Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Convergente evolutie

Dovnload 287.14 Kb.

Convergente evolutie



Pagina1/5
Datum05.04.2017
Grootte287.14 Kb.

Dovnload 287.14 Kb.
  1   2   3   4   5


http://tsjok45.multiply.com/photos/album/376/Convergente_evolutie

blog entryConvergente evolutie

http://nl.wikipedia.org/wiki/Convergente_evolutie

Van convergente evolutie wordt gesproken als door evolutiedieren en planten uit verschillende taxonomische groepen zeer sterkte overeenkomsten kunnen vertonen. Dit komt doordat ze zich allemaal aan dezelfde omgeving of klimatologische factoren moeten aanpassen, waardoor er zich eenzelfde soort van aanpassingen zullen ontwikkelen.

Een bekend voorbeeld van convergente evolutie is dat vergelijkbare lichaamsvormen worden aangetroffen bij  haaiendolfijnen en ichthyosaurussen (uitgestorven zeereptielen). Dit komt doordat met deze vorm een optimale stroomlijn wordt verkregen.( zelfs duikboten en torpedo's hebben die vorm) 

http://laelaps.files.wordpress.com/2007/09/icthysharkporp.jpg 
Ichtyosaurus /Bruinvis /Doornhaai 
http://laelaps.wordpress.com/2007/09/06/convergence-or-parallel-evolution/ 

http://www.nieuwsblad.be/assets/images_upload/a4_gqf1949bk.1+nbn_a4_ichthyosau.jpg 

http://www.walvisstrandingen.nl/sites/ws/contents/i000280/bruinvis_450.jpg 

http://www.elasmodiver.com/images/spiny-dogfish-059.jpg 

 

http://www.wvup.edu/ecrisp/converg2.gif

Een ander voorbeeld is dat veel buideldieren uit Australië erg lijken op placentale zoogdieren elders, hoewel ze zeker niet sterk verwant zijn.

http://multiply.com/mu/tsjok45/image/4/photos/376/500x500/38/converge36.gif?et=xkziqe0t8%2bn3hqgfjcjvog&nmid=302401255

http://multiply.com/mu/tsjok45/image/3/photos/376/1200x1200/81/buidelmol.jpg?et=lq6fnsxz74u6737ltoaemg&nmid=174888085

Buidelmol.JPG

http://www.digimorph.org/specimens/Notoryctes_typhlops/
http://multiply.com/mu/tsjok45/image/2/photos/376/1200x1200/82/mol.jpg?et=wfyz5qribcun%2bb%2cpmckeqw&nmid=174888085

http://www.kennislink.nl/publicaties/de-ontwikkeling-van-het-mollenoog

http://nl.wikipedia.org/wiki/Buidelmollen

De buidelmollen (Notoryctemorphia) zijn een orde van de buideldieren die voorkomt in het noordwesten van Australië. De orde omvat slechts één familie, de Notoryctidae, met slechts één geslacht, Notoryctes, en twee soorten, de kleine buidelmol (N. caurinus) en de gewone buidelmol (N. typhlops).

Ze zijn ofwel de zustergroep van alle andere levende Australische buideldieren, ofwel alleen van de buideldassen.


Buidelmollen worden 120 tot 160 mm lang, hebben een staart van 20 tot 25 mm en wegen 40 tot 70 gram.
Ze hebben korte sterke poten,slechts vestigale ooglenzen onde hun huid = geen functionele ogen en hun oren zijn gereduceerd tot een simpele opening.

http://www.pbs.org/wgbh/evolution/library/01/4/images/l_014_01_l.jpg

MIERENETERS

 

Als twee organismen dezelfde voorouders hebben, mag in de regel worden verondersteld, dat de overeenkomsten tussen hen een erfenis zijn van die voorouders en dat de verschillen zich afzonderlijk hebben ontwikkeld.



Het gebeurt echter ook dat organismen die heel verschillende voorouders hebben, als aanpassing aan hetzelfde milieu dezelfde eigenschappen ontwikkelen, waardoor zij op elkaar gaan lijken.

Dit verschijnsel heet evolutionaire convergentie.



Voorbeeld ;

 

a--->de echte wolf (Canis lupus) uit Eurazië en Noord-Amerika;



http://images.tsjok45.multiply.com/image/4/photos/376/500x500/6/wolf031.jpg?et=moyzxek%2b%2cjh380rwvgthlg&nmid=174888085

b---->de Tasmaanse buidelwolf (Thylacinus cynocephalus) uit Tasmanië, vroeger in heel Australië;

http://www.youtube.com/watch?v=6vqCCI1ZF7o&feature=player_embedded

This is the last known movie of the marsupial Tasmanian Wolf. Note the similarities to placental canids, except for the narrow hips (giving birth is easier for a marsupial).

Zie ook http://www.lmbe.seu.edu.cn/biology/bess/biology/chapt5/3.3.htm

enda09tv.gif



http://multiply.com/mu/tsjok45/image/2/photos/376/600x600/46/tasmainian-wolf.jpg?et=uy%2cnyp9juo1lnfxv9woc9w&nmid=302401255

http://www.nhc.ed.ac.uk/images/collections/mammals/marsupials/thysku.jpg 
Thylacine schedel 
http://www.nhc.ed.ac.uk/images/collections/mammals/marsupials/wolfsku.jpg 
wolf schedel 

The thylacine's long-snouted skull shows remarkable evolutionary convergence 


with the skulls of wolves and dogs but closer inspection reveals typical marsupial features. 

Thylacines have a relatively small brain case compared to the wolf 


The thylacine's dental formula is I4/3; C1/1; PM3/3; M4/4 
The wolf's dental formula is I3/3; C1/1; PM4/4; M3/3; 
Thylacines lack the carnassial tooth of wolves and dogs; 
The thylacine skull has palatal vacuities, like skulls of primitive mammals; 
Wolf and dog skulls lack palatal vacuities. 
http://www.nhc.ed.ac.uk/index.php?page=24.134.165.255.263

 

Buidelwolf leek op kat



Lijkt op  een Wolf of  op een  tijger ?

of beiden ? 

Morfologie en mogelijk gedrag

4 mei 2011  


Nadine Böke
http://noorderlicht.vpro.nl/noorderlog/bericht/44700976/

Rene  Fransen  mei 2011

Het dier heeft twee namen spreektalen -namen  die het  goed  samenvatten: de Buidelwolf heet ook wel Tasmaanse tijger.



http://images.vpro.nl/img.db?44701090

 

Het dier dat algemeen bekend staat als de Tasmaanse buidelwolf, leek waarschijnlijk toch meer op een tijger.

 

In 1936 stierf in een dierentuin in het Australische Hobart de allerlaatste buidelwolf. Voor de komst van de mens – en de dingo - was dit dier het belangrijkste roofdier van Australië.



Buidelwolven danken hun naam aan hun hondachtige kop; maar hun gestreepte lichaam heeft eigenlijk ook wel iets weg van dat van een kat.

Het buideldragende dier stond daarom ook wel bekend onder de naam Tasmaanse tijger. En die naam past eigenlijk veel beter, stelt een aantal Amerikaanse wetenschappers deze week inBiology Letters.

De biologen, onder leiding van Borja Figueiridoonderzochten aan de hand van het skelet van enkele buidelwolven hoe deze dieren op hun prooi joegen.

Deden ze dit zoals honden en wolven, door lange tijd achter een prooi aan te rennen, het liefst samenwerkend met een hele groep?

Of besprongen ze hun prooi vanuit een hinderlaag, zoals katachtigen als leeuwen en tijgers dit doen?

Uitgestorven buidelwolf had klauwen van een kat

buidelwolf1
Dit buideldier, met als officiële naam Thylacinus cynocephalus heerste ooit in Australië, maar verdween daar na de introductie van dingo’s, zo’n vierduizend jaar geleden. Alleen in Tasmanië, waar geen dingo’s waren, hield de soort stand, maar in 1936 stierf het laatste exemplaar in een dierentuin.


De Buidelwolf lijkt uiterlijk op een wolf. Bovendien is het dier door dingo’s (een hondachtige, dus verwant aan de wolf) weggeconcurreerd. Alle reden dus om aan te nemen dat het dier in gedrag ook leek op de wolf.

Maar nieuw onderzoek doet die voor de hand liggende conclusie wankelen. Amerikaanse onderzoekers vergeleken de botstructuur van de Buidelwolf met de botten van kat- en hondachtigen.

En wat bleek?

De schedel leek wel op die van een wolf, maar de onderarm van de Buidelwolf leek meer op die van een puma of andere katachtigen. Het dier kon de voorpoot zo draaien, dat de klauwen naar boven wezen, iets wat honden niet kunnen. Dit geeft katachtigen – en dus ook de Buidelwolf – de mogelijkheid een tegenspartelende prooi vast te houden en te doden.

De botstructuur van de Buidelwolf suggereert dat het dier zijn prooi niet over grote afstanden achtervolgde, als een wolf, maar vanuit een hinderlaag besprong. Ook vossen (hondachtigen) doen dat. ‘Er bestaat tegenwoordig geen gelijke van de Buidelwolf’, zegt Christine Janis, een van de onderzoekers. ‘Het is een soort katachtige vos.’

NB: strikt genomen heeft de Buidelwolf niet de klauwen van een kat, maar de voorpoten van een kat.

De buidelwolf leek dus in de manier waarop hij joeg hoogstwaarschijnlijk meer op een tijger dan op een wolf.

De onderzoekers pleiten er dan ook voor het dier voortaan weer Tasmaanse tijger te noemen. Al gaat de vergelijking met een tijger natuurlijk ook maar tot op zekere hoogte op.

Er bestaan tenslotte geen tijgers of andere katachtigen die hun jongen grootbrengen in een buidel op hun buik.



http://www.wired.com/wiredscience/2011/05/not-a-wolf-but-a-tiger/#more-59169

 

http://multiply.com/mu/tsjok45/image/1/photos/376/1200x1200/77/buidelwolf.jpg?et=jsuwkmi5pzugpkmyxc8u3a&nmid=174888085



http://www.naturalworlds.org/thylacine/naturalhistory/behaviour_1.htm

http://images.tsjok45.multiply.com/image/2/photos/106/500x500/1/buidelhyena.jpg?et=hbjuqeaw6o%2c64idge%2cmd5g&nmid=131643749
 

c ----->de buidelhyena (Prothylacinus patagonicus) uit het Mioceen van Midden en Zuid-Amerika

 

Deze dieren hebben zich onafhankelijk van elkaar ontwikkeld op drie verschillende landmassa's die door brede zeeën waren gescheiden. Het waren alledrie middelgrote roofdieren die op herbivore prooien jaagden. De uiterlijke en functionele gelijkenis tussen de echte wolf en de beide andere soorten berust volledig op convergentie. Hun voorouders waren zeer verschillend:



Niche

Ieder organisme vervult een bepaalde functie binnen de gemeenschap waarin het leeft. We kennen bijvoorbeeld de functies planteneter en vleeseter. Zo'n functionele plek heet niche. In verschillende continenten worden dezelfde niches vaak door heel verschillende organismen bezet. Zo wordt de niche van 'grote grazers' in Noord-Amerika bezet door de bison, in Afrika door zebra's en antilopen en in Australidoor kangoeroes. Niet-verwante soorten die dezelfde niche bezetten, kunnen door hun overeenkomstige levenswijze op elkaar gaan lijken. Er treedt namelijk een vergelijkbare selectie en aanpassing op. Dit heet convergente evolutie. Een goed voorbeeld is de overeenkomst tussen buideldieren en placentale zoogdieren. De buidelwolf, buidelrat en koalabeer bijvoorbeeld, zijn buideldieren die niet verwant zijn aan wolven, ratten en beren, maar in uiterlijk wel op die dieren lijken. Het effect van convergente evolutie lijkt op mimicry, maar het heeft niets met nabootsen te maken. In de meeste gevallen komen de organismen die op elkaar lijken, namelijk niet in hetzelfde gebied (of continent) voor.



Homologe  en  analoge  organen

  Bij het vergelijken  van" overeenkomstige" delen van verschillende soorten organismen


bijvoorbeeld:



  • homologe organen

    • organen met met dezelfde embryologische ontstaanswijze

    • zelfde evolutionaire oorsprong - zelfde bouwplan

      • door aanpassing aan andere omstandigheden(selectie) zijn vormen veranderd

        • divergente evolutie

    • voorbeeld: voorpoot van hond, dolfijn, vleermuis

http://online.morainevalley.edu/websupported/bio112/homologous.jpg

  • analoge organen

    • organen die op elkaar lijken maar een verschillende oorsprong hebben

    • aangepast aan gelijksoortige omstandigheden

      • convergente evolutie

    • voorbeeld: vleugel van vogel, vleugel van vlinder

 

 

http://multiply.com/mu/tsjok45/image/1/photos/376/1200x1200/72/early-agnata.jpg?et=hcwv2nepudwu2bfuls%2cwpq&nmid=174888085



http://tsjok45.multiply.com/photos/album/1957

Zie ook ;

http://www.wwnorton.com/college/anthro/bioanth/ch4/chap4.htm

 

Droogteplanten ( succulenten ) 



http://www.br.fgov.be/PUBLIC/GENERAL/EDUCATION/EDUCATIONNL/infoblad_droogteplanten.html 

http://www.br.fgov.be/public/images/pictures/desert_of_chile.jpg 
Copiapoa cinerea in chili 

Droogteplanten: 
Cactusfamilie (Cactaceae), Wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae), Aloëfamilie (Aloeaceae), Agavenfamilie (Agavaceae), Ijskruidfamilie (Aizoaceae), Apocynaceae (Maagdenpalmfamilie), Vetplantenfamilie (Crassulaceae), Composietenfamilie (Asteraceae), Palmvarenachtigen (Cycadales), Welwitschia mirabilis, ... 

Overleven in hitte en droogte 
De tropische en sub-tropische woestijnen zijn de meest plant-onvriendelijk gebieden ter wereld. Er valt nauwelijks neerslag (meestal minder dan 40 cm per jaar). Overdag kunnen de temperaturen er oplopen tot ruim 40°C, 's nachts kan het er vriezen. De bodem is stenig en arm aan voedingsstoffen. Nochtans zijn er talrijke planten die zich op een succesvolle manier aangepast hebben om in dit onbarmhartige milieu te overleven. De planten met de meest uitgesproken aanpassingen komen in de warme woestijnen voor. In gematigde gebieden vinden we planten met analoge aanpassingen terug op duinen, in zout-moerassen, op rotsen of in open heide gebieden, overal waar bruikbaar water schaars is. Met een verzamelnaam noemen we al deze planten droogteplanten. 

Water opslaan 
Een aantal planten bewaart een watervoorraad in een deel van hun lichaam. Hierdoor kunnen ze droogte verdragen. Deze groep kan echter niet in de allerdroogste omstandigheden overleven. Ze moeten hun voorraad regelmatig aanvullen. De meest gekende planten van deze groep zijn de cactussen en andere succulenten. Water kan opgeslagen worden in verschillende organen, in de stengel of in vlezige bladeren zoals bij aloe's of vetplanten. Sommige soorten slaan water op in hun houtige stengel, deze is dan plaatselijk opgezwollen, er ontstaat dan een caudex. Baobabs, flessenbomen en ook de olifantsvoet (Nolina recurvata) zijn voorbeelden van planten die water op deze manier bewaren. 

Droogte ontwijken 
Ongeveer de helft van alle soorten planten in droge gebieden zijn eenjarigen, ze ontkiemen, groeien en bloeien in de korte periode vlak na een regenbui. De droge periodes ontwijken ze als rustende zaadjes in het zand. Deze eenjarigen zijn verantwoordelijk voor de "bloei van de woestijn". Korte tijd na regenbuien staan de woestijnen van Californië, Australië of zuidelijk Afrika kleurrijk in bloei. Vooral in Namaqualand, in Zuid-Afrika, is dit verschijnsel opvallend. Veel van deze planten worden als sierplanten gekweekt. Als plant hebben deze eenjarigen weinig opvallende aanpassingen, ze hebben een oppervlakkig wortelstelsel en geen specifieke organen die water opslaan. Ze voltooien hun volledig levenscyclus razendsnel, sommige soorten doen er minder dan 30 dagen over om van zaadje uit te groeien tot volwassen plant met bloemen en nieuwe zaadjes. De planten sterven af en hun zaadjes vallen in het zand. De zaadjes zijn zeer lang levensvatbaar, bovendien kiemen ze niet allemaal in één keer. Zo wordt vermeden dat alle zaadjes zouden kiemen na één korte regenbui. 

Water zoeken 
Een aantal woestijnplanten hebben zeer lange wortels waardoor ze diep gelegen water kunnen bereiken. Voorbeelden hiervan zijn verschillende Acacia-soorten zoals Acacia karoo. Deze planten komen vaak voor langs de bedding van tijdelijke rivieren waar de watertafel wat hoger is. Andere planten zoals cactussen hebben een uitgebreid netwerk van wortels vlak onder het bodemoppervlak. Hierdoor kunnen ze het water onmiddellijk opnemen zo gauw het beschikbaar is. In droge periodes sterven de meeste van deze wortels af. In kustwoestijnen, waar 's ochtends mist kan voorkomen, komen planten voor die water opnemen via hun bladeren. Het meest bizarre voorbeeld is de Welwitschia (W. mirabilis) uit de afrikaanse Namib woestijn. Deze plant, nauw verwant aan de coniferen, neemt water op via de huidmondjes van zijn bladeren De plant wordt duizenden jaren oud en vormt slechts twee lange bladeren die permanent blijven doorgroeien. 

Zo weinig mogelijk water verliezen 
Een aantal woestijnplanten vertoont aanpassingen om zo weinig mogelijk water te verliezen. Sommige soorten hebben een dikke cuticula en zijn bedekt met een dikke laag was. Vaak zijn de bladeren van deze planten hard en zeer taai. Via hun huidmondjes verdampen planten veel water langs hun bladeren, ze doen dit om de fotosynthese aan de gang te houden en om af te koelen. Bij droogte planten liggen de huidmondjes vaak verzonken in diepe groeven. Sommige soorten zijn bedekt met haren die een laag lucht vasthouden rond de huidmondjes waardoor deze minder water verliezen. Bij bepaalde planten sluiten de huidmondjes zich in zeer droge omstandigheden, vaak worden de bladeren opgerold zodat er nog minder water kan ontsnappen. Slechts weinig droogte planten hebben grote bladeren, de meeste soorten hebben kleine harde blaadjes. Sommige soorten werpen hun bladeren af tijdens de droogte en maken er nieuwe tijdens de regenperiodes. Verschillende soorten droogte planten zoals cactussen ontwikkelen helemaal geen bladeren, de fotosynthese wordt hier uitgevoerd door de groene stengel. De vensterplantjes (Fenestraria) leven bijna volledig onder de grond, zo verdampen ze bijna geen water. Enkel hun doorschijnende bladtoppen steken boven het zand uit. Zo kan het licht toch diep doordringen in de bladeren en kan de plant onder de grond aan fotosynthese doen. 

Fysiologische aanpassingen 
Niet alle aanpassingen van droogte planten zijn zichtbaar. In vergelijking met andere planten doen droogte planten op een afwijkende manier aan fotosynthese. Ze nemen 's nachts CO2 op, overdag kunnen ze dan met gesloten huidmondjes de fotosynthese uitvoeren, zodat ze weinig water verliezen. Sommige soorten zijn in staat om te blijven functioneren met zeer weinig water. Zelfs wanneer ze meer dan helft aan hun gewicht in water verliezen kunnen sommige van deze planten verder functioneren. Andere planten gaan op rust in de droogste periodes, ze zien er dan dood uit en er is bijna geen levensactiviteit. 

Verstoppertje spelen 
Voor dieren zijn planten sappige brokjes voedsel én water. Droogteplanten zijn dan ook vaak uitgerust met stekels en doornen om dieren af te schrikken. Heel wat planten ontsnappen aan de aandacht van dieren door te lijken op hun omgeving. De Zuid-Afrikaanse levende steentjes (Lithops) lijken sterk op kiezelstenen en zijn bijna onzichtbaar. Ook op de witte Knersvlakte van Zuid Afrika komen perfect aangepaste, wit gekleurde plantjes voor. 

Convergente evolutie 
Niet alle planten die in de woestijn groeien zijn cactussen, alhoewel sommige er erg op kunnen lijken. Cactussen, die alleen in Amerika groeien, wolfsmelkachtigen (Euphorbia) uit Afrika of octopusbomen (Didierea) uit Madagascar zien er allemaal erg gelijkend uit. Afrikaanse aloe's en Amerikaanse agaves zien er ook bijna hetzelfde uit. De voorouders van deze planten leken totaal niet op elkaar. Onder invloed van de woestijn kregen ze allemaal gelijkaardige aanpassingen. Dit type van evolutie noemen we convergente evolutie. 

(Nationale Plantentuin van BelgiëDomein van Bouchout 


B-1860 Meise 
Plantentuin, contacteer Patrick Bockstael (Tel.: + 32 2 260 09 70).) 

Convergente evolutie op de Canarische eilanden 

http://www.floradecanarias.com/imagenes/ceropegia_dichotoma.jpg 
Boven: Ceropegia dichotoma 

Convergente evolutie betekent dat verschillende soorten heel erg op elkaar zijn gaan lijken omdat ze aan dezelfde (extreme) omstandigheden zijn aangepast. Ze kunnen ontstaan zijn uit oudersoorten die heel verschillend zijn. 


Hieronder zijn twee planten weergegeven die op Tenerife in de droge kustgebieden groeien. Alle drie hebben ze zich aangepast door een succulente bouw (succulenten zijn vetplanten). Ze hebben (vaak) geen bladeren meer.Eronder staan verwanten uit nederland. 

http://yann.cochard.free.fr/images/1/192.jpg 
Boven: Senecio kleinia 
Onder: Senecio vulgaris 
http://www.michls.de/acker/img/0203111.jpg 

 
Boven; Euphorbia aphylla 


Onder: Euporobia cyparissias 
http://www.ruhr-uni-bochum.de/boga/html/euphorbia.cyparissias.ho2.jpg

 

Mieren en  termieten zijn een interessant voorbeeld van convergerende evolutie: Deze  twee niet verwante insectengroepen  beztte  zeer gelijkaardige trekken  en gedrag ; Dat is zelfs zo opvallend dat  de meeste mensen  nog steeds  veronderstellen dat beide groepen wel degelijk nauw verwant zijn

Nochtans, hoewel zij er  gelijk uit zien , gelijk handelen en zeer gelijkaardige "eusociale "evensstijlen delen, bewijst het genetische materiaal dat de mieren dicht verwant  zijn met wespen ,  terwijl  termieten vanuit  kakkerlakken evolueerden

 

http://images.tsjok45.multiply.com/image/3/photos/376/1200x1200/25/mier-termiet.jpg?et=vre5gha8ma%2bsfb5zholmcq&nmid=174888085

 

 

ref ;



http://primordial-blog.blogspot.com/2007/04/evolution-proof-is-in-termites.html

 

http://www.livescience.com/animals/070420_termites_cockroaches.html



http://www.livescience.com/animals/070326_termite_vibes.html

http://www.livescience.com/animals/ap_050217_cockroaches.html

 

 



Kakkerlak en Termiet <

 

  1   2   3   4   5

  • Convergente evolutie http://nl.wikipedia.org/wiki/Convergente_evolutie Van convergente evolutie
  • MIERENETERS
  • Rene Fransen
  • Het dier dat algemeen bekend staat als de Tasmaanse buidelwolf , leek waarschijnlijk toch meer op een tijger.
  • Borja Figueirido , onderzochten aan de hand van het skelet van enkele buidelwolven hoe deze dieren op hun prooi joegen
  • Uitgestorven buidelwolf had klauwen van een kat
  • Alle reden dus om aan te nemen dat het dier in
  • Het dier kon de voorpoot zo draaien, dat de klauwen naar boven wezen, iets wat honden niet kunnen.
  • Christine Janis
  • Homologe en analoge organen
  • Overleven in hitte en droogte
  • Zo weinig mogelijk water verliezen
  • Fysiologische aanpassingen
  • Nationale Plantentuin van België

  • Dovnload 287.14 Kb.