Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Cvo de Oranjerie hosp finaliteit Stadsgids Leuven Funerair erfgoed Een wandeling op het Leuvens Kerkhof

Dovnload 137.84 Kb.

Cvo de Oranjerie hosp finaliteit Stadsgids Leuven Funerair erfgoed Een wandeling op het Leuvens Kerkhof



Pagina2/5
Datum12.03.2017
Grootte137.84 Kb.

Dovnload 137.84 Kb.
1   2   3   4   5

II. Historiek: van kerkhof tot begraafplaats




A. Het edict van Jozef II

Tot in 1784 werden mensen onder de bevloering van gebouwen zoals kerken, kapellen of bidplaatsen begraven en natuurlijk ook in de tuinen rond de kerken – kerk-hoven!


Om hygiënische redenen, maar ook om de macht van de Katholieke Kerk te verminderen en ze ondergeschikt te maken aan de Staat, vroeg Keizerin Maria-Theresia in 1771 aan haar Geheime Raad, een college van rechtsgeleerden, om een dossier samen te stellen over een ‘nieuw’ soort begraafplaatsen. Na overleg en samenwerking met de verschillende gerechtshoven, leidde dit in 1776 tot een wettekst. Hij werd echter niet door Maria-Theresia ondertekend, waarschijnlijk omdat ze aanvoelde dat de bevolking deze aanpassingen niet licht zou nemen.
Op 26 juni 1784 tekende Keizer Jozef II het edict wel en op 23 juli werd het ook in Leuven afgekondigd. Amper een maand later, op 24 augustus, liet de stadsmagistraat in een verslag aan de gouverneurs-generaal (cfr. onze ministers) weten dat er een locatie was bepaald, in overleg met de directeurs van de kerkfabrieken van de 5 Leuvense parochies (St. Jacob, St. Geertrui, St. Pieter, St. Michiel en St. Kwinten). Vanaf dan zou het kerkhof zich buiten de stadsagglomeratie bevinden, tussen de Parkpoort en de Tiensepoort, en verwijderd van alle wegen op 5 dagmalen3 - 1625m - van Leuven.
Op 22 september 1784 antwoordden de gouverneurs-generaal aan de Leuvense magistraat dat zij akkoord gingen met de gekozen locatie voor het nieuwe kerkhof. De Religiekas zou het geld lenen. De funderingen van de muren en de gebouwen moesten voltooid zijn voor de eerstvolgende Sint-Jan (24 juni 1785). In tussentijd zouden nieuwe begrafenissen op de oude kerkhoven nog steeds gedoogd worden, onder voorwaarde dat de opbrengsten ervan naar het nieuwe kerkhof gingen. Het nieuw aangelegde kerkhof diende ommuurd te worden, er moest een kruis opgericht worden en een woonhuis gebouwd voor de grafmaker “den welken sal hebben de bewaerenisse van het kerkhof”.
Op 14 september 1785 werd de kerkhofgrond gewijd. Zowat een jaar later werd er ook eindelijk begraven. Toch zou het nog een kleine 10 jaar duren voor de nieuwe gewoonte zich definitief vestigde. De Brabantse Omwenteling4 en de woelige periode die erop volgde zijn hier allicht niet vreemd aan.


B. De Franse republiek

Ook de Fransen waren niet opgezet met de macht van de Kerk in de winstgevende begrafenissector. Het keizerlijk decreet van 12 juni 1804 droeg de bevoegdheid over de kerkhoven over aan de gemeenten en voortaan moest elke begraving op verklaringen van de ambtenaar van burgerlijke stand gebeuren. Deze verklaring – een document – moest aan de grafmaker bezorgd worden, die voor de juiste uitvoering instond. In grote lijnen is dit nog steeds de procedure voor elke lijkbezorging.


Doordat kerkhoven niet langer binnen de agglomeratie of in de omgeving van een kerk lagen en zelfs niet meer onder de bevoegdheid van de parochiën vielen, kregen de begrafenisgronden ook een nieuwe naam: “begraafplaatsen”.

C. Recente ontwikkelingen

Op 20 juni 1971 werd het keizerlijk decreet van 12 juni 1804 vervangen door een eigen, federale wetgeving die later werd aangevuld door de wetten op het begraven van 4 juli 1973 en 10 januari 1980.


Één van de belangrijkste wijzigingen was de maatregel tot het cyclisch wedergebruik van de grond. Tot dan was een ‘eeuwigdurende concessie’ mogelijk, die door deze wet ten einde kwam en waardoor dus een groot aantal waardevolle grafstenen verdween. vander kelen 003
Anderzijds werd de lijkverbranding (voorschriften en waarborgen) een belangrijk onderdeel van de nieuwe kaderwet op het begraven. Dit kwam tegemoet aan een nieuwe gewoonte die steeds populairder werd, vooral nadat de katholieke kerk in de loop van de jaren 1960 de crematie erkende.

De nieuwe kaderwet leidde tot de aanleg van een strooiweide en de oprichting van columbariumwanden op de Leuvense begraafplaats



III. Beschrijving van de begraafplaats




A. Ingang


Aan de ingang van de Leuvense begraafplaats, zijn er drie elementen die opvallen:


21_luxor_5 januari 2008_1


  1. een aankondiging van de graven van het Britse Gemenebest en de Nederlandse oorlogsgraven.



nieuw kerkhof1


  1. een gedenksteen “ter gedachtenis der Leuvenaars die voor Congo’s inlijving (15 november 1908) bij België in Afrika ten offer vielen aan het Congoleesch werk.” Deze gedenksteen herdacht de Leuvenaars “die de zwarte bevrijden van de Arabische slavenhandelaars en de morele en materiële verheffing bewerkstelligen”. Het is één van vele propagandamiddelen voor het koloniale doel.



vander kelen 006



  1. De inkomruimte, een ruimte die centraal tussen het oude en het nieuwe gedeelte van het kerkhof ligt. Nabestaanden kunnen er samenkomen, alvorens zich naar de laatste rustplaats van een overledene te begeven. De ontwerper van deze ronde ruimte is Samantha Magera, architect van de stad Leuven. Opgeleverd in december 2005



B. Oud Kerkhof




1. Inleiding

Het edict van Jozef II was een trendbreuk in de eeuwenlange funeraire traditie. Met het napoleontische decreet van 12 juni 1804 werd de nieuwe ontwikkeling concreet. Iedere burger had vanaf dan het recht op een afzonderlijk graf en kon voor de eeuwigdurende concessie kiezen. Dit was het startsein voor de individuele dodencultus die zo kenmerkend voor de negentiende eeuw is. De negentiende-eeuwse burger kon zich - ongeacht zijn religieuze overtuiging - een eigen perceel voor de eeuwigheid verwerven en er een grafmonument laten oprichten dat uiting gaf aan de status die hij bij leven had bereikt. Uit de ligging van het perceel, de typologie en de ‘stijl’ van het grafmonument kan de identiteit, de overtuiging en het ‘temperament’ van de overledene worden afgeleid.

Bij de aanleg van deze nieuwe begraafplaatsen ging grote aandacht naar het stedenbouwkundige aspect. De ‘stad van de doden’ is in alle opzichten te vergelijken met die van de levenden. Grote lanen komen straalsgewijs samen op pleinen, assen worden afgesloten door grote en opvallende (graf)monumenten die het perspectief benadrukken. Tussen de met bomen afgezoomde hoofdlanen van de begraafplaats bevinden zich compartimenten met kleine paden waarlangs de grafmonumenten aansluitend staan opgesteld. Deze grote densiteit van grafmonumenten is eigen aan het ‘stedelijke type’. Andere begraafplaatsen laten zich opmerken door een grote aandacht voor het landschappelijke karakter en worden om die reden ook wel ‘rural cemetry’ genoemd.
scan0001

Het ‘Plan du cimetière communal de la ville de Louvain’ van 1870 geeft ons een goed beeld van de indeling van de begraafplaats. Het kerkhof heeft een bijna vierkant grondplan met een centrale as die eindigt op een gebouwtje. Het kerkhof is ommuurd en heeft zowel langs de voor- als de achterzijde een ingang. In overeenstemming met de wettelijke reglementeringen werd er een kruis geplaatst en werd bij de hoofdinkom een woning opgericht voor de grafmaker.

Van het oorspronkelijk grondplan is nog relatief veel overgebleven:


  1. Het vroegere dodenhuisje, waar het lijk kon worden opgebaard.

  2. De woning van de conciërge, die sinds 1960 gebruikt wordt voor de begraafplaatsadministratie.

  3. De rodebeukendreef, in 1872 aangeplant.

  4. Het monumentale gietijzeren kruis (1875, door Aug. Van Aerschot uit Herentals) dat op een arduinen sokkel staat, werd in 2007 van roest bevrijd en opgeknapt.



2. Rondleiding


kl_kerkhof 30 maart 2008 024

We beginnen onze rondleiding bij de begraafplaats van Tellef Olsen (1848-1908), ooit ‘vice consul en Norvège’. Zijn graf valt op door de obelisk, een zeer populair grafelement uit het einde van de negentiende en de vroege twintigste eeuw. De obelisk als funerair monument maakte onder impuls van de Verlichting zijn opgang en had voor napoleonisten een symbolische betekenis. De obelisk werd in haar hoogtijd vaak geassocieerd met vrijmetselaars die vanuit hun maçonnieke loges grote aandacht schonken aan de Egyptische cultuur en haar symboliek.

Daarna lopen we door naar het graf van Johannes Vanderveeren, overleden in 1889. Het grafschrift is in het Nederlands, wat voor die tijd al uitzonderlijk is en spreekt over ‘Loven’, een romantisch teruggrijpen naar een oernaam van de stad Leuven. Vroeger dacht men immers dat de stad Leuven was afgeleid van het woord ‘Loven’, Germaans voor bos of moeras. Deze theorie, die in de jaren dertig nog door J. Cuvelier werd verdedigd, is niet langer in gebruik. De naam Leuven werd immers voor het eerst opgetekend in een 11de-eeuwse kopie van de annalen van het klooster Sint-Vaast in Noord-Frankrijk en luidt Luvanium, afgeleid van het woord Lubanios of Latijn voor ‘geliefde’.kerkhof 30 maart 2008 026

Het derde graf op deze oude begraafplaats is dat van een ‘ancien commandant du 5ième bataillon de la Garde Urbaine à Bruxelles en 1830’, Charles Joseph Michaux (Eupen 10/2/1795 – Nil 5/8/1888)). De twee woorden ‘Grande Urbaine’ op zijn graf staan voor een lang verhaal, ten tijde van de Belgische Onafhankelijkheid: kerkhof 30 maart 2008 036


Meer dan 175 jaar geleden maakte de Belgische Revolutie in 1830 een einde aan het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Door haar strategische ligging tussen de verzetshaarden Brussel en Luik speelde ook Leuven een belangrijke rol in deze strijd. Bovendien was er in de stad een sterke oppositie tegen het bewind van koning Willem I aanwezig onder meer omdat hij van de Katholieke Universiteit een Rijksuniversiteit gemaakt had (1817). Na de opvoering van d’Aubers opera ‘De Stomme van Portici’ kwam op 25 augustus 1830 een deel van de Brusselse bevolking in opstand. Ondanks de afwezigheid van moderne communicatiemiddelen was Leuven al de volgende dag op de hoogte van de onlusten.
Burgemeester d’Onyn de Chastre verwachtte weinig moeilijkheden, al hield hij wel de redactieleden van “le mauvais Journal de Louvain nauwlettend in de gaten. Pas vrijgelaten na een gevangenisstraf wegens het beledigen van schepen Poullet, wakkerde redacteur Adolphe Roussel door het verspreiden van gedrukte strooibiljetten inderdaad al vlug de zenuwachtige stemming in de stad aan. Op 27 augustus 1830 richtte het stadsbestuur dan ook een volwaardige burgerwacht op, bestaande uit 8 compagnieën. Die burgerwacht, waarover d’Onys de Chastre het bevel voerde, was zonder politieke bijbedoelingen ontstaan, maar dat veranderde snel. Revolutionairen infiltreerden het korps en het stadsbestuur moest hun gezag wel aanvaarden toen bleek dat zij de enigen waren die de orde konden of wilden handhaven.

De rust bleek in Leuven echter van korte duur. In de ochtend van vrijdag 3 september 1830 deed het gerucht de ronde dat Nederlandse troepen via de Mechelsesteenweg onderweg waren naar Leuven. De Leuvenaars lieten zich echter niet kisten en hielden de Nederlanders aanvankelijk op afstand tot ze op 23 september aan de Mechelse- en de Tiensepoort verslagen werden. Jean Deneeff, een revolutionair die tijdens de Nederlandse aanvallen het bevel had genomen, meldde dit nieuws uit ‘Louvain victorieux’ onmiddellijk aan het belegerde Brussel en stuurde zo’n 300 vrijwilligers naar de hoofdstad. Mede dank zij deze morele en materiële steun van Leuven behaalde uiteindelijk ook Brussel op 27 september 1830 de overwinning. De scheiding tussen België en Nederland was een feit en nog tijdens de gevechten kwam er in Brussel een Voorlopig Bewind tot stand, een Belgische revolutionaire regering waarin ook de Leuvenaar Sylvain van de Weyer zetelde.


kerkhof 30 maart 2008 037

Ons volgende graf, is dat van de Familie Lambaux, zelf grafmakers en steenkappers. De moderne reliëfs aan het hoofd van hun graf komen we ook bij verschillende andere graven tegen, onder andere op een zeer mooi graf tegenover het voormalige dodenhuisje.


dscn0031 - kopie


J.Bernaerts (1892-1969) en Mariette Pira (1922-2002) kozen aan het einde van hun leven voor een wel zeer dramatisch grafmonument. De treurende figuur is bijna altijd een vrouw die de rouw van de nabestaanden belichaamt. Het openliggend boek verwijst naar de Bijbel of naar het boek des levens. Een bladwijzer of een omgevouwen hoek van het blad staat voor het plotse ogenblik van de dood. Het kruis op een rots symboliseert de geloofszekerheid, de onveranderlijkheid en sterkte.

Op een kerkhof liggen niet alleen individuele graven, maar worden ook dramatische gebeurtenissen uit de stadsgeschiedenis herdacht. Tijdens onze wandeling stoppen we daarom bij het Monument voor de slachtoffers van de cholera-epidemie. Dit monument werd in 1982 opgericht en herdenkt de ongeveer duizend slachtoffers van twee cholera-epidemies. Het herinnert ons vooral aan de erbarmelijke sociale toestanden in Leuven, 150 jaar geleden. Ruim 30% van Leuvense bevolking kon toen niet in de meest noodzakelijke behoeften (voeding en kleding) voorzien en woonde in krottenwijken in ellendige hygiënische omstandigheden. Toen midden 1849 de cholera toesloeg was de tol in die wijken natuurlijk het hoogst: 428 armen overleden en amper 47 bemiddelden. Samen met de 78 personen waarover dergelijke gegevens ontbraken, eiste de ziekte in het totaal 553 doden, goed voor 5% van de behoeftige en amper 2% van de welstellende Leuvense bevolking. Maar liefst 220 van die behoeftigen waren afkomstig uit zes straten met aanpalende gangen nabij de Voer5 (Fontein-, Ridders-, Tessen-, Kaartspel-, Glasblazerij- en Sluisstraat). Het stadsbestuur besloot daarop om de Voer te laten overwelven, voor hygiënische redenen. Pas in 1890 was de overwelving helemaal klaar. In 1866 waren echter nog eens 424 slachtoffers aan de cholera bezweken.


Wat was dan die cholera, dat ze zoveel doden kon maken? De cholera asiatica, een acute, besmettelijke darmziekte, leeft al eeuwen in India en verspreidde zich vanaf 1817 over heel de wereld als gevolg van de snellere en veelvuldige handelsbetrekkingen. Zowel in 1832 als in 1833 werd ze in Leuven vermeld, schijnbaar zonder er grote ravages aan te richten zoals elders in Vlaanderen. Vanaf 1846 verspreidde zich echter een nieuwe epidemiegolf uit India die ons land in 1848 uit drie richtingen zou bereiken: uit Duitsland dat via Rusland besmet werd, uit Nederland via de Rotterdamse haven en uit Frankrijk, waar ze in Duinkerke voor het eerst gesignaleerd werd.vander kelen 020

Leuven werd met ongeveer 1600 slachtoffers en 557 doden relatief even zwaarder getroffen dan Antwerpen of Gent.

Op een kerkhof wordt het verleden soms ook wel uitgewist. Gelukkig niet voor het graf van Petrus Florquin (1816-1876), volksdichter en zanger. Zijn gedenkteken werd opgericht door het arbeiderskoor ‘De Verenigde Werklieden’ en dreigde te verdwijnen na 1 januari 1983. De vraag om een concrete beschermingsmaatregel van Willy Kuijpers in het Vlaams Parlement (vraag nr.61 van 21 december 1982) verhinderde dit. Daardoor werd ook de lier op het graf, een verwijzing naar zijn beroep, bewaard.

De Koninklijke Koormaatschappij ‘De Verenigde Werklieden’ werd opgericht in 1848. Felix Vrijdagh werd hun eerst directeur. Een andere steunpilaar van het eerst uur was de rijkbegaafde dichter en volkszanger Pieter Florquin, bijgenaamd Pie Pjed. Dat de 52 zingende werkmannen talent hadden, bewezen ze al meteen het jaar nadien tijdens een nationale zangwedstrijd in Gent waar zij de tweede prijs wegkaapten. Het laatste teken van bestaan van de Verenigde Werklieden dat in het stadsarchief te vinden is, dateert uit 1958.


vander kelen 027

Het volgende graf is dat van Guillaume Van Bockel (1789-1863): burgemeester van 1833 tot 1842. De rondborstige burgemeester stamde uit een oud geslacht, dat zich in de 16de eeuw in Leuven was komen vestigen. Hij studeerde rechten en trouwde met een notarisdochter van een ander voornaam Leuvens geslacht, de familie Hollanders.

In 1830 was Van Bockel een gegoede burger van middelbare leeftijd die behoedzaam lijkt deel genomen te hebben aan de Belgische revolutie. Door de nieuwbakken arrondissementscommissaris Adolphe Roussel werd hij samen met enkele andere notabelen aangewezen om deel uit te maken van een veiligheidscomité dat de zaken zou beredderen tot aan de installatie van een nieuw gemeentebestuur. Na de verkiezingen werd hij eerste schepen. Nadat in april 1833 het lijk van burgemeester Jean Deneef uit de Vaart was gevist, werd hij tot burgemeester verkozen.
Het belangrijkste levenswerk van Guillaume Van Bockel was het afschaffen van de staatsuniversiteit die door Willem I in 1817 in Leuven was opgericht. Vervolgens haalde hij de Katholieke Universiteit terug uit Mechelen en herinstalleerde de Alma Mater in de voormalige Lakenhal van Leuven in 1835. Op 4 augustus 1839 legde burgemeester Van Bockel ook de eerste steen voor een groots opgevat burgerlijk ziekenhuis (St. Rafaël). Tot dan had men zich beholpen met het middeleeuws gasthuis (de Romaanse Poort) waar hooguit een zeventigtal zieken terecht konden.

Guillaume Van Bockel stierf kinderloos.


Een beetje verderop ligt André Dumont (1847-1920), vroeger hoogleraar aan de Leuvense Universiteit. Hij ontdekte in 1901 in As het economisch zeer belangrijke steenkoolbekken van Belgisch Limburg. In België en Frankrijk was hij promotor van diverse nieuwe procédés in de mijnontginningstechniek. In Leuven stichtte hij de Vereniging voor Mijnbouwingenieurs afgestudeerd aan de Katholieke Universiteit. Die vereniging had een dubbel opzet: enerzijds studenten op de hoogte houden van recente industriële ontwikkelingen, anderzijds fungeren als een soort plaatsingsdienst voor afgestudeerden. In 1922, 2 jaar na zijn dood, schonk de Vereniging voor Mijnbouwingenieurs de stad Leuven een standbeeld van de hand van Paul Van den Kerckhove. Het staat op het Hogeschoolplein en is traditioneel realistisch uitgewerkt. vander kelen 030
kl_kerkhof 30 maart 2008 018

In de buurt ligt Bert de Strijcker (1903-1963), oud-hoogleraar metallografie. Hij doceerde aan de “Speciale Scholen”, nu faculteit Toegepaste Wetenschappen. Hij bezat een zeer mooie collectie Chinees lakwerk. De collectie werd in Parijs op een veiling in 2007 door zijn dochter verkocht voor 293 miljoen euro. De collectie werd in 1964 tentoongesteld in het stadsmuseum.

Zijn grafteken werd ontworpen door Harry Elström (1906-1993), een Deense en later tot Belg genaturaliseerde beeldhouwer. Van hem is ook het standbeeld van Jan Pieter Minckelers en zijn mecenas, de blinde hertog Louis Engelbert van Arenberg (op het plein voor het Arenbergkasteel) en van Lydia van Arenberg (in de Prinses Lydialaan te Heverlee).
vander kelen 032

Vervolgens bezoeken we Vital Decoster (1850-1904) advocaat-pleitbezorger, een goed redenaar en liberaal senator. Hij was burgemeester van 1901 tot aan zijn dood in 1904. Hij hervormde het openbaar onderwijs. Zijn buste vind je ook heel toepasselijk beneden aan de Vital Decosterstraat.


De indrukwekkende sarcofaag die we in dezelfde beukenlaan zien liggen, behoort toe aan de familie Stevens – Marneffe en is van Philippe Mathy (1877-1962), een Leuvense schilder en beeldhouwer. kl_kerkhof 30 maart 2008 015

Deze marmeren verzameling van symbolen bevat:



  1. Een pleureuse die over het graf gebogen staat.

  1. Twee uilen die de voorzijde van de sarcofaag flankeren. Uilen hebben steeds een bijzondere betekenis gehad, zowel in positieve als in negatieve zin. Zij zijn het symbool van waakzaamheid en kennis omdat zij de duisternis doorvorsen. Zij staan op de grafstenen afgebeeld en fungeren als wakers tot de dag der heropstanding. Anderzijds geloofde men dat als de uil roept er een dode zou volgen.

  1. Verschillende slingers van laurierbladeren symboliseren met hun groenblijvende bladeren de onvergankelijkheid en het eeuwige leven.

  1. Twee hanen bewaken de achterzijde, als symbool van de overwinning op de duisternis. De haan is in staat te kraaien voor zonsopgang en werd in de oudheid aangezien als de meerdere onder de vogels. Hij was bij machte de duisternis te verdrijven en symboliseert het licht.

Aloïs Stevens, grondwerker, kocht de concessie voor zijn vrouw Marie Rosalie Marneff die op 47-jarige leeftijd overleed (1911). Hijzelf werd 70 jaar oud en overleed in 1934. Zij woonden in Kessel-Lo. De vloer van de kelder is betegeld wat volgens de administratie vrij uitzonderlijk is.

De sarcofaag siert de cover van Jo Claes roman ‘Tot de dood ons scheidt..’ omdat het een belangrijke rol speelt in zijn roman


Daarop komen we aan het graf van de vierde burgemeester, Léopold Vander Kelen (1813-1895). Deze handelaar en liberaal uit Enghien, was 23 jaar burgemeester van 1872 tot 1895. Onder zijn bestuur werden onder meer de Sint-Pieterskerk en het stadhuis gerestaureerd en het St.Jacobsplein en het Margarethaplein aangelegd. Zijn herenhuis6 werd later het stedelijk museum van Leuven. Zijn indrukwekkend grafmonument in brons werd in 1896 ontworpen door kunstenaar Jef Lambeaux7. Het graf bevat zijn typische zwier en beweging, en past in de neo-barok. vander kelen 039
Bij dit graf wordt de dood als de ‘eeuwige slaap’ voorgesteld. We herkennen de opvatting van de antieken, voor wie de god van de slaap (Hypnos) en de god van de dood (Thanatos) tweelingbroers waren. Over de gisant (horizontaal op een graftombe uitgestrekte figuur van de dode) in haut-reliëf staat de vrouwelijke verpersoonlijking van de stad Leuven gebogen.
vander kelen 040

De vijfde burgemeester op het Leuvens kerkhof is Alfons Smets (1908-1979), advocaat en CVP-burgemeester van 1947 tot 1952 en van 1959 tot 1976. Toen Alfons Smets op 39–jarige leeftijd voor het eerst burgemeester werd, kon hij meteen met de heropbouw van Leuven beginnen: meer dan 600 gebouwen – waaronder 4 historische kerken – lagen in puin en alle bruggen over de Dijle waren tijdens WO II opgeblazen.


Hij was een geboren en getogen Pieterman8 die niet weinig fier was over de apotheek van zijn ouders, vlak over de Sint-Pieterskerk aan de ‘Zeven Hoeken’. Hij had Rechten en Wijsbegeerte gestudeerd aan de Alma Mater en zou 30 jaar lang, in alle eenvoud, zijn stad dienen.
vander kelen 029

Tenslotte zien we het graf van een schepen van openbare werken, Ackermans (1837-1907). Deze advocaat liet in 1866 brede dreven aanleggen met drie- tot vierdubbele rijen linden, platanen of paardenkastanjes waar voordien de tweede Leuvense ringmuur lag. Op zondag was het aangenaam paraderen op deze groene gordel rond de stad. Ook voorzag hij Leuven van een waterleidingssysteem.


Het graf van schepen Ackermans bevat twee typische symbolen:

  1. Een zandloper die het onverbiddelijke voortschrijden en de kortstondigheid van het leven uitdrukt. Als religieus symbool wordt het gebruikt om het omkeren van tijd en de terugkeer tot de oorsprong aan te duiden.

  2. Een gesluierde urn, een symbool dat de Romeinen al gebruikten voor rouw en dood, en dat tot de dag van vandaag nog heel veel voorkomt. Het woord urn is afkomstig van het Latijnse “urna” en het werkwoord “urere”, wat ‘verbranden’ betekent. De sluier op de asurn is het symbool van het afdekken of bedekken van het leven.

vander kelen 041

Op het einde van de rode beukendreef die we tot nu toe volgden, komen we dan eindelijk aan het gietijzeren kruis dat zich daar al bevindt sinds het ontstaan van het kerkhof en in 2007 werd gerestaureerd (zie ‘historiek’).

Rechts van het grote gietijzeren kruis staat een opvallend monument voor vijf Sovjetsoldaten met een tekst in het Russisch, Nederlands en Frans: Eer en aandenken aan de Sovjetsoldaten omgekomen te Leuven 1941-1944. De bronzen sculptuur is van de Russische kunstenaar Alexander Bourganov (°1935). De oud-strijdersbond en het ministerie van Cultuur van de voormalige Sovjet-Unie schonken ongeveer dezelfde sculptuur ook aan de stad Genk ter nagedachtenis van de Russische krijgsgevangenen die tijdens WOII omkwamen in de Limburgse kolenmijnen (2007).vander kelen 042

Voor het monument ligt ook een grasveldje, de nieuwe sterretjesweide (2009), een herdenkingsplaats voor niet-levensvatbare kinderen, geboren voor 26 weken zwangerschap.

Op de stadsbegraafplaats worden ieder jaar ongeveer vijftig levenloos geboren kinderen begraven. Dat hoge aantal is vooral te verklaren door de aanwezigheid van verschillende kraamklinieken in Leuven.

Het is een ellipsvormige weide op verschillende niveaus met 180 lopende meter voor foetusgraven.

Als laatste graf van het oude kerkhof bezoeken we de vijfde en laatste burgemeester van deze wandeling. Burgemeester Colins volgde burgemeester Vital Decoster in 1905 op. Deze liberale industrieel zou burgemeester blijven tot 1921. Tijdens de oorlogsjaren werd hij vervangen door professor Alfred Nerincx die aan het hoofd stond van het ’Comité der Notabelen’. Op zijn graf staat opnieuw een urne met sluier, een grafkrans voor de ontmoeting van deze wereld met de volgende en een palmtak die de overwinning op de dood voorstelt. Na de Blijde Intrede van Christus in Jeruzalem werd de palmtak het teken van de christelijke martelaars. Vooral op graven van kunstenaars en wetenschappers werd vaak een dergelijke palm afgebeeld als teken van onsterfelijke roem. De palm vormt zo de christelijke tegenhanger van de laurier.

Tegenover burgemeester Colins staat een laatste opmerkelijk graf op het oude kerkhof. Op dit recente graf zonder naam staat het Tai Chi-symbool met Yin en Yang. Yin en Yang, twee Chinese begrippen, zijn de twee tegengestelde elementen van het universum. Het universum, alles wat er is, dus ook wat er niet is, wordt TAO genoemd. Iets is pas Yin of Yang wanneer je het vergelijkt met iets anders. Yin is de veroorzaker van Yang; hetgeen in het symbool tot uitdrukking komt door de witte stip in het donkere Yin en Yang is dan ook veroorzaker van Yin; hetgeen in het symbool tot uitdrukking komt door de zwarte stip in het lichte Yang.kerkhof 30 maart 2008 040


Yin wordt in verband gebracht met de donkere maan (die afgekeerd is van de zon) en staat voor de vrouwelijke natuur. Yang wordt in verband gebracht met de heldere zon en komt overeen met de mannelijke natuur. Yin en Yang is geen statisch fenomeen; het is een dynamisch proces, dat nooit stopt of gestopt kan worden. Alle verschijnselen in het universum zijn gebonden aan de dynamiek/beweging van het Yin en Yang principe.
Dit graf van een veertigjarige vrouw toont hoe de belevenis van de dood en de bijhorende symbolen voortdurend evolueert.
When I die you don’t have to cry

my love will always surround you and

every time you think of me

I am with you

1   2   3   4   5

  • B. De Franse republiek
  • C. Recente ontwikkelingen
  • III. Beschrijving van de begraafplaats A. Ingang
  • B. Oud Kerkhof
  • 2. Rondleiding

  • Dovnload 137.84 Kb.