Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Consequenties van opzichtige consumptie

Dovnload 150.02 Kb.

Consequenties van opzichtige consumptie



Pagina1/3
Datum21.09.2017
Grootte150.02 Kb.

Dovnload 150.02 Kb.
  1   2   3



Consequenties van opzichtige consumptie

Een onderzoek naar de economische en sociale consequenties van opzichtige consumptie en het effect van status

ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

Faculteit der Economische Wetenschappen

Marketing
Begeleider: Nel Hofstra
Naam: Rida El Mes-Ouli

Studentnummer: 322275

E-mailadres: 322275rm@student.eur.nl

Studie: Economie en Bedrijfseconomie

Thesis: Bachelor

Datum: 28-04-2014



Samenvatting
In 1899 werd het begrip “opzichtige consumptie” geïntroduceerd (Thorstein Veblen, 1899): het consumeren van producten om status te signaleren of verbeteren. Dit wordt gedaan door producten aan te schaffen die geassocieerd worden met status (vb: luxe producten uit productcategorieën als auto’s, kleding en sieraden). Bijna iedereen in de samenleving doet aan opzichtige consumptie. Mensen met een hoge positie in de samenleving om zich te onderscheiden van mensen met een lage positie en mensen met een lage positie om zich te associëren met mensen met een hoge positie. Toch zijn het vooral mensen met een lage positie (mensen met weinig financiële middelen, mensen met een gevoel van machteloosheid en mensen uit etnische minderheidsgroepen) die aan opzichtige consumptie doen. Hiermee willen zij respect, bewondering en macht verkrijgen. Dit patroon is de laatste twintig jaar sterker geworden, door stijgende ongelijkheid in inkomen en consumptie.

Enerzijds zorgt opzichtige consumptie er voor dat mensen zich beter voelen over wie ze zijn en helpt het hen om lof van andere mensen te krijgen. Anderzijds zijn er mensen die opzichtige consumptie bekritiseren omdat de daling in besparingen en de stijging in schulden, die gepaard gingen met een stijging in opzichtige consumptie, hen doet geloven dat opzichtige consumptie leidt tot een slechtere welvaart. Dit onderzoek verleent inzichten in de economische en sociale consequenties van opzichtige consumptie en het effect van status hier op.

Uit empirisch onderzoek blijkt dat er geen grote negatieve economische consequenties zijn van opzichtige consumptie. Mensen zullen niet snel geld lenen bij vrienden, familie of kredietverstrekkers of hun spaarplan opgeven voor opzichtige producten. Ook houden ze enigszins rekening met hun huidige en toekomstige inkomsten. Uit het empirisch onderzoek blijkt ook dat er geen grote sociale consequenties zijn. Mensen denken enigszins dat personen die opzichtig consumeren een goed inkomen hebben. Echter vinden andere mensen een persoon niet interessant alleen vanwege het meer dan gemiddelde gebruik van opzichtige producten.

Ondanks dat status de belangrijkste aandrijver van opzichtige consumptie is, heeft geen effect op de economische consequenties. Dit houdt in dat mensen met iedere machtspositie vergelijkbaar handelen in economisch opzicht met betrekking tot opzichtige consumptie, ondanks dat zij andere motieven hebben om opzichtig te consumeren. De leeftijd, het inkomen en het opleidingsniveau van mensen heeft wel invloed op hun gedrag. Mensen met een lage leeftijd, een laag inkomen of een laag opleidingsniveau zijn meer geneigd om financieel negatief te handelen om opzichtige producten aan te kunnen schaffen dan mensen met een hoge leeftijd, een hoog inkomen of een hoog opleidingsniveau. Zij zijn dus kwetsbaarder voor opzichtige consumptie. Ook hebben deze demografische kenmerken effect op gedrag in sociaal opzicht. Zo willen mensen die jonger zijn, een lager inkomen hebben en lager opgeleid zijn een persoon die zichtbaar opzichtig consumeert beter leren kennen. Ook denken zij dat deze persoon interessant is en dat hij of zij een goede smaak, een goed inkomen en status heeft. De verschillen in gedrag met oudere mensen, mensen met een hoger inkomen en mensen met een hoger opleidingsniveau zijn echter niet groot.

Al met al zijn de consequenties van opzichtige consumptie beperkt. Enerzijds houdt dit in dat mensen er economisch gezien niet op achteruit gaan. Anderzijds heeft het niet het gewenste effect wat zij met opzichtige consumptie willen bereiken; status.

Inhoudsopgave


  1. Introductie…………………………………….…………………………………………………… 6

    1. Achtergrond en doel van het onderzoek……….…………………………………………… 6

    2. Probleemstelling…………………………………..………………………………………… 7

    3. Relevantie…………………………………………………………………………………... 7

      1. Wetenschappelijke relevantie……………………………………………………….. 7

      2. Sociale relevantie…………………………………………….……………….…..... 8

    4. Theoretisch kader……………………………………………………….………………..…. 8

    5. Onderzoeksproces en methodologie…………………………………………………………. 8

    6. Structuur van het onderzoek……………….……..…..………………………………………9




  1. Aandrijvers van opzichtige consumptie……………………..……………………..………………10

    1. Veblens theorie………………………………………………………………………………...10

    2. Hiërarchie……………………………………………………………………………………...11

    3. Status en opzichtige consumptie………………………………………………………………12




  1. Consequenties van opzichtige consumptie………………………………………………………...14

    1. Economische consequenties…...…………………..……………………………………….14

      1. Onderzoeksmethode……………………….………………………………………..14

      2. Onderzoeksresultaten……………………………………………………………….16

      3. Discussie……………………………………...……………………………………..19

    2. Sociale consequenties….………………………….………………………………………..19

      1. Onderzoeksmethode…………………………...……………………………………19

      2. Onderzoeksresultaten………………………………………………….……………20

      3. Discussie……………………………………………………………….……………22



  1. Conclusie…………………………………………………………………………………………..23

    1. Conclusie…………………………………………………………………………………..23

    2. Beperkingen……………………..…………….…………………………………………...24

    3. Aanbevelingen voor verder onderzoek…….………………..…….……………………….25

LITERATUURLIJST…………………………………………………………………………………..26


BIJLAGEN……..………………………………………….…………………………………………..28

Bijlage 1: Producten in enquête .............…………………………………………………………28

Bijlage 2: Enquête economische consequenties van opzichtige consumptie …………………….31

Bijlage 3: Enquête sociale consequenties van opzichtige consumtpie……………………………37



1. Introductie

In dit hoofdstuk wordt het onderzoek geïntroduceerd. De volgende onderdelen komen aan bod: de achtergrond en het doel van het onderzoek, de probleemstelling, de wetenschappelijke en de sociale relevantie, het theoretisch kader, het onderzoeksproces en de methodologie en de structuur van het onderzoek.




    1. Achtergrond en doel van het onderzoek

In 1899 werd het begrip “opzichtige consumptie” geïntroduceerd (Thorstein Veblen, 1899): het consumeren van producten om status te signaleren of verbeteren. Dit wordt gedaan door producten aan te schaffen die geassocieerd worden met status (vb: luxe producten uit productcategorieën als auto’s, kleding en sieraden). Bijna iedereen in de samenleving doet aan opzichtige consumptie. Mensen met een hoge positie in de samenleving om zich te onderscheiden van mensen met een lage positie en mensen met een lage positie om zich te associëren met mensen met een hoge positie. Toch zijn het vooral mensen met een lage positie die aan opzichtige consumptie doen. Mensen met weinig financiële middelen, mensen met een gevoel van machteloosheid en mensen uit etnische minderheidsgroepen besteden een groter deel van hun inkomsten aan opzichtige producten dan rijkere mensen, mensen met meer macht en mensen uit heersende etnische groepen (Rucker en Galinsky, 2008, 2009; Ivanic, Overbeck en Nunes, 2011; Charles, Hurst en Roussanov, 2009). Zij proberen het consumptiegedrag van mensen met een hogere positie te evenaren (Christen en Morgan, 2005) om zo respect, bewondering en macht te verkrijgen. Dit patroon is de laatste twintig jaar sterker geworden, door stijgende ongelijkheid in inkomen en consumptie. Volgens Trigg (2001) is het verkrijgen van status door middel van het consumeren van goederen een eindeloos proces. Bepaalde goederen zullen ervoor zorgen dat iemand status heeft, maar zodra een groot deel van de samenleving in het bezit is van deze goederen, zal er weer gezocht moeten worden naar andere goederen om je te onderscheiden van de rest van de samenleving.

Enerzijds zorgt opzichtige consumptie er voor dat mensen zich beter voelen over wie ze zijn en helpt het hen om lof van andere mensen te krijgen (Belk, 1988). Anderzijds zijn er mensen die opzichtige consumptie bekritiseren omdat de daling in besparingen en de stijging in schulden, die gepaard gingen met een stijging in opzichtige consumptie, hen doet geloven dat opzichtige consumptie leidt tot een slechtere welvaart (Bagwell en Bernheim, 1996; Christen en Morgan, 2005). Het is echter nooit onderzocht wat precies de economische en sociale consequenties van opzichtige consumptie zijn. Vragen die hierbij opspelen zijn: Hoe oordelen andere mensen over een persoon die opzichtig consumeert? Hoe handelt men vanuit economisch perspectief om opzichtig te consumeren? Heeft opzichtige consumptie het gewenste effect? Of zorgt het er juist voor dat mensen er op achteruit gaan in economisch of sociaal opzicht? Het doel van dit onderzoek is om inzicht te verlenen in de economische en sociale consequenties van opzichtige consumptie en het effect van status hier op.


1.2 Probleemstelling

Naar aanleiding van bovenstaande probleemstelling is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:



Wat zijn de economische en sociale consequenties van opzichtige consumptie en hebben deze consequenties een relatie met status?

De volgende deelvragen moeten tot een antwoord op de onderzoeksvraag leiden:



  1. Wat is opzichtige consumptie?

  2. Wat zijn de belangrijkste aandrijvers van opzichtige consumptie?

  3. Wat zijn de consequenties van opzichtige consumptie?

  4. Wat is de relatie tussen status en de consequenties van opzichtige consumptie?


1.3 Relevantie

1.3.1 Wetenschappelijke relevantie

Er is veel onderzoek gedaan naar wat opzichtige consumptie precies is en naar wat de aandrijvers en motivaties van mensen zijn om opzichtig te consumeren. Er is echter weinig onderzoek gedaan naar wat de consequenties zijn van opzichtige consumptie. Vragen die hierbij belangrijk zijn zijn onder andere: Hoe oordelen andere mensen over een persoon die opzichtig consumeert? Hoe handelt men vanuit economisch perspectief om opzichtig te consumeren? Heeft opzichtige consumptie het gewenste effect? De antwoorden op deze vragen zullen een toegevoegde waarde hebben op de al bestaande literatuur over opzichtige consumptie.



1.3.2 Sociale relevantie

Dit onderzoek is sociaal relevant, omdat het laat in zien of opzichtige consumptie het gewenste effect heeft voor mensen, of dat het er juist voor zorgt dat mensen er op achteruit gaan in sociaal en economisch opzicht. Tevens is het belangrijk om te bepalen welke doelgroepen het meest gevoelig zijn voor opzichtige consumptie. Het is belangrijk dat bedrijven hier rekening mee houden in het kader van verantwoordelijk ondernemen.


1.4 Theoretisch kader

De basis van het theoretisch kader dat bij dit onderzoek hoort is Veblens theorie. Hij introduceerde het begrip “opzichtige consumptie”: het consumeren van goederen om een beeld van iemands rijkdom te geven naar andere mensen in de samenleving toe. Hij beschouwt dit als de belangrijkste factor om consumentengedrag te bepalen, niet alleen voor rijke mensen, maar voor alle mensen in de samenleving. Later onderzoek is hier verder op ingegaan door te kijken naar verschillende motieven voor en manieren van opzichtige consumptie (Han, Nunes en Drèze, 2001). Ook is de relatie tussen status en opzichtige consumptie nader onderzocht, wat tot interessante bevindingen heeft geleidt. De motieven voor en manieren van opzichtige consumptie en de relatie tussen status en opzichtige consumptie zullen uitgebreid besproken worden in het literatuuronderzoek in hoofdstuk 2.


1.5 Onderzoeksproces en methodologie

De methodologie van dit onderzoek bestaat uit twee delen. Eerst wordt een literatuuronderzoek gedaan naar opzichtige consumptie. Er zal gekeken worden naar hoe de term is ontstaan en hoe dit zich verder heeft ontwikkeld. De belangrijkste aandrijvers van opzichtige consumptie worden hierbij behandeld. De focus zal het meeste op status worden gelegd, omdat hier op voortgeborduurd wordt in het empirisch onderzoek naar de consequenties van opzichtige consumptie.

Het tweede deel van de methodologie bestaat uit empirisch onderzoek. Er zullen twee verschillende enquêtes worden voorgelegd aan participanten die aselect gekozen worden uit de gehele Nederlandse bevolking. Het doel van deze enquêtes en de analyse die daarbij hoort is bepalen wat de consequenties zijn van opzichtige consumptie in economisch en sociaal perspectief. De data zal met SPSS worden geanalyseerd. Hierbij worden wat algemenere conclusies getrokken door te testen of verschillen in demografische kenmerken er voor zorgen dat mensen anders handelen naar opzichtige producten in economisch en sociaal opzicht. Belangrijker is dat wordt getest of status, een van de belangrijkste aandrijvers van opzichtige consumptie, de consequenties beïnvloeden.

1.6 Structuur van het onderzoek

Dit onderzoek bestaat uit een introductie, twee hoofdstukken in het middenstuk, een conclusie, een literatuurlijst en bijlagen.

In de introductie wordt het onderzoek geïntroduceerd. Hierbij worden de volgende onderdelen besproken: de achtergrond en het doel van het onderzoek, de probleemstelling, de wetenschappelijke en de sociale relevantie, het theoretisch kader, het onderzoeksproces en de methodologie en de structuur van het onderzoek.

Hoofdstuk 2 behandelt deelvraag 1 en 2. Dit hoofdstuk beschrijft aan de hand van bestaande literatuur wat opzichtige consumptie in houdt en wat de belangrijkste aandrijvers zijn van opzichtige consumptie. Hierbij zal voornamelijk op status worden ingegaan, omdat hier op voortgeborduurd wordt in het empirisch onderzoek naar de consequenties van opzichtige consumptie.

Hoofdstuk 3 behandelt deelvraag 3 en 4. In dit hoofdstuk wordt met behulp van empirisch onderzoek bepaald wat de consequenties zijn van opzichtige consumptie en in hoeverre status hier een effect op heeft. De consequenties worden uit twee verschillende invalshoeken besproken. Eerst wordt er gekeken naar economische consequenties van opzichtige consumptie en vervolgens naar de sociale consequenties.

In de conclusie wordt een antwoord gegeven op de onderzoeksvraag. Ook worden in dit hoofdstuk beperkingen van het onderzoek besproken en worden aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek.

Ten slotte bevat het onderzoek een literatuurlijst en bijlagen. In de bijlagen zijn de enquêtes te vinden die voor het empirisch onderzoek zijn gebruikt.

2. Aandrijvers van opzichtige consumptie
In dit hoofdstuk wordt aan de hand van bestaande literatuur beschreven wat opzichtige consumptie in houdt en wat de belangrijkste aandrijvers zijn van opzichtige consumptie. Hiermee worden deelvragen 1 en 2 beantwoord.
2.1 Veblens theorie

In 1899 introduceerde Thorstein Veblen het begrip “opzichtige consumptie” in zijn werk The Theory of the Leisure Class. Dit begrip is gebaseerd op de evolutie van de “vrijetijdsklasse” in de 20e eeuw. De mensen in deze klasse werken niet, maar leefden van het surplus dat geproduceerd wordt door de veel grotere arbeidersklasse. De relatie tussen bezittingen en status is hierbij heel belangrijk; om een goede naam te hebben moet je bezittingen hebben. Hierdoor ontstond er in de samenleving een hiërarchie waarin sommige mensen wel eigendommen hadden en sommige mensen niet. Wanneer je bezittingen hebt, heb je status en dus een positie van aanzien in de hiërarchie. Wanneer je geen bezittingen hebt, heb je ook geen status. De meeste status wordt verkregen als iemand bezit heeft geërfd, in tegenstelling tot iemand die voor zijn bezit heeft gewerkt. Met geërfde rijkdom heb je meer status, omdat de afstand met de benodigde productiviteit voor het verkrijgen van de bezittingen het grootste is. Belangrijk bij de omzetting van rijkdom in status is het beeld dat andere mensen in de samenleving van iemand hebben. Status wordt verkregen door de oordelen van andere mensen over iemands positie in de samenleving.

Volgens Veblen zijn er twee manieren om te laten zien dat je rijkdom hebt: door middel van royale vrijetijdsactiviteiten of door middel van gulle uitgaven aan goederen en diensten. Beide manieren kenmerken zich door het element van verspilling dat ze in zich hebben: respectievelijk verspilling van tijd en inspanning en verspilling van goederen. In staat zijn om in zulke verspillende activiteiten deel te nemen, zorgt er voor dat mensen in de vrijetijdsklasse hun rijkdom kunnen laten zien. Voor beide manieren is het hebben van een netwerk waarin snel nieuws wordt verspreid belangrijk. Zo weten veel mensen in de samenleving wat de mate van vrije tijd van iemand is en hoeveel goederen iemand in bezit heeft. Veblen beargumenteerd dat in principe beide manieren gebruikt kunnen worden om rijkdom te tonen. Echter, wanneer een samenleving beweeglijker wordt, en daardoor minder hecht, is het mogelijk dat mensen minder op de hoogte zijn van de vrijetijdsactiviteiten van andere mensen. In dat geval wordt het tonen van rijkdom door middel van het consumeren van goederen belangrijker dan het tonen van rijkdom door middel van het tonen hoe vrije tijd besteed wordt.

Het consumeren van goederen om een beeld van iemands rijkdom te geven naar andere mensen in de samenleving toe, is wat Veblen “opzichtige consumptie” noemt. Hij beschouwt dit als de belangrijkste factor om consumentengedrag te bepalen, niet alleen voor rijke mensen, maar voor alle mensen in de samenleving. Elke sociale klasse probeert het consumptiegedrag van de klasse daarboven te evenaren, waardoor zelfs de armste mensen de druk voelen om opzichtig te consumeren. Veblen onderscheidt dan ook twee soorten motieven voor opzichtige consumptie: “invidious comparison” en “pecuniary emulation”. Invidious comparison houdt in dat iemand uit een hoge sociale klasse opzichtige goederen consumeert om zich te onderscheiden van mensen uit lagere sociale klassen. Pecuniary emulation houdt in dat iemand uit een lage sociale klasse opzichtig consumeert om mensen de indruk te geven dat hij of zij uit een hoge sociale klasse komt. (Veblen, 1899). Mensen in hoge sociale klassen proberen de kosten om zich te differentiëren van mensen uit lagere sociale klassen hoog te houden om imitatie te ontmoedigen (Bagwell en Bernheim, 1996). Zogenaamde “Veblen effecten” ontstaan wanneer de vraag naar een product stijgt, puur en alleen omdat de prijs hoger is dan die van vergelijkbare goederen (Creedy en Slottje, 1991; Amaldos en Jain, 2005). Deze effecten zijn voornamelijk te vinden in markten voor luxe goederen (Bagwell en Bernheim, 1996).


2.2 Hiërarchie

Veblen beargumenteerde dat opzichtige consumptie voorkomt in de hele samenleving en dus in iedere sociale klasse. In meer recent onderzoek is hier dieper op ingegaan. Han en collega’s (2001) hebben vier groepen in de samenleving geïdentificeerd, met allen verschillende manieren en motieven om al dan niet opzichtig te consumeren. De verdeling is gebaseerd op de financiële middelen die mensen hebben en de mate waarin het verkrijgen van status een motief is voor hun consumptiegedrag.

De mensen in de eerste groep worden patriciërs of aristocraten genoemd. Patriciërs bezitten veel rijkdom en betalen een premie voor onopzichtige producten. De reden dat zij kiezen voor onopzichtige producten is omdat zij zich voornamelijk bezig houden met zich te associëren met andere patriciërs, in plaats van zich te dissociëren van mensen in lagere klassen. Ze gebruiken subtiele signalen die alleen aristocraten kunnen interpreteren. Dit houdt in dat de merknaam of het symbool niet duidelijk te zien is op het product, de mensen in de klasse weten dat het een luxe product is van een bepaald merk. Ze voorkomen hiermee gezien te worden als iemand die zich wilt onderscheiden van de massa.

De consumenten in de tweede groep zijn parvenu’s. Deze consumenten bezitten net als patriciërs veel rijkdom. Zij zijn echter bereid een premie te betalen voor opzichtige producten, omdat ze hunkeren naar status. Parvenu’s vinden het belangrijk om zich te onderscheiden en dissociëren van de consumenten in klassen onder hen. Ze kunnen subtiele signalen niet interpreteren. Niet omdat ze het zich niet kunnen veroorloven, maar omdat ze duidelijke signalen af willen geven dat zij producten gebruiken die buiten het bereik zijn van de mensen onder hen.

De mensen in de derde groep worden aanstellers genoemd, personen die zich voordoen als iemand die ze niet zijn. Net als parvenu’s consumeren ze opzichtige producten om status te verkrijgen. Echter hebben ze niet de financiële middelen om echte luxe goederen aan te schaffen. Om zich toch te kunnen associëren met mensen die wel rijkdom bezitten en om zich te kunnen dissociëren met mensen die armer zijn dan zij, consumeren ze vaak goedkopere namaak luxe producten.

De consumenten in de vierde groep zijn proletariërs, vaak mensen in lagere sociale of economische klassen. In dit geval zijn het mensen die niet de financiële middelen hebben om opzichtige goederen te consumeren, maar die ook niet hunkeren naar status. Ze willen zich niet associëren met mensen in hogere klassen of dissociëren met mensen die net als hun weinig financiële middelen hebben.



2.3 Status en opzichtige consumptie

Uit Veblens theorie blijkt dat status een belangrijke aandrijver is voor opzichtige consumptie. Veel onderzoek is hier verder op ingegaan en heeft deze relatie nader onderzocht.

Mensen vinden hun relatieve positie in de samenleving belangrijk. Enkele redenen hiervoor zijn dat men met een hoge positie respect, bewondering en macht kan verkrijgen. De status van iemand hangt af van hoe andere mensen in de samenleving over deze persoon oordelen (Corneo en Jeanne, 1997). Vaak kijken mensen dan ook naar hun relatieve positie in plaats van naar hun absolute rijkdom om te bepalen hoe zij presteren in de samenleving. (Solnick en Hemenway, 1998). Om veelgebruikte manier om een goede positie in de samenleving te bemachtigen en om status te verkrijgen is het consumeren van opzichtige producten (Belk, 1988). Het gaat hier dan om producten uit productcategorieën waarbij grotere uitgaven vaak worden geassocieerd met een hoger inkomen, zoals auto’s, kleding en sieraden (Charles, Hurst en Roussanov (2007).

Ondanks dat Veblen (1899) en Han en collega’s (2001) hebben beargumenteerd dat opzichtige consumptie voorkomt in de hele samenleving, is bewezen dat mensen met weinig financiële middelen, mensen met een gevoel van machteloosheid en mensen uit etnische minderheidsgroepen een groter deel van hun inkomsten besteden aan opzichtige producten dan rijkere mensen, mensen met meer macht en mensen uit heersende etnische groepen (Rucker en Galinsky, 2008, 2009; Ivanic, Overbeck en Nunes, 2011; Charles, Hurst en Roussanov, 2009). Dit patroon is de laatste twintig jaar sterker geworden, door stijgende ongelijkheid in inkomen en consumptie. De reden dat inkomensongelijkheid tot opzichtige consumptie leidt, is omdat mensen met een lage positie in de samenleving proberen het consumptiegedrag van mensen met een hogere positie te evenaren (Christen en Morgan, 2005).

Ordabayeva en Chandon (2010) tonen aan dat het verminderen van de inkomensongelijkheid twee effecten kan hebben. Enerzijds zijn mensen die een lage positie in de samenleving hebben dan meer tevreden, omdat het gat tussen hun bezittingen en de bezittingen van mensen met een hogere positie kleiner wordt. Hierdoor zullen zij minder opzichtig gaan consumeren. Anderzijds, wanneer mensen met een lage positie in de samenleving op status focussen, gaan zij juist meer opzichtig consumeren. De reden hiervoor is dat meer mensen een positie in het midden van de samenleving krijgen door meer gelijkheid in inkomen, waardoor de winst voor een sociale positie die hierboven staat groter wordt voor iemand met een lage positie.

Volgens Trigg (2001) is het verkrijgen van status door middel van het consumeren van goederen een eindeloos proces. Bepaalde goederen zullen ervoor zorgen dat iemand status heeft, maar zodra een groot deel van de samenleving in het bezit is van deze goederen, zal er weer gezocht moeten worden naar andere goederen om je te onderscheiden van de rest van de samenleving.


  1   2   3

  • Achtergrond en doel van het onderzoek
  • 1.5 Onderzoeksproces en methodologie
  • 1.6 Structuur van het onderzoek
  • 2. Aandrijvers van opzichtige consumptie
  • 2.3 Status en opzichtige consumptie

  • Dovnload 150.02 Kb.