervan uit dat de minister een helder antwoord op mijn vervolgvragen gaat geven. Ik denk dat mevrouw Van Toorenburg en ik het daarover eens zijn.

Ik kom terug op mijn eerdere vraag over het gesprek dat gaat plaatsvinden tussen het kabinet en de zorgverzekeraars. Ik hoor dat de minister van VWS, die namens het kabinet dat gesprek voert, de nieuwe wet in haar tas heeft als zij gaat praten met de zorgverzekeraars en dat er weliswaar geen rechtstreekse doorwerking is, maar dat het wel de intentie van het kabinet is om te praten over een verlaging van de salarissen van de zorgverzekeraars en niet een verhoging. Heb ik dat goed begrepen?


Minister
1   2   3   4   5   6   7

  • Van Toorenburg

  • Dovnload 239.21 Kb.